Oorspronkelijke tekst (Engels): X

door Alex Karp en Nicholas W. Zamiska
Fragmenten uit de #1 New York Times-bestseller The Technological Republic: Hard Power, Soft Belief, and the Future of the West, door Alexander C. Karp & Nicholas W. Zamiska:
Omdat we deze vraag vaak krijgen. De Technologische Republiek, in het kort.
1. Silicon Valley heeft een morele verantwoordelijkheid tegenover het land dat zijn groei mogelijk heeft gemaakt. De technische elite die daar werkt, heeft de plicht om bij te dragen aan de verdediging van de natie.
2. We moeten ons verzetten tegen de tirannie van de apps. Is de iPhone echt onze grootste creatieve prestatie, misschien zelfs het hoogtepunt van onze beschaving? Het apparaat heeft ons leven ingrijpend veranderd, maar dreigt nu ook ons beeld van wat mogelijk is te verkleinen en te beperken.
3. Gratis e-mail is niet voldoende. De decadentie van een cultuur of beschaving – en vooral die van de elite – wordt alleen geaccepteerd als diezelfde cultuur in staat is om economische groei en veiligheid voor de samenleving te bieden.
4. De grenzen van soft power – van mooie woorden en overtuigende retoriek alleen – zijn duidelijk geworden. Het succes van vrije en democratische samenlevingen hangt af van meer dan alleen morele overtuigingskracht. Er is ook harde macht nodig, en in deze eeuw zal die in belangrijke mate gebaseerd zijn op software.
5. De vraag is niet óf er AI-wapens worden ontwikkeld, maar door wie en met welk doel voor ogen. Onze tegenstanders zullen zich niet laten tegenhouden door eindeloze, theatrale discussies over de voor- en nadelen van dergelijke technologie. Zij zullen gewoon doorgaan.
6. Nationale dienstplicht zou voor iedereen moeten gelden. Als samenleving zouden we serieus moeten overwegen om af te stappen van een volledig vrijwillig leger en alleen oorlog te voeren als iedereen de risico’s en kosten deelt.
7. Als een Amerikaanse marinier vraagt om een beter geweer, dan moeten we dat maken – en hetzelfde geldt voor software. Als land moeten we het debat kunnen blijven voeren over wanneer militair ingrijpen in het buitenland wel of niet gerechtvaardigd is, terwijl we tegelijk onvoorwaardelijk achter de mensen staan die we vragen om hun leven op het spel te zetten.
8. Ambtenaren hoeven niet onze priesters te zijn. Elk bedrijf dat zijn medewerkers zou belonen zoals de federale overheid dat doet, zou waarschijnlijk moeite hebben om te overleven.
9. We moeten meer begrip en mildheid tonen tegenover mensen die zich inzetten voor het publieke leven. Als we geen ruimte meer laten voor fouten, vergeving en de complexiteit van menselijk gedrag, lopen we het risico dat er uiteindelijk leiders overblijven waar we juist spijt van krijgen.
10. De psychologisering van de moderne politiek leidt ons op een dwaalspoor. Degenen die naar de politieke arena kijken om hun ziel en zelfbeeld te voeden, die te zwaar leunen op hun innerlijke leven dat tot uiting komt in mensen die ze misschien nooit zullen ontmoeten, zullen teleurgesteld achterblijven.
11. Onze samenleving is te gretig geworden om de ondergang van haar vijanden te bespoedigen, en is daar vaak opgetogen over. Het verslaan van een tegenstander is een moment om even stil te staan, niet om te juichen.
12. Het atoomtijdperk loopt ten einde. Een tijdperk van afschrikking, het atoomtijdperk, loopt ten einde, en een nieuw tijdperk van afschrikking, gebaseerd op kunstmatige intelligentie, staat op het punt te beginnen.
13. Geen enkel ander land in de wereldgeschiedenis heeft progressieve waarden zo sterk bevorderd als dit land. De Verenigde Staten zijn zeker niet perfect. Toch wordt vaak vergeten hoeveel kansen er daar zijn voor mensen zonder afkomst uit een elite, vergeleken met veel andere landen.
14. De Amerikaanse macht heeft bijgedragen aan een uitzonderlijk lange periode van relatieve vrede. Veel mensen zijn vergeten – of nemen als vanzelfsprekend aan – dat er bijna een eeuw geen directe oorlog is geweest tussen grote wereldmachten. Minstens drie generaties – miljarden mensen, hun kinderen en inmiddels hun kleinkinderen – hebben nooit een wereldoorlog meegemaakt.
15. De naoorlogse castratie van Duitsland en Japan moet herzien worden. De ontwapening van Duitsland was een te sterke correctie, waar Europa nu een zware prijs voor betaalt. Een vergelijkbare toewijding aan pacifisme in Japan zou – als dat zo blijft – ook het machtsevenwicht in Azië kunnen verstoren.
16. We zouden mensen moeten waarderen die proberen iets op te bouwen waar de markt tekortschiet. De cultuur lijkt vaak wat meewarig te doen over bijvoorbeeld de interesse van Elon Musk in een groter verhaal of visie. Alsof miljardairs zich alleen maar zouden moeten bezighouden met hun eigen rijkdom. Elke oprechte nieuwsgierigheid naar de waarde van wat hij heeft gecreëerd wordt dan snel weggewuifd, of bekeken nauwelijks verhulde minachting.
17. Silicon Valley zou een actieve rol moeten spelen bij het aanpakken van geweldsmisdrijven. In de Verenigde Staten lijken veel politici het probleem grotendeels te laten liggen. Serieuze pogingen om het aan te pakken – en daarbij risico’s te nemen richting kiezers of donateurs – blijven vaak uit, terwijl er juist dringend behoefte is aan nieuwe oplossingen en experimenten om levens te redden.
18. De voortdurende en vaak meedogenloze aandacht voor het privéleven van publieke figuren jaagt veel talent weg uit de overheidsdienst. De publieke arena is zo hard en oppervlakkig geworden – met kleinzielige aanvallen op mensen die iets anders proberen te doen dan zichzelf verrijken – dat er uiteindelijk vooral leiders overblijven die weinig te bieden hebben. Hun ambitie zou nog te begrijpen zijn, als er tenminste een oprechte overtuiging achter zat.
19. De voorzichtigheid die we in het openbare leven – vaak onbewust – aanmoedigen, is schadelijk. Mensen die bang zijn om iets verkeerds te zeggen, zeggen uiteindelijk vaak helemaal niets.
20. De wijdverbreide afkeer van religieuze overtuigingen in sommige kringen moet worden bestreden. De intolerantie van bepaalde elites tegenover religie is misschien wel een duidelijk teken dat hun politieke project minder open en pluralistisch is dan ze zelf beweren.
21. Sommige culturen hebben belangrijke vooruitgang geboekt, terwijl andere minder goed functioneren of zelfs achteruitgaan. Tegelijk is het idee ontstaan dat alle culturen per definitie gelijk zijn en dat kritiek of waardeoordelen niet meer toegestaan zijn. Maar dat standpunt gaat voorbij aan het feit dat sommige culturen – en zelfs subculturen – grote prestaties hebben geleverd. Andere culturen zijn middelmatig gebleken, en erger nog, regressief en schadelijk.
22. We moeten oppassen voor de verleiding van een leeg en oppervlakkig pluralisme. In Amerika – en breder in het hele Westen – hebben we ons de afgelopen vijftig jaar vaak terughoudend opgesteld als het gaat om het benoemen van een nationale cultuur, uit naam van inclusiviteit. Maar dan blijft de vraag: inclusie in wat precies?
Vertaling: Menno Grootveld
