Categorieën
Filosofie Politiek

De uitvinding van een pandemie

Oorspronkelijke tekst (Italiaans): Il Manifesto, 26 februari 2020
English translation

bron foto: Philosophy Kitchen

Giorgio Agamben is een Italiaanse filosoof die vooral bekend is door zijn werk waarin hij de concepten van de uitzonderingstoestand, levensvorm (ontleend aan Ludwig Wittgenstein) en homo sacer onderzoekt. Agambens filosofie is diep beïnvloed door enerzijds Martin Heidegger, bij wie hij colleges volgde en anderzijds Walter Benjamin, wiens werk hij in het Italiaans vertaalde.

door Giorgio Agamben

Om de panische, irrationele en absoluut ongegronde noodmaatregelen voor een vermeende coronavirus-epidemie te kunnen begrijpen, moeten we uitgaan van de verklaring van de Italiaanse Nationale Onderzoeksraad (NRC) van 22 februari jongstleden, die zegt dat ʻer geen SARS-CoV2-epidemie in Italië is.’

En dat is nog niet alles: ʻVolgens de epidemiologische gegevens die op dit moment beschikbaar zijn en die gebaseerd zijn op tienduizenden gevallen, veroorzaakt de infectie in 80-90% van de gevallen lichte tot matige symptomen (een soort griep). In 10-15% van de gevallen is er kans op een longontsteking, maar die heeft in de grote meerderheid van de gevallen ook een goedaardige afloop. We schatten dat slechts 4% van de patiënten een behandeling op de intensive care nodig heeft.’

Als dit de werkelijke situatie is, waarom doen de media en de autoriteiten dan hun uiterste best om een klimaat van paniek te creëren, waardoor een echte uitzonderingstoestand ontstaat, met ernstige beperkingen van de bewegingsvrijheid en de opschorting van de normale dagelijkse activiteiten in hele regioʼs als gevolg?

Twee factoren kunnen een dergelijke disproportionele reactie helpen verklaren.

In de eerste plaats blijkt hier opnieuw sprake te zijn van een groeiende tendens om de uitzonderingstoestand als een normaal bestuursparadigma te gebruiken. Het uitvoeringsdecreet (decreto legge), dat door de regering is goedgekeurd ʻom redenen van hygiëne en openbare veiligheid,’ leidt tot een echte militarisering ʻvan die gemeenten en gebieden waar ten minste één persoon positief test, voor wie de bron van besmetting onbekend is, of waar ten minste één geval bestaat dat geen verband houdt met een persoon die recentelijk uit een door de besmetting getroffen gebied is aangekomen.’

Met zoʼn vage en onbepaalde formule kan [de overheid] de uitzonderingstoestand snel naar alle regioʼs uitbreiden,* omdat het praktisch onmogelijk is dat er elders geen andere gevallen zullen opduiken.

Laten we eens kijken naar de ernstige beperkingen van de bewegingsvrijheid die het uitvoeringsbesluit oplegt:

1) Een verbod om de getroffen gemeente of het getroffen gebied te verlaten, voor alle mensen die in die gemeente of in dat gebied aanwezig zijn.

2) Een verbod om de getroffen gemeente of het getroffen gebied te betreden.

3) Het opschorten van alle evenementen of initiatieven (ongeacht of deze verband houden met cultuur, sport, religie of vermaak), en het opschorten van bijeenkomsten in iedere private of openbare ruimte, inclusief gesloten ruimtes als deze open zijn voor het publiek.

4) Het opschorten van het onderwijs op kleuterscholen en scholen van alle niveaus, met inbegrip van het hoger onderwijs en met uitzondering van onderwijs op afstand.

5) De sluiting van musea en andere culturele instellingen, zoals vermeld in artikel 101 van het statuut van het cultureel erfgoed en het landschap, en in uitvoeringsbesluit nr. 42 van 01/22/2004. Alle voorschriften betreffende de vrije toegang tot deze instellingen worden eveneens opgeschort.

6) Het opschorten van alle soorten onderwijsreizen, zowel in Italië als in het buitenland.

7) Het opschorten van alle openbare examens en alle activiteiten van openbare ambten, met uitzondering van essentiële diensten of diensten van openbaar nut.

8) Het handhaven van quarantainemaatregelen en het uitoefenen van actief toezicht op personen die nauw contact hebben gehad met bevestigde gevallen van besmetting.

Het is overduidelijk dat deze beperkingen niet in verhouding staan tot de dreiging van wat volgens de NRC een normale griep is, die niet veel verschilt van die welke ons ieder jaar treft.

We zouden kunnen zeggen dat nu het terrorisme is uitgeput als rechtvaardiging voor uitzonderlijke maatregelen, de uitvinding van een epidemie het ideale excuus is om dergelijke maatregelen onbeperkt te kunnen verruimen.

De andere factor, niet minder verontrustend, is een toestand van angst, die zich de laatste jaren heeft verspreid tot in het individuele bewustzijn van de mensen en die zich vertaalt in een reële behoefte aan een toestand van collectieve paniek, waarvoor de epidemie opnieuw het ideale excuus biedt.

Daarom wordt bij wijze van een perverse vicieuze cirkel de beperking van de bewegingsvrijheid die door de regeringen wordt opgelegd, aanvaard uit naam van een verlangen naar veiligheid, gecreëerd door dezelfde regeringen die nu tussenbeide komen om dat verlangen te bevredigen.

* Wat iets later, toen het aantal corona-patiënten explodeerde, ook inderdaad is gebeurd

vertaling Menno Grootveld

2 reacties op “De uitvinding van een pandemie”

Dat het Covid-19 virus vergelijkbaar is met een griep is inmiddels een standpunt dat wat mij betreft achterhaald is. Tegenstrijdige berichtgeving vanuit de overheid voeden dat standpunt, proberen gerust te stellen, maar dat is m.i. niet terecht. Het is pijnlijk dat de waarde van mensenlevens (hoe oud ook) wordt afgewogen tegen het belang van “de economie”, al begrijp ik goed dat iedereen zich (terecht) ernstig zorgen maakt over de toekomst, en zijn of haar financiële situatie. Deze pandemie kan echter ook een kans bieden om “de” economie te resetten, in ieders belang. Cristian Felber schreef daarover een interessant artikel dat in Vrij Nederland is gepubliceerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *