Categorieën
Economie

De status van Londen als financieel centrum is lang niet zo zeker als sommigen denken

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 13 februari 2021

fotografie: allthingsrisk

door Dan Davies

Dan Davies is een voormalig toezichthoudend econoom bij de Bank of England en de auteur van Lying For Money: How Legendary Frauds Reveal The Workings Of Our World

Het centrum van de Europese aandelenhandel is verschoven naar Amsterdam – dit is een probleem voor Londen dat alleen maar groter zal worden

Het afgelopen jaar is bepaald door mensen die exponentiële processen niet begrijpen. Het is dan ook enigszins verontrustend om financiële professionals in Londen te horen zeggen dat de bedrijvigheid die sinds de Brexit naar Europese financiële centra is uitgeweken niet zo veel om het lijf heeft. Bijna alles begint aanvankelijk klein. Het probleem is dat dingen groeien.

Op zichzelf zal, zoals William Wright van de denktank New Financial zegt, het feit dat Amsterdam Londen heeft ingehaald in termen van het volume van de aandelenhandel waarschijnlijk niet veel verschil uitmaken voor je winst- en verliesrekening (of voor de belastinginkomsten van een land). Het meten van het handelsvolume is hoe dan ook een abstract begrip, dat tegenwoordig meer afhangt van de manier waarop computeralgoritmen orders opsplitsen om de beste prijs te verkrijgen, dan van het werkelijke aantal transacties. De commissies op de aandelenhandel zijn ongelooflijk laag en de beurskosten nog lager.

Maar er is een reden waarom de beurzen zo agressief concurreren om nummer één te worden qua marktaandeel. De handel op de financiële markten is het ultieme voorbeeld van toenemende schaalopbrengsten – hoe meer spoeling er is, des te makkelijker het voor iemand is om een koper of verkoper te vinden, en des te aantrekkelijker je bent als plek om zaken te doen. En dezelfde dynamiek werkt ook omgekeerd. Wanneer je marktaandeel een negatieve schok te verwerken krijgt, is dat vaak ook iets dat zichzelf versterkt. Londen heeft in januari eveneens een enorm marktaandeel verloren in de handel in euro-swaps.

De directe oorzaak van dit alles is dat het Verenigd Koninkrijk er niet in is geslaagd om na de Brexit een ʻgelijkwaardigheidsʼ-overeenkomst met Europa te sluiten voor zijn handelsplatforms. Voor wat het EU-toezicht betreft, is een aantal Britse handelsplatforms eind 2020 opgehouden te bestaan. Zoals de gouverneur van de Bank of England, Andrew Bailey, zegt, is dit in zekere zin oneerlijk – Europa deed zes maanden geleden nog graag zaken op deze platforms, en zal dat ook in de toekomst weer graag doen, en heeft zelfs tijdelijke verlengingen gegund aan sommige platforms die nu nog onvervangbaar worden geacht. De Europeanen hebben een legitiem belang om controle te willen over hun eigen financiële systeem, maar als je de Britse autoriteiten, onvolmaakt als ze zijn, vergelijkt met de mensen die jarenlang de klokkenluiders over de fraude bij de Duitse betaalkaartengigant Wirecard negeerden, is het moeilijk te geloven dat hier niet een klein beetje mercantilisme in het spel is. Een onaangenaam feit is dat zowel het Verenigd Koninkrijk als Europa technologisch gezien achterlopen op de VS en Azië, wat de strijd om het marktaandeel in de centrale tijdzone nog venijniger maakt.

Het was te verwachten dat verlies van marktaandeel zich in de eerste plaats zou voordoen in de elektronische handel, waar je op een statuswijziging kunt reageren door betalingsopdrachten eenvoudigweg om te leiden – in dit geval voornamelijk naar Amsterdam. De adviesactiviteiten met een hogere toegevoegde waarde, waarbij echte mensen betrokken zijn, zijn aanzienlijk minder flexibel, maar hebben uiteindelijk de neiging de handel te volgen. Het is opmerkelijk dat Numis, een van de meest succesvolle Britse binnenlandse effectenmakelaars, een kantoor in de EU heeft geopend. Dit soort dingen begint vaak als een omweg om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen, maar hebben de neiging te groeien omdat mensen nu eenmaal het geld volgen.

Het probleem met dit soort ontwikkelingen is dat zij, net als ieder ander exponentieel proces, langzaam op je afkomen en dan plotseling te groot zijn om er nog iets aan te doen. Voorlopig is de economische impact klein; de computerservers staan misschien in Europa, maar de mensen die de orders plaatsen bevinden zich nog steeds in Londen. Het probleem is dat de financiële markten elk jaar minder mensen en meer computerservers in dienst hebben. Historisch gezien is dit voor de werkgelegenheid nooit een groot probleem geweest; als een financiële markt wordt geautomatiseerd, verhuizen de mensen naar een ander terrein waar de producten ingewikkelder zijn en de marges hoger.

Maar hier duiken de problemen op: waar zullen die nieuwe markten zijn? Ook de internationale handel in koolstofemissierechten lijkt zich in de EU te concentreren. Het gevaar voor Londen als financieel centrum is niet dat bestaande bedrijven zullen verhuizen, maar dat nieuwe dingen in de toekomst ergens anders zullen gebeuren. Zoals het spreekwoord luidt: het stenen tijdperk eindigde niet omdat er geen stenen meer waren.

Toen ik opgroeide in Noord-Wales school er een soort onuitsprekelijke droefheid in het feit dat zoveel van de leisteenmijnen en spoorwegwerkplaatsen en zelfs boerderijen waren omgebouwd tot industriële musea, waar voormalige arbeiders de hele dag deden alsof ze hun oude werk uitvoerden, tot vermaak van de vakantiegangers. Er is geen reden waarom dit niet zou kunnen gebeuren in de financiële wereld; al vóór de pandemie was de beursvloer van New York nog bijna uitsluitend een decor voor nieuwsuitzendingen. Als genoeg elektronische handel zich buiten Londen vestigt, zullen we straks misschien getuige zijn van Britse bankiers die theatraal naar Bloomberg-monitoren wijzen en gescripte opmerkingen in namaak-telefoons schreeuwen, terwijl een konvooi toeristen langsloopt, onder leiding van een gids die vroeger co-chef van de wereldwijde derivatenhandel was: Ik weet nog dat hier allemaal schermen waren…

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.