Oorspronkelijke tekst (Engels): www.thomasfazi.com, 28 mei 2026

door Thomas Fazi
Thomas Fazi is een Anglo-Italiaanse journalist, schrijver, documentairemaker en vertaler.
Vooral door het riskante optreden van de NAVO is het gevaar van een grootschalig conflict tussen Europa en Rusland groter dan ooit, zelfs groter dan tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog
Het gevaar van een totale oorlog tussen de NAVO en Rusland is vandaag groter dan ooit tevoren, zelfs groter dan tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Dat komt doordat beide partijen steeds dieper verstrikt raken in wat in operationeel opzicht neerkomt op een steeds directere militaire confrontatie, ook al wordt formeel nog altijd vastgehouden aan de fictie dat er geen sprake is van openlijke oorlogvoering. Tijdens de Koude Oorlog bestonden er uitgebreide protocollen om directe confrontaties tussen de supermachten te voorkomen. Tegenwoordig zijn die grenzen echter zo vervaagd dat ze nauwelijks nog zichtbaar zijn. Een oorlog die oorspronkelijk beperkt had moeten blijven tot het grondgebied van Oekraïne is geleidelijk uitgegroeid tot iets veel gevaarlijkers: een proxyoorlog waarin de rol van de NAVO operationeel zó belangrijk is geworden dat het onderscheid tussen de uitvoerende partij en de achterliggende macht grotendeels is verdwenen. Tegelijkertijd verschijnt er vrijwel wekelijks nieuw bewijs dat de logica van escalatie inmiddels veel sneller voortschrijdt dan het politieke vermogen om die nog onder controle te houden.
De gebeurtenissen van de afgelopen weken hebben dat op pijnlijke wijze duidelijk gemaakt.
Vorige week trof een Oekraïense drone een hogeschool in de Donbas, waarbij 21 mensen om het leven kwamen, onder wie vooral studenten.
Dit betekent een zeer ernstige escalatie van het Oekraïense droneoffensief tegen Rusland, dat de afgelopen maanden steeds verder is opgevoerd. Daarbij neemt ook het aantal aanvallen diep op Russisch grondgebied toe. Nog maar enkele weken geleden kwamen bij een grootschalige Oekraïense droneaanval op de regio Moskou minstens drie mensen om het leven en raakten veel anderen gewond.
Tegelijkertijd hebben Oekraïense droneaanvallen op de drie belangrijkste Russische exportterminals aan de westkust – Novorossiysk aan de Zwarte Zee, en Primorsk en Ust-Luga aan de Oostzee – volgens Reuters in maart ongeveer veertig procent van de Russische olie-exportcapaciteit uitgeschakeld. Volgens een schatting van The New York Times was begin april ook ongeveer twintig procent van de Russische olieraffinagecapaciteit beschadigd of vernietigd door Oekraïense aanvallen. Het Oekraïense ministerie van Defensie stelt bovendien dat Oekraïense drones deze maand al ongeveer twee dozijn Russische olieraffinaderijen hebben aangevallen.
Sommige van de recent aangevallen doelen lagen maar liefst 1.500 tot 1.700 kilometer van de Oekraïense grens. Dat wijst erop dat de langeafstandscapaciteiten van Oekraïense drones aanzienlijk zijn verbeterd.
Zoals John Mearsheimer opmerkte in een recent interview met Glenn Diesen, vormen de Oekraïense drone- en raketaanvallen op Russisch grondgebied, waaronder aanvallen in de omgeving van Moskou, een belangrijke stap op de escalatieladder van het conflict. Hoewel Mearsheimer niet bijzonder onder de indruk is van het directe militaire effect van deze aanvallen, ziet hij de ontwikkeling wel als zeer zorgwekkend:
‘De schade die deze drones kunnen aanrichten is beperkt. Ze zullen vrijwel zeker geen doorslaggevende invloed hebben op de uitkomst van de oorlog. Dat gaat niet gebeuren. Maar het grote gevaar voor de toekomst is volgens mij dat de Oekraïners, samen met de Europese landen die vastbesloten blijven Rusland te verslaan, het aantal aanvallen op Russisch grondgebied verder zullen opvoeren en de aard ervan zullen veranderen.’
Rusland heeft inmiddels gereageerd op de droneaanval op de hogeschool in de Donbas met een grootschalige aanval op Kyiv. Volgens berichten ging het om een van de grootste aanvallen sinds het begin van de oorlog, waarbij onder meer Oreshnik-raketten met nucleaire capaciteit werden ingezet. Daarnaast heeft Rusland gedreigd met een nieuwe reeks ‘systematische aanvallen’ op de Oekraïense hoofdstad. Volgens een verklaring van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken zullen deze aanvallen zich richten op ‘besluitvormingscentra’, commandoposten en dronefabrieken in de stad. Moskou heeft buitenlandse burgers en diplomaten bovendien opgeroepen om Kyiv ‘zo snel mogelijk’ te verlaten en gewaarschuwd uit de buurt te blijven van administratieve en militaire gebouwen.
Tot nu toe heeft Rusland zich grotendeels onthouden van aanvallen op Oekraïense militaire hoofdkwartieren. Dat is opmerkelijk, aangezien de Oekraïense strijdkrachten herhaaldelijk Russische commandocentra hebben aangevallen, zoals Anatol Lieven heeft opgemerkt. Dinsdag verklaarde de Oekraïense generale staf dat zij met Britse Storm Shadow-kruisraketten een belangrijk Russisch commando- en controlecentrum in Loehansk had vernietigd. Voor het effectief inzetten van deze raketten zijn nauwkeurige doelgegevens nodig. Volgens diverse analyses is Oekraïne daarbij afhankelijk van informatie die onder meer door de Verenigde Staten wordt geleverd.
Desondanks heeft Rusland tot nu toe afgezien van aanvallen op Oekraïense hoofdkwartieren in Kyiv. Een belangrijke reden daarvoor zou zijn dat bij zulke aanvallen mogelijk Amerikaanse en andere NAVO-militairen of inlichtingenofficieren om het leven zouden kunnen komen, wat het risico op een ingrijpende escalatie van de westerse reactie aanzienlijk zou vergroten. Daarnaast heeft de Russische regering zich sinds de terugkeer van Donald Trump als president relatief terughoudend opgesteld, mede op grond van de wens om zijn diplomatieke initiatieven niet te ondermijnen. Vorige week verklaarde Marco Rubio, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, echter dat de vredesonderhandelingen zijn vastgelopen. Volgens hem vinden er momenteel feitelijk geen gesprekken meer plaats.
Dit wijst niet alleen op een gevaarlijke verdere escalatie van de oorlog, maar ook op het groeiende risico dat het conflict zich uitbreidt tot buiten de grenzen van Oekraïne.
Hoewel deze aanvallen formeel door Oekraïne worden uitgevoerd, is de realiteit dat Oekraïne dergelijke langeafstandsdrones op Russisch grondgebied niet effectief zou kunnen inzetten zonder inlichtingen-, communicatie- en satellietondersteuning van de NAVO, en in het bijzonder van de Verenigde Staten. Volgens diverse Amerikaanse en Oekraïense functionarissen is de regering-Trump, ondanks haar vredesvoorstellen, doorgegaan met het verstrekken van inlichtingen die Oekraïne ondersteunen bij langeafstandsdrones tegen de Russische energie-infrastructuur. Deze informatie zou onder meer helpen bij het bepalen van vliegroutes, vlieghoogtes, timing en operationele keuzes, zodat Oekraïense drones de Russische luchtverdediging beter kunnen ontwijken. Volgens een van de aangehaalde bronnen fungeert de Oekraïense dronemacht daarbij als een instrument waarmee de Verenigde Staten druk proberen uit te oefenen op de Russische economie en op Vladimir Poetin om tot een overeenkomst te komen. Ook de CIA is betrokken geweest bij het opbouwen van het Oekraïense droneprogramma.
De mate van Amerikaanse betrokkenheid zou bovendien verder reiken dan het enkel delen van inlichtingen. Volgens sommige bronnen bepaalt Oekraïne zelf welke doelen het wil aanvallen, waarna de Verenigde Staten informatie verstrekken over de kwetsbaarheden van die doelen. Andere functionarissen stellen echter dat de Amerikaanse rol aanzienlijk groter is en dat de VS bepalen welke doelwitten voor het Oekraïense leger prioriteit moeten krijgen.
De Verenigde Staten leveren daarnaast ook satellietondersteuning. Dat gebeurt zowel via realtime navigatie en communicatie, onder meer met behulp van Starlink van Elon Musk, die vooral boven Oekraïens grondgebied en de door Rusland geannexeerde gebieden wordt gebruikt, als door het verstrekken van geospatiale gegevens. Deze gegevens maken het mogelijk dat drones ook kunnen opereren in gebieden waar GPS-signalen worden verstoord of geblokkeerd. Het gaat daarbij onder meer om vooraf geladen terrein- en hoogtekaarten, route-informatie, doelcoördinaten en vluchtprofielen die zijn ontworpen om luchtverdedigingssystemen te ontwijken. Dergelijke informatie is in belangrijke mate gebaseerd op Amerikaanse satellietwaarnemingen en inlichtingengegevens.
Dit betekent dat de Oekraïense langeafstandaanvallen diep op Russisch grondgebied niet uitsluitend Oekraïense operaties zijn, maar in de praktijk deel uitmaken van een bredere operatie die mogelijk wordt gemaakt door de steun van de Verenigde Staten en de NAVO. Daarbij blijft de betrokkenheid van de NAVO-landen niet beperkt tot het leveren van inlichtingen, satellietgegevens en financiële middelen voor de ontwikkeling van drones. Steeds vaker leveren westerse landen ook zelf de drones aan Oekraïne.
Hoewel het merendeel van de drones die door de Oekraïense strijdkrachten worden ingezet in Oekraïne zelf wordt geproduceerd, tekent zich een nieuwe en strategisch belangrijke ontwikkeling af: de uitbreiding van de droneproductie naar Europese landen. Een van de redenen hiervoor is het verminderen van de kwetsbaarheid van de Oekraïense productiefaciliteiten voor Russische aanvallen. Zelenskyy kondigde plannen aan om in 2026 tien gezamenlijke ondernemingen voor droneproductie in Europa op te zetten.
Duitsland speelt een centrale rol in deze ontwikkeling. De regering-Merz intensiveert de militaire samenwerking met Kyiv en raakt daardoor steeds nauwer betrokken bij de oorlog tegen Rusland. Nu de Verenigde Staten hun steun terugschroeven, is Duitsland uitgegroeid tot de belangrijkste financiële steunpilaar van Oekraïne. Half april ging de Duitse regering voor het eerst een strategisch partnerschap aan met de defensie-industrie van een land dat in oorlog is. Deze overeenkomst maakt het mogelijk om samen met Oekraïne wapensystemen te produceren, waaronder drones met een bereik van maximaal 1.500 kilometer en langeafstandsraketten. Een duidelijk voorbeeld is Quantum Frontline Industries, een in Duitsland gevestigde joint venture van het Duitse Quantum Systems en het Oekraïense Frontline Robotics. Minder dan twee maanden na de aankondiging van het partnerschap rolde daar al de eerste drone van de productielijn.
Met één pennenstreek heeft de Duitse regering een einde gemaakt aan het jarenlange binnenlandse debat over de vraag of Duitse wapens aan Oekraïne mogen worden geleverd voor aanvallen op doelen op Russisch grondgebied. Zoals het voormalige Duitse parlementslid Sevim Dagdelen heeft geschreven, leidt de nauwe verwevenheid van de Duitse en Oekraïense defensie-industrie tot het ontstaan van een Duits-Oekraïens militair-industrieel complex, waarin Berlijn de dominante positie inneemt. Het is dan ook aannemelijk dat bij de recente aanvallen op Moskou en de omliggende regio langeafstandsdrones zijn ingezet die in Duitsland zijn geproduceerd.
Ook andere Europese landen raken steeds nauwer bij deze samenwerking betrokken. Sinds eind 2024 heeft het Finse concern Summa Defence verschillende joint ventures opgericht met Oekraïense bedrijven om drones in Finland te produceren. In juli 2025 gingen het Britse Prevail Partners en het Oekraïense Skyeton een samenwerking aan om de Raybird-verkenningsdrone in het Verenigd Koninkrijk te bouwen. Skyeton heeft daarnaast een productielijn voor deze drone geopend in Slowakije en onderhandelt over verdere samenwerkingsverbanden met Europese bedrijven. Ondertussen bouwen Oekraïense consortia van droneproducenten ook in Finland en Denemarken fabrieken voor de assemblage van drones en de productie van onderdelen.
Dit betekent dat Europese landen, met Duitsland voorop, steeds directer betrokken raken bij de oorlog in Oekraïne. Daarmee neemt ook het risico op Russische vergeldingsaanvallen op Europees grondgebied aanzienlijk toe. Half april publiceerde het Russische ministerie van Defensie een lijst met namen en adressen van Europese bedrijven die betrokken zijn bij de productie van drones voor Oekraïne. Daaronder bevonden zich ook diverse Italiaanse ondernemingen. Het ministerie verklaarde daarbij dat ‘de Europese bevolking goed moet begrijpen waar de werkelijke bedreigingen voor haar veiligheid vandaan komen. Ook moet zij weten waar zich op haar eigen grondgebied de Oekraïense en gezamenlijke ondernemingen bevinden die drones en onderdelen daarvan voor Oekraïne produceren.’
Wat de situatie nog gevaarlijker maakt, is dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat Oekraïense drones door het luchtruim van de Baltische NAVO-landen vliegen om doelen in Rusland aan te vallen. Dat zou onder meer zijn gebeurd bij de aanvallen op de Russische olieterminals in Primorsk en Ust-Luga, aan de Oostzee. Deze maand hebben Oekraïense drones herhaaldelijk luchtalarm veroorzaakt in Estland, Letland en Litouwen. Daarbij moesten verschillende keren NAVO-gevechtsvliegtuigen uitrukken. Op 19 mei zou een NAVO-gevechtsvliegtuig boven Estland minstens één Oekraïense drone hebben neergeschoten. Enkele dagen eerder had een andere Oekraïense drone een leeg olieopslagdepot in Letland geraakt. De politieke gevolgen waren groot: de manier waarop de Letse regering de crisis aanpakte, leidde uiteindelijk zelfs tot haar val.
Rusland beschuldigt de Baltische staten en de NAVO ervan bewust toe te staan dat Oekraïense drones hun luchtruim gebruiken om aanvallen op Russisch grondgebied uit te voeren. Moskou beschouwt dit als een vorm van NAVO-agressie. Presidentieel adviseur Nikolaj Patroesjev benadrukte dat dit volgens Rusland neerkomt op rechtstreekse deelname van NAVO-landen aan militaire aanvallen op Russisch grondgebied. Oekraïne en de Baltische landen wijzen de beschuldiging van bewuste samenwerking echter van de hand. Zij stellen juist dat Rusland met elektronische oorlogsvoering en stoorsignalen Oekraïense drones van hun koers brengt, waardoor die in het Baltische luchtruim terechtkomen.Dat verklaart echter niet waarom Rusland er herhaaldelijk niet in is geslaagd droneaanvallen op gevoelige militaire en civiele doelen, onder meer in Moskou, te voorkomen. Voorzitter Ursula von der Leyen van de Europese Commissie ging zelfs nog een stap verder door te verklaren dat ‘Rusland en Wit-Rusland rechtstreeks verantwoordelijk zijn’ voor de incidenten met Oekraïense drones boven de Baltische landen.
Duidelijk is dat de spanningen in de Baltische regio bijzonder hoog zijn opgelopen. Het risico op een rechtstreeks conflict tussen de NAVO en Rusland wordt verder vergroot door de recente aankondiging van een gezamenlijke zeemacht: het zogenoemde Northern Navies Initiative. Hieraan nemen tien landen deel: het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland, IJsland, Estland, Letland, Litouwen en Nederland. Deze zeemacht lijkt erop gericht Rusland militair onder druk te zetten in het gebied tussen de Noordelijke IJszee en de Oostzee. Daarbij zou ook het Russische scheepvaartverkeer kunnen worden gehinderd, met name dat van de zogenoemde ‘schaduwvloot.’ Acties zoals het enteren van Russische schepen, of zelfs het instellen van een zeeblokkade, zouden door Moskou als een casus belli kunnen worden beschouwd. Daar komt de toenemende militarisering van Finland bij, dat in 2023 lid werd van de NAVO. Ook worden vanaf Fins grondgebied inlichtingenoperaties en verkenningsvluchten tegen Rusland uitgevoerd. Samen maken deze ontwikkelingen dat Moskou Finland steeds meer als een nieuwe strategische bedreiging beschouwt.
Het is niet overdreven om te stellen dat één enkel incident, al dan niet in scène gezet, voldoende zou kunnen zijn om een escalatie in gang te zetten die uitmondt in een rechtstreekse oorlog tussen de NAVO en Rusland. Dat is des te zorgwekkender omdat westerse provocaties de positie van de hardliners in Moskou versterken.
Een van de meest radicale stemmen in dit debat is die van Sergej Karaganov, een ervaren politicoloog die eerder zowel Gorbatsjov als Jeltsin adviseerde, en tegenwoordig tot de adviseurs van Poetin behoort. Sinds het begin van de oorlog pleit Karaganov ervoor de inzet van kernwapens in Europa niet uit te sluiten. Volgens Karaganov hebben de Europese politieke elites hun geloofwaardigheid volledig verloren en ontbreekt het hun aan de legitimiteit om aan de macht te blijven. Belangrijker nog is volgens hem dat zij niet in staat zijn een compromis met Rusland te sluiten. Daarom moeten zij, zo stelt hij, met militair geweld worden tegengehouden om te voorkomen dat de oorlog zich verder over Europa uitbreidt. In eerste instantie zou Rusland daarvoor conventionele wapens moeten inzetten tegen strategisch belangrijke militaire doelen op Europees grondgebied, bij voorkeur doelen met een grote symbolische betekenis.
Volgens Karaganov zou Rusland, als deze aanvallen er niet in slagen de Europese leiders tot een akkoord te bewegen, moeten overgaan tot een ‘demonstratieve’ inzet van kernwapens. Hij sluit zelfs een nucleaire aanval niet uit die erop gericht is de Europese politieke leiders zelf uit te schakelen. Dergelijke opvattingen werden aan het begin van de oorlog nog grotendeels als extremistisch beschouwd, maar vinden geleidelijk steeds meer weerklank in Russische militaire en politieke kringen. Tegelijkertijd groeit de druk op Poetin om zijn huidige strategie te herzien.
Mearsheimer neemt Karaganovs pleidooi serieus om Europese doelen eerst met conventionele wapens aan te vallen en, als dat niet voldoende blijkt, eventueel kernwapens in te zetten. Hij wijst erop dat dit standpunt, dat aanvankelijk slechts door een kleine minderheid werd gedeeld, inmiddels op veel bredere steun in Rusland kan rekenen:
Hij zegt nu dat de overgrote meerderheid van de mensen met wie hij spreekt zijn standpunt deelt. En ik geloof hem, omdat ik hem als een eerlijk mens beschouw. De Russen hebben er, om het zo maar te zeggen, genoeg van.
Wat de mogelijke inzet van kernwapens betreft, legt Mearsheimer uit waarom alleen al de dreiging daarmee de strategie van Karaganov volgens hem zo’n dwingende kracht geeft:
Zodra je de escalatieladder begint te beklimmen, begrijpt iedereen dat ergens hogerop de inzet van kernwapens dreigt. Op een van de sporten van die ladder ligt de mogelijkheid van een nucleaire aanval. Alleen al die dreiging heeft een enorme afschrikkende werking.
Hij trekt daarbij ook een opmerkelijke historische parallel met eerdere situaties waarin westerse landen rode lijnen hebben overschreden:
Het is werkelijk verbijsterend dat de Verenigde Staten en Groot-Brittannië Oekraïne hebben geholpen bij de inval op Russisch grondgebied in de zomer van 2024, tijdens het offensief in Koersk. Het idee dat wij tijdens de Koude Oorlog een bondgenoot zouden hebben geholpen om de Sovjet-Unie binnen te vallen, was volstrekt ondenkbaar. Hetzelfde geldt voor het helpen van een bondgenoot bij een aanval op een onderdeel van de strategische nucleaire triade. Dat zou onvoorstelbaar zijn geweest, simpelweg omdat het zo ontzettend gevaarlijk was.
Met betrekking tot het strategische dilemma waarvoor Rusland staat, trekt hij de volgende conclusie:
Als je je in de positie van Rusland verplaatst, moet je voet bij stuk houden, zoals mijn moeder altijd zei. Je moet een krachtig en ondubbelzinnig signaal afgeven dat dit eenvoudigweg onaanvaardbaar is.
Het gevaar van oorlog is geen abstracte dreiging in een verre toekomst, maar een acuut en reëel risico. De mechanismen die tot deze gevaarlijke situatie hebben geleid, zijn bekend. Iedere nieuwe stap op de escalatieladder wordt gezet vanuit de overtuiging dat de tegenstander uiteindelijk zal terugdeinzen. Maar daarmee wordt de volgende stap juist waarschijnlijker en neemt de ruimte om de spanningen te verminderen steeds verder af. Door een combinatie van wensdenken en institutionele traagheid hebben westerse leiders zichzelf ervan overtuigd dat Rusland provocaties zal blijven accepteren zonder met vergelijkbare maatregelen te reageren. Maar iedere week die voorbijgaat zonder dat er een diplomatieke uitweg wordt gevonden, brengt ons dichter bij het moment waarop die veronderstelling op de proef wordt gesteld en mogelijk fataal onjuist blijkt.
Wat de huidige situatie zo uitzonderlijk gevaarlijk maakt, is niet alleen de militaire escalatie, maar ook het vrijwel volledig ontbreken van de politieke verbeeldingskracht die nodig is om deze te stoppen. Er zijn geen staatslieden meer die, zoals de realisten tijdens de Koude Oorlog, de noodzaak van een compromis onderkennen. Er zijn geen vertrouwelijke diplomatieke kanalen, en geen Europese leiders met voldoende gezag en de politieke wil om een onderhandelde oplossing op tafel te leggen. Wat overblijft, is een oorlogsmachine die steeds verder op gang komt en inmiddels een tiental landen en duizenden bedrijven omvat. In Finse fabrieken, Duitse joint ventures en Britse werkplaatsen worden wapens geproduceerd die de oorlog gaande houden. Zonder dringend politiek ingrijpen dreigt dit conflict een eigen dynamiek te ontwikkelen, waarbij geen ander einde meer denkbaar lijkt dan een catastrofe.
Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij de Europese burgers. Onze regeringen handelen niet namens ons en evenmin in ons belang. Het is aan ons om van hen te eisen dat zij afstand nemen van deze gevaarlijke koers, voordat het volgende incident plaatsvindt, de volgende misrekening wordt gemaakt of opnieuw een drone in het verkeerde luchtruim terechtkomt. We moeten voorkomen dat Europa verder richting de afgrond wordt gedreven.
Vertaling: Menno Grootveld
