Categorieën
Economie

De wurging van de Mondiale Minotaurus

Oorspronkelijke tekst (Engels): Project Syndicate, 11 november 2021

fotografie: DOC Research Institute

door James Galbraith

James K. Galbraith, trustee van Economists for Peace and Security, bekleedt de Lloyd M. Bentsen, Jr. leerstoel in de betrekkingen tussen overheid en bedrijfsleven aan de LBJ School of Public Affairs van de Universiteit van Texas in Austin. Van 1993 tot 1997 was hij technisch hoofdadviseur voor macro-economische hervormingen bij de Staatsplanningcommissie van China. Hij is de auteur van Inequality: What Everyone Needs to Know en Welcome to the Poisoned Chalice: The Destruction of Greece and the Future of Europe.

De aanbodontwrichtingen die de Amerikaanse economie parten spelen zijn niet het gevolg van een ʻbuitensporige vraag,ʼ ʻcentrale planning,ʼ of een gebrek aan efficiëntie. Het is veeleer zo dat een logistiek ecosysteem, dat was ontwikkeld om het beest van de Amerikaanse consumptie te voeden, niet ontworpen was voor een pandemie.

Een aanbodketen is als een Rorschach-test: iedere economische analist ziet er een patroon in dat zijn of haar eigen vooroordelen weerspiegelt. Dit is misschien onvermijdelijk, aangezien iedereen een product is van verschillende opleidingen, achtergronden en vooringenomenheden. Maar sommige waargenomen patronen zijn aannemelijker dan andere.

Kijk eens naar de volgende voorbeelden van perspectieven. Volgens Jason Furman, voormalig economisch adviseur van president Barack Obama, en Lawrence H. Summers, voormalig minister van Financiën van de VS, is het huidige probleem van de aanbodketen er een van buitensporige vraag. Volgens Furman is het een ʻhigh classʼ-probleem, dat een sterke economie weerspiegelt. De ʻoerzondeʼ was het American Rescue Plan van de regering-Biden, dat te veel steun zou hebben verleend via uitkeringen die rechtstreeks aan Amerikaanse huishoudens werden overgemaakt. Volgens John Tamny van RealClearMarkets is het probleem van de aanbodketen er een van ʻcentrale planning.ʼ Als de regering van president Joe Biden geen richtlijnen naar havenbeheerders had gestuurd, zouden de vrije markten alles hebben opgelost. En voor Awi Federgruen, een hoogleraar management aan de Columbia Business School, is het probleem inefficiëntie, met als remedie: harder werken en meer doen met minder.

Geen van deze interpretaties doorstaat een kritische blik. Het verhaal over de buitensporige vraag faalt op het eerste gezicht. Er is immers geen tekort aan goederen. Schepen met de voorraden – 30 miljoen ton – liggen momenteel buiten de Amerikaanse havens, en er zijn er nog meer onderweg. De productieprijzen zijn ook niet veel gestegen. Het grootste deel van de ʻinflatieʼ tot dusver is toe te schrijven aan de energieprijzen (deels als gevolg van een economische opleving na de neergang van de pandemie) en de prijzen van tweedehands autoʼs en vrachtwagens, in vroeger jaren geproduceerde goederen waarnaar vraag is vanwege het tekort aan halfgeleiders waarmee autofabrikanten momenteel te kampen hebben. En nee, dat tekort is ook niet het gevolg van een ʻbuitensporige vraag.ʼ Tijdens de pandemie voorspelden chipmakers een grotere verschuiving in de samenstelling van de vraag – in de richting van huishoudelijke hebbedingetjes en weg van autoʼs – dan zich in werkelijkheid heeft voorgedaan. Nu hebben ze te veel van de ene soort chip en niet genoeg van de andere. Wat het verwijt van de ʻcentrale planningʼ betreft, dat was te verwachten uit bepaalde kringen. De implicatie is dat alles goed zou zijn gegaan als de regering-Biden maar niet had opgelet. Biden heeft er echter alleen maar bij de havenbeheerders op aangedrongen ʻ24/7 te werkenʼ om de schepen te lossen – een idee waarvan je moet aannemen dat het al bij hen zelf was opgekomen.

Het punt van de ʻefficiëntieʼ komt dichter bij de werkelijkheid, behalve dat het probleem niet te weinig efficiëntie is, maar te veel. Om precies te zijn is de extreme efficiëntie van de huidige mondiale aanbodketens ook hun fatale tekortkoming. Goed geleide havens zijn modellen van hoge verwerkingscapaciteit en lage kosten. Zij beschikken over dokken, spoorwegstations, laad- en losplaatsen voor vrachtwagens, opslagterreinen en zware hefwerktuigen die zijn afgestemd op het verwachte verkeer. Het bouwen van capaciteit boven een kleine veiligheidsmarge zou een verspilling zijn. In normale tijden blijft de overtollige capaciteit onbenut en levert die geen inkomsten op, terwijl de rente op de schuld voor de bouw ervan nog moet worden betaald. Na verloop van tijd zullen efficiënte exploitanten het overschot tot een minimum beperken, en de dokken en machines die zij hebben zoemend laten draaien. Het spectaculaire succes van de wereldwijde aanbodketens – tot nu toe – weerspiegelt de niet aflatende toepassing van dit principe.

Tijdens de pandemische inzinking was veel van Amerikaʼs havencapaciteit korte tijd onbenut. Toen de productie stilviel en de containerschepen voor anker bleven liggen in Aziatische havens, lieten Amerikaanse vrachtwagens hun eigen lege containers achter in de havens, in afwachting van schepen om ze terug te brengen naar Azië. Maar toen leefde de vraag weer op en werd de productie hervat – en zelfs opgevoerd – omdat de gezinnen hun bestedingen verlegden van diensten naar goederen. De schepen met goederen kwamen weer opdagen. Maar er was een nieuw probleem: om de volle containers te lossen, moet er een plek zijn om ze neer te zetten. Volgens persberichten waren de werven en opslagplaatsen echter al volgeladen met lege containers. Bovendien konden de vrachtwagens met nieuwe lege containers deze niet lossen, en dus ook geen nieuwe volle containers meenemen. En dus blijven de ladingen maar wachten. Gedeeltelijke oplossingen – de lege containers hoger stapelen bijvoorbeeld – helpen slechts tot op zekere hoogte. Over een langere periode kunnen nieuwe dokken en spoorlijnen worden gebouwd. Maar dat kost allemaal tijd, land (dat niet makkelijk te vinden is, zo blijkt) en zwaar materieel, dat zelf ook weer ergens vandaan moet komen, eventueel per schip. Een aanbodketen is een volledige ecologie, een biofysische entiteit. Alle onderdelen ervan moeten steeds soepel functioneren. Tekortkomingen blijven niet beperkt tot één segment, noch kunnen zij worden verholpen door een eenvoudige verhoging van de prijzen of vergoedingen, of door een snelle verandering van technieken. In plaats daarvan hebben ze een domino-effect binnen een systeem dat op een specifieke manier is gebouwd; een ontwrichting in één onderdeel kan op een algemene ontwrichting uitdraaien.

In zijn opmerkelijke boek The Global Minotaur uit 2011 vergeleek de econoom (en latere minister van Financiën van Griekenland) Yanis Varoufakis de Verenigde Staten met het mythische monster dat in een labyrint leefde waaruit niets kon ontsnappen dat er binnenkwam. Veertig jaar lang heeft de Amerikaanse economie de consumptiegoederen van Japan, Zuid-Korea, China en andere landen opgenomen. Om de onverzadigbare Minotaurus in leven te houden, heeft de wereld een mondiaal labyrint gebouwd van havens, schepen, nog meer havens, pakhuizen, opslagplaatsen, wegen en spoorwegen. Op een dag werd de Minotaurus ziek en miste hij een maaltijd. De volgende dag probeerde hij zijn achterstand in te halen door vier maaltijden te eten, maar zijn slokdarm was niet breed genoeg om ze allemaal naar binnen te krijgen. Dus nu zit de Minotaurus hulpeloos te wachten tot de verstopping zal verdwijnen. Als dat niet gebeurt, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Als Theseus het beest op deze manier had gewurgd, had hij Ariadne, haar zwaard en haar bol garen misschien niet eens nodig gehad.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.