Categorieën
Economie Gezondheid Politiek

Tsjernobyl en de prijs van nucleaire overmoed

Oorspronkelijke tekst (Engels): Engelsberg Ideas, 22 april 2026

fotografie: Globalnuclearenvironment.org

door Paul Josephson

Paul R. Josephson is een vooraanstaand historicus op het gebied van wetenschap, technologie en de Sovjetgeschiedenis. Hij is hoogleraar geschiedenis aan het Colby College in de Verenigde Staten en heeft vijftien boeken op zijn naam staan, waaronder ‘Would Trotsky Wear a Bluetooth? Technological Utopianism Under Socialism’ (2007).

Voorstanders van een nucleaire ‘renaissance’ zouden de gruwelijke mislukkingen van de Sovjet-Unie niet mogen vergeten

Veertig jaar geleden, eind april 1986, stonden de kranten vol met verontrustende berichten uit Oekraïne. De explosie vlak na middernacht in reactor 4 van de kerncentrale van Tsjernobyl veranderde het leven van de nietsvermoedende inwoners van Pripjat in een nachtmerrie van radioactieve besmetting. Op zaterdagochtend gingen de bewoners nog gewoon door met hun dagelijkse leven. Kinderen speelden buiten, er vonden in de omgeving zestien bruiloften plaats en vissers gooiden hun netten uit in de rivier die als koelwater voor de centrale diende. Niemand wist wat er werkelijk was gebeurd. De brandweerlieden die als eersten ter plaatse kwamen, handelden moedig, maar waren totaal niet voorbereid op de situatie. Ze moesten brandend grafiet en splijtstofstaven die uit de reactor waren geslingerd blussen – extreem radioactief materiaal. Op één na stierven zij later aan de gevolgen van de straling. Pas 36 uur later besloten de autoriteiten om de ongeveer vijftigduizend inwoners van Pripjat te evacueren, de stad die op slechts drie kilometer van de reactor was gebouwd. Ongelooflijk genoeg moesten schoolkinderen enkele dagen later nog deelnemen aan de jaarlijkse 1 mei-parade in Kyiv, terwijl er nog radioactieve deeltjes door de lucht zweefden.

De oorzaken van het ongeluk waren al duidelijk, zoals ik destijds schreef in een commentaar in de Boston Globe. Het ging om meerdere factoren: reactoren die zonder beschermende insluiting waren gebouwd, een ontwerp dat bij laag vermogen instabiel en zelfs explosief kon worden, en het vroegtijdig standaardiseren van onderdelen om kosten te besparen. Daar kwam nog bij dat men te veel vertrouwde op de betrouwbaarheid van technologie, iets wat pijnlijk zichtbaar werd in het idee om een complex met brandbaar grafiet, uranium en plutonium een ‘nucleair park’ te noemen. Michail Gorbatsjov stelde later dat de ramp in Tsjernobyl uiteindelijk heeft bijgedragen aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Hoewel hij zijn hervormingen van glasnost en perestrojka had aangekondigd, duurde het achttien dagen voordat hij zich publiekelijk tot de bevolking richtte over het ongeluk.

De ramp in Tsjernobyl leidde tot nieuwe categorieën van ‘radioactieve mensen.’ Ongeveer zevenhonderdduizend zogenoemde ‘liquidators’ werden ingezet om de gevolgen van de ramp te beperken. Zij sloopten besmette gebouwen, kapten bossen en verwijderden met bulldozers vervuilde grond en materialen. Sommigen, de zogenoemde ‘biorobots’, werkten in shifts van slechts één minuut op het dak van een aangrenzende reactor. Daar schepten ze brokstukken van uraniumbrandstof en rokend grafiet in het gapende gat eronder. Om de straling in te dammen, werd de beschadigde reactor afgedekt met een betonnen ‘sarcofaag.’ In 2017 werd daar een tweede, grotere beschermlaag overheen geplaatst. Tijdens de Russische invasie van Oekraïne in 2022 werd het gebied rond Tsjernobyl korte tijd bezet, waarbij opnieuw radioactief stof vrijkwam. Recent is ook de tweede afdekking beschadigd door droneaanvallen, zodat deze moet worden gerepareerd. Daarnaast is de kerncentrale van Zaporizja beschoten en bezet, waardoor deze is veranderd in een vuile atoombom die op ontploffen staat.

Nucleaire rampen vernietigen ecosystemen. In de Verboden Zone rond Tsjernobyl – een gebied van ongeveer 2.600 vierkante kilometer – stuurden de autoriteiten soldaten eropuit om huisdieren, vee en wilde dieren op te sporen, af te schieten en te begraven. Zo wilden ze voorkomen dat radioactieve deeltjes via hun vacht naar andere gebieden zouden worden verspreid. Een groot deel van de regio zal nog eeuwenlang radioactief blijven. Slechts enkele grote zoogdieren hebben zich in aantal hersteld. Uiteindelijk leidde de ramp naar schatting tot vijfduizend tot vijftigduizend extra sterfgevallen door kanker, naast talloze gevallen van leukemie en schildklierkanker bij kinderen. In totaal raakte minstens honderdvijftigduizend vierkante kilometer land besmet, een gebied ter grootte van een Amerikaanse staat als Illinois of Georgia.

Wat leert Tsjernobyl ons over de toekomst van kernenergie? De ramp liet op explosieve wijze zien dat veel beloften van het nucleaire tijdperk waarschijnlijk nooit volledig zullen worden waargemaakt: volledig veilige reactoren, voertuigen en medische toepassingen op kernenergie, een einde aan conflicten over olie en gas, en energie die zo goedkoop is dat meten nauwelijks nodig is. Toch ging de sector door, vaak met te weinig aandacht voor de risico’s van grote ongelukken en voor de groeiende hoeveelheid radioactief afval. Wereldwijd zijn er ongeveer vierhonderdvijftig kernreactoren in gebruik en nog eens zo’n vijftig in aanbouw. Daarnaast ligt er meer dan vierhonderdduizend ton gebruikte splijtstof opgeslagen in koelbassins en betonnen containers, in afwachting van een definitieve oplossing. Jaarlijks komt daar nog eens zo’n elfduizend ton bij. Dit materiaal brengt risico’s met zich mee, bijvoorbeeld bij mogelijke sabotage of ongelukken. Alleen al in de Verboden Zobe van Tsjernobyl liggen duizenden gebruikte splijtstofelementen, grote hoeveelheden splijtstof in de sarcofaag en miljoenen liters ander radioactief afval.

De wereldwijde saneringskosten van de militaire en civiele nucleaire sector lopen inmiddels in de biljoenen dollars. Alleen al het beperken van de gevolgen van de ramp in Tsjernobyl wordt geschat op zo’n zevenhonderd miljard dollar, en dat bedrag blijft stijgen, onder meer door verlaten landbouwgrond en stilgevallen industrie. Ook de ramp in Fukushima in Japan in 2011 had enorme gevolgen. Die ramp kon ontstaan doordat een kerncentrale was gebouwd op slechts vijfhonderd meter van de Stille Oceaan, in een gebied waar aardbevingen voorkomen. Een tsunami overspoelde de centrale, wat leidde tot kernsmeltingen, evacuaties en zware schade aan de visserij. De totale kosten – als gevolg van de sanering, verloren inkomsten, schade aan eigendommen en vervangende energie – zijn inmiddels opgelopen tot ongeveer vijfhonderd miljard dollar. Ondertussen loost Fukushima nog steeds radioactief tritium uit de sanering in de Stille Oceaan.

De nucleaire industrieën in China, Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten stellen dat er een nieuwe ‘renaissance’ van kernenergie ophanden is. Terwijl de rampen in Tsjernobyl en Fukushima zijn begraven in afgesloten gebieden, presenteren zij optimistische plannen. Ze spreken over zogenoemde Small Modular Reactors (SMR’s) die van nature veilig zouden zijn, snel gebouwd kunnen worden en CO₂-vrije elektriciteit leveren. Ook zouden ze een oplossing bieden voor de snel groeiende vraag naar energie. Tegelijkertijd zijn deze plannen sterk afhankelijk van miljarden aan overheidssubsidies. In de Verenigde Staten heeft de regering van Donald Trump het overheidstoezicht op de veiligheid van kerncentrales versoepeld om de bouw te versnellen.

En zo blijven dezelfde vragen uit 1986 nog altijd bestaan: waar moeten nieuwe kerncentrales komen? Wie gaat ze betalen? En wat gaan ze uiteindelijk kosten? Zijn zogenoemde Small Modular Reactors (SMR’s) echt veiliger en goedkoper dan de ongeveer vierhonderdvijftig reactoren die nu wereldwijd in gebruik zijn? Tot nu toe zijn er namelijk pas twee gebouwd, terwijl andere projecten al zijn stopgezet omdat de kostenramingen verdrievoudigden nog vóór de bouw begon. Er zijn ook zorgen over de gevolgen voor de gezondheid. Zo wees recent onderzoek in Plymouth, Massachusetts op een mogelijk verhoogd risico op kanker in de buurt van kerncentrales. En misschien wel de belangrijkste vraag: hoe groot is de kans dat er opnieuw een ernstig nucleair ongeluk plaatsvindt?

Kortom, de kernenergie-industrie wordt vaak gekenmerkt door overmoed. De bouw van één reactor kan inmiddels zo’n twintig miljard dollar kosten, radioactief afval blijft kwetsbaar voor bijvoorbeeld sabotage, en de opruiming van oude installaties loopt vaak tientallen jaren en enorme bedragen achter. Een ongeluk bij een wind- of zonnepark zal waarschijnlijk nooit zo’n blijvende naam krijgen, maar Tsjernobyl zal nog lange tijd symbool blijven staan voor wat er mis kan gaan met technologie.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *