Oorspronkelijke tekst (Engels): NLR Sidecar, 1 juli 2024

door Ilan Pappé
Ilan Pappé is een Israëlisch historicus, politicoloog en voormalig politicus. Hij is hoogleraar aan het College of Social Sciences and International Studies van de universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk, directeur van het European Centre for Palestine Studies van de universiteit en mededirecteur van het Exeter Centre for Ethno-Political Studies.
De aanval van Hamas op 7 oktober kan worden vergeleken met een aardbeving die een oud gebouw treft. De scheuren begonnen zich al af te tekenen, maar zijn nu ook zichtbaar in de fundamenten. Zou het zionistische project in Palestina – het idee om een joodse staat op te leggen aan een Arabisch, islamitisch en Midden-Oosters land –, ruim honderdtwintig jaar na zijn ontstaan, op instorten staan? Historisch gezien kunnen veel factoren ertoe leiden dat een staat kapseist. Dit kan het gevolg zijn van voortdurende aanvallen van buurlanden of van een chronische burgeroorlog. Het kan ook komen door de aftakeling van overheidsinstellingen, die niet langer in staat zijn om diensten te verlenen aan burgers. Vaak begint het als een langzaam proces van desintegratie dat in een stroomversnelling raakt en dan in korte tijd structuren neerhaalt die ooit solide en standvastig leken.
De moeilijkheid ligt in het herkennen van de eerste indicatoren. Hier zal ik betogen dat deze in het geval van Israël duidelijker zijn dan ooit. We zijn getuige van een historisch proces – of beter gezegd, het begin ervan – dat waarschijnlijk zal culmineren in de ondergang van het zionisme. En als mijn diagnose juist is, dan staan we voor een bijzonder gevaarlijke periode. Zodra Israël de omvang van de crisis beseft, zal het een woeste en ongeremde kracht ontketenen om te proberen de crisis in te dammen, zoals het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime deed in zijn laatste dagen.
1.
Een eerste indicator is de versplintering van de Israëlisch-joodse samenleving. Momenteel bestaat deze uit twee rivaliserende kampen die niet in staat zijn om een gemeenschappelijke basis te vinden. De breuk komt voort uit de anomalieën van het definiëren van het jodendom als een nationale entiteit. Terwijl de joodse identiteit in Israël soms niet veel meer leek dan een onderwerp van theoretisch debat tussen religieuze en seculiere facties, is het nu een strijd geworden over het karakter van de publieke sfeer en de staat zelf. Deze strijd wordt niet alleen in de media uitgevochten, maar ook op straat.
Het ene kamp kan de ‘Staat Israël’ worden genoemd. Dit bestaat uit meer seculiere, liberale en meestal, maar niet uitsluitend, Europese joden uit de middenklasse en hun nakomelingen, die een beslissende rol speelden bij de oprichting van de staat in 1948 en hegemoniaal bleven tot het einde van de vorige eeuw. Vergis je niet, hun pleidooi voor ‘liberale democratische waarden’ doet niets af aan hun toewijding aan het apartheidssysteem dat op diverse manieren wordt opgelegd aan alle Palestijnen die tussen de Jordaan en de Middellandse Zee wonen. Hun basiswens is dat joodse burgers in een democratische en pluralistische samenleving leven waarvan Arabieren zijn uitgesloten.
Het andere kamp is de ‘Staat Judea,’ die zich heeft ontwikkeld onder de kolonisten op de bezette Westelijke Jordaanoever. Dit kamp geniet steeds meer steun in het land en vormde de electorale basis voor Netanyahu’s overwinning bij de verkiezingen van november 2022. De invloed ervan in de hogere echelons van het Israëlische leger en de veiligheidsdiensten groeit exponentieel. De Staat Judea wil dat Israël een theocratie wordt die zich uitstrekt over heel historisch Palestina. Om dit te bereiken is het kamp vastbesloten om het aantal Palestijnen tot een minimum te beperken en overweegt het de bouw van een Derde Tempel op de plaats van de al-Aqsa moskee. De leden van dit kamp geloven dat dit hen in staat zal stellen om het gouden tijdperk van de Bijbelse koninkrijken te doen herleven. Voor hen zijn seculiere joden net zo ketters als de Palestijnen als ze weigeren mee te doen aan dit streven.
De twee kampen begonnen al vóór 7 oktober heftig met elkaar te botsen. De eerste weken na de aanval leken ze hun meningsverschillen te hebben opgeschort tegenover een gemeenschappelijke vijand. Maar dit was een illusie. De straatgevechten zijn opnieuw opgelaaid en het is moeilijk in te zien wat voor verzoening zou kunnen zorgen. De meest waarschijnlijke uitkomst ontvouwt zich al voor onze ogen. Ruim een half miljoen Israëli’s, die de Staat Israël vertegenwoordigen, hebben sinds oktober het land verlaten, een indicatie dat het land wordt opgeslokt door de Staat Judea. Dit is een politiek project dat de Arabische wereld, en misschien zelfs de wereld in het algemeen, op de langere termijn niet zal tolereren.
2.
De tweede indicator is de economische crisis in Israël. De politieke klasse lijkt geen plan te hebben om de overheidsfinanciën in evenwicht te brengen te midden van voortdurende gewapende conflicten, behalve door steeds afhankelijker te worden van Amerikaanse financiële hulp. In het laatste kwartaal van vorig jaar kromp de economie met bijna twintig procent; sindsdien is het herstel broos. De toezegging van veertien miljard dollar door Washington zal dit waarschijnlijk niet kunnen keren. Integendeel, de economische last zal alleen maar groter worden als Israël zijn voornemen om oorlog te voeren met Hezbollah doorzet en de militaire activiteiten op de Westelijke Jordaanoever opvoert, terwijl sommige landen – waaronder Turkije en Colombia – economische sancties beginnen toe te passen.
De crisis wordt nog verergerd door de incompetentie van minister van Financiën Bezalel Smotrich, die voortdurend geld doorsluist naar joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, maar verder niet in staat lijkt om zijn departement te leiden. Het conflict tussen de Staat Israël en de Staat Judea, samen met de gebeurtenissen van 7 oktober, zorgt er ondertussen voor dat een deel van de economische en financiële elite zijn kapitaal het land uit verplaatst. Degenen die overwegen hun beleggingen te verplaatsen, vormen een aanzienlijk deel van de twintig procent Israëli’s die tachtig procent van de belastingen betalen.
3.
De derde indicator is het groeiende internationale isolement van Israël, dat geleidelijk een pariastaat wordt. Dit proces begon al vóór 7 oktober, maar is sinds het begin van de genocide geïntensiveerd. Dit isolement wordt weerspiegeld door de ongekende standpunten die het Internationaal Gerechtshof (ICJ) en het Internationaal Strafhof (ICC) hebben ingenomen. Eerder slaagde de wereldwijde Palestijnse solidariteitsbeweging erin om mensen te mobiliseren om deel te nemen aan boycotinitiatieven, maar slaagde zij er niet in internationale sancties in het vooruitzicht te stellen. In de meeste landen bleef de steun voor Israël onwankelbaar binnen het politieke en economische establishment.
In deze context moeten de recente uitspraken van het ICJ en het ICC – dat Israël mogelijk genocide pleegt, dat het zijn offensief in Rafah moet stoppen, dat zijn leiders gearresteerd moeten worden wegens oorlogsmisdaden – gezien worden als een poging om rekening te houden met de standpunten van de mondiale civil society, in plaats van alleen de mening van de elite te weerspiegelen. Deze uitspraken hebben de meedogenloze aanvallen op de bevolking van Gaza en de Westelijke Jordaanoever niet kunnen verminderen. Maar ze hebben wel bijgedragen aan de toenemende kritiek op de Israëlische staat, die steeds meer zowel van bovenaf als van onderaf komt.
4.
De vierde, onderling verbonden indicator is de ommekeer onder jonge joden over de hele wereld. Na de gebeurtenissen van de afgelopen negen maanden lijken velen nu bereid om hun band met Israël en het zionisme op te geven, en actief deel te nemen aan de Palestijnse solidariteitsbeweging. Joodse gemeenschappen, vooral in de VS, boden Israël ooit effectieve immuniteit tegen iedere kritiek. Het verlies, of althans het gedeeltelijke verlies, van deze steun heeft grote gevolgen voor het aanzien van het land in de wereld. Het AIPAC (American Israel Public Affairs Committee, een invloedrijke pro-Israëlische lobbygroepering in de VS) kan nog steeds rekenen op christelijke zionisten om hulp te bieden en zijn ledenbestand te versterken, maar zal niet langer dezelfde formidabele organisatie zijn zonder een significante joodse achterban. De macht van de lobby is aan het afbrokkelen.
5.
De vijfde indicator is de zwakte van het Israëlische leger. Hoewel de IDF nog steeds een machtig leger is met geavanceerde wapens, werden de beperkingen ervan op 7 oktober blootgelegd. Veel Israëli’s vinden dat het leger extreem veel geluk heeft gehad, want de situatie had veel erger kunnen zijn als Hezbollah zich had aangesloten bij een gecoördineerde aanval. Sindsdien heeft Israël laten zien dat het wanhopig afhankelijk is van een regionale coalitie, geleid door de VS, om zich te verdedigen tegen Iran, dat in april een waarschuwingsaanval uitvoerde met ongeveer 170 drones plus ballistische en geleide raketten. Meer dan ooit is het zionistische project afhankelijk van de snelle levering van enorme hoeveelheden voorraden door de Amerikanen, zonder welke het niet eens een klein guerrillaleger in het zuiden zou kunnen bestrijden.
Onder de joodse bevolking van het land heerst nu de wijdverbreide opvatting dat Israël onvoorbereid is en niet in staat om zichzelf te verdedigen. Dit heeft geleid tot grote druk om de vrijstelling van militaire dienst voor ultraorthodoxe joden – die al sinds 1948 bestaat – op te heffen en hen met duizenden tegelijk op te roepen. Dit zal nauwelijks verschil maken op het slagveld, maar het weerspiegelt de omvang van het pessimisme over het leger – wat op zijn beurt de politieke verdeeldheid binnen Israël heeft verdiept.
6.
De laatste indicator is de hernieuwde energie onder de jongere generatie Palestijnen. Zij is veel meer verenigd, organisch verbonden en duidelijker over haar vooruitzichten dan de Palestijnse politieke elite. Aangezien de bevolking van Gaza en de Westelijke Jordaanoever tot de jongste ter wereld behoort, zal dit nieuwe cohort een immense invloed hebben op het verloop van de bevrijdingsstrijd. De discussies die nu plaatsvinden onder Palestijnse jongeren laten zien dat ze zich bezighouden met het oprichten van een werkelijk democratische organisatie – een vernieuwde PLO, of een geheel nieuwe organisatie – die een visie op emancipatie nastreeft die haaks staat op de campagne van de Palestijnse Autoriteit voor erkenning als staat. Ze lijken de voorkeur te geven aan een éénstaatoplossing boven het in diskrediet geraakte tweestatenmodel.
Zullen ze in staat zijn om een effectief antwoord te bieden op het verval van het zionisme? Dit is een moeilijk te beantwoorden vraag. De ineenstorting van een staatsproject wordt niet altijd gevolgd door een beter alternatief. Elders in het Midden-Oosten – in Syrië, Jemen en Libië – hebben we gezien hoe bloedig en langdurig de gevolgen kunnen zijn. In dit geval zou het een kwestie van dekolonisatie zijn, en de vorige eeuw heeft aangetoond dat postkoloniale realiteiten niet altijd de koloniale toestand verbeteren. Alleen de inzet van de Palestijnen kan ons in de goede richting bewegen. Ik geloof dat een explosieve samensmelting van deze indicatoren vroeg of laat zal leiden tot de vernietiging van het zionistische project in Palestina. Als dat gebeurt, moeten we hopen dat er een robuuste bevrijdingsbeweging is om de leegte op te vullen.
Ruim 56 jaar lang was wat het ‘vredesproces’ werd genoemd – een proces dat nergens toe leidde – in feite een reeks Amerikaans-Israëlische initiatieven waarop de Palestijnen moesten reageren. Vandaag moet ‘vrede’ worden vervangen door dekolonisatie, en moeten de Palestijnen hun visie voor de regio kunnen verwoorden, waarbij de Israëli’s gevraagd wordt te reageren. Dit zou de eerste keer zijn, althans in vele decennia, dat de Palestijnse beweging het voortouw neemt in het uiteenzetten van haar voorstellen voor een postkoloniaal, niet-zionistisch Palestina (of hoe die nieuwe entiteit ook zal heten). Daarbij zal ze waarschijnlijk naar Europa kijken (misschien naar de Zwitserse kantons en het Belgische model) of, toepasselijker, naar de oude structuren van het oostelijke Middellandse Zeegebied, waar geseculariseerde religieuze groepen geleidelijk veranderden in etnisch-culturele groepen die naast elkaar in hetzelfde gebied leefden.
Of mensen het idee nu toejuichen of vrezen, de ineenstorting van Israël is voorspelbaar geworden. Deze mogelijkheid zou de basis moeten vormen voor het langetermijngesprek over de toekomst van de regio. Het zal op de agenda komen als mensen zich realiseren dat de eeuwenlange poging, geleid door Groot-Brittannië en daarna de VS, om een joodse staat op te dringen aan een Arabisch land langzaam ten einde loopt. Het was succesvol genoeg om een samenleving van miljoenen kolonisten te creëren, waarvan velen nu van de tweede en derde generatie zijn. Maar net als toen ze arriveerden, hangt hun aanwezigheid nog steeds af van hun vermogen om met geweld hun wil op te leggen aan miljoenen inheemse mensen, die hun strijd voor zelfbeschikking en vrijheid in hun thuisland nooit hebben opgegeven. De komende decennia zullen de kolonisten afscheid moeten nemen van deze aanpak en hun bereidheid moeten tonen om als gelijkwaardige burgers te leven in een bevrijd en gedekoloniseerd Palestina.
Vertaling: Menno Grootveld
