Categorieën
Economie Politiek

Leven we onder het ‘technofeodalisme’?


Oorspronkelijke tekst (Engels): New York Magazine, 28 oktober 2022

fotografie: Vikrant Tunious

door Malcolm Harris

Malcolm Harris is een Amerikaanse journalist en criticus. Hij is redacteur bij The New Inquiry en schreef Kids These Days: The Making of Millennials (2017) en Palo Alto: A History of California, Capitalism, and the World (2023). Harris was betrokken bij de Occupy Wall Street-beweging.

Stel je een nabije toekomst voor waarin Amazon meedingt naar gemeentelijke contracten voor afvalverwerking en riolering. Het bedrijf ontwikkelt vuilnisbakken, vrachtwagens en leidingen met sensoren die waardevolle data genereren uit het afval van de samenleving. Gemeenten omarmen gretig deze nieuwe technologieën en de bijbehorende kostenbesparingen. In zo’n scenario zouden we ons echter wel eens louter vazallen van het Bezos-imperium kunnen gaan voelen, als we steeds meer informatie prijsgeven ten bate van zijn uiteindelijke winst.

Dit is de kern van de zogenoemde technofeodalisme-these: het idee dat het kapitalisme van de eenentwintigste eeuw is verdrongen door een nieuw economisch systeem dat wordt gedomineerd door Big Tech. Volgens deze these herinvesteren de kapitalisten van vandaag hun winsten nauwelijks meer in het ontwikkelen van nieuwe capaciteiten voor het vergroten van de productie of het verhogen van de arbeidsproductiviteit. In plaats daarvan komt een steeds absurdere proportie van de groei voort uit surveillanceplatforms, die slechts een zwakke relatie hebben met de werknemers die de feitelijke producten (‘widgets’) maken waaruit de winst wordt gehaald.

Het technofeodale model berust op het vestigen van een monopoliepositie en het inzetten van geavanceerde data-extractie om die positie te bestendigen. ‘Nu ze onmisbaar zijn geworden,’ schrijft de Franse econoom Cédric Durand in zijn boekTechnoféodalisme: Critique de l’Économie Numérique, (2020), ‘moeten platforms worden gezien als infrastructuur, vergelijkbaar met elektriciteitsleveranciers, spoorwegen of telecombedrijven.’ Durand vond een Engelstalig podium in het gerenommeerde tijdschrift New Left Review, dat zijn redactionele aandacht heeft gericht op het debat rond het technofeodalisme. In 2022 discussieerden medewerkers van het tijdschrift uitgebreid over deze these, waarbij Evgeny Morozov betoogde dat het nog steeds om kapitalisme gaat, terwijl Durand, Jodi Dean en Timothy Erik Ström het tegenovergestelde standpunt verdedigden.

Zolang het kapitalisme bestaat, hebben schrijvers al herhaaldelijk het einde ervan voorspeld. Toch heeft de huidige these een ongewoon sterke weerklank gevonden bij serieuze linkse denkers. Is dit werkelijk het einde van de kapitalistische productiewijze?

Ik denk het niet.

De technofeodalisme-these sluit aan bij het onverwachte succes van Shoshana Zuboffs boek The Age of Surveillance Capitalism: The Fight for a Human Future at the New Frontier of Power(2018), ook al gebruikt zij de term zelf niet. Dit boek, een scherp getimede kritiek op Big Tech, kreeg lof van gevestigde namen als de New York Times, de Financial Times en Barack Obama. Zuboff introduceert het model van het ‘gedragsoverschot’: technologische monopolisten zetten gebruikers in om data te verzamelen, verfijnen die gegevens vervolgens en gebruiken ze om hun machtspositie te versterken. Haar belangrijkste voorbeeld is Google, dat zich niet zozeer onderscheidde door een beter zoekalgoritme te ontwerpen, maar door zijn advertenties te personaliseren. Vanaf dat moment kreeg informatie over mensen op zichzelf waarde – ongeacht of die direct werd gebruikt voor het verkopen van iets. Volgens Zuboff en haar volgelingen binnen de technofeodalisme-stroming hebben bedrijven als Google, en in navolging daarvan Facebook, Microsoft en Amazon, de glibberige helling van de digitale surveillance veranderd in een hamsterwiel: een nieuw, zichzelf in stand houdend systeem van uitbuiting.

Voor wie zijn wakkere uren grotendeels doorbrengt met elektronische apparaten die informatie registreren en rechtstreeks doorgeven aan ’s werelds meest waardevolle bedrijven, klinkt de technofeodale kritiek waarschijnlijk maar al te vertrouwd. Technisch gezien besteden we minder tijd aan het werken voor onze bazen dan aan het leveren van gegevens over onszelf aan technologiebedrijven. En ongeacht voor wie we werken – en of we überhaupt werk hebben – creëren we waarde voor Bezos en Zuck. Het tech-oligopolie legt niet alleen feilloos onze voorkeuren, gewoonten en keuzes vast, maar gebruikt die data ook om onze toekomstige beslissingen te sturen. Zo worden wij steeds waardevoller voor de techbedrijven, en steeds minder voor onszelf. Durand vergelijkt dit met de wereld van Jean-Luc Godards dystopische sciencefictionfilm Alphaville (1965), waarin een dictatoriale, zelfbewuste computer de samenleving regeert tot in de meest persoonlijke keuzes.

Dit is de lang gevreesde wereld van de cybernetische controle, waarin feedbackloops automatisch de bevolking sturen, zonder dat er nog echte keuzes worden gemaakt. ‘Het menselijk vermogen tot herstel dat voortkomt uit de mislukkingen en successen van het benadrukken van voorspelbaarheid en oefening tegenover wilskracht bij de confrontatie met natuurlijke onzekerheid, maakt plaats voor de leegte van voortdurende gehoorzaamheid,’ schreef Zuboff in 2015 in het Journal of Information Technology, waarmee zij de technofeodale lijn al voorspelde. ‘In plaats van nieuwe contractuele vormen mogelijk te maken, markeren deze regelingen de opkomst van een nieuwe universele architectuur, die ergens tussen natuur en God in staat, en die ik de Big Other noem.’

Lezers van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, of van zijn populairdere vertolker Slavoj Žižek, zullen wellicht verbaasd zijn dat Zuboff, een managementconsultant, de eer opeist voor deze term. Bij Lacan kan L’Autre verwijzen naar iemands moeder, het superego, de analist, de taal, de hele symbolische orde en meer – nauwelijks verschillend van Zuboffs ‘universele architectuur die ergens tussen natuur en God in staat.’ In Zuboffs herformulering krijgt Mark Zuckerberg echter een plek naast moeder en God in het pantheon van alziende, alwetende entiteiten.

Ik twijfel er niet aan dat Zuckerberg graag zo gezien wil worden. Maar als hij werkelijk zo almachtig is, waarom heeft Facebook dan zo veel moeite om gebruikers te vinden voor zijn zogenoemde metaverse? Volgens de technofeodalisten zouden we geen keuze hebben, en toch bindt vrijwel niemand een scherm voor zijn gezicht om in Zucklandia rond te hangen. Bovendien verliezen nutsmonopolies doorgaans geen veertig procent van hun beurswaarde in slechts acht maanden tijd.

Technofeodalisten hebben de slechte gewoonte de zelfpromotie van de industrie te herhalen. Ze veranderen de toon weliswaar van naïeve bewondering in scepsis en soms zelfs afschuw, maar delen met Silicon Valley de overtuiging dat computers en hun onderlinge verbindingen een revolutie in de productiewijze teweeg hebben gebracht. Het klopt dat beleggers enorme bedragen hebben gestoken in klassiek onproductieve bedrijven zoals Facebook, maar het zijn nog altijd de kapitalisten die de touwtjes in handen hebben. Kostenbesparing is dé groeisector die de winsten van bedrijven steeds verder opstuwt, ook al vertraagt de productie. Facebook is veel minder dan de technofeodalisten ervan maken: het is een advertentieplatform dat centen haalt uit de schaarse tijd en aandacht van zijn gebruikers – aandacht die anders verloren zou gaan, althans vanuit kapitalistisch perspectief. Achter alle grootspraak over het veranderen van de wereld met technologie gaat dus in werkelijkheid een groep digitale voddenrapers schuil.

Omdat de focus voortdurend verschuift, kun je bijna elke technofeodalistische kritiek dateren aan de hand van de opgewonden claims van de industrie waarnaar verwezen wordt. Surveillance Capitalism is bijvoorbeeld nog maar een paar jaar oud, maar Zuboffs zorgen over Facebooks overstap naar organische video’s – een totaal mislukte strategie, gebaseerd op de leugens van het bedrijf over gebruikersbetrokkenheid – waren bij publicatie al achterhaald. Als alles waar zou zijn wat de toekomstige crypto-soevereinen en metaverse-vastgoedontwikkelaars voorspelden, zouden we nu misschien geregeerd worden door cyberbaronnen. Gelukkig bleken ze vooral gebakken lucht te verkopen. De echte eigenaren van het internet zijn niet eens de techbedrijven zelf, zoals onderzoeker Daniel Greene onlangs opmerkte. Het zijn de vastgoedbeleggingsfondsen die het merendeel van de datacenters en de verbindingen daartussen bezitten. Wie achter de schermen kijkt, ziet dat Google en Amazon daar in feite slechts huurders zijn.

Het probleem met het idee om de Grote Ander tot fundament van een nieuwe productiewijze te maken, is dat het niet meer dan een fantasie is. L’autre n’existe pas, zeggen de Fransen: God is dood, je moeder en je therapeut zijn ook gewoon maar mensen, en de symbolische orde blijkt niet meer dan een hoop mensen in een grote trenchcoat. Er bestaat geen universele architectuur die natuur en God verbindt – en Facebook is dat al helemaal niet. Facebook is ook geen nutsvoorziening, maar een alomtegenwoordig entertainmentbedrijf dat, net als de televisieserie Friends, volledig draait op reclame-inkomsten. In wezen bestaat Facebook uit servers met gebrekkige code en werknemers die door hun leidinggevenden onder druk worden gezet. Als Mark Zuckerberg een tovenaar is, dan is hij van het type Oz – en dat laat hij ons ook geregeld zien wanneer hij als een stuntelaar over zijn eigen gordijn struikelt.

Het idee dat we de klassenstrijd in de Amerikaanse samenleving kunnen oplossen door via regelgeving de controle over onze data terug te winnen, is al even illusoir. Het lijkt op het hamsteren van oude kranten of het opvangen van onze urine in potten om ons afval uit de klauwen van de dataverzamelende algoritmes van Big Tech te houden. Maar wat dan? Zij kunnen misschien leven van onze datarestanten, maar wij niet. En dáármee wordt duidelijk dat dit nog steeds kapitalisme is: morgen moeten we gewoon weer op zoek naar werk.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *