Categorieën
Politiek

Wat in het Capitool is gebeurd, gebeurt overal ter wereld

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 7 januari 2021

fotografie: Volkskrant

door Cas Mudde

Cas Mudde is een Nederlandse politicoloog die zich richt op politiek extremisme en populisme in Europa en de Verenigde Staten. Zijn onderzoek omvat politieke partijen, extremisme, democratie, het maatschappelijk middenveld en de Europese politiek.

Ook in Duitsland, Hongarije en Nederland zijn de afgelopen jaren extreemrechtse pogingen ondernomen om parlementen en regeringskantoren te bestormen.

Slechts één dag nadat zwarte vrouwen in Georgia de Amerikaanse democratie te hulp zijn geschoten, vielen witte mannen in Washington DC het symbool van diezelfde democratie aan. De eerste aanval werd feitelijk van binnenuit gepleegd, door een groep Republikeinse Congresleden, die de verkiezingsoverwinning van de nieuwe president Joe Biden ter discussie stelden. De tweede aanval begon buiten, als een pro-Trump en ʻStop the Stealʼ-rally, en eindigde binnen, met een meute extreemrechtse betogers die het opmerkelijk zwakke politiecordon doorbrak en illegaal het Amerikaanse Capitool binnendrong, waar vervolgens selfies werden gemaakt met politieagenten, onder het roepen van ʻAcabʼ (ʻAll cops are bastards,ʼ alle politiemannen zijn klootzakken).

Ik bestudeer rechts-radicalen nu al bijna dertig jaar en heb ze nog nooit zo stoutmoedig gezien als in de afgelopen jaren. Voor alle duidelijkheid: dit gaat niet alleen over Donald Trump of de VS. Vorig jaar nog probeerden voor het merendeel extreemrechtse anti-vaccinatie-betogers de Reichstag, het Duitse parlement, te bestormen, waarbij ze eveneens op opmerkelijk zwak politieverweer stuitten. En in Nederland zijn boze boeren, vaak onder leiding van de extreemrechtse Farmers Defence Force, al sinds 2019 bezig met het vernielen van overheidskantoren en het bedreigen van politici. Nog verder terug, in 2006, bestormden extreemrechtse meutes het Hongaarse parlement en vochten ze wekenlang met de politie in de straten van Boedapest – in veel opzichten het begin van de radicalisering en de terugkeer aan de macht van de huidige premier Viktor Orbán.

Hoe en waarom zijn we hier terechtgekomen? In de eerste plaats door een langdurig proces van lafheid, mislukkingen en kortzichtig opportunisme van mainstream rechts. Al in 2012, in de nasleep van de dodelijke terreuraanslag op een Sikh-tempel in Wisconsin, door een prominente neonazi, schreef ik: ʻDe extremistische retoriek die afkomstig is van zogenoemde gezagsgetrouwe patriotten moet serieuzer worden genomen.ʼ Ik adviseerde Republikeinse leiders om ʻvoorzichtiger te zijn bij het kiezen van hun gezelschap en het uiten van hun insinuaties.ʼ Wat gebeurde was echter het tegenovergestelde: extreemrechtse ideeën en mensen werden mainstream in plaats van in de ban gedaan.

Zoals in zoveel andere zaken is Donald Trump een belangrijke katalysator van dit proces geweest, maar niet de initiatiefnemer ervan. De radicalisering van rechts in de VS dateert al van tientallen jaren vóór Trump. Het dateert zelfs van vóór de Tea Party, die vooral heeft geholpen om extreemrechts in het hart van de Republikeinse partij te brengen. Het is duidelijk dat racisme en het zinspelen daarop een sleutelrol hebben gespeeld in deze partij sinds ze in de jaren zeventig haar beruchte Southern Strategy lanceerde, waarmee witte Amerikanen uit het zuiden van de VS de Republikeinse partij binnen werden gebracht, maar dit gaat veel verder dan dat. De radicalisering is niet alleen ideologisch, maar ook anti-systemisch van aard.

De afgelopen decennia hebben rechtse politici en deskundigen extreemrechtse kiezers op opportunistische wijze gevleid door hen ʻhet echte volkʼ te noemen, en door van deze luidruchtige minderheid een zogenaamd tot slachtoffer geworden zwijgende meerderheid te maken. Hoewel ook hier sprake is van een veel breder verspreid proces, heeft het zich zeer sterk ontwikkeld in de VS, waar het werd versterkt door een bloeiend ʻconservatiefʼ medianetwerk, van talk radio tot Fox News, evenals door de nog steeds formidabele infrastructuur van religieus rechts. Het was zelfs zó succesvol dat, al vóórdat Trump president werd, een meerderheid van de witte evangelische christenen geloofde dat ʻde discriminatie van witte mensen nu net zo cruciaal is als de discriminatie van niet-witte mensen.ʼ Een jaar later bleek uit een enquête dat een meerderheid van de witte evangelische christenen meende dat zij méér gediscrimineerd werden dan moslims in de VS.

Het discours van het ʻwitte slachtofferschapʼ is echter niet langer een puur rechts fenomeen. Wanneer successen van extreemrechts de mainstream media en de politiek verrassen, vertonen die een neiging tot overcompensatie, en stappen ze van het aan de kaak stellen of negeren van ʻde racistenʼ over op het verdedigen of zelfs verheerlijken van hen. Jarenlang hebben journalisten en politici het belang van het racisme gebagatelliseerd en het verhaal van de ʻeconomische zorgenʼ van deze mensen naar voren gebracht. Racisten waren ʻde achtergeblevenenʼ of gewoonweg ʻhet volkʼ – zelfs in landen waar extreemrechts nauwelijks meer dan 10 procent van de stemmen haalde bij verkiezingen.

Ongetwijfeld geloven sommige rechtse politici en deskundigen écht in hun eigen propaganda, maar de overgrote meerderheid weet heel goed dat de extreemrechtse kiezers slechts een minderheid van de bevolking vormen en dat witte mensen – of ze nu evangelisch zijn of niet – lang niet zo erg gediscrimineerd worden als moslims, of als andere niet-witte en niet-christelijke groeperingen. En als ze dat niet geloven, stel hen dan de volgende vraag: denkt u nu echt dat deze betogers het Capitool hadden kunnen binnendringen als ze Afrikaans-Amerikaans of moslim waren geweest?

Waarschijnlijk hebben de meeste politici en deskundigen deze groepen aanvankelijk om puur opportunistische redenen het hof gemaakt, in de hoop op steun van extreemrechts. Maar naarmate extreemrechts steeds stoutmoediger en gewelddadiger werd, werd mainstream rechts steeds banger. Veel mainstream politici en andere elites durven zich niet langer uit te spreken tegen extreemrechts, bang om persoonlijk en politiek bedreigd te worden door hun meutes.

Het steeds brutaler en openlijker wordende politieke geweld van extreemrechtse bendes en meutes zou een wake-up call moeten zijn voor alle mensen die extreemrechts naar de mond gepraat hebben. Je kunt deze meutes niet controleren. Ze controleren jou. En hoewel deze bendes niet het grootste deel van de bevolking vertegenwoordigen dat er extreemrechtse opvattingen op na houdt of op extreemrechtse kandidaten en partijen stemt, delen ze in principe een vergelijkbaar wereldbeeld. En daarin is er geen ruimte voor nuance of compromis. Je bent óf een bondgenoot, op hún voorwaarden, óf een vijand. En er is geen genade voor vijanden, zelfs niet als het voormalige bondgenoten zijn. Vraag dat maar aan gouverneur Brian Kemp of aan minister van Binnenlandse Zaken Brad Raffensperger van Georgia.

Het is derhalve de hoogste tijd dat liberaal-democratische journalisten, politici en deskundigen eindelijk gaan inzien wat extreemrechts werkelijk is: een bedreiging voor de liberale democratie. Een geduchte dreiging, dat zeker, maar ook een dreiging die alleen kan slagen met de stilzwijgende hulp van de mainstream – hetzij door opportunistische coalities, hetzij door laffe non-respons. We bevinden ons niet in de jaren dertig van de vorige eeuw. Vandaag de dag is de overgrote meerderheid van de Amerikanen en Europeanen voorstander van een liberale democratie. Maar zíj zijn de zwijgende meerderheid geworden, steeds meer genegeerd en onbeschermd door haar vertegenwoordigers.

Het is tijd om op te staan tegen extreemrechts en je uit te spreken vóór de liberale democratie. Het is tijd om het racisme en de ondemocratische discoursen en gedragingen van extreemrechts aan de kaak te stellen. En het is tijd om het giftige verhaal van het witte slachtofferschap duidelijk en openlijk te verwerpen. Natuurlijk moeten we de strijd van delen van de witte bevolking erkennen, met name die van de boeren en arbeiders, maar niet ten koste van de niet-witte bevolking of de liberale democratie.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *