Categorieën
Politiek

Redacteuren DOXA hangt gevangenisstraf boven het hoofd

Oorspronkelijke tekst (Engels): LeftEast en CPJ

fotografie: Kirill Kudryavtsev

Ongeveer een jaar geleden maakte Wereldbrand melding van de pogingen van de Russische autoriteiten om het kritische studentenblad DOXA de mond te snoeren. Inmiddels zijn vier journalisten van DOXA voorgeleid en hangt hun een forse straf boven het hoofd. In het tumult van de oorlog in Oekraïne dreigt dit nieuws ondergesneeuwd te raken, terwijl het juist zo belangrijk is dat ook in Rusland kritische stemmen te horen blijven.

Van de website van het Comitee to Protect Journalists:

Russische aanklager eist strenge straffen voor redacteuren van studententijdschrift DOXA

De Russische autoriteiten moeten onmiddellijk alle aanklachten tegen vier voormalige redacteuren van het door studenten gerunde tijdschrift DOXA laten vallen en journalisten van onafhankelijke mediakanalen niet langer als buitenlandse agenten aanmerken, aldus het Committee to Protect Journalists (CPJ) woensdag 6 april.

Op 1 april, tijdens een hoorzitting in de districtsrechtbank van Dorogomilovsky in de hoofdstad Moskou, eiste de openbare aanklager twee jaar gevangenisstraf voor de voormalige DOXA-redacteuren, omdat ze minderjarigen bij demonstraties zouden hebben betrokken. De redacteuren – Armen Aramyan, Vladimir Metelkin, Alla Gutnikova en Natalia Tyshkevich – werden in april 2021 aangeklaagd op grond van artikel 151.2 van het wetboek van strafrecht, in verband met een video uit januari 2021 waarin de autoriteiten werd gevraagd te stoppen met het intimideren van studenten tijdens politieke protesten; vervolgens werden ze in huisarrest geplaatst.

Het vonnis in de zaak is gepland voor 12 april.

Na de hoorzitting van 1 april arresteerde de politie Tyshkevich, en een rechtbank veroordeelde haar de volgende dag tot vijftien dagen gevangenisstraf omdat ze in 2017 verboden symbolen zou hebben getoond, aldus DOXA.

Los daarvan heeft het Russische ministerie van Justitie op 1 april nog eens vijf Russische journalisten aangemerkt als zogenoemde ʻmedia foreign agents.ʼ Op 5 april werden de journalisten Jevgeni Kiselyov en Matvei Ganapolsky als eersten opgenomen op een lijst van het ministerie van Justitie van ʻindividuen die als buitenlandse agenten worden bestempeld,ʼ omdat ze zich zouden hebben beziggehouden met politieke activiteiten die door Oekraïne werden gefinancierd.

ʻRusland neemt voortdurend zijn toevlucht tot het gebruik van de arbitraire wet op buitenlandse agenten of tot verzonnen zaken om afwijkende stemmen in het land het zwijgen op te leggen,ʼ zegt Gulnoza Said, CPJʼs programmacoördinator voor Europa en Centraal-Azië, vanuit New York. ʻDe Russische autoriteiten moeten hun vervolging van het studententijdschrift DOXA stoppen en onmiddellijk de willekeurige wet op buitenlandse agenten intrekken.ʼ

Tyshkevich werd na de DOXA-hoorzitting van 1 april aangehouden en ʼs nachts geïnterneerd op het Tverskaya-politiebureau in Moskou. Haar laatste woorden tijdens de hoorzitting omvatten het woord ʻoorlog,ʼ ter verwijzing naar de militaire gevechten in Oekraïne, in plaats van ʻspeciale operatie,ʼ de door de regering goedgekeurde term voor het conflict.

Op 2 april werd Tyshkevich veroordeeld tot vijftien dagen administratieve hechtenis op grond van deel 1 van artikel 20.3 van het administratief wetboek voor ʻhet tonen van verboden symbolenʼ in een sociale mediapost uit 2017 die een Oekraïense drietand bevatte, volgens de politie een symbool van het Oekraïense opstandelingenleger. De advocaat van Tyshkevich, die werd geciteerd in het DOXA-rapport, zegt dat de verjaringstermijn voor deze zaak al in 2018 is verstreken.

Op 27 maart blokkeerde de Russische staatstoezichthouder voor de media, Roskomnadzor, de pagina van DOXA op het Russische sociale netwerk Vkontakte.

De vijf journalisten die zijn aangewezen als ʻmedia foreign agentsʼ zijn de voormalige Dozhd TV-journaliste Maria Borzunova, Mediazona-journaliste Alla Konstantinova, The Bell-oprichtster Elizaveta Osetinskaya, The Bell-hoofdredactrice Irina Malkova, en Murad Muradov, een journalist voor Kavkazsky Uzel (Kaukasische Knoop) in Dagestan.

Personen die op deze lijst staan moeten regelmatig gedetailleerde verslagen indienen over hun activiteiten en uitgaven, en hun status moet worden vermeld telkens wanneer zij inhoud produceren of in nieuwsartikelen worden genoemd, aldus de wet. Niet-naleving van de wet kan leiden tot een gevangenisstraf van twee jaar.

Kiselyov en Ganapolsky, die als eersten aan de lijst van ʻals buitenlandse agenten gelabelde personenʼ werden toegevoegd, zijn twee bekende journalisten die respectievelijk in 2008 en 2014 Rusland verlieten en nu als journalisten in Oekraïne werken, aldus een rapport van Reuters.

Het ministerie creëerde het register eind 2020, maar het bleef tot nu toe leeg. De lijst vermeldt personen die geld ontvangen uit het buitenland, zich bezighouden met ʻpolitieke activiteiten,ʼ of ʻinformatie verzamelen op het gebied van de militaire en technische activiteiten van Rusland,ʼ en vereist dat ze hun status aangeven wanneer ze contact opnemen met staatsagentschappen, aldus het Media Rights Center, een Russische niet-gouvernementele organisatie. Niet-naleving kan leiden tot een gevangenisstraf van vijf jaar.

CPJ e-mailde de persdienst van Roskomnadzor en het Russische ministerie van Justitie voor commentaar, maar kreeg geen antwoord.

Van de website van LeftEast:

Wie zijn DOXA en wat is de zaak tegen hen?

Redactionele noot: LeftEast biedt hier, als onderdeel van een internationale solidariteitscampagne, vier getuigenissen, die allemaal op zeer persoonlijke wijze het verhaal vertellen van DOXA, een studentenblad aan de Hogere Economische School van Moskou, dat al snel de grenzen van zijn oorsprong ontgroeide om de stem van de Russische studenten te worden, en vervolgens een van de belangrijkste oppositionele media in Rusland. Na deze getuigenissen volgt een vertaling van een meer gedetailleerd verslag van de waarlijk kafkaëske rechtszaak die het Russische openbaar ministerie tegen vier DOXA-redacteuren heeft aangespannen.

Wie zijn DOXA: vier getuigenissen

Ella Rossman, doctoraalstudente aan de UCL School of Slavonic and East European Studies en feministisch activiste, en een van de oprichters van deʻAnti-universiteitʼ in Moskou

Op 31 maart en 1 april hield de Dorogomilovski-rechtbank de laatste hoorzittingen in de zaak van de redacteuren van het studentenblad DOXA, Alla Gutnikova, Armen Aramyan, Natasha Tyshkevich en Volodya Metelkin. De vier mensen die in deze zaak zijn aangeklaagd, zijn mijn naaste vrienden, medewerkers en collegaʼs. De belangrijkste gesprekken in mijn leven zijn met hen geweest, of hebben door hun toedoen plaatsgevonden. En ik ken velen die hetzelfde kunnen zeggen, want alle vier zijn het zeer getalenteerde schrijvers, organisatoren en activisten. Ze hadden veel voor anderen kunnen doen, maar in plaats van erkenning te ondervinden, worden ze vandaag vervolgd en staan ze onder huisarrest. Ik ben heel bang voor Alla, Armen, Natasha en Volodya. Ook al is hun zaak duidelijk in duigen gevallen (geen van de vermeende ʻslachtoffersʼ heeft de video gezien waarop de zaak is gebaseerd en lijkt zelfs maar op de hoogte te zijn van het bestaan van DOXA-magazine), toch kunnen ze nog steeds echte straffen krijgen – tot wel drie jaar gevangenisstraf. Een jaar na aanvang krijgt de DOXA-zaak niet meer zo veel aandacht, omdat er bijna geen onafhankelijke media meer over zijn om er verslag van te doen, en veel activisten en voorvechters van de mensenrechten het land hebben verlaten. Maar zwijgen is gevaarlijk, vooral nu het vonnis op het punt staat te worden uitgesproken.

Mikhail Lobanov, universitair hoofddocent aan de Lomonosov Staatsuniversiteit van Moskou, en medevoorzitter van de vakbond ʻUniversitaire Solidariteitʼ

Wat hebben we de laatste weken vooral gemist, nu de wereld op de afgrond lijkt af te stevenen? Naar mijn mening ontberen we in de eerste plaats hoop, en geloof dat een andere wereld mogelijk is. Voor mij persoonlijk is één bron van hoop op dit moment de redactie van DOXA-magazine, dat is voortgekomen uit de studentenmedia.

Ik kende een aantal van de geweldige mensen in de redactie al lang voordat het tijdschrift zelfs maar bestond. Ze studeerden aan de MSU, en samen hebben we een paar keer het universiteitsbestuur zover gekregen dat ze inadequate beslissingen terugdraaiden. DOXA is altijd niet alleen een geweldig tijdschrift geweest, maar ook een activistische omgeving van waaruit ideeën en projecten zich naar verschillende gebieden en richtingen hebben verspreid.

Sinds zijn ontstaan heeft DOXA zoʼn tempo en ritme verkregen dat het door de autoriteiten gevreesd werd. Aanvankelijk probeerden de voormalige directeuren van de Hogere Economische School (Kuzminov en Kasamara) het tijdschrift te beteugelen, maar ze beten hun tanden erop stuk. DOXA werd alleen maar sterker en bekender.

Toen nam het veiligheidsapparaat de zaak over. Bijna een jaar geleden werd na een reeks huiszoekingen een strafzaak gefabriceerd tegen vier redacteuren van DOXA. DOXA hield, als belangrijkste universitaire nieuwsmedium van het land, nauwlettend situaties in de gaten waarbij universiteitsbestuurders studenten intimideerden die deelnamen aan betogingen. Jonge journalisten gebruikten hun publicaties om sommige studenten te helpen zich te verzetten tegen illegale druk en anderen te behoeden voor represailles. Het openbaar ministerie bouwde op basis hiervan een absurde zaak op.

De autoriteiten wilden DOXA de mond snoeren met een strafzaak en een reeks huiszoekingen. Die hadden het tegenovergestelde effect. Het team heeft doorgezet en zich aangepast aan de nieuwe omstandigheden, en is nieuws en artikelen blijven publiceren, ondanks de inspanningen van Roskomnadzor (de Russische federale dienst voor toezicht op de media). Het belicht met name de verontwaardiging en het protest die de acties van het Kremlin in de afgelopen weken in de academische gemeenschap teweeg hebben gebracht. En natuurlijk de reactionaire golf die de bestuurders proberen teweeg te brengen.

Tatiana Levina, fellow aan het Kulturwissenschaftliches Institut Essen (KWI), voorheen docent aan de Hogere Economische School van Moskou

Armen Aramyan, Alla Gutnikova, Vladimir Metelkin en Natalia Tyshkevich zijn heel moedig en slim, en in de paar jaar dat zij bij DOXA werken hebben zij, samen met de andere redactieleden, veel voor de Russische samenleving gedaan. Het belangrijkste doel van DOXA was te vertellen wat er aan de hand is op de moderne Russische universiteiten en hoe de staatsideologie studenten en faculteiten beïnvloedt. Het belangrijkste voor hen was niet alleen de problemen te beschrijven waarmee studenten en faculteiten te maken hebben, maar ook om manieren te vinden om ze op te lossen.

Ik herinner me hoe Doxa tot stand kwam – in 2017 met de publicatie van een studentenenquête over cursussen aan de Hogere Economische School. Tegelijkertijd was ik bezig met mijn eigen vrijwilligersproject – het organiseren van een kinderspeelkamer op de universiteit – en was erg blij dat er parallel daaraan nóg een geweldige activiteit was. Ze hebben altijd gereageerd op de problemen van studenten, vooral diegenen die het zwijgen werd opgelegd binnen de universitaire omgeving. Ze schreven een aantal geweldige stukken over ethiek en intimidatie op universiteiten. Toen de universiteiten snel ideologisch begonnen te worden en uitspraken gingen doen dat ʻuniversiteiten geen plaats zijn voor politiek,ʼ was Doxa een van de eersten om daarop te reageren.

Jan Surman, senior onderzoeker aan het Masaryk Instituut en het archief van de Tsjechische Academie van Wetenschappen, voorheen verbonden aan de Hogere Economische School van Moskou, en een van de oprichters van de ʻAnti-universiteitʼ in Moskou

Toen ik in 2018 in Moskou aankwam, was DOXA nog maar een paar maanden oud. In de drie jaar waarin ik hun activiteiten van nabij kon gadeslaan, ontwikkelden ze zich van een studentenmedium tot een compleet intellectueel instituut. Als belangrijk onderdeel van het studentenleven werden ze van vitaal belang voor de Russische academische sfeer in het algemeen, door het ontwikkelen van onderzoeksjournalistiek met betrekking tot universitaire kwesties, het publiceren van vertalingen van belangrijke geleerden, en het inzamelen van geld voor studenten die beboet waren wegens deelname aan vreedzame protesten. DOXA heeft er mede voor gezorgd dat auteurs als David Graeber populair zijn geworden in Rusland; ook is DOXA de strijd aangegaan met de intimidatie aan de universiteiten, een probleem dat pas sinds kort als een serieus probleem wordt erkend aan een paar universiteiten in Moskou (maar dat aan de meeste universiteiten nog steeds wordt genegeerd). DOXA-zomercursussen, waar activisme en intellectueel debat hand in hand gingen, trokken geleerden en studenten van over de hele wereld aan. Nu, tijdens de oorlog, blijft DOXA een van de weinige media die ondanks de censuur doorgaat met publiceren.

Sinds 2018 is er veel veranderd: veel mensen die het tijdschrift begonnen zijn naar andere projecten verhuisd, en vier redacteuren, Armen, Natasha, Vladimir en Alla, staan onder huisarrest. Misschien is dit eigenlijk wel het meest blijvende effect van DOXA, dat het laat zien dat een studentengemeenschap buiten academische hiërarchieën en onafhankelijk van de administratie en haar middelen kan worden georganiseerd, en zich kan ontwikkelen tot een niet-hiërarchisch rizoom dat blijft werken, zelfs als de hoofdtak inactief is. In Rusland lijkt een dergelijke vernieuwing werkelijk revolutionair.

Armen, Natasha, Vladimir en Alla, die ik tot mijn vreugde mijn vrienden mag noemen, staan al bijna een jaar onder huisarrest, en binnenkort zal de rechter het vonnis uitspreken. We hopen allemaal op de stem van het gezonde verstand in deze krankzinnige tijden – en op een milde straf. Collegaʼs uit de academische gemeenschap, zowel in Rusland als daarbuiten, hebben hen vanaf het begin van hun vervolging gesteund, en we mogen daar nu niet mee ophouden. Zwijgen is een van de belangrijkste wapens van het regime van Poetin en wij moeten onze stem verheffen ter ondersteuning van degenen die dat zwijgen trachten te doorbreken.

De zaak tegen DOXA (vertaling van doxajournal.ru)

Op 14 april 2021 werd een zaak aanhangig gemaakt tegen vier redacteuren van het tijdschrift DOXA. Armen Aramyan, Alla Gutnikova, Volodya Metelkin en Natasha Tyshkevich werden aangeklaagd op grond van artikel 151.2 van het Wetboek van Strafrecht van de Russische Federatie inzake de betrokkenheid van minderjarigen bij handelingen die gevaarlijk zijn voor hun leven.

De basis voor de zaak was een drie minuten durende YouTube-video die de redacteuren hadden opgenomen vóór de eerste winterprotestbijeenkomst van 2021 ter ondersteuning van oppositieleider Alexej Navalny. Daarin werd gezegd dat het illegaal is om studenten van school te sturen en te intimideren omdat ze deelnemen aan betogingen. Enkele dagen later verwijderde de redactie van het tijdschrift de video op verzoek van Roskomnadzor, en diende zij tegelijkertijd een tegenzaak in bij de rechtbank. Niettemin heeft de onderzoekscommissie een strafzaak geopend op grond van een vreemd, relatief nieuw artikel ʻover de betrokkenheid van minderjarigen.ʼ Minderjarigen zouden deze video hebben kunnen bekijken, ʻgeïnspireerd ʼ zijn geraakt, naar de bijeenkomst zijn gegaan en daar het coronavirus hebben opgelopen – dat wil zeggen, schade aan hun gezondheid toegebracht hebben gekregen.

Leonid Volkov, het voormalige hoofd van het netwerk van hoofdkwartieren van Alexej Navalny dat in april 2021 werd gesloten, stond in deze zelfde zaak terecht. Volgens de aanklager hebben de DOXA-journalisten, nadat Volkov een video had gepubliceerd ʻHoe we Navalny uit de gevangenis kunnen krijgen,ʼ te midden van toegenomen activiteit op de sociale netwerken, de intentie ontwikkeld om bovengenoemde oproepen te ondersteunen en hun eigen publicaties te creëren. Later zal de zaak van de DOXA-redacteuren onderwerp zijn van een afzonderlijk onderzoek.

Na zeven huiszoekingen in de ochtend van 14 april werd de DOXA-redacteuren ʻeen verbod op bepaalde handelingenʼ opgelegd, wat niet veel verschilt van huisarrest: zij mogen hun huis slechts twee uur per dag – van acht tot tien uur ʼs ochtends – verlaten (vóór de beroepszaak mochten zij slechts een minuut naar buiten). Hun werd verboden gebruik te maken van internet en communicatiemiddelen, en met elkaar te communiceren. De rechtbank verlengde de beperking maar liefst vier keer. In april 2022 zal het ʻverbod op bepaalde handelingenʼ van Armen, Alla, Volodya en Natasha een jaar oud zijn.

In deze periode hebben de redacteuren de tijd gehad om ex-redacteuren te worden, zijn drie van de vier onder huisarrest getrouwd, heeft de onderzoekscommissie een tweede zaak geopend wegens laster tegen de onderzoeker (deel 2 van artikel 298, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht) tegen Volodya Metelkin, omdat hij had gesproken over de druk en het ongepaste gedrag van zijn onderzoeker Ekaterina Zhizhmanova. De onderzoekers hebben bijna de hele redactie van DOXA ondervraagd, en andere redacteuren zijn getuigen in deze zaak. De DOXA-redacteuren zijn geclassificeerd als politieke gevangenen. Media van over de hele wereld hebben over ons tijdschrift geschreven en zullen dat blijven doen, en een open brief ter ondersteuning van de beklaagden is ondertekend door de filosofen Slavoj Žižek, Etienne Balibar, Judith Butler en enkele honderden andere onderzoekers. Het tijdschrift blijft groeien en spreekt nu niet alleen over de problemen van de universiteit. Het belangrijkste onderwerp is nu de oorlog en de anti-oorlogsbeweging.

Het proces

De ex-redacteuren van het tijdschrift en hun advocaten staan momenteel terecht. Rechter Anastasia Tatarulia hoort de partijen een voor een aan. Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door de openbare aanklager, terwijl de verdediging wordt vertegenwoordigd door de beklaagden en hun advocaten.

Na het begin van de inhoudelijke zittingen in november las de openbare aanklager de tenlastelegging voor en kwalificeerde hij de aanklachten. Armen, Alla, Volodya en Natasha pleitten niet schuldig, zoals zij altijd doen. Vervolgens las de openbare aanklager het bewijs voor met betrekking tot 212 delen van de strafzaak, die vier maanden heeft geduurd – rekening houdend met het uitstel van de zittingen om diverse redenen. De openbare aanklager las hardop de nummers van de delen van de zaak voor, de bladzijden en de namen van de stukken. Daaronder bevonden zich ook verslagen van preventieve gesprekken met schoolkinderen, waarin stond dat het bijwonen van protesten ontoelaatbaar was. Wij begrijpen niet waarom deze papieren in de strafzaak zitten.

Nu presenteren de partijen hun getuigen en ondervragen hen het openbaar ministerie, de verdediging en de rechter stellen om de beurt vragen aan elke getuige. Het openbaar ministerie heeft zestien getuigen gepresenteerd, maar op 21 maart, bij de veertiende getuige, zei de openbare aanklager dat de bewijsvoering voor wat betreft het openbaar ministerie afgelopen was. Geen van de getuigen van het openbaar ministerie had Armen, Alla, Volodya en Natasha eerder gezien of een videoclip van hen gezien. Slechts één getuige zei dat hij over ons tijdschrift had gehoord.

Daarna zal de verdediging haar deskundigen en getuigen presenteren; dat moet in één dag gebeuren. Dit zal waarschijnlijk het einde zijn van de onderzoeksfase. Dan zal de debatfase beginnen.

In de debatfase zullen de aanklager en de verdediging hun definitieve standpunten naar voren brengen, en zal de aanklager om het vonnis vragen. Daarna krijgen de verdachten het laatste woord en wordt de dag van de bekendmaking van het vonnis vastgesteld.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *