Categorieën
Economie

De GameStop-zeepbel is een les in de absurditeit en nutteloosheid van de aandelenmarkt

Oorspronkelijke tekst (Engels): Jacobin, 27 januari 2021

fotografie: Behind The News

door Doug Henwood

Doug Henwood redigeert Left Business Observer en is de gastheer van Behind the News. Zijn jongste boek is My Turn.

De online-grappenmakers achter de grote GameStop-zeepbel van 2021 gaan waarschijnlijk veel geld verliezen. Maar ze hebben de wereld een dienst bewezen door ons te herinneren aan de volslagen nutteloosheid van de aandelenmarkt, een institutie die geen ander doel dient dan een klein aantal mensen rijk maken die dat niet verdienen.

Wie had gedacht dat GameStop zelf zoʼn spelletje zou worden?

Afgelopen zomer werd de videogamewinkel gezien als een wegkwijnend bedrijf. Het verloor geld, de omzet was al jaren aan het dalen en de aandelen werden verhandeld voor ongeveer 4 dollar per stuk. Op het moment dat ik dit schrijf worden de aandelen verhandeld voor 339 dollar per stuk. Eén dag geleden was dat nog 148 dollar. Geen slecht rendement binnen één etmaal, 129 procent. Drie dagen eerder stond het op aandeel nog op 38 dollar. In een week tijd is de koers bijna vertienvoudigd. Maar waarom?

Om dat te kunnen beantwoorden moet ik het concept van short selling uitleggen, dat de meeste burgers bijna onbegrijpelijk vinden. Een shorttransactie is een weddenschap dat een aandeel (of een ander speculatief activum, zoals een obligatie of goud) in prijs zal dalen. Maar om die weddenschap aan te gaan, moet je iets verkopen dat je nog niet bezit, wat geen normaal gedrag is. Om dit te verwezenlijken moet je de aandelen lenen van iemand die ze wel bezit. Zoals bij elke lening moet je rente betalen over het geleende goed. En je moet ook wat onderpand in bewaring geven bij je beursmakelaar, als garantie dat je het geld kunt terugbetalen. De hoop is dat de koers zal dalen, en dat je de aandelen tegen een lagere koers zult kunnen kopen. Je winst is het verschil tussen de oorspronkelijke verkoopprijs en de uiteindelijke aankoopprijs, minus de rente die je op het geleende goed hebt betaald.

Maar wat als je het mis hebt en de koers stijgt? Dan zit je in de problemen. Wanneer je een aandeel koopt, loopt je altijd het risico dat je de volledige aankoopprijs zult verliezen – maar nooit méér dan dat. Bij short selling is er, als je ongelijk blijkt te hebben, geen vooraf bepaalde limiet aan wat je kunt verliezen als de koers blijft stijgen. En als de koers blijft stijgen, zal je makelaar meer onderpand eisen in de vorm van echt geld. Je hebt dan de keuze tussen opgeven – je shortpositie afdekken en je verlies nemen – of meer onderpand in een verliesgevende positie blijven steken, in de hoop dat de zaken tenslotte in je voordeel zullen veranderen.

Terug naar GameStop. In augustus vorig jaar begon belegger Ryan Cohen, die de online dierenvoedingshandel Chewy oprichtte en met een mooie winst verkocht, GameStop-aandelen te kopen. Hij zei tegen het bedrijf dat het mee moest gaan met het digitale tijdperk, veel winkels moest sluiten en online moest gaan. Beleggers, die een betere toekomst verwachtten voor de kwakkelende detailhandelaar, kochten de aandelen, waardoor de koers eind november verdrievoudigd was. Dat was wellicht ongerechtvaardigd optimisme, maar niet buitensporig. Maar sommige hedgefondsen, met name Melvin Capital Management, begonnen GameStop te shorten, omdat ze dachten dat de verhalen over het herstel niet klopten.

En toen verschenen de habitués van subreddit Wall Street Bets ten tonele, met een gebruiker die bekend is onder de naam DeepFuckingValue als een van de aanvoerders, die het aandeel begonnen op te hemelen en aandelen begonnen te kopen. Ze werden niet alleen gemotiveerd door het vooruitzicht om geld te verdienen, maar ook door het plezier (de ʻlulzʼ) van het failliet laten gaan van een paar hedgefondsen. Ze begonnen het aandeel in grote hoeveelheden op te kopen. De daaropvolgende koersstijging dwong shorters zoals Melvin om zich in te dekken. Hun vraag naar het aandeel deed de koers exploderen.

GameStop is daardoor een van de grootste zeepbellen van onze tijd geworden. Op dinsdag 26 januari werden er meer aandelen van GameStop verhandeld dan van Apple, het duurste bedrijf ter wereld, met een totale marktwaarde die 108 keer hoger ligt dan die van de detailhandelaar. Zoals James Mackintosh van de Wall Street Journal het formuleerde, duiden de koersstijging en het handelsvolume samen op ʻwijdverspreide verstoringen van het oordeelsvermogen van mensen.ʼ

Zeepbellen zoals deze eindigen altijd in een crash, en de Reddit-gebruikers die hun aandelen nog niet verkocht hebben zullen achterblijven met een lege portemonnee. (Verrassend genoeg lijkt het nieuws dat Melvin zijn short-positie op de avond van dinsdag 26 januari heeft afgewikkeld de feestelijkheden niet te hebben getemperd. Een zeepbel houdt meestal veel langer aan dan de meeste rationalisten kunnen voorspellen). Intussen is het grappig om sommige Wall Streeters te zien klagen dat er iets oneerlijks in deze actie schuilt, omdat dit het soort spelletjes is dat zijzelf voortdurend met elkaar en met het grote publiek spelen. Ze praten aandelen omhoog of omlaag, afhankelijk van hun belangen, en spannen voortdurend samen tegen wat zij zien als zwakke of kwetsbare spelers. De speculanten met namen als DeepFuckingValue, die hen nu pijn laten lijden, zijn in hun ogen alleen het verkeerde soort mensen, want ze wonen niet in Greenwich, in een huis met een garage voor twintig autoʼs.

Nog amusanter zijn de serieuze types die denken dat deze spelletjes op de een of andere manier de werking van de aandelenmarkt verstoren. Zoals columnist Josh Barro van Business Insider op Twitter verklaarde: ʻIk weet dat mensen denken dat dit leuk is, maar – waarom hebben we een aandelenmarkt? Zodat productieve bedrijven kapitaal kunnen ophalen om nuttige dingen te doen. Als de aandelenprijs losgekoppeld is van de fundamentele waarde (Gamestop is nu bijna evenveel waard als Best Buy), dienen de markten de reële economie slechter.ʼ

Wat grappig is aan deze opmerkingen, afgezien van hun serieusheid temidden van alle kolder, is dat de aandelenmarkt bijna niets te maken heeft met het aantrekken van geld voor productieve investeringen. Bijna alle aandelen die op de markt verhandeld worden, inclusief die van GameStock, zijn al jaren geleden uitgegeven, wat betekent dat bedrijven geen dubbeltje van de dagelijkse aandelenhandel zien. Bedrijven geven af en toe aandelen uit, bij zogenaamde beursintroducties (IPOʼs), maar volgens de data van hoogleraar financiën Jay Ritter hebben IPOʼs de afgelopen twintig jaar in totaal 657 miljard dollar opgebracht, nog geen 2 procent van de totale bedrijfsinvesteringen in zaken als gebouwen en apparatuur in diezelfde periode. In tegenstelling tot Barroʼs voorstelling van zaken financieren bedrijven in de echte wereld bijna al hun investeringsmiddelen intern, via de winst. In plaats van geld bij de aandeelhouders op te halen, bezorgen bedrijven die aandeelhouders juist grote hoeveelheden geld. Sinds 2000 hebben de vijfhonderd grote bedrijven die samen de Standard & Poor’s 500-index vormen, 8,3 biljoen dollar uitgegeven aan het opkopen van hun eigen aandelen om de koers ervan op te drijven – ruim de helft van hun winst in die periode, en gelijk aan bijna 20 procent van de bedrijfsinvesteringen in die twee decennia. Het terugkopen van aandelen maakt niet alleen de aandeelhouders gelukkig, maar vult ook de salarissen van de CEOʼs aan, aangezien bazen tegenwoordig voornamelijk in aandelen worden betaald.

Afgezien van de ʻlulzʼ is dit drama, net als de schijnbaar eindeloze stijging van de aandelenkoersen sinds 2009, die slechts kort werd onderbroken door de COVID-19-paniek van afgelopen maart, een teken van een financieel systeem dat totaal geen voeling meer heeft met de economische realiteit. Biljoenen aan overheidssteun aan bedrijven en injecties van de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) in de financiële markten hebben een monsterlijke geldstroom op gang gebracht, die nergens anders heen kan dan naar speculatieve activa, op een moment dat de ICʼs overbelast zijn en 24 miljoen mensen aan enquêteurs van het Census Bureau vertellen dat ze moeite hebben om genoeg te eten te krijgen. Barro zou er beter aan doen zich dáár zorgen over te maken.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *