Categorieën
Politiek

De NAVO is gevaarlijke oplichterij

Oorspronkelijke tekst (Engels): UnHerd, 1 mei 2026

fotografie: Hurst

door Thomas Fazi

Thomas Fazi is columnist en vertaler bij UnHerd. Zijn jongste boek is The Covid Consensus, dat hij samen met Toby Green heeft geschreven

Trump heeft opnieuw voor onrust gezorgd in Europa. Dit keer kondigde hij aan dat ongeveer vijfduizend Amerikaanse militairen uit Duitsland zullen worden teruggetrokken. De maatregel maakt deel uit van een
besluit van het Amerikaanse ministerie van Defensie dat volgde op een openbaar meningsverschil tussen Trump en de Duitse bondskanselier Friedrich Merz over de oorlog tegen Iran.

De geplande vermindering komt neer op ongeveer veertien procent van de 35.000 tot 36.000 Amerikaanse militairen die momenteel in Duitsland zijn gestationeerd. Naar verwachting zal deze terugtrekking binnen zes tot twaalf maanden worden uitgevoerd, waardoor de Amerikaanse troepenmacht in Duitsland weer ongeveer terugkeert naar het niveau van vóór de Russische invasie van Oekraïne in 2022. Trump liet bovendien doorschemeren dat verdere inkrimpingen mogelijk zijn. Hij presenteerde de maatregel als een vorm van straf voor de kritiek van Merz op het Amerikaanse optreden in de oorlog. Daarbij verwees hij onder meer naar een uitspraak van Merz dat Iran de Verenigde Staten zou hebben ‘vernederd.’

Dit besluit past in een breder offensief dat Trump de afgelopen weken heeft gevoerd tegen Europese bondgenoten binnen de NAVO. Aanleiding zou hun weigering zijn geweest om marineschepen in te zetten ter ondersteuning van operaties rond de Straat van Hormuz. Trump verklaarde daarbij tegenover NAVO-lidstaten dat zij volgens hem moeten leren zichzelf te verdedigen, omdat de Verenigde Staten niet altijd bereid zullen zijn om hen te hulp te schieten. Hij stelde dat de Europese bondgenoten de VS onvoldoende hadden gesteund toen Washington daarom vroeg. Daarnaast heeft Trump gedreigd Amerikaanse troepen terug te trekken uit onder meer Italië en Spanje. Ook heeft hij opnieuw gesuggereerd dat de Verenigde Staten hun lidmaatschap van de NAVO zouden kunnen heroverwegen. Toen hem in een recent interview werd gevraagd of een Amerikaans vertrek uit het bondgenootschap nog steeds denkbaar was, antwoordde Trump dat die mogelijkheid wat hem betreft zeker niet van tafel was.

Tegen deze achtergrond wordt het omvangrijke Duitse herbewapeningsprogramma vaak gepresenteerd als een positieve ontwikkeling: Europa zou eindelijk meer verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen veiligheid en minder afhankelijk worden van de Verenigde Staten. Maar de vraag is of dit verhaal wel klopt. Is de huidige koers werkelijk een stap richting grotere Europese zelfstandigheid? En hoe serieus moeten we de Amerikaanse dreigementen nemen om zich gedeeltelijk of zelfs volledig uit de NAVO terug te trekken? Wie de situatie nader bekijkt, krijgt een heel ander beeld van wat er werkelijk aan de hand is.

Vorige maand presenteerde Duitsland voor het eerst een officiële nationale militaire strategie. Deze werd voorgesteld door minister van Defensie Boris Pistorius. De centrale doelstelling van het plan is om de Bundeswehr tegen 2035 uit te bouwen tot het sterkste conventionele leger van Europa en tegen 2039 tot een technologisch superieure krijgsmacht. Daarmee wil Duitsland zich profileren als de belangrijkste militaire macht van het continent en als de voornaamste veiligheidspartner voor zijn Europese bondgenoten. Om die ambitie te verwezenlijken voorziet de strategie in een omvangrijk herbewapeningsprogramma. Daarin spelen langeafstandswapens, kunstmatige intelligentie, automatisering en autonome systemen een belangrijke rol. Daarnaast wordt gestreefd naar een totale strijdmacht van ongeveer 460.000 militairen, inclusief reservisten. Opvallend is dat de reservemacht nadrukkelijk wordt voorgesteld als een schakel tussen de krijgsmacht en de burgersamenleving. Dat wijst erop dat men een nauwere betrokkenheid van burgers bij de nationale defensie wil creëren en dat militaire paraatheid een bredere maatschappelijke rol moet gaan spelen.

De nieuwe strategie heeft zeer uiteenlopende reacties uitgelokt. Voorstanders zien haar als een langverwachte stap om Duitsland – en in bredere zin heel Europa – minder afhankelijk te maken van de militaire bescherming van de Verenigde Staten, zeker nu Washington steeds vaker de indruk wekt zich gedeeltelijk uit Europa terug te willen trekken. Anderen zien in de herbewapening een verontrustende terugkeer van het Duitse militaire nationalisme, die pijnlijke herinneringen oproept aan de donkerste periodes uit de Europese geschiedenis van de twintigste eeuw. Beide interpretaties slaan echter de plank mis. De herbewapening van Duitsland is niet bedoeld om het land werkelijk militair onafhankelijker of soevereiner te maken, noch in positieve noch in negatieve zin. Het doel is eerder om Duitsland een grotere rol toe te kennen binnen de bestaande veiligheidsstructuur van de NAVO, die nog altijd sterk door de Verenigde Staten wordt aangestuurd. In deze zin moet ook het publieke conflict tussen Trump en Merz worden gezien als politiek theater dat weinig verandert aan de onderliggende machtsverhoudingen.

Het strategiedocument maakt dit duidelijk. Een van de sleutelzinnen luidt: ‘De NAVO moet Europeser worden om transatlantisch te blijven.’ Daaruit blijkt dat de rol van Duitsland niet alleen wordt gezien als die van een militaire frontstaat. Duitsland moet vooral fungeren als het logistieke en strategische hart van de NAVO: het knooppunt dat Oost-, Midden- en West-Europa met elkaar verbindt en tegelijkertijd de transatlantische band met de Verenigde Staten en Canada in stand houdt. Met andere woorden: de Duitse herbewapening is niet bedoeld om Europa los te maken van de Amerikaanse invloed, maar juist om de bestaande transatlantische veiligheidsorde te versterken en te bestendigen. Om een beroemde gedachte uit de roman De luipaard te parafraseren: alles moet veranderen, zodat alles hetzelfde kan blijven.

Dit werd expliciet verwoord in een recent bericht op X van Elbridge Colby, de Amerikaanse onderminister van Defensie voor Beleid. Colby verwelkomde de nieuwe Duitse militaire strategie en zag daarin een bevestiging van Trumps druk op de Europese bondgenoten om hun defensie te versterken. Volgens hem is dit een stap in de richting van wat hij ‘NAVO 3.0’ noemt. Zijn belangrijkste punt is dat Europa, onder leiding van Duitsland, de afspraken van Den Haag nu moet omzetten in concrete militaire capaciteit. Daarbij hebben de Europese landen zich verbonden aan een ongekend hoge verhoging van hun defensie-uitgaven, met als doel in 2035 vijf procent van hun bbp aan defensie te besteden. Colby citeerde instemmend NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte: ‘Luchtverdedigingssystemen, drones, munitie, radars, ruimtevaartcapaciteiten – dat is wat ons veilig zal houden.’ Wat Duitsland betreft, presenteerde Colby de nieuwe militaire strategie als bewijs dat Berlijn na ‘jaren van ontwapening’ eindelijk meer verantwoordelijkheid neemt. Hij voegde eraan toe dat het inmiddels omgedoopte Amerikaanse Ministerie van Oorlog al nauw met Duitsland samenwerkt om deze omslag te versnellen.

De strategie zelf erkent, zoals Colby aanhaalde, dat Washington ‘zijn strategische aandacht steeds meer verlegt naar het westelijk halfrond en de Indo-Pacific.’ Daarom wordt van de bondgenoten verwacht dat zij ‘meer inspanningen leveren om hun eigen veiligheid te waarborgen.’ In dat kader moet Duitsland ‘een nog sterkere militaire bondgenoot van de Verenigde Staten’ worden, juist omdat de VS hun aandacht en militaire middelen steeds meer naar andere delen van de wereld verleggen.

Dit is in feite een herformulering van de ‘taakverdeling’ die de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth aan het begin van de regering-Trump aankondigde. Hij maakte duidelijk dat de Verenigde Staten hun aandacht op andere delen van de wereld wilden richten – inmiddels weten we dat daarmee Iran en uiteindelijk China werden bedoeld. Europa zou daarom meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor ‘zijn eigen veiligheid.’ In de praktijk betekende dit dat Europa via Oekraïne de druk op Rusland moest blijven opvoeren. Europa heeft aan die oproep gehoor gegeven. Het verhoogde zijn defensie-uitgaven en voerde zijn steun aan Kyiv verder op, onder meer met de onlangs goedgekeurde lening van negentig miljard euro. Wat we nu zien, is de logische voortzetting van die koers: Europa neemt steeds meer van de financiële lasten op zich voor de voortzetting van de proxy-oorlog tegen Rusland.

Kortom, de Verenigde Staten ‘trekken zich niet terug uit Europa.’ Ze eisen vooral dat Europa meer bijdraagt aan de NAVO, terwijl de VS zelf stevig verankerd blijven in de commandostructuur van het bondgenootschap. Anders gezegd: Europa moet meer betalen voor zijn eigen ondergeschikte positie.

Dit vraagt om een herwaardering van Trumps bredere strategie tegenover Rusland. Hoewel hij regelmatig wordt beschuldigd van het ‘paaien van Poetin’ – waarbij critici wijzen op het stopzetten van de Amerikaanse financiering van Oekraïne en zijn mislukte pogingen om een vredesakkoord tot stand te brengen – is de werkelijkheid ingewikkelder. Washington probeert Europa al langere tijd ertoe te bewegen zijn afhankelijkheid van Russisch gas te beëindigen en over te stappen op Amerikaans lng. De oorlog in Oekraïne heeft de Verenigde Staten in staat gesteld precies dat te bereiken. Dat roept zelfs de vraag op of de jarenlange Amerikaanse strategie in Oekraïne – van de steun aan de omverwerping van de democratisch gekozen Oekraïense regering in 2014 tot het steeds verder binnen de informele invloedssfeer van de NAVO brengen van het land – er niet juist op gericht was Rusland tot een oorlog te provoceren. Ook de aanslag op de Nord Stream-pijpleiding moet in het licht van die strategie worden bezien. Dit beeld wordt nog versterkt door de meest recente Amerikaanse Nationale Veiligheidsstrategie, die in november 2025 verscheen. Daarin wordt ‘Amerikaanse energiedominantie’ op het gebied van olie, gas, steenkool en kernenergie als een van de belangrijkste prioriteiten aangemerkt. De uitbreiding van de Amerikaanse energie-export wordt daarbij expliciet gepresenteerd als een middel om ‘macht uit te oefenen.’

Deze logica werpt niet alleen een ander licht op de Amerikaanse militaire campagnes tegen Venezuela en Iran, maar ook op de redenen waarom Washington er belang bij zou hebben de proxy-oorlog voort te zetten: Europa blijft daardoor afhankelijk van Amerikaanse energie en afgesneden van Russische energieleveranties. Vanuit die redenering ligt de conclusie voor de hand dat de Verenigde Staten nooit werkelijk van plan waren vrede met Rusland te sluiten. Het verschil is dat de oorlog tegenwoordig niet langer alleen via Oekraïne wordt gevoerd, maar in toenemende mate via Europa zelf.

In dit licht maken de schijnbare Amerikaanse ‘dreigementen’ om uit de NAVO te stappen en de grootschalige herbewapening die de Europese politieke elite, vooral in Duitsland, nastreeft, deel uit van dezelfde strategie: Europa ondergeschikt houden aan de geopolitieke belangen van de Verenigde Staten. De nieuwe Duitse militaire strategie komt er op neer dat Berlijn de rol op zich neemt die Washington voor Duitsland heeft uitgestippeld: weerstand bieden aan Rusland, terwijl de Verenigde Staten zich concentreren op de Indo-Pacific en het westelijk halfrond. Dit heeft niets te maken met nationalisme, ook niet in militaire zin. Het is juist het tegenovergestelde: een transnationale elite die de fundamentele belangen van Duitsland en Europa ondermijnt.

In dit verband moet Duitsland worden gezien als de spil van een nieuwe, sterker op Europa gerichte kern binnen de NAVO, bestaande uit Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Oekraïne, ook al is dat laatste land formeel geen lid van het bondgenootschap. Ook deze ontwikkeling past in een Amerikaanse strategie die al veel langer bestaat. In zijn boek The Grand Chessboard uit 1997 voorzag de invloedrijke Pools-Amerikaanse diplomaat Zbigniew Brzezinski dat ‘de politieke samenwerking tussen Frankrijk, Duitsland, Polen en Oekraïne zou kunnen uitgroeien tot een partnerschap dat de strategische positie van Europa versterkt.’ Hij voegde daaraan toe dat ‘het belangrijkste geopolitieke doel van Amerika in Europa eenvoudig kan worden samengevat: het verstevigen van de Amerikaanse machtspositie op het Euraziatische continent door middel van een hechter en volwaardiger transatlantisch partnerschap.’

Dit zou iedere resterende illusie moeten wegnemen dat de huidige ontwikkelingen Duitsland of Europa dichter bij strategische zelfstandigheid brengen. Het is geen toeval dat de nieuwe Duitse militaire strategie Rusland bestempelt als ‘de ernstigste en meest directe bedreiging’ voor de Europese veiligheid. Die opvatting past binnen een breder Europees discours waarin steeds nadrukkelijker wordt gewaarschuwd voor een onvermijdelijke oorlog met Rusland in de komende jaren. Op het eerste gezicht lijkt deze uitgesproken anti-Russische houding misschien voort te komen uit een zelfstandige Europese koers, die bovendien afwijkt van het standpunt dat Washington publiekelijk inneemt. Maar die tegenstelling is grotendeels schijn. De Europese politieke en militaire elite, die sterk op de transatlantische samenwerking is gericht, heeft de strategische prioriteiten van de Verenigde Staten zozeer overgenomen dat zij deze inmiddels als haar eigen belangen beschouwt. Bovendien laat de commandostructuur van de NAVO weinig twijfel bestaan over waar de uiteindelijke macht en zeggenschap liggen.

De feitelijke militaire leiding over de proxy-oorlog tegen Rusland blijft stevig in Amerikaanse en Britse handen. Centraal staat het Supreme Headquarters Allied Powers Europe (SHAPE), het militaire hoofdkwartier van de NAVO in het Belgische Bergen (Mons), waar politieke besluiten worden omgezet in militaire doelstellingen en operaties. Aan het hoofd staat de Supreme Allied Commander Europe (SACEUR), een functie die altijd wordt vervuld door een Amerikaanse generaal, die tegelijkertijd het bevel voert over de Amerikaanse strijdkrachten in Europa (US European Command). Hij wordt bijgestaan door een Britse plaatsvervanger. Een Duitse generaal is als stafchef verantwoordelijk voor de coördinatie van het stafwerk, maar de belangrijkste beslissingen worden nog altijd genomen door de Amerikaanse en Britse militaire leiding.

Onder SHAPE is de operationele bevelvoering van de NAVO verdeeld over twee structuren. De eerste bestaat uit drie Joint Force Commands (JFC’s), die verantwoordelijk zijn voor de leiding over grootschalige militaire operaties. De tweede omvat drie gespecialiseerde commando’s, de zogeheten Component Commands, voor de luchtmacht (Ramstein, Duitsland), de landstrijdkrachten (Izmir, Turkije) en de zeestrijdkrachten (Northwood, Verenigd Koninkrijk). Het maritieme commando, MARCOM, stond van oudsher onder Britse leiding, maar is onlangs overgenomen door de Verenigde Staten. Daarmee staan alle drie de gespecialiseerde commando’s onder Amerikaans bevel. Dat betekent een belangrijke consolidatie, die tot nu toe nauwelijks aandacht heeft gekregen. Ook wanneer een Europese officier de leiding heeft over een Joint Force Command, blijft de algemene strategische koers in Amerikaanse handen. Zo is het commando over JFC Napels onlangs overgedragen van een Amerikaanse aan een Italiaanse commandant. Maar dat verandert weinig aan de feitelijke machtsverhoudingen: de JFC-commandanten voeren de militaire doelstellingen uit die door SHAPE worden vastgesteld.

Twee andere structurele afhankelijkheden versterken de Amerikaanse overheersende positie binnen de NAVO. De eerste betreft het zogeheten C4ISR-systeem, een afkorting van Command, Control, Communications, Computers, Intelligence, Surveillance and Reconnaissance. Het gaat om de systemen voor bevelvoering, communicatie, informatieverwerking, inlichtingen, bewaking en verkenning die moderne militaire operaties mogelijk maken. De Europese NAVO-landen zijn voor het verzamelen van actuele inlichtingen, het volgen van vijandelijke bewegingen en het bepalen van militaire doelen vrijwel volledig afhankelijk van Amerikaanse satellieten, vliegtuigen en maritieme systemen. Deze voorzieningen vormen samen de ruggengraat van de militaire slagkracht van de NAVO. Zelfs The Wall Street Journal heeft erkend dat Oekraïne zijn aanvallen diep op Russisch grondgebied, waaronder recente aanvallen op olieproductie-installaties, niet had kunnen uitvoeren zonder Amerikaanse inlichtingen en satellietcapaciteiten.

De tweede afhankelijkheid krijgt in het publieke debat veel minder aandacht, maar heeft mogelijk nog grotere gevolgen. Op vrijwel alle niveaus van de NAVO-commandostructuur zijn Amerikaanse stafofficieren werkzaam. Daardoor heeft Washington een diepgewortelde invloed op de interne besluitvorming en de dagelijkse gang van zaken binnen het bondgenootschap. Die invloed verdwijnt niet zomaar wanneer een commandopost voortaan door een Europese officier wordt bekleed.

Dit alles zou duidelijk moeten maken hoe nauw de Verenigde Staten betrokken zijn bij de oorlog in Oekraïne. Ook maakt het weinig aannemelijk dat Washington werkelijk van plan is de NAVO te verlaten en zich militair uit Europa terug te trekken. Naast hun invloed op de commandostructuur beschikken de Verenigde Staten over talrijke militaire bases en installaties verspreid over Europa. Sommige maken deel uit van de NAVO, andere staan volledig onder Amerikaans bevel. Al deze voorzieningen spelen een essentiële rol bij het vermogen van de VS om wereldwijd militaire operaties uit te voeren. Een belangrijk voorbeeld is de luchtmachtbasis Ramstein in Duitsland, waar ongeveer zestienduizend Amerikaanse militairen zijn gestationeerd. Deze basis vormt een centraal knooppunt voor de aansturing van Amerikaanse droneoperaties wereldwijd en voor de coördinatie van luchtmachtoperaties in Europa, Afrika en het Midden-Oosten.

Een recent onderzoek van The Wall Street Journal bevestigt dit beeld. Daaruit blijkt dat Amerikaanse militaire bases verspreid over Europa een essentiële rol hebben gespeeld in de Amerikaanse oorlog tegen Iran, ondanks de openlijke bezwaren van Europese leiders. Zoals de krant het formuleerde: ‘Europa blijft de uitvalsbasis van waaruit de Verenigde Staten hun militaire macht wereldwijd kunnen inzetten.’ Zelfs NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte omschreef het bondgenootschap onlangs als een ‘platform van waaruit de Verenigde Staten hun macht kunnen uitoefenen.’

Een ander belangrijk aspect is wat analisten de ‘verborgen dividenden’ van de NAVO noemen: de lucratieve contracten en bestellingen die het bondgenootschap oplevert voor de Amerikaanse defensie-industrie. Binnen de NAVO bestaat een stelsel van ongeveer 1.300 afspraken tussen de 32 lidstaten over de technische eisen waaraan wapens en militair materieel moeten voldoen. Die afspraken regelen de kleinste details, van het kaliber van munitie tot de afmetingen van brandstoftanks. Deze standaarden zijn oorspronkelijk onder Amerikaanse druk ingevoerd en bevoordelen vooral de Amerikaanse wapenindustrie.

De herbewapening van Duitsland en de rest van Europa, binnen een NAVO die zogenaamd steeds ‘Europeser’ wordt, vergroot de Europese zelfstandigheid dus niet. Integendeel, zij ondermijnt die juist verder. Europa raakt hierdoor niet alleen steeds nauwer betrokken bij de roekeloze militaire avonturen van Washington, zoals de oorlog tegen Iran laat zien. Nog zorgwekkender is dat deze ontwikkeling het continent steeds dichter bij een mogelijk catastrofale confrontatie met Rusland brengt. Moskou volgt deze ontwikkelingen nauwlettend en stemt zijn eigen beleid daarop af. In een recente toespraak verklaarde de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, onomwonden: ‘Er is openlijk de oorlog aan ons verklaard. Het regime in Kyiv wordt daarbij als speerpunt gebruikt. Maar iedereen begrijpt dat die speerpunt niets kan uitrichten zonder westerse wapenleveranties, inlichtingen, satellietsystemen, militaire training en allerlei andere vormen van steun.’ Lavrov voegde daaraan toe dat westerse leiders hun bevolking doelbewust voorbereiden op een oorlog met Rusland. Oekraïne zou daarbij worden gebruikt om tijd te winnen. Hij benadrukte dat Moskou deze dreiging uiterst serieus neemt. De gevaren van de koers die we momenteel volgen, kunnen dan ook nauwelijks worden overschat.

Tot slot is nog een belangrijke kanttekening op zijn plaats. De Franse historicus Emmanuel Todd heeft betoogd dat veel van wat tegenwoordig in het Westen, van Duitsland tot Japan, als nationalisme wordt gepresenteerd, in werkelijkheid een vorm van ‘denkbeeldig nationalisme’ is. Landen doen alsof ze een zelfstandige nationale koers varen, terwijl ze in feite ondergeschikt blijven aan de Verenigde Staten. Todd stelt daar het ‘echte nationalisme’ tegenover: een politiek die daadwerkelijk gericht is op nationale soevereiniteit en onafhankelijkheid, maar die tegenwoordig grotendeels ontbreekt. Zoals hier is betoogd, behoort het nieuwe Duitse militarisme duidelijk tot de eerste categorie. Dat betekent echter niet dat een werkelijk Duits nationalisme, met de bijbehorende ambities om een overheersende positie op het Europese continent te verwerven, niet opnieuw zou kunnen opkomen. De militarisering van de Duitse samenleving en de toenemende vijandigheid tegenover Rusland zijn immers reële ontwikkelingen die steeds verder doorzetten. Bovendien bestaat er een historisch precedent. Een eeuw geleden gedoogde de Britse en Amerikaanse machtselite de Duitse herbewapening onder de nazi’s, omdat zij nazi-Duitsland beschouwde als een mogelijk bolwerk tegen de Sovjet-Unie. Uiteindelijk verloor zij echter de controle over de militaire macht die zij had laten groeien, met rampzalige gevolgen. De politieke en maatschappelijke omstandigheden in Duitsland zijn vandaag de dag uiteraard heel anders. Men kan bovendien betogen, en hopen, dat een werkelijk onafhankelijk Duits nationalisme juist zou erkennen dat de fundamentele belangen van Duitsland gebaat zijn bij vrede, niet bij oorlog. Toch zijn de historische parallellen moeilijk te negeren.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *