Categorieën
Economie Politiek

Waarom plutocraten dol zijn op Trumps oorlog

Oorspronkelijke tekst (Engels): UnHerd, 1 mei 2026

fotografie: X

door Yanis Varoufakis

Yanis Varoufakis is econoom en een voormalig Grieks minister van Financiën. Hij is de auteur van diverse bestsellers, waarvan Technofeudalism: What killed capitalism de meest recente is.

De basis betaalt de prijs; de elite profiteert

Toen de bommen op Iran begonnen te vallen, voorspelde ik het politieke Waterloo van Donald Trump. Ik zag hoe zijn MAGA-coalitie – een giftige mix van woede onder de arbeidersklasse en belastingvoordelen voor miljardairs – afgleed naar een burgeroorlog tussen de klassen. Destijds parafraseerde ik een beroemde uitspraak van Winston Churchill over de Slag bij El Alamein: vóór Iran had Trump in zijn tweede ambtstermijn nog geen ernstige nederlaag geleden; na Iran zou hij geen echte overwinning meer behalen. Hoewel ik nog steeds achter die voorspelling sta, moet daar inmiddels een belangrijke kanttekening aan worden toegevoegd. De oorlog met Iran is namelijk tegelijkertijd een buitengewoon winstgevende onderneming voor de plutocratische kring rond Trump geweest.

In een republiek die al lange tijd meer weg heeft van een oligarchie dan van een volwaardige democratie – zij het een oligarchie waarin nog steeds verkiezingen worden gehouden – weegt de toenemende rijkdom van de economische elite bijzonder zwaar. Terwijl veel arbeiders die hebben bijgedragen aan de terugkeer van Trump in het Witte Huis worden geconfronteerd met hogere kosten voor brandstof en levensonderhoud, heeft de oorlog tegen Iran juist grote voordelen opgeleverd voor Trumps rijke achterban, bestaande uit onder meer olieondernemers, technologie-investeerders, techmiljardairs, vastgoedhandelaren en financiers, die het nog nooit zo goed hebben gehad. Zelfs als de kapitein uiteindelijk met het schip ten onder gaat, hebben de passagiers uit de eerste klasse hun veilige en luxueuze reddingsboten al bereikt, gevuld met de winsten die zij dankzij de oorlog hebben behaald.

Laten we het geld volgen. Toen Rusland in 2022 Oekraïne binnenviel, verloren bedrijven met een waarde van meer dan tien miljard dollar binnen tien weken gezamenlijk ongeveer 2,4 biljoen dollar aan beurswaarde. Angst, onzekerheid en de vrees dat de internationale orde zou instorten zorgden ervoor dat enorme hoeveelheden vermogen in korte tijd verdampten. Voor beleggers was de boodschap duidelijk: oorlog in Europa was slecht voor de winstvooruitzichten en dus ook voor de aandelenkoersen. Maar in de tien weken na de eerste bombardementen op Iran steeg de gezamenlijke marktkapitalisatie van bedrijven met een waarde van meer dan tien miljard dollar juist met 5,6 biljoen dollar. Een conflict dat door velen als uiterst roekeloos wordt beschouwd, ging gepaard met een enorme toename van de rijkdom van aandeelhouders en grote bedrijven.

De snelheid waarmee de markten zich herstelden, is al net zo opvallend, en bijna schokkend. Nadat de internetzeepbel in 2001 uiteenspatte, had de New York Stock Exchange 1.016 dagen nodig om te herstellen. Na de financiële crisis van 2008 duurde dat zelfs 1.365 dagen. Na de coronaschok was het herstel na 217 dagen bereikt, en na de Russische invasie van Oekraïne duurde het 338 dagen. De beursverliezen die volgden op Trumps zogenoemde ‘Bevrijdingsdag’ en de invoering van omvangrijke importheffingen waren binnen 57 dagen weggewerkt. Maar na de oorlog tegen Iran duurde het herstel slechts twaalf dagen. Dat is opmerkelijk, omdat het conflict plaatsvond in de Perzische Golf, een regio die van cruciaal belang is voor de mondiale energievoorziening. Deze oorlog ontnam de wereldmarkten een vijfde van de olie, een nog groter deel van het aardgas en bijna negentig procent van het helium dat nodig is voor de productie van microchips – een essentiële bouwsteen van de digitale economie! Is het dan een wonder dat een van mijn studenten opmerkte dat dit geen markteconomie is, maar eerder een afpersingspraktijk met beurskoersen?

Wie waren de drijvende krachten achter dit uitzonderlijk snelle herstel? De usual suspects. In de eerste plaats de ‘cloudalisten’ – mijn benaming voor de techmiljardairs die de traditionele industriële magnaten en zelfs de grote bankiers inmiddels hebben overvleugeld in economische macht. Het herstel van de aandelenmarkt werd vrijwel volledig gedragen door de enorme investeringen in kunstmatige intelligentie. Dat gebeurde ondanks stijgende kosten voor microchips en de grote hoeveelheden energie die AI-systemen verbruiken. Bedrijven als Nvidia en TSMC zagen hun beurswaarde met ongeveer 26 procent stijgen. Alphabet won meer dan 1 biljoen dollar aan marktkapitalisatie. Amazon voegde ongeveer 663 miljard dollar toe, Microsoft 209 miljard dollar en Oracle 142 miljard dollar. Dit zijn geen abstracte cijfers. Ze staan symbool voor een bredere verschuiving van rijkdom naar een kleine economische elite. Deze bedrijven en hun aandeelhouders profiteren onevenredig van technologische ontwikkelingen, geopolitieke spanningen en economische instabiliteit, terwijl de kosten daarvan uiteindelijk worden gedragen door gewone burgers en toekomstige generaties.

Hier worden de nieuwe klassentegenstellingen binnen de MAGA-beweging duidelijk zichtbaar. De economische gevolgen van de oorlog met Iran treffen vooral de sectoren waarin veel MAGA-aanhangers werken en waarvan zij als consument afhankelijk zijn. Bedrijven die alledaagse producten en diensten leveren, zijn zwaar geraakt. Dat geldt voor de goederen in de schappen van Walmart, auto-onderdelen en andere basisbenodigdheden waarop de Amerikaanse arbeidersklasse is aangewezen. Ook de metaal- en mijnbouwsector is hard onderuitgegaan, met nadelige gevolgen voor pensioenfondsen in staten als Ohio en Pennsylvania. Farmaceutische bedrijven kampen, net als de detailhandel en de logistieke sector, met grote problemen. Daardoor stijgen de medicijnprijzen, terwijl er in de industrie steeds meer banen verdwijnen.

Misschien nog wel het opmerkelijkst is dat zelfs de defensie-industrie, het beruchte militair-industriële complex waarvoor president Eisenhower ooit waarschuwde, slecht presteert. Waarom? Omdat beleggers vrezen dat Amerikaanse wapenfabrikanten er ondanks de grote vraag naar wapens niet in slagen hun productie voldoende op te voeren. De bedrijven zijn log, traag en bureaucratisch geworden. Ze zijn zelfs niet meer in staat om efficiënt van een oorlog te profiteren. Terwijl de werknemers van Lockheed Martin en Raytheon een onzekere toekomst tegemoetgaan, klagen de topbestuurders van deze bedrijven over problemen in de toeleveringsketens. Daarin schuilt de werkelijke betekenis van deze klassenstrijd: de bedrijfsleiding slaagt er niet eens in om een oorlog zakelijk uit te buiten, maar het zijn de werknemers die daarvoor de prijs betalen.

Naast de ‘cloudalisten’ zijn het de olieproducenten die zich in de handen wrijven. Maar niet de bedrijven die je zou verwachten. Niet de grote concerns als ExxonMobil en Shell, die juist verliezen leden nadat Iraanse drones en raketten de installaties in Ras Laffan, Qatar, hadden beschadigd. Alleen al ExxonMobil zag zijn beurswaarde met 25 miljard dollar dalen, een verlies van vier procent. Nee, de werkelijke winnaars zijn de middelgrote, onafhankelijke schalieolieproducenten in het Permian Basin, dat zich uitstrekt over Texas en New Mexico. Dit zijn de ondernemers die tot Trumps eigen kring behoren. Zij vormen een belangrijk deel van zijn politieke achterban.

Anders dan de grote olieconcerns, die wereldwijd actief zijn en daardoor prijsschommelingen beter kunnen opvangen, hebben deze onafhankelijke producenten een olieprijs van ongeveer 65 dollar per vat nodig om uit de kosten te komen. Tussen juli 2025 en februari 2026 lag de olieprijs geregeld onder dat niveau. Daardoor daalden zowel de werkgelegenheid als het aantal actieve boorinstallaties in de sector met dertig procent. Maar sinds Trump zijn verwoestende oorlog tegen Iran begon en de Straat van Hormuz werd geblokkeerd, heeft de Amerikaanse schalieolie-industrie een enorme opleving doorgemaakt. Inmiddels maken de producenten zich eerder zorgen dat de olieprijs te hoog is geworden. Die ligt ruim boven de 90 tot 95 dollar per vat die zij als ideaal beschouwen: hoog genoeg om hun winsten te maximaliseren, maar niet zo hoog dat de stijgende kosten en prijzen de binnenlandse vraag naar olie ondermijnen. Dat zou, althans gedeeltelijk, kunnen verklaren waarom Trump besloot de oorlog met Iran tijdelijk stop te zetten. Mogelijk hoopte hij daarmee de olieprijs terug te brengen naar die voor de Amerikaanse schalieolieproducenten gunstige bandbreedte.

Mensen verwijten mij weleens dat ik alles door een economische bril bekijk en te veel politieke verklaringen zoek in harde economische cijfers. Maar die cijfers doen ertoe. Misschien niet voor Trump persoonlijk, maar zeker voor de mensen om hem heen: zijn vrienden uit de vastgoedwereld, die tegenwoordig zijn diplomatieke beleid bepalen, de techmiljardairs en de handelaren op Wall Street. Samen met mijn vriend en collega James Galbraith ben ik ervan overtuigd dat deze mensen weinig voelen voor een verdere escalatie van de oorlog. Die had de olieprijs boven de 120 dollar per vat kunnen jagen en daarmee een recessie kunnen veroorzaken die niet alleen de MAGA-achterban, maar ook de schalieolieproducenten in het Permian Basin zwaar zou hebben getroffen. Maar ook een volledig einde aan deze absurde oorlog bracht risico’s met zich mee. Als de olieprijs daardoor te ver zou dalen, zouden veel van diezelfde schalieolieproducenten failliet kunnen gaan. Door het conflict zo te beheersen dat de olieprijs op een voor de producenten gunstig niveau bleef, heeft Trump in feite een enorme overdracht van welvaart mogelijk gemaakt. Het geld stroomt uit de zakken van Amerikaanse consumenten en van bedrijven die afhankelijk zijn van transport, verwarming en kunststoffen, rechtstreeks naar zijn vrienden in de schalieolie-industrie. Simpel gezegd: terwijl de gemiddelde MAGA-kiezer maandelijks vijfhonderd dollar extra kwijt is aan benzine, koopt een rijke politieke donor uit het Permian Basin zijn derde vakantiehuis. Dat heeft niets met staatsmanschap te maken. Het is het verdienmodel van de vastgoedsector, toegepast op de geopolitiek: veroorzaak een gecontroleerde schok, drijf de waarde van bezittingen op en haal de winst binnen. Nergens wordt duidelijker zichtbaar dat de klassenstrijd binnen de MAGA-beweging een nieuwe, felle fase is ingegaan. De gewone aanhangers betalen de prijs, terwijl de mensen aan de top er met de buit vandoor gaan.

De bredere tragedie is echter dat oorlog alleen zo doeltreffend als middel voor vermogensoverdracht kan worden ingezet omdat de rest van de westerse wereld nauwelijks nog in staat is zich daartegen te verzetten. Nergens wordt dit pijnlijker duidelijk dan in Europa. Het continent ondervindt de zwaarste gevolgen van de oorlog met Iran, maar lijkt het minst te begrijpen wat er werkelijk gaande is. De Europese leiders tasten in het duister en blijven holle frasen over ‘Europese soevereiniteit’ herhalen, zonder ook maar iets wezenlijks te ondernemen om die onafhankelijkheid daadwerkelijk te realiseren.

De Europese industrie, die toch al zwaar onder druk staat doordat de afhankelijkheid van goedkoop Russisch gas is ingeruild voor veel duurder vloeibaar aardgas uit Texas en New Mexico, wordt steeds verder uitgehold. Europese bedrijven produceren en exporteren industriële goederen waarvoor betrouwbare toeleveringsketens en voorspelbare grondstofprijzen onmisbaar zijn. Maar de oorlog met Iran heeft de kosten van scheepsverzekeringen sterk opgedreven en tankers gedwongen om te varen via langere routes rond de Hoorn van Afrika. De sterk schommelende olie- en gasprijzen werken rechtstreeks door in de Europese productiekosten. De ontwrichting van de energie-infrastructuur in de Golfregio heeft gevolgen voor vrijwel alle Europese toeleveringsketens die afhankelijk zijn van de petrochemische industrie.

De Europese consumenten, wier koopkracht al is uitgehold door vijftien jaar bezuinigingsbeleid en vervolgens door de inflatieschok van 2022, krijgen nu opnieuw te maken met stijgende prijzen van geïmporteerde goederen. Anders dan de Verenigde Staten beschikt Europa niet over een groot overschot aan eigen energie om die klap op te vangen. Daardoor wordt de investeringscrisis die Europa al bijna twintig jaar teistert, verder verdiept. Die crisis vormt de werkelijke oorzaak van de dalende productiviteit en van het onvermogen van Europa om te concurreren in de sectoren die voor de toekomst van doorslaggevend belang zijn: elektrische auto’s, groene energie en cloudkapitaal. En nu wordt de Europese industrie ook nog gedwongen om feitelijk een oorlogsbelasting aan Trump te betalen. Die past naadloos in het verdienmodel van de Amerikaanse plutocraten: rijkdom vergaren door hun machtspositie te gebruiken om anderen steeds meer te laten betalen, zonder daar zelf extra economische waarde tegenover te stellen.

Ondertussen blijven onze leiders in Brussel, Berlijn, Parijs en Rome de mantra van ‘strategische autonomie’ herhalen, alsof het een magische bezweringsformule is. Ze kondigen defensiefondsen aan, presenteren plannen om de groene transitie te versnellen en beloven nieuwe chipfabrieken. Maar al die ambities blijven grotendeels op papier staan. Ze weigeren Europa een eigen, volwaardige begrotingscapaciteit te geven. Ook willen ze niet onder ogen zien dat Europa, zonder een gezamenlijke schatkist en een serieus diplomatiek initiatief voor een Vredes- en Veiligheidsagenda voor Eurazië, afhankelijk en kwetsbaar zal blijven. Het continent dreigt telkens opnieuw de rekening te betalen voor oorlogen die Amerikaanse oligarchen voeren om hun eigen financiële belangen veilig te stellen. Zolang Europa blijft aarzelen, zullen de gevolgen van de klassenstrijd die de MAGA-beweging van binnenuit verscheurt, op ons worden afgewenteld. Onze industrie, onze verzorgingsstaten en onze burgers zullen daarvoor de prijs blijven betalen.

De meedogenloosheid van dit alles is verbijsterend. De plutocraten rond Trump weten precies wat ze doen. Ze denken in termen van inkomsten uit bezit en stijgende vermogenswaarden. Voor hen is oorlog geen menselijke tragedie, maar een middel om de waarde van hun bezittingen op te drijven en hun winsten te vergroten. Ze rekenen erop dat de MAGA-aanhang desondanks trouw blijft aan Trump. Juist de mensen die hun baan verliezen wanneer schalieolieproducenten boorputten sluiten, die steeds meer betalen voor benzine en voedsel, en die hun pensioenen zien slinken doordat bedrijven in de consumentensector onderuitgaan, zullen volgens hen blijven stemmen op de man die belooft de elites aan te pakken. En mochten deze kiezers zich niettemin van Trump afkeren, dan staan er genoeg andere, minstens zo gevaarlijke figuren klaar om zijn plaats in te nemen.

Daarin schuilt het vernuft van de Amerikaanse oligarchie: zij weet de mensen die zij uitbuit ervan te overtuigen hun eigen verarming toe te juichen. Maar de klassenstrijd binnen de MAGA-beweging is reëel en nadert het kookpunt. Vroeg of laat zal de lasser in Michigan ontdekken dat zijn pensioenspaargeld in zijn 401(k)-regeling is verdampt, terwijl de schalieolieproducent in Texas een nieuw privévliegtuig heeft gekocht. Op een gegeven moment zal ook de vrachtwagenchauffeur beseffen dat een olieprijs van honderd dollar per vat geen onvermijdelijke uitkomst van de markt was, maar het gevolg van politieke keuzes. En op die dag zal de MAGA-coalitie uiteenvallen langs de enige scheidslijn die er werkelijk toe doet: die tussen de maatschappelijke klassen.

Ik blijf ervan overtuigd dat de oorlog tegen Iran het politieke einde van Trump heeft ingeluid. Zijn MAGA-aanhang mag dan nog zo loyaal lijken, ook haar bereidheid om steeds grotere offers te brengen kent grenzen. Deze nieuwe fase van de klassenstrijd binnen de beweging maakt duidelijk dat de onderlinge tegenstellingen niet eindeloos verborgen kunnen blijven achter het spektakel van de cultuuroorlog. Ze worden zichtbaar aan de benzinepomp, in de kelderende beurskoersen van bedrijven die afhankelijk zijn van consumentenbestedingen en in de schitterende winstcijfers van de schalieolieproducenten in het Permian Basin. Of dit besef op tijd doordringt om de Amerikaanse democratie, of de Europese industrie, nieuw leven in te blazen, is een heel andere vraag. Voorlopig blijven de bommen vallen, vieren de plutocraten feest, wordt de klassenstrijd steeds heviger en slaapt Europa rustig verder.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *