Nu te koop bij Starfish Books. ISBN 978 94 92734 06 8, 296 pagina’s, prijs €20,00 exclusief verzendkosten.
De afgelopen jaren heeft de technologischwetenschappelijke vooruitgang onze wereld bijna onherkenbaar veranderd.
In dit buitengewone nieuwe boek neemt filosoof Slavoj Zizek de wereld van Big Tech onder de loep. Hij laat zien hoe we, met iedere innovatiegolf, een stap dichterbij de verwezenlijking komen van Marx’ voorspelling dat ‘al wat solide is zal vervliegen.’ Door de automatisering van ons werk, het virtueel worden van geld, het verdwijnen van klassegemeenschappen en de opkomst van immateriële, intellectuele arbeid begint het mondiale kapitalistische bouwwerk sneller dan ooit tevoren uit elkaar te vallen, en staat het op het punt volledig te verdwijnen.
Evgeny Morozov is de oprichter van de Syllabus, en de auteur van verschillende boeken over technologie en politiek
Net als Uber, Airbnb of WeWork biedt de beursmakelaarsapp Robinhood slechts een illusie van democratie
De GameStop-saga is, ondanks alle verwoestingen die zij op de wereldmarkten heeft aangericht, niet alleen een verhaal van idealistische individuele beleggers die een stel arrogante hedgefondsen hebben vernederd. Hoe dan ook voelt het als een onaangekondigd vervolg op de rellen van 6 januari op Capitol Hill: in beide gevallen ging het om een horde woedende, grofgebekte socialemedia-verslaafden die de heiligste instellingen van het diepgaand verafschuwde establishment belegerden.
Maar terwijl de relschoppers in Washington alom werden
veroordeeld, is het degenen die de virtuele kruistocht tegen Wall
Street ondernamen veel beter vergaan. Door de aandelen van stoffige,
worstelende bedrijven te verdedigen tegen hebzuchtige hedgefondsen,
hebben zij enige sympathie losgemaakt door het hele politieke
spectrum heen.
De voornaamste les van de twee rellen, althans voor de digitale
tegencultuur, lijkt duidelijk. De ware sjamanen van de
anti-establishment-rebellie moeten vandaag de dag de kunst beheersen
van het handelen in aandelenopties en derivaten, en niet die van het
beklimmen van muren en het zwaaien met Confederatie-vlaggen. De
revolutie mag dan gelivestreamd, getweet en uitgezonden worden, het
is waarschijnlijk nog steeds een goed idee om een back-up te maken
van die Excel-spreadsheet.
Dat de kruistocht van GameStop waardig lijkt, heeft deels te maken met de – op zijn zachtst gezegd – nogal controversiële reputatie van de hedgefondssector. Er is echter nog een andere, minder voor de hand liggende reden voor de bijval in de publieke sfeer: velen van ons zijn betoverd door de retoriek van ʻdemocratiseringʼ die gepaard is gegaan met de opkomst van goedkope online beursmakelaarsplatforms.
Eén zoʼn platform – Robinhood – heeft gezorgd voor de cruciale digitale infrastructuur achter de GameStop-rebellie, door gewone mensen in staat te stellen via hun telefoon voor kleine bedragen aandelen in bedrijven te kopen. De missie van het platform, die de oprichters de afgelopen jaren bijna ad nauseam hebben herhaald, is het ʻdemocratiseren van de financiële sector.ʼ
Op het eerste gezicht lijkt dit een natuurlijk uitvloeisel van de verheven missie van indexfondsen zoals Vanguard uit het begin van de jaren zeventig. In die tijd ging het om het idee om veilige financiële instrumenten te creëren, die het voor gewone mensen heel eenvoudig – en goedkoop – zouden maken om in de aandelenmarkt te beleggen, zonder veel voorkennis of expertise te hoeven vergaren.
Robinhood ziet zichzelf echter niet als het zoveelste saaie en
volstrekt verwaarloosbare beursmakelaarskantoor op Wall Street. Het
wil eerder gezien worden als een revolutionaire, ontwrichtende kracht
uit Silicon Valley. Als je als zoʼn
digitaal platform wordt gezien, doet dat wonderen voor je waardering:
de benchmark is Amazon, niet een of ander onbekend beleggingsfonds.
Robinhoods democratiseringsretoriek moet dus in een ander licht
worden gezien. De stamboom van Robinhood wijst eerder in de richting
van Uber, Airbnb en WeWork dan in die van Vanguard of BlackRock. Al
deze digitale bedrijven beloofden het een of het ander te zullen
ʻdemocratiserenʼ
– het vervoer, huisvesting, kantoorruimte – en dat ook
snel te zullen doen.
Al spoedig kon deze ontluikende industrie, met haar zoete belofte
van democratie als dienst, zich niet meer inhouden: het wereldwijde
streven naar de democratisering van het uitlaten van honden,
babysitten, sapmaken en de was doen was begonnen. Deze doelen werden
nagestreefd met behulp van durfkapitalisten en diverse institutionele
beleggers die, onder druk gezet door de lage rente als gevolg van de
wereldwijde financiële crisis, steeds minder goed wisten waar ze hun
geld konden parkeren.
Dit was echter niet het hele verhaal: de drang om alles te democratiseren werd ook aangewakkerd door onwrikbare bakens van de liberale democratie als de regering van Saoedi-Arabië. Door een partnerschap aan te gaan met de Japanse SoftBank financierde Saoedi-Arabië deze mythe door miljarden te pompen in bedrijven als Uber en WeWork.
Deze enorme toevloed van geld, in combinatie met werkelijk nieuwe
bedrijfsmodellen die bepaalde diensten waar voorheen voor betaald
moest worden nominaal gratis maakten, creëerde een illusie van
vooruitgang en sociale mobiliteit. Veel digitale platforms werden
zwaar gesubsidieerd door hun kapitaalkrachtige geldschieters of
brachten helemaal niets in rekening; de gederfde inkomsten moesten
worden gecompenseerd door gebruikersgegevens en meer geavanceerde
diensten te gelde te maken.
Het onvermijdelijke proces van ʻdemocratisering,ʼ dat door alle platforms werd aangeprezen als bewijs van hun eigen sociaal-progressieve aard, was dikwijls het resultaat van eenvoudige rekensommetjes. In gevallen als WeWork klopten die rekensommetjes niet eens. Of Robinhood, dat nu in grote haast 1 miljard dollar extra heeft binnengehaald, meer geluk zal hebben, valt nog te bezien.
Voor de meeste van deze bedrijven hebben de zoete beloften van
ʻdemocratiseringʼ
dergelijke wiskunde irrelevant gemaakt, althans op de korte termijn.
Dit verklaart waarom de tech-industrie is uitgegroeid tot de
belangrijkste leverancier van populisme over de hele wereld.
Dit lijkt misschien een overdrijving. We zijn geneigd het
gevreesde P-woord te reserveren voor de Bannons, Orbáns en Erdoğans
van deze wereld, maar moeten we Bezos of Zuckerberg – en het in
aandelen handelende Robinhood-leger – niet eveneens in deze termen
benoemen?
Dat kunnen we en dat zouden we ook moeten doen. Nu alle ogen
gericht zijn op het Trump-populisme – primitief, giftig,
nativistisch – hebben we de rol van de platforms in de opkomst van
een ander, nogal afwijkend type populisme volledig over het hoofd
gezien: dat populisme is verfijnd, kosmopolitisch en stedelijk. Dit
ʻplatform-populisme,ʼ
dat zijn oorsprong vindt in Silicon Valley, heeft zich kunnen
ontwikkelen door verborgen, reactionaire krachten te ontwrichten die
vooruitgang en ʻdemocratiseringʼ
in de weg staan – door de krachten van digitale technologieën te
ontketenen.
Het platformpopulisme wordt aangedreven door de bijna
samenzweerderige overtuiging dat de wereld niet is wat hij lijkt. De
gevestigde bedrijven – taxiʼs,
hotels, hedgefondsen – zouden de regels van het spel zodanig
veranderd hebben dat hun eigen belangen worden bevoordeeld. Alleen
door ze te ontwrichten kan men hopen alle voordelen te oogsten die
digitale technologieën mogelijk maken. Met dit doel voor ogen
beloven de platforms de krachten van het kapitalisme te ontketenen om
deze woeste overblijfselen van de vroegere, pre-digitale cultuur te
beschaven.
Een groot deel van de rigiditeit van de pre-digitale gevestigde machten zou het gevolg zijn van de regelgeving die door democratische (zij het kapitalistische) staten is opgelegd. Maar in de omgekeerde wereld van het platform-populisme is het verzet tegen democratische regelgeving, door de onderwerping daarvan aan de aanhoudende economische druk van de kapitalistische concurrentie, een onweerlegbaar bewijs voor ʻdemocratisering.ʼ Vandaar het verzet van sommige van deze bedrijven tegen wetgeving die is bedoeld om hen ertoe te bewegen hun gig economy-werknemers als echte werknemers te behandelen.
Dat veel van de retoriek van het platformpopulisme vals is en dat de uiteindelijke winnaars partijen als SoftBank en Saoedi-Arabië zullen zijn, doet er niet veel toe. Bij het platformpopulisme, dat geen eigen coherente politieke ideologie heeft, gaat het om het proces, niet om de resultaten. Het doel is om te bewijzen dat, ondanks alle machinaties van overheidsbureaucraten met hun vervelende regelgeving, onze individuele daadkracht nog steeds springlevend is. Het is zeker niet de bedoeling deze daadkracht in te zetten voor de verwezenlijking van een bepaalde politieke agenda op de langere termijn.
Veel van de boze kruisvaarders die het opnemen tegen de hedgefondssector zijn zich er dus zeker van bewust dat hun winsten tijdelijk en vluchtig zullen zijn. Maar wie kan hen het plezier ontzeggen van het bevestigen van hun eigen macht door ʻde man een oor aan te naaien,ʼ terwijl ze weten dat de enige langetermijnwinst van dit proces andere hedgefondsen ten goede zal komen, zoals BlackRock, dat naar schatting miljarden heeft verdiend aan de stormloop op GamesStop? In plaats van een welgemeende poging om de democratie te verdiepen blijkt het platformpopulisme een kluchtige – zij het zeer winstgevende – theatervoorstelling.
Slavoj Zizek is cultuurfilosoof. Hij is senior onderzoeker aan het Instituut voor Sociologie en Filosofie van de Universiteit van Ljubljana, Global Distinguished Professor of German aan de Universiteit van New York, en internationaal directeur van het Birkbeck Institute for the Humanities van de Universiteit van Londen. Zijn boek ‘Als een dief op klaarlichte dag‘ is onlangs verschenen bij onze uitgeverij Starfish Books.
Wat het verhaal van wallstreetbets ons vertelt
Toen de Kroatische
filmregisseur Dario Jurican meedeed aan de presidentsverkiezingen van
2019 in zijn land, beloofde zijn campagneslogan – ʻcorruptie
voor iedereenʼ
– dat ook normale mensen zouden kunnen profiteren van de
vriendjespolitiek. De mensen reageerden enthousiast, hoewel ze wisten
dat het een grap was. Een soortgelijke dynamiek doet zich nu voor bij
de wallstreetbets subreddit, die het financiële systeem
ondermijnt door zich er te veel mee te identificeren of, beter
gezegd, door het te universaliseren en zo de ingebouwde absurditeit
ervan aan het licht te brengen.
Het verhaal is
welbekend, maar laten we het even kort samenvatten. Wallstreetbets
(WSB) is een online groep waarin miljoenen deelnemers de handel in
aandelen en opties bespreken. Hij valt op door zijn godslasterlijke
aard en de promotie van agressieve handelsstrategieën. De meeste
leden zijn jonge amateurs die fundamentele beleggingspraktijken en
risicobeheertechnieken negeren, zodat hun activiteit als gokken kan
worden aangemerkt. De leden hebben onlangs massaal belegd (en anderen
aangemoedigd om dit te doen) in de aandelen van GameStop (een bedrijf
dat op de markt aan waarde had ingeboet), waardoor de koers van
GameStop is gestegen en er nog meer paniek en schommelingen op de
markt zijn ontstaan.
Het besluit om in
GameStop te beleggen werd niet zozeer ingegeven door wat er met het
bedrijf aan de hand was, maar eerder door de mogelijkheid om
tijdelijk de waarde van de aandelen te verhogen en vervolgens met de
koersschommelingen te spelen. Dit betekent dat er sprake is van een
soort zelfreflexiviteit, die kenmerkend is voor wallstreetbets:
wat er gebeurt in de bedrijven in wier aandelen de deelnemers
beleggen is van secundair belang. De deelnemers rekenen in de eerste
plaats op de gevolgen van hun eigen activiteiten (het massaal kopen
of verkopen van de aandelen van een onderneming) voor de markt.
Critici zien in een
dergelijke houding een duidelijk teken van nihilisme, van het
reduceren van de aandelenhandel tot gokken – of, zoals een van de
WSB-deelnemers het uitdrukte: ʻIk
ben van een rationele belegger veranderd in een zieke, irrationele,
wanhopige gokker.ʼ Dit
nihilisme wordt het best geïllustreerd door de term ʻyoloʼ
(You Only Live Once) die in deze gemeenschap wordt gebruikt om mensen
aan te duiden die hun hele portefeuille riskeren aan de handel in één
enkel aandeel of één enkele optie.
Maar het is niet
eenvoudigweg nihilisme dat de deelnemers motiveert: hun nihilisme
duidt op onverschilligheid ten aanzien van het eindresultaat – of,
zoals Jeremy Blackburn, een universitair docent computerwetenschappen
aan de Universiteit van Binghamton, het formuleerde: ʻHet
is niet eens het doel dat telt. Het zijn de middelen. Het is het feit
dat je deze weddenschap kunt aangaan, dat is waar de waarde van dit
alles in schuilt. Natuurlijk, je kunt geld winnen, of je kunt blut
raken, maar hoe dan ook heb je het spel gespeeld, en je hebt dat op
een gekke manier gedaan.ʼ
In zijn
psychoanalytische theorie maakt Jacques Lacan onderscheid tussen
direct genot (van het object dat we willen) en surplus-genot. Veel
mensen genieten bijvoorbeeld meer van de activiteit van het winkelen
dan van wat ze daadwerkelijk kopen. De leden van wallstreetbets
hebben dit surplus-genot van gokken op de effectenbeurs aan de
oppervlakte gebracht.
De aantrekkingskracht van wallstreetbets houdt in dat miljoenen gewone mensen eraan deelnemen. Er is een nieuw front geopend in Amerikaʼs klassenstrijd – zoals Robert Reich tweette: ʻDus als ik het goed begrijp: Redditors die GameStop op de korrel nemen is marktmanipulatie, maar hedgefondsmiljardairs die short gaan in een aandeel is gewoon een beleggingsstrategie?ʼ Wie had dat nou verwacht – een klassenstrijd die is veranderd in een conflict tussen aandelenbeleggers en -handelaars zelf?
Het is dus opnieuw ʻkill
the normies,ʼ om de
titel van Angela Nagleʼs
boek nog maar eens aan te halen. In dit geval zijn de ʻnormiesʼ
de zogenaamde rationele beleggers en hedgefondsbeheerders. Maar deze
keer moeten de normies daadwerkelijk worden ʻgedoodʼ
(geëlimineerd). We bevinden ons in een situatie waarin Wall Street,
het toonbeeld van corrupte speculatie en handel met voorkennis, dat
zich altijd per definitie verzet tegen staatsinterventie en
regulering, zich nu keert tegen oneerlijke concurrentie en oproept
tot staatsinterventie. Kortom, wallstreetbets doet openlijk
wat Wall Street decennialang in het geheim heeft gedaan.
De utopie van het populistisch kapitalisme – het ideaal van
miljoenen mensen die overdag gewone arbeiders of studenten zijn en ʼs
avonds met beleggingen spelen – is natuurlijk onmogelijk te
verwezenlijken; het kan alleen maar uitlopen op een zelfvernietigende
chaos. Maar ligt het niet in de aard van het kapitalisme om periodiek
in crises terecht te komen – de Grote van 1928 en de financiële
ineenstorting van 2008, om de twee bekendste voorbeelden te noemen –
en daar zelfs nog sterker uit tevoorschijn te komen?
In al die oude gevallen was (en is) het echter onmogelijk om via
marktmechanismen het evenwicht te herstellen, omdat de prijs te hoog
is, zodat een massieve externe (staats)interventie nodig is. Kan de
staat het spel dan weer controleren en de door wallstreetbets
verwoeste normaliteit herstellen?
Wat is de oplossing? De excessen van wallstreetbets hebben
de latente irrationaliteit van de beurs zelf aan het licht gebracht.
Het is geen opstand tegen Wall Street, maar iets wat in potentie veel
gevaarlijker is: het ondermijnt het systeem door zich ermee te
over-identificeren, net als die presidentskandidaat in Kroatië dat
deed met zijn plakkaat.
Ja, wat de leden van wallstreetbets doen is nihilistisch,
maar het is een nihilisme dat inherent is aan de beurs zelf, een
nihilisme dat in Wall Street al werkzaam is. Om dit nihilisme te
overwinnen, zullen we uit het spel van de effectenbeurs moeten
stappen. Het moment van socialisme ligt op de loer, wachtend om te
worden aangegrepen, aangezien het centrum van het wereldwijde
kapitalisme zelf uit elkaar begint te vallen.
Zal dit ook echt gebeuren? Vrijwel zeker niet, maar wat ons zorgen moet baren is dat deze jongste crisis een nieuwe onverwachte bedreiging is voor een systeem dat al van meerdere kanten wordt aangevallen (door de pandemie, de opwarming van de aarde, sociale protesten…). Bovendien komt deze bedreiging uit het hart van het systeem zelf en niet van buitenaf. Er is een explosief mengsel in de maak, en hoe langer de explosie wordt uitgesteld, hoe verwoestender zij kan zijn.
Doug Henwood redigeert Left Business Observer en is de gastheer van Behind the News. Zijn jongste boek is My Turn.
De online-grappenmakers achter de grote GameStop-zeepbel van 2021 gaan waarschijnlijk veel geld verliezen. Maar ze hebben de wereld een dienst bewezen door ons te herinneren aan de volslagen nutteloosheid van de aandelenmarkt, een institutie die geen ander doel dient dan een klein aantal mensen rijk maken die dat niet verdienen.
Wie had gedacht dat GameStop zelf zoʼn spelletje zou worden?
Afgelopen zomer werd de videogamewinkel gezien als een wegkwijnend
bedrijf. Het verloor geld, de omzet was al jaren aan het dalen en de
aandelen werden verhandeld voor ongeveer 4 dollar per stuk. Op het
moment dat ik dit schrijf worden de aandelen verhandeld voor 339
dollar per stuk. Eén dag geleden was dat nog 148 dollar. Geen slecht
rendement binnen één etmaal, 129 procent. Drie dagen eerder stond
het op aandeel nog op 38 dollar. In een week tijd is de koers bijna
vertienvoudigd. Maar waarom?
Om dat te kunnen beantwoorden moet ik het concept van short
selling uitleggen, dat de meeste burgers bijna onbegrijpelijk
vinden. Een shorttransactie is een weddenschap dat een aandeel (of
een ander speculatief activum, zoals een obligatie of goud) in prijs
zal dalen. Maar om die weddenschap aan te gaan, moet je iets verkopen
dat je nog niet bezit, wat geen normaal gedrag is. Om dit te
verwezenlijken moet je de aandelen lenen van iemand die ze wel bezit.
Zoals bij elke lening moet je rente betalen over het geleende goed.
En je moet ook wat onderpand in bewaring geven bij je beursmakelaar,
als garantie dat je het geld kunt terugbetalen. De hoop is dat de
koers zal dalen, en dat je de aandelen tegen een lagere koers zult
kunnen kopen. Je winst is het verschil tussen de oorspronkelijke
verkoopprijs en de uiteindelijke aankoopprijs, minus de rente die je
op het geleende goed hebt betaald.
Maar wat als je het mis hebt en de koers stijgt? Dan zit je in de
problemen. Wanneer je een aandeel koopt, loopt je altijd het risico
dat je de volledige aankoopprijs zult verliezen – maar nooit méér
dan dat. Bij short selling is er, als je ongelijk blijkt te hebben,
geen vooraf bepaalde limiet aan wat je kunt verliezen als de koers
blijft stijgen. En als de koers blijft stijgen, zal je makelaar meer
onderpand eisen in de vorm van echt geld. Je hebt dan de keuze tussen
opgeven – je shortpositie afdekken en je verlies nemen – of meer
onderpand in een verliesgevende positie blijven steken, in de hoop
dat de zaken tenslotte in je voordeel zullen veranderen.
Terug naar GameStop. In augustus vorig jaar begon belegger Ryan
Cohen, die de online dierenvoedingshandel Chewy oprichtte en met een
mooie winst verkocht, GameStop-aandelen te kopen. Hij zei tegen het
bedrijf dat het mee moest gaan met het digitale tijdperk, veel
winkels moest sluiten en online moest gaan. Beleggers, die een betere
toekomst verwachtten voor de kwakkelende detailhandelaar, kochten de
aandelen, waardoor de koers eind november verdrievoudigd was. Dat was
wellicht ongerechtvaardigd optimisme, maar niet buitensporig. Maar
sommige hedgefondsen, met name Melvin Capital Management, begonnen
GameStop te shorten, omdat ze dachten dat de verhalen over het
herstel niet klopten.
En toen verschenen de habitués van subreddit Wall Street
Bets ten tonele, met een gebruiker die bekend is onder de naam
DeepFuckingValue als een van de aanvoerders, die het aandeel
begonnen op te hemelen en aandelen begonnen te kopen. Ze werden niet
alleen gemotiveerd door het vooruitzicht om geld te verdienen, maar
ook door het plezier (de ʻlulzʼ)
van het failliet laten gaan van een paar hedgefondsen. Ze
begonnen het aandeel in grote hoeveelheden op te kopen. De
daaropvolgende koersstijging dwong shorters zoals Melvin om zich in
te dekken. Hun vraag naar het aandeel deed de koers exploderen.
GameStop is daardoor een van de grootste zeepbellen van onze tijd geworden. Op dinsdag 26 januari werden er meer aandelen van GameStop verhandeld dan van Apple, het duurste bedrijf ter wereld, met een totale marktwaarde die 108 keer hoger ligt dan die van de detailhandelaar. Zoals James Mackintosh van de Wall Street Journal het formuleerde, duiden de koersstijging en het handelsvolume samen op ʻwijdverspreide verstoringen van het oordeelsvermogen van mensen.ʼ
Zeepbellen zoals deze eindigen altijd in een crash, en de
Reddit-gebruikers die hun aandelen nog niet verkocht hebben zullen
achterblijven met een lege portemonnee. (Verrassend genoeg lijkt het
nieuws dat Melvin zijn short-positie op de avond van dinsdag 26
januari heeft afgewikkeld de feestelijkheden niet te hebben
getemperd. Een zeepbel houdt meestal veel langer aan dan de meeste
rationalisten kunnen voorspellen). Intussen is het grappig om sommige
Wall Streeters te zien klagen dat er iets oneerlijks in deze actie
schuilt, omdat dit het soort spelletjes is dat zijzelf voortdurend
met elkaar en met het grote publiek spelen. Ze praten aandelen omhoog
of omlaag, afhankelijk van hun belangen, en spannen voortdurend samen
tegen wat zij zien als zwakke of kwetsbare spelers. De speculanten
met namen als DeepFuckingValue, die hen nu pijn laten lijden,
zijn in hun ogen alleen het verkeerde soort mensen, want ze wonen
niet in Greenwich, in een huis met een garage voor twintig autoʼs.
Nog amusanter zijn de serieuze types die denken dat deze spelletjes op de een of andere manier de werking van de aandelenmarkt verstoren. Zoals columnist Josh Barro van Business Insider op Twitter verklaarde: ʻIk weet dat mensen denken dat dit leuk is, maar – waarom hebben we een aandelenmarkt? Zodat productieve bedrijven kapitaal kunnen ophalen om nuttige dingen te doen. Als de aandelenprijs losgekoppeld is van de fundamentele waarde (Gamestop is nu bijna evenveel waard als Best Buy), dienen de markten de reële economie slechter.ʼ
Wat grappig is aan deze opmerkingen, afgezien van hun serieusheid temidden van alle kolder, is dat de aandelenmarkt bijna niets te maken heeft met het aantrekken van geld voor productieve investeringen. Bijna alle aandelen die op de markt verhandeld worden, inclusief die van GameStock, zijn al jaren geleden uitgegeven, wat betekent dat bedrijven geen dubbeltje van de dagelijkse aandelenhandel zien. Bedrijven geven af en toe aandelen uit, bij zogenaamde beursintroducties (IPOʼs), maar volgens de data van hoogleraar financiën Jay Ritter hebben IPOʼs de afgelopen twintig jaar in totaal 657 miljard dollar opgebracht, nog geen 2 procent van de totale bedrijfsinvesteringen in zaken als gebouwen en apparatuur in diezelfde periode. In tegenstelling tot Barroʼs voorstelling van zaken financieren bedrijven in de echte wereld bijna al hun investeringsmiddelen intern, via de winst. In plaats van geld bij de aandeelhouders op te halen, bezorgen bedrijven die aandeelhouders juist grote hoeveelheden geld. Sinds 2000 hebben de vijfhonderd grote bedrijven die samen de Standard & Poor’s 500-index vormen, 8,3 biljoen dollar uitgegeven aan het opkopen van hun eigen aandelen om de koers ervan op te drijven – ruim de helft van hun winst in die periode, en gelijk aan bijna 20 procent van de bedrijfsinvesteringen in die twee decennia. Het terugkopen van aandelen maakt niet alleen de aandeelhouders gelukkig, maar vult ook de salarissen van de CEOʼs aan, aangezien bazen tegenwoordig voornamelijk in aandelen worden betaald.
Afgezien van de ʻlulzʼ is dit drama, net als de schijnbaar eindeloze stijging van de aandelenkoersen sinds 2009, die slechts kort werd onderbroken door de COVID-19-paniek van afgelopen maart, een teken van een financieel systeem dat totaal geen voeling meer heeft met de economische realiteit. Biljoenen aan overheidssteun aan bedrijven en injecties van de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) in de financiële markten hebben een monsterlijke geldstroom op gang gebracht, die nergens anders heen kan dan naar speculatieve activa, op een moment dat de ICʼs overbelast zijn en 24 miljoen mensen aan enquêteurs van het Census Bureau vertellen dat ze moeite hebben om genoeg te eten te krijgen. Barro zou er beter aan doen zich dáár zorgen over te maken.
Brett Scott is een voormalig beursmakelaar en de auteur van The Hereticʼs Guide to Global Finance
Toen ik nog in de financiële wereld werkte, was het een
veelgehoorde grap dat daghandelaren – kleine ʻretail-tradersʼ
– als kevers de stront uitpluizen van de grote fondsen die
de echte drijvende kracht achter de markten zijn. Zij bevinden zich
in een zwakke positie, gezien hun gebrek aan kapitaal en coördinatie,
maar een hele industrie van ʻretail
brokersʼ
(kleine beursmakelaars) – tegenwoordig geïllustreerd door
bedrijven als Robinhood – is bedoeld om de mythe van hun
heldenstatus te cultiveren.
Dat is de reden dat het GameStop-verhaal opvalt. In zijn boek Liarʼs Poker beschreef voormalig Wall Street-broker Michael Lewis machtige handelaren die voor grote investeringsbanken werken als ʻbig swinging dicksʼ (grote zwaaiende lullen), maar de aantrekkingskracht van de GameStop-saga vloeit voort uit het feit dat een zwerm ʻkleine zwaaiende lullenʼ zich schijnbaar heeft verenigd tot één gigantische zwaaiende lul die de zwaartekracht trotseert om de koers van een aandeel ver boven de werkelijke onderliggende waarde te laten uitstijgen.
Aandelenhandelaren zijn er in twee soorten. De eerste soort
bestaat uit detectives, die het bedrijf waar een aandeel betrekking
op heeft bestuderen, een proces dat ʻfundamentele
analyseʼ wordt genoemd.
De tweede soort doet aan ʻtechnische
analyses,ʼ waarbij ze de
acties bestuderen van degenen die aan fundamentele analyses doen.
Daghandelaren zijn berucht om hun voorkeur voor technische analyses,
omdat ze geen toegang hebben tot bedrijven of analistenteams, en dus
gedwongen zijn op fora samen te komen om grafieken te bespreken die
de acties van andere handelaren weergeven.
Dit is waar veel marktsurrealisme ontstaat, want het blijkt dat al
die grafieken waar technische handelaren naar kijken ook de acties
weerspiegelen van andere technische handelaren. Als handelaren naar
handelaren kijken die naar handelaren kijken, in plaats van naar het
bedrijf in kwestie, komt de markt in een schemerzone terecht.
Dat is gebeurd in het geval van GameStop. De aandelenkoers heeft zich bijna volledig losgemaakt van het bedrijf zelf, maar iedereen is zich daar door een merkwaardige speling van het lot bewust van geworden, en in plaats van zich terug te trekken hebben beleggers dit feit met nihilistische uitbundigheid omarmd. De stijging van de aandelenkoers van GameStop stond symbool voor pure ʻirrationaliteitʼ – alles wat volgens de economieboeken niet zou mogen gebeuren. Daarom lijkt het zo symbolisch. Maar waar is het een symbool van?
Een populaire interpretatie op dit moment is dat het om een
David-en-Goliath-achtig gevecht gaat tegen hedgefondsen die hebben
ingezet op een daling van de aandelenkoers door middel van ʻshorten.ʼ
Beschouw shorters als mensen die kaartjes voor een concert lenen, die
aan de deur verkopen aan mensen die proberen binnen te komen,
vervolgens aan iedereen vertellen dat het theater in brand staat, om
daarna buiten te wachten om ze tegen een uitverkoopprijs terug te
kopen, alvorens ze weer terug te geven aan de oorspronkelijke
eigenaren en er met de winst vandoor te gaan.
In dit geval stonden de shorters ʻaan
de theaterdeur te wachtenʼ
om de GameStop-aandelen te kopen waarop ze ʻshort
waren
gegaanʼ
(waartegen ze hadden
gespeculeerd). Citron, het hedgefonds dat in dit verhaal
verwikkeld is geraakt, maakt fundamentele analyses alvorens short te
gaan en verspreidt het nieuws vervolgens luidkeels onder technische
handelaren, in de hoop dat zij naar de uitgang zullen vluchten. Maar
om een of andere reden besefte de kudde nu echter dat Citron en vele
andere short-sellers stonden te popelen om de aandelen terug te
kopen, en in plaats van zich naar de uitgang te haasten om hen in
staat te stellen te cashen, trokken ze zich terug en sloten ze
zichzelf in het theater op, wetende dat de short-sellers zich
uiteindelijk ʻhet
theater inʼ
zouden moeten haasten om de aandelen terug te kopen, wat tot
een zogeheten short squeeze zou leiden.
Het GameStop-verhaal is interessant, omdat het door memes werd
aangedreven. De daghandelaren hebben gebruik gemaakt van de
gilde-achtige, tribale structuren van Reddit en de gemeenschap van
gamers om zichzelf te transformeren in die ʻreusachtige
zwaaiende lulʼ die zich
te weer stelt tegen de grote lullen van de hedgefondsen.
Lul-metaforen zijn toepasselijk, omdat de daghandel altijd een
rijk van mannenbroeders is geweest, en hierin ligt nóg een mogelijke
interpretatie van de gebeurtenissen besloten. Vroeger maakte de
industrie van retail brokers
bijna uitsluitend gebruik van machobeelden om mannelijke handelaren
op pad te sturen om de markten te bevechten, maar sommige platforms
die centraal staan in het GameStop-verhaal zijn een beetje anders.
Robinhood was een van de eerste ʻwokeʼ-handelsapps,
gericht op millennials. Die speelde in op een emo-versie van het
ʻbullshit jobsʼ-verhaal,
dat zegt dat je baan zinloos is: stop met werken voor de man en word
zelf de Man, door naadloos kleine stukjes van allerlei bedrijven op
te kopen.
De laatste jaren is er een spervuur van artikelen verschenen over
het populisme van boze mannen aan wie allerlei dingen zouden zijn
beloofd. Die verhalen zijn meestal metaforisch – er is niet echt
iets beloofd – maar als het op daghandel aankomt, zijn ze heel
letterlijk: de industrie van retail brokers belooft letterlijk
ontsnapping aan de sleur, door mannen te vertellen dat ze voorbestemd
zijn voor grootse marktprestaties.
Deze industrie wordt echter niet voor niets ʻretailʼ
genoemd: grote spelers willen niets te maken hebben met de kleine
man. Zij vertrouwen erop dat de retail-firmaʼs
de daghandelaren in gesloten ecosystemen opsluiten waarin ze elkaar
kunnen bevechten, terwijl die retail-firmaʼs
vergoedingen en rentebetalingen opstrijken, alvorens ze het
resterende risico op de feitelijke markten onderbrengen.
GameStop zou wel eens een reactie kunnen zijn tegen de zinloosheid van de daghandel. In plaats van je te behoeden voor bullshit jobs is die daghandel zelf een bullshit job, en de enige manier om er tijdelijk mee te winnen is niet door jezelf in de strijd te gooien tegen ʻde markt,ʼ maar door samen te werken in een zwerm.
John Joseph Cassidy (geboren in 1963) is een Amerikaanse journalist die stafschrijver is bij The New Yorker. Hij is de auteur van Dot.con: The Greatest Story Ever Sold en How Markets Fail: The Logic of Economic Calamities.
Na het sluiten van de beurs op woensdag 27 januari werd er flink feest gevierd op r/WallStreetBets, het Reddit-messageboard dat populair is bij kleine beleggers die hebben geboden op de aandelen van GameStop, een videogame-retailer die hard is getroffen door de coronavirus-pandemie. Een paar weken geleden werd het aandeel verhandeld voor nog geen twintig dollar. Sindsdien is de koers sterk gestegen, en op woensdag schoot hij ruim honderd procent omhoog, om te sluiten op 347,51 dollar, na het nieuws dat een paar short-sellers – Wall Street-handelaren die gokken op dalende aandelenkoersen – hun negatieve weddenschappen hadden afgewikkeld en grote verliezen hadden geleden. ʻDit is groter dan wij allemaal. Als we klaar zijn met GMEʼ – het aandelensymbool voor GameStop – ʻhalen we heel fuxking Wallstreet onderuit! Get Fxked!,ʼ schreef een Reddit-gebruiker, gebruikmakend van een kortere versie van de denigrerende aanduiding die veel Reddit-gebruikers op ironische wijze op zichzelf toepassen. Een ander schreef: ʻDe markt is gesloten, jongens, haal wat frisse lucht binnen en eet wat groenten. Morgen is er weer een grote dag.ʼ
Er spelen hier twee verhalen door elkaar. Het verhaal dat de
aandacht heeft getrokken van iedereen, van Elon Musk tot Congreslid
Alexandria Ocasio-Cortez, is een David en Goliath-verhaal, waarin
de beleggers in GameStop worden gezien als underdogs die strijden
tegen de reuzen van Wall Street. Door zich te verenigen zijn de
day-traders er onlangs in geslaagd enkele slecht presterende
aandelen, zoals GameStop, Blackberry en AMC Entertainment Holdings,
op te krikken en daardoor enkele short-sellers te verslaan.
ʻIndividuele beleggers
zijn aan de winnende hand – althans voorlopig – en genieten
ervan,ʼ aldus
de Wall Street Journal.
Er zijn genoeg redenen om boos te zijn op Wall Street. Maar wat
voor soort overwinning was dit? Donderdagochtend kelderde de koers
van GameStop met vijftig procent, nadat TD Ameritrade en Robinhood,
de populaire beurs-app, beleggers de mogelijkheid hadden ontnomen om
in bepaalde aandelen te handelen. Het aandeel bleef verhandeld worden
op andere platforms, en de koers veerde vervolgens weer op – rond
het middaguur werd het aandeel tegen een koers van ruim
tweehonderdvijftig dollar verhandeld. Toch zaten sommige mensen die
woensdag hadden ingekocht met aanzienlijke verliezen, die wel eens
groter zouden kunnen worden als ze niet snel verkopen. (Vóór de
afgelopen paar weken was GameStops all-time high ongeveer zestig
dollar). Een gebruiker van Reddit zei: ʻIK
HEB GEEN GELD MEER, BEN 50 PROCENT GEZAKT, EN PROBEER ME STAANDE TE
HOUDEN. WIJ GAAN WINNEN, JONGENS!!!ʼ
Het grotere verhaal is dat de Amerikaanse aandelenmarkt in de
greep is van wat Charles Mackay, een negentiende-eeuwse historicus
van financiële manieën, ʻde
waanzin van de massaʼsʼ
heeft
genoemd. De GameStop short squeeze staat niet op zichzelf.
Al bijna een jaar lang bieden beleggers aandelen in bedrijven als
Tesla, Shopify en Snap op tot koersen die weinig verband meer houden
met de werkelijke winstvooruitzichten van de onderliggende bedrijven.
En het zijn niet alleen kleine beleggers die aan deze waanzin hebben
deelgenomen. Naast de short-sellers, die relatief gering in aantal
zijn, hebben veel professionele beleggers het speculatieve spel
meegespeeld, ook al weten ze dat het waarschijnlijk slecht zal
aflopen.
Bijna twintig jaar geleden schreef ik een boek getiteld ʻDot-Con:
How America Lost Its Mind and Money in the Internet Era.ʼ
Tussen januari 1998 en maart 2000 organiseerden honderden nieuwe
internet-startups een beursgang, en de koersen van veel van deze
bedrijfjes schoten omhoog. In dezelfde periode stegen de koersen op
de Nasdaq-beurs, waar veel van deze aandelen verhandeld werden, met
ongeveer honderdtwintig procent, en gingen grote aantallen gewone
Amerikanen aan daghandel doen om geld te verdienen. Het is deze keer
nog niet zo ver doorgeslagen. Maar vergis je niet: we zijn al een
aardig eind op weg. Sinds medio maart dit jaar, toen de eerste golf
van het coronavirus woedde, zijn de koersen op de Nasdaq met bijna
honderd procent gestegen, ondanks een diepe recessie. (Onlangs heeft
het ministerie van Handel bekendgemaakt dat het bruto binnenlands
product in 2020 met 3,5 procent is gedaald, de grootste daling sinds
1946). In de afgelopen twaalf maanden zijn er meer
I.P.O.ʼs geweest dan
in welke periode ook sinds 1999, en is de daghandel opnieuw populair
geworden. Wat dat laatste betreft, is het belangrijkste verschil deze
keer technologisch van aard. Dankzij handelsapps zoals Robinhood, en
de afschaffing van commissiekosten voor veel online-aandelenhandel,
kunnen mensen van minuut tot minuut speculeren terwijl ze thuis op de
bank zitten, in plaats van gebruik te moeten maken van commerciële
handelsfaciliteiten, zoals eind jaren negentig het geval was.
Voortbouwend op het werk van de econoom Hyman Minsky en de
economisch historicus Charles Kindleberger kunnen we zeggen dat bijna
alle speculatieve manieën in vier fasen verlopen: verandering,
hausse, euforie, en crash. Een verandering doet zich voor als de
verwachtingen van de mensen over hun toekomst een wijziging
ondergaan. In dit geval heeft de pandemie de thuisblijf-economie
gecreëerd en de Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van
Amerikaanse centrale banken) ertoe aangezet de kortetermijnrente tot
bijna nul te verlagen en biljoenen dollars in de financiële markten
te pompen, via een beleid dat bekend staat als kwantitatieve
versoepeling. Sinds maart zitten we in een periode van
hoogconjunctuur, waarbij de prijzen de hoogte in schieten, scepsis
plaats maakt voor hebzucht en steeds meer mensen zich op een
opgeblazen markt storten.
Copycat-gedrag ligt ten grondslag aan speculatieve bubbels. Zien
hoe anderen schijnbaar makkelijk geld verdienen is de beste manier om
mensen ertoe te bewegen risicoʼs
te nemen die ze niet volledig begrijpen. ʻIn
een laat stadium heeft speculatie de neiging zich los te maken van
echt waardevolle objecten en zich te richten op misleidende
objecten,ʼ schreef
Kindleberger in zijn boek ʻManias,
Panics and Crashesʼ
uit 1978. ʻEen steeds
grotere groep mensen probeert rijk te worden zonder echt inzicht in
de processen die hiermee gepaard gaan.ʼ
Sommige mensen die aandelen in GameStop hebben gekocht, gaven blijk
van een verfijnd begrip van de mechanismen van een short squeeze.
Maar alle publiciteit heeft ook veel nieuwelingen aangetrokken. ʻNet
twee aandelen gekocht, mijn eerste belegging ooit, en ik voel me ziek
maar opgewonden; ik heb steun nodig,ʼ
schreef een Reddit-gebruiker. Twee anderen antwoordden: ʻHoud
ze vast en geniet ervan,ʼ
en ʻIk ben er voor je,
broeder.ʼ Dit soort
hand-holding is een van de nieuwe aspecten die de huidige
technologie heeft voortgebracht. Maar er is absoluut geen reden om te
denken dat dit zal kunnen voorkomen dat deze episode van speculatie
eveneens zal eindigen in een kostbare crash.
Een van de lessen van het dot-com tijdperk is dat deze afrekening
langer op zich kan laten wachten dan je zou denken. Toen de
dotcom-zeepbel eind jaren negentig werd opgeblazen, waarschuwden
sommige analisten op Wall Street dat die aandelen overgewaardeerd
waren en gingen sommige professionele beleggers short. Maar toen de
koersen bleven stijgen, verloren veel sceptici hun baan of vielen ze
stil. Uiteindelijk kozen veel beleggers, waaronder enkele grote
hedgefondsen, eieren voor hun geld en probeerden ze ook mee te surfen
op de zeepbel. Iets soortgelijks lijkt nu te gebeuren – en dan heb
ik het niet alleen over de hedgefondsen die hun shorts in GameStop
hebben afgewikkeld. Veel grote institutionele beleggers profiteren nu
al maandenlang van de opmerkelijke koersstijging van tech-aandelen
als Amazon, Apple en Tesla – ondanks de duidelijke risicoʼs
van het beperken van hun portefeuilles tot een klein aantal winnaars.
De afgelopen vijftig jaar stond de gemiddelde koers-winstverhouding voor aandelen in de S&P500-index op ongeveer negentien. Bij de opening van de beurs op donderdag 28 januari werd Amazon gewaardeerd op vijfennegentig keer de verwachte winst, Apple op achtendertig keer de verwachte winst en Tesla op ongeveer dertienhonderdzeventig keer. Geloven al die goedbetaalde fondsbeheerders nu echt dat dit veilige beleggingen zijn? Vermoedelijk niet, maar het momentum achter deze aandelen is fenomenaal geweest. Als je probeert de marktindex op kwartaal- of jaarbasis te verslaan – zoals veel professionele beleggers doen – kan het een fatale stap zijn om deze hoogvliegers te mijden, hoe overgewaardeerd ze ook mogen lijken te zijn op basis van deugdelijkere conventionele maatstaven. Dus je blijft maar kopen in de hoop dat je eruit zult kunnen stappen vóórdat de koersen onderuit gaan. Dit is de eigenaardige logica van het collectieve handelen die ik in het verleden ʻrationele irrationaliteitʼ heb genoemd.
De spreekstalmeester van dit circus is de Federal Reserve, die
primair verantwoordelijk is voor het monetaire en regelgevende
klimaat waarin beleggers – amateurs en professionals – opereren.
Maar vandaag doet de Fed, net als eind jaren negentig, zijn uiterste
best om niet meer dan een toeschouwer te lijken. Tijdens een
persconferentie op woensdag 27 januari, na een vergadering van het
beleidscomité van de centrale bank, weigerde Jerome Powell, de
voorzitter van de Fed, specifiek commentaar te geven op GameStop.
Meer in het algemeen zei
hij: ʻAls je kijkt naar
wat de koersen de laatste maanden echt heeft aangejaagd, dan is dat
niet het monetaire beleid.ʼ
Powell zei ook dat de Fed niet overweegt om de marge-vereisten, die
de hoeveelheid geld beperken die beleggers van beursmakelaars mogen
lenen, te verhogen om speculatie de kop in te drukken.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Powell overtuigend klinkende
redenen heeft om een afwachtend beleid te voeren. Nu het land nog
steeds gebukt gaat onder het virus en veel mensen zonder werk zitten
of anderszins met financiële problemen kampen, willen hij en zijn
collega’s zoveel mogelijk steun bieden voor het aantrekken van
personeel en het doen van uitgaven. Als zij iets zouden zeggen of
doen dat de aandelenmarkt kan afremmen, zouden hun acties een
negatief effect kunnen hebben op de rest van de economie, althans op
de korte termijn.
Powells bedoelingen mogen dan eerbaar zijn, zijn bewering dat het beleid van de Fed de speculatieve activiteiten niet heeft gevoed, is niet geloofwaardig – en waarschijnlijk ook niet houdbaar. Zoals Powells voorganger Alan Greenspan in het dot-com tijdperk heeft ontdekt, hebben speculatieve bubbels de neiging een eigen leven te gaan leiden. Hoe langer ze worden opgeblazen, des te groter de uiteindelijke ineenstorting, en des te meer negatieve gevolgen er zullen zijn voor de economie – en voor de Amerikanen in het algemeen. Als de voorzitter van de Fed niet nóg meer toekomstige problemen voor ons allemaal wil veroorzaken, zou hij er goed aan doen meer aandacht te besteden aan Reddit.
Bernie Sanders is een Amerikaanse senator uit Vermont. Zijn boek Onze revolutie is in Nederland verschenen bij Starfish Books.
Iedere
dag overlijdt nu een recordaantal van vierduizend Amerikanen aan
Covid-19, terwijl de federale regering klungelt met de productie en
distributie van vaccins, en met het testen en opsporen van mensen. Te
midden van de ergste pandemie in honderd jaar zijn ruim 90 miljoen
Amerikanen onverzekerd of onderverzekerd, en kunnen zij het zich niet
veroorloven naar een dokter te gaan als ze ziek worden. Het isolement
en de angst als gevolg van de pandemie hebben geleid tot een enorme
toename van het aantal geesteszieken.
Ruim
de helft van de Amerikaanse werknemers leeft van loonstrookje tot
loonstrookje, waaronder miljoenen essentiële werknemers die iedere
dag hun leven op het spel zetten. Ruim 24 miljoen Amerikanen zijn
werkloos, hebben te weinig werk of hebben het zoeken naar werk
opgegeven, terwijl de honger in dit land het hoogste niveau in
decennia heeft bereikt.
Door
gebrek aan inkomsten dreigen 40 miljoen Amerikanen uit hun huis te
worden gezet, en zijn veel mensen duizenden euroʼs
aan achterstallige huur verschuldigd. Dit komt bovenop de 500.000
mensen die al dakloos zijn.
Intussen
worden de rijkste mensen in dit land alleen maar rijker en neemt de
inkomens- en vermogensongelijkheid sterk toe. Ongelooflijk genoeg
hebben 650 miljardairs in Amerika tijdens de pandemie hun rijkdom met
meer dan 1 miljard dollar zien toenemen.
Als
gevolg van de pandemie is het onderwijs in dit land, van de
kinderopvang tot de middelbare school, een chaos. De meeste jongeren
hebben hun opleiding ontwricht zien worden, en waarschijnlijk zullen
honderden hogescholen en universiteiten binnenkort ophouden te
bestaan.
De
klimaatverandering teistert de planeet met een ongekend aantal
bosbranden en extreme weersverstoringen. Wetenschappers zeggen dat we
nog maar een paar jaar hebben voordat ons land en de wereld
onherstelbare schade toegebracht zal zijn.
En
te midden van dit alles hebben de fundamenten van de Amerikaanse
democratie te maken met een ongekende aanval. We hebben een president
gehad die koortsachtig heeft gewerkt aan het ondermijnen van die
democratie en heeft aangezet tot geweld tegen de regering en de
grondwet, die hij heeft gezworen te zullen verdedigen. Tegen alle
bewijzen in geloven tientallen miljoenen Amerikanen in de Grote
Leugen van Trump dat hij de verkiezingen met een overweldigende
meerderheid van de stemmen heeft gewonnen, en dat de overwinning hem
en zijn aanhangers is ontstolen. Ter ondersteuning van Trump werden
in het hele land gewapende rechtse milities gemobiliseerd.
In
deze tijd van ongekende crises moeten het Congres en de
regering-Biden reageren met ongekende maatregelen. Geen business as
usual meer. Niet langer hetzelfde oude beleid.
De
Democraten, die nu het Witte Huis, de Senaat en het Huis van
Afgevaardigden controleren, moeten de moed opbrengen om het
Amerikaanse volk te laten zien dat de overheid effectief en snel kan
reageren op hun pijn en bezorgdheid. Als aankomend voorzitter van de
begrotingscommissie van de Senaat is dat precies wat ik van plan ben
te gaan doen.
Wat
betekent dit alles voor de gemiddelde Amerikaan?
Het betekent dat we de pandemie agressief de kop
gaan indrukken en dat we het Amerikaanse volk in staat zullen stellen
terug te keren naar werk en school. Dit vereist een door de federale
overheid geleid noodprogramma om de benodigde hoeveelheid vaccins te
produceren en deze zo snel mogelijk bij de mensen te krijgen.
Het betekent dat we er tijdens de ernstige
economische neergang die we nu doormaken voor moeten zorgen dat alle
Amerikanen de financiële middelen ontvangen die ze nodig hebben om
een waardig leven te kunnen leiden. We moeten de onlangs goedgekeurde
rechtstreekse uitkering van 600 dollar aan iedere volwassene en ieder
kind uit de arbeidersklasse verhogen tot 2000 dollar, het minimumloon
verhogen tot 15 dollar per uur, de werkloosheidsuitkeringen
uitbreiden en huisuitzetting, dakloosheid en honger voorkomen.
Het betekent dat we, tijdens deze razende
pandemie, gezondheidszorg voor iedereen moeten garanderen. We moeten
ook een einde maken aan de internationale schande dat de Verenigde
Staten het enige grote land ter wereld zijn waar werknemers geen
betaald verlof om gezins- of medische redenen genieten.
Het betekent dat voorschools onderwijs en
kinderopvang universeel beschikbaar moeten zijn voor ieder gezin in
Amerika.
Ondanks wat u misschien hebt gehoord, is er geen
reden waarom we niet al deze dingen zouden kunnen doen. Door
middel van ʻbudget
reconciliation,ʼ
een proces waar slechts een eenvoudige meerderheid van stemmen in de
Senaat voor nodig is, kunnen we snel handelen en deze noodwetgeving
goedkeuren.
Maar dat is niet genoeg. Dit jaar moeten we ook
een tweede wet op de ʻbudget
reconciliationʼ aannemen
die betrekking heeft op de grote structurele veranderingen die ons
land dringend nodig heeft. Uiteindelijk moeten we de groteske
inkomens- en vermogensongelijkheid ongedaan maken, en een land
creëren dat werkt voor iedereen en niet slechts voor enkelen.
Amerikanen mogen niet langer verstoken blijven van de economische
basisrechten die in vrijwel ieder ander groot land wel gegarandeerd
worden.
Dit betekent dat die tweede wet op de ʻbudget
reconciliationʼ
moet worden gebruikt om miljoenen goedbetaalde banen te creëren,
teneinde onze afbrokkelende infrastructuur te herstellen en
betaalbare woningen te bouwen, onze scholen te moderniseren, de
klimaatverandering te bestrijden, en massaal te investeren in
energie-efficiëntie en duurzame energie.
Het betekent dat openbare hogescholen,
universiteiten, handelsscholen en historisch zwarte hogescholen en
universiteiten collegegeldvrij moeten worden, en dat de schandalig
hoge studieschulden van werkende gezinnen krachtig moeten worden
aangepakt.
En het betekent dat de rijkste Amerikanen en de
meest winstgevende bedrijven hun eerlijke deel van de belastingen
zullen moeten gaan betalen. We kunnen niet blijven toestaan dat
winstgevende bedrijven zoals Amazon miljarden dollars verdienen en
netto geen federale inkomstenbelasting afdragen. En het kan niet zo
zijn dat miljardairs een lager belastingtarief genieten dan
Amerikanen uit de arbeidersklasse. We hebben een echte
belastinghervorming nodig.
Er is geen reden waarom Joe Biden binnen de eerste
honderd zittingsdagen van het nieuwe Congres niet twee belangrijke
wetsvoorstellen zou kunnen ondertekenen, waarmee de meeste van de
hierboven opgesomde doelstellingen verwezenlijkt kunnen worden. We
kunnen niet toestaan dat Mitch McConnell en de Republikeinse leiders
wetgeving saboteren die het leven van miljoenen werkende Amerikanen
zou verbeteren en razend populair is.
Laten we nooit vergeten dat toen de Republikeinen
de Senaat controleerden, ze het reconciliation budget hebben gebruikt
om biljoenen dollars aan belastingvoordelen door te drukken,
voornamelijk voor de rijkste 1 procent van de bevolking en de
multinationale ondernemingen. Bovendien zagen zij kans binnen zeer
korte tijd de benoeming van drie rechtse rechters in het Amerikaanse
Hooggerechtshof door te drukken, met een eenvoudige meerderheid van
stemmen.
Als de Republikeinen het reconciliation budget wisten te gebruiken om de rijken en machtigen te beschermen, kunnen wij het nu gebruiken om de werkende gezinnen, de zieken, de ouderen, de gehandicapten en de armen te beschermen.
John Naughton is senior research fellow aan het Centre for Research in the Arts, Social Sciences and Humanities (CRASSH) van de Universiteit van Cambridge, waar hij (samen met professor Richard Evans en professor David Runciman) hoofdonderzoeker is van het onderzoeksproject over ʻConspiracy and Democracy.ʼ Hij is tevens emeritus-hoogleraar in het publieke begrip van technologie aan The Open University.
De verbanning van de voormalige Amerikaanse president heeft geleid tot een furieus debat over online-opinies, maar maakt deel uit van een bredere discussie
De afgelopen weken is het griezelig stil geweest op de sociale media. Dat komt doordat Trump en zijn sekteleden ʻin de ban gedaanʼ werden. Door hem te verbannen heeft Twitter in feite de megafoon weggehaald die Trump sinds zijn deelname aan de presidentsverkiezingen van 2016 zo meesterlijk heeft benut. De schok van de aanval op het Capitool van 6 januari was groot genoeg om zelfs Mark Zuckerberg ervan te overtuigen dat de stekker er eindelijk uit moest. En zo geschiedde het, zelfs tot op het punt dat Amazon Web Services de hosting van Parler beëindigde, een Twitter-alternatief voor alt-right extremisten.
De
oorverdovende stilte die volgde op deze maatregelen werd echter
tenietgedaan door een explosie van commentaren over de gevolgen
hiervan voor de vrijheid, de democratie en de toekomst van de
beschaving zoals wij die kennen. Wadend door deze stortvloed van
meningen over het first amendment, de vrijheid van
meningsuiting, censuur, de macht van de technologiebedrijven en de
ʻverantwoordingsplichtʼ
(wat dat ook moge betekenen), was het soms moeilijk je te oriënteren.
Maar wat mij voortdurend te binnen schoot was het scherpzinnige
inzicht van H.L. Mencken dat ʻer
voor ieder complex probleem een antwoord is dat duidelijk,
eenvoudig en fout is.ʼ
De lucht vulde zich met mensen die dergelijke antwoorden aanprezen.
Te
midden van deze discursieve chaos waren er echter een paar algemene
themaʼs te
onderscheiden. Het eerste daarvan benadrukte de culturele
verschillen, vooral die tussen de VS met zijn heilige first
amendment enerzijds, en Europese en andere samenlevingen, met hun
meer ambivalente geschiedenis van het modereren van de vrijheid van
meningsuiting, anderzijds. Het probleem van deze discussie is dat het
first amendment gaat over overheidsregulering van de vrijheid van
meningsuiting en niets te maken heeft met de technologiebedrijven,
die op hun platformen vrij zijn om te doen wat ze willen.
Een tweede thema zag als de hoofdoorzaak van het probleem het soepele toezichtsklimaat in de VS van de afgelopen drie decennia, dat heeft geleid tot de opkomst van een paar gigantische technologiebedrijven die in feite de gastheer zijn geworden voor een groot deel van het publieke domein. Als er veel meer Facebooks, YouTubes en Twitters zouden zijn, zo luidt het tegenargument, zou de censuur minder effectief en problematisch zijn omdat iedereen die de toegang tot één van die platforms geweigerd zou worden altijd ergens anders zijn toevlucht zou kunnen zoeken.
Dan waren er nog argumenten over macht en verantwoordingsplicht. In een democratie moeten degenen die beslissen over de vraag welke uitspraken aanvaardbaar zijn en welke niet, democratisch verantwoordingsplichtig zijn. ʻHet feit dat een CEO de stekker uit de luidspreker van de president van de Verenigde Staten kan trekken zonder enige checks and balances,ʼ fulmineerde EU-commissaris Thierry Breton, ʻis niet alleen een bevestiging van de macht van deze platforms, maar toont ook de diepe zwakheden van de manier waarop onze samenleving in de digitale ruimte is georganiseerd.ʼ Of, anders gezegd: wie heeft de bazen van Facebook, Google, YouTube en Twitter eigenlijk gekozen?
Wat
ontbrak in het discours was de vraag of het probleem dat aan het
licht kwam door de plotselinge verbanning van Trump, zijn medewerkers
en zijn volgers überhaupt wel oplosbaar is – althans op de
manier waarop het tot nu toe is geformuleerd. De paradox dat het
internet een mondiaal systeem is, maar dat het recht territoriaal (en
cultuurgebonden) is, is van oudsher een manier geweest om een einde
te maken aan discussies over hoe de technologie onder democratische
controle gebracht kan worden. En dit heeft de hele tijd een rol
gespeeld in het debat, als een stuk prikkeldraad dat iedereen die
trachtte vooruit te komen in het moeras heeft laten struikelen.
Dit alles duidt erop dat het de moeite waard is een poging te doen het probleem op een meer productieve manier te herformuleren. Een interessante suggestie voor hoe dat zou kunnen deed zich onlangs voor in de vorm van een goed doordachte Twitter-thread van Blayne Haggart, een Canadese politicoloog. Vergeet de vrijheid van meningsuiting even, zo opperde hij, en denk aan een analoog probleem op een ander terrein – dat van het bankwezen. ʻVerschillende samenlevingen gaan op uiteenlopende manieren om met financiële risicoʼs,ʼ schreef hij, ʻmet uiteenlopende regimes op het gebied van het toezicht. Net zoals landen vrij zijn om hun eigen bankregels te bepalen, zouden ze vrij moeten zijn om sterke voorwaarden, waaronder eigendomsregels, op te leggen aan de manier waarop platforms op hun grondgebied functioneren. Beslissingen van een bedrijf in het ene land zouden niet bindend moeten zijn voor de burgers in een ander land.ʼ
In deze zin kan HSBC weliswaar een ʻmondialeʼ bank zijn, maar als zij in het Verenigd Koninkrijk actief is, moet ze zich aan de Britse regels houden. En wanneer zij in de VS actief is, moet ze de regels van die jurisdictie volgen. Als je dit concept naar de technologiesector vertaalt, lijkt het erop dat het tijd is te stoppen met het aanvaarden van de beweringen van de technologiereuzen dat zij hypermondiale bedrijven zijn, terwijl het in feite Amerikaanse bedrijven zijn die in veel rechtsgebieden over de hele wereld actief zijn, zo weinig mogelijk lokale belasting betalen en zich tegen lokale regelgeving verzetten, met alle lobbymiddelen die zij maar kunnen gebruiken. Facebook, YouTube, Google en Twitter kunnen zo schijnheilig blaten als ze willen over de vrijheid van meningsuiting en het first amendment in de VS, maar als ze in onze contreien opereren, bijvoorbeeld als Facebook UK, dan zijn het slechts Britse dochterondernemingen van een Amerikaans bedrijf dat is opgericht in Californië. En deze dochterondernemingen moeten de Britse wetten gehoorzamen inzake laster, haatdragende taal enzovoorts, evenals andere wetten die niets te maken hebben met het first amendment. O ja, en ze moeten belasting betalen over hun lokale inkomsten.
Slavoj Zizek is cultuurfilosoof. Hij is senior onderzoeker aan het Instituut voor Sociologie en Filosofie van de Universiteit van Ljubljana, Global Distinguished Professor of German aan de Universiteit van New York, en internationaal directeur van het Birkbeck Institute for the Humanities van de Universiteit van Londen. Zijn boek ‘Als een dief op klaarlichte dag‘ is onlangs verschenen bij onze uitgeverij Starfish Books.
Bij zijn onberekenbare pogingen om zich vast te grijpen aan de macht doet de vertrekkende Amerikaanse president Donald Trump om de verkeerde redenen het juiste. Het ondemocratische kiesstelsel moet worden ontmanteld, maar hij heeft niet het belang van zijn aanhangers voor ogen.
Toen de Britse arrondissementsrechter Vanessa Baraitser de Amerikaanse eis om Julian Assange uit te leveren verwierp, gaven veel linkse en liberale critici commentaar op deze uitspraak in bewoordingen die herinneren aan de beroemde regels uit T.S. Eliots Murder in the Cathedral: “The last temptation is the greatest treason / To do the right deed for the wrong reason.” (De laatste verleiding is het grootste verraad / Om het juiste te doen om de verkeerde reden.) In het stuk is Becket bang dat ʻhet juisteʼ dat hij wil doen (de beslissing om de koning te weerstaan en zichzelf op te offeren) gegrond is op een ʻverkeerde redenʼ (zijn egoïstische zoektocht naar de glorie van de heiligheid). Hegel zou op zijn probleem hebben gereageerd door te zeggen dat het in onze daden gaat om de publieke inhoud ervan: als ik een heldhaftig offer breng, dan is het dát wat telt, los van mijn privé-motieven, die ziekelijk van aard kunnen zijn.
Maar de weigering om Assange uit te leveren aan de VS is een ander geval: het was duidelijk het juiste om te doen, maar wat verkeerd is zijn de publiekelijk uitgesproken redenen om het te doen. De rechter was het volledig eens met de bewering van de Amerikaanse autoriteiten dat de activiteiten van Assange buiten het domein van de journalistiek vielen en rechtvaardigde haar beslissing uitsluitend op grond van zijn geestelijke gezondheid – ze zei: ʻDe algemene indruk is die van een depressieve en soms wanhopige man, die oprecht bang is voor zijn toekomst.ʼ Ze voegde eraan toe dat Assangeʼs hoge intelligentie betekent dat hij er waarschijnlijk in zou slagen om zichzelf van het leven te beroven.
Het inroepen van de geestelijke gezondheid is dus een excuus voor het bieden van gerechtigheid – de impliciete maar duidelijke publieke boodschap van de rechter is: ʻIk weet dat de beschuldiging niet klopt, maar ik ben niet bereid om dat toe te geven, dus concentreer ik me liever op de geestelijke gezondheid.ʼ (Plus, nu de rechtbank ook borgtocht voor Assange heeft afgewezen, zal hij in eenzame opsluiting in de gevangenis moeten blijven, hetgeen hem juist tot zijn zelfmoordplannen had aangezet…) Assangeʼs leven is (misschien) gered, maar zijn Missie – de vrijheid van de pers, de strijd voor het recht om alle misdaden van staten openbaar te maken – blijft een misdaad. Dit is een indicatief voorbeeld van wat het humanisme van onze rechtbanken werkelijk inhoudt.
Maar dit alles is algemeen bekend – wat we zouden moeten doen is de dichtregels van T.S. Eliot toepassen op twee andere recente politieke gebeurtenissen. Is de komedie die op 6 januari in Washington plaatsvond niet het laatste bewijs – als er al een nodig was – dat Assange niet aan de VS moet worden uitgeleverd? Het zou net zoiets zijn als het aan China uitleveren van dissidenten die uit Hongkong zijn ontsnapt.
De eerste gebeurtenis: toen Trump druk uitoefende op Mike Pence, zijn vice-president, om de verkiezingsuitslag niet te certificeren, vroeg hij Pence ook om het juiste te doen om de verkeerde reden: ja, het Amerikaanse kiesstelsel is vervalst en gecorrumpeerd, het is één grote fopspeen, georganiseerd en gecontroleerd door de ʻdeep state.ʼ De implicaties van Trumps eis zijn interessant: hij stelde dat Pence, in plaats van gewoon te handelen in zijn grondwettelijk voorgeschreven proforma-rol, de certificering van de stembusuitslag in het Congres had kunnen vertragen of belemmeren.
Nadat de stemmen zijn geteld, moet de
vice-president gewoon de uitslag bekendmaken, waarvan de inhoud
vooraf is bepaald – maar Trump wilde dat Pence zou handelen alsof
hij een echte beslissing nam… Wat Trump eiste was geen revolutie,
maar een wanhopige poging om zijn huid te redden door Pence te
dwingen binnen de institutionele orde te handelen, door de letter van
de wet letterlijker te nemen dan hij bedoeld was.
De tweede gebeurtenis: toen pro-Trump-betogers op 6 januari het Capitool binnenvielen, deden ze eveneens het juiste om de verkeerde redenen. Ze hadden gelijk toen ze protesteerden tegen het Amerikaanse kiesstelsel, met zijn gecompliceerde mechanismen die tot doel hebben een rechtstreekse uiting van ontevredenheid van het volk onmogelijk te maken (dit werd duidelijk gesteld door de Founding Fathers zelf). Maar hun poging was geen fascistische coup – voordat ze aan de macht komen, sluiten fascisten doorgaans een overeenkomst met het grootkapitaal, maar nu ʻmoet Trump uit zijn ambt worden gezet om de democratie overeind te houden, zeggen de leiders van het bedrijfsleven.ʼ
Heeft Trump dus de betogers tegen het
grootkapitaal opgezet? Niet echt: bedenk dat Steve
Bannon uit het Witte Huis werd gegooid nadat hij zich niet alleen
had verzet tegen het belastingplan van Trump, maar ook openlijk had
gepleit voor het verhogen van de belastingen voor de rijken naar 40
procent, en bovendien had betoogd dat het redden van banken met
overheidsgeld ʻsocialisme
voor de rijkenʼ is.
Trump die de belangen van gewone mensen verdedigt is als Citizen Kane uit de klassieke film van Orson Welles – wanneer een rijke bankier hem ervan beticht het op te nemen voor de arme meute, antwoordt hij: ja, zijn krant spreekt voor het arme gewone volk om het echte gevaar te voorkomen dat het arme gewone volk voor zichzelf zal spreken.
Moerasdier met een populistische façade
Zoals Yuval Kremnitzer heeft aangetoond, is Trump een populist die binnen het systeem blijft. Zoals elk populisme wantrouwt ook zijn versie de politieke vertegenwoordiging en doet het alsof het rechtstreeks voor het volk spreekt – het klaagt over de manier waarop zijn handen gebonden zijn door de ʻdeep stateʼ en het financiële establishment, dus de boodschap luidt: ʻAls onze handen niet gebonden zouden zijn, zouden we onze vijanden voor eens en altijd kunnen uitschakelen.ʼ
In tegenstelling tot het oude autoritaire populisme (zoals het fascisme), dat bereid is de formeel-representatieve democratie af te schaffen en werkelijk de macht over te nemen en een nieuwe orde op te leggen, heeft het huidige populisme geen coherente visie op een of andere nieuwe orde – de positieve inhoud van zijn ideologie en politiek is een inconsistent samenraapsel van maatregelen om ʻonze eigenʼ armen om te kopen, de belastingen voor de rijken te verlagen, de haat te richten op de immigranten en op onze eigen gecorrumpeerde elite die banen uitbesteedt, enz. Daarom willen de huidige populisten zich niet echt ontdoen van de gevestigde representatieve democratie en de macht ook niet volledig overnemen: ʻzonder de “boeien” van de liberale orde om tegen te strijden, zou nieuw rechts daadwerkelijk echte actie moeten ondernemen,ʼ en dit zou de leegte van hun programma duidelijk maken. De huidige populisten kunnen alleen functioneren door hun doel oneindig lang uit te stellen, omdat ze alleen maar kunnen functioneren als tegenstander van de ʻdiepe staatʼ van het liberale establishment: ʻNieuw rechts probeert niet, althans niet in dit stadium, een opperste waarde te vestigen – bijvoorbeeld de natie, of de leider – die de wil van het volk volledig tot uitdrukking zou brengen en daardoor de afschaffing van de vertegenwoordigingsmechanismen mogelijk zou maken en misschien zelfs zou vergen.ʼ
Wat dit betekent, is dat de echte slachtoffers van Trump zijn gewone aanhangers zijn, die zijn gebrabbel tegen liberale zakelijke elites en grote banken serieus nemen. Hij is de verrader van zijn eigen populistische zaak. Zijn liberale critici beschuldigen hem ervan dat hij zijn aanhangers schijnbaar alleen maar controleert, terwijl hij echt aan hun kant zou staan en hen zou aanzetten tot gewelddadig handelen. Maar hij staat NIET echt AAN hun kant. Op de ochtend van 6 januari richtte hij zich tot de betogers: ʻWe gaan naar het Capitool lopen. En we gaan onze dappere senatoren en Congresleden aanmoedigen. En we gaan waarschijnlijk niet zo hard juichen voor sommigen van hen, want je kunt ons land nooit terugpakken met zwakheid, je moet kracht tonen en je moet sterk zijn.ʼ Maar toen de meute dit deed en optrok naar het Capitool, trok Trump zich terug in het Witte Huis en keek hij op de televisie hoe het geweld zich op Capitol Hill ontvouwde.
Ontmaskering van de nepdemocratie
Wilde Trump echt een coup plegen? Het ondubbelzinnige antwoord luidt: NEE. Toen de meute het Capitool binnendrong, legde hij een verklaring af: ʻIk ken jullie pijn. We hadden een verkiezing die van ons gestolen werd. Het was een aardverschuiving, en iedereen weet het, vooral de andere partij. Maar jullie moeten nu naar huis gaan. We moeten vrede hebben. We moeten recht en orde hebben.ʼ Trump gaf zijn tegenstanders de schuld van het geweld en prees zijn aanhangers, door te zeggen: ʻWe mogen deze mensen niet in de kaart spelen. We moeten vrede hebben. Dus ga naar huis. We houden van jullie, jullie zijn heel bijzonder.ʼ
En toen de menigte zich begon te verspreiden, plaatste Trump een tweet ter verdediging van de acties van zijn aanhangers die het Capitool bestormden en vernielden: ʻDit zijn de dingen die gebeuren als een heilige verkiezingsoverwinning zo ongefundeerd en wreed van je wordt gestolen.ʼ Hij sloot zijn tweet af met: ʻOnthoud deze dag voor altijd!ʼ Ja, dat moeten we doen, want hij toonde de valsheid van de Amerikaanse democratie en de valsheid van het populistische protest ertegen. Slechts een paar verkiezingen in de VS hebben er echt toe gedaan – zoals de Californische gouverneursverkiezingen van 1934: de Democratische kandidaat Upton Sinclair verloor omdat het hele establishment een voorheen ongehoorde campagne van leugens en laster organiseerde (Hollywood heeft gezegd dat, als Sinclair wint, het naar Florida zal verhuizen, enz.).
Op donderdag 7 januari hield Trump nóg een korte toespraak waarin hij, in tegenspraak met wat hij eerder had gezegd, de aanval op het Capitool ondubbelzinnig veroordeelde als een bedreiging voor de openbare orde en beloofde mee te zullen werken aan de vreedzame overdracht van de macht. Hoewel hij dit waarschijnlijk zei uit angst voor zijn persoonlijke lot, bevestigde deze daad dat hij lid was en is van het establishment – niet eens een rechtse held, maar een lafaard. Geen wonder dat grote aantallen van zijn fans hem nu al ʻeen verraderʼ noemen, onderdeel van het Washingtonse ʻmoerasʼ dat hij had beloofd te zullen droogleggen. Dit betekent natuurlijk niet dat zijn aanhangers op wat voor manier dan ook progressieven zijn die door Trump verraden werden: ze hebben hun feitelijke grieven op een rechts-populistische manier geuit. Er zit een kern van waarheid in hun klachten, maar die hebben ze zelf verraden door de vorm van hun activiteit. Hoe gek het ook mag klinken: als ze het serieus menen moeten ze zich bij Bernie Sanders aansluiten.
De woedende, ontevreden meute die het parlement aanvalt namens een populaire president die door parlementaire manipulaties van zijn macht is beroofd … klinkt dat bekend? Ja: dit had in Brazilië of in Bolivia moeten gebeuren – daar zou de menigte van de aanhangers van de president het volste recht hebben gehad om het parlement te bestormen en hun president opnieuw te installeren. In de VS was een heel ander spel aan de gang. Laten we dus hopen dat wat er op 6 januari in Washington is gebeurd op zijn minst een einde zal maken aan de obsceniteit van het sturen van waarnemers door de VS naar verkiezingen in andere landen, teneinde hun eerlijkheid te beoordelen – nu hebben de Amerikaanse verkiezingen zelf buitenlandse waarnemers nodig. De VS zijn een schurkenstaat, en niet pas toen Trump president werd: de aanhoudende (bijna) burgeroorlog legt een breuk bloot die er de hele tijd al was.
Mike Davis is de auteur van City of Quartz, Late Victorian Holocausts, Budaʼs Wagon en Planet of Slums. Hij woont in San Diego.
De chaos toont aan dat de Republikeinse partij uiteenvalt, maar heeft ook jonge rechtse leeuwen van de vloek van Trump bevrijd.
De invasie van onze ʻtempel
van de democratieʼ van
vorige week woensdag was slechts een ʻopstandʼ
in de zin van een duistere komedie. Wat in wezen een in vlaggen
gehulde en met stokken bewapende motorbende was, bestormde de ultieme
countryclub van Amerika, joeg senatoren de catacomben van het
Capitool in, streek neer op de troon van Mike Pence, vernielde het
kantoor van Nancy Pelosi en stuurde een eindeloze hoeveelheid selfies
naar de kameraden thuis, in het land van de witte mensen. Voor het
overige hadden ze geen plan en toen er eindelijk serieuze agenten ten
tonele verschenen, stroomden ze weer naar buiten, met een paar
souvenirs in handen om aan papa Trump te laten zien. Het was zoiets
als Monty Python met vier lijken.
Intussen zaten enkele honderden geëvacueerde wetgevers te zweten in hun schuilplaats. Sommige Republikeinen, trouw aan hun doodscultus, weigerden de door de politie aangeboden mondkapjes. Een verontwaardigde Democraat beschreef het als een ʻsuper-spreader event.ʼ Een paar uur later testte afgevaardigde Jake La Turner, een Trump-diehard uit Kansas, inderdaad positief op het virus.
Voorspelbaar genoeg vertellen progressieve
commentatoren ons nu dat extreemrechts zelfmoord heeft gepleegd, dat
het tijdperk van Trump ten einde is gekomen en dat de Democraten
eindelijk vrij zijn om hun schitterende stad op de heuvel te bouwen.
In werkelijkheid was de opstand echter een
deus-ex-machina die de carrières van conservatieve oorlogshaviken en
jonge rechtse leeuwen, wier ambities door de cultus rond de zittende
president waren gedwarsboomd, van de vloek van Trump heeft bevrijd.
Op grond van de Führerprinzip-normen van
het Witte Huis zijn de leden van de voormalige praetoriaanse garde
van Trump – de senatoren Tom Cotton, Chuck Grassley, Mike Lee, Ben
Sasse, Marco Rubio en Jim Lankford – nu als verraders gebrandmerkt.
Ironisch genoeg zorgt dit ervoor dat het hen nu vrij staat om zich op
te werpen als potentiële presidentskandidaten in een nog steeds
ultrarechtse, maar post-Trump-partij. Bovendien is hun pad
vergemakkelijkt door de domme en zelfvernietigende beslissing van Ted
Cruz om zich voor te doen als leider van de woedende meute die het
voor de president opnam.
De hervatte gezamenlijke sessie op de
woensdagavond en donderdagmorgen na de bestorming was een et tu,
Brute?-moment, waarbij voormalige hardcore-Trump-aanhangers, met
inbegrip van de helft van de volksvertegenwoordigers die even
daarvóór nog van ʻgestolen
verkiezingenʼ hadden
gerept, Bidens oproep over ʻeen
terugkeer naar het fatsoenʼ
napapegaaiden en de daden afkeurden van het zombie-achtige gewone
volk dat ze uren eerder nog hadden toegejuicht als patriottisch.
Laten we duidelijk zijn over wat er is gebeurd: de
monoliet is gebarsten en de Republikeinse partij is uiteen aan het
vallen. Sinds de verkiezingen zijn de voorbereidingen hiervoor al een
tijdje in volle gang, waarbij diverse conservatieve elites losjes
maar energiek aan het samenspannen zijn om de macht terug te pakken
van de familie-Trump. Vooral de grote bedrijven hebben hun bruggen
naar het Witte Huis verbrand in de nasleep van de COVID-19-ramp en de
chaotische oorlog van Trump tegen het constitutionele bestel.
De meest sensationele afvalligheid heeft
betrekking op een zeer fundamentele Republikeinse instelling, de
National Association of Manufacturers (NAM). Terwijl de rellen aan de
gang waren, riep deze organisatie Pence op het 25e amendement te
gebruiken om Trump af te zetten. Natuurlijk was de NAM tijdens de
eerste drie jaar van Trumps regime blij geweest met de enorme
belastingverlagingen, het uitgebreide terugrollen van de milieu- en
arbeidswetgeving, en de handelssancties tegen China, maar het laatste
jaar had geleid tot het onvermijdelijke inzicht dat het Witte Huis
niet in staat was grote nationale crises te beheersen of te zorgen
voor elementaire economische en politieke stabiliteit.
Het doel is de macht binnen de partij beter af te
stemmen op traditionele kapitalistische machtscentra zoals de NAM, de
Business Roundtable en de familie-Koch, die zich al langer
ongemakkelijk voelt bij Trump. Niemand moet echter denken dat de
ʻgematigde
Republikeinenʼ nu
plotseling uit hun graf zijn opgestaan; het nieuwe project zal de
kernalliantie tussen christelijke evangelisten en economische
conservatieven in stand houden en vermoedelijk het grootste deel van
de wetgeving uit het Trump-tijdperk verdedigen.
Institutioneel gezien zullen de Republikeinen in
de Senaat, inclusief een sterke groep getalenteerde jonge roofdieren,
het post-Trump-kamp domineren – een generatieopvolging die
waarschijnlijk zal worden beslecht voordat de Democratische partij
haar eigen oligarchie van tachtigjarigen van zich zal afwerpen. De
interne concurrentie zal hevig zijn – een nieuw ʻmonsterbal,ʼ
maar centristische Democraten doen er goed aan niet te snel een
doodvonnis uit te spreken over de één of ander. Bevrijd van Trumps
elektronische fatwaʼs
kunnen enkele van de jongere Republikeinse senatoren geduchte
concurrenten blijken te zijn voor het binnenhalen van witte kiezers
met een universitaire opleiding in de voorsteden, die de heilige
graal zijn geweest voor de Democratische gevestigde orde.
Dat is de ene kant van de scheuring. De andere is
dramatischer van aard: de echte Trumpisten zijn de facto een derde
partij geworden, die zich heeft verschanst in de parlementen van de
staten en het Huis van Afgevaardigden. Aangezien Trump zichzelf in
bittere wraakzucht wentelt, is een verzoening tussen beide kampen
onwaarschijnlijk.
Uit een opiniepeiling van afgelopen dinsdag bleek
dat 45 procent van de Republikeinse kiezers de bestorming van het
Capitool steunde. Deze ware gelovigen zullen Trump in staat stellen
de Republikeinse voorverkiezingen in 2022 te terroriseren, en zorgen
voor het behoud van een groot contingent aanhangers in het Huis van
Afgevaardigden en in de parlementen van de Republikeinse staten. (De
Republikeinen in de Senaat, die toegang hebben tot gigantische
donaties van grote bedrijven, zijn veel minder kwetsbaar voor
dergelijke uitdagingen).
De Democraten kunnen zich verkneukelen in het vooruitzicht op een openlijke burgeroorlog onder de Republikeinen, maar hun eigen onderlinge verdeeldheid is op de spits gedreven door de weigering van Biden om de macht met progressieven te delen. De beste hoop voor links zijn ingrijpende electorale hervormingen die de door de Republikeinen geïntroduceerde beperkingen van het stemrecht moeten terugschroeven, en die de raciale en generationele transformatie van het electoraat bespoedigen. Maar de belangrijkste erfenis van Mitch McConnell, een extreemrechts Hooggerechtshof, kan hierbij een onoverkomelijk obstakel blijken.
Hoe dan ook, de enige toekomst die we met enig vertrouwen kunnen voorspellen – een voortzetting van de extreme sociaal-economische turbulentie – maakt politieke kristallen bollen vrijwel nutteloos. De koude burgeroorlog in Amerika is nog lang niet voorbij.
Vertaling: Menno Grootveld
Dit stuk is een bewerking van een artikel dat oorspronkelijk is verschenen op NLR Sidecar.