Categorieën
Politiek

Het presidentschap van Trump is de belichaming van het kwaad

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 20 april 2026

fotografie: European Press Prize

door Nesrine Malik

Nesrine Malik is een Soedanees-Britse, bekroonde non-fictieschrijfster, journaliste en columniste. Ze is de auteur van We Need New Stories, Challenging the Myths Behind our Age of Discontent (VK) en The Myths That Subvert Freedom (VS). Malik is sinds 2019 columniste bij The Guardian, en haar werk richt zich op buitenlands beleid, immigratie, de cultuuroorlog en identiteitspolitiek.

Sommige commentatoren denken dat de clowneske houding en het gebrek aan duidelijke ideologie van de Amerikaanse president hem minder gevaarlijk maken. Dat is een misvatting.

De afgelopen weken schieten er allerlei beelden door mijn hoofd. Sommige komen uit films die ik sinds mijn kindertijd niet meer heb gezien. Andere zijn fragmenten uit boeken of beelden van bekende kunstwerken. Wat ze gemeen hebben, is een overdreven, bijna kitscherige vorm van het kwaad.

Deze beelden lijken het echte geweld te verdringen dat mijn brein probeert te verwerken: lichamen die onder het puin vandaan worden gehaald in Gaza, een school vol jonge leerlingen die in Iran aan flarden is geblazen, en de meer dan een miljoen mensen in Zuid-Libanon die massaal uit hun huizen zijn verdreven. (Alex uit de film A Clockwork Orange verschijnt, met wijd opengesperde ogen, terwijl er vloeistof in wordt gedruppeld.)

Wat zo verbijsterend is aan deze wreedheid, is niet alleen dát ze plaatsvindt, maar hoe achteloos ze lijkt te worden toegestaan. Donald Trump lijkt erboven te zweven, alsof het een circus van dood en chaos is. (Billy, de marionet met het clownsgezicht uit Saw, duikt op en zegt schor: ‘Ik wil een spelletje spelen.’) Trump lijkt zich weinig aan te trekken van de pogingen om zijn handelen te verklaren als onderdeel van een doordachte strategie. Zijn beslissingen – oorlogen, het doden van onschuldigen en zelfs het bedreigen van hele beschavingen – hebben grote gevolgen voor de wereld, maar lijken niet voort te komen uit een duidelijk plan. Ze ogen eerder gedreven door directe impulsen en persoonlijke wrok.

Het feit dat Donald Trump geen duidelijke visie of ideologie lijkt te hebben, wordt soms uitgelegd alsof hij daardoor minder gevaarlijk zou zijn dan autoritaire leiders uit het verleden – leiders die vaak als hét voorbeeld van het kwaad worden gezien. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de discussie of Trump een ‘fascist’ genoemd kan worden. Volgens Barton Swaim van The Wall Street Journal kan iemand geen fascist zijn zonder bewust de intentie te hebben dat te zijn. Hij beschrijft Trump als onbekwaam, inconsequent en ‘raadselachtig en irritant,’ maar volgens hem is hij dus geen fascist.

Trump past ook niet in het klassieke beeld van een fascistische leider. Hij organiseert geen massabijeenkomsten, draagt geen uniformen en houdt geen vurige toespraken vanaf balkons voor vlagzwaaiende menigten. Tegelijkertijd heeft hij wel stappen gezet die de democratie onder druk zetten en de grondwet aantasten. Hij wordt vaak gezien als een chaotische en soms bijna komische figuur: iemand die zijn emoties openlijk toont in woede-uitbarstingen op sociale media of in onsamenhangende toespraken, zonder veel zelfreflectie. Hij spreekt over de oorlog tegen Iran naast een gigantische Paashaas, en deelt een afbeelding van zichzelf als Jezus Christus. ‘Hij schrikt altijd terug en neemt schielijk de benen.’ (Een Wheeler, een dreigend maar grillig wezen uit de duistere fantasyfilm Return to Oz uit 1985: gillend, giechelend, achtervolgend, maar ook ineenkrimpend en geneigd om zich plots terug te trekken wanneer er weerstand komt.)

Maar is dit niet juist wat het kwaad is? Geen groots, doordacht plan, maar een projectie van kleinheid en angst op de wereld. Het geweld lijkt dan minder te gaan om het resultaat, en meer om de bevestiging die iemand ervaart door het toe te brengen. Bij Donald Trump uit zich dat in voortdurende zelfverheerlijking, wrok jegens politieke tegenstanders, boosheid bij kritiek van de pers en dreigende taal richting het Iraanse regime. Zulke uitingen kunnen worden gezien als pogingen om gevoelens van kwetsbaarheid, vernedering of verlies van controle te onderdrukken. (Goya’s Saturnus, met wilde ogen, verslindt zijn zoon.)

Juist in die ogenschijnlijke kleinheid kan een vorm van onverzadigbaar kwaad schuilgaan. In 1931, nadat de nazipartij van Adolf Hitler sterk was gegroeid in de peilingen, interviewde de Amerikaanse journaliste Dorothy Thompson hem voor Cosmopolitan. Ze schreef later dat ze, toen ze zijn salon in het Kaiserhof-hotel binnenliep, dacht dat ze de toekomstige dictator van Duitsland zou ontmoeten. Maar binnen een minuut veranderde haar indruk volledig. Ze besefte hoe schokkend onbeduidend deze man leek, die in staat was geweest om de wereld in rep en roer te brengen.

‘Denk aan Benito Mussolini,’ schreef de journaliste Barbara Grizzuti Harrison in de Los Angeles Times. ‘Met zijn laarzen, hoekige kaak en overdreven, bombastische optreden, poserend op het balkon van zijn kantoor aan het Piazza Venezia in Rome – die maffe stijve groet met de gestrekte arm, die absurde retoriek. Denk aan die bijna komische figuur, die perfecte clown.’ Maar, zo waarschuwde ze: het feit dat iets belachelijk lijkt, betekent niet dat het ongevaarlijk is.

We hebben de neiging om de geschiedenis en al haar ernstige gebeurtenissen te doordrenken met een ernst en samenhang die we in het heden maar moeilijk kunnen toepassen. Dat komt misschien omdat het voor mensen lastig is om het kwaad te herkennen wanneer het zich in een belachelijke of verwarrende vorm voordoet. Zo kan het ongemerkt dichterbij komen. Daardoor vragen we ons later af hoe zulke misdaden ooit konden plaatsvinden. Het antwoord is dat ze zelden beginnen met een duidelijk herkenbare schurk. Ze ontstaan vaak door mensen die innerlijk beschadigd zijn en gedreven worden door een sterke drang om zichzelf te bevestigen, ongeacht de gevolgen. In het geval van Trump staat zijn absurditeit niet los van zijn macht. Hij heeft toegang tot de middelen voor nucleaire vernietiging en een sociopathische drang naar escalatie. (Milton: ‘Het is beter te heersen in de hel dan te dienen in de hemel.’)

Het kwaad bestaat uit frivoliteit, nonchalance en kwetsbaarheid, maar ook uit meedogenloosheid, onverzadigbaarheid en wreedheid. Ik moet denken aan een beeld uit de filmreeks The Purge. Daar is een wet ingevoerd die bepaalt dat gedurende twaalf uur alle misdaad is toegestaan, zogenaamd om opgekropte woede te ontladen en de rest van het jaar vrij van misdaad te maken. Maar het blijft niet bij geweld alleen. Mensen verkleden zich, dragen opvallende make-up en maskers, en zetten harde muziek op, in een ritueel van genot.

De film suggereert dat misdaad op zichzelf niet genoeg is; het krijgt pas betekenis door de manier waarop het wordt opgevoerd. Alsof de kracht niet alleen zit in de daad, maar in de houding eromheen – het idee dat je de ernstigste dingen kunt doen als iets lichts, bijna als een spel. Het gaat dan minder om wat er gebeurt, en meer om de vrijheid waarmee het gebeurt. In die logica is het niet genoeg dat de maatregelen van instanties als U.S. Immigration and Customs Enforcement (ICE) gezinnen uit elkaar halen en levens ontwortelen. Het is belangrijk dit alles te omgeven door beelden en boodschappen die het geheel van een bijna speelse of theatrale uitstraling voorzien, zoals Trump die naast alligators staat met ICE-petten op met de tekst ‘Alligator Alcatraz’ in filmposterlettertype.

We kunnen dit soort openlijk gevierde wreedheid niet weg relativeren of met humor verzachten. Niets zal Trump ertoe bewegen om terughoudender te worden, ook niet tegenover zijn eigen bibberende bondgenoten. Het afdoen van zijn handelen als ideologisch onbeduidend of strategisch onsamenhangend maakt het niet minder gevaarlijk – en zeker niet beheersbaar. De ongebreidelde wreedheid en het geweld dat hij in binnen- en buitenland ontketent en mogelijk maakt, put uit al zijn precedenten, en moet fel bestreden worden, of het zal alles verzwelgen. (Patrick Bateman in American Psycho: ‘Mijn pijn is constant en scherp, en ik hoop voor niemand op een betere wereld. Sterker nog, ik wil dat mijn pijn aan anderen wordt toegebracht. Ik wil dat niemand ontsnapt.’)

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *