Categorieën
Economie Politiek

Evergrande en het einde van China’s ‘groei, groei, groei’-model

Oorspronkelijke tekst (Engels): Financial Times, 22 september 2021

fotografie: Twitter

door James Kynge

James Kynge is de directeur van China Confidential en Renminbi Compass, eigen onderzoeksdiensten van de Financial Times.

De spectaculaire aftakeling van het vastgoedconcern Evergrande, in 2020 nog 41 miljard dollar waard, legt de grote zwakheden van de Chinese groeistrategie bloot

Een dramatische video die in augustus in de zuidwestelijke stad Kunming is gemaakt, laat zien hoe groot de vastgoedzeepbel in China is. Toeschouwers gillen van ontzag als vijftien flatgebouwen in nog geen minuut worden gesloopt door 85.000 gecontroleerde explosies. De onafgewerkte gebouwen, die een complex vormden met de naam Sunshine City II, stonden sinds 2013 leeg nadat een ontwikkelaar zonder geld kwam te zitten en een andere defecten in de constructie ontdekte. ʻDit stedelijke litteken dat bijna tien jaar oud is, heeft eindelijk een belangrijke stap ondergaan in de richting van herstel,ʼ aldus een artikel in de officiële Kunming Daily na de sloop. Dergelijke ʻstedelijke littekens ʼ komen overal in China voor, waar Evergrande – ʼs werelds zwaarst in de schulden stekende vastgoedconcern – lijdt onder een liquiditeitscrisis die wel eens fataal zou kunnen blijken te zijn. De crisis bij het bedrijf, dat twee jaar geleden nog ʼs werelds meest waardevolle vastgoedaandeel was, laat zien hoe snel het fortuin van bedrijven kan afbrokkelen en hoezeer het Chinese groeimodel tekortschiet. Evergrande is, ondanks het grote drama van zijn verval, slechts het symptoom van een veel groter probleem. Chinaʼs enorme vastgoedsector, die 29 procent van het bruto binnenlands product van het land voor zijn rekening neemt, kent zó veel overschot dat hij zijn rol als belangrijke motor van de Chinese economische groei dreigt te moeten opgeven en in plaats daarvan een rem op die groei lijkt te worden.

Er staat in China genoeg vastgoed leeg om ruim 90 miljoen mensen te kunnen huisvesten, zegt Logan Wright, een in Hongkong gevestigde directeur bij adviesbureau Rhodium Group. Om dat in perspectief te plaatsen: er zijn vijf G7-landen – Frankrijk, Duitsland, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Canada – die elk hun volledige bevolking in die lege Chinese appartementen zouden kunnen onderbrengen, met nog ruimte over. De gemiddelde grootte van een huishouden in China is iets meer dan drie personen. ʻWij schatten de bestaande maar onverkochte woningvoorraad op ongeveer 3 miljard vierkante meter, wat genoeg is om, conservatief geschat, 30 miljoen gezinnen te huisvesten,ʼ aldus Wright, die zijn berekeningen toelicht. Het overaanbod is al enkele jaren een probleem. Wat veranderd is, is dat China vorig jaar besloot dat het probleem zó chronisch was geworden dat het resoluut moest worden aangepakt. President Xi Jinping had ook geen geduld meer met de excessen in de vastgoedsector, zeggen waarnemers, en Beijing formuleerde ʻdrie rode lijnenʼ om de schuldenniveaus in de sector terug te dringen. Evergrande blijkt het eerste bekende slachtoffer te zijn.

Nu het bedrijf wankelt, rijst er een fundamentele vraag voor ʼs werelds op een na grootste economie: is Chinaʼs op onroerend goed gebaseerde groeimodel – de krachtigste locomotief van de wereldeconomie – op hol geslagen? Ja, zegt Leland Miller, chief executive van China Beige Book, een adviesbureau dat de economie analyseert aan de hand van bedrijfseigen gegevens. ʻHet leiderschap in Beijing maakt zich meer zorgen over de Chinese groei dan wie dan ook in het westen. Er wordt erkend dat het oude “bouw, bouw, bouw”-playbook niet meer werkt en dat het eigenlijk gevaarlijk aan het worden is. Het leiderschap lijkt nu te denken dat het niet langer kan wachten om het groeimodel te veranderen,ʼ zegt Miller. Ting Lu, hoofdeconoom China bij investeringsbank Nomura, zegt dat hij niet verwacht dat de problemen van Evergrande een economische ineenstorting zullen veroorzaken. Maar hij denkt dat de pogingen van Beijing om van het ene groeimodel op het andere over te stappen de jaarlijkse groei in de komende jaren aanzienlijk kunnen drukken.

ʻHet is onwaarschijnlijk dat er een plotselinge stop komt,ʼ zegt Lu. ʻMaar ik denk dat Chinaʼs potentiële [jaarlijkse] groeipercentage tussen 2025 en 2030 zal dalen naar 4 procent of zelfs lager.ʼ Wright zegt dat de vastgoedsector een bedreiging aan het worden is voor de financiële, economische en sociale stabiliteit – het heeft al tot protesten geleid in verschillende steden. ʻHet is heel moeilijk om op overtuigende wijze vol te houden dat Chinaʼs potentiële groei in het volgende decennium boven de 4 procent zal uitkomen,ʼ voegt Wright eraan toe. Miller onderschrijft dat sentiment. ʻWe staan voor een achtbaanrit in het beleid en in de economische groei,ʼ zegt hij. ʻHet zou me niet verbazen als het bbp over tien jaar nog maar met 1 of 2 procent zou groeien.ʼ Als dergelijke voorspellingen juist blijken, is het Chinese ʻgroeiwonderʼ in gevaar. In de tien jaar van 2000 tot 2009 groeide het Chinese bbp gemiddeld met 10,4 procent per jaar. In het decennium van 2010 tot 2019 is deze geweldige prestatie afgezwakt, maar nam het jaarlijkse bbp nog steeds met gemiddeld 7,68 procent toe.

Iedere daling van de groei zou wereldwijd snel voelbaar zijn. China is al lange tijd de grootste motor van de mondiale welvaart, met een bijdrage van 28 procent aan de mondiale groei van het bbp tussen 2013 en 2018 – meer dan twee keer het aandeel van de VS – volgens een studie van het IMF. ʻZelfs als China een scherpe en plotselinge crisis weet te vermijden,ʼ zegt Jonas Goltermann van onderzoeksbureau Capital Economics, ʻzijn de vooruitzichten op de middellange termijn veel slechter dan algemeen wordt erkend.ʼ

Het overschrijden van Xiʼs ʻrode lijnenʼ

De risicoʼs die voortvloeien uit de Evergrande-saga omvatten zowel financiële besmetting – met name van de offshore-obligatiemarkt in Amerikaanse dollars – als het vooruitzicht dat een kwijnende vastgoedsector een aantal vitale organen van de Chinese economie zal aantasten, waardoor de groei van het bbp mogelijk nog jaren onder druk zal komen te staan. De gevolgen van de crisis zijn nu al aanzienlijk. Door de kelderende aandelenkoers van Evergrande is de marktwaarde van het bedrijf gedaald van 41 miljard dollar vorig jaar naar ongeveer 3,7 miljard dollar nu. En de bezorgdheid over de mogelijke ineenstorting van het bedrijf leidde onlangs tot een wereldwijde uitverkoop van aandelen. Zoʼn 80.000 mensen in China, die voor zoʼn 40 miljard renminbi aan vermogensbeheerproducten van het bedrijf bezitten, wachten gespannen af of Evergrande aan zijn betalingsverplichtingen zal kunnen voldoen.


Maar de mogelijk langduriger gevolgen vloeien voort uit de bredere daling van Chinaʼs vastgoedmarkt. Het is duidelijk dat de vastgoedsector zich in een neerwaartse spiraal bevindt: volgens officiële gegevens is de verkoop in 52 grote steden in de eerste helft van september met 16 procent gedaald ten opzichte van een jaar eerder, na een daling met 20 procent in augustus. Een nog belangrijkere trend voor de politieke economie van China is de ineenstorting van de grondverkoop door lokale overheden, die in de eerste twaalf dagen van september met 90 procent is gedaald ten opzichte van een jaar eerder, zo blijkt uit officiële cijfers. De verkoop van grond genereert ongeveer een derde van de inkomsten van de lokale overheden, die op hun beurt worden gebruikt om de hoofdsom en de rente te betalen van zoʼn 8,4 miljard dollar aan schulden die zijn uitgegeven door enkele duizenden financieringsinstellingen van lokale overheden. Deze LGFVʼs fungeren als een vaak onzichtbare dynamo voor de bredere economie; zij halen kapitaal op via de uitgifte van obligaties, dat vervolgens wordt gebruikt om grote infrastructuurprojecten te financieren.

ʻWij verwachten dat de inkomsten uit de verkoop van grond nog veel slechter zullen worden,ʼ zegt Lu van Nomura. Dit afnemend vermogen van lokale overheden om kapitaal aan te trekken voor uitgaven aan infrastructuur kan de Chinese groei aanzienlijk drukken. De investeringen in vaste activa, die vorig jaar in totaal 51,9 miljard renminbi (8 miljard dollar) bedroegen, zijn goed voor 43 procent van het bbp. De nood is al duidelijk op een offshore-obligatiemarkt in Amerikaanse dollars, waar voor zoʼn 221 miljard dollar aan schuldpapier wordt verhandeld, dat is bijeengebracht door enkele honderden Chinese projectontwikkelaars. Flinke delen van de markt gaan momenteel uit van wanbetaling. ʻ16 procent van de markt wordt verhandeld tegen rendementen van ruim 30 procent en 11 procent van de markt wordt verhandeld tegen rendementen van ruim 50 procent,ʼ aldus Wright. Rendementen van ruim 50 procent duiden erop dat wanbetalingen waarschijnlijk zijn, voegt hij eraan toe. Uiteindelijk hangt het lot van dergelijke obligaties, evenals bijna alle andere gevolgen van de malaise in het Chinese vastgoed, af van Beijing. De Chinese staat is eigenaar van bijna alle grote financiële instellingen van het land, wat betekent dat als Beijing hen opdraagt Evergrande of andere noodlijdende vastgoedbedrijven te redden, ze dat bevel zullen opvolgen. Op sommige overzeese markten heeft het idee dat de nood van Evergrande een voorbode kan zijn van een ʻLehman-momentʼ – een verwijzing naar de chaos die volgde op de ineenstorting van de Amerikaanse investeringsbank Lehman Brothers dertien jaar geleden – aan kracht gewonnen. Maar gezien de invloed en de gevestigde belangen van Beijing, past de analogie niet makkelijk.

ʻTenzij de Chinese toezichthouders de situatie ernstig mismanagen, is een systeemcrisis in de financiële sector van het land niet aan de orde,ʼ zegt He Wei, een analist bij onderzoeksbureau Gavekal. De belangrijkste oorzaak van Evergrandeʼs crisis en de neergang in de vastgoedsector in het algemeen is Beijing zelf. De ʻdrie rode lijnenʼ die de regering Xi vorig jaar aankondigde, bepalen dat ontwikkelaars hun schulden binnen redelijke grenzen moeten houden. In specifiekere zin moet de verhouding tussen schulden en activa minder dan 70 procent bedragen, de verhouding tussen nettoschuld en eigen vermogen minder dan 100 procent, en de verhouding tussen liquide middelen en kortetermijnschuld ten minste 100 procent. In juni voldeed Evergrande niet aan alle drie de criteria en mocht daarom geen extra schulden meer aangaan – wat tot de huidige crisis heeft geleid.

ʻGemeenschappelijke welvaartʼ

Als het waar is dat Beijing de hoofdoorzaak is van de benarde positie van Evergrande, dan ligt het voor de hand dat Beijing een einde kan maken aan de huidige ineenstorting van de markt door zijn voet van de keel van de vastgoedsector af te halen. Maar diepgaande structurele krachten in de economie hebben Chinaʼs beleidsmakers ervan overtuigd dat vastgoed niet langer een betrouwbare dynamo voor duurzame economische groei kan zijn, zeggen analisten. Dit is niet alleen vanwege Xiʼs beroemde uitspraak dat ʻhuizen zijn om in te wonen, niet om mee te speculeren,ʼ gedaan in een toespraak in 2017.

In de eerste plaats is het beeld van de vraag totaal veranderd sinds Beijing eind jaren negentig vrije markthervormingen doorvoerde die de grootste vastgoedhausse in de geschiedenis van de mensheid veroorzaakten. De Chinese bevolking groeit nauwelijks. In 2020 werden slechts 12 miljoen babyʼs geboren, tegen 14,65 miljoen een jaar eerder, in een land van 1,4 miljard inwoners. De trend zou het komende decennium wel eens meer uitgesproken kunnen worden, aangezien het aantal vrouwen in de piekleeftijd voor het krijgen van kinderen – tussen 22 en 35 jaar – met ruim 30 procent zal dalen. Sommige deskundigen voorspellen dat het geboortecijfer tot onder de 10 miljoen per jaar zou kunnen dalen, waardoor de Chinese bevolking in absolute termen zou krimpen en de vraag naar onroerend goed verder zou afnemen.

Volgens Houze Song, analist bij de in Chicago gevestigde denktank MacroPolo, wordt de situatie nog verergerd door het verschijnsel van de ʻkrimpende steden.ʼ Na ongeveer drie decennia waarin honderden miljoenen mensen hun plattelandsdorpen verlieten om zich in steden te vestigen, is de grootste migratie in de geschiedenis van de mensheid nu vrijwel tot stilstand gekomen. Ongeveer driekwart van de steden in China heeft te kampen met bevolkingsafname, zegt Song. ʻOver tien jaar, zelfs als we ervan uitgaan dat sommige mensen naar groeisteden zullen vertrekken, zullen nog steeds ruim 600 miljoen Chinese burgers in krimpende steden wonen.ʼ China staat voor een riskante transitie. Het begint zijn groeimodel te verschuiven van een te grote afhankelijkheid van onroerend goed naar groeimotoren die de voorkeur genieten, zoals hightechproductie en de inzet van groene technologieën, zeggen analisten.

Ook in dit opzicht is de impuls afkomstig van Xi. In een lijst van acht prioriteiten die na een economische planningsvergadering eind 2020 werd gepubliceerd, werd niet alleen de ʻwanordelijke expansie van kapitaalʼ aan de kaak gesteld – een code voor speculatie in onroerend goed – maar werd ook gepleit voor technologische innovatie en het streven naar koolstofneutraliteit. Analisten zeggen dat het enkele jaren kan duren voor zoʼn transitie een feit is. Maar uit de recente vermaningen van Xi over de noodzaak voor China om ʻgemeenschappelijke welvaartʼ na te streven, blijkt duidelijk dat het hem menens is. De neiging van onroerend goed om in gewilde gebieden een sprong in waarde te maken, terwijl die waarde in wijken met lage huren ondermaats blijft, heeft als gevolg dat de ongelijkheid tussen rijk en arm toeneemt. De slogan ʻgemeenschappelijke welvaartʼ is een narratieve verandering die de weg vrijmaakt voor een verschuiving in het groeimodel,ʼ zegt Miller. ʻHet maakt duidelijk dat een daling van de groei van het bbp geen mislukking hoeft te betekenen voor de Chinese communistische partij.ʼ Toch lijden gewone mensen in heel China onder de pijn van de ineenstorting van de Chinese vastgoedmarkt.

Xu, 36, die vroeg om niet volledig te worden geïdentificeerd, woont in de centrale stad Xinyang en werkt als secretaresse in een plaatselijke fabriek. Haar moeder kocht een hoogrentend beleggingsproduct van Evergrande om de medische rekeningen voor haar longkanker in een vergevorderd stadium te kunnen betalen. Maar het beloofde 7,5 procent rendement op de belegging, die 200.000 renminbi kostte, is er nooit gekomen. In plaats daarvan weigert Evergrande uit te betalen, omdat het bedrijf geld spaart om mogelijk enorme wanbetalingen af te wenden. ʻMijn ouders hebben alles wat ze hebben in Evergrande gestoken,ʼ zegt Xu. ʻDit is niet langer louter een economische kwestie,ʼ voegt ze eraan toe, ʻdit is absoluut een enorm sociaal probleem. Er zullen ernstige gevolgen zijn als deze kwestie niet goed wordt opgelost. Als de gezondheidssituatie van mijn moeder hierdoor verslechtert,ʼ zo zegt ze, ʻzal ik elke dag tegen Evergrande vechten.ʼ

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.