Categorieën
Klimaat Politiek

De paradox van de Verboden Zone

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 23 april 2026

fotografie: Canongate

door Jonathan Watts

Jonathan Watts is een Britse journalist en de auteur van When a Billion Chinese Jump: How China Will Save the World – or Destroy It en
The Many Lives of James Lovelock’.

De zwaarste kernramp ter wereld heeft een dubbele erfenis nagelaten: aan de ene kant laat de natuur zien hoe veerkrachtig ze kan zijn, maar aan de andere kant blijft er sprake van ernstige vervuiling. Tegelijkertijd zorgen oorlogen voor extra druk op de energievoorziening

Veertig jaar na de ergste kernramp ter wereld is Tsjernobyl nog steeds vervuild met bijna de helft van het cesium-137 dat in 1986 uit reactor 4 is vrijgekomen, evenals met andere gevaarlijke stoffen zoals plutonium, tritium en americium. Toch wijzen sommige deskundigen erop dat de langetermijneffecten voor de natuur mogelijk minder ernstig zijn dan wanneer het gebied intensief door mensen was gebruikt. Doordat mensen grotendeels zijn verdwenen, heeft de natuur zich op onverwachte manieren kunnen herstellen in een omgeving die aan haar lot is overgelaten.

De blijvende gevolgen van de ramp in Tsjernobyl kwamen opnieuw onder de aandacht in de aanloop naar de herdenking van zondag 26 april. Die valt samen met een hernieuwde lobby voor kernenergie en groeiende zorgen over nucleaire risico’s, mede door de oliecrisis en de oorlogen in het Midden-Oosten en Oekraïne.

Het conflict in Oekraïne vormt nog steeds een bedreiging voor Tsjernobyl en kan de vervuiling verder verergeren. Vorige maand werd bekend dat de enorme beschermende koepel rond het meest radioactieve deel van de voormalige kerncentrale voor ongeveer 500 miljoen euro moet worden gerepareerd, nadat deze beschadigd raakte bij een aanval met een Russische drone.

Binnen de beschermende constructie van Tsjernobyl bevindt zich naar schatting vier ton radioactief stof, brandstofpellets en ander puin van de ramp van 26 april 1986. Die ramp leidde tot de grootste uitstoot van radioactiviteit in de geschiedenis van de kernenergie en speelde een rol in de latere ondergang van de Sovjet-Unie.

Na de ramp in Tsjernobyl werden meer dan driehonderdduizend mensen geëvacueerd uit de kerncentrale en het omliggende gebied van ongeveer 4.200 vierkante kilometer in Oekraïne en Wit-Rusland. Radioactieve deeltjes verspreidden zich over een groot deel van West-Europa. Dat leidde tot zorgen over de besmetting van gewassen, zelfs in gebieden zo ver weg als het Engelse Lake District, Schotland en Ierland. De meeste aandacht ging echter uit naar de gezondheidsrisico’s voor mensen in de directe omgeving, niet in de laatste plaats omdat de Sovjet-Unie de ernst van de ramp aanvankelijk probeerde te verdoezelen. Het officiële dodental lag rond de dertig, vooral onder brandweerlieden en werknemers van de centrale. Tegelijk waarschuwden andere onderzoekers dat de radioactieve neerslag op de langere termijn bij tienduizenden mensen tot kanker zou kunnen leiden.

De Nationale Academie voor Medische Wetenschappen van Oekraïne publiceert deze week een nieuwe evaluatie van de gevolgen van de ramp in Tsjernobyl. In de meest recente update uit 2022 werd het aantal dodelijke slachtoffers geschat op ongeveer 41.000. Eerdere studies van externe deskundigen, uit 2006, kwamen uit op lagere aantallen: tussen de 4.000 en 16.000 doden.

Deskundigen zijn het nog steeds niet eens over de langetermijneffecten van de straling op het milieu rond Tsjernobyl. Wel is er meer overeenstemming over een ander punt: doordat mensen het gebied grotendeels hebben verlaten, heeft de natuur zich er verrassend goed kunnen herstellen. Dit onbedoelde ‘rewilding’-effect heeft geleid tot duidelijke voordelen voor wilde dieren en ecosystemen.

De Verboden Zone van Tsjernobyl (2.800 km²) en het aangrenzende radio-ecologische reservaat Polesskiy (2.170 km²) in Wit-Rusland vormen een van Europa’s grootste onbedoelde natuurreservaten, zij het wel midden in een oorlogsgebied.

‘De wolvenpopulatie is zeven keer zo groot als vóór het ongeval, doordat er veel minder menselijke druk is,’ zegt Jim Smith, milieuwetenschapper aan de universiteit van Portsmouth, die het gebied al meer dan dertig jaar onderzoekt. Ook andere dieren, zoals elanden, reeën, herten en konijnen, doen het er naar verluidt opvallend goed.

‘Het ecosysteem in de verboden zone is veel gezonder dan vóór het ongeval,’ zegt Smith. ‘Dat laat duidelijk zien dat de impact van ’s werelds zwaarste nucleaire ramp eigenlijk beperkt is, terwijl de invloed van menselijke bewoning juist enorm verwoestend kan zijn.’

Soortgelijke conclusies zijn getrokken in andere afgesloten gebieden, zoals Fukushima. Daar komen wilde zwijnen, Japanse makaken en wasberen juist vaker voor op plekken die na de kernramp van 2011 zijn ontruimd. Ook in de gedemilitariseerde zone op het Koreaanse schiereiland blijkt de natuur te profiteren. Door de spanningen tussen Noord- en Zuid-Korea en de afwezigheid van mensen is daar een toevluchtsoord ontstaan waar maar liefst 38 procent van de bedreigde diersoorten van Zuid-Korea leeft. Denk aan witnekkraanvogels, Siberische muskusherten, Aziatische zwarte beren en Koreaanse gorals.

Oekraïne experimenteert momenteel met het hervatten van de landbouw in enkele van de minder vervuilde gebieden rond Tsjernobyl. Smith was vorig jaar mede-auteur van een wetenschappelijk artikel waarin de concentraties van radioactieve stoffen zijn onderzocht in onder meer tarwe, maïs, bladgroenten en andere mogelijke gewassen.

Smith zegt dat hij aanvankelijk tegen kernenergie was, maar inmiddels een voorzichtige voorstander is geworden. Volgens hem brengt kernenergie minder risico’s met zich mee voor de menselijke gezondheid en het klimaat dan fossiele brandstoffen. Hij erkent wel dat straling het DNA kan beschadigen en schat dat er in Europa ongeveer vijftienduizend extra sterfgevallen door kanker zijn geweest als gevolg van de ramp in Tsjernobyl. Tegelijk stelt hij dat dit aantal waarschijnlijk relatief klein is vergeleken met het aantal doden door luchtvervuiling of door de atmosferische kernproeven van de VS en Rusland in de jaren vijftig en zestig.

‘Al sinds de jaren negentig uiten veel wetenschappers hun frustratie, omdat het niet goed is gelukt om duidelijk te maken wat er in Tsjernobyl nu precies zo belangrijk is,’ zegt Smith. Hij voegt daaraan toe dat de evacuaties niet alleen fysieke gevolgen hadden, maar ook grote psychologische en economische impact.

De langetermijngevolgen van de ramp voor de natuur zijn nog steeds onderwerp van discussie. Diverse wetenschappelijke studies melden dat er blijvende genetische schade voorkomt bij sommige zoogdieren, vogels en planten, vooral in de meest vervuilde gebieden. In een studie van vorig jaar werd bijvoorbeeld vastgesteld dat soorten als de boerenzwaluw en de koolmees minder succesvol zijn in hun voortplanting. Dit komt onder meer door afwijkingen in het sperma, verhoogde oxidatieve stress en een tekort aan antioxidanten.

Gennady Laptev van het Oekraïense Hydrometeorologisch Centrum, die jarenlang onderzoek deed in Tsjernobyl, zegt dat hij geen zichtbare mutaties heeft waargenomen. Tegelijk vindt hij het lastig om met zekerheid te zeggen dat het ecosysteem er beter aan toe is dan vóór het ongeval. ‘Het is een complexe kwestie. Maar als er veel wilde dieren zijn, lijkt het mij dat het goed met ze gaat,’ aldus Laptev.

De politieke gevolgen van dit debat zijn enorm. De regering-Trump probeert de veiligheidsregels te versoepelen, zodat er ook kerncentrales in voorstedelijke gebieden gebouwd kunnen worden. Dat gebeurt onder meer om te voorzien in de groeiende energiebehoefte van datacenters.

Ondertussen zei Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, naar aanleiding van de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran, die de olieprijzen heeft opgedreven, dat Europa’s afkeer van kernenergie een ‘strategische fout’ is geweest. Volgens haar heeft dit landen afhankelijker gemaakt van dure en onvoorspelbare import. Onlangs kwamen twintig landen bijeen op een top in Frankrijk om te spreken over het potentieel van civiele kernenergie als ‘sector van de toekomst.’ Om echt door te breken, moeten voorstanders de wereld ervan overtuigen dat kernenergie zowel veilig als betaalbaar is.

Tegenstanders van kernenergie zeggen dat dit moeilijk zal blijven, zolang Rusland opzettelijk Tsjernobyl aanvalt en Japan radioactief water uit Fukushima in de Stille Oceaan loost.

Shaun Burnie van Greenpeace Oekraïne zegt dat pogingen om de kernenergiesector nieuw leven in te blazen volgens hem een gevaarlijke afleiding zijn van een industrie die moeite heeft om te overleven. ‘Ondanks alle hype en misinformatie blijft de kans op een nieuw ernstig ongeluk bestaan. En in tegenstelling tot wat politici in het Kremlin en het Witte Huis beweren, zijn die risico’s nog altijd te groot om te negeren. Bovendien blijft kernenergie financieel gezien erg onaantrekkelijk,’ aldus Burnie.

Shaun Burnie werkt samen met wetenschappers en ingenieurs in Tsjernobyl. Daar kwam hij onderweg wilde elanden tegen, hoorde hij Russische drones overvliegen op weg naar doelen in Oekraïne en bracht hij drie keer een bezoek aan het zogenoemde ‘nieuwe veilige omhulsel,’ waar de stralingsniveaus nog altijd hoog zijn.

‘De nucleaire industrie grijpt elke crisis aan – zoals die in het Midden-Oosten – om zichzelf nieuw leven in te blazen,’ zegt hij ‘Maar de toekomst van energiezekerheid en het terugdringen van de CO₂-uitstoot ligt volgens mij bij hernieuwbare energie. Na meer dan tachtig jaar van enorme subsidies en meerdere kernrampen, waaronder Tsjernobyl, levert kernenergie nog steeds minder dan tien procent van de wereldwijde elektriciteit en slechts vier procent van alle energie. Dat is geen indrukwekkend resultaat. Waar het wél goed in is gebleven – en waar het oorspronkelijk ook voor bedoeld was – is het produceren van plutonium voor kernwapens.’

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *