Categorieën
Economie Politiek

Over systemische crises… en operatie Economic Fury

Oorspronkelijke tekst (Engels): Brave New Europe, 12 augustus 2026

fotografie: Progressive Economy Forum

door Ann Petitfor

Ann Pettifor is een Britse econoom, auteur en adviseur van overheden en organisaties. Ze heeft verschillende boeken gepubliceerd over het mondiale financiële stelsel, internationale financiën, de herstructurering van staatsschulden en duurzame ontwikkeling. Ze was een van de drijvende krachten achter Jubilee 2000, de internationale campagne voor kwijtschelding van schulden van arme landen. Verder maakt Pettifor deel uit van de Green New Deal Group, een samenwerkingsverband van economen, milieuactivisten en ondernemers dat pleit voor een duurzame en rechtvaardige economie.

Wat is er aan de hand met de Amerikaanse dollar? Waarom heeft de Federal Reserve op haar eigen terrein een soort ‘pandjeshuis’ ingericht? Waarom vormen de lage rentetarieven in Japan een bedreiging voor de Verenigde Staten? Waarom zijn Europeanen verontwaardigd over de weinig subtiele, door hedgefondsen geïnspireerde manoeuvres van de Amerikaanse minister van Financiën Bessent? En wat heeft dit alles te maken met de AI-zeepbel en de enorme schulden die Silicon Valley heeft opgebouwd?

Maar bovenal: wat betekent dit alles voor u en mij? Over die vragen gaat dit bericht.

Maar eerst. Schrijven valt me zwaar als vrouw op mijn gevorderde leeftijd, nu zowel de werkelijkheid als de te verwachten gevolgen van de crises die op ons afkomen een somber toekomstbeeld schetsen – een toekomst die inmiddels door velen wordt voorzien en begrepen.

Net als zoveel anderen ben ik in rouw.

Velen van ons beseffen dat zowel het economische als het ecologische systeem onze samenlevingen, onze kinderen en kleinkinderen binnenkort zullen blootstellen aan nog grotere en verwoestender schokken – schokken die al lange tijd worden voorspeld.

Maar wie neemt het voortouw om daar iets aan te doen? Waar zijn de grote economen die in de voetsporen van John Maynard Keynes kunnen treden? En hoe kunnen samenlevingen zich mobiliseren om de macht van particuliere belangen te breken en de op hol geslagen, gemondialiseerde financiële wereld en het fossiele kapitalisme een halt toe te roepen?

Professor Kevin Anderson herinnert ons eraan dat beschavingen ook in het verleden zijn ingestort. Telkens dachten mensen dat zoiets hun samenleving niet zou overkomen – totdat het daadwerkelijk gebeurde. Kevin Anderson is een vriend van mij. Hij heeft een heldere kijk op wat er gaande is. Ik vermoed dat ook hij rouwt.

Zoals ik mijn lezers ertoe wil aanzetten afstand te nemen van het beperkte microniveau van de economie – waarop vrijwel alle orthodoxe en volgens mij misleidende economische theorieën zich richten – en in plaats daarvan naar de macro-economie als geheel te kijken, zo wil Kevin dat we hetzelfde doen met het ecosysteem. In wanhoop verwoordde hij het als volgt:

We lijken totaal niet in staat om een stap terug te doen en naar het systeem als geheel te kijken. We zijn ontzettend goed in het bestuderen van de afzonderlijke onderdelen, maar zodra het erom gaat te begrijpen hoe al die onderdelen samen één systeem vormen – het ecosysteem – schieten we ernstig tekort.

Het klimaat bestaat niet uit een verzameling losse onderdelen. Het is één samenhangend systeem: het ecosysteem.

Een van de redenen waarom we er niet in slagen de klimaatverandering aan te pakken, is dat we een reductionistische economische theorie hanteren die de natuurkunde probeert na te bootsen, zonder zelf een natuurwetenschap te zijn.

We moeten afstand nemen en de economie als één samenhangend systeem bekijken – als politieke economie, zo je wilt.

Laten we daarom een stap terug doen en kijken naar wat er momenteel in het mondiale economische systeem gebeurt.

Om te beginnen: de AI-zeepbel.

Mijn boek The Global Casino gaat niet alleen over speculatie binnen het financiële systeem, maar ook over de manier waarop onze elites gokken met het risico van een klimaatcrisis. Cory Doctorow legt het treffend uit: de ‘techbros’ uit Silicon Valley wedden erop dat AI op de een of andere manier aan de tweede hoofdwet van de thermodynamica kan ontsnappen. Die wet leert ons onder meer dat wanneer hout of fossiele brandstoffen worden verbrand, de materie en energie niet simpelweg verdwijnen, maar worden omgezet in andere vormen – waaronder rook en broeikasgassen. Die uitstoot verdwijnt niet zomaar. Broeikasgassen hopen zich op in de atmosfeer en houden warmte vast, als een deken die zich om de aarde legt en haar steeds verder opwarmt. Begrip van de tweede hoofdwet van de thermodynamica is dan ook essentieel om de klimaatcrisis te doorgronden. Algemene Kunstmatige Intelligentie, zo beweren de techbros, kan en zal de wetten van de thermodynamica weten te overstijgen. Daarom, zo houden ze ons voor, moet de samenleving zo snel mogelijk investeren in de ontwikkeling van Algemene Kunstmatige Intelligentie – vóórdat de ijskappen smelten, zodat diezelfde AI ons kan vertellen wat we moeten doen… wanneer de ijskappen eenmaal smelten.

Het is een ongelooflijke gok met onze planeet. En hun bewering dat de ontwikkeling van Algemene Kunstmatige Intelligentie op het punt staat door te breken, is volstrekt ongegrond. Het probleem is niet alleen dat ze beloften doen die ze niet kunnen waarmaken; door al hun aandacht en middelen op Algemene Kunstmatige Intelligentie te richten, dreigen ze bovendien werkelijk veelbelovende ontwikkelingen die nu al gaande zijn te verdringen.

AI-bedrijven in Silicon Valley dreigen ten onder te gaan aan een ‘exotische pijlijn van schulden.’

En net als tijdens eerdere golven van financiële speculatie leidt hebzucht ook nu tot misleiding, fraude en het omzeilen van regels. Dat geldt vooral voor de enorme schulden die worden aangegaan om de AI-sector te financieren. Robin Wigglesworth van de Alphaville-rubriek van de Financial Times merkte hierover op:

dat de zogenoemde hyperscalers – Amazon Web Services, Microsoft Azure, Google Cloud, Alibaba Cloud, Oracle Cloud, IBM Cloud en Meta – steeds inventievere financiële constructies bedenken om het enorme kapitaal bijeen te brengen dat nodig is voor de gigantische hoeveelheid datacenters die overal ter wereld wordt gebouwd.

Gelukkig hebben analisten van Goldman Sachs de kleine lettertjes voor ons doorgespit. Zij kwamen uit op maar liefst 1,5 biljoen dollar aan leaseverplichtingen, waarvan ongeveer 1 biljoen dollar niet op de balansen van de hyperscalers terug te vinden is. (Cursivering toegevoegd.)

Enzovoort, enzovoort.

Torsten Slok van Apollo Management schreef vorige week een scherpzinnig, maar tegelijkertijd verontrustend artikel:

…De winsten die de AI-boom momenteel oplevert, worden gefinancierd door beleggers in plaats van verdiend bij klanten. De winstmarges hogerop in de keten zijn weliswaar reëel, maar worden betaald met kapitaal dat wordt aangetrokken door bedrijven die zelf verlies lijden, en niet met inkomsten uit de daadwerkelijke vraag van eindgebruikers.

Kort gezegd is het meest winstgevende deel van de AI-waardeketen afhankelijk van het minst winstgevende deel om de omzet te blijven verhogen en nieuw kapitaal aan te trekken. Kapitaal kan die kloof een tijdlang overbruggen, maar niet eindeloos. Daarin schuilt het risico: zullen de eindgebruikers van AI snel genoeg rendement op hun investeringen (ROI) behalen om de uitgaven te rechtvaardigen waarop de hoge winstmarges aan het begin van de waardeketen zijn gebaseerd?

Het komt erop neer dat al het geld dat in AI wordt geïnvesteerd – door gewone aandeelhouders en obligatiehouders, maar ook door grote institutionele beleggers zoals pensioenfondsen – enerzijds de hausse op de aandelenmarkt aanjaagt, maar tegelijkertijd de kiem van een mogelijke instorting in zich draagt.

Tegelijkertijd begint de ogenschijnlijk almachtige Amerikaanse economie aan kracht te verliezen. Zoals Dean Baker opmerkt, wijst het meest recente, teleurstellende banenrapport erop dat de werkgelegenheid minder snel groeit. Daardoor neemt ook de loonstijging af, wat er vervolgens toe leidt dat consumenten minder te besteden hebben.

Misschien nog zorgwekkender dan het absolute aantal nieuwe banen is het feit dat vrijwel de volledige banengroei plaatsvindt in de gezondheidszorg en de sociale dienstverlening. In deze sectoren kwamen er de afgelopen drie maanden gemiddeld 33.000 banen per maand bij, goed voor meer dan 90 procent van de totale banengroei, zelfs wanneer rekening wordt gehouden met de daling van de werkgelegenheid in het onderwijs in juli.

Buiten deze sectoren groeit de werkgelegenheid vrijwel nergens.

Kevin Hassett, economisch adviseur van het Witte Huis, lijkt zich weinig zorgen te maken over deze teruglopende werkgelegenheidscijfers. Sterker nog, hij heeft er zelfs over opgeschept dat de regering doelbewust meer dan driehonderdduizend banen in de publieke sector heeft geschrapt.

De vertraging van de Amerikaanse economie is voor een groot deel het gevolg van president Trumps illegale escalatie en daaropvolgende de-escalatie van de verwoestende oorlog tegen Iran, evenals van zijn inzet van invoerheffingen als economisch wapen. Dat jaagt op zijn beurt de inflatie aan en drijft de prijzen aan de pomp omhoog – en juist Trumps eigen kiezers voelen dat in hun portemonnee. Tegelijkertijd maakt de snel oplopende staatsschuld de financiers van de Amerikaanse overheid steeds ongeruster, en dat is merkbaar op de obligatiemarkt.

Volgens de St Louis Fed bedraagt de totale Amerikaanse staatsschuld inmiddels veertig biljoen dollar. Dat komt neer op meer dan 122 procent van het Amerikaanse bbp, oftewel van de jaarlijkse economische productie van ongeveer dertig biljoen dollar. De rente op die schuld varieert van ongeveer vier procent op tienjarige staatsobligaties tot meer dan vijf procent op obligaties met een looptijd van dertig jaar. Hoewel de Verenigde Staten over een grote en welvarende economie beschikken, zijn de kosten van deze enorme schuldenlast aanzienlijk. Tegelijkertijd vragen kredietverstrekkers zich steeds nadrukkelijker af hoe zeker het is dat zij hun geld uiteindelijk zullen terugkrijgen.

Een verzwakkende Amerikaanse economie en een verzwakkende Amerikaanse dollar

Bovenal is Trump bezig de mondiale economische en veiligheidsorde actief te ondermijnen. Een van de pijlers van die orde is de Amerikaanse dollar, die al tachtig jaar fungeert als de belangrijkste reservevaluta ter wereld. Langzaam maar zeker tast de regering-Trump het vertrouwen van de rest van de wereld in de dollar aan.

We weten dat de regering-Trump, en vooral minister van Financiën Scott Bessent – die ooit valutahandelaar was bij het hedgefonds van George Soros – zich grote zorgen maakt over de verzwakking van de dollar. Waarom? Omdat een dalende dollar ministers van Financiën en centrale banken over de hele wereld ertoe kan aanzetten hun Amerikaanse staatsobligaties van de hand te doen.

Met andere woorden: de rest van de wereld zou kunnen besluiten niet langer op dezelfde schaal de Amerikaanse staatsschuld te financieren en de Amerikaanse staatsobligaties die zij bezit te verkopen. De reden is eenvoudig: door de dalende dollar worden die beleggingen minder waard. Als op grote schaal Amerikaanse staatsobligaties worden verkocht, neemt het aanbod op de obligatiemarkt toe. Daardoor daalt doorgaans de prijs van die obligaties, terwijl het rendement – de rente die de Amerikaanse overheid op nieuwe leningen moet bieden – stijgt. Voor de Verenigde Staten wordt het dan duurder om geld te lenen, bijvoorbeeld om het ‘krijgersleger’ van Pete Hegseth te financieren. Dat is een scenario dat Scott Bessent koste wat kost zal willen voorkomen.

Hoe weten we dat? We hoeven daarvoor alleen maar te kijken naar de ongekende Amerikaanse interventie om de verzwakking van de Japanse yen tegen te gaan.

De VS opent een ‘pandjeshuis’ bij de Fed

De yen is om verschillende redenen zwak, maar vooral doordat de Japanse centrale bank en het ministerie van Financiën vastbesloten zijn de rente laag te houden. Daarmee willen ze het voor Japanse bedrijven en andere binnenlandse kredietnemers goedkoper maken om geld te lenen en investeringen te financieren. Een nobel streven – en een voordeel dat Britse kredietnemers door het restrictieve rentebeleid van onze Bank of England wordt onthouden.

Zowel Japanse als buitenlandse beleggers kunnen profiteren van het renteverschil door goedkoop in yen te lenen, hun geld vervolgens om te wisselen in dollars en het te beleggen in landen waar de rente hoger ligt, zoals de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk. Doordat kapitaal tegenwoordig makkelijk de landsgrenzen over kan stromen, vloeit er op die manier geld uit Japan weg. Dat zet de yen verder onder druk en doet de munt in waarde dalen.

Daar komt bij dat de hogere energiekosten als gevolg van de oorlog met Iran – die in Amerikaanse dollars moeten worden betaald – een steeds groter beslag leggen op de financiële middelen van Japan. Tegelijkertijd wordt het land getroffen door Amerikaanse invoerheffingen. De problemen worden nog vergroot door een nieuwe, ‘Trumpiaanse’ premier – die sterk aan Liz Truss doet denken – die vastbesloten is de belastingen te verlagen en tegelijkertijd de overheidsuitgaven en staatsschuld te verhogen.

Om de yen te versterken, kan het Japanse ministerie van Financiën Amerikaanse staatsobligaties verkopen en de opbrengst gebruiken om yen te kopen. Door de grotere vraag naar de Japanse munt stijgt de waarde van de yen.

Dat heeft Japan inmiddels ook gedaan. Alleen al in de laatste twee dagen van juli gebruikte het land naar schatting 87 miljard dollar uit zijn deviezenreserves om yen te kopen en zo de eigen munt te ondersteunen. Met andere woorden: Japan verkocht Amerikaanse staatsobligaties en gebruikte de opbrengst om yen aan te kopen.

Dat is problematisch voor de VS.

Zoals hierboven al is uitgelegd, zorgt een groter aanbod van Amerikaanse staatsobligaties op de wereldwijde obligatiemarkt ervoor dat de koersen ervan dalen en de rendementen stijgen. Daardoor lopen de financieringskosten van de Amerikaanse overheid op, ondanks de pogingen van de Federal Reserve om de rente laag te houden. Scott Bessent is vastbesloten dat scenario te voorkomen.

Om te voorkomen dat Japan Amerikaanse staatsobligaties verkoopt, heeft Bessent de Federal Reserve ertoe bewogen een nieuwe ‘faciliteit’ in het leven te roepen. Die is er uitdrukkelijk op gericht te voorkomen dat Japan zijn Amerikaanse staatsobligaties van de hand doet. De voorziening kreeg een weinigzeggend acroniem dat haar werkelijke doel verhult: de Foreign and International Monetary Authorities (FIMA) Repo Facility.

Deze ‘faciliteit’ is in feite niet veel meer dan een chic woord voor een Amerikaans pandjeshuis. Japan kan er zijn ‘juwelen’ – Amerikaanse staatsobligaties – tijdelijk in onderpand geven en krijgt daarvoor contant geld in Amerikaanse dollars. Daarbij wordt afgesproken dat Japan de obligaties later weer kan terugkrijgen.

Om Japan verder te helpen, stak Scott Bessent vervolgens vijf tot tien miljard dollar in de yen. Daarvoor verkocht hij echter geen Amerikaanse staatsobligaties om dollars vrij te maken. In plaats daarvan gebruikte hij voor vijf tot tien miljard dollar aan euro’s uit de reserves van de Federal Reserve. Met andere woorden: hij verkocht euro’s om de yen te ondersteunen – zonder zijn Europese bondgenoten daarover te raadplegen. De verkoop van zo’n grote hoeveelheid euro’s kan uiteraard gevolgen hebben voor de wisselkoers van de Europese munt. Maar de regering-Trump toont weinig respect voor haar Europese ‘bondgenoten’ en lijkt zich nauwelijks te bekommeren om de gevolgen voor de euro.

Dat weten we omdat hij de operatie, zoals uit de bovenstaande notitie blijkt, de veelzeggende naam Operation Economic Fury gaf.

Dit alles is op zijn minst dubieus en hoogst ongebruikelijk gedrag voor een Amerikaanse minister van Financiën, die zich meer lijkt te gedragen als een overijverige hedgefondsbeheerder. Maar het wijst ook op een groter gevaar. Als het vertrouwen in de Amerikaanse dollar afneemt en landen en beleggers hun toevlucht zoeken tot andere valuta’s en bezittingen, zoals goud, kan dat de fundamenten van de mondiale economische orde aan het wankelen brengen.

Het wordt inmiddels duidelijk dat we getuige zijn van het einde van de naoorlogse economische orde die in Bretton Woods werd vormgegeven.

Wat heeft dit nu met u te maken?

Heel veel. De vorige keer dat de positie van de belangrijkste reservevaluta ter wereld verzwakte en het zwaartepunt van de wereldeconomie verschoof naar een andere munt, was in de jaren dertig van de vorige eeuw. Groot-Brittannië, dat tot dan toe met het pond een dominante positie in het mondiale financiële stelsel had ingenomen, moest die rol geleidelijk afstaan aan de opkomende Verenigde Staten en de dollar. Die machtsverschuiving vond plaats in een periode van grote financiële instabiliteit, hoge staatsschulden en ernstige economische problemen. Uiteindelijk mondde die turbulente periode uit in een catastrofale wereldoorlog.

De komende maanden kunnen bijzonder riskant worden. Nu de opiniepeilingen steeds ongunstiger uitvallen voor de Republikeinen, zouden president Trump en zijn bondgenoten op zoek kunnen gaan naar een aanleiding om de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen te verhinderen of de uitslag ervan terzijde te schuiven. Zou een crisis rond de dollar, of een andere ernstige economische tegenslag, als voorwendsel kunnen dienen om de verkiezingen af te gelasten?

We weten niet wat de toekomst brengt en kunnen die ook niet voorspellen. Maar waakzaamheid is geboden: dit zijn gevaarlijke tijden.

Keynes zag een oplossing voor de politieke, handels- en financiële instabiliteit die kan ontstaan door vrij bewegende kapitaalstromen en een internationaal monetair stelsel dat afhankelijk is van de munt van één dominante wereldmacht. Hij stelde daarom de oprichting van een internationale clearingunie voor. Helaas wees de toenmalige dominante macht zijn voorstel af – net zoals een dergelijk voorstel ook nu op weinig steun van de hegemon zou kunnen rekenen.

Als we willen voorkomen dat economische en ecologische systeemcrises samenkomen en elkaar versterken, is het in ons aller belang om Keynes’ voorstel opnieuw ter hand te nemen en serieus te overwegen.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *