Rachel Cernansky is freelance journalist en duurzaamheidsredacteur bij Vogue Business. Ze schrijft regelmatig over het milieu en sociale rechtvaardigheid.
Toen de Nieuw-Zeelandse snelwegautoriteiten bijna twintig jaar geleden plannen maakten voor de Waikato Expressway, tekenden mensen van de Māori-stam Ngāti Naho bezwaar aan. Die snelweg zou een gebied binnendringen dat volgens de Māori-traditie werd beheerd door een waterbewonend wezen, een taniwha.
De autoriteiten hielden rekening met deze bezwaren en verlegden de weg om het gebied in kwestie te ontzien. Het resultaat was dat de weg een jaar later, toen het gebied door een grote overstroming werd getroffen, ongedeerd bleef.
ʻIk wacht nog steeds op de krantenkop “Mythisch wezen bespaart de belastingbetaler miljoenen”,ʼ zegt Dan Hikuroa, universitair hoofddocent Māori-studies aan de Universiteit van Auckland en lid van de Ngāti Maniapoto-stam. Toen de overstroming eenmaal had plaatsgevonden, vroeg hij zich af of het technische team later niet had gezegd: ʻWaarom zeiden jullie niet gewoon dat dit een overstromingsrisicogebied is?ʼ
Zoals veel inheemse volkeren over de hele wereld hebben de Māori hun begrip van hun omgeving ontwikkeld door het landschap en de gedragingen ervan in de loop van vele generaties van nabij te observeren. Nu zoekt de New Zealand Environmental Protection Agency regelmatig naar manieren om de traditionele Māori-kennis, of mātauranga, te integreren in haar besluitvorming. Hikuroa is benoemd tot cultuurcommissaris voor UNESCO Nieuw Zeeland, een rol die volgens hem in het teken staat van het integreren van Māori-kennis in het werk van UNESCO.
In het Westen opgeleide onderzoekers en regeringen onderkennen in toenemende mate de rijkdom van de kennis die inheemse gemeenschappen hebben vergaard door gedurende honderden of zelfs duizenden jaren met hun omgeving samen te leven en deze te beschermen. In wetenschappelijke tijdschriften zijn studies gepubliceerd die aantonen dat de biodiversiteit over de hele wereld in gebieden die door de inheemse bevolking worden beheerd veel groter is dan in andere gebieden, zelfs in gebieden die voor natuurbehoud zijn gereserveerd.
Het omarmen van de kennis van de inheemse bevolking, zoals Nieuw-Zeeland probeert te doen, kan de manier waarop federale overheden ecosystemen en natuurlijke hulpbronnen beheren verbeteren. Het kan ook het inzicht van westerse wetenschappers in hun eigen onderzoek verdiepen, door alternatieve perspectieven en benaderingen aan te reiken om hun werkgebied te begrijpen. Dit wordt steeds urgenter, vooral nu de klimaatcrisis zich verder uitbreidt. ʻHet zijn de veerkracht en het wereldbeeld van de inheemse bevolking waar elke regering, elk land en elke gemeenschap van kan leren, zodat we ons land, onze wateren en onze hulpbronnen beter kunnen beheren, niet alleen door de begrotingsjaren heen, maar ook door de generaties heen,ʼ aldus de Amerikaanse minister van Binnenlandse Zaken Deb Haaland, afkomstig uit de Laguna Pueblo in New Mexico en Amerikaʼs eerste inheemse minister, in een toespraak tot de Verenigde Naties.
Inheemse wetenschappers waarschuwen echter dat traditionele kennis weliswaar kan worden gebruikt om de wereld voordeel te brengen, maar ook verkeerd kan worden ingezet of kan worden uitgebuit. Dominique David Chavez, een afstammeling van de Arawak Taíno in het Caribisch gebied, en onderzoeker aan het Native Nations Institute van de Universiteit van Arizona en de National Science Foundation, zegt dat westerse wetenschappers ʻgetraind zijn om naar gemeenschappen te gaan, hun kennis te vergaren, terug te gaan naar onze instellingen en die kennis te verspreiden in wetenschappelijke tijdschriften.ʼ Dat kan het delen van traditionele kennis, van de ene generatie op de andere, ontwrichten, zegt ze, terwijl dat juist de prioriteit zou moeten zijn: ervoor zorgen dat inheemse kennissystemen behouden blijven in en ter ondersteuning van de gemeenschappen die ze hebben ontwikkeld. In Puerto Rico, dat bij de inheemse bevolking bekend staat als Borikén, bestudeert mevrouw Chavez manieren om de banden en de traditionele kennisoverdrachtspatronen tussen ouderen en jongeren te herstellen.
Een brug slaan tussen de inheemse en westerse wetenschap betekent ook respect hebben voor het ecosysteem van waarden waarin de kennissystemen zijn ingebed. De praktijk van het planten van een verscheidenheid aan gewassen en het opbouwen van een gezonde bodem voor het vasthouden van water – tegenwoordig bekend als ʻregeneratieve landbouwʼ – bestaat bijvoorbeeld al sinds mensenheugenis in inheemse gemeenschappen over de hele wereld. Toch is de toenemende drang om elders regeneratieve landbouwpraktijken toe te passen vaak selectief, waarbij bijvoorbeeld industriële bestrijdingsmiddelen worden gebruikt of het welzijn van de mensen die het land bewerken buiten beschouwing wordt gelaten.
ʻIn inheemse wetenschappen is het niet mogelijk om kennis te scheiden van de ethiek van de verantwoordelijkheid voor die kennis – terwijl we dat in de westerse wetenschap voortdurend doen,ʼ zegt Robin Wall Kimmerer, directeur van het Center for Native Peoples and the Environment aan de State University van New York in Syracuse en lid van de Citizen Potawatomi Nation. De wetenschappelijke methode is ontworpen om onverschillig te staan tegenover moraal of waarden, voegt ze eraan toe. ʻInheemse kennis stelt die juist weer centraal.ʼ
In het ideale geval kan het gedeelde gebruik van inheemse kennis helpen om de verbroken relaties tussen inheemse en westerse gemeenschappen te herstellen.
In het noorden van New York wijst Kimmerer op sweetgrass, een inheemse plant die gebruikt wordt voor traditioneel mandenvlechten. Zij werd benaderd door een stam die bezorgd was over de achteruitgang van de plant en op zoek was naar een oplossing.
Overheidsvoorschriften hadden de oogst al beperkt. ʻMensen denken vaak dat er te veel geoogst wordt,ʼ aldus Kimmerer. Zij hielp bij het uitvoeren van studies die uiteindelijk aantoonden dat het oogsten van sweetgrass, volgens inheemse protocollen, juist datgene is wat het helpt om te gedijen. ʻAls je het gewoon met rust laat, begint het af te nemen.ʼ
Volgens haar duidt dit op een kernfout in de westerse benadering van landbeheer: de overtuiging dat menselijke interactie per definitie schadelijk is voor ecosystemen. ʻDat is een van de redenen waarom inheemse volken systematisch zijn verwijderd uit wat nu nationale parken zijn, vanwege het idee dat mensen en natuur niet op een goede manier naast elkaar kunnen bestaan.ʼ Maar de kennis van de inheemse bevolking, aldus Kimmerer, luidt feitelijk alleen maar: ʻOh ja, dat kunnen we wel, en we cultiveren praktijken die dat mogelijk maken.ʼ
Bij het bestrijden van de bosbranden vorig jaar maakten de Australische autoriteiten gebruik van Aboriginal-praktijken. Onderzoekers hebben de hevigheid van die branden in verband gebracht met de klimaatverandering, maar Kimmerer voegt eraan toe dat de manier waarop het land in Australië in de moderne tijd werd beheerd ook een rol kan hebben gespeeld. De Aboriginals hebben dat land ʻal duizenden jaren lang beheerd als een vuurlandschap,ʼ zegt ze. ʻHet feit dat de inheemse wetenschap is genegeerd is een factor die heeft bijgedragen aan de branden daar.ʼ
Nu de wereld steeds meer de prestaties van vele inheemse gemeenschappen erkent die met succes samenleven met ecosystemen, kan de westerse samenleving daar nog veel van leren.
ʻWe hebben het idee dat de westerse wetenschap de weg naar de waarheid is. We houden niet eens rekening met de mogelijkheid dat de waarheid ergens anders vandaan zou kunnen komen,ʼ aldus Kimmerer. ʻResource managers en landbeheerders moeten begrijpen dat er meerdere manieren van weten zijn.ʼ
Frédéric Lordon is een Frans econoom en filosoof, en onderzoeksdirecteur aan het Centre européen de sociologie et de science politique in Parijs.
De volgende tekst is een transcriptie van de toespraak van Frédéric Lordon tijdens het openbaar debat met Andreas Malm over het thema ʻecologie en communisme,ʼ dat op zondag 6 juni voor de boekhandel Le Monte-en-l’air werd georganiseerd door ACTA, Extinction Rebellion en uitgeverij La Fabrique. Tegenover de dubbele verleiding van de ʻbeweging om de bewegingʼ en een marginalistische terugtrekking pleit Lordon voor een ʻneo-leninisme,ʼ dat als enige in staat zou zijn een strategisch en macroscopisch alternatief te schetsen voor de kapitalistische overheersing.
Aangezien ik veel minder verstand heb van ecologie dan Andreas, zal ik het over iets anders hebben, in de overtuiging dat onze twee toespraken elkaar eerder zullen aanvullen dan tegenspreken. In ieder geval is het onwaarschijnlijk dat ze elkaar zullen tegenspreken. Ik denk dat we het in feite over ten minste drie dingen – maar wel belangrijke dingen! – eens zijn. Het eerste is waar te beginnen; het tweede is waarheen te gaan; en het derde (voor zover wij daarop een antwoord kunnen geven) is hoe daar te komen.
Waar kunnen we anders beginnen dan constateren dat er een planetaire nood is, die het kapitalisme zonder meer in het beklaagdenbankje zet? De enige consequente politieke doelstelling is dat we eraan moeten ontsnappen, dat we het omver moeten werpen. Hier kunnen ʻwijʼ makkelijk overeenstemming over bereiken – ʻwijʼ van radicaal links, of van emancipatoir links, kortom: van antikapitalistisch links. Maar dan rijzen de moeilijkheden: waar gaan we heen, en hoe komen we daar? Dat is waar de verschillen beginnen. Laten ik meteen maar zeggen dat noch Andreas noch ik in een positie verkeren om op deze vragen een duidelijk en gedetailleerd antwoord te geven – en dat is waarschijnlijk maar goed ook. Het lijkt me dat we allebei in voldoende mate een idee hebben van het probleem om het eens te kunnen worden over de essentie, namelijk een bepaalde manier om ermee om te gaan, een manier die, zoals ik al zei, onenigheid veroorzaakt ter linkerzijde – een onenigheid die al oud is, maar voortdurend wordt bijgewerkt en van nieuwe inhoud wordt voorzien. Als we deze manier een naam moeten geven, zou ik het neo-leninisme willen noemen. Omdat ik het niet over ecologie kan hebben, zou ik willen proberen te verduidelijken wat wij vandaag de dag onder neo-leninisme kunnen verstaan.
Andreas heeft het in een van zijn boeken over ʻoorlogscommunisme.ʼ Men waagt te hopen dat geen enkele lezer zo dwaas zal zijn om deze uitdrukking letterlijk te nemen, met beelden van geweren met bajonetten en mutsen met een rode ster. Welke betekenis kunnen we voor onze tijd geven aan het idee van het oorlogscommunisme? Simpelweg de betekenis van de vitale noodzaak van een antikapitalistische lijn, oftewel een lijn die betekenis geeft aan de planetaire nood. Het neo-leninisme is dan de positie die is opgebouwd vanuit het idee van een oorlogscommunisme dat aldus opnieuw is gedefinieerd.
Maar hoe kunnen we de reflex overwinnen die kreten van afgrijzen teweegbrengt zodra het woord ʻleninismeʼ valt? Niet alleen bij France Inter, Arte of Télérama, maar ook ter linkerzijde. Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van 1917 zijn er tal van boeken verschenen waarin ons wordt uitgelegd dat het leninisme verantwoordelijk was voor de Tsjeka, Kronstadt, de Moskou-processen en de Goelag. Dat dit is wat de USSR was, weet iedereen. Sinds het trotskisme van de jaren vijftig is lang en diep over al deze dingen nagedacht. Dus wat heeft het voor zin om deuren zo wijd open te duwen die al zo wijd open staan? Niemand wil dat dát nog eens gebeurt, niemand wil het nog eens proberen. Net als bij het ʻoorlogscommunismeʼ is het daarom noodzakelijk de minimale inspanning te leveren om jezelf los te maken van de gangbare beelden, en naar wegen te zoeken voor een historische actualisering voor onze tijd – er zijn nauwelijks andere wegen dan die van de definitie of conceptualisering, als we willen dat het leninisme vandaag de dag begrepen wordt als iets anders dan wat in 1917 op initiatief van Lenin en onder zijn naam in Rusland is gedaan.
Als je de verschijning Lenin loskoppelt van de historische omstandigheden, en het accent legt op zijn algemene betekenis, zou een mogelijke definitie van het neo-leninisme als volgt kunnen luiden: het leninisme bestaat uit 1) een doelstelling, die 2) macroscopisch is, en 3) een expliciet gebod is van strategische coördinatie in een adequate vorm. Ik hoef nauwelijks te benadrukken hoe groot de problemen zijn die in deze ʻadequate vormʼ-clausule besloten liggen. Waar het hier om gaat is dat het ene gebod tot het andere leidt. De noodzaak van strategische coördinatie vereist dat wordt nagedacht over de juiste vorm ervan. Ik haast me te zeggen dat ik hier nog geen flauw idee van heb. Mijn tijd is beperkt, wat perfect is: daardoor hoef ik er nu niet over te praten…
Maar we kunnen wel iets met de eerste twee punten. In de eerste plaats heeft het leninisme een oogmerk. Het is moeilijk te geloven dat we ons verplicht voelen zoiets triviaals te zeggen. En toch moeten we wel. Dat komt doordat wij ter linkerzijde in een nogal vreemd politiek tijdperk leven, waarin de bevestiging dat jou iets voor ogen staat helemaal niet meer zo vanzelfsprekend is, en zelfs wordt gezien als een beweging die alle ruimte voor wantrouwen biedt. Er is een hele intellectuele en politieke stroming in Frankrijk, die zeer dynamisch en zeer interessant is, maar die vijandig staat tegenover ieder oogmerk, en die politiek louter opvat als iets onbeweeglijks. Dat wil zeggen dat het een beweging is omwille van de beweging, en bovenal dat niemand het in zijn hoofd moet halen om er richting aan te willen geven.
Waar komt dit wantrouwen vandaan? Het vloeit voort uit het feit dat de ene richting de andere kan verbergen. Uit de opvatting van ʻrichting,ʼ hier begrepen als een indicatie van wenselijk beleid, kan altijd de opvatting van ʻrichtingʼ als een bevel voortkomen, waarbij de teugels strak in handen worden genomen – een hachelijk moment inderdaad. De aanduiding ʻleninismeʼ is blijven steken in deze tweede betekenis van ʻrichting,ʼ de richting die leiders aangeven, maar we zijn vergeten dat in het leninisme ook de eerste betekenis bestond, de richting van het gewenste, de richting die zegt wat we willen doen en waar we heen willen.
Op dit punt wil ik twee auteurs citeren. De eerste is Daniel Bensaïd, die sprak over de noodzaak van ʻeen strategische hypothese die is gebaseerd op de ervaringen uit het verleden en die dient als schietlood zonder hetwelk de actie doelloos verstrooid raakt.ʼ De tweede auteur is een zekere Andreas Malm: ʻDe oude trotskistische formule dat “de crisis van de mensheid de crisis van het revolutionaire leiderschap is” moet worden geactualiseerd. De crisis is de afwezigheid, de totale, gapende afwezigheid, van leiderschap.ʼ
Ik kan het net zo goed meteen zeggen: ik ben het hartgrondig eens met deze twee uitspraken. Ik denk dat er geen strijd tegen het kapitalisme mogelijk is zonder een krachtig politiek voorstel, dat wil zeggen: een algemeen en goed gearticuleerde propositie, die in staat is de kapitalistische propositie te weerleggen. En ik denk dat verontschuldigingen voor onbeweeglijkheid een excuus zijn voor politieke onmacht. Hier ligt dus de eerste breuklijn ter linkerzijde. Deze loopt tussen enerzijds de neo-leninistische positie die een richting eist, dat wil zeggen van een propositie, omdat alleen dit constitutief voor een anti-kapitalistische politiek kan zijn, en anderzijds een idee van onbeweeglijkheid waarvan ik vrees dat die gedoemd is te eindigen in anti-politiek.
Als wij iets anders willen dan deze breuk met een droevige blik bekijken, denk ik dat wij het gevoel voor een intellectueel gebaar, dat verloren is gegaan, moeten herwinnen – het dialectische gebaar. Hier bedoel ik niet de dialectiek in Hegeliaans-marxistische gedaante, als een grandioos proces van zelfoverstijging en synthese. Ik denk aan dialectiek als een objectieve antagonistische spanning tussen tegengestelden, een spanning die onoplosbaar is in een synthese, en die dus de noodzaak oproept haar in een bepaalde vorm onder te brengen. Een ander voorbeeld: zonder een strategische lijn, en zonder een minimale organisatie om die te dienen, zal er geen revolutionair proces zijn. Er zullen alleen opstandige uitbarstingen zijn, en deze zullen worden neergeslagen. Maar richting als strategische lijn, gecoördineerd in een minimale organisatievorm, kan altijd aanleiding geven tot richting geven in de vorm van een commando, dat wil zeggen: als afscheiding en uiteindelijk als inbeslagneming. Dat is waar. En als ik zeg ʻdatʼ bedoel ik beide. Beide zijn waar. Dus je hebt met beide te maken. Je moet ze allebei houden, en ze samenhouden in een vorm die altijd onvolmaakt is en altijd herzien moet worden.
Dit is de niet-Hegeliaans-marxistische versie van de dialectiek, een versie die ontdaan is van iedere belofte van een verzoenende synthese, en die alleen de onvolmaakte mogelijkheid overlaat van de accommodatie van tegengestelden, van het reguleren van hun gelijktijdige aanwezigheid, in institutionele constructies. Uit het feit dat de te reguleren antinomieën onherleidbaar zijn tot een of andere ʻoverwinning,ʼ volgt dat de instellingen die hen accommoderen van een wezenlijke onvolmaaktheid zijn, en dat ze daarom een onbepaald proces van herziening vereisen, dat wil zeggen: hun permanente ondervraging en herbewerking. Ik wijs hier slechts terloops op, maar dit is niet anders dan Castoriadisʼ opvatting van democratie. Democratie is niet de combinatie van ʻelectorale slaʼ en ʻvrije persʼ die doorgaans aan ons wordt verkocht. Democratie is het vermogen van een politiek lichaam om zijn eigen instellingen te vormen en deze onder controle te houden om ze permanent te kunnen herwerken. Vandaar dat we, zodra we van doen hebben met een ʻdemocratischeʼ kwibus die ons wil uitleggen dat ʻwe de instellingen moeten verdedigen,ʼ weten dat we te maken hebben met een oplichter. De ʻverdediging van de instellingenʼ is geen democratisch idee, het is een idee voor de politie, voor mensen zoals Didier Lallement, prefect van de Parijse politie, of Macron; het is het idee waarmee de hoofden van de oproerpolitie werden volgepropt toen ze erop uit werden gestuurd om de Gilets Jaunes te verpletteren: ʻJullie zijn het laatste bastion van de instellingen,ʼ ʻjullie moeten de instellingen verdedigen,ʼ – formules bij uitstek van de antidemocratie.
In de eerste plaats dus: herstel van de rechten van het oogmerk als constitutief voor de politiek. Maar het neo-leninisme gaat veel verder dan deze minimale eis. Als het een oogmerk of doel affirmeert, affirmeert het ook het macroscopische karakter ervan. Dit betekent dat het communisme alleen kan worden geconcipieerd op de schaal van een sociale formatie, dat wil zeggen: van een grote groep mensen. Het neo-leninisme is zeker niet ongeïnteresseerd in plaatselijke ervaringen, maar het verwerpt de exclusiviteit ervan als ordenend beginsel. Het is waarschijnlijk dat het voorvoegsel ʻneoʼ hier het nuttigst is. Het is moeilijk om niet toe te geven dat het oude leninisme geen moer gaf om lokale autonomie – als het die al niet probeerde te verpletteren. Een van de pijnlijke lessen van het historische leninisme is dat de vernietiging van ieder autonoom plaatselijk leven een van de rampzalige gevolgen was van de totalitaire centralisatie van de staat – een soort model van wat we niet meer moeten doen. Een neo-leninisme zal daarom de plicht hebben zich te interesseren voor plaatselijke ervaringen, niet uit beleefd respect voor curiosa, maar als bron van zijn eigen vitaliteit. Dan zal het zijn rationele plicht erkennen om deze zo veel mogelijk te laten bloeien. Toch is het van mening dat een sociale formatie iets anders is dan een archipel van communes. Waarom is dat? Omdat alleen een groep van voldoende omvang en integratie in staat is een minimaal noodzakelijke mate van arbeidsdeling in stand te houden.
Natuurlijk zal die mate aanzienlijk lager zijn dan de kapitalistische arbeidsdeling – de planetaire noodtoestand dwingt daartoe –, maar niettemin veel hoger dan wat een communalistische arbeidsdeling zou kunnen zijn. Het kapitalisme verlaten betekent niet dat de categorie van de productiewijze moet worden verworpen. Ook het communisme zal een productiewijze moeten zijn, eenvoudigweg omdat mensen altijd collectief de middelen van hun materiële bestaan zullen moeten voortbrengen, en de middelen van deze productie zullen moeten produceren. En dit is waar een productiewijze om draait. Gemeenten en lokale experimenten, passen perfect in deze productiewijze en de bijbehorende arbeidsdeling. Maar ze kunnen die niet uitputten.
En hier ligt de tweede breuklijn binnen links: na die tussen de affirmatie van een oogmerk en de anti-politiek van de onbeweeglijkheid, of, om het anders te zeggen: tussen het poneren van de noodzaak van een richting en de totale verwerping van iedere richting. Deze tweede breuklijn scheidt de alternatieve, mondiale en macroscopische propositie van de zelfgenoegzaamheid van het lokalistische principe van autonomie. En net zoals onbeweeglijkheid omslaat in onmacht, slaat de exclusiviteit van het locale om in ʻescapisme.ʼ Escapisme is een zeer sterke verleiding voor links vandaag de dag: we deserteren, we laten het kapitalisme achter ons – we trekken ons terug in onszelf. Maar afgezien van alle tautologie: als we het kapitalisme achter ons laten, blijft het kapitalisme juist bestaan, zij het achter ons …
Ik ben tot de overtuiging gekomen dat het escapisme alleen succesvol is geweest als een noodoplossing, als een soort van berusting in het aangezicht van de enorme omvang van het obstakel. Dat wil zeggen: de enige oplossing die overblijft wanneer het idee van de omverwerping van het kapitalisme in de hoofden van de mensen is ingeburgerd als een radicale onmogelijkheid – iedereen kent deze uitdrukking van Frederic Jameson – en wanneer het project in feite wordt opgegeven. Maar wij weten dat de planetaire noodtoestand van dien aard is dat het vermijden ervan door desertie niet langer een optie is. En wij weten ook dat de charme van het leven in hutten, of in bomen – want over al deze dingen horen wij veel poëzie –, deze charme niet tot een productiewijze maakt. Om het prozaïscher te zeggen: als je uit een boom valt en een been breekt, kom je er niet vanaf met een moscompres of een wortelaftreksel. Je eindigt in het plaatselijke ziekenhuis, in een MRI-scanner die waarschijnlijk van het merk General Electric zal zijn.
De vraag is of we het MRI-scannen aan General Electric willen overlaten of niet. Het escapisme laat geen keus. Het communisme van zijn kant zegt nee. En dat is de macroscopische doelstelling van een productiewijze. Maar dan wél van een productiewijze die de kwestie van de productiekrachten in een geheel nieuw historisch regime brengt. Het neo-leninisme is zeker niet ongeïnteresseerd in de kwestie van de productiekrachten. Het weet dat deze op een bepaald niveau gehandhaafd zullen moeten worden, en dat er niet alleen bomenvrienden nodig zijn, maar ook ingenieurs, technici en wetenschappers. Maar het weet ook wat de materiële productie tot dusver met de planeet heeft gedaan, en tot welke extremen zij is doorgevoerd. Het neo-leninisme kan daarom zonder meer worden opgevat als een communisme van de productiekrachten, dat radicaal vijandig staat tegenover het productivisme. Het productivisme is productie die een regime van onbeweeglijkheid is binnengetreden – productie omwille van de productie – en een regime van absolutisme – materiële productie die de totaliteit van de menselijke activiteit opslokt. Daarom verliest het neo-leninisme, als productiewijze, geenszins de nieuwe beperkingen en de nieuwe doeleinden uit het oog waaromheen het is georganiseerd: de beperkingen die voortvloeien uit de planetaire noodtoestand en de doeleinden van de ontwikkeling van de niet-materiële krachten van het menselijk leven.
James Kynge is de directeur van China Confidential en Renminbi Compass, eigen onderzoeksdiensten van de Financial Times.
De spectaculaire aftakeling van het vastgoedconcern Evergrande, in 2020 nog 41 miljard dollar waard, legt de grote zwakheden van de Chinese groeistrategie bloot
Een dramatische video die in augustus in de zuidwestelijke stad Kunming is gemaakt, laat zien hoe groot de vastgoedzeepbel in China is. Toeschouwers gillen van ontzag als vijftien flatgebouwen in nog geen minuut worden gesloopt door 85.000 gecontroleerde explosies. De onafgewerkte gebouwen, die een complex vormden met de naam Sunshine City II, stonden sinds 2013 leeg nadat een ontwikkelaar zonder geld kwam te zitten en een andere defecten in de constructie ontdekte. ʻDit stedelijke litteken dat bijna tien jaar oud is, heeft eindelijk een belangrijke stap ondergaan in de richting van herstel,ʼ aldus een artikel in de officiële Kunming Daily na de sloop. Dergelijke ʻstedelijke littekens ʼ komen overal in China voor, waar Evergrande – ʼs werelds zwaarst in de schulden stekende vastgoedconcern – lijdt onder een liquiditeitscrisis die wel eens fataal zou kunnen blijken te zijn. De crisis bij het bedrijf, dat twee jaar geleden nog ʼs werelds meest waardevolle vastgoedaandeel was, laat zien hoe snel het fortuin van bedrijven kan afbrokkelen en hoezeer het Chinese groeimodel tekortschiet. Evergrande is, ondanks het grote drama van zijn verval, slechts het symptoom van een veel groter probleem. Chinaʼs enorme vastgoedsector, die 29 procent van het bruto binnenlands product van het land voor zijn rekening neemt, kent zó veel overschot dat hij zijn rol als belangrijke motor van de Chinese economische groei dreigt te moeten opgeven en in plaats daarvan een rem op die groei lijkt te worden.
Er staat in China genoeg vastgoed leeg om ruim 90 miljoen mensen te kunnen huisvesten, zegt Logan Wright, een in Hongkong gevestigde directeur bij adviesbureau Rhodium Group. Om dat in perspectief te plaatsen: er zijn vijf G7-landen – Frankrijk, Duitsland, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Canada – die elk hun volledige bevolking in die lege Chinese appartementen zouden kunnen onderbrengen, met nog ruimte over. De gemiddelde grootte van een huishouden in China is iets meer dan drie personen. ʻWij schatten de bestaande maar onverkochte woningvoorraad op ongeveer 3 miljard vierkante meter, wat genoeg is om, conservatief geschat, 30 miljoen gezinnen te huisvesten,ʼ aldus Wright, die zijn berekeningen toelicht. Het overaanbod is al enkele jaren een probleem. Wat veranderd is, is dat China vorig jaar besloot dat het probleem zó chronisch was geworden dat het resoluut moest worden aangepakt. President Xi Jinping had ook geen geduld meer met de excessen in de vastgoedsector, zeggen waarnemers, en Beijing formuleerde ʻdrie rode lijnenʼ om de schuldenniveaus in de sector terug te dringen. Evergrande blijkt het eerste bekende slachtoffer te zijn.
Nu het bedrijf wankelt, rijst er een fundamentele vraag voor ʼs werelds op een na grootste economie: is Chinaʼs op onroerend goed gebaseerde groeimodel – de krachtigste locomotief van de wereldeconomie – op hol geslagen? Ja, zegt Leland Miller, chief executive van China Beige Book, een adviesbureau dat de economie analyseert aan de hand van bedrijfseigen gegevens. ʻHet leiderschap in Beijing maakt zich meer zorgen over de Chinese groei dan wie dan ook in het westen. Er wordt erkend dat het oude “bouw, bouw, bouw”-playbook niet meer werkt en dat het eigenlijk gevaarlijk aan het worden is. Het leiderschap lijkt nu te denken dat het niet langer kan wachten om het groeimodel te veranderen,ʼ zegt Miller. Ting Lu, hoofdeconoom China bij investeringsbank Nomura, zegt dat hij niet verwacht dat de problemen van Evergrande een economische ineenstorting zullen veroorzaken. Maar hij denkt dat de pogingen van Beijing om van het ene groeimodel op het andere over te stappen de jaarlijkse groei in de komende jaren aanzienlijk kunnen drukken.
ʻHet is onwaarschijnlijk dat er een plotselinge stop komt,ʼ zegt Lu. ʻMaar ik denk dat Chinaʼs potentiële [jaarlijkse] groeipercentage tussen 2025 en 2030 zal dalen naar 4 procent of zelfs lager.ʼ Wright zegt dat de vastgoedsector een bedreiging aan het worden is voor de financiële, economische en sociale stabiliteit – het heeft al tot protesten geleid in verschillende steden. ʻHet is heel moeilijk om op overtuigende wijze vol te houden dat Chinaʼs potentiële groei in het volgende decennium boven de 4 procent zal uitkomen,ʼ voegt Wright eraan toe. Miller onderschrijft dat sentiment. ʻWe staan voor een achtbaanrit in het beleid en in de economische groei,ʼ zegt hij. ʻHet zou me niet verbazen als het bbp over tien jaar nog maar met 1 of 2 procent zou groeien.ʼ Als dergelijke voorspellingen juist blijken, is het Chinese ʻgroeiwonderʼ in gevaar. In de tien jaar van 2000 tot 2009 groeide het Chinese bbp gemiddeld met 10,4 procent per jaar. In het decennium van 2010 tot 2019 is deze geweldige prestatie afgezwakt, maar nam het jaarlijkse bbp nog steeds met gemiddeld 7,68 procent toe.
Iedere daling van de groei zou wereldwijd snel voelbaar zijn. China is al lange tijd de grootste motor van de mondiale welvaart, met een bijdrage van 28 procent aan de mondiale groei van het bbp tussen 2013 en 2018 – meer dan twee keer het aandeel van de VS – volgens een studie van het IMF. ʻZelfs als China een scherpe en plotselinge crisis weet te vermijden,ʼ zegt Jonas Goltermann van onderzoeksbureau Capital Economics, ʻzijn de vooruitzichten op de middellange termijn veel slechter dan algemeen wordt erkend.ʼ
Het overschrijden van Xiʼs ʻrode lijnenʼ
De risicoʼs die voortvloeien uit de Evergrande-saga omvatten zowel financiële besmetting – met name van de offshore-obligatiemarkt in Amerikaanse dollars – als het vooruitzicht dat een kwijnende vastgoedsector een aantal vitale organen van de Chinese economie zal aantasten, waardoor de groei van het bbp mogelijk nog jaren onder druk zal komen te staan. De gevolgen van de crisis zijn nu al aanzienlijk. Door de kelderende aandelenkoers van Evergrande is de marktwaarde van het bedrijf gedaald van 41 miljard dollar vorig jaar naar ongeveer 3,7 miljard dollar nu. En de bezorgdheid over de mogelijke ineenstorting van het bedrijf leidde onlangs tot een wereldwijde uitverkoop van aandelen. Zoʼn 80.000 mensen in China, die voor zoʼn 40 miljard renminbi aan vermogensbeheerproducten van het bedrijf bezitten, wachten gespannen af of Evergrande aan zijn betalingsverplichtingen zal kunnen voldoen.
Maar de mogelijk langduriger gevolgen vloeien voort uit de bredere daling van Chinaʼs vastgoedmarkt. Het is duidelijk dat de vastgoedsector zich in een neerwaartse spiraal bevindt: volgens officiële gegevens is de verkoop in 52 grote steden in de eerste helft van september met 16 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder, na een daling met 20 procent in augustus. Een nog belangrijkere trend voor de politieke economie van China is de ineenstorting van de grondverkoop door lokale overheden, die in de eerste twaalf dagen van september met 90 procent is gedaald ten opzichte van een jaar eerder, zo blijkt uit officiële cijfers. De verkoop van grond genereert ongeveer een derde van de inkomsten van de lokale overheden, die op hun beurt worden gebruikt om de hoofdsom en de rente te betalen van zoʼn 8,4 miljard dollar aan schulden die zijn uitgegeven door enkele duizenden financieringsinstellingen van lokale overheden. Deze LGFVʼs fungeren als een vaak onzichtbare dynamo voor de bredere economie; zij halen kapitaal op via de uitgifte van obligaties, dat vervolgens wordt gebruikt om grote infrastructuurprojecten te financieren.
ʻWij verwachten dat de inkomsten uit de verkoop van grond nog veel slechter zullen worden,ʼ zegt Lu van Nomura. Dit afnemend vermogen van lokale overheden om kapitaal aan te trekken voor uitgaven aan infrastructuur kan de Chinese groei aanzienlijk drukken. De investeringen in vaste activa, die vorig jaar in totaal 51,9 miljard renminbi (8 miljard dollar) bedroegen, zijn goed voor 43 procent van het bbp. De nood is al duidelijk op een offshore-obligatiemarkt in Amerikaanse dollars, waar voor zoʼn 221 miljard dollar aan schuldpapier wordt verhandeld, dat is bijeengebracht door enkele honderden Chinese projectontwikkelaars. Flinke delen van de markt gaan momenteel uit van wanbetaling. ʻ16 procent van de markt wordt verhandeld tegen rendementen van ruim 30 procent en 11 procent van de markt wordt verhandeld tegen rendementen van ruim 50 procent,ʼ aldus Wright. Rendementen van ruim 50 procent duiden erop dat wanbetalingen waarschijnlijk zijn, voegt hij eraan toe. Uiteindelijk hangt het lot van dergelijke obligaties, evenals bijna alle andere gevolgen van de malaise in het Chinese vastgoed, af van Beijing. De Chinese staat is eigenaar van bijna alle grote financiële instellingen van het land, wat betekent dat als Beijing hen opdraagt Evergrande of andere noodlijdende vastgoedbedrijven te redden, ze dat bevel zullen opvolgen. Op sommige overzeese markten heeft het idee dat de nood van Evergrande een voorbode kan zijn van een ʻLehman-momentʼ – een verwijzing naar de chaos die volgde op de ineenstorting van de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers dertien jaar geleden – aan kracht gewonnen. Maar gezien de invloed en de gevestigde belangen van Beijing, past de analogie niet makkelijk.
ʻTenzij de Chinese toezichthouders de situatie ernstig mismanagen, is een systeemcrisis in de financiële sector van het land niet aan de orde,ʼ zegt He Wei, een analist bij onderzoeksbureau Gavekal. De belangrijkste oorzaak van Evergrandeʼs crisis en de neergang in de vastgoedsector in het algemeen is Beijing zelf. De ʻdrie rode lijnenʼ die de regering Xi vorig jaar aankondigde, bepalen dat ontwikkelaars hun schulden binnen redelijke grenzen moeten houden. In specifiekere zin moet de verhouding tussen schulden en activa minder dan 70 procent bedragen, de verhouding tussen nettoschuld en eigen vermogen minder dan 100 procent, en de verhouding tussen liquide middelen en kortetermijnschuld ten minste 100 procent. In juni voldeed Evergrande niet aan alle drie de criteria en mocht daarom geen extra schulden meer aangaan – wat tot de huidige crisis heeft geleid.
ʻGemeenschappelijke welvaartʼ
Als het waar is dat Beijing de hoofdoorzaak is van de benarde positie van Evergrande, dan ligt het voor de hand dat Beijing een einde kan maken aan de huidige ineenstorting van de markt door zijn voet van de keel van de vastgoedsector af te halen. Maar diepgaande structurele krachten in de economie hebben Chinaʼs beleidsmakers ervan overtuigd dat vastgoed niet langer een betrouwbare dynamo voor duurzame economische groei kan zijn, zeggen analisten. Dit is niet alleen vanwege Xiʼs beroemde uitspraak dat ʻhuizen zijn om in te wonen, niet om mee te speculeren,ʼ gedaan in een toespraak in 2017.
In de eerste plaats is het beeld van de vraag totaal veranderd sinds Beijing eind jaren negentig vrije markthervormingen doorvoerde die de grootste vastgoedhausse in de geschiedenis van de mensheid veroorzaakten. De Chinese bevolking groeit nauwelijks. In 2020 werden slechts 12 miljoen babyʼs geboren, tegen 14,65 miljoen een jaar eerder, in een land van 1,4 miljard inwoners. De trend zou het komende decennium wel eens meer uitgesproken kunnen worden, aangezien het aantal vrouwen in de piekleeftijd voor het krijgen van kinderen – tussen 22 en 35 jaar – met ruim 30 procent zal dalen. Sommige deskundigen voorspellen dat het geboortecijfer tot onder de 10 miljoen per jaar zou kunnen dalen, waardoor de Chinese bevolking in absolute termen zou krimpen en de vraag naar onroerend goed verder zou afnemen.
Volgens Houze Song, analist bij de in Chicago gevestigde denktank MacroPolo, wordt de situatie nog verergerd door het verschijnsel van de ʻkrimpende steden.ʼ Na ongeveer drie decennia waarin honderden miljoenen mensen hun plattelandsdorpen verlieten om zich in steden te vestigen, is de grootste migratie in de geschiedenis van de mensheid nu vrijwel tot stilstand gekomen. Ongeveer driekwart van de steden in China heeft te kampen met bevolkingsafname, zegt Song. ʻOver tien jaar, zelfs als we ervan uitgaan dat sommige mensen naar groeisteden zullen vertrekken, zullen nog steeds ruim 600 miljoen Chinese burgers in krimpende steden wonen.ʼ China staat voor een riskante transitie. Het begint zijn groeimodel te verschuiven van een te grote afhankelijkheid van onroerend goed naar groeimotoren die de voorkeur genieten, zoals hightechproductie en de inzet van groene technologieën, zeggen analisten.
Ook in dit opzicht is de impuls afkomstig van Xi. In een lijst van acht prioriteiten die na een economische planningsvergadering eind 2020 werd gepubliceerd, werd niet alleen de ʻwanordelijke expansie van kapitaalʼ aan de kaak gesteld – een code voor speculatie in onroerend goed – maar werd ook gepleit voor technologische innovatie en het streven naar koolstofneutraliteit. Analisten zeggen dat het enkele jaren kan duren voor zoʼn transitie een feit is. Maar uit de recente vermaningen van Xi over de noodzaak voor China om ʻgemeenschappelijke welvaartʼ na te streven, blijkt duidelijk dat het hem menens is. De neiging van onroerend goed om in gewilde gebieden een sprong in waarde te maken, terwijl die waarde in wijken met lage huren ondermaats blijft, heeft als gevolg dat de ongelijkheid tussen rijk en arm toeneemt. De slogan ʻgemeenschappelijke welvaartʼ is een narratieve verandering die de weg vrijmaakt voor een verschuiving in het groeimodel,ʼ zegt Miller. ʻHet maakt duidelijk dat een daling van de groei van het bbp geen mislukking hoeft te betekenen voor de Chinese communistische partij.ʼ Toch lijden gewone mensen in heel China onder de pijn van de ineenstorting van de Chinese vastgoedmarkt.
Xu, 36, die vroeg om niet volledig te worden geïdentificeerd, woont in de centrale stad Xinyang en werkt als secretaresse in een plaatselijke fabriek. Haar moeder kocht een hoogrentend beleggingsproduct van Evergrande om de medische rekeningen voor haar longkanker in een vergevorderd stadium te kunnen betalen. Maar het beloofde 7,5 procent rendement op de belegging, die 200.000 renminbi kostte, is er nooit gekomen. In plaats daarvan weigert Evergrande uit te betalen, omdat het bedrijf geld spaart om mogelijk enorme wanbetalingen af te wenden. ʻMijn ouders hebben alles wat ze hebben in Evergrande gestoken,ʼ zegt Xu. ʻDit is niet langer louter een economische kwestie,ʼ voegt ze eraan toe, ʻdit is absoluut een enorm sociaal probleem. Er zullen ernstige gevolgen zijn als deze kwestie niet goed wordt opgelost. Als de gezondheidssituatie van mijn moeder hierdoor verslechtert,ʼ zo zegt ze, ʻzal ik elke dag tegen Evergrande vechten.ʼ
Slavoj Zizek is cultuurfilosoof. Hij is onderzoeker aan het Instituut voor Sociologie en Filosofie van de Universiteit van Ljubljana, Global Distinguished Professor of German aan de New York University, en internationaal directeur van het Birkbeck Institute for the Humanities van de Universiteit van Londen. Zijn boek Als een dief op klaarlichte dag is verkrijgbaar bij Starfish Books.
De routine van deze miljardairs is niets anders dan een leugen: speculatieve uitbuiting gevolgd door inhoudsloze humanitaire bezorgdheid over de catastrofale gevolgen van iets waar hun meedogenloze kapitalisme in de eerste plaats verantwoordelijk voor is.
Iedere rechtgeaarde linkse politicus zou aan de muur boven zijn bed of eettafel de openingsalinea van Oscar Wildeʼs De ziel van de mens onder het socialisme moeten ophangen, waarin de auteur erop wijst dat ʻhet veel makkelijker is sympathie te hebben voor het lijden dan voor het denken.ʼ
Mensen worden omringd door afschuwelijke armoede, door afschuwelijke lelijkheid en door afschuwelijke hongersnood. Het is onvermijdelijk dat ze door dit alles sterk geraakt worden. Met bewonderenswaardige – hoewel dikwijls verkeerd gerichte – bedoelingen stellen zij zich dan ook zeer serieus en zeer sentimenteel tot taak het kwaad dat zij zien te verhelpen. Maar hun ʻremediesʼ genezen de ziekte niet: zij verlengen haar slechts.
Sterker nog, deze remedies maken deel uit van de ziekte. Het juiste doel is te trachten de maatschappij opnieuw op te bouwen op een zodanige basis dat armoede onmogelijk wordt. En de altruïstische inspanningen hebben de verwezenlijking van dit doel verhinderd. Het is immoreel om privé-bezit te gebruiken om het verschrikkelijke kwaad te verlichten dat het gevolg is van de instelling van het privé-bezit.
Deze laatste zin geeft een kernachtige formule van wat er mis is met de stichting van Bill en Melinda Gates. Het is niet genoeg om er alleen maar op te wijzen dat de liefdadigheidsinstelling van Gates gebaseerd is op brutale handelspraktijken – je moet een stap verder gaan en ook de ideologische grondslag van de liefdadigheidsinstelling van Gates aan de kaak stellen, de leegheid van haar pan-humanitarisme.
De titel van Sama Naamiʼs essaybundel ʻWeigering van respect: Waarom we vreemde culturen niet moeten respecteren. En onze eigen ook niet,ʼ slaat de spijker op zijn kop: het is de enige rechtgeaarde stellingname ten opzichte van de andere drie variaties op ditzelfde thema. Gatesʼ liefdadigheid impliceert de formule: respecteer alle culturen, je eigen en die van anderen. De rechts-nationalistische formule luidt: respecteer je eigen cultuur en veracht andere, die er minderwaardig aan zijn. De politiek correcte formule is: respecteer andere culturen, maar veracht je eigen cultuur, die racistisch en kolonialistisch is (daarom is politiek correcte woke-cultuur altijd anti-eurocentrisch).
De correcte linkse stellingname is: breng de verborgen tegenstellingen van je eigen cultuur aan het licht, verbind die met de tegenstellingen van andere culturen, en ga dan een gezamenlijke strijd aan met degenen die tegen de onderdrukking en de overheersing strijden die in onze cultuur werkzaam zijn, en met degenen die hetzelfde doen in andere culturen.
Dit impliceert iets wat misschien schokkend klinkt, maar we moeten erop blijven hameren: je hoeft immigranten niet te respecteren of lief te hebben – wat je moet doen is de situatie veranderen, zodat zij niet meer hoeven te zijn wat zij zijn. De burger van een ontwikkeld land die minder immigranten wil en bereid is iets te doen, zodat ze niet naar deze plek hoeven te komen die ze meestal zelfs niet eens leuk vinden, is veel beter dan een humanitair ingesteld iemand die openheid jegens immigranten predikt, terwijl hij in stilte deelneemt aan de economische en politieke praktijken die de landen waar immigranten vandaan komen te gronde hebben gericht.
Een paar jaar geleden vond ik in een winkel in Los Angeles een chocolade laxeermiddel, een stuk chocolade met de volgende paradoxale tekst op de wikkel: ʻHeeft u last van constipatie? Eet meer van deze chocolade!,ʼ d.w.z. consumeer juist datgene wat constipatie veroorzaakt.
De structuur van dit ʻchocolade laxeermiddel,ʼ d.w.z. van een product dat een middel bevat dat het product zelf in toom houdt, kan in het hele ideologische landschap van vandaag de dag worden waargenomen. Er zijn twee themaʼs die bepalend zijn voor een liberale tolerante houding tegenover anderen: het respect voor het andere, de openheid jegens het andere, EN de obsessieve angst voor intimidatie – kortom, de ander is OK voor zover zijn aanwezigheid niet opdringerig is, voor zover de ander niet echt anders is…
In de strikte homologie met de paradoxale structuur van het chocolade laxeermiddel, valt de tolerantie hiervoor samen met haar tegendeel: mijn plicht om tolerant te zijn tegenover de ander betekent in feite dat ik niet te dicht bij hem mag komen, dat ik niet in zijn ruimte mag binnendringen – kortom, dat ik zijn INTOLERANTIE tegenover mijn te grote nabijheid moet respecteren.
Dit is wat steeds meer naar voren komt als het centrale ʻmensenrechtʼ in de laat-kapitalistische samenleving: het recht om niet ʻlastig gevallenʼ te worden, om op een veilige afstand van de anderen te worden gehouden. Een soortgelijke structuur is duidelijk aanwezig in hoe wij ons verhouden tot kapitalistische woekerwinsten: het is OK als daar liefdadigheid tegenover staat – eerst vergaar je miljarden, en dan geef je (een deel) daarvan terug aan de behoeftigen.
En hetzelfde geldt voor oorlog, voor de opkomende logica van humanitair of pacifistisch militarisme: oorlog is OK voor zover hij werkelijk dient om vrede of democratie tot stand te brengen, of om de voorwaarden te scheppen voor het distribueren van humanitaire hulp. En geldt dit ook niet steeds meer voor democratie en mensenrechten: mensenrechten zijn OK als ze worden ʻheroverwogen,ʼ zodat ze marteling en een permanente noodtoestand kunnen omvatten, democratie is OK als zij wordt gezuiverd van haar populistische ʻexcessenʼ en beperkt wordt tot diegenen die ʻvolwassenʼ genoeg zijn om haar in de praktijk te brengen…
Deze structuur van het ʻchocolade laxeermiddelʼ is ook wat figuren als Bill Gates of George Soros ethisch zo problematisch maakt: staan zij niet voor de meest meedogenloze financiële speculatieve uitbuiting, gecombineerd met zijn antithese, de humanitaire bezorgdheid over de catastrofale sociale gevolgen van de ongebreidelde markteconomie? De dagelijkse routine van Soros zelf is de belichaming van een leugen: de helft van zijn werktijd besteedt hij aan financiële speculatie, en de andere helft aan ʻhumanitaireʼ activiteiten (het financieren van culturele en democratische activiteiten in post-communistische landen, het schrijven van essays en boeken) die uiteindelijk de gevolgen van zijn eigen speculatieve gedrag bestrijden.
De crisis waarin wij verkeren is te ernstig om haar met chocolade laxeermiddelen te bestrijden. We hebben louter bittere laxeermiddelen nodig – we bevinden ons (nog) niet in oorlog, maar misschien wel in iets wat nog gevaarlijker is: we vechten niet tegen een vijand, de enige vijand zijn wij zelf, de destructieve gevolgen van de kapitalistische productiviteit.
Herinnert u zich nog dat Cuba na de val van de Sovjet-Unie een ʻSpeciale Periode in Tijden van Vredeʼ (ʻperiodo especial en tiempos de pazʼ) afkondigde: oorlogsomstandigheden in een tijd van vrede. Misschien is dit de term die we zouden moeten gebruiken voor onze huidige situatie: we gaan een zeer speciale periode in in een tijd van vrede.
Massimo Cacciari en Giorgio Agamben zijn Italiaanse filosofen
Discriminatie van een categorie mensen, die daardoor automatisch tweederangsburgers worden, is op zichzelf een zeer ernstige zaak, waarvan de gevolgen dramatisch kunnen zijn voor het democratisch leven. Dit wordt nu, via de zogenaamde groene pas, met onbegrijpelijke lichtzinnigheid bewerkstelligd. Elk despotisch regime heeft altijd gewerkt met discriminatiepraktijken, die aanvankelijk misschien gematigd waren, maar vervolgens steeds wijdverbreider raakten. Het is geen toeval dat men in China zegt door te willen gaan met het track and trace-beleid, ook al is de pandemie voorbij. En het is de moeite waard het ʻbinnenlandse paspoortʼ in herinnering te roepen, dat de burgers van de Sovjet-Unie bij elke reis aan de autoriteiten moesten tonen. Als een politicus zo ver gaat dat hij degenen die zich niet willen laten vaccineren aanspreekt met fascistisch jargon als ʻwe zullen jullie zuiveren met de groene pas,ʼ moet echt gevreesd worden dat dit instrument buiten iedere grondwettelijke bescherming zal vallen.
Wee als het vaccin een soort religieus-politiek symbool wordt. Dit zou niet alleen een ontoelaatbare antidemocratische tendens zijn, maar ook niet stroken met het wetenschappelijk bewijs zelf. Niemand roept mensen op om zich niet te laten vaccineren! Het is één ding om te beweren dat het vaccin nuttig is, maar iets heel anders om te ontkennen dat we ons nog steeds in een fase van “massa-experimenten” bevinden en dat het wetenschappelijk debat over vele fundamentele aspecten van het probleem nog volledig open is. In het Publicatieblad van het Europees Parlement van 15 juni jl. staat duidelijk dat “directe of indirecte discriminatie van personen die niet gevaccineerd zijn, met inbegrip van personen die ervoor gekozen hebben zich niet te laten vaccineren, moet worden vermeden.” En hoe kan het ook anders? De gevaccineerden kunnen niet alleen besmet raken, maar ook ziek worden: in Engeland waren 50 van de 117 nieuwe sterfgevallen als gevolg van COVID-19 tweemaal gevaccineerd. In Israël beschermt het vaccin naar schatting 64 procent van degenen die een prik hebben gekregen. De farmaceutische bedrijven zelf hebben officieel verklaard dat het niet mogelijk is de schade van het vaccin op de langere termijn te voorspellen, omdat zij geen tijd hebben gehad om alle genotoxiciteits- en carcinogeniciteitstests uit te voeren. “Nature” heeft berekend dat 15 procent van de bevolking niet gevaccineerd zal blijven. Hoe lang zullen wij dan nog aan de pas moeten blijven vasthouden?
Iedereen wordt bedreigd door discriminerende praktijken. Paradoxaal genoeg geldt dat eerder voor degenen die door de groene pas “worden gefaciliteerd” dan voor de niet-gevaccineerden (die door de propaganda van het regime worden afgeschilderd als “vijanden van de wetenschap” of misschien zelfs als aanhangers van magische praktijken), omdat al hun bewegingen zullen worden gecontroleerd en het nooit mogelijk zal zijn te achterhalen hoe en door wie. De behoefte om te discrimineren is zo oud als de maatschappij zelf, en was al zeer aanwezig in de onze, maar om dit vandaag tot wet te verheffen is iets dat het democratisch geweten niet kan aanvaarden en waartegen het onmiddellijk in opstand moet komen.
Uit het Italiaans in het Engels vertaald door Costantino Ceoldo
[Noot van de vertaler: Twee vooraanstaande Italiaanse filosofen, Giorgio Agamben en Massimo Cacciari, delen met ons hun gegronde zorgen over het decreet van de regering-Draghi waarmee vanaf 6 augustus de zogenoemde ʻGroene Pasʼ in het leven wordt geroepen: het certificaat dat gevaccineerde mensen in staat stelt gebruik te maken van treinen, bussen, theaters en fitnessruimtes, terwijl niet-gevaccineerden daarvan buitengesloten worden. Er werd een Engelse benaming gebruikt (ʻGreen Passʼ), omdat de eenvoudiger Italiaanse term te veel Nazi-connotaties had, maar het principe is hetzelfde. We kunnen ons slechts aansluiten bij de zorgen van deze twee filosofen, die het risico lopen opnieuw gehaat te zullen worden wegens hun contraire opvattingen.]
Nouriel Roubini was hoogleraar economie aan de Stern School of Business van de New York University. Hij heeft gewerkt voor het IMF, de US Federal Reserve en de Wereldbank.
De waarschuwingssignalen voor de wereldeconomie staan op rood, en de centrale banken zullen in een onmogelijke positie komen te verkeren
In april waarschuwde ik dat het huidige extreem soepele monetaire en begrotingsbeleid, in combinatie met een aantal negatieve aanbodschokken, zou kunnen leiden tot stagflatie zoals in de jaren zeventig (hoge inflatie naast een recessie). In feite is het risico vandaag zelfs nog groter dan dat het toen was.
In de jaren zeventig waren de schuldratioʼs in de ontwikkelde economieën en op de meeste opkomende markten immers veel lager, waardoor stagflatie historisch gezien niet met schuldencrises in verband is gebracht. Integendeel, de onverwachte inflatie van de jaren zeventig heeft de reële waarde van de nominale vastrentende schulden uitgewist, waardoor de schuldenlast van veel geavanceerde economieën is verminderd.
Tijdens de financiële crisis van 2007-2008 daarentegen veroorzaakten de hoge schuldratioʼs (zowel particuliere als publieke) een ernstige schuldencrisis, doordat huizenbubbels uiteenspatten, maar de daaropvolgende recessie leidde tot lage inflatie, zo niet regelrechte deflatie. Als gevolg van de kredietschaarste onderging de totale vraag een enorme schok, terwijl de risicoʼs nu aan de aanbodzijde liggen.
We zitten dus met het ergste uit zowel de stagflatoire jaren zeventig als de periode 2007-2010. De schuldratioʼs zijn nu veel hoger dan in de jaren zeventig, en een mix van soepel economisch beleid en negatieve aanbodschokken dreigt eerder inflatie dan deflatie te veroorzaken, waardoor de komende paar jaar de weg wordt vrijgemaakt voor de moeder van alle stagflatoire schuldencrises.
Voorlopig zullen het soepele monetaire en begrotingsbeleid de activaprijzen en de kredietzeepbellen blijven voeden, en een treinramp in slow motion blijven aanjagen. De waarschuwingssignalen zijn al zichtbaar in de huidige hoge koers-winstverhoudingen, de lage risicopremies voor aandelen, de opgeblazen koersen van de technologieaandelen en de huizenprijzen, en de irrationele uitbundigheid rond ʻspecial purposeʼ overnamebedrijven, de cryptosector, hoogrentende bedrijfsschulden, zogenoemde ʻcollateralised loan obligations,ʼ private equity, meme-aandelen, en de op hol geslagen retaildaghandel. Op een gegeven moment zal deze hausse uitmonden in een ʻMinsky-momentʼ (een plotseling verlies van vertrouwen), en een strakker monetair beleid zal dan een baisse en een crash veroorzaken.
Maar intussen zal hetzelfde soepele beleid dat de activabubbels voedt de inflatie van de consumptieprijzen blijven aanwakkeren en de voorwaarden scheppen voor stagflatie als de volgende negatieve aanbodschokken zich voordoen. Dergelijke schokken kunnen het gevolg zijn van hernieuwd protectionisme, de vergrijzing van de bevolking in de geavanceerde en opkomende economieën, immigratiebeperkingen in de geavanceerde economieën, de verplaatsing van de productie naar regioʼs met hoge kosten, of de balkanisering van de mondiale aanbodketens.
Meer in het algemeen dreigt de Chinees-Amerikaanse ontkoppeling de wereldeconomie te fragmenteren, op een moment dat de klimaatverandering en de Covid-19-pandemie de nationale overheden in de richting van een grotere zelfredzaamheid duwen. Voeg daarbij het effect op de productie van de steeds frequentere cyberaanvallen op cruciale infrastructuur, en het sociale en politieke verzet tegen de ongelijkheid, en het recept voor macro-economische ontwrichting is compleet.
Tot overmaat van ramp hebben de centrale banken in feite hun onafhankelijkheid verloren, omdat hen geen andere keuze wordt gelaten dan de enorme begrotingstekorten te monetariseren om een schuldencrisis te voorkomen. Nu zowel de publieke als de particuliere schulden sterk zijn gestegen, zitten zij in een schuldenval. Naarmate de inflatie de komende jaren oploopt, zullen de centrale banken voor een dilemma komen te staan. Als zij beginnen met het afbouwen van de onconventionele beleidsmaatregelen en met het verhogen van de rente om de inflatie te bestrijden, lopen zij het risico een enorme schuldencrisis en een ernstige recessie te veroorzaken; maar als zij een soepel monetair beleid blijven voeren, lopen zij het risico van een inflatie met dubbele cijfers – en een diepe stagflatie wanneer de volgende negatieve aanbodschokken zich aandienen.
Maar zelfs in het tweede scenario zouden de beleidsmakers niet in staat zijn een schuldencrisis te voorkomen. Hoewel de nominale vastrentende staatsschuld in de ontwikkelde economieën gedeeltelijk kan worden weggevaagd door onverwachte inflatie (zoals in de jaren zeventig is gebeurd), zou dat niet het geval zijn voor de in buitenlandse valuta gedenomineerde schulden van de opkomende markten. Veel van deze landen zouden in gebreke moeten blijven en hun schulden moeten herstructureren.
Tegelijkertijd zouden de particuliere schulden in de geavanceerde economieën onhoudbaar worden (zoals na de wereldwijde financiële crisis van 2007-2008), en hun spreads ten opzichte van veiliger staatsobligaties zouden pieken, waardoor een kettingreactie van wanbetalingen op gang zou komen. Ondernemingen met een hoge schuldenlast en hun roekeloze schaduwbankcrediteuren zouden als eersten ten onder gaan, al snel gevolgd door huishoudens met schulden en de banken die hen financierden.
Zeker, de reële langetermijnkosten voor leningen kunnen aanvankelijk dalen als de inflatie onverwacht stijgt en de centrale banken nog steeds achter de feiten aanlopen. Maar na verloop van tijd zullen deze kosten door drie factoren worden opgedreven. In de eerste plaats zullen de hogere publieke en particuliere schulden de renteverschillen tussen overheden en particulieren doen toenemen. In de tweede plaats zullen de stijgende inflatie en de toenemende onzekerheid de inflatierisicopremies opdrijven. En in de derde plaats zal een stijgende misère-index – de som van het inflatie- en het werkloosheidscijfer – uiteindelijk tot een ʻVolcker-momentʼ leiden.
Toen de voormalige voorzitter van de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken), Paul Volcker, in 1980-ʼ82 de rente verhoogde om de inflatie aan te pakken, resulteerde dit in een zware dubbele-dip-recessie in de VS, en een schuldencrisis en een verloren decennium in Latijns-Amerika. Maar nu de schuldratioʼs wereldwijd bijna drie keer zo hoog zijn als begin jaren zeventig, zou elk anti-inflatoir beleid eerder tot een depressie dan tot een zware recessie leiden.
Onder deze omstandigheden zijn de handen van de centrale banken aan alle kanten gebonden, en zullen veel regeringen semi-insolvabel zijn en dus niet in staat zijn banken, bedrijven en huishoudens te redden. De doemcyclus van overheden en banken in de eurozone na de wereldwijde financiële crisis zal zich wereldwijd herhalen, waarbij ook huishoudens, bedrijven en schaduwbanken kopje onder zullen gaan.
Zoals de zaken er nu voor staan, lijkt deze treinramp in slowmotion onvermijdelijk. De recente ommezwaai van de Fed van een ultra-soepel naar een overwegend soepel monetair beleid verandert daar niets aan. De Fed zit al op zijn minst sinds december 2018 in een schuldenval, toen een crash van de aandelen- en kredietmarkten de Fed dwong om zijn beleidsverkrapping terug te draaien, een vol jaar vóórdat Covid-19 toesloeg. Nu de inflatie stijgt en stagflatoire schokken dreigen, zit de Fed nog meer in de val.
Dat geldt ook voor de Europese Centrale Bank, de Bank of Japan en de Bank of England. De stagflatie van de jaren zeventig zal spoedig de schuldencrises van na 2008 ontmoeten. De vraag is niet óf, maar wanneer.
Peter Edel (Amsterdam, 1959) is fotograaf en publicist. Tussen 2010 en 2018 volgde hij de politiek in Turkije voor de websites Joop, De Wereld Morgen, MO, Turkijeblog en Turksnieuws. Sinds 2018 schrijft hij vooral over extreemrechtse netwerken en de raakvlakken daarvan met cybertechnologie.
In mijn artikel De duistere achtergronden van QAnon – deel 1 beschreef ik Cicada 3301 en hoe vanuit deze mysterieuze Alternate Reality Game op internet de omgeving ontstond waarbinnen de Q Clearance Patriot zijn QAnonsens wereldkundig maakte. Als uitgangspunt nam ik de Financial Times-video Is QAnon a game gone wrong?. Het is vrij uitzonderlijk dat deze krant zo diep inging op de oorsprong van QAnon. De meeste media zijn daar terughoudend over, zoals in Nederland, waar nog vrijwel niets over dit thema is verschenen. Het is niet vreemd dat redacties hiervoor terugschrikken, in aanmerking genomen dat het bij de FT tot een tamelijk onoverzichtelijk geheel leidde. Dit artikel is voor een deel dan ook wederom een poging om het bos ondanks de bomen zichtbaar te houden.
Is QAnon a game gone wrong? was voor een belangrijk deel gebaseerd op een interview met Jim Stewartson, een vertegenwoordiger van het anti-Q-netwerk in de VS. Stewartson noemde de als musicus en componist te boek staande Thomas Schoenberger als schakel tussen Cicada 3301 en QAnon. De buitenwacht zal Schoenbergers naam wellicht niet direct bekend voorkomen, maar bestrijders van de Q-sekte hebben aan zijn initialen genoeg om te weten over wie het gaat.
Volgens Stewartson wilde Schoenberger Cicada 3301 gebruiken om slimme deelnemers aan dat internetspel te radicaliseren. Alleen al door deze uitspraak behoeft Schoenberger nadere aandacht. Hij vormt dan ook de rode lijn in dit artikel, al zal het niet alleen om hem draaien. Integendeel, de lezer zal via Schoenbergers duistere antecedenten belanden bij conspirituality, het punt waar New Age-ideeën en complottheorieën samenvallen. En uiteindelijk zelfs bij een postmodern Messiaans verhaal.
Bij de vraag of Schoenberger het brein is achter de Q Drops zal ik niet stil staan. Omdat de Q Drops duidelijk meerdere auteurs kenden, maar ook omdat de vraag niet erg relevant is. Zoals ik in het eerste artikel al schreef moet de eerste de beste idioot in staat worden geacht om loze voorspellingen te doen. Wanneer de blik te veel wordt gefixeerd op de identiteit van Q ontstaat bovendien het risico dat de bredere context waarbinnen QAnon kon ontstaan en verspreid werd, uit het oog wordt verloren.
Die kant ging het op met de Amerikaanse documentairemaker Cullen Hoback in zijn recente HBO-serie Q Into The Storm. Ron Watkins, de zoon van 8chan-eigenaar Jim Watkins, kwam hier naar voren als de schrijver van de Q-Drops. Het was echter al bekend dat vader en zoon Watkins er mee te maken hadden, dus de toegevoegde waarde van die kennis was twijfelachtig, terwijl door alle aandacht voor het ‘nieuws’ het grotere geheel deels uit het oog werd verloren. Anders gesteld: om QAnon te kunnen duiden is het essentieel om voorbij de identiteit van Q te kijken. Iemand als Thomas Schoenberger verschijnt dan al snel in het blikveld. Vooral wanneer dat blikveld zich uitstrekt tot vóór het verschijnen van de eerste Q Drop.
FBIAnon
Zoals ik in het vorige artikel al schreef verschenen ook vóór de eerste Q Dropop 28 oktober 2017 al berichten van ‘anons’ op de imageboard website 4chan. Dat wil zeggen, van verspreiders van complottheorieën die zich achter een fictieve identiteit verscholen. Eén ervan noemde zich FBIAnon en pretendeerde een high-level analyst and strategist van de FBI te zijn. Veel van wat later door Q werd geschreven beweerde FBIAnon ook al, zoals de aantijging van Q dat Hillary Clinton betrokken was bij seksueel misbruik van kinderen. Wat FBIAnon verder met de Q Clearance Patriot gemeen had was dat voorspellingen nooit uitkwamen. Zo voorspelde FBIAnon in 2016 dat Bill Clinton binnen vier jaar zou komen te overlijden, maar zoals we weten leeft de oud-president anno 2021 nog en zijn er geen aanwijzingen dat daar binnenkort verandering in zal komen.
FBIAnon wilde overheidsgeheimen lekken uit ‘liefde voor het land.’ Rolling Stone Magazine vroeg zich af welk land daarmee bedoeld werd, want met uitspraken als ‘Russia is more a paragon of freedom and nationalism than any other country’ en ‘We are the aggressors against Russia’ stelde FBIAnon zich in niet geringe mate pro-Russisch op.
De berichten van FBIAnon kregen niet het bereik van de latere Q Drops, maar werden wel al verspreid in extreemrechtse kringen, met name door het YouTube-kanaal Victurus Libertas. Ik correspondeerde hierover met Arturo Tafoya (ook bekend als ‘Arturo Tafoyovsky’ en ‘Lestat’), die als videomaker voor Cicada 3301 werkte en Schoenberger zo leerde kennen. Tafoya keerde zich tegen Schoenberger toen hij merkte dat die Cicada tot een ‘wapen’ wilde transformeren. Tot QAnon, met andere woorden. De ruzie tussen beiden die hier het gevolg van was, gaat tot op heden onverminderd door.
Tafoya meent dat met de verspreiding van FBIAnon-berichten via Victurus Libertas de basis werd gelegd voor de latere Q influencers. De groep die bij Cicada de puzzels maakte had daar niets mee te maken. Volgens Tafoya valt QAnon in feite naar FBIAnon te herleiden, en daarmee naar Schoenberger, die Tafoya evenals het anti-Q-netwerk nadrukkelijk met FBIAnon associeert. Zoals men Schoenbergers vriendin Lisa Clapier daar in verband brengt met Maganon, een andere anon die vóór de komst QAnon al op 4chan actief was.
Ik vroeg Arturo Tafoya ook naar de voormalige CIA-medewerker Robert David Steele en de oud-NSA-employee William Binney. Dat is belangrijk, want volgens het anti-Q-netwerk onderhielden deze twee ‘klokkenluiders’ banden met Thomas Schoenberger, dan wel met medewerkers van hem. Deze connectie zou elementair zijn geweest voor het ontstaan van de groep waar het initiatief tot QAnon in eerste instantie van uitging.
Tafoya antwoordde dat hij Schoenberger had horen zeggen dat hij Binney kende. Maar helemaal zeker was Tafoya niet. Het kon ook een leugen zijn van Schoenberger, zo schreef hij. Maar over Steele kende Tafoya geen enkele twijfel. Die was volgens hem erg close met Schoenberger.
The Composer
Schoenberger presenteert zich op zijn website als polymath, composer, historian, entrepreneur, event designer, inventor and writer. Zijn tegenstanders (ʻvijandenʼ dekt de lading beter) hebben daar weinig boodschap aan. Zij wijzen op de tientallen anonieme Twitter-accounts, zogenaamde sock accounts, die Schoenberger volgens hen gebruikt om zijn tegenstanders doelwit te maken van gangstalking. Dat laatste wordt als zeer bedreigend en intimiderend ervaren. Schoenberger wordt verweten mensen tot psychische problemen te hebben gedreven, wat verklaart dat hij als narcistisch, manipulatief en psychopatisch te boek staat.
Iemand die in dergelijke termen over Schoenberger denkt is de Amerikaanse, maar in Wenen woonachtige, Beth Bogaerts. Ik sprak haar via de telefoon. Bogaerts legde uit hoe ze als researcher betrokken raakte bij Cicada 3301 en Schoenberger zo leerde kennen. Toen ze evenals Arturo Tafoya lucht kreeg van Schoenbergers oneigenlijke plannen met Cicada greep ze in. Dat deed ze door de rechten over Cicada in bezit te nemen (om deze later weer door te geven aan Marcus Wanner, die in 2015 het Cicada-raadsel wist op te lossen). Deze manoeuvre had een haatcampagne tot gevolg door Schoenberger en figuren in zijn omgeving. Met als gevolg dat Bogaerts naar eigen zeggen op een zeker moment zelfs tot zelfmoord werd aangezet. Er kwam volgens haar geen einde aan de harassment, wat haar tot een juridische procedure tegen Schoenberger deed besluiten.
Schoenbergers sock accounts komen en gaan op Twitter. Telkens wordt er de aanval mee geopend op betrokkenen bij het anti-Q-netwerk, of op anderen, onder wie Beth Bogaerts en Arturo Tafoya. Als daarbij zonder enig bewijs de beschuldiging van pedofilie valt, lijkt de Q-aap uit de mouw te komen. Beschuldigingen omtrent pedofilie vormen immers de kern van het QAnon narrative.
In het voorjaar van 2021 verscheen het account @TheComposer13 op Twitter. Vrij verrassend deed Schoenberger in dit geval geen enkele moeite om zijn identiteit te verhullen. Er stond zelfs een foto van hem bij. Een niet eerder vertoonde, recente foto bovendien (recente foto’s van Schoenberger zijn schaars).
Het nieuwe account opende de weg tot direct contact met Thomas Schoenberger zelf. Hij begon daarbij uit eigen beweging over QAnon. Hij distantieerde zich ervan en omschreef het fenomeen als ‘silly,’ wat nogal een understatement lijkt voor een stroming die via het verspreiden van complottheorieën grote maatschappelijke onrust teweeg heeft gebracht.
Schoenberger draaide alles om, met als resultaat dat iedereen die kritiek op hem heeft opeens zelf verbonden is aan de oorsprong van QAnon. Hij stuurde me een schematische weergave waarin Jim Stewartson van het anti-Q-netwerk een van de spinnen in het QAnon-web is, naast Arturo Tafoya en Beth Bogaerts. Laatstgenoemde noemde hij ook nog apart als grondlegger van de QAnon-beweging. Dat wil zeggen: samen met een zekere Daniel Vezino, de ‘beste vriend’ van Bogaerts.
Een zoektocht op internet naar Daniel Vezino leverde geen aanknopingspunten op. Een woordvoerder van het anti-Q-netwerk kende de naam evenmin, maar tijdens een gesprek met Bogaerts bevestigde ze dat Vezino inderdaad een vriend van haar is. Het gaat volgens haar om iemand met zware psychische problemen. Volgens Bogaerts kiest Schoenberger bewust mensen met psychische problemen als doelwit.
Over Bogaerts schreef Schoenberger verder dat hij door haar met rust gelaten wil worden. Exact hetzelfde zei Bogaerts over Schoenberger. Uiteraard is dit het woord van de één tegenover het woord van de ander, waar aan toegevoegd moet worden dat Schoenberger vaker terecht heeft gestaan voor vergrijpen als stalking.
Ook Lisa Clapier, wiens taak het volgens het anti-Q-netwerk was om personen van Cicada 3301 naar QAnon over te hevelen, kwam ter sprake in de correspondentie met Thomas Schoenberger. Er leefde volgens hem veel haat tussen Clapier en Bogaerts. Haat die gebaseerd zou zijn op jaloezie, omdat beiden een oogje op hem hadden, zo schreef hij… Verder vond hij dat Clapier door Bogaerts in de positie van dupe was geplaatst ten aanzien van QAnon. Bogaerts stelde precies het tegenovergestelde toen ik haar sprak.
Een paar dagen later verzond Schoenberger echter een tweet waarin hij opeens de positie van Lisa Clapier binnen de harde kern van QAnon bevestigde. Mij schreef hij vervolgens met haar van mening te verschillen over QAnon, maar verder verdedigde hij haar. Ze had not a penny aan de QAnon stuff overgehouden, zo schreef hij, waardoor hij terloops bevestigde dat het bij QAnon vaak om geld draait. Schoenberger noemde de aanvallen op Clapier oneerlijk. Ze is volgens hem decent and kind, waarbij hij het feit dat zij een veroordeling aan haar broek kreeg wegens fraude uiteraard niet noemde. En passant schoot Schoenberger ook nog in de bres voor ‘Ron en zijn familie,’ waarmee hij de zoon van 8chan-eigenaar Ron Watkins bedoelde.
Richard Miller (ook bekend als ‘Z’), die evenals Arturo Tafoya en Beth Bogaerts voor Cicada 3301 heeft gewerkt, reageerde als volgt op de tweet van Schoenberger over Clapier. ‘Wait, I thought I was Q,’ schreef hij, kennelijk geamuseerd. Evenals Bogaerts en Tafoya werd ook Miller van betrokkenheid bij QAnon beschuldigd door Schoenberger.
Mijn contacten met Beth Bogaerts, Arturo Tafoya en Thomas Schoenberger bevestigden veel van wat ik eerder al via het anti-Q-netwerk wist. Daar staat tegenover dat iedereen hier een overduidelijke persoonlijke agenda heeft, waardoor het zaak blijft de informatie door een filter te blijven beschouwen. Dat geldt niet alleen voor Schoenberger. Bogaerts en Tafoya mogen dan erg tegen hem gekant zijn, ze waren zelf ook betrokken bij Cicada 3301, dat zoals ik in deel 1 al stelde door Rolling Stone MagazineThe Web’s Deepest Mystery werd genoemd. Ik vroeg Tafoya of hij wist wie Cicada 3301 begonnen is, maar ik kreeg daar geen duidelijk antwoord op. Interessant was desalniettemin dat Cicada volgens hem in eerste instantie gebaseerd was op een BBC-documentaire over treasure hunt. Ik kon niets in dat verband vinden.
De correspondentie met Tafoya, Bogaerts en Schoenberger droeg bij aan mijn geleidelijk aan gegroeide indruk dat de grenzen tussen de verschillende partijen in deze niet zo hard getrokken zijn als men in eerste instantie geneigd zou zijn aan te nemen. Hoe dan ook, wie de interactie tussen de verschillende kampen op Twitter volgt zal getuige zijn van een onvoorstelbare partij moddergooien, waarbij geen beschuldiging te ver lijkt te gaan. Nogal vermoeiend, en het zou totaal oninteressant zijn geweest als de inzet niet uit de werkelijkheid omtrent de oorsprong van QAnon had bestaan.
Beth Bogaerts hield afstand van het moddergooien. Ze gebruikte haar account sowieso sporadisch. Dat account verdween overigens kort nadat ik voor het laatst contact met haar had. Toen ik haar vroeg naar het waarom daarvan antwoordde ze moe te zijn van de bullies, en dat het geen zin had omdat ze alleen maar aangevallen werd. Een paar dagen later was haar Twitter-account echter terug van weggeweest. Ik zag het als onzekerheid van de kant van Bogaerts.
Bogaerts en Tafoya waren tijdens mijn contacten met hen erg vriendelijk, maar Schoenberger was niet minder. Hij was zelfs iets té vriendelijk naar mijn smaak. Nadat hij begrepen had dat ik uit Nederland kom, schreef hij dat Nederlanders hem erg dierbaar zijn, en dat Nederlandse journalisten heel verstandig zijn en aan fact checking doen. Hij schreef te wensen dat Amerikaanse journalisten ook zo waren. Is Schoenberger bekend met de Nederlandse journalistiek, of maakte deze opmerking deel uit van een charmeoffensief? Ik vermoed het laatste.
Nowruz Commission
Beth Bogaerts was niet de enige die een juridische procedure tegen Schoenberger begon. Ook zijn voormalige liefje Isabelle Gauthier deed dat. Gauthier meende dat hij haar geld schuldig is. Op het eerste gezicht misschien niet het meest intrigerende uitgangspunt, maar Schoenbergers verklaringen in deze zaak zijn dat des te meer.
Hoewel het feitelijk niets met de procedure te maken had, kwam tijdens het verhoor van Schoenberger door de advocaat van de tegenpartij een opmerkelijk detail aan het licht. Hij verklaarde in 2011 betrokken te zijn geweest bij de voorbereiding van een Pentagon-operatie in Afghanistan. Uiteindelijk kwam daar niets van terecht, naar zijn zeggen omdat de Taliban er lucht van hadden gekregen, maar van iemand die eraan hecht te benadrukken componist en musicus te zijn verwacht je een dergelijke betrokkenheid bij het Pentagon sowieso niet.
Het zou echter een operatie met een uitzonderlijk karakter zijn geweest. Schoenberger schreef me dat het Pentagon de betrekkingen met de bevolking in Afghanistan wilde verbeteren door een concert te organiseren in Herat, nabij de grens met Iran. Zelf zou hij daar dan als ‘vrijwilliger’ muziek ten gehore brengen.
In de zitting die deel uitmaakte van het proces dat Gauthier tegen hem aanspande verklaarde Schoenberger dat hij nooit naar Afghanistan is afgereisd. Wel zei hij bij deze gelegenheid drie jaar later in Turkije te zijn geweest, om special ops officers te rekruteren in de strijd tegen de Islamitische Staat. Ook had hij in Turkije naar zijn zeggen contact met Kurdish resistance fighters. Verder verklaarde hij dat Turkije olie leverde aan de Islamitische Staat. Merkwaardig, aangezien de Islamitische Staat bepaald geen gebrek aan olie had.
Ik vroeg Schoenberger over zijn bezoek aan Turkije. Hij antwoordde ontdaan te zijn geweest over de onthoofdingen door de Islamitische Staat en dat hij vond dat de Amerikaanse strijdkrachten niet effectief genoeg waren om daar een einde aan te maken. Daarom wilde hij een eliteteam formeren dat de leiders van de Islamitische Staat kon uitschakelen. Het liep op niets uit, schreef hij. Maar het blijft vreemd dat iemand die benadrukt alleen musicus en componist te zijn zich opeens in staat achtte tot het initiëren van een militaire operatie.
Tijdens het verhoor in de door Gauthier tegen hem aangespannen zaak noemde Schoenberger een aantal namen van mensen die volgens hem op de hoogte waren van het Pentagon-plan in Afghanistan. Een daarvan was die van Seval Öz, de zuster van Mehmet Öz, een in de VS bekende televisiedokter van Turkse komaf. In 2018 werd Mehmet Öz door Donald Trump benoemd tot lid van de President’s Council on Sports, Fitness and Nutrition.
Tijdens de rechtszitting noemde Schoenberger in verband met de afgeblazen operatie in Afghanistan verder de naam van Bijan Kian, een uit Iran afkomstige Amerikaanse zakenman, die door George W. Bush was benoemd tot directielid van de Export-Import Bank of the United States. In 2010 behoorde Kian daarnaast tot de oprichters van de Nowruz Commission, een liefdadigheidsinstelling gericht op de instandhouding van Nowruz, het Iraanse nieuwjaar.
Een andere oprichter van de Nowruz Commission is Nasser Kazeminy, de eveneens uit Iran afkomstige oprichter en bestuursvoorzitter van de NJK Holding. Zijn nicht, de oorspronkelijk ook uit Iran afkomstige musicus Faranak ‘Fara’ Shahroozi, is de ex-vrouw van Thomas Schoenberger. Samen kregen zij een zoon, Wolfgang Schoenberger. Kazeminy werd de peetvader van Wolfgang. Daarnaast begon hij samen met Thomas Schoenberger de onderneming Amadeus Investors LLC.
Wolfgang? Amadeus? De fascinatie voor Mozart deelde Schoenberger met de voormalige CIA-employee Bruce C.Clarke, die in deel 1 van het artikel De duistere achtergronden van QAnon werd genoemd als vermeende grondlegger van de Cicada 3301-game, al zijn er weinig redenen om te geloven dat de man daar werkelijk iets mee te maken had. Drie jaar later, toen Schoenberger in een proces terechtkwam tegen de trust van zijn moeder, Elsebeth Schoenberger, zei hij Clarke in 2005 in Wenen aan zijn ouders te hebben voorgesteld. Clarke was volgens Schoenberger peetvader van zijn zoon. Evenals Kazeminy dus.
In 2013 was niemand anders dan Michael Flynn te gast bij de Nowruz Commission. Deze huidige held en martelaar van de Q-sekte was een jaar eerder door Barack Obama tot director of national intelligence benoemd. Volgens de publicist Daniel Morrison viel op dat Flynn verdachte contacten met Russen begon te ontwikkelen, nadat hij zich bij de Nowruz Commission had vertoond. Dat is verklaarbaar, want de Russische ambassadeur in de VS, Sergei Kislyak, staat op de lijst van ambassadors van de Nowruz Commission.
Flynn was de eerste Amerikaanse militair die werd uitgenodigd om een toespraak te houden op het hoofdkwartier in Moskou van de Russische militaire inlichtingendienst GRU. Hij wilde vervolgens medewerkers van GRU naar de VS uitnodigen, maar zijn superieur, Obama’s national intelligence director James Clapper, stak daar een stokje voor. In 2014 besloot Obama een einde te maken aan Flynns positie binnen de regering. Een jaar later zat Flynn naast Vladimir Poetin aan tafel tijdens een gala van het Russische TV-kanaal RT.
Ekim Alptekin
Na zijn ontslag door Obama begon Flynn een lobbyonderneming: de Flynn Intel Group. De door Schoenberger genoemde Bijan Kian van de Nowruz Commission werd er zijn partner. Flynn trad intussen ook op als adviseur van de NJK Holding van Nasser Kazeminy, Schoenbergers partner in Amadeus Investors LLC.
In 2016 werd de Flynn Intel Group in de arm genomen door Ekim Alptekin, een Nederlander met een Turkse achtergrond, die tot op heden ook op de lijst van ambassadors van de Nowruz Commission staat. Alptekin kende Bijan Kian al eerder, als investeerder in een door hem begonnen vliegtuigonderneming. Via Kian maakte Alptekin kennis met Flynn.
Alptekins onderneming Inovo B.V. betaalde Flynn $530.000 om in de VS een lobby te beginnen tegen de Turkse geestelijke Fethullah Gülen, die al meer dan twee decennia in de VS verblijft. Volgens de Turkse president Recep Tayyip Erdogan was Gülen het brein achter de mislukte staatsgreep in Turkije van 2016. Vijf jaar na dato is daar nog altijd veel over in nevelen gehuld. Dat tot de Gülen-beweging behorende militairen bij de couppoging betrokken waren is duidelijk, maar of dit het hele verhaal was is dat verre van. Voor Alptekin was het wel zo simpel en daarom wilde hij in de VS een lobby tegen Gülen beginnen, met de uitlevering van de imam aan Turkije als doelstelling.
Er kwam niets van terecht. Flynn, Kian en Alptekin werkten zich in de nesten, omdat ze nalieten er bij de Amerikaanse autoriteiten melding van te maken dat zij in de VS voor een ander land actief waren, wat zij gezien de zogenaamde FARA-act verplicht waren. Als gevolg hiervan kregen zij een aanklacht aan hun broek. Flynn zou later amnestie van Trump krijgen en ook
Bijan Kian leek er genadig vanaf te komen. Hij werd veroordeeld, maar in hoger beroep wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. In 2021 werd deze uitspraak echter vernietigd, waardoor Kian nog steeds met een probleem zit.
De procedure tegen Alptekin loopt eveneens nog. Wanneer justitie hem wil veroordelen, dan zal men hem eerst te pakken moeten zien te krijgen. De huidige regering in Ankara zal hem niet snel naar de VS uitwijzen, maar het einde van het Erdogan-tijdperk komt langzamerhand in zicht en het is de vraag wat een nieuwe regering over Alptekin zal beslissen. Wordt hij alsnog uitgewezen, dan hangt hem een gevangenisstraf van dertig jaar boven het hoofd.
Via Twitter blijft Alptekin voor Kian op de bres springen. En voor Flynn, maar die twee hebben veel gemeen. Evenals Flynn heeft de Turks-Nederlandse zakenman de nodige Russische connecties, en associaties met extreemrechts gaat hij evenmin uit de weg. Zo schroomt hij niet om op Twitter een bericht door te sturen van de complotfantast en internettrol Jack Posobiec, die in 2016 zijn bijdrage leverde aan de verspreiding van de complottheorie Pizzagate en mede vanwege zijn werkzaamheden voor One America News Network met QAnon geassocieerd raakte. Verder liet Alptekin zich interviewen door Tracy ‘Beanz’ Diaz. In het eerste deel van deze artikelenserie noemde ik haar als de YouTube-ster die in 2017 een forse bijdrage leverde aan de groei van de prille QAnon-beweging. Diaz is een primaire discipel van Michael Flynn, wat het verklaarbaar maakt dat Alptekin zijn kant van het verhaal bij haar mocht vertellen. De consequentie was dat hij met twee voeten in het QAnon-landschap kwam te staan.
Tijdens een telefoongesprek met Ekim Alptekin vroeg ik hem over het interview dat Tracy Diaz met hem deed. Hij zei dat een volger van hem op Twitter het interview had gesuggereerd en dat Diaz vervolgens contact met hem opnam. Op mijn vraag of hij zich bewust was van Diaz’ affiniteit met QAnon antwoordde hij ontkennend, waar hij aan toevoegde dat hij zich in zijn situatie niet de luxe kan veroorloven om kieskeurig te zijn wat betreft journalisten die hem willen interviewen.
Alptekin zei de naam van Schoenberger niet te kennen. Dat is goed mogelijk, want gezien zijn relatie met Bijan Kian en Nasser Kazeminy was het niet noodzakelijk voor hen om hem over Schoenberger te informeren. Bovendien wordt Schoenberger niet vaak genoemd in de media.
Omgekeerd vroeg ik Schoenberger of hij bekend was met Alptekin. Hij zei die naam nooit gehoord te hebben en dat is een stuk minder geloofwaardig. Over Kian zijn de laatste jaren tal van artikelen verschenen in de Amerikaanse media en Alptekin werd daar steevast in genoemd. Heeft Schoenberger daar echt niets van meegekregen? Toen hij mijn twijfel proefde, schreef hij bijna 61 jaar oud te zijn en dat zijn geheugen hem in de steek laat. Tja…
Isaac Kappy
Tot nu toe was de in dit artikel geboden informatie redelijk overzichtelijk. Vanaf dit punt gaan we met Thomas Schoenberger echter een moeras betreden waarin feiten versluierd worden door wanen over religie en occultisme. Toen ik dit stuk uiteindelijk nog een keer doornam, realiseerde ik me hoe verknipt dit allemaal overkomt. Zonder de hieronder genoemde feiten zou echter geen compleet beeld ontstaan.
In het moeras waar het QAnon-complex op is gebouwd treffen we ook de niet bijster succesvolle acteur Isaac Kappy aan. Hij speelde kleine rolletjes in films als Thor en Terminator Salvation, maar dat was het dan wel. Daarnaast maakte hij een beetje muziek, wat ook niet veel om het lijf had. Van QAnon was Kappy echter buitengewoon onder de indruk. Daar wilde hij graag bij horen, dus liet hij zijn fantasie op hol slaan en beschuldigde hij verschillende Hollywood-grootheden, waaronder Tom Hanks en Steven Spielberg, van pedofilie.
Hoe wankel de psyche van Kappy was, bleek toen hij zonder enige aanleiding een fysieke aanval deed op Paris Jackson (de dochter van) en collega’s bedreigde. Zijn geestelijke gesteldheid kon de pushers van Q’s complottheorieën echter geen fluit schelen. Zij begrepen dat Kappy’s verhalen er bij de sekteleden in zouden gaan als gesneden koek, en dat is wat telde. En zo verscheen Kappy in augustus 2018 bij Info Wars van de weerzinwekkende complottheoreticus Alex Jones, om daar half Hollywood van kindermisbruik te beschuldigen.
Een maand eerder deed Nathan Stolpman van het YouTube-kanaal Lift the Veil een interview met Isaac Kappy, waarin hij te kennen gaf voor zijn mediaoptredens begeleid te zijn door Thomas Schoenberger. Voor Stolpman was Schoenberger geen onbekende. Stolpman zei niet alleen hem persoonlijk ontmoet te hebben, maar ook dat er pogingen door Schoenberger waren ondernomen om hem voor Cicada 3301 te rekruteren. Stolpman waarschuwde Kappy tegen Schoenberger. Of hij die waarschuwing ter harte heeft genomen is onduidelijk, maar negen maanden later sprong hij in Arizona van een viaduct, om vervolgens door een auto te worden doodgereden.
In de laatste video die Kappy maakte voordat hij zich van het leven beroofde, nam hij geen afstand van zijn aantijgingen ten aanzien van zijn collega’s. De stumper leek het dus allemaal zelf te geloven, al stapte hij nooit met bewijzen naar de politie, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid omdat er geen bewijzen waren voor wat hij beweerde.
An Open Secret
De dood van Isaac Kappy leidde tot een heftige ruzie tussen Thomas Schoenberger en Gabe Hoffman, een hedgefund-ondernemer en de producent van An Open Secret, een documentaire over pedofilie. De hoofdpersoon in An Open Secret was Marc John Collins-Rector, een van de oprichters van de online-videoprovider Digital Network Entertainment. In 2000 raakte Collins-Rector in opspraak wegens verdenking van seks met minderjarigen. Hij werd gearresteerd, maar wist aan rechtsvervolging te ontkomen door naar Europa te vluchten.
De regisseur van An Open Secret was Amy J. Berg. In 2006 maakte zij al een documentaire over seksueel misbruik van kinderen binnen de katholieke kerk. An Open Secret werd niet zonder kritiek ontvangen en leidde zeker tot controverses, maar is toch een ander verhaal dan de totaal ongefundeerde beschuldigingen van Kappy omtrent pedofilie in Hollywood
Het kon niet uitblijven dat de dood van Isaac Kappy binnen de QAnon-beweging tot een complottheorie zou leiden, waarin de acteur geen zelfmoord pleegde, maar vermoord werd. Schoenberger was daarvan overtuigd en in die zin gebruikte hij de dood van Kappy tegen Gabe Hoffman. Antisemitisme speelde daar mogelijk ook een rol bij. Zo werd het althans gesteld door
Richard ‘Z’ Miller, de eerder genoemde voormalig medewerker van Cicada 3301, die Schoenberger persoonlijk leerde kennen. Richard Miller: ‘The suicide of Isaac Kappy (actor and avid Q supporter) was weaponized as an imagined murder by Thomas Schoenberger to defame, gang stalk, and direct Anti-Semitism against Gabe Hoffman.’
Hoffman pikte Schoenbergers aantijgingen niet en begon een gerechtelijke procedure tegen hem die tot op heden loopt. In verband met de Covid-pandemie verliep dat proces online, waardoor het kon uitlekken naar YouTube. De advocaat van Hoffman haalde alles uit de kast en legde ook verbanden tussen Schoenberger en QAnon, al ging de zaak daar in feite niet over.
De Judasprofetie
In zijn laatste video noemde Isaac Kappy zich een slecht mens en een verrader van de QAnon-beweging. In die context legde hij een verband tussen zichzelf en Judas Iscariot, door wie Jezus in het Nieuwe Testament aan het joodse Sanhedrin werd uitgeleverd. Kappy was een christen, dus hij wist goed wie Judas was.
De verwijzing naar Judas door Kappy sluit aan bij het op de website The Phoenix Enigma verschenen artikel The Judas Prophecy van Cory Daniel. Volgens hem had Schoenberger in maart 2018 een droom waaruit hij een profetie c.q. vervloeking destilleerde:
‘Your shadow will haunt you, your guilty mind shall haunt you, The crocodiles and hippopotami will haunt you, you who will suck the Nile dry with your ego, you who is a braggart, you who is a brain mule. You are Judas with neither shade nor tree who will be consumed by your own betrayals.’
Volgens Cory Daniel maakte Schoenberger een video over zijn ‘profetie’ en stuurde hij daar een bericht over naar de in deel 1 al genoemde Manuel Chavez III, oftewel Defango, zijn voormalige compagnon in Shadowbox, die hij nog van Cicada 3301 kende. Dezelfde Defango die zei dat Q zijn idee was, als een Alternate Reality Game die hij voor lolz had bedacht.
Volgens Daniel zou Chavez het bericht van Schoenberger hebben opgevat als een bedreiging. Chavez zou er vervolgens door Schoenberger van beticht zijn de Judasprofetie gebruikt te hebben to mind fuck Isaac Kappy, zo schreef Daniel. Hetzelfde verwijt richtte Schoenberger aan Arturo Tafoya..
Schoenberger beschuldigde Tafoya ervan de aan Chavez gerichte Judasprofetie aan Isaac Kappy te hebben overgebracht. Om Tafoya daarnaast ook van satanisme en pedofilie te kunnen beschuldigen, aldus Cory Daniel. In mijn correspondentie met Arturo Tafoya bevestigde hij dat Schoenberger getracht heeft hem de dood van Kappy in de schoenen te schuiven..
Evenals Tafoya stelt ook Cory Daniel contact te hebben gehad met Schoenberger. Hoe hij over hem denkt blijkt uit de volgende zin, afkomstig uit een van zijn artikelen: ‘THOMAS SCHOENBERGER IS ONE OF THE MOST DISGUSTING PEOPLE I’VE EVER HAD THE DISPLEASURE TO KNOW AND THE DAY HE PAYS FOR HIS CRIMES WON’T COME SOON ENOUGH.’ (Daniel schreef het in vette hoofdletters, dus zo neem ik het hier zo over).
Daniel bracht zijn betrouwbaarheid als publicist in het geding door in zijn artikel verstrikt te raken in obscure numerologie, met een val in het konijnenhol als gevolg. Die indruk werd bevestigd toen ook hij suggereerde dat Isaac Kappy vermoord werd.
Toen ik Schoenberger naar Cory Daniel vroeg, wees hij hem aan als primaire verdachte voor de dood van Kappy en noemde hij nader onderzoek in dit verband noodzakelijk. Het nut daarvan zou echter tamelijk twijfelachtig zijn. De politie hield het op zelfmoord en bovendien waren er getuigen, waarvan een aantal zelfs probeerde om hem tegen te houden. Zo werd het ook gesteld in een aantal Nederlandstalige media.
Ondanks de harde feiten bleef Schoenberger volhouden dat Kappy vermoord was, wat overkomt als een typisch QAnon-trekje. Dit staat niet op zich, want Schoenberger sluit ook bij andere QAnonsens aan. Zo sprak hij zich op Twitter uit tegen vaccinatie..
In mijn chatsessie met Arturo Tafoya over de dood van Isaac Kappy vroeg ik hem naar de Judasprofetie. Hij antwoordde dat Schoenberger de toekomst niet kan zien, maar er wel alles aan doet om die naar zijn hand te zetten, bijvoorbeeldmet chaos-magie.
Chaos–magie is een occult principe dat in de jaren zestig en zeventig ontstond en deels gebaseerd was op ideeën van de in 1956 overleden Britse occultist Austin Osman Spare. Het wordt wel omschreven als een combinatie van traditionele magische gebruiken en postmodernisme. De laatste decennia wordt chaos-magie ook genoemd in verband met de Russische extreemrechtse ultranationalist en occultist Alexander Dugin. In de vlag van Dugins Euraziatische beweging is het logo van chaos-magie duidelijk herkenbaar.
Toen ik op de link met Dugin wees, schreef Tafuro‘exactly’. Volgens hem gaan Schoenberger en Dugin uit van ‘dezelfde ideologieën en geloofssystemen.’
Omgekeerd was occultisme een vast thema in de kritiek van Thomas Schoenberger op Arturo Tafoya en Beth Bogaerts tijdens de chatsessies die ik met hem had. Tafoya meende volgens hem contact te hebben met demonen, terwijl Bogaerts over demonische krachten dacht te beschikken sinds ze boeken van de Britse ‘magiër’ Aleister Crowley had gelezen, zo stelde Schoenberger.
Occultistische thema’s, inclusief Aleister Crowley, vormden inderdaad onderdeel van de Cicada-raadsels. Zoals Jim Stewartson van het anti-Q-netwerk in de video van de Financial Times uitlegde, dook occultisme binnen de Cicada-puzzels echter pas op na de machtsgreep van Schoenberger bij Cicada.
Q-bron
De fascinatie van Schoenberger met christelijke mythologie die naar aanleiding van Isaac Kappy’s dood naar voren kwam, was al eerder zichtbaar in Cicada 3301. Dat wil zeggen, nadat Schoenberger daar de hand op had gelegd. Cicada verwees toen naar de Spear of Destiny, oftewel de Holy Lance, het wapen waarmee de aan het kruis genagelde Jezus volgens de legende uit zijn lijden werd verlost door de Romeinse soldaat Longinus (in de FT-video Is QAnon a game gone wrong is een afbeelding van ‘de speer’ te zien).
De door complotfantasieën omgeven Lans van het Lot bestaat. Mooier nog: er bestaan verschillende van die dingen. De bekendste bevindt zich in het Hofburg-paleis in Wenen. Een oud voorwerp, dat zeker, maar volgens onderzoek lang niet oud genoeg om bestaan te hebben in de tijd waarin Jezus verondersteld wordt te hebben geleefd. Historische gronden voor het bestaan van de Spear of Destiny zijn er dan ook niet.
Maar Cicada 3301 zou de echte lans hebben gevonden. Volgens de voormalige Cicada 3301-medewerker Richard ‘Z’ Miller beweerde Schoenberger dat een gebruiker van 4chan, genaamd Spanishfag, het voorwerp in zijn bezit zou hebben gekregen. Het zou tijdelijk in de Mojave-woestijn in Californië verborgen zijn geweest. Later werd het ding door Manuel Chavez III bewaard. Het verhaal gaat dat zij die de Cicada 3301-raadsels wisten op te lossen The Spear of Destiny vast mochten houden. Voor zover Schoenberger en Chavez echt in het bestaan van dit voorwerp geloven, is het kenmerkend voor hun irrationele denktrant.
Op 16 december 2020 plaatste Schoenberger een video over een theologisch concept dat in de achttiende eeuw vooral door Duitse theologen werd aangehangen. Daarin wordt voorbijgegaan aan de meer algemene opvatting dat de evangelisten Mattheus en Lucas zich deels baseerden op het evangelie van Markus. In plaats daarvan gaat deze Q-bron-theorie uit van een gemeenschappelijke bron van de synoptische evangeliën. Q staat hier voor Quelle, Duits voor bron, maar wanneer iemand zoiets uitkraamt kan het bijna niet uitblijven dat binnen de Q-sekte geroepen wordt dat Q zo almachtig is dat hij zelfs een deel van de evangeliën heeft geschreven.
Saint Germain
Terwijl Schoenberger graag christelijke mythologie rondstrooit, associeert hij zich tegelijkertijd met het occulte. Of nauwkeuriger gezegd, met een binnen occulte stromingen vaak genoemde naam: die van de Graaf van Saint Germain. In de volgende paragrafen ga ik nader in op deze mythologische figuur, om daarna weer bij Schoenberger terug te keren.
Saint Germain was een met veel geheimzinnigheid omgeven figuur uit de achttiende eeuw. Over zijn achtergrond valt weinig met zekerheid te zeggen. Hij zei zelf bij gelegenheid de zoon te zijn van Prins Francis II Rákóczi van Transylvanië. Maar toen die in 1735 overleed, bleek hij geen zoon te hebben. Niet uitgesloten is dat Saint Germain deze naam gebruikte om indruk te maken aan de hoven in Europa waar hij destijds kind aan huis was. Exotische namen en titels deden het daar goed.
Saint Germain wordt omschreven als musicus, componist en als een bij politieke spelletjes betrokken avonturier, die vooral veel reisde (hij verbleef ook in Nederland). Daarnaast wordt hij genoemd als alchemist. Hij zou in staat zijn geweest ijzer in goud te ‘transmuteren’ en over het ‘levenselixer’ hebben beschikt. Dat laatste sluit aan bij zijn bewering dat hij vijfhonderd jaar oud was. Over zijn geboortejaar bestaat inderdaad onduidelijkheid. Over het jaar waarin hij stierf veel minder, want volgens lokale archieven blies hij in 1784 zijn laatste adem uit in het Duitse Schleswig.
Forensisch onderzoek volgens onze hedendaagse technologische normen zou Saint Germain zeer waarschijnlijk ontmaskeren als een slimme goochelaar en oplichter. Of je moet in alchemie geloven, en eind negentiende eeuw waren er nogal wat mensen die dat deden. Sinds die tijd heeft zich een ware cultus rond de man ontwikkeld, waarin hij de trekken kreeg toebemeten van een onsterfelijke Messias. Ook later bleef Saint Germain erg belangrijk voor esoterische stromingen, zoals voor de begin twintigste eeuw heropgerichte rozenkruisers-traditie AMORC, waar hij wordt beschouwd als de reïncarnatie van Christian Rozenkreuz, de hoofdpersoon in een Middeleeuwse legende over het ontstaan van de Orde der Rozenkruisers.
I AM Activity
Ook in de theosofie is Saint Germain populair. Oprichtster Helena Petrovna Blavatsky en haar opvolgster Annie Beasant verklaarden hem ontmoet te hebben. Vanuit de theosofie ontwikkelde zich een esoterische beweging waarin het vrijwel alleen om Saint Germain draaide: het begin jaren dertig in de VS door Guy en Edna Ballard opgerichte I AM Activity. In de FT-video Is QAnon A Game Gone Wrong wordt een foto getoond van het echtpaar Ballard, al blijft het in de video volstrekt onduidelijk wie zij zijn. Vast staat dat hun sekte leden betrok uit de sfeer van het Silver Legion of America, een door de occultist en Hitler-vereerder William Dudley Pelley opgerichte fascistische militie.
Saint Germain is voor I Am Activity, evenals voor rozenkruisers en theosofen, een ‘verheven meester.’ Dat wil zeggen: een in het geheim levende leraar die geacht wordt veel occulte kennis onder de pet te hebben. Guy Ballard zei ontmoetingen te hebben gehad met Saint Germain, die hem daarbij ook teksten zou hebben gedicteerd.
Dergelijke beweringen vonden zeker niet overal geloof. Drie jaar na het overlijden van Guy Ballard in 1939 werden zijn weduwe Edna en zijn zoon Donald aangeklaagd wegens oplichting, omdat ze ‘een religie aan de man probeerden te brengen waar ze zelf niet in geloofden.’ Aanklager Robert H. Jackson (de latere hoofdaanklager tijdens de processen van Neurenberg) wond er geen doekjes om hoe hij over de sekte dacht: ‘I should say the defendants have done just that for which they are indicted. If I might agree to their conviction without creating a precedent, I cheerfully would do so. I can see in their teachings nothing but humbug, untainted by any trace of truth.’ Toch werden Edna en Donald Ballard uiteindelijk, om constitutionele redenen, niet veroordeeld. Het proces betekende ook zeker niet het einde van I AM Activity, want met centra in Chicago en Mount Shasta in Californië is de beweging tot op de dag van vandaag actief.
De Amerikaan Robert Lefevre werd in de jaren dertig lid van I AM Activity en beweerde in verband met deze sekte allerlei wonderlijke gebeurtenissen te hebben meegemaakt. Lefevre was een zakenman en radiopersoonlijkheid, maar ook een theoreticus op het gebied van het autarchisme, een op individualisme gerichte filosofie, die veel raakvlakken kent met het libertarisme. In 1956 richtte Lefevre de Freedom School op, met de Holocaust-ontkenner James J. Martin als een van de docenten. De Freedom School was dan ook een kweekvijver voor uiterst-rechtse libertariërs. Zo had Lefevre invloed op de broers Charles en David Koch. De gebroeders Koch dus, die Donald Trump steunden voorafgaand aan zijn verkiezingswinst in 2016 (na de dood van David Koch in 2019 liet Charles Koch Trump in 2020 vallen).
Schoenberger en Saint Germain
Na deze excursie vanuit het occultisme rond Saint Germain richting libertarianism en extreemrechts, keren we terug naar Thomas Schoenberger. Hoewel diverse vijanden hem met I AM Activity hebben geassocieerd, ontkent hij daar zelf iedere connectie mee. Saint Germain is een inspiratiebron bij het componeren van zijn muziek, maar daar houdt het mee op, zei hij.
In mijn correspondentie met Schoenberger ging hij een stap verder. Dat hij zich met Saint Germain identificeert, was niet meer dan een grap, zei hij. Hij liet zich ook laatdunkend uit over de kwaliteiten van Saint Germain als componist. Vervolgens stuurde hij me een stuk muziek van zijn hand op Soundcloud en vroeg me of ik dacht dat Saint Germain daartoe in staat was geweest. Hij wilde niet arrogant overkomen, maar als componist heeft hij nu eenmaal een bepaalde gave, zo schreef hij. Over zijn claim van genialiteit had ik al eerder vernomen. Ooit verklaarde Schoenberger een geniale componist te zijn geworden nadat een slag met een stok op zijn hoofd een wond had veroorzaakt.
Er staat in ieder geval een onnoemelijk grote hoeveelheid muziek van Schoenberger op YouTube. Op zijn website noemt hij zich een gerespecteerd componist, wiens composities uitgevoerd zijn door belangrijke orkesten, waaronder het kamerorkest van Moskou. De enige verwijzing daarnaar staat echter op Schoenbergers eigen website. Het orkest heeft ook een website, maar daar is niets over Schoenberger te vinden (een bericht aan het orkest bleef onbeantwoord). Verder heeft niemand Schoenberger ooit piano zien spelen. Op video’s zijn alleen handen te zien. Er zijn wel foto’s van een aan de piano zittende Schoenberger, maar foto’s maken helaas geen geluid.
Zijn muziek doet enigszins aan die van Mozart denken, maar komt met allerlei krullen en tierelantijnen nogal geforceerd en overdreven over. Schoenbergers criticus Arturo Tafoya, betwijfelt zeer of Schoenberger al deze muziek zelf heeft gecomponeerd. Volgens hem werd die muziek gemaakt door zijn ex-vrouw, Faranak Shahroozi, de eerder genoemde nicht van Nowruz Commission-lid Nasser Kazeminy. In dat geval moet zij een heel grote productie hebben.
Een ander punt is dat Schoenberger waarschijnlijk een goed belegde boterham over zou houden aan zijn werk als musicus en componist als hij echt zo geniaal zou zijn als hij doet voorkomen. Daar blijkt echter niets van. Sterker nog, van de diverse rechtszaken die tegen hem zijn aangespannen draaien er veel om geld dat hij schuldig zou zijn. Arturo Tafoya wist Schoenbergers geldgebrek te verklaren toen ik contact met hem had. Volgens hem lijdt Schoenberger aan een gokverslaving.
We keren terug naar de link met Saint Germain. Schoenberger kan zijn verwijzingen naar deze mysterieuze figuur afdoen als een grap, maar die grap gaat wél zo ver dat zij tot in zijn emailadres herkenbaar is. Dat begint met de letters ‘tstger’, oftewel Thomas Saint Germain.
De publicist Daniel Morrison illustreerde zijn artikel How Q came to be met een email van Michael A. Levine, een bekende filmcomponist, wiens naam ook viel toen Schoenberger de heerschappij opeiste over Cicada 3301. In zijn bericht aan een onbekende ontvanger schrijft Levine over een muziekstuk waar hij met Schoenberger aan zou werken: ‘Called St. Germain and the Bell of Power (and based on Thomas’ ancestor).’ Levine meent dus dat Saint Germain een voorvader is van Schoenberger. Er is echter geen aanwijzing dat Saint Germain ooit kinderen heeft gehad. Dus wat bedoelde Levine precies? Dat Schoenberger meent de onsterfelijke Saint Germain te zijn? Volgens voormalig Cicada-3301 medewerkster Beth Bogaerts is dat precies wat Schoenberger over zichzelf zegt, zo beweerde ze tijdens het telefoongesprek dat ik met haar had. En zij is niet de enige.
Schoenberger heeft samengewerkt met de hypnotherapeute en multimedia-kunstenares Iona Miller. Op YouTube staan diverse gezamenlijke projecten, waarin beiden zich tot over hun oren in de Saint Germain-cultus laten wegzakken. Richard Miller (geen familie van Iona Miller), de voormalige medewerker van Cicada 3301 die Schoenberger persoonlijk kent, schreef er het volgende over: ‘Back to 2015, I was introduced to a woman, Iona Miller who showed me her blogs and ramblings essentially worshipping Thomas Schoenberger as the living incarnation of St.Germain, which he claims as well.’
Richard Miller verwees daarbij naar iemand die ik eerder al heb genoemd: Snow White/PistisSophia, oftewel Lisa Clapier, de vriendin van Schoenberger die volgens het anti-Q-netwerk mensen van Cicada 3301 naar QAnon heeft overgeheveld en met hetzelfde doel New Age-volk rekruteerde. Dezelfde Lisa Clapier die OccupyLA tot de volgende pinned tweet bewoog: ‘PAGING LISA CLAPIER who set up media at Occupy LA: Were you involved in the creation of QANON while using our resources to brainwash our comrades and use them as cannon fodder in the name of white supremacy?!?’
De naam van het Twitteraccount dat Lisa Clapier gebruikte toen ze zich Snow White noemde suggereert iets in verband met de bovengenoemde I AM Activity-sekte rond Saint Germain: @SnowWhite7IAM.
Tijdens mijn contact met Thomas Schoenberger vroeg ik hem over de eventuele banden van Clapier met I AM Activity. Hij schreef dat niet te geloven, maar schakelde onmiddellijk over op Sean Stone (de in deel 1 genoemde zoon van filmregissseur Oliver Stone). Die had volgens Schoenberger fun met I AM Activity.
Tijdens de communicatie met Schoenberger ontstond een vreemde atmosfeer toen hij zijn eerder vertoonde omkeermanoeuvres ook op mij toepaste. Hoewel ik daar geen enkele aanleiding toe gaf, deed hij het plotseling voorkomen alsof ik het was die geloof hechtte aan Saint Germain als ascended master. Hij wilde me niet ‘beledigen’ en als ik in Saint Germanin geloofde moest ik dat zelf weten, maar hij was een scepticus, zo schreef hij.
Illuminatus Trilogy
Via Thomas Schoenberger, Saint Germain en het occultisme van I AM Activity komen we terecht bij de New Age-beweging. Recentelijk wordt veel gewezen op de hang naar complotdenken onder New Age-enthousiastelingen, maar in feite is er niets nieuws onder de zon. Hippies uit de jaren zestig en zeventig verdiepten zich niet alleen in occultisme, maar ook in complotverhalen. De Illuminatus Trilogy van Robert Anton Wilson en Robert Shea getuigt daarvan. Strikt genomen was dit boek een parodie op complotdenken (enigszins vergelijkbaar met de latere Slinger van Foucault van Umberto Eco), maar zo werd het lang niet altijd begrepen. Diverse extreemrechtse groeperingen in de VS houden het boek voor de zuivere waarheid. The Illuminatus Trilogy ondergaat dan ook een revival. Alleen niet meer in het radicaal links/alternatieve verband van voorheen, maar in de extreemrechts/conservatieve context van nu.
De Illuminatus Trilogy was deels gebaseerd op teksten die begin jaren zeventig verschenen in de rubriek voor ingezonden brieven van Playboy Magazine, waar Wilson en Shea destijds redacteur waren. De inhoud bestond uit complottheorieën waarin de Orde der Illuminati verantwoordelijk werd gehouden voor politieke moorden, in de eerste plaats voor de moord op John F. Kennedy. De anonieme brieven werden (met medeweten van Wilson en Shea) geschreven door Kerry Thornley, de enige schrijver van wie een boek over Lee Harvey Oswald verscheen vóór de moord op JFK.
De ook als Omar Khayyam Ravenhurst bekend staande Thornley was medeoprichter van Discordianism. Centraal in deze pseudoreligie stond Eris, de Griekse godin van de chaos, die in het Latijn Discordia heet. Discordianism gaat uit van een eenheid tussen orde en wanorde, die weerspiegeld wordt in de chaos. Waarheid kon zich dan ook alleen maar in de chaos bevinden, vond Thornley. Met Operation Mindfuck wilde hij de westerse wereld de greep op rationaliteit doen verliezen. In de praktijk kwam dit neer op het verspreiden van anonieme complotverhalen via Playboy.
Wat Thornley, Wilson en Shea zich voorstelden bij Operation Mindfuck kende overeenkomsten met de latere praktijk van QAnon. Zeker wanneer QAnon beschouwd wordt als een PsyOp gericht op het destabiliseren van de samenleving. Om deze reden worden Thornley, Discordianism en Operation Mindfuck in de Financial Times video Is QAnon A Game Gone Wrong ook genoemd als voorlopers van QAnon.
Discordianism is niet hetzelfde als de rond dezelfde tijd onstane traditie van chaos-magie, maar houdt er wel veel verband mee. Eerder zagen we dat voormalig Cicada 3301-medewerker Arturo Tafoya chaos-magie noemde in verband met Thomas Schoenberger.
Een ander in de context van dit artikel vermeldenswaardig detail rond Thornley is dat hij studeerde aan de eerder genoemde libertarische Freedom School van I AM Activity-volgeling Robert Lefevre. Op YouTube staat een interview met Thornley uit 1992 waarin hij zei een tegenstander van Kennedy te zijn geweest omdat hij destijds volledig gericht was op laissez faire capitalism, wat niets anders is dan een vorm van het libertarisme waar Lefevre voor stond.
Gnostiek
De New Age-beweging kent tal van invloeden, waarvan de gnostiek echter een van de belangrijkste is. Volgens deze occulte leer wordt de mens in de materie gevangen gehouden door zogenaamde archons, de scheppers van de materiële werkelijkheid. De doelstelling van de gnostiek is om de mens uit deze gevangenschap te bevrijden en terug te leiden naar zijn (veronderstelde) oorspronkelijke spirituele status.
Er bestaat een zeker verband tussen gnostiek en complotdenken. De archons, de kwade krachten waar gnostici tweeduizend jaar geleden al een eeuwige strijd tegen voerden werden door latere complotdenkers vertaald in geheime genootschappen door de eeuwen heen. Al zijn die geheime genootschappen ironisch genoeg net zo gnostisch als de gnostische oorsprong van het complotdenken…
Het raakvlak van New Age en complottheorieën wordt ook wel conspiritualism genoemd. Forest Gamble, een van de erfgenamen van het Proctor & Gamble-imperium, is er een treffend voorbeeld van. In de door Gamble gepresenteerde documentaire Thrive komt te midden van typische New Age-thema’s als ‘vrije energie’ de Britse complottheoreticus David Icke aan het woord; Icke stelt dat de wereld wordt bestierd door hagedissen met een menselijke gedaante. Absurd, maar voor de sterk New Age-getinte organisatie WickedGrounds/WickedThoughts in Amsterdam was de link met Icke geen belemmering om de film van Foster Gamble aan de achterban te tonen.
De voormalige Cicada 3301-medewerker Arturo Tafoya omschreef Thrive als volgt: ‘The film claims that a secret elite creates our most troubling problems to advance a “global domination agenda.” Thrive sells itself as an optimistic vision of a utopian future marked by “free energy,” freedom from oppression, and spiritual awakening… In reality, Thrive delivers a dark and dishonest version of the real world and espouses a blend of paranoid conspiracy theories and right-libertarian propaganda.’
Het anti-Q-netwerk legt verbanden tussen QAnon, Gamble en de I AM-sekte. De tot het netwerk behorende David Troy schreef op Twitter over Gamble: ‘He is 100% behind this sham “movement” filled with I Am cultists.’ De eveneens tot het netwerk behorende Jim Davidson verbindt Gamble aan de eerder genoemde Lisa Clapier. Davidson over Gamble: ‘Lisa Clapier is his source. This is incredibly dangerous.’ Aldus beschouwd lijkt het anti-Q-netwerk I AM Activity als de diepste kern van QAnon te beschouwen.
Sacha Stone
De in Zimbabwe opgegroeide Brit Sacha Stone past al even goed in de definities van het conspiritualisme. Hij probeerde het eerst als rockmuzikant, maar dat werd geen groot succes, waarna hij het als leider van New Age-clubs als Humanitad en New Earth Project probeerde. Gezien de omvang en luxe van zijn onderkomen op het Indonesische Bali, waar hij zijn evenementen organiseert, gaat dat hem stukken beter af. Stone is zeker geen kleine jongen binnen New Age-contreien. Zijn New Earth Project heeft niet minder dan 263.000 volgers op Facebook.
Van Stone’s spirituele opvattingen passen er dertien in een dozijn. Het ‘zelf’ is er de kern van: ‘Actualization of self is my religion. If there’s any objective it should simply be perfecting relations with Self’. Stone zit naar eigen zeggen op de ‘Throne of Self’. Kortom, het van oudsher bekende navelstaren van veel New Age-stromingen. Die gerichtheid op het zelf kent een raakvlak met de politieke filosofie van het libertarische autarchisme van het hierboven genoemde I AM Activity-lid Robert Lefevre. Wanneer Sacha Stone zegt dat belasting betalen voor hem ‘diefstal van levenskracht’ betekent, wordt libertarianism ook bij hem herkenbaar.
Sacha Stone combineert spiritualiteit niet alleen met libertarianism, maar ook met warme gevoelens voor Vladimir Poetin en Donald J.Trump, en vooral met complotfantasieën. Hij grossiert daar in. Wie meent dat met Covid-vaccinaties een microchip wordt geïnjecteerd, zal daar bij Stone zeker bevestiging van vinden. Vaccinaties tegen Covid vindt hij niet alleen overbodig en misleidend, want hij zei er ook nog het volgende over. ‘Anyone who rolls their sleeve up for a vaccine – or an RFID nanochip – is absolutely inviting the Beast to take control of their soul.’ Wat betreft 5G zegt de titel van de documentaire die Stone daarover op internet slingerde al meer dan genoeg: 5G Apocalyps, The Extinction Event.
Gezien het voorafgaande zal het niet verrassen dat Stone zich omringt met diverse complotdenkers. Daar vinden we in de persoon van de ‘voormalige Illumati-bankier’ Robert Bernard ook een Nederlander tussen. Op YouTube staat een gesprek dat Stone in Amsterdam heeft gevoerd met Bernard, van wie waarnemers overigens betwijfelen of hij echt wel bankier is geweest. Waar geen twijfel over kan bestaan is dat Bernard adviseert om de Protocollen van Sion te lezen, zonder ook maar een seconde te wijzen op het antisemitische karakter van dit beruchte geschrift.
Sacha Stone is met meer van dergelijk volk bekend. Zo was een van de oldtimers onder de conspiracy buffs, G. Edward Griffin, te gast bij het door hem op Bali georganiseerde New Earth Festival. Griffin is al decennia verbonden aan de John Birch Society, sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog een van de meest in het oog springende bronnen van complottheorieën in de VS. Bij de JBS zullen we hier verder echter niet stilstaan. In plaats daarvan verwijzen we naar een artikel dat daarover eind vorig jaar in De Groene Amsterdammer is verschenen.
In navolging van Foster Gamble kan ook Sacha Stone zich in de opvattingen van David Icke vinden. Bij het gesprek tussen Stone en Icke op YouTube schoof ook de in het eerste deel van deze artikelenserie reeds genoemde Sean Stone aan. Sean en Sacha Stone – geen familie overigens – bejegenden David Icke met veel respect (Sean Stone zei de boeken van Icke te kennen uit de boekenkast van zijn vader, Oliver Stone, de bekende filmregisseur). Toch bestaan er wel inhoudelijke verschillen tussen Sacha Stone en Icke. Waar Icke het kwaad herkent in reptielen, gehuld in een mensenjas, beschouwt Stone de Sabbateans als zodanig. Die sleept hij werkelijk overal bij. Het sabbatisme bestaat, maar wat Sacha Stone er van maakt…
Het sabbatisme kwam voort uit het inzicht van een zeventiende-eeuwse rabbi te Smyrna (het huidige Izmir in Turkije) dat hij de in het Oude Testament geprofeteerde joodse Messias was. Onder druk van sultan Mehmed IV bekeerde deze Sabbatai Zevi zich echter tot de islam. Zo leek het althans, want door voor de islam te buigen gaf Zevi in werkelijkheid het startschot tot een hybride religie, met zowel islamitische als joodse aspecten. Zijn volgelingen gingen daarin mee en vormden door de eeuwen heen een traditie die de Turken kennen als de Dönme (bekeerlingen). In Turkije zijn zij al tijden het doelwit van complottheorieën. Vooral fundamentalistische moslims kunnen er wat dat betreft wat van. Zij zien hen als joden, al wordt dat geenszins bevestigd door de wetten omtrent de joodse identiteit in Israël. De Dönme vallen daar buiten het schip en worden niet als joods geaccepteerd.
Hoe dan ook, de sabbatisten zijn een nagenoeg exclusief Turkse aangelegenheid. De internationale satanistische beweging die Stone ervan maakt bestaat niet en heeft nooit bestaan. Dat hij zo gefixeerd is op de Sabbateans zal alles te maken hebben met het antisemitisme dat zich ook langs andere wegen bij hem openbaart, zoals in zijn stelling dat de nazi-Holocaust lang niet zo erg was als de feiten leren.
Dat Stone de sabbatisten met de Orde der Illuminati associeert wordt door geen enkel historisch feit onderbouwd en is dus al even absurd, of het moet gaan over de hang naar secularisme en verlichting die zich bij beide gemanifesteerd heeft. Traditionalisten binnen extreemrechts (en dat zijn er nogal wat) willen niets van de Verlichting weten. Zij zien liever een terugkeer naar de tijd van het feodalisme, waarin monarchieën en de kerk de dienst uitmaakten. Is dat de toekomst van de wereld zoals Sacha Stone zich die voorstelt? Het heeft er alle schijn van.
Illuminati en Sabbateans zijn één pot nat voor Stone, maar wat hij de Babylonian Blood Cult noemt plaatst hij eveneens in dit rijtje. De lezer zal de bui al zien hangen: Sacha Stone sluit zich geheel aan bij de QAnon-fantasieën over satanistisch georiënteerd ritueel misbruik van kinderen. Hij begon zelfs een speciale instantie om deze extreemrechtse mythe in stand te houden: het International Tribunal of Natural Justice (ITNJ).
De chief justice van dit ‘gerechtshof’ heet Sir John Branagh, die zich ook Marguis de Segre, Count of Bague en Count de Bauge et de Fontevrault noemt. Branagh verschijnt op de New Earth Project-evenementen van Stone op Bali, gehuld in toga – wat gezien het Indonesische klimaat best warm zal zijn. Maar hoe indrukwekkend dit ook mag overkomen op de argeloze New Age-enthousiasteling, Branagh is niet meer dan een simpele notaris afkomstig van het Australische Norfolk Island. Hij meet zich de status van jurist aan op basis van een bij een postorderbedrijf gekocht diploma.
Over de chief counsel van het ITNJ kunnen we kort zijn. Dat is Robert David Steele, de voormalige CIA-agent die de mythe rond Pizza Gate verspreidde, schreef dat kinderen massaal naar de planeet Mars worden vervoerd om daar dwangarbeid te doen en volgens voormalig Cicada 3301-medewerker Arturo Tafoya erg close was met Thomas Schoenberger. Kortom, dezelfde Robert David Steele die volgens het anti-Q-netwerk nauw bij het ontstaan van QAnon betrokken was.
Alleen al de medewerkers van Stoneʼs gerechtstheater laten zien wat hij werkelijk is: een ordinaire oplichter die duizenden mensen weet te misleiden met in New Age-drek gemarineerde complotverhalen.
Sabmyk
De rol van Sacha Stone onderstreept het in deel 1 van deze serie beschreven scenario, waarin de nalatenschap van de Q Clearance Patriot zich verder door de New Age-beweging zal vreten. Een andere mogelijkheid is dat de sekte deels of geheel door een derde partij zal worden overgenomen. Daar lijkt al een poging toe ondernomen te zijn.
Gregory Davis, een journalist van het Britse antiracistische tijdschrift Hope Not Hate, deed onderzoek naar Telegram, het communicatieplatform waar leden van de Q-sekte vaak naar zijn uitgeweken sinds de zuivering van Twitter. Davis vond voor QAnon kenmerkende desinformatie bij een groot aantal Telegram-accounts van extreemrechtse organisaties. Opvallend genoeg bleek geen van die organisaties echt te bestaan, terwijl de accounts ervan wel iedere dag duizenden nieuwe volgers kregen. Er verschenen op Telegram niet minder dan 136 kanalen, in het Engels, Duits, Japans en Koreaans. De grootste daarvan, het Great Awakening-kanaal, bevestigde een connectie met QAnon. Het bracht Gregory Davis tot het vermoeden dat iets of iemand bezig was met het wegkapen van miljoenen QAnon-volgers.
Davis volgde het spoor naar websites en Facebook-accounts van een genootschap dat zich The Society of Shawunawaz noemde, naar een prinses Ameli Aechemenes en naar een Messiaanse figuur met de naam Sabmyk, die in de ‘profetieën van Noach’ zou zijn voorspeld. Niemand had ooit van hem gehoord, maar de diverse Telegram-accounts kregen binnen de kortste keren een miljoen volgers, wat veelal verknochte leden van de Q-sekte waren. Hulde voor de inlichtingendienst van Twitter, want die leek al snel door te hebben dat er iets in verband met QAnon speelde. Het Sabmyk-account werd in ieder geval reeds in een vroeg stadium door Twitter geblokkeerd, nog voordat het artikel van Gregory Davis was verschenen.
Centraal in deze kakelverse mythologie staat Shawunawaz, ‘het zwaard van de Orion Koningen van Atlantis, afkomstig uit de aloude Atmumra Dynasty’ (wat doet denken aan de eerder genoemde Spear of Destiny). Het wordt nog vreemder, want het zwaard van Shawunawaz zou in handen zijn gekomen van de filantroop George Soros. Dat wil zeggen: de door Q vervloekte Soros. Op Facebook-accounts van Sabmyk en The Society of Shawunawaz verscheen een uitnodiging voor een gebeurtenis in Praag in de jaren negentig, met een foto van Soros, samen met de voormalige Tsjechische president Václav Havel. Ernaast stond een tekening van het zwaard van Shawunawaz, gemaakt door Helmut Meyer-Storzel, een Duitse kunstenaar waar nog nooit iemand van gehoord had. Op Facebook verschenen daarnaast volstrekt onbekende tekeningen van het zwaard die zouden zijn gemaakt door Pablo Picasso en Max Ernst. Ze werden als vervalsingen ontmaskerd.
Soros was zo vriendelijk om ‘het zwaard’ te overhandigen aan prinses Ameli Aechemenes. Voordat we verder gaan met ‘de prinses’ valt op dat Soros hier opeens naar voren komt als een geschikte vent, terwijl hij zoals gesteld voor QAnon het absolute kwaad vertegenwoordigt. Het past echter geheel in het bekende patroon dat deze inconsequentie geen enkele belemmering vormde voor Q freaks om in het Sabmyk-verhaal mee te gaan. Slechts een enkeling had er moeite mee, zoals uit een bericht blijkt dat Gregory Davis ontving:
‘They try to split us now from @SABMYK , but we are not that stupid as you think Soros! We are QAnon #WWG1WGA !!! THIS IS SPARTA and THIS IS @SABMYK ! We stay together! You can’t devide us!’
Prinses Ameli Aechemens werd op websites en Facebook voorgesteld als een 55 jaar oude feministe en kunstenares, afkomstig uit een antiek Perzisch geslacht. Ze zou het door Soros overhandigde zwaard in stukjes gezaagd hebben om die in haar kunstwerken te verwerken. De enige van de prinses verschenen foto bood weinig informatie, omdat ze daar in niqab gehuld was zonder dat er ook maar iets herkenbaar was (al werd opvallend genoeg de indruk gewekt dat ze zwanger was). De enige aanknopingspunten waren handschoenen en een handtasje, al schieten we daar ook niet veel mee op. De witte stipjes op een rode ondergrond refereren aan de op internet aan haar toegeschreven kunstwerken. Daarnaast is de bekende televisiemast van Berlijn zichtbaar op de achtergrond – wat zoals we binnenkort zullen zien wel degelijk een indicatie was; het is geen toeval dat die foto daar genomen werd…
Volgens Prinses Ameli was de ‘profeet der profeten’ en ‘leider der leiders’ Sabmyk op 21 december 2020 tot consciousness gekomen. Dit werd geïllustreerd met afbeeldingen van aan de ‘Messias’ toegeschreven Signs of Sabmyk, zoals littekens op handen en zeventien (het Q- getal) V-vormige littekens op armen en lichaam. Geen gelegenheid werd gemist om het verhaal nóg sappiger te maken. Zo werden zowel de eind 2020 op verschillende plaatsen op aarde door grapjassen geplaatste metalen monolieten als de strenge winter in Texas met de ‘bewustwording’ van Sabmyk in verband gebracht.
Sebastian Bieniek
In maart ging het opeens snel. Eerst verscheen rond 14 maart de video Sabmyk -The Lord Is Here op YouTube. Een Messias-achtige figuur trok daarin te paard op om zijn openbaring aan de wereld kenbaar te maken. Met op de achtergrond een vet Amerikaans klinkend commentaar, dat regelrecht uit de QAnon-keuken afkomstig leek te zijn. De video eindigde na een minuut met een hysterisch klinkend It’s him! Het was te vreemd voor woorden.
Een week na het verschijnen van Sabmyk, The Lord Is Here meldde The Guardian dat Hope Not Hate-journalist Gregory Davis de persoon die erachter zat had ontmaskerd. Davis volgde twee sporen. Kunstwerken die op Ebay te koop werden aangeboden van kunstenaars met een onduidelijke identiteit, en een verwijderde, doch in een internetarchief verborgen gebleven website over een kunstenaar die in 1999 een performance deed door V-vormige littekens in zijn lichaam te snijden, wat destijds een profetic ceremony werd genoemd. Beide sporen voerden Davis naar de uit Polen afkomstige, doch in Berlijn gevestigde Sebastian Bieniek, een kunstenaar die van verschillende identiteiten gebruik maakte, zo stelde Gregory Davis tegenover The Guardian.
In het artikel werd verder verwezen naar het in 2011 verschenen boek RealFake van Bieniek, dat als volgt – wellicht door hem zelf – werd aangeprezen: ‘In the three-part structure of the book, Bieniek relates the fake, the group and the mass to the mythical and scientific terms light, energy, dynamics and structure. He believes that he can refute Einsteinʼs theory of relativity or Darwinʼs theory of evolution.’
Niemand kon Bieniek van bescheidenheid betichten…
Laquan R. Sorey
De dag nadat Bieniek was ontmaskerd in The Guardian verschenen er tal van Sabmyk-video’s op YouTube. Meestal kort, maar daarom niet minder merkwaardig. In een aantal daarvan was het naakte lichaam te zien van een donker getinte man dat bezaaid was met littekens. Littekens op zijn handen toonden enige overeenkomst met de eerder geplaatste illustraties over de Signs of Sabmyk.
Een van de video’s toonde een detail van een rijbewijs waarop de naam Laquan R. Sorey leesbaar was. Een niet alledaagse naam, maar er schijnt in de VS iemand met die naam te wonen, in Newark, New Jersey om precies te zijn. De aangetroffen informatie suggereerde verder dat Laquan R. Sorey in 2011 gearresteerd werd. De mugshot leek op de foto van het rijbewijs dat op YouTube verscheen. Het is echter onmogelijk om dat te verifiëren, want de op 14-3-2021 geplaatste video’s waren een dag later alweer verdwenen. Waarschijnlijk werden ze niet door YouTube zelf verwijderd, want eerder geplaatste Sabmyk-video’s staan daar nu nog wel. Kennelijk werden ze verwijderd door degenen die ze hadden geplaatst.
De persoon op het rijbewijs had in ieder geval geen enkele uiterlijke gelijkenis met Sebastian Bieniek. Desgevraagd had Gregory Davis geen idee wat hij met Laquan R.Sorey aan moest.
Het is natuurlijk goed mogelijk dat een malloot aandacht wilde genereren door mee te liften op de commotie rond Sabmyk; er verschenen eerder al video’s van littekens op handen. De timing viel echter op, want de video’s verschenen zoals gesteld een dag nadat het artikel over Bieniek in The Guardian was verschenen. Bovendien zou de volgende dag het tweede artikel van Gregory Davis over Sabmyk/Bieniek op de website van Hope Not Hate geplaatst worden.
Vincent van Volkmer
In dat tweede artikel ging Davis nader in op de identiteiten waar Bieniek zich van bediende. Zonder uitzondering waren die van niet-bestaande kunstenaars. Genoemde prinses Ameli Aechemenes was er een van. De op de website en Facebook-pagina’s van The Society of Shawunawaz genoemde kunstenaar Helmut Meyer-Storzel een andere. Dat laatste stond niet in zijn artikel, maar heeft Davis me persoonlijk laten weten.
Bieniek hield het daar niet bij. Davis noemde een van de andere door Bieniek bedachte identiteiten als die van Vincent van Volkmer. Dat zou een 87-jarige kunstenaar zijn die in Berlijn op exposities en corona-demonstraties verscheen. Er staan inderdaad verschillende foto’s van een Vincent van Volkmer op internet. Evenmin als bij de Ameli Aechemenes-foto valt er echter iets te identificeren, want de figuur die Van Volkmer moet voorstellen is uitgedost als een bij (hij draagt een bordje waar ‘free the bees’ op staat), waarbij zijn gezicht onherkenbaar blijft.
Een zekere Martin Schimansky ging op onder meer Reddit zo ver om te beweren dat Van Volkmer bitcoin heeft uitgevonden en zich daartoe de identiteit van de Japanner Satoshi Nakamoto had aangemeten. Die naam wordt inderdaad vaak in verband gebracht met het ontstaan van bitcoin. Er wordt echter ook aan getwijfeld of Nakamoto wel echt bestaat. Er zijn mensen die menen dat er een hele groep achter schuilgaat, terwijl er ook wordt beweerd dat Nakamoto in werkelijkheid Tesla-baas Elon Musk is.
Een connectie tussen Sabmyk, Bieniek en bitcoin? Het moet niet gekker worden. Dat werd het ook niet, want navraag bij Gregory Davis leerde dat Martin Schimansky ook al een door Sebastian Bieniek verzonnen identiteit is.
Hoewel hij meent het brein achter Sabmyk gevonden te hebben, tast Gregory Davis in het duister over de beweegredenen van Sebastian Bieniek. Davis houdt de mogelijkheid open dat Bieniek zich daadwerkelijk in de rol van Messias zag, maar ook dat de kunstenaar uit Berlijn door narcisme werd gedreven. Dat hij een psychiatrisch geval is gaf Bieniek zelf toe tijdens een interview dat hij begin dit jaar afstond aan media in Turkije (hij kreeg daar een zekere bekendheid omdat hij in 2019 de poster ontwierp van het Istanbul Film Festival). Toen zei hij aan een dissociatieve persoonlijkheidsstoornis te lijden.
Davis had geen flauw idee wat Bieniek met Sabmyk gedaan zou hebben als hij niet was ontmaskerd. Wel legde hij een verband met Q, omdat die evenals Bieniek vanuit de anonimiteit opereerde. Daarmee opende Davis zowaar de deur naar de bizarre mogelijkheid dat QAnon eveneens aan het doorgeschoten narcisme van een kunstenaar is ontsproten…
Davis kwam tot de slotsom dat de geschiedenis rond Sabmyk leert hoe eenvoudig het is om via sociale media te bedriegen en te manipuleren. Daar heeft hij zeker een punt, want Bieniek wist wereldwijd toch maar even snel een miljoen leden van de Q-sekte aan zich te binden. Dat is een les voor de toekomst, want sluit maar eens uit dat zoiets nog een keer gebeurt. Met miljoenen QAnon-volgers die met de ziel onder de arm lopen sinds Trump uit het Witte Huis is verdwenen en Q Drops uitblijven, valt geen enkel scenario bij voorbaat uit te sluiten. Zeker niet zolang de pandemie voor omstandigheden blijft zorgen waarbinnen complottheorieën goed gedijen.
Met zijn tweede artikel leek het Sabmyk-boek voor Gregory Davis gesloten te zijn, maar of de miljoen volgers van Sabmyk-accounts dat ook zo voelden is maar de vraag. Het Q-volk heeft zich niet uit het veld laten slaan door de loze voorspellingen van Q, dus waarom wel door de onthullingen van een Britse journalist?
Bieniek gooide ook niet zomaar de handdoek in de ring. Er volgde aanvankelijk geen bekentenis dat hij achter prinses Ameli Aechemenes zat, al deed hij na het laatste artikel van Davis wel voorkomen dat ‘zij’ zich van Sabmyk distantieerde. Tussen 23-3 en 25-3 schreef hij in drie posts het volgende op ‘haar’ Facebook-pagina:
Power of Destruction? Know only I.
Never believe in SABMYK. They have stolen the truth.
Repent.
Begin april liet Bieniek nogmaals van zich horen, dit keer echter niet verscholen achter een door hem gecreëerde identiteit, maar via een manifest onder zijn eigen naam, dat uit 74 pagina’s onsamenhangende teksten bestond. Slechts hier en daar schoot de lezer daar iets mee op. Zo werd duidelijk waar hij de naam Sabmyk op baseerde. Het was een samenvoegsel van de Poolse (bij)naam Sabek en Poolse woord Smyk, dat zoveel betekent als schurk. Verder was er nauwelijks door de tekst heen te komen. Gregory Davis had het naar aanleiding hiervan geheel gehad met Bieniek. Hij leek er spijt van te hebben aandacht aan hem te hebben besteed. Er resteerde echter iets waar Davis niet lang bij had stilgestaan…
Baden Baden
Op de website van The Society of Shawunawaz bestaat de enige contactinformatie uit een adres in het Duitse Baden Baden. Davis noemde dit in zijn eerste artikel over Sabmyk, maar zag geen reden om verder iets met dat adres te doen. Bieniek had een adres nodig en koos er zomaar een, daar hield Davis het op.
Als Bieniek zomaar een adres had gekozen had het echter voor de hand gelegen dat hij het adres van een groenteboer of zoiets had gekozen. Google Maps leerde echter dat het adres op de website van The Society of Shawunawaz aanmerkelijk specifieker was, want het leidde naar de plaatselijke afdeling van AMORC. Dat wil zeggen, naar de rozenkruisers-stroming die al eerder werd genoemd, omdat Thomas Schoenbergers idool de Graaf van Saint Germain er als een ‘verheven meester’ wordt gezien. Uiteraard een interessante samenloop van omstandigheden. Exploreerde Bieniek alvorens met Sabmyk te beginnen het Q-landschap en zag hij daar Thomas Schoenberger rondlopen?
Omdat het erg eenvoudig was het adres in Baden Baden na te trekken ligt het voor de hand dat menigeen dat zou doen na het lezen van het artikel in Hope not Hate. Daardoor leek het op een breadcrumb en wekte het geheel de indruk van een spel. Bieniek gaf in zijn manifest aan dat games erg belangrijk voor hem zijn, en dat brengt ook het spelkarakter van Cicada 3301 en QAnon in herinnering.
Bieniek is bekend met Baden Baden, zoveel is duidelijk. In 2007 maakte hij een film die zich in deze stad afspeelt. Verder staan op de Facebook-pagina van prinses Ameli Aechemenes foto’s van Baden Baden met eronder de tekst ‘Chillout and work in Baden Baden.’ Die werden op 4-8-2020 geplaatst en er zaten ook twee foto’s van het AMORC-gebouw tussen. Een maand geleden schreef de ‘prinses’ op Facebook: ‘The Society shall soon celebrate its 110th anniversary. See you next year in Baden Baden!’
Bieniek deed er dus alles aan om het spoor naar AMORC in Baden Baden te laten leiden, maar het blijft onduidelijk waarom. Zijn begin april verschenen manifest gaf daar evenmin uitsluitsel over. Alle reden dus voor een telefoontje naar AMORC in Baden Baden. Daar leek men aanvankelijk nogal verbaasd, maar er werd bevestigd dat het door The Society of Shawunawaz opgegeven adres inderdaad van AMORC was. Een paar weken later belde ik nogmaals. Toen zei de vertegenwoordiger van AMORC een brief naar Google te hebben gestuurd om tegen de gang van zaken te protesteren.
Nadat de artikelen in The Guardian en het tweede stuk van Gregory Davis waren verschenen belde ik voor de derde en vooralsnog laatste keer, om AMORC te informeren dat de naam van de persoon achter Sabmyk ondertussen bekend was. Er leek nauwelijks interesse voor te bestaan en het werd dan ook een erg kort gesprek. Als er inderdaad een brief naar Google is gegaan, heeft die weinig uitgehaald, want de website van The Society of Shawunawaz is ook nu nog eenvoudig te vinden met de zoekmachine.
Intussen werden de conclusies van Gregory Davis over Sabmyk in de VS met een zekere scepsis ontvangen door het anti-Q-netwerk. Omtrent Sabmyk had men daar een bredere context verwacht dan slechts een enkele kunstenaar in Berlijn. Het anti-Q-netwerk ontving echter, uit een onduidelijke richting, een heel andere lezing omtrent de gebeurtenissen. Die geldt als bijzonder en mag hier daarom niet onvermeld blijven, al riep de vertegenwoordiger van het anti-Q-netwerk op om ook in dit geval sceptisch te zijn. In die lezing was Sabmyk een onderneming van Europese inlichtingendiensten om volgelingen van de Q-sekte te deradicaliseren door hen van kwaadaardige rozenkruisers (lees: I AM Activity) naar meer onschuldige rozenkruisers (lees: AMORC) te leiden. De rol die het anti-Q-netwerk aan I AM Activity toekent werd hier nogmaals bevestigd.
Barron Trump
Tenslotte viel nog iets anders op met betrekking tot Sabmyk. Wie op dat woord zoekt op YouTube vindt merkwaardig genoeg onder de eerste zoekresultaten een video over Barron Trump, de 15-jarige zoon van Donald J. en Melania Trump. Toeval? Of zitten gebruikers van YouTube die op Sabmyk zoeken ook achter informatie over Barron Trump aan? Maar waarom dan?
Op 23 januari 2019 werd via het Twitteraccount @Kabamur_Taygeta een bericht verstuurd over Barron Trump, met in de eerste zin een naam die de lezer ondertussen bekend voor zal komen: ‘Itʼs said that Master St. Germain will lead a ʻNew Atlantisʼ into the Golden Age. Barron is quiet now, but he will become very well known and do great things. He has one of the highest IQʼs the world has ever seen.’
Kabamur_Taygeta pretendeert informatie van het ‘Pleiadian Collective’ door te geven. Een gek dus. Maar wel een gek met 56,8 K volgers. Bovendien kreeg zijn bericht over Barron Trump een retweet van Ines Knauss. Wie dat is? De zuster van Melania Trump.
Zijn we er hiermee aan het einde gekomen van het overzicht van de duistere achtergronden van QAnon? Nee, wat resteert is de internationale context waarbinnen een en ander is ontstaan. Dat is het onderwerp van het derde en laatste deel van deze artikelenserie.
Jeremy Scahill is een van de drie oprichters en correspondent van The Intercept. Hij is onderzoeksjournalist en auteur van de internationale bestsellers Dirty Wars: The World Is a Battlefield en Blackwater: The Rise of the World’s Most Powerful Mercenary Army.
De door de VS gesteunde, bewapende en gefinancierde extreem-rechtse regering van Benjamin Netanyahu is momenteel bezig met een systematische collectieve strafcampagne tegen de bevolking van Gaza. Ruim twee miljoen mensen zitten gevangen in een gevangenkamp in de open lucht en kunnen nergens heen om te vluchten voor deze operatie van de verschroeide aarde. Kinderen worden afgeslacht. Woongebouwen van burgers worden met de grond gelijk gemaakt. Intussen gaan etno-nationalistische milities tekeer in de straten van Israël en terroriseren zij hun Arabische buren in een campagne van georganiseerd geweld. We moeten duidelijk zijn: wat ten grondslag lag aan deze gruwelen was de intensivering van Israëls etnische schoonmaakcampagne tegen de Palestijnen in Oost-Jeruzalem, waarbij mensen met geweld uit hun huizen werden gezet om die vervolgens over te dragen aan Israëlische kolonisten. De brandgevaarlijke situatie werd ook nog eens verergerd door een belegering van een van de heiligste plaatsen van de islam, de Al Aqsa-moskee in Jeruzalem, door Israëlische strijdkrachten tijdens de Ramadan.
Israël is een kernmacht, bewapend met de meest geavanceerde en dodelijke wapens denkbaar. Het land opereert met een blanco cheque van straffeloosheid, geschonken door zijn financiële en militaire sponsor: de Amerikaanse regering. President Joe Biden heeft een lange staat van dienst als verdediger van Israëls ergste misdaden. En als president faciliteert hij nu deze moorddadige misdaad tegen de mensheid, die wordt begaan door zijn ʻgrote, grote vriendʼ Netanyahu. Dit alles is geworteld in Israëls meerjarige vernietigingsoorlog tegen het Palestijnse volk.
De Israëlische en de Amerikaanse regering – en in feite alle westerse regeringen – propageren een verraderlijke leugen, in de vorm van een campagne om Hamas tot het centrale thema van dit bloedbad te maken. Het steeds weer herhaalde refrein dat Israël het recht heeft om zichzelf te verdedigen is bedoeld om Israël een schild van straffeloosheid te geven en zijn misdaden tegen de menselijkheid te rechtvaardigen. Het standpunt van de VS is dat Israël het recht heeft om zichzelf te verdedigen, maar dat het Palestijnse volk dat niet heeft. Maar van iedereen die het heeft over de gruwelen die worden begaan tegen de overwegend weerloze Palestijnen, wordt geëist om het afvuren van raketten door Hamas op Israël te veroordelen. Dit is een poging om ʻbeide partijenʼ de schuld te geven van wat feitelijk een asymmetrische terreurcampagne is, gevoerd door een kernmogendheid tegen een volk dat geen staat heeft, geen leger, geen luchtmacht, geen marine, en een bijna niet-bestaande civiele infrastructuur.
Iedereen die vraagt ʻMaar hoe zit het dan met de raketten van Hamas?ʼ heeft de morele plicht om in de huid van de Palestijnen van Gaza te kruipen en eens heel goed in het diepste van zijn ziel te kijken.
Wat is mijn persoonlijke mening? Ik zou hopen dat als ik in een openluchtgevangenis zou leven waar mijn familie en buren worden vermoord, en mijn menselijkheid wordt uitgewist door een machtige natie die wordt gesteund door de machtigste regering ter wereld, ik de morele kracht zou kunnen vinden om geen raketten af te vuren op de burgers van het land waarvan de regering mij dood wil hebben en herhaaldelijk pogingen onderneemt om mij te vermoorden. Maar ik kan niet met zekerheid zeggen dat ik niet tot een dergelijke reactie zou overgaan als ik, zoals de mensen in Gaza, gevangen zou zitten in een dodenkooi. Ik wil niet dat burgers worden gedood vanwege de misdaden van hun regering, zelfs niet als zij de pogingen om mij te vermoorden toejuichen. Tegelijkertijd is dit niet míjn werkelijkheid, en heb ik het recht niet om te oordelen over de tactieken van de onderdrukten, vooral niet wanneer de terreur tegen hen wordt gefinancierd en openlijk wordt gesteund door zowel Democraten als Republikeinen in wat al lang het officiële beleid van de VS is.
Er zijn Palestijnse activisten en burgers die zich tegen Hamas hebben uitgesproken en hebben gesteld dat de acties van Hamas de Palestijnse zaak van nationale bevrijding schaden, en de propagandacampagne van Israël en zijn machtige bondgenoten schragen. Die stemmen moeten worden gehoord, want zij hebben het absolute morele recht om te beslissen over de tactiek van het verzet, omdat zij moeten leven met de gevolgen ervan. Maar westerse journalisten, analisten, politici en commentatoren die zich uitsluitend bezighouden met de acties van Hamas, terwijl ze de overweldigende buitenproportionele bombardementen en huisuitzettingen door Israël negeren, bagatelliseren of rechtvaardigen, verdedigen de oorlogsmisdaden van een natiestaat tegen een behoeftige en mishandelde bevolking.
Yair Wallach is universitair hoofddocent Israëlische studies en hoofd van het Centrum voor Joodse Studies aan SOAS, Universiteit van Londen
De drang van Israëlisch rechts om de Tempelberg in te nemen dreigt tweeduizend jaar jodendom op zijn kop te zetten
Maandag 10 mei begon op de sociale media een apocalyptische video uit Jeruzalem te circuleren. Op de achtergrond was een grote brand te zien die woedde op de plaats die moslims al-Aqsa of al-Haram al-Sharif noemen, en joden de Tempelberg. Een boom stond in lichterlaaie naast de al-Aqsa moskee (sommigen geven de verdovingsgranaten van de Israëlische politie de schuld, anderen Palestijnen die vuurwerk afschoten, misschien gericht op joodse gelovigen). Daaronder was het grote plein bij de Westelijke Muur (de Klaagmuur) volgestroomd met jonge joodse Israëliʼs, zich identificerend met religieus zionistisch rechts, die de ʻDag van Jeruzalemʼ vierden (ter herdenking van de bezetting van Oost-Jeruzalem in 1967). Zij juichten bij het zien van het vuur en zongen een wraakhymne die populair is in extreem-rechtse kringen. De tekst bestaat uit de woorden van Samson, vlak voordat hij de pilaren van de Tempel in Gaza neerhaalde: ʻO God, dat ik met één klap wraak mag nemen op de Filistijnen voor mijn twee ogen!ʼ De Israëlische tieners, zichtbaar uitzinnig, sprongen op en neer en riepen: ʻMoge hun naam worden uitgewist!ʼ
Dit is niet de eerste keer dat de heilige plaatsen het toneel zijn van een grote gewelddadige escalatie in het conflict, en het is daarom verleidelijk deze wraakzuchtige razernij te interpreteren als slechts de laatste uitbarsting van een atavistische devotie voor oude stenen, die gedoemd is uit de hand te lopen. Maar dat is een misleidend verhaal: de politieke betekenis van deze plaatsen – en hun eigenlijke betekenis – is in de afgelopen eeuw drastisch veranderd, vooral voor Joodse Israëliʼs.
Het jodendom, zoals dat zich in de oudheid en de middeleeuwen heeft ontwikkeld, is een religie die gevormd is door de afwezigheid van de Tempel – die door de Romeinen in 70 na Chr. werd verwoest. En hoewel joodse gebeden spreken over het verlangen naar een herstel van de Tempel, zijn de bijbelse praktijken die met de Tempel worden geassocieerd (zoals het offeren van dieren) tegenstrijdig met de praxis en de geest van het jodendom. De Westelijke Muur (een deel van de steunmuur van de Tempel van Herodes) is een heilig overblijfsel – een symbool van de vernietiging die het jodendom heeft gevormd. De huidige plek wordt sinds de zestiende eeuw door joden vereerd. In de negentiende eeuw was het de belangrijkste joodse plaats voor bedevaart en aanbidding, maar voor de zionistische beweging vormde het een ideologische puzzel.
De moderne joodse nationale beweging, die opriep tot een terugkeer naar Zion, wilde de muur heroveren. Vanaf het begin van de twintigste eeuw hebben zionistische leiders opgeroepen de muur ʻterug te winnenʼ door de huizen in de omgeving op te kopen en een plein aan te leggen voor de gelovigen. Zij wilden er een monument van nationale wederopstanding van maken. Maar de muur zelf, als overblijfsel van het verwoeste tempelcomplex, was een symbool van verwoesting, en niets kon dat feit veranderen. Voor het jodendom was de muur een voortdurende herinnering aan de ballingschap – een ballingschap die door de moderne zionistische belofte om ʻde joodse diaspora bijeen te brengenʼ niet ongedaan gemaakt kon worden. Deze eenvoudige en onoverkomelijke tegenstrijdigheid is de zionistische betrokkenheid bij de muur altijd blijven achtervolgen.
Deze tweeslachtigheid was merkbaar in vroege zionistische attitudes. De muur was grotendeels afwezig in de vroege zionistische iconografie, en verscheen (als hij al verscheen) als een metafoor voor vernietiging, in tegenstelling tot de symbolen van de zionistische wederopstanding, zoals de landbouwkolonies. De door de Labourpartij gedomineerde zionistische beweging probeerde de joodse religieuze symbolen in te zetten ten gunste van het seculiere nationalisme, maar was sterk gekant tegen ideeën over de herbouw van de Tempel. Zozeer zelfs dat, zoals de historicus Hillel Cohen onthulde, de zionistische Hagana-militie in 1931 een jood vermoordde die van plan was de islamitische plaatsen van de Haram op te blazen.
Na de Israëlische bezetting van Oost-Jeruzalem in 1967 hadden Israëlische functionarissen de directe controle over de heilige plaatsen. Zij beloofden de status quo te zullen handhaven op de Haram, die onder effectieve Palestijnse islamitische controle bleef. Wat de Westelijke Muur betreft, werd de wens om van deze plaats een nationaal joods monument te maken, eindelijk verwezenlijkt. Binnen enkele dagen werd het Mughrabi-district, een middeleeuwse wijk die naast de muur lag, volledig ontvolkt en met de grond gelijk gemaakt, om plaats te maken voor een enorm plein. Van een verborgen muur, alleen van dichtbij te zien, werd de Klaagmuur een monumentaal podium, dat niet alleen voor gebed maar ook voor staats- en militaire plechtigheden werd gebruikt.
Maar deze transformatie heeft de fundamentele tegenstrijdigheden die in de muur besloten liggen niet opgelost, en ze feitelijk alleen maar geaccentueerd. Veel meer dan voorheen is de positie van de muur als scherpe grens tussen joden (beneden) en moslims (boven), tussen ruïne (de muur) en verlossing (de onbereikbare Tempelberg), zichtbaar geworden. De muur blijft een gedenkteken van vernietiging, een plaats van afwezigheid, terwijl de islamitische plaatsen daar bovenuit rijzen.
Na 1967 verloor de seculiere Labourbeweging haar rol als zionistische voorhoede. Religieuze kolonisten eisten de taal van het zionisme op, terwijl zij voorop gingen in de kolonisatie van de bezette gebieden. Het seculier-zionistische project van ʻnormaliseringʼ – van de joden een territoriale natie maken ʻzoals iedere andereʼ – werd van binnenuit overgenomen door degenen die de kolonisatiemissie voortzetten, maar de bijbelse belofte van het land letterlijk interpreteerden als het manifeste lot van de natie. In deze context kregen de heilige plaatsen – die nu onder Israëlische controle stonden – een nieuwe betekenis, en vormden ze een nieuwe grens. Sommige religieuze zionisten waren niet langer tevreden met de Westelijke Muur, aangezien de Tempelberg binnen bereik lag.
In de jaren tachtig ondernamen joodse militante groeperingen twee pogingen om de islamitische heilige plaatsen op de Haram op te blazen. Sindsdien is de Tempelberg-beweging, die Israël oproept de joodse controle over de Haram op te eisen, uitgegroeid van een kleine randgroepering tot een beweging met brede politieke steun. Het Tempelinstituut in de Oude Stad, dat gedeeltelijk door de Israëlische regering wordt gefinancierd, produceert rituele voorwerpen voor de Tempel, in afwachting van de herbouw ervan, terwijl jaarlijks tijdens Pesach voorstellingen van gesimuleerde rituele offers door priesters in witte gewaden worden gehouden, in de onmiddellijke nabijheid van de Haram al-Sharif. Dergelijke praktijken vertegenwoordigen niet minder dan een heruitvinding van het jodendom – gezien het feit dat het gedurende tweeduizend jaar gevormd is door de verwoesting van de Tempel. Deze activiteiten blijven voorlopig nog kleinschalig; populairder zijn de veelvuldige groepsbezoeken van religieuze joden aan de berg, ondanks Palestijnse protesten. Orthodoxe rabbijnen hebben lange tijd bezoeken aan het complex verboden vanwege de heiligheid ervan. Maar steeds meer rabbijnse autoriteiten hebben dat verbod opgeheven, en deze bezoeken hebben een rituele betekenis gekregen, ook al blijft het joodse gebed er formeel verboden, in overeenstemming met de status quo.
In de afgelopen jaren is het joodse suprematisme opgekomen als een hegemoniale ideologie die de Israëlische controle over het hele land legitimeert, van de rivier de Jordaan tot aan de Middellandse Zee. Voor Israëlisch radicaal rechts is het onvermogen of de onwil van Israël om volledige controle over de Haram te verwerven een symptoom van ʻzwakke soevereiniteit.ʼ Deze frustratie accentueert de theologische ontoereikendheid van de Muur – als de plaats van permanente verwoesting en afwezigheid – en richt de aandacht op de Tempelberg.
De aanhoudende Palestijnse aanwezigheid in de al-Aqsa Moskee lijkt daarom het laatste significante obstakel voor Israëlische overheersing – de plaats heeft een enorme mobiliserende kracht onder gewone Palestijnen die hem in tijden als deze met duizenden tegelijk komen verdedigen, en het is geen verrassing dat Hamas zich met de verdediging ervan wilde associëren door het afvuren van raketten vanuit Gaza.
De Palestijnen behouden de controle over de heiligste plaats van het land voor moslims en joden, niet door middel van militair geweld of diplomatieke onderhandelingen, maar eenvoudigweg door er te blijven, met het morele gezag dat dat met zich meebrengt.
De Haram al-Sharif vormt dus een symbolische uitdaging voor de joods-Israëlische hegemonie die veel belangrijker is dan de verzwakte Palestijnse Autoriteit of de raketten van Hamas. Dit verklaart wellicht het geweld van de Israëlische politie bij de bestorming van de moskee, en het grote aantal gewonden onder de islamitische gelovigen deze week – net zoals het de menigte jonge Israëliʼs verklaart die genocidale wraakliederen zingt terwijl het vuur brandt op de Haram al-Sharif. Maar wat grotendeels onopgemerkt is gebleven, is de mate waarin deze gebeurtenissen een signaal zijn van de opkomst van een versie van het jodendom die een fetisj van rots en aarde vereert – en een verlossingsfantasie nastreeft via de fysieke overname van de plek waar ooit de Tempel stond. Voorlopig is zoʼn apocalyptisch scenario nog onwaarschijnlijk. Maar de gebeurtenissen van deze week – waarbij het land wordt overspoeld door een ongekende golf van geweld door burgerwachten, die dreigt uit te lopen op een burgeroorlog – laten zien hoe gevaarlijk deze trend nu al is geworden.
Bernie Sanders is een Amerikaanse senator uit Vermont. Zijn boek Our Revolution verscheen in Nederlandse vertaling bij Starfish Books.
ʻIsraël heeft het recht om zichzelf te verdedigen.ʼ
Dit zijn de woorden die we horen van zowel Democratische als Republikeinse regeringen van de VS wanneer de regering van Israël, met haar enorme militaire macht, reageert op raketaanvallen vanuit Gaza.
Laten we duidelijk zijn. Niemand beweert dat Israël, of welke regering dan ook, niet het recht heeft om zichzelf te verdedigen of om haar volk te beschermen. Waarom worden deze woorden dan jaar na jaar, oorlog na oorlog herhaald? En waarom wordt bijna nooit de vraag gesteld: ʻWat zijn de rechten van het Palestijnse volk?ʼ
En waarom lijken we alleen aandacht te schenken aan het geweld in Israël en Palestina wanneer er raketten op Israël vallen?
Op dit moment van crisis zouden de Verenigde Staten moeten aandringen op een onmiddellijk staakt-het-vuren. We moeten ook begrijpen dat, hoewel het absoluut onaanvaardbaar is dat Hamas raketten afvuurt op Israëlische gemeenschappen, het conflict van vandaag niet is begonnen met die raketten.
Palestijnse families in de Jeruzalemse wijk Sheikh Jarrah leven al vele jaren onder de dreiging van uitzetting en hebben met een juridisch systeem te maken dat is ontworpen om hun gedwongen ontheemding te vergemakkelijken. En de afgelopen weken hebben extremistische kolonisten hun pogingen om deze mensen uit hun huizen te verdrijven geïntensiveerd.
En deze uitzettingen zijn tragisch genoeg slechts een onderdeel van een breder systeem van politieke en economische onderdrukking. Al jaren zien we een steeds zwaarder worende Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, en een voortdurende blokkade van Gaza, die het leven van de Palestijnen daar steeds ondraaglijker maakt. In Gaza, dat ongeveer twee miljoen inwoners telt, is 70 procent van de jongeren werkloos en hebben ze weinig hoop voor de toekomst.
Verder hebben we gezien hoe de regering van Benjamin Netanyahu de Palestijnse burgers van Israël marginaliseert en demoniseert, een nederzettingenbeleid voert dat is ontworpen om de mogelijkheid van een tweestatenoplossing uit te sluiten, en wetten aanneemt die de systematische ongelijkheid tussen joodse en Palestijnse burgers van Israël verankeren.
Dit alles vormt geen excuus voor de aanslagen van Hamas, die een poging waren om de onrust in Jeruzalem uit te buiten, of voor het falen van de corrupte en ondoeltreffende Palestijnse Autoriteit, die onlangs verkiezingen heeft uitgesteld die al lang hadden moeten plaatsvinden. Maar feit is dat Israël de enige soevereine autoriteit blijft in het land van Israël en Palestina, en in plaats van zich voor te bereiden op vrede en gerechtigheid, heeft het zijn ongelijke en ondemocratische controle verscherpt.
Gedurende meer dan een decennium van zijn rechtse bewind in Israël heeft Netanyahu een steeds intoleranter en autoritairder soort racistisch nationalisme gecultiveerd. In zijn verwoede pogingen om aan de macht te blijven en vervolging wegens corruptie te ontlopen, heeft Netanyahu deze krachten, waaronder Itamar Ben Gvir en zijn extremistische Joodse Machtspartij, gelegitimeerd door hen in de regering op te nemen. Het is schokkend en bedroevend dat racistische bendes die Palestijnen in de straten van Jeruzalem aanvallen, nu in de Knesset vertegenwoordigd zijn.
Deze gevaarlijke tendensen zijn niet uniek voor Israël. Over de hele wereld, in Europa, Azië, Zuid-Amerika en hier in de Verenigde Staten, hebben we de opkomst gezien van soortgelijke autoritaire nationalistische bewegingen. Deze bewegingen maken gebruik van etnische en racistische haat om macht op te bouwen voor een paar corrupte mensen in plaats van welvaart, gerechtigheid en vrede voor velen te bewerkstelligen. De afgelopen vier jaar hadden deze bewegingen een vriend in het Witte Huis.
Tegelijkertijd zien we de opkomst van een nieuwe generatie activisten die samenlevingen willen opbouwen die gebaseerd zijn op menselijke behoeften en politieke gelijkheid. We zagen deze activisten de afgelopen zomer in de Amerikaanse straten, in de nasleep van de moord op George Floyd. We zien ze in Israël. We zien ze in de Palestijnse gebieden.
Met een nieuwe president hebben de Verenigde Staten nu de kans om een nieuwe benadering van de wereld te ontwikkelen – een benadering die is gebaseerd op rechtvaardigheid en democratie. Of het nu gaat om het helpen van arme landen om de vaccins te krijgen die ze nodig hebben, om het leiding geven aan de wereld in de strijd tegen de klimaatverandering of om het vechten voor democratie en mensenrechten over de hele wereld, de Verenigde Staten moeten het voortouw nemen door samenwerking te bevorderen in plaats van conflicten.
In het Midden-Oosten, waar de VS jaarlijks bijna 4 miljard dollar aan hulp aan Israël geven, kunnen we niet blijven doorgaan met het verzinnen van excuses voor de rechtse regering-Netanyahu en haar ondemocratische en racistische gedrag. We moeten het over een andere boeg gooien en een onpartijdige aanpak kiezen, een aanpak die het internationaal recht inzake de bescherming van burgers handhaaft en versterkt, evenals de bestaande Amerikaanse wetgeving die bepaalt dat de verstrekking van militaire hulp door de VS geen schending van de mensenrechten mogelijk mag maken.
Bij deze aanpak moet worden erkend dat Israël het absolute recht heeft om in vrede en veiligheid te leven, maar dat de Palestijnen dat ook hebben. Ik ben er vast van overtuigd dat de Verenigde Staten een belangrijke rol te spelen hebben bij het helpen van Israëliʼs en Palestijnen om die toekomst op te bouwen. Maar als de Verenigde Staten op het wereldtoneel een geloofwaardige stem willen laten horen op het gebied van de mensenrechten, moeten wij de internationale normen op het gebied van die mensenrechten consequent handhaven, ook als dat politiek gezien moeilijk is. We moeten erkennen dat Palestijnse rechten ertoe doen. Palestijnse levens zijn belangrijk.