Categorieën
Filosofie Politiek

Evangelische nationalisten ondermijnen de morele wereldorde die we ooit kenden

Oorspronkelijke tekst: The Guardian, 4 april 2026

fotografie: CNN

door Simon Tisdall


Simon Tisdall is een commentator buitenlandse zaken bij The Guardian

De uitholling van mondiale normen door figuren als Pete Hegseth moet worden gezien als een ethische kwestie. Het gaat om een strijd tegen de chaos – een strijd waarin alle grote religies een rol zouden moeten spelen

Die strijdlustige oude hymne ‘Onward, Christian Soldiers’ hoor je tegenwoordig nog maar zelden, hoewel het vroeger een favoriet lied was in kerkgemeenten en op schoolbijeenkomsten. Het werd in 1865 geschreven door Sabine Baring-Gould, een Engelse geestelijke en godsdienstwetenschapper. Het refrein roept gelovigen op tot strijd, overwinning en verovering:

‘Onward, Christian soldiers,
marching as to war,
with the cross of Jesus
going on before!’

De strijdlustige toon sloot goed aan bij de Victoriaanse tijdgeest, maar maakte latere generaties steeds ongemakkelijker – hoewel het lied in de vroege jaren zestig op mijn basisschool nog gewoon werd gezongen. Tegenwoordig geeft dit soort triomfalistische religieuze taal religie eerder een slechte naam.

Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van Defensie en een uitgesproken christelijke soldaat, zou het daar waarschijnlijk niet mee eens zijn. Misschien neuriet hij het lied zelfs op weg naar zijn werk. Tijdens een recente christelijke eredienst in het Pentagon – een opmerkelijke gebeurtenis, gezien de terughoudendheid van de Amerikaanse grondwet jegens alles wat op een staatsgodsdienst lijkt – bad Hegseth, onder verwijzing naar Iran, om ‘overweldigend geweld tegen degenen die geen genade verdienen.’ Hegseths credo is moorden. Hegseth beschrijft Iraniërs als ‘religieuze fanatici.’ Tegelijk vertegenwoordigt hij zelf een bijzonder strikte vorm van evangelisch christelijk nationalisme, die zelfs naar Amerikaanse maatstaven als extreem kan worden gezien, maar toch de steun krijgt van Donald Trump. Trump was presbyteriaan tot 2020, maar verklaarde toen plotseling dat hij dat niet langer was. Wat hij tegenwoordig precies gelooft, weet alleen God.

Het misbruiken van het christelijk geloof voor politieke en militaire doeleinden is in de Verenigde Staten een al lang bestaande en betreurenswaardige praktijk. Maar er zit ook een donkere en verontrustende kant aan. In de officiële demonisering en ontmenselijking van Iran schuilt impliciet angst en afkeer van wat als ‘anders’ wordt gezien – in dit geval sjiitische moslims. Als een van zijn eerste maatregelen als president in 2017 stelde Trump een inreisverbod in voor immigranten uit diverse landen met een moslimmeerderheid, en hij is sindsdien op die vijandige koers doorgegaan.

Voor de meeste praktiserende christenen is het misbruik en de verdraaiing van het geloof, wanneer het wordt ingezet om dood en vernietiging te rechtvaardigen, verdeeldheid te zaaien, oorlogsmisdaden goed te praten of Iran ‘terug naar het stenen tijdperk’ te bombarderen, diep bedroevend. Christenen geloven dat Jezus Christus werd gekruisigd voor de hele mensheid en voor de vergeving van zonden, niet voor wraak, trots of overheersing. Paus Leo sprak namens velen, ook buiten de katholieke kerk, toen hij tijdens een Palmzondagmis in Rome krachtig afstand nam van pogingen van fanatiekelingen zoals Pete Hegseth om het christendom voor politieke of militaire doelen te gebruiken. ‘Niemand kan Hem gebruiken om oorlog te rechtvaardigen,’ zei hij, verwijzend naar woorden uit het Boek Jesaja. De gebeden van oorlogszuchtigen zouden onbeantwoord blijven: ‘Jullie handen zijn vol bloed.’

Niet alle christenen verzetten zich tegen de oorlog tegen Iran die Donald Trump en Benjamin Netanyahu hebben gekozen. Toch wordt de verontwaardiging van Paus Leo in het Verenigd Koninkrijk gedeeld door onder meer Rowan Williams, voormalig aartsbisschop van Canterbury. Zijn standpunt vindt bovendien weerklank in de islamitische wereld en bij joodse gemeenschappen overal ter wereld. Deze reactie weerspiegelt een veel bredere strijd: die over de manier waarop hedendaagse autoritaire leiders het internationaal recht negeren, en zo de desintegratie van de na het einde van de Tweede Wereldoorlog ontstane ‘op regels gebaseerde wereldorde’ aanmoedigen en uitbuiten. De gevolgen van die afbrokkeling worden vaak beschreven in geopolitieke en economische termen: ontwrichting, verbroken allianties en eenzijdige acties zonder gevolgen – zoals de Russische invasie van Oekraïne en de Gaza-oorlog. Maar de verharding en ontwrichting van de internationale orde moet ook als een morele kwestie worden gezien. De ineenstorting ervan vormt uiteindelijk een fundamentele, wereldwijde crisis van de moraal.

Misschien heeft een door conflicten verscheurde wereld nu meer dan ooit behoefte aan onafhankelijke, niet-politieke stemmen – mensen die bereid en moedig genoeg zijn om de macht de waarheid te zeggen, weerstand te bieden aan autocratische tirannen, de zwaksten en meest kwetsbaren te verdedigen, en onrecht en wetteloosheid aan de kaak te stellen. Wanneer wereldlijke leiders falen, wanneer het vertrouwen in seculiere regeringen en politici afneemt, wanneer het geloof in democratie vervaagt en wanneer de fundamentele veiligheid van mensen – zowel fysiek als financieel – wordt bedreigd door krachten buiten hun controle, wie zal dan de tirannie uitdagen? Met groeiende wanhoop roepen gebroken samenlevingen, vastgenageld aan een kruis dat zij zelf hebben gemaakt, om geestelijke redding.

In deze wereldwijde strijd tegen de chaos zouden alle religies een rol moeten spelen. Toch blijft de reactie op de oorlog tegen Iran, de meest recente uiting van deze crisis, vaak terughoudend en verdeeld. In het Verenigd Koninkrijk ging Sarah Mullally, die vorige maand werd geïnstalleerd als aartsbisschop van Canterbury en daarmee als hoofd van de wereldwijde Anglicaanse gemeenschap, in haar eerste preek niet in op de oorlog. Daarentegen sprak Guli Francis-Dehqani, de in Iran geboren bisschop van Chelmsford, zich duidelijk uit tegen het conflict. Zij veroordeelde de oorlog als illegaal, en als zowel moreel als juridisch onrechtvaardig.

De moord door Israël op Ali Khamenei, de hoogste leider van Iran en een belangrijke religieuze autoriteit voor sjiitische moslims wereldwijd, was uiterst provocerend en bovendien illegaal. Toch zijn de reacties in de regio verdeeld langs sektarische lijnen. In Syrië vierden sommige soennitische moslims zijn dood. In Israël geniet de oorlog steun onder veel joodse Israëli’s, terwijl een meerderheid van de joodse Amerikanen er juist tegen is. Volgens een peiling van J Street zegt 77 procent van hen dat Trump geen duidelijk plan heeft. Een vergelijkbare verdeeldheid bestaat rond Oekraïne, waar religieuze organisaties met banden met de Russisch-Orthodoxe Kerk – die nauw verbonden is met Vladimir Poetin en zijn oorlogspolitiek steunt – door Kiyv zijn verboden.

Dergelijke schisma’s en splitsingen zijn niets nieuws. Maar nu we geconfronteerd worden met een wereldwijde geopolitieke ontwrichting, hebben christelijke leiders van alle stromingen een duidelijke morele verantwoordelijkheid om zich te verenigen in de verdediging van een militant, uitgesproken en principieel oecumenisme – een oecumenisme dat zich nadrukkelijk tegen de oorlog keert en zich vóór rechtvaardigheid uitspreekt. In feite zouden alle religieuze leiders, niet alleen christenen, samen kunnen en moeten optreden. Gelovigen die naar de moskee gaan in Teheran, Beiroet en Gaza, leden van synagogen in Tel Aviv, Jeruzalem en Noord-Londen, en kerkgangers van Canterbury tot Cincinnati – en hun kinderen – delen uiteindelijk hetzelfde fundamentele belang. Dat is het recht om te leven, te werken en de god van hun geweten te volgen, zonder te worden opgeblazen – zoals de kinderen die zijn verbrand door een Tomahawk-raket in Minab – of te worden geterroriseerd, vervolgd of cynisch misleid door roekeloze politici.

Ondanks de apocalyptische retoriek van Trump, en de sensationele online uitspraken over de ‘eindtijd’ en Armageddon, zou deze uiterst schadelijke, ongerechtvaardigde en beschamende oorlog Amerikanen misschien kunnen dwingen hun morele verhouding tot de wereld opnieuw te overdenken. ‘Is Trump werkelijk de enige schuldige?’ vroeg de Amerikaanse columniste Lydia Polgreen zich af. Of is hij juist ‘de vervulling van wat Amerika altijd is geweest: een zelfgenoegzame natie die, door haar mythen over voorzienigheid en uitzonderlijkheid, zichzelf de vrijheid heeft gegeven om te doen wat ze wil’? Volgens Polgreen heeft het presidentschap van Trump een veel oudere kwaal blootgelegd: het hardnekkige geloof van Amerika dat het de wereld naar eigen inzicht kan vormgeven, ongeacht wat anderen willen en in de overtuiging dat zijn eigen plan altijd het juiste is. Los van Trump, zo betoogt zij, is het deze mentaliteit waar de Amerikanen uiteindelijk zelf mee in het reine moeten komen.

Laten we hopen dat Trump en zijn godslasterlijke medestanders zich deze Pasen bij deze noodzakelijke zelfreflectie aansluiten en hun kruistocht tegen Iran beëindigen. En misschien kunnen we dan die oude Victoriaanse hymne ook meteen schrappen. Hardline Amerikaanse evangelische nationalisten lijken immers sterk op wat Diana Dewar in haar boek uit 1964 treffend ‘backward Christian soldiers’ noemde. Zoals zo vaak marcheert religieus rechts, net als rechts in het algemeen, vastberaden in de verkeerde richting.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *