Giorgio Agamben is een Italiaanse filosoof die vooral bekend is door zijn werk waarin hij de concepten van de uitzonderingstoestand, levensvorm (ontleend aan Ludwig Wittgenstein) en homo sacer onderzoekt. Agambens filosofie is diepgaand beïnvloed door enerzijds Martin Heidegger, bij wie hij colleges volgde en anderzijds Walter Benjamin, wiens werk hij in het Italiaans vertaalde. De bundel A che punto siamo? met zijn corona-essays, waarvan dit het derde is, verschijnt binnenkort bij Starfish Books.
Opmerking van de Engelse vertaler (Adam Kotsko): Giorgio Agamben heeft mij gevraagd dit korte essay te vertalen, dat een indirect antwoord is op de controverse rondom zijn artikel over de Italiaanse reactie op het coronavirus.
Angst
is een slechte raadgever, maar zorgt er wel voor dat je veel dingen
gaat zien waarvan je had voorgewend ze niet te kúnnen zien. Het
eerste dat de golf van paniek die ons land heeft verlamd vooral heel
duidelijk heeft aangetoond is dat onze samenleving niet meer gelooft
in iets anders dan het naakte leven. Het is duidelijk dat de
Italianen bereid zijn vrijwel alles op te offeren – hun normale
levensomstandigheden, sociale relaties, werk, zelfs vriendschappen,
liefdes en religieuze en politieke overtuigingen – om maar niet
ziek te worden. Het naakte leven – en de angst om dat te verliezen
– is niet iets dat mensen verenigt, het verblindt en scheidt hen.
Net als bij de pestepidemie die wordt beschreven in de roman van
Alessandro Manzoni worden andere mensen nu alleen nog maar gezien als
mogelijke verspreiders van de ziekte, die ten koste van alles gemeden
moeten worden en waarvan je minstens een meter afstand moet houden.
De doden – onze doden – hebben geen recht op een begrafenis en
het is niet duidelijk wat er met de lichamen van onze geliefden
gebeurt. Onze buren zijn weggevaagd en het is merkwaardig dat de
kerken zwijgen over deze kwestie. Hoe zullen de menselijke relaties
zich ontwikkelen in een land dat eraan gewend is geraakt om wie weet
hoe lang nog op deze manier te moeten leven? En wat is een
samenleving waard die geen andere waarde kent dan overleven?
Het
andere ding dat door de epidemie naar voren komt is niet minder
verontrustend. Dat is het feit dat de uitzonderingstoestand, waaraan
regeringen ons al lange tijd hebben laten wennen, in wezen de normale
toestand is geworden. Er zijn in het verleden ernstigere epidemieën
geweest, maar niemand heeft er toen ooit aan gedacht een noodtoestand
zoals deze uit te roepen, die ons zelfs verhindert om te bewegen.
Mensen zijn er nu zó aan gewend geraakt in omstandigheden van
voortdurende crisis en in een permanente noodtoestand te leven dat ze
niet meer lijken te beseffen dat hun leven is teruggebracht tot iets
puur biologisch, zonder enige sociale en politieke, laat staan
menselijke en affectieve dimensie. Een samenleving die in een
permanente noodtoestand verkeert kan geen vrije samenleving zijn. We
leven feitelijk in een samenleving die om zogenoemde ʻredenen
van veiligheidʼ
de vrijheid heeft opgeofferd en zichzelf derhalve heeft veroordeeld
tot het leven in een permanente staat van angst en onzekerheid.
Geen
wonder dat er sprake is van een oorlog tegen het virus. De
noodmaatregelen dwingen ons te leven in een staat van beleg. Maar een
oorlog tegen een onzichtbare vijand die in ieder ander mens kan
schuilen, is de meest absurde oorlog die maar mogelijk is. In
werkelijkheid is dit een burgeroorlog. De vijand is niet daarbuiten,
maar zit in ons.
Wat mij zorgen baart is niet alleen het heden, maar vooral ook de toekomst. Net zoals oorlogen ons een reeks onheilspellende technologieën hebben nagelaten, van prikkeldraad tot kerncentrales, is het ook nu meer dan waarschijnlijk dat mensen na deze gezondheidscrisis zullen proberen de experimenten voort te zetten die de regeringen nog niet hebben kunnen uitvoeren: digitale apparatuur zal de plaats innemen van onze fysieke aanwezigheid in scholen en universiteiten, en de publieke ruimte zal – met de nodige voorzorgsmaatregelen – beperkt blijven tot de privé-sfeer van de woning. Met andere woorden, het gaat hier om niets meer of minder dan de afschaffing van iedere vorm van publieke ruimte.
Paolo Gerbaudo is politiek theoreticus en de directeur van het Centre for Digital Culture aan King’s College London. Hij is de auteur van The Digital Party (Pluto Press, 2018)
Populistisch rechts heeft zijn electorale kracht gebaseerd op luidruchtigheid en arrogant zelf-vertrouwen. Maar temidden van de coronavirus-pandemie lijken figuren als Donald Trump, Boris Johnson en Jair Bolsonaro in verwarring. Ze houden ofwel wanhopig vast aan de schijn van normaliteit (het is maar een griepje), of hebben zich al gedwongen gezien om beschamende U-bochten te maken door de ernst van de crisis alsnog te erkennen.
Boris Johnson moest de strategie van de ʻgroepsimmuniteitʼ van zijn regering loslaten toen uit nieuw wetenschappelijk bewijsmateriaal was gebleken wat de verschrikkelijke kosten aan mensenlevens zouden kunnen zijn. Hij bleek onlangs zelf met het virus besmet, en wordt nu beticht van zelfgenoegzaamheid en gebrek aan leiderschap. In Italië lijkt Matteo Salvini, de leider van de extreem-rechtse Liga en voormalig vice-premier, uit het veld geslagen nu hij niet in staat is zich voor te doen als de verantwoordelijke staatsman waar deze crisis om vraagt; zijn ongezouten kritiek op de regering heeft hem zelfs de benaming ʻonpatriottischʼ opgeleverd. In Frankrijk lijkt Marine Le Pen geheel en al uit de media te zijn verdwenen, terwijl de vasthoudendheid van Bolsonaro bij het ontkennen van de crisis hem in een steeds geïsoleerdere positie heeft doen belanden.
In de VS heeft Trump een zigzag-strategie gevoerd. Na het belang van het virus wekenlang gebagatelliseerd te hebben, zag hij zich gedwongen een nationale noodtoestand uit te roepen. Nadat hij vorige week op zijn schreden was teruggekeerd en had beweerd dat de ʻlockdownʼ met Pasen zou eindigen om schade aan de economie te voorkomen, heeft hij nu toegegeven dat het zeker tot eind april zal duren voor het zover is. Het is waar dat zijn populariteit is gestegen, net zoals dat met George W Bush is gebeurd na 11 september 2001. Maar Trump maakt zich duidelijk zorgen over de electorale gevolgen van een enorme hoeveelheid sterfgevallen en een recessie met een werkloosheid van mogelijk ruim 20%.
De problemen waarmee
de nationale populisten kampen zijn geen verrassing als we bedenken
dat zij weinig op hebben met de domeinen die de kern van deze crisis
uitmaken: die van de gezondheidszorg, de sociale voorzieningen en de
wetenschap. Op het front van de gezondheidszorg legt de crisis de
dwaasheid bloot van tientallen jaren van onderfinanciering en
privatisering van het gezondheidszorgstelsel. Trump, Johnson en
Salvini moeten beschamende vragen beantwoorden als het gaat om hun
staat van dienst als vijanden van de openbare gezondheidszorg.
Bovendien vraagt de crisis om een grote verandering van het
economisch beleid, die op gespannen voet staat met de ideologische
uitgangspunten van het nationaal-populisme, waarin chauvinisme op het
culturele front wordt gecombineerd met een ultra-neoliberaal beleid
op het economische front.
De overduidelijke behoefte aan staatsbescherming voor strategische nationale bedrijfstakken, te beginnen met die voor medische apparatuur en farmaceutische producten, is geen anathema voor nationaal-populisten, die het handelsprotectionisme al hebben omarmd. Maar populistisch rechts heeft zich krachtig gekeerd tegen allerlei sociale voorzieningen, die nu noodzakelijk zijn om een sociale catastrofe te voorkomen. Nadat ze deze voorzieningen herhaaldelijk hebben gebrandmerkt als ʻgevaarlijkʼ en ʻanti-patriottischʼ bevinden deze politici zich inmiddels in de netelige positie om ze te moeten omarmen.
Een ander lijk in de
kast is de minachting van de nationaal-populisten voor de wetenschap.
De coronacrisis confronteert ons met een dreiging die het best kan
worden begrepen en op waarde kan worden geschat via de lens van de
wetenschap. Epidemiologen en virologen figureren prominent in de
media, en het publiek volgt lijdzaam hun aanbevelingen op. Het is
onduidelijk of dit zal leiden tot groter publiek vertrouwen in de
wetenschap en een erosie van de anti-wetenschappelijke houding waar
nationaal-populistische leiders mee hebben gespeeld. Maar het is te
verwachten dat burgers meer notie zullen nemen van de risicoʼs
die door wetenschappers zijn
gesignaleerd, inclusief die
van de klimaatcrisis, die
eveneens de verspreiding van ziekten zal bespoedigen.
Nationaal-populisten staan erom bekend dat ze de angsten van mensen aanwakkeren. Maar de angsten die nu de boventoon voeren zijn niet het soort angsten die deze leiders het best weten te exploiteren. Doordat de problemen op het gebied van de gezondheidszorg en de economie zo urgent zijn is de migratie – de grootste vijand van populistisch rechts – op de prioriteitenlijst gedaald. Reisverboden, en het feit dat Europa en de VS de huidige brandhaard van de pandemie zijn, leiden tot een daling van de migratie naar deze regioʼs. In feite zijn we nu getuige van een historische ommekeer, waarbij Mexico erop uit is om de grens met de VS te sluiten en Afrikaanse landen vluchten uit Europa opschorten, terwijl Britse boeren chartervluchten organiseren om landarbeiders uit Oost-Europa binnen te halen om te voorkomen dat hun groente en fruit niet kan worden geoogst. Maar als de mondiale crisis resulteert in een nieuwe migratiegolf zoals die van 2015, kan dit scenario drastisch veranderen – de nationaal-populisten zullen dan proberen hun verhaal van kosmopolitische mondialisering te rechtvaardigen als een gevaarlijke oorzaak van allerlei soorten kwaden.
Als de coronacrisis populistisch rechts tijdelijk in verwarring heeft gebracht, betekent dit nog niet dat deze stroming nu is verslagen. Het zou een grote vergissing van links zijn om te geloven dat deze crisis in haar voordeel zal uitwerken. De coronacrisis zal zeker worden gevolgd door een diepe economische crisis, die meer zal lijken op de Grote Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw dan op de financiële crisis van 2008. Populistisch rechts heeft al aangetoond in staat te zijn misbruik te maken van de wanhoop van mensen en zondebokken te vinden voor economische kwalen. Verwacht mag worden dat het nu dezelfde kant zal opgaan, als het al niet nóg venijniger zal worden.
De autoritaire maatregelen die op maandag 30 maart door Viktor Orbán in Hongarije zijn afgekondigd, via de opschorting van het parlement en de invoering van een bewind via decreten, zouden een voorbode kunnen zijn van wat ons te wachten staat. In Italië had Salvini er geen enkele moeite mee de stap van Orbán toe te juichen. We zullen vermoedelijk ook een verscherping van de anti-Chinese retoriek gaan zien. Trump heeft geen verontschuldigingen aangeboden voor het feit dat hij Covid-19 ʻhet Chinese virusʼ heeft genoemd, terwijl Steve Bannon heeft betoogd dat Covid-19 een ʻvirus van de Chinese Communistische Partijʼ is. Salvini heeft gesteld dat ʻals de Chinese regering [van het virus] afwist en dat niet in de openbaarheid heeft gebracht, zij een misdaad tegen de mensheid heeft gepleegd,ʼ en zijn bondgenoten in Brazilië en Spanje houden er soortgelijke opvattingen op na.
Gezien de banden tussen de diverse nationaal-populisten, inclusief hun mislukte poging om een ʻnationalistische internationaleʼ op te richten onder auspiciën van Bannons Movement, mag deze synchrone gang van zaken niet als een toevalligheid worden gezien. Het heeft veel weg van een gecoördineerde strategie om de woede en wanhoop over het menselijke en economische leed van deze crisis te richten op een raciale en ideologische vijand die gemakshalve geïdentificeerd wordt met de Chinese regering. Samen met de zelfverklaarde socialisten zullen alle tegenstanders waarschijnlijk worden afgeschilderd als ʻcollaborateurs met Chinaʼ: de centristische Amerikaanse presidentskandidaat Joe Biden is al ʻChina’s choice for presidentʼ genoemd door de conservatieve National Review.
Wat dus in het
verschiet ligt zou wel eens iets veel ernstigers kunnen zijn dan het
populistisch rechts van het afgelopen decennium: een extreem-rechts
dat het hele arsenaal, uiteenlopend van de angst voor links tot het
propageren van rechts autoritarisme, van stal haalt om tegenstanders
te intimideren en zijn belangen te beschermen tegen eisen voor een
betekenisvolle economische herverdeling. Hoewel het door de crisis is
overvallen, is populistisch rechts geenszins uitgeschakeld. Het
ondergaat slechts een mutatie.
Franco ʻBifoʼ Berardi is een Italiaanse schrijver, filosoof en activist in de autonomistische traditie, wiens werk zich voornamelijk bezighoudt met de rol van de media en de informatietechnologie in het post-industriële kapitalisme.
Plotseling
moet alles wat we de afgelopen vijftig jaar hebben gedacht van de
grond af aan opnieuw worden gedacht. Godzijdank (is God een virus?)
hebben we nu een overvloed aan tijd, omdat al het oude er nu niet
langer meer toe doet.
Ik
ga iets zeggen over drie verschillende onderwerpen. Eén: het einde
van de menselijke geschiedenis, dat zich nu duidelijk voor onze ogen
voltrekt. Twee: de huidige ontworsteling aan het kapitalisme en/of
het dreigende gevaar van het techno-totalitarisme. Drie: de terugkeer
van de dood (eindelijk) op het toneel van het filosofische discours,
na de lange ontkenning ervan in de moderne tijd, en de wederopleving
van het lichaam.
1. Beestjes
Eén:
de filosoof die de huidige virale apocalyps het best heeft voorzien
is Donna Haraway.
In
Staying with the Trouble oppert ze dat de drager van de
evolutie niet langer de mens is, het subject van de Geschiedenis.
De
mens verliest zijn centrale positie in dit chaotische proces, en daar
mogen we niet over wanhopen, zoals de nostalgici van het moderne
humanisme doen. Tegelijkertijd mogen we ook geen troost zoeken in de
waandenkbeelden van een technologische oplossing, zoals de
hedendaagse transhumanistische techno-maniakken doen.
De menselijke geschiedenis is voorbij, en de nieuwe dragers van de geschiedenis zijn de critters (beestjes), in de taal van Haraway. Het woord zelf verwijst naar kleine speelse wezens die rare dingen doen, zoals het uitlokken van mutaties. Ziehier: het virus.
Burroughs
heeft het over virussen als dragers van mutaties: biologische,
culturele en linguïstische mutaties.
Critters
bestaan niet als individuen. Zij verspreiden zich collectief, als een
proliferatieproces.
Het
jaar 2020 moet worden beschouwd als het jaar waarin de menselijke
geschiedenis opgeheven werd – niet omdat de mens verdwijnt van de
planeet aarde, maar omdat die planeet – moe van de arrogantie van
de mens – een micro-campagne heeft gelanceerd om zijn Will zur
Macht te vernietigen.
De
aarde rebelleert tegen de wereld, en de middelen die de aarde daarbij
inzet zijn overstromingen, branden en bovenal critters.
Daarom is de drager van de evolutie niet langer de bewuste, agressieve, wilskrachtige mens – maar moleculaire materie, micro-stromen van oncontroleerbare beestjes die de productiesfeer binnendringen, evenals het domein van het discours, waarbij ze de Geschiedenis (His-story) vervangen door Her-story, de tijd waarin de teleologische Rede wordt vervangen door Sensibiliteit en een zintuiglijk, chaotisch Worden.
Het
humanisme was gebaseerd op de ontologische vrijheid die de Italiaanse
filosofen uit de vroege Renaissance gelijkstelden met de afwezigheid
van theologisch determinisme. Het theologisch determinisme is
voorbij, en het virus heeft de plaats ingenomen van een teleologische
god.
Het einde van de subjectiviteit als de motor van het historische proces impliceert het einde van wat we de ʻGeschiedenisʼ (met een hoofdletter) hebben genoemd, en het begin van een proces waarin bewuste teleologie wordt vervangen door meervoudige proliferatie-strategieën.
Proliferatie,de
verspreiding van moleculaire processen, neemt de plaats in van de
geschiedenis als macro-project.
Denkwerk, kunst en politiek moeten niet langer worden beschouwd als projecten van totalisering (Totalizierung, in de zin van Hegel), maar als proliferatie-processen zonder totaliteit.
2. Nut
Na veertig jaar van neoliberale versnelling is de race van het financiële kapitalisme plotseling stilgevallen. Eén, twee, drie maanden van mondiale lockdown, een lange onderbreking van het productieproces en van de mondiale circulatie van mensen en goederen, een lange periode van afzondering, de tragedie van de pandemie … dit alles zal de kapitalistische dynamiek gaan doorbreken op een manier die onherstelbaar en onomkeerbaar kan zijn. De krachten die het mondiale kapitaal op het politieke en financiële niveau beheren proberen wanhopig de economie te redden, door er enorme geldbedragen in te pompen. Miljarden, miljarden van miljarden … cijfers en bedragen die nu ‘niets’ meer lijken te betekenen.
Plotseling betekent geld niets meer, of heel weinig.
Waarom
geef je geld aan een dood lichaam? Kun je het lichaam van de mondiale
economie een wederopleving doen ondergaan door er geld in te
injecteren? Dat gaat niet. Het punt is dat zowel de aanbod- als de
vraagzijde immuun zijn voor monetaire impulsen, omdat de inzinking
niet het gevolg is van financiële oorzaken (zoals in 2008), maar van
de verwoesting van lichamen, en lichamen niets te maken hebben met
financiële impulsen.
We
passeren een drempel die leidt naar een domein voorbij de cyclus van
arbeid-geld-en-consumptie.
Als
het lichaam op een dag uit de beperking van de quarantaine komt, zal
het probleem niet het opnieuw in evenwicht brengen van de relatie
tussen tijd, werk en geld zijn, of het in evenwicht brengen van
schulden en aflossingen. De Europese Unie is gebroken en verzwakt
door haar obsessie met schulden en balansen, maar mensen gaan dood,
ziekenhuizen komen beademingsapparaten tekort, en artsen worden
overweldigd door vermoeidheid en angst voor een infectie. Op dit
moment kan dit niet worden veranderd door geld, want geld is niet het
probleem. Het probleem is: wat zijn onze concrete behoeften? Wat is
nuttig voor het menselijk leven, voor de collectiviteit, voor een
therapie?
Het
nut van iets, lange tijd verdreven uit het domein van de economie, is
weer helemaal terug, en het nuttige is nu koning.
Geld
kan het vaccin niet kopen dat we niet hebben, kan de mondkapjes niet
kopen die niet zijn geproduceerd, kan de intensive care-units niet
kopen die zijn vernietigd door de neoliberale hervormingen van het
Europese gezondheidszorgstelsel. Nee, geld kan niet kopen wat niet
bestaat. Alleen kennis, alleen intelligente arbeid kan kopen wat niet
bestaat.
Geld is nu dus onmachtig. Slechts sociale solidariteit en wetenschappelijke kennis zijn nog in leven en kunnen politiek sterk worden. Dat is de reden dat ik denk dat we aan het einde van de mondiale quarantaine niet zullen terugkeren naar een ʻnormaleʼ situatie. Het ʻnormaleʼ zal nooit meer terugkomen. Wat na deze crisis zal gebeuren is nog niet bepaald en is niet voorspelbaar.
We
worden geconfronteerd met twee politieke alternatieven: ofwel een
techno-totalitair systeem dat de kapitalistische economie met geweld
opnieuw zal opstarten, of de bevrijding van de menselijke activiteit
van de kapitalistische abstractie en de schepping van een moleculaire
samenleving gebaseerd op nut.
De Chinese regering experimenteert al op grote schaal met het techno-totalitaire kapitalisme. Deze techno-totalitaire oplossing, voorafgegaan door de tijdelijke afschaffing van de individuele vrijheid, kan het dominante systeem van de toekomst worden, zoals Agamben terecht heeft opgemerkt in zijn recente controversiëleteksten.
Maar
wat Agamben zegt is slechts een voor de hand liggende beschrijving
van de huidige noodtoestand en van de waarschijnlijke toekomst. Ik
wil verder gaan dan het waarschijnlijke, omdat ik het mogelijke
interessanter vind. En het mogelijke is vervat in de ineenstorting
van de abstractie, en in de dramatische terugkeer van het concrete
lichaam als drager van concrete behoeften.
Het
nuttige is terug in het sociale domein. Het nut, lang vergeten en
ontkend door het kapitalistische proces van abstracte valorisatie, is
nu koning.
De
lucht is helder in deze dagen van quarantaine en de atmosfeer is vrij
van vervuilende deeltjes, nu de fabrieken dicht zijn en de autoʼs
geen rondjes meer kunnen rijden. Zullen we teruggaan naar de
vervuilende extractieve economie? Zullen we teruggaan naar de normale
gekte van verwoesting ten behoeve van accumulatie, en van nutteloze
acceleratie terwille van handelswaarde? Nee, we moeten voorwaarts
gaan, naar de creatie van een samenleving gebaseerd op de productie
van het nuttige.
Wat
hebben we nu nodig? Nu, in het onmiddellijke nu, hebben we een vaccin
nodig tegen de ziekte, hebben we mondkapjes nodig, en hebben we
intensive care-apparatuur nodig. En op de langere termijn hebben we
voedsel, liefde en plezier nodig, en een nieuwe cultuur van
tederheid, solidariteit en soberheid.
Wat
overblijft van de kapitalistische macht zal proberen een
techno-totalitair systeem van controle aan de samenleving op te
leggen – dat ligt voor de hand. Maar er is ook een alternatief: een
samenleving vrij van de dwang van accumulatie en economische groei.
3. Plezier
Het
derde punt waar ik het over zou willen hebben is de terugkeer van de
sterfelijkheid als het bepalende kenmerk van het menselijk leven. Het
kapitalisme is een fantastische poging geweest om de dood te
overwinnen. Accumulatie is de Ersatz die de dood vervangt
door de abstractie van waarde en de artificiële continuïteit van
het leven op de markt.
De
verschuiving van industriële productie naar info-werk, de
verschuiving van samenzijn naar verbinding in de sfeer van de
communicatie, is het eindpunt van de race naar abstractie, de
voornaamste rode draad in de kapitalistische evolutie.
In
een pandemie is samenzijn verboden – blijf thuis, bezoek geen
vrienden, houd afstand, raak niemand aan. We zijn getuige van enorme
uitbreiding van de tijd die online wordt doorgebracht,
onvermijdelijk, en alle sociale relaties – werk, productie,
onderwijs – zijn verdreven naar deze sfeer die samenzijn verbiedt.
Sociale uitwisseling offline is niet langer mogelijk. Wat zal er na
de weken en maanden dat dit het geval is gebeuren?
Misschien
zullen we, zoals Agamben voorspelt, in de totalitaire hel van een
volledig verbonden levensstijl terechtkomen. Maar er is ook een ander
scenario mogelijk.
Wat als de overdaad aan verbinding de betovering verbreekt? Als de pandemie eindelijk verdwijnt (ervan uitgaande dat dit zal gebeuren) is het mogelijk dat zich een nieuwe psychologische identificatie zal aandienen, waarin het begrip ʻonlineʼ geassocieerd wordt met ziekte. We moeten een beweging van streling bedenken en creëren, die jonge mensen ertoe zal aanzetten hun schermen uit te zetten, omdat die hen herinneren aan een eenzame en angstige tijd. Dit betekent niet dat we terug moeten keren naar de fysieke uitputting van het industriële kapitalisme; het betekent eerder dat we ons voordeel moeten doen met de rijkdom aan tijd die dankzij de automatisering van de fysieke arbeid ontstaat, en dat we die tijd moeten besteden aan lichamelijk en geestelijk plezier.
De
enorme verspreiding van de dood waar we in deze pandemie getuige van
zijn kan ons gevoel voor tijd als genot reactiveren, eerder dan als
het uitstel van genot.
Aan
het einde van de pandemie, aan het einde van de lange periode van
isolatie, kunnen mensen zich natuurlijk eenvoudigweg blijven
verliezen in het eeuwige niets van de virtuele verbinding, van het
bewaren van afstand en van de techno-totalitaire integratie. Dat is
mogelijk en zelfs waarschijnlijk. Maar we mogen ons niet laten
beperken door het waarschijnlijke. We moeten de mogelijkheden
ontdekken die schuilgaan in het heden.
Het
kan zijn dat mensen na maanden van voortdurende online-activiteit hun
huizen en appartementen uit zullen komen, op zoek naar samenzijn. Er
zou een beweging van solidariteit en tederheid kunnen ontstaan, die
mensen naar de bevrijding uit de verbindende dictatuur kan leiden.
De
dood is terug in het centrum van de aandacht: de lang ontkende
mortaliteit die mensen levend maakt.
Slavoj Zizek (Slovenië, 1949) is een van de bekendste hedendaagse filosofen. Zijn werk is vooral beïnvloed door Hegel, Marx en Lacan. Hij noemt zichzelf een eurocentrisch marxist. Zijn nieuwe boek, ‘Als een dief op klaarlichte dag’, verschijnt in mei bij Starfish Books.
Een ʻperfecte stormʼ doet zich voor als een zeldzame combinatie van uiteenlopende omstandigheden tot een extreem gewelddadige gebeurtenis leidt:
In zoʼn geval ontketent een synergie van krachten een energie die veel groter is dan de som van de individuele componenten. De term werd gepopulariseerd door de nonfictie-bestseller van Sebastian Junger uit 1997 over een combinatie van meteorologische verschijnselen die eens in de honderd jaar voorkomt en in 1991 de Noord-Atlantische oostkust van de VS trof: een hogedruksysteem van de Grote Meren botste met stormwinden boven een eiland in de Atlantische Oceaan (Sable Island) en met een weersysteem dat afkomstig was uit de Caraïben (orkaan Grace). Het verslag van Junger concentreert zich op de bemanning van de vissersboot Andrea Gaildie verdween in een hoge golf.
Als gevolg van haar mondiale karakter ontlokt de huidige corona-epidemie ons dikwijls het commentaar dat wij nu allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Maar er zijn tekenen die erop wijzen dat de boot die Europa heet veel dichter dan andere schepen in de buurt dreigt te komen van het lot dat de Andrea Gail ten deel is gevallen. Drie stormen verenigen zich momenteel om hun krachten boven Europa te ontladen. De eerste twee zijn niet specifiek voor dit continent: de coronavirus-epidemie in haar rechtstreekse fysieke impact (quarantaines, lijden en dood) en haar economische gevolgen, die in Europa erger zullen zijn dan elders omdat Europa toch al stagneert en ook afhankelijker is dan andere delen van de wereld van import en export (de auto-industrie is de ruggengraat van de Duitse economie, en de export van luxe-autoʼs naar China is al tot stilstand gekomen, enz.). Aan deze twee stormen moeten we nu een derde toevoegen, die we het ʻPoetogan-virusʼ zullen noemen: de nieuwe explosie van geweld in Syrië tussen Turkije en het regime van Assad (rechtstreeks gesteund door Rusland). Beide kampen exploiteren ijskoud het lijden van miljoenen ontheemden voor hun eigen politieke profijt.
Toen Turkije duizenden vluchtelingen opriep om naar Europa te vertrekken en hun transport naar de grens met Griekenland organiseerde, rechtvaardigde Erdogan deze maatregel met pragmatische humanitaire redenen: Turkije zou niet langer het stijgende aantal vluchtelingen kunnen onderhouden… Dit excuus getuigt van een adembenemend cynisme: het gaat volledig voorbij aan het feit dat Turkije zelf deelneemt aan de Syrische burgeroorlog, door de ene factie tegen de andere uit te spelen, waardoor het land zelf een zware verantwoordelijkheid draagt voor de instroom van vluchtelingen. Nu wil Turkije dat Europa de last van de vluchtelingen deelt, d.w.z. de prijs betaalt voor zijn meedogenloze politiek. De valse ʻoplossingʼ voor de crisis met de Koerden in Syrië – Turkije en Rusland die de ʻvredeʼ opleggen, zodat beide partijen ieder een deel van het gebied kunnen beheersen – is nu uiteengevallen, maar Rusland en Turkije blijven in een ideale positie verkeren om druk uit te oefenen op Europa: de twee landen controleren de olietoevoer naar Europa, evenals de vluchtelingenstroom, zodat zij die allebei kunnen gebruiken als een manier om Europa te chanteren.
De
duivelsdans van conflict naar alliantie en andersom tussen Erdogan en
Poetin mag ons geen zand in de ogen strooien: beide uitersten zijn
onderdeel van hetzelfde geopolitieke spel ten koste van het Syrische
volk. Niet alleen hebben beide partijen geen enkele boodschap aan het
lijden van dat volk, ze exploiteren het juist actief. Wat opvalt zijn
de overeenkomsten tussen Poetin en Erdogan, die steeds meer lijken op
twee versies van hetzelfde politieke regime – twee belichamingen
van dezelfde figuur, die we voortaan ʻPoetoganʼ
zullen noemen.
We
moeten dus vermijden de vraag te stellen wie meer
verantwoordelijkheid draagt, Erdogan of Assad met Poetin – ze zijn
allemaal heel erg verantwoordelijk voor wat er gaande is en moeten
worden behandeld voor wat ze zijn, oorlogsmisdadigers die misbruik
maken van het lijden van miljoenen en een land verwoesten in het
meedogenloos nastreven van hun doelen, waarvan er één de
vernietiging van een verenigd Europa is. Bovendien doen ze dit
tijdens een mondiale epidemie (waarbij ze de angst voor deze epidemie
misbruiken als middel om hun militaire doelen na te streven), d.w.z.
in een tijd dat mondiale samenwerking urgenter is dan ooit. In een
wereld met een minimaal gevoel voor rechtvaardigheid zouden ze allang
naar Den Haag zijn overgebracht.
Nu kunnen we zien hoe de combinatie van deze drie stormen tot een perfecte storm kan leiden: een nieuwe golf vluchtelingen, georganiseerd door Turkije, kan rampzalige gevolgen hebben in deze tijd van een coronavirus-epidemie. Een van de goede dingen aan de epidemie (afgezien van het feit dat die ons bewust heeft gemaakt van de noodzaak tot mondiale samenwerking) was dat deze aanvankelijk niet werd toegeschreven aan immigranten en vluchtelingen – het racisme deed zijn werk vooral in de perceptie van sommigen dat de dreiging afkomstig was van de Oriëntale Ander. Maar als deze twee zaken bij elkaar komen, als de indruk gaat ontstaan dat vluchtelingen verbonden zijn met epidemieën (en er zullen zich zeker coronavirus-besmettingen voordoen onder de vluchtelingen – denk maar eens aan de erbarmelijke omstandigheden in de overvolle kampen in Griekenland), dan zullen de racistische populisten victorie kraaien: zij zullen dan de buitensluiting van buitenlanders kunnen rechtvaardigen op grond van ʻwetenschappelijkeʼ medische redenen. Iedere verleiding om à la Merkel de instroom van vluchtelingen te verwelkomen zal dan leiden tot een reactie van paniek en angst, waardoor (zoals Orban in zijn recente toespraak al beweerde) Hongarije een model zal zijn dat door heel Europa gevolgd gaat worden…
Om deze ramp te voorkomen is het eerste wat we moeten doen iets dat bijna onmogelijk is: het versterken van Europaʼs operationele eenheid, vooral de onderlinge coördinatie tussen Frankrijk en Duitsland. En vervolgens zou Europa, op basis van deze eenheid, zonder schaamte moeten HANDELEN. In een recent televisiedebat gaf Gregor Gysi, een sleutelfiguur van de Duitse partij Die Linke, een goed antwoord op een opmerking van een tegenstander van immigratie, die op agressieve wijze betoogde dat hij geen verantwoordelijkheid voelde voor de armoede en gruwelen in Derde Wereldlanden – in plaats van geld uit te geven om die landen te helpen, zouden onze staten alleen verantwoordelijkheid moeten nemen voor het welzijn van hun eigen burgers. De kern van Gysi’s antwoord was: als we geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor de armen in de Derde Wereld (en op basis daarvan handelen), zullen zij hierheen komen, naar ons toe… (wat precies is waar de anti-immigratiepartijen furieus tegen zijn). Hoe cynisch en onethisch dit antwoord ook mag lijken, het is veel toepasselijker dan alle abstracte medemenselijkheid: het humanitaire beroep op onze generositeit en schuld (ʻwe moeten onze harten voor hen openstellen, ook omdat de uiteindelijke oorzaak van hun lijden het Europese racisme en kolonialisme is’) is een wanhopige poging om helemaal niets te hoeven veranderen, om dezelfde orde te kunnen handhaven, zij het met een menselijk gezicht. Vandaag de dag is echter veel méér nodig.
Giorgio Agamben is een Italiaanse filosoof die vooral bekend is door zijn werk waarin hij de concepten van de uitzonderingstoestand, levensvorm (ontleend aan Ludwig Wittgenstein) en homo sacer onderzoekt. Agambens filosofie is diepgaand beïnvloed door enerzijds Martin Heidegger, bij wie hij colleges volgde en anderzijds Walter Benjamin, wiens werk hij in het Italiaans vertaalde. De bundel A che punto siamo? met zijn corona-essays, waarvan dit het eerste is, verschijnt binnenkort bij Starfish Books.
Om
de panische, irrationele en absoluut ongefundeerde noodmaatregelen
voor een vermeende coronavirus-epidemie te kunnen begrijpen, moeten
we uitgaan van de verklaringen van de Italiaanse Nationale
Onderzoeksraad (CNR) van 22 februari 2020, die niet alleen zeggen dat
er ʻgeen epidemie van
SARS-CoV2 in Italië is,ʼ
maar ook dat ʻde
infectie, op basis van de epidemiologische gegevens die op dit moment
beschikbaar zijn en die gebaseerd zijn op tienduizenden gevallen, in
80 tot 90 procent van die gevallen slechts milde tot gematigde
symptomen (een soort griep) veroorzaakt. In 10 tot 15 procent van de
gevallen kan een longontsteking ontstaan, maar die heeft in de
meerderheid daarvan een goedaardig verloop. Naar schatting heeft
slechts 4 procent van de patiënten een opname op de intensive care
nodig.ʼ
Als
dit de werkelijke situatie is, waarom werken de media en de
autoriteiten dan aan de verspreiding van een klimaat van paniek,
waardoor een echte uitzonderingssituatie ontstaat, met ernstige
beperkingen van de bewegingsvrijheid en een opschorting van de
normale leef- en werkomstandigheden in hele regioʼs
als gevolg?
Twee
factoren kunnen een dergelijke disproportionele reactie helpen
verklaren. In de eerste plaats blijkt hier opnieuw sprake te zijn van
de groeiende tendens om de uitzonderingstoestand als een normaal
bestuursparadigma te gebruiken. Het wettelijke
decreet (decreto legge) dat onmiddellijk door de regering werd
goedgekeurd ʻom redenen
van hygiëne en openbare veiligheidʼ
komt in feite neer op een ware militarisering ʻvan
de gemeenten en gebieden waar ten minste één persoon positief is
getest en de bron van de besmetting onbekend is, of waar zich een
besmetting heeft voorgedaan die niet kan worden herleid tot een
persoon die afkomstig is uit een gebied dat reeds door de
virusinfectie is getroffen.ʼ
Met een zoʼn
vage en onbepaalde formule kan de uitzonderingstoestand snel naar
alle regioʼs worden
uitgebreid,* omdat het praktisch onmogelijk is dat er elders geen
andere besmettingen zullen opduiken. Laten we eens kijken naar de
ernstige vrijheidsbeperkingen waarin het decreet voorziet: a) een
verbod om de getroffen gemeente of het getroffen gebied te verlaten,
voor alle personen die in die gemeente of dat gebied aanwezig zijn;
b) een verbod om de getroffen gemeente of het getroffen gebied te
betreden; c) het opschorten van demonstraties of initiatieven van
welke aard dan ook, van evenementen en van iedere vorm van samenkomst
op een openbare of particuliere plaats, met inbegrip van culturele,
recreatieve, sportieve en religieuze evenementen, zelfs indien deze
plaatsvinden op gesloten plaatsen die voor het publiek toegankelijk
zijn; d) het opschorten van onderwijs voor kinderen en scholen van
alle niveaus, alsook van het bijwonen van schoolactiviteiten en van
het hoger onderwijs, met uitzondering van onderwijs op afstand; e)
het sluiten van musea en andere instellingen en plaatsen van cultuur,
zoals bedoeld in artikel 101 van het statuut aangaande het cultureel
erfgoed en het landschap, en in het wetsdecreet van 22 januari 2004,
nr. 42; alle voorschriften betreffende de vrije toegang tot deze
instellingen worden opgeschort; f) het opschorten van alle educatieve
reizen, zowel in Italië als in het buitenland; g) het opschorten van
examens en van alle activiteiten van openbare ambten, met
uitzondering van essentiële diensten of diensten van openbaar nut;
h) het handhaven van de quarantainemaatregelen en het uitoefenen van
actief toezicht op personen die nauw contact hebben gehad met
bevestigde gevallen van een wijdverspreide besmettelijke ziekte.
Het
is overduidelijk dat deze beperkingen niet in verhouding staan tot de
dreiging van wat volgens de CNR een normale griep is, die niet veel
verschilt van die welke ons ieder jaar treft. Het lijkt erop dat als
het terrorisme eenmaal is uitgeput als grondslag voor uitzonderlijke
maatregelen, de uitvinding van een epidemie het ideale excuus kan
zijn om dergelijke maatregelen onbeperkt te kunnen verruimen.
De
andere factor, die niet minder verontrustend is, is de toestand van
angst die zich de laatste jaren heeft verspreid tot in het
individuele bewustzijn van de mensen en die zich vertaalt in een
reële behoefte aan een toestand van collectieve paniek, waarvoor de
epidemie opnieuw het ideale excuus biedt. Zo wordt bij wijze van een
perverse vicieuze cirkel de beperking van de vrijheid die door de
overheden wordt opgelegd, geaccepteerd uit naam van een verlangen
naar veiligheid dat door dezelfde regeringen die nu ingrijpen om dat
verlangen te bevredigen is gewekt.
Daarom wordt bij wijze van een perverse vicieuze cirkel de beperking van de bewegingsvrijheid die door de regeringen wordt opgelegd, aanvaard uit naam van een verlangen naar veiligheid, gecreëerd door dezelfde regeringen die nu tussenbeide komen om dat verlangen te bevredigen.
* Wat iets later, toen het aantal corona-patiënten explodeerde, ook inderdaad is gebeurd