Categorieën
Filosofie Politiek

De ʻremediesʼ van Gates en Soros verlengen de crisis alleen maar

Oorspronkelijke tekst (Engels): RT, 29 juli 2021

fotografie: Ulf Andersen

door Slavoj Zizek

Slavoj Zizek is cultuurfilosoof. Hij is onderzoeker aan het Instituut voor Sociologie en Filosofie van de Universiteit van Ljubljana, Global Distinguished Professor of German aan de New York University, en internationaal directeur van het Birkbeck Institute for the Humanities van de Universiteit van Londen. Zijn boek Als een dief op klaarlichte dag is verkrijgbaar bij Starfish Books.

De routine van deze miljardairs is niets anders dan een leugen: speculatieve uitbuiting gevolgd door inhoudsloze humanitaire bezorgdheid over de catastrofale gevolgen van iets waar hun meedogenloze kapitalisme in de eerste plaats verantwoordelijk voor is.

Iedere rechtgeaarde linkse politicus zou aan de muur boven zijn bed of eettafel de openingsalinea van Oscar Wildeʼs De ziel van de mens onder het socialisme moeten ophangen, waarin de auteur erop wijst dat ʻhet veel makkelijker is sympathie te hebben voor het lijden dan voor het denken.ʼ

Mensen worden omringd door afschuwelijke armoede, door afschuwelijke lelijkheid en door afschuwelijke hongersnood. Het is onvermijdelijk dat ze door dit alles sterk geraakt worden. Met bewonderenswaardige – hoewel dikwijls verkeerd gerichte – bedoelingen stellen zij zich dan ook zeer serieus en zeer sentimenteel tot taak het kwaad dat zij zien te verhelpen. Maar hun ʻremediesʼ genezen de ziekte niet: zij verlengen haar slechts.

Sterker nog, deze remedies maken deel uit van de ziekte. Het juiste doel is te trachten de maatschappij opnieuw op te bouwen op een zodanige basis dat armoede onmogelijk wordt. En de altruïstische inspanningen hebben de verwezenlijking van dit doel verhinderd. Het is immoreel om privé-bezit te gebruiken om het verschrikkelijke kwaad te verlichten dat het gevolg is van de instelling van het privé-bezit.

Deze laatste zin geeft een kernachtige formule van wat er mis is met de stichting van Bill en Melinda Gates. Het is niet genoeg om er alleen maar op te wijzen dat de liefdadigheidsinstelling van Gates gebaseerd is op brutale handelspraktijken – je moet een stap verder gaan en ook de ideologische grondslag van de liefdadigheidsinstelling van Gates aan de kaak stellen, de leegheid van haar pan-humanitarisme.

De titel van Sama Naamiʼs essaybundel ʻWeigering van respect: Waarom we vreemde culturen niet moeten respecteren. En onze eigen ook niet,ʼ slaat de spijker op zijn kop: het is de enige rechtgeaarde stellingname ten opzichte van de andere drie variaties op ditzelfde thema. Gatesʼ liefdadigheid impliceert de formule: respecteer alle culturen, je eigen en die van anderen. De rechts-nationalistische formule luidt: respecteer je eigen cultuur en veracht andere, die er minderwaardig aan zijn. De politiek correcte formule is: respecteer andere culturen, maar veracht je eigen cultuur, die racistisch en kolonialistisch is (daarom is politiek correcte woke-cultuur altijd anti-eurocentrisch).

De correcte linkse stellingname is: breng de verborgen tegenstellingen van je eigen cultuur aan het licht, verbind die met de tegenstellingen van andere culturen, en ga dan een gezamenlijke strijd aan met degenen die tegen de onderdrukking en de overheersing strijden die in onze cultuur werkzaam zijn, en met degenen die hetzelfde doen in andere culturen.

Dit impliceert iets wat misschien schokkend klinkt, maar we moeten erop blijven hameren: je hoeft immigranten niet te respecteren of lief te hebben – wat je moet doen is de situatie veranderen, zodat zij niet meer hoeven te zijn wat zij zijn. De burger van een ontwikkeld land die minder immigranten wil en bereid is iets te doen, zodat ze niet naar deze plek hoeven te komen die ze meestal zelfs niet eens leuk vinden, is veel beter dan een humanitair ingesteld iemand die openheid jegens immigranten predikt, terwijl hij in stilte deelneemt aan de economische en politieke praktijken die de landen waar immigranten vandaan komen te gronde hebben gericht.

Een paar jaar geleden vond ik in een winkel in Los Angeles een chocolade laxeermiddel, een stuk chocolade met de volgende paradoxale tekst op de wikkel: ʻHeeft u last van constipatie? Eet meer van deze chocolade!,ʼ d.w.z. consumeer juist datgene wat constipatie veroorzaakt.

De structuur van dit ʻchocolade laxeermiddel,ʼ d.w.z. van een product dat een middel bevat dat het product zelf in toom houdt, kan in het hele ideologische landschap van vandaag de dag worden waargenomen. Er zijn twee themaʼs die bepalend zijn voor een liberale tolerante houding tegenover anderen: het respect voor het andere, de openheid jegens het andere, EN de obsessieve angst voor intimidatie – kortom, de ander is OK voor zover zijn aanwezigheid niet opdringerig is, voor zover de ander niet echt anders is…

In de strikte homologie met de paradoxale structuur van het chocolade laxeermiddel, valt de tolerantie hiervoor samen met haar tegendeel: mijn plicht om tolerant te zijn tegenover de ander betekent in feite dat ik niet te dicht bij hem mag komen, dat ik niet in zijn ruimte mag binnendringen – kortom, dat ik zijn INTOLERANTIE tegenover mijn te grote nabijheid moet respecteren.

Dit is wat steeds meer naar voren komt als het centrale ʻmensenrechtʼ in de laat-kapitalistische samenleving: het recht om niet ʻlastig gevallenʼ te worden, om op een veilige afstand van de anderen te worden gehouden. Een soortgelijke structuur is duidelijk aanwezig in hoe wij ons verhouden tot kapitalistische woekerwinsten: het is OK als daar liefdadigheid tegenover staat – eerst vergaar je miljarden, en dan geef je (een deel) daarvan terug aan de behoeftigen.

En hetzelfde geldt voor oorlog, voor de opkomende logica van humanitair of pacifistisch militarisme: oorlog is OK voor zover hij werkelijk dient om vrede of democratie tot stand te brengen, of om de voorwaarden te scheppen voor het distribueren van humanitaire hulp. En geldt dit ook niet steeds meer voor democratie en mensenrechten: mensenrechten zijn OK als ze worden ʻheroverwogen,ʼ zodat ze marteling en een permanente noodtoestand kunnen omvatten, democratie is OK als zij wordt gezuiverd van haar populistische ʻexcessenʼ en beperkt wordt tot diegenen die ʻvolwassenʼ genoeg zijn om haar in de praktijk te brengen…

Deze structuur van het ʻchocolade laxeermiddelʼ is ook wat figuren als Bill Gates of George Soros ethisch zo problematisch maakt: staan zij niet voor de meest meedogenloze financiële speculatieve uitbuiting, gecombineerd met zijn antithese, de humanitaire bezorgdheid over de catastrofale sociale gevolgen van de ongebreidelde markteconomie? De dagelijkse routine van Soros zelf is de belichaming van een leugen: de helft van zijn werktijd besteedt hij aan financiële speculatie, en de andere helft aan ʻhumanitaireʼ activiteiten (het financieren van culturele en democratische activiteiten in post-communistische landen, het schrijven van essays en boeken) die uiteindelijk de gevolgen van zijn eigen speculatieve gedrag bestrijden.

De crisis waarin wij verkeren is te ernstig om haar met chocolade laxeermiddelen te bestrijden. We hebben louter bittere laxeermiddelen nodig – we bevinden ons (nog) niet in oorlog, maar misschien wel in iets wat nog gevaarlijker is: we vechten niet tegen een vijand, de enige vijand zijn wij zelf, de destructieve gevolgen van de kapitalistische productiviteit.

Herinnert u zich nog dat Cuba na de val van de Sovjet-Unie een ʻSpeciale Periode in Tijden van Vredeʼ (ʻperiodo especial en tiempos de pazʼ) afkondigde: oorlogsomstandigheden in een tijd van vrede. Misschien is dit de term die we zouden moeten gebruiken voor onze huidige situatie: we gaan een zeer speciale periode in in een tijd van vrede.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *