Categorieën
Filosofie Gezondheid

Maternale wildheid

fotografie: Twitter
fotografie: Duncan de Fey

door Selby van Holthe en René ten Bos

René ten Bos is een Nederlands filosoof en columnist. Hij is hoogleraar filosofie aan de Faculteit der Managementwetenschappen aan de Radboud Universiteit en dean van het Honours Programma aldaar. Selby van Holthe is in 2021 aan de Radboud Universiteit cum laude afgestudeerd in de filosofie.

ʻMama,ʼ zei de jongste bij ons thuis, ʻik hoor de hele tijd dat alles ooit weer normaal wordt, maar ik kan me eigenlijk helemaal niet meer herinneren wat normaal is.ʼ Hij is tien jaar en zit nog op de lagere school. Bijna twee jaar van zijn nog jonge leven heeft hij moeten meemaken wat Walter Benjamin en Giorgio Agamben bedoelen als ze zeggen dat de uitzondering het normale is geworden en het normale de uitzondering. Kinderen begrijpen vaak beter dan volwassenen wat filosofen bedoelen. Daar hoeven zij de moeilijke boeken van de laatsten vaak niet eens voor te lezen.

Het covidaire tijdperk waarin we beland zijn, wordt gekenmerkt door een soort radicale angst voor kinderen. Laten we wel zijn, de maatregel om kinderen op de basisschool een week langer ʻvakantieʼ te geven, is uitsluitend gebaseerd op het nogal ontnuchterende epidemiologische inzicht dat die kinderen niet gevaccineerd en dus besmettelijk zijn. In april 2020 verzekerde Jaap van Dissel het Nederlandse volk nog dat kinderen juist niet besmettelijk waren, ook al herinneren wij ons studies uit het buitenland, met name uit Israël, die dit ontkrachtten. Achteraf kun je Van Dissels opmerking nog duiden als de laatste kindvriendelijke, zij het onrealistische geste aan de jongsten onder ons. Anderhalf jaar later is van deze mooie geste niets meer over en zijn kinderen niets minder dan een gevaar voor onze opa’s en oma’s, zoals Mark Rutte het volk en de jongeren in het bijzonder voorhield op de persconferentie van 14 december 2021.

De expressies van deze angst voor kinderen zijn velerlei: kinderartsen stellen voor kinderen vanaf de jongste leeftijd te laten vaccineren, onderwijzers zijn bereid deze kinderen de hele dag met mondmaskers door scholen te laten lopen omdat hen dat opgelegd wordt, ouders sluiten hun kinderen bij een besmetting een week lang op in de zolderkamer en geven hun kroost voedsel door het voor de deur te zetten alsof het gedetineerden in een kerker zijn, de bejaarden onder ons missen weliswaar hun kleinkinderen maar zijn als de dood als ze op visite komen, bij winkels zien we dat ouderen met een boogje om kinderen heen lopen … de lijst is eindeloos. Sommigen noemen al deze gedragingen en maatregelen een kwestie van gezond verstand, want dat gezonde verstand dienen we in ongezonde tijden kennelijk te gebruiken. Maar zou het niet veeleer gaan om gestold verstand dat niet mee plooit, niet meedenkt en helemaal niets meer durft? Wij maken ons zorgen over dit gezonde verstand omdat het angstig maakt en verlammend werkt. Ondertussen zijn de rapporten over de mentale toestand van jongeren in het algemeen alarmerend. Het destijds nog demissionaire kabinet kondigde, na de publicatie van de zoveelste noodkreet, eind november aan ʻmet de grootste urgentieʼ aandacht te besteden aan de problemen van jongeren, maar sedertdien bleef alles stil en heeft men met het oog op de pandemie juist paal en perk gesteld aan de mogelijkheid om te sporten, uit te gaan of een concert te bezoeken. De nihilistische moraal van politici en veel mensen blijkt vooral uit de infantofobie die zich van menigeen meester heeft gemaakt.

Waarom laten mensen dit gebeuren? En waarom laten ze het toe dat zelfs hun eigen kinderen hieraan blootgesteld worden? Waarom voeren zoveel ouders steeds terugkerende abnormale rituelen zoals wattenstaafjes in kinderneuzen steken toch uit, ondanks hun tegenstribbelende kinderen? Je zou van ouders toch anders verwachten. Of zien we dit helemaal verkeerd?

We weten het niet. Er is enorm veel gefilosofeerd over kinderen, maar eigenlijk bedroevend weinig over ouderschap. Als er al over geschreven is, dan ging het vaak over opvoedingsthema’s waarbij het vaderlijke perspectief meestal een dominante rol speelde. Het kind werd in dergelijke moraliserende en ‘opbouwende’ literatuur vooral gezien als een toekomstige volwassene die nog een lange weg, natuurlijk bezaaid met hindernissen en gevaren, te gaan heeft. De boodschap: luister naar papa en het komt allemaal goed. Van de ontwikkeling van een moederlijk perspectief is in de filosofie, vele eeuwen een mannenzaak, nauwelijks sprake geweest, ook niet binnen het feminisme. Eén uitzondering willen wij hier graag noemen omdat ze ons te denken geeft.

Precies twintig jaar geleden verscheen het boek ‘La sauvagerie maternelle’ van de in 1964 geboren Franse filosofe Anne Dufourmantelle. Zoals de titel aangeeft, gaat dit boek over de moederlijke wildheid. Het begint als volgt:

ʻDe moeder is wild. Wild in de zin dat zij hoort bij een lichaam dat ouder is dan zij, bij een lichaam dat oorspronkelijker is dan haar eigen lichaam en dat bestaat uit modder, zand, water, stof, vocht, bloed en sappen, bij een lichaam dat dood, rot en oorlog met zich meesleept, maar ook bij een hemels maagdelijk lichaam. De taal ervan gaat vooraf aan gesproken of geschreven taal, en is een zuiver ritme dat nooit op papier verschijnt en altijd weggevaagd is omdat het niet gezegd, gekend en begrepen kan worden.ʼ

Toegegeven, dit is voor menigeen misschien wat al te psychoanalytisch, maar Dufourmantelle ziet in die moederlijke wildheid iets waar alleen moeders iets van kunnen begrijpen. Anderen hebben nooit toegang tot deze ʻmoederlijke gekte,ʼ zoals Hannah Arendt het uitdrukte. Die wildheid, zo schrijft Dufourmantelle, zorgt ervoor dat de moeder in staat is zichzelf op te offeren voor een kind. Haar uitspraak zou profetisch blijken te zijn. In de zomer van 2017 overleed Dufourmantelle toen ze een poging deed twee kinderen, niet haar eigen kinderen, uit zee te redden toen ze dreigden te verdrinken.

Onze bedoeling is niet de Franse filosofe als een lichtend moreel voorbeeld te presenteren in deze pandemische tijden. Het gaat ons meer om die wildheid die ze naar voren haalt en die we bij ouders, niet alleen moeders maar ook vaders, missen als het gaat om de bereidwilligheid mee te werken aan maatregelen die kinderen, hoe je het ook wendt of keert, schaden. Achter de onwil kinderen te laten vaccineren om oudere en kwetsbare mensen te beschermen schuilt misschien wel een onbegrijpelijke wildheid waarvan ieder kind mag hopen dat zijn ouders er nog een residu of sediment van hebben.

In een tijd, waarin iedere wildheid door covidaire angst in naam van het gezond/gestolde verstand wordt gedomesticeerd, hopen wij dat mensen in hun omgang met hun kinderen weer toegang krijgen tot het ‘zuivere ritme’ dat nooit op papier verschijnt omdat het onuitdrukbaar en vooral ook onverstandig is.

5 reacties op “Maternale wildheid”

Prachtig omschreven, buiten dat ik mij niet schaar onder ‘de oma’ die bang is van kinderen en mijn lieve kleinkinderen gretig knuffel.
Bereid om me tegen deze maatregelen te blijven verzetten en deze niet te volgen, koste wat kost, omdat deze maatregelen buiten proportioneel zijn en veel meer kapot maken dan ons mensen lief is.
Wild zal ik blijven (en hopelijk moedig & liefdevol) tot mijn laatste adem, bedankt voor dit feest van herkenning 🙏❤️

Helder, verhelderend en, eerlijk gezegd, ook onthutsend. We kijken allemaal toe terwijl een mechanisme als infantofobie in werking treedt.

Ik ben altijd blij met aanvullende perspectieven zoals deze. Wat intuïtief schadelijk aanvoelt krijgt zo meer en meer nuance. Ik voel me gemotiveerd om binnenkort ook zelf redelijk te kunnen vatten waarom natiestatelijke reacties als deze een vergissing zijn, en mogelijk symptoom van structurele vergissingen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.