Categorieën
Politiek

Wat is QAnon, de virale complottheorie achter Trump?

Oorspronkelijke tekst (Engels): New York Times, 28 september 2020

fotografie: The New York Times

door Kevin Roose

Kevin Roose is technologiecolumnist bij The New York Times. Zijn column ʻThe Shiftʼ onderzoekt het kruispunt van technologie, zakenleven en cultuur.

Als je tegenwoordig veel tijd online doorbrengt – en dankzij de pandemie doen velen van ons dat – heb je waarschijnlijk wel eens gehoord van QAnon, de complottheorie die zich als een olievlek over internet verspreidt en populair is onder sommige aanhangers van president Trump.

Maar als je niet heel vaak online bent, vraag je je waarschijnlijk nog steeds af wat er precies aan de hand is.

QAnon was ooit een marginaal fenomeen – van het soort dat de meeste mensen veilig konden negeren. Maar de afgelopen maanden is het mainstream geworden. Twitter, Facebook en andere sociale netwerken zijn overspoeld met QAnon-gerelateerde valse informatie over Covid-19, de Black Lives Matter-protesten en de presidentsverkiezingen van 2020. QAnon-aanhangers hebben tevens geprobeerd banden aan te knopen met andere activistische bewegingen, zoals de bewegingen die gekant zijn tegen vaccinaties en de handel in kinderen, in een poging om de gelederen uit te breiden.

QAnon is ook de offline-wereld binnengeslopen, nu sommige van haar aanhangers worden beschuldigd van gewelddadige misdrijven, waaronder een QAnon-volger die wordt beschuldigd van de moord op een mafiabaas in New York vorig jaar, en een ander die in april werd gearresteerd en wordt beschuldigd van het dreigen met een moordaanslag op Joseph R. Biden Jr., de Democratische kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap. Het Federal Bureau of Investigation heeft gewaarschuwd dat QAnon een potentiële binnenlandse terreurdreiging vormt.

Onlangs bereikte QAnon een nieuwe mijlpaal toen Marjorie Taylor Greene, een toegewijde QAnon-aanhanger uit Georgia, een Republikeinse voorverkiezing in een zeer conservatief district wist te winnen, waardoor zij vrijwel zeker is van haar verkiezing in het Congres in november. Na de overwinning van Greene noemde Trump haar een ʻRepublikeinse ster voor de toekomst.ʼ

QAnon is een ongelooflijk ingewikkelde theorie, en je zou een heel boek kunnen vullen met uitleg over de verschillende zijtakken en sub-theorieën. Maar hier zijn een paar basisdingen die je moet weten.

Wat is Qanon?

QAnon is de overkoepelende term voor een uitgebreide reeks complottheorieën op internet die valselijk beweren dat de wereld wordt bestuurd door een bende Satan-aanbiddende pedofielen die samenspannen tegen Trump, terwijl ze een wereldwijde handel in kinderseks runnen.

QAnon-aanhangers geloven dat een paar vooraanstaande Democraten tot deze bende behoren, onder meer Hillary Clinton, Barack Obama en George Soros, evenals een aantal entertainers en Hollywood-beroemdheden als Oprah Winfrey, Tom Hanks en Ellen DeGeneres, en religieuze figuren als Paus Franciscus en de Dalai Lama. Velen van hen geloven ook dat de leden van deze bende, naast het molesteren van kinderen, hun slachtoffers doden en opeten om een levensverlengende chemische stof uit hun bloed te halen.

Volgens de mythe van QAnon werd Trump door een paar vooraanstaande generaals gerekruteerd om zich in 2016 kandidaat te stellen voor het presidentschap, teneinde deze criminele bende op te rollen, een einde te maken aan haar controle op politiek en media, en de leden ervan voor het gerecht te brengen.

Is dat alles?

Bij lange na niet. Vanaf het begin heeft QAnon elementen van andere complottheorieën overgenomen, waaronder claims over de moord op John F. Kennedy, het bestaan van U.F.O.ʼs, en de 9/11 ʻtrutherʼ-beweging.

QAnon Anonymous, een podcast over de QAnon-beweging, noemt QAnon een ʻgrote overkoepelende complottheorie,ʼ omdat zij zich voortdurend ontwikkelt en nieuwe elementen en beweringen toevoegt. Maar het bestaan van een wereldwijde pedofielenbende is de kern van QAnon, wat door de meeste, zo niet alle, aanhangers wordt geloofd.

Hoe is het allemaal begonnen?

In oktober 2017 verscheen er een bericht op 4chan, het beruchte giftige messageboard, van een anonieme gebruiker die zichzelf ʻQ Clearance Patriotʼ noemde. Deze gebruiker, die bekend zou komen te staan als ʻQ,ʼ beweerde een hooggeplaatste inlichtingenofficier te zijn met toegang tot geheime informatie over de strijd van Trump tegen de wereldwijde pedofielenbende.

Q voorspelde dat deze strijd spoedig zou culmineren in ʻThe Stormʼ – een specifiek tijdstip waarop Trump de bende eindelijk zou ontmaskeren, de leden ervan zou straffen voor hun misdaden en de grootsheid van Amerika zou herstellen.

Waarom wordt het ʻThe Stormʼ genoemd?

Dit is een verwijzing naar een cryptische opmerking van Trump tijdens een fotosessie in oktober 2017. Hij poseerde naast een paar generaals en zei: ʻWeten jullie wat dit betekent? Misschien is het de stilte voor de storm.ʼ

QAnon-gelovigen zien dit moment als bewijs dat Trump gecodeerde berichten verspreidde over zijn plannen om de wereldwijde bende op te rollen, met behulp van het leger.

Wie is Q, en wat zijn ʻQ Dropsʼ?

De identiteit van Q is nog steeds niet bekend, hoewel er al jaren over wordt gespeculeerd. Sommigen denken dat één enkele internet-trol de hele tijd onder de naam Q berichten heeft gepost; anderen zeggen dat er meerdere mensen betrokken zijn bij het posten van deze berichten, of dat de identiteit van Q in de loop der tijd is veranderd.

Wat de zaken nog ingewikkelder maakt, is dat de online thuisbasis van Q verschillende keren is gewijzigd. De berichten van Q verschenen oorspronkelijk op 4chan. Daarna verhuisden ze naar 8chan, waar ze bleven tot die site vorig jaar na het bloedbad van El Paso offline werd gehaald. Ze verschijnen nu op 8kun, een site die wordt gerund door de voormalige eigenaar van 8chan. Elk van deze sites maakt gebruik van een systeem van identiteitsverificatie dat bekend staat als een ʻtripcodeʼ – in wezen een unieke digitale handtekening die bewijst dat een reeks anonieme berichten door dezelfde persoon of personen is geschreven.

ʻDropsʼ is hoe QAnon-aanhangers de posts van Q noemen. Er zijn tot nu toe bijna vijfduizend posts geweest, en de meeste daarvan hebben de vorm van een cryptisch gecodeerd bericht.

Zoals wat?

Hier is een voorbeeld van een Q Drop uit september 2018:

PANIC IN DC

[LL] talking = TRUTH reveal TARMAC [BC]?

[LL] talking = TRUTH reveal COMEY HRC EMAIL CASE?

[LL] talking = TRUTH reveal HUSSEIN instructions re: HRC EMAIL CASE?

[LL] talking = TRUTH reveal BRENNAN NO NAME COORD TO FRAME POTUS?……………..FISA = START

FISA BRINGS DOWN THE HOUSE.WHEN DO BIRDS SING?

Q

In deze post staan gecodeerde verwijzingen naar ʻLLʼ (Loretta Lynch, de voormalige minister van Justitie van president Obama), ʻBCʼ (Bill Clinton), ʻHRCʼ (Hillary Rodham Clinton), en ʻHUSSEINʼ (president Obama), naast verwijzingen naar John Brennan, de voormalige directeur van het Central Intelligence Agency, de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA), en ʻPOTUSʼ – president Trump.

Veel QAnon-aanhangers gebruiken ʻQ Dropʼ-apps die alle berichten van Q op één plaats samenbrengen en hen elke keer waarschuwen als er een nieuw bericht binnenkomt. (Een van deze programmaʼs kwam in de top-10 van betaalde apps van de Apple App Store terecht, voordat het werd verwijderd omdat de richtlijnen van het bedrijf waren overtreden). Vervolgens plaatsen ze deze berichten in Facebook-groepen, chatrooms voor de Discord chat-app en Twitter-threads, en beginnen ze te bespreken wat dit allemaal betekent.

Is Qanon hetzelfde als Pizzagate?

Ja en nee. QAnon is beschreven als een ʻbig-budget vervolgʼ op Pizzagate, omdat het uitgaat van de oorspronkelijke Pizzagate-complottheorie – die valselijk beweerde dat Clinton en haar trawanten leiding gaven aan een kinderporno-bende vanuit de kelder van een pizzarestaurant in Washington, D.C. – en er nog veel meer lagen aan toevoegt. Maar veel mensen geloven in beide theorieën, en voor veel QAnon-aanhangers was Pizzagate de eerste kennismaking met complottheorieën.

Een nieuw element in QAnon is een aantal duidelijke en specifieke voorspellingen over wanneer en hoe ʻThe Stormʼ zich zal gaan afspelen. Jarenlang heeft Q voorspeld dat op bepaalde dagen massa-arrestaties van bendeleden zouden plaatsvinden, dat bepaalde overheidsrapporten de wandaden van de bende zouden onthullen, en dat de Republikeinen talrijke zetels zouden winnen bij de tussentijdse verkiezingen van 2018.

Geen van die voorspellingen is uitgekomen. Maar de meeste QAnon-aanhangers gaven er niet om. Ze vonden gewoon manieren om het verhaal te herformuleren en de discrepanties te negeren, en gingen verder.

Hoeveel mensen geloven in Qanon?

Dat is moeilijk te zeggen, want er is geen officiële ledenlijst, maar het aantal is zeker niet klein. Zelfs als je alleen de hard-core QAnon-aanhangers telt – met uitsluiting van de ʻQAnon-liteʼ-aanhangers die misschien wel geloven in een complot van de ʻdeep stateʼ tegen Trump, maar niet in een bende kinderetende satanisten – kan het aantal op zijn minst in de honderdduizenden liggen.

Enkele van de meest populaire QAnon-groepen op Facebook hebben ieder ruim 100.000 leden, en Twitter kondigde onlangs aan dat het stappen zou ondernemen om het bereik van meer dan 150.000 QAnon-geassocieerde accounts te beperken. Uit een recent rapport van NBC News bleek dat Facebook een intern onderzoek had uitgevoerd naar de aanwezigheid van QAnon op het platform, en had geconcludeerd dat er duizenden QAnon-groepen waren, met bij elkaar miljoenen leden.

Dat aantal is tijdens de pandemie waarschijnlijk toegenomen, omdat mensen die binnenshuis vastzitten zich tot het internet wenden voor vermaak en sociale interactie, om uiteindelijk de QAnon-gemeenschap te worden binnengetrokken. In een recent artikel in The Wall Street Journal werd vastgesteld dat het aantal leden van tien grote Facebookgroepen die zich met QAnon bezighouden, sinds het begin van de lockdowns met meer dan 600 procent is gegroeid.

Waarom voelen sommige mensen zich aangetrokken tot de Qanon-beweging?

Een veel voorkomende misvatting is dat QAnon een puur politieke beweging is. Maar voor mensen die erin geloven fungeert het als een sociale gemeenschap en een bron van vermaak.

Sommige mensen hebben QAnon vergeleken met een massive multiplayer online game, vanwege de manier waarop het de deelnemers uitnodigt een soort gedeelde werkelijkheid te creëren, gevuld met telkens terugkerende personages, verschuivende verhaallijnen en ingewikkelde speurtochten waarbij puzzels moeten worden opgelost. QAnon is ook vergeleken met een kerk, in die zin dat het zijn aanhangers een sociale ondersteuningsstructuur en een organiserend narratief voor hun dagelijks leven biedt.

Adrian Hon, een spelontwerper die heeft geschreven over de gelijkenis van QAnon met alternate-reality games, zegt dat QAnon ʻeen fascinerende fantasiewereld opent van geheime oorlogen en bendes en Hillary Clinton die aan de touwtjes trekt, en makkelijke verklaringen biedt voor dingen die onverklaarbaar of verkeerd aanvoelen in de wereld.ʼ

Welke rol hebben sociale netwerken gespeeld in de populariteit van Qanon?

Hoewel de berichten van Q op marginale messageboards verschijnen, heeft het fenomeen QAnon veel van zijn populariteit te danken aan Twitter, Facebook en YouTube. Die hebben de Qanon-boodschappen versterkt en via hun algoritmen Qanon-groepen en paginaʼs aanbevolen bij nieuwe mensen.

Daarnaast hebben QAnon-aanhangers sociale media gebruikt om hun vermeende vijanden te intimideren en te bedreigen, en om andere vormen van desinformatie te verspreiden die het publieke debat beïnvloeden. Verschillende van de meest populaire complottheorieën op internet dit jaar – zoals ʻPlandemic,ʼ een documentaire waarin valse en gevaarlijke beweringen worden gedaan over Covid-19, en een virale complottheorie die valselijk beweerde dat Wayfair, het online meubelbedrijf, zich met kinderhandel bezighield – zijn versterkt en gepopulariseerd door QAnon-aanhangers.

Sommige van deze netwerken zijn begonnen met het verwijderen van QAnon-inhoud van hun platforms. Twitter heeft onlangs duizenden QAnon-accounts verboden, omdat ze zich bezig hielden met gecoördineerde pesterijen. Facebook heeft bijna 800 QAnon-groepen uitgeschakeld, en duizenden QAnon-gerelateerde groepen, paginaʼs en Instagram-accounts aan beperkingen onderworpen.

Zijn er niet altijd al vergezochte complottheorieën geweest over machtige elites?

Het is waar dat veel van de onderwerpen van QAnon worden gerecycled uit eerdere complottheorieën. Maar QAnon is in wezen een op internet gebaseerde beweging die op een andere manier en op een andere schaal opereert dan alles wat we eerder hebben gezien.

Om te beginnen is QAnon diepgaand participatoir, op een manier die weinig andere populaire complottheorieën hebben kunnen waarmaken. Aanhangers komen samen in chatrooms en Facebook-groepen om de laatste Q-berichten te decoderen, hun theorieën over het nieuws van de dag te bespreken en zich te verbinden met hun mede-gelovigen. The Atlantic heeft het ʻde geboorte van een nieuwe religieʼ genoemd.

Er is ook het fundamentele gevaar van wat QAnon-aanhangers feitelijk geloven. Het is één ding als er een gepolariseerd politiek discours met verhitte meningsverschillen bestaat; het is een ander als je te maken hebt met een groep Amerikanen die, in volledige oprechtheid, denkt dat de leiders van de oppositiepartij onschuldige kinderen ontvoeren en opeten.

Combineer die gewelddadige, paranoïde fantasieën met het feit dat de volgelingen van QAnon zijn beschuldigd van het plegen van ernstige misdrijven in Qʼs naam, en het is geen wonder dat mensen zich zorgen maken.

Hoe heeft president Trump gereageerd op Qanon?

Trump is het centrale en heroïsche personage in QAnons kernverhaal – de dappere patriot die werd gekozen om Amerika te redden van de wereldbende. Het resultaat is dat de aanhangers van QAnon de woorden en daden van Trump nauwkeurig ontleden, op zoek naar verborgen betekenissen. Als Trump het cijfer 17 noemt, vatten ze dat op als een teken dat hij hen geheime boodschappen stuurt. (Q is de 17e letter van het alfabet.) Wanneer hij een roze stropdas draagt, interpreteren ze dat als een teken dat hij verhandelde kinderen heeft bevrijd. (Sommige ziekenhuizen gebruiken ʻcode rozeʼ als steno voor een lopende kinderontvoering).

Het is niet duidelijk of Trump de esoterische details van de QAnon-theorie kent of niet. Maar hij heeft de aanhangers van de beweging omarmd, door in een persbriefing op het Witte Huis te zeggen dat ʻik heb gehoord dat dit mensen zijn die van ons land houden.ʼ Hij weigerde ook de beweging aan te klagen of af te wijzen toen hem gevraagd werd naar zijn steun voor Marjorie Taylor Greene, de QAnon-geaffilieerde congreskandidaat. En hij heeft tientallen keren berichten van QAnon-aanhangers gedeeld op zijn sociale media-accounts.

Ik heb gezien dat een hoop mensen onlangs #SaveTheChildren hebben gepost op mijn Facebook- en Instagram-feeds. Heeft dat iets te maken met Qanon?

Ja. Maandenlang hebben Qanon-aanhangers #SaveTheChildren – wat begon als een fondsenwervingscampagne voor een legitieme organisatie tegen de kinderhandel – gekaapt als rekruteringstactiek.

Wat ze feitelijk doen is valse en overdreven beweringen over kinderhandel gebruiken om de aandacht van een nieuw publiek te trekken – in dit geval bezorgde ouders. Vervolgens proberen ze het gesprek te sturen naar QAnon-punten – door bijvoorbeeld te zeggen dat de reden dat kinderen worden verhandeld is dat de wereldwijde bende een zogenaamd levensverlengende chemische stof uit hun bloed wil halen.

Deze specifieke tactiek is vooral problematisch geweest voor legitieme groepen tegen de kinderhandel, die te maken hebben gekregen met overstelpte meldpunten en ongebreidelde desinformatie, omdat QAnon hun onderwerp had gekaapt.

Het louter posten van #SaveTheChildren betekent nog niet dat je vrienden QAnon-aanhangers zijn. Ze zijn misschien gewoon gestuit op een bericht over kinderhandel dat bij hen weerklonk, en hebben besloten dat te delen. Maar zij, en jij, zouden moeten weten dat die berichten deel uitmaken van een gecoördineerde QAnon-strategie.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Politiek

Factchecks helpen niet tegen QAnon

Oorspronkelijke tekst (Engels): New York Times, 3 september 2020

fotografie: The New York Times

door Stephen Bokat-Lindell

Spencer Bokat-Lindell is redacteur opinie bij de New York Times. Voorheen was hij redacteur bij The Paris Review en Axios.

In oktober 2017 heeft een zich ʻQʼ noemende gebruiker van het beruchte online messageboard 4chan een bericht over een samenzweringstheorie gepost die de toekomst van de Amerikaanse politiek zou veranderen. In de telkens weer veranderende catalogus van beweringen die deze theorie doet staat onder meer dat een bende van satanistische pedofielen en kannibalen, die de wereld wil domineren, complotten beraamt tegen president Trump; Trump zal op een bepaald moment, ʻThe Stormʼ geheten, deze criminelen aan de kaak stellen en Amerika weer groots maken.

Ook al waren deze absurditeiten aanvankelijk met een zweem van humor omgeven, het lachen is ons inmiddels wel vergaan. Vorig jaar wees de F.B.I. de groep aan als een potentiële binnenlandse terreurdreiging. Momenteel denkt 56 procent van de Republikeinen dat QAnon gedeeltelijk of grotendeels waar is, tegen 9 procent van de Democraten, volgens een (enigszins controversiële) opiniepeiling. En in november zal Marjorie Taylor Greene, een QAnon-gelovige met een geschiedenis van onverdraagzame uitspraken, die een Republikeinse voorverkiezing in Georgia heeft gewonnen, vrijwel zeker in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden worden gekozen.

Om de opkomst van QAnon te begrijpen en te horen wat er eventueel aan te doen is, heb ik contact opgenomen met mijn collega Charlie Warzel, een schrijver van opiniestukken waarin het onderwerp uitvoerig is behandeld.

Kun je iets zeggen over hoe een marginale complottheorie in minder dan drie jaar tijd van een online messageboard in het hart van onze nationale politiek terecht is gekomen?

In mijn ogen is dit een verhaal dat alles te maken heeft met de dynamiek van het internet en het ecosysteem dat platforms als Facebook, YouTube en Twitter heeft voortgebracht. Het begon met een marginale samenzweringstheorie op een website waar veel witte supremacisten, wat pornografie en een aantal van de meest vreselijke dingen op het internet te vinden zijn. Deze theorie heeft aan kracht gewonnen, omdat zij oorspronkelijk gebaseerd was op het idee dat Hillary Clinton en het establishment van de Democratische partij écht corrupt zijn. Er zat iets in deze theorie dat in politieke zin aansloeg bij mensen die op Trump-rallyʼs ʻLock her upʼ (ʻSluit haar opʼ) zongen.

Dus QAnon verspreidde zich van een paar berichten op messageboards naar mensen die erover spraken via YouTube-kanalen. En tot op zekere hoogte werd de theorie daardoor gezuiverd, omdat zij daarmee uit een werkelijk giftig milieu werd gehaald. En dankzij het aanbevelingsalgoritme van YouTube werd je, als je naar wat dingen over Trump keek, ook naar videoʼs over de ʻdeep stateʼ of over corruptie of over ʻRussiagateʼ geleid. En het algoritme bracht je, nadat je die inhoud tot je had genomen, ook naar extremere dingen, totdat je bij QAnon uitkwam. De discussie verplaatste zich vervolgens naar Facebook, en Facebook is nog iets ʻrespectabelerʼ dan YouTube, zodat het verhaal eveneens bij een ouder publiek terechtkwam en er allerlei gemeenschappen omheen ontstonden.

Sociale platforms verlenen iets dat zeer opruiend is onevenredig veel impact en kracht. Mensen sluiten zich erbij aan omdat het emotionele weerklank heeft en komen erachter dat het fungeert als koren op de virale molen. Sommigen van hen ontpoppen zich als ware gelovigen, velen zijn louter opportunisten, maar veel maakt het niet uit.

We hebben dit steeds weer gezien met online samenzweringstheorieën, waarbij deze platforms helpen de boodschap te ontdoen van zijn oorspronkelijke context. Ik denk echt dat als meer mensen zouden weten dat QAnon is ontstaan op het soort forums dat vol zit met antisemitisme, misogynie, wit-supremacistische taal, intimidatie, pornografische inhoud, griezelige fotoʼs van misdaadplekken en al dat soort vreselijke dingen, ze veel voorzichtiger zouden zijn.

Op het gevaar af iets voor de hand liggends te zeggen: samenzweringstheorieën zijn geen nieuw fenomeen in de Amerikaanse politiek. Ryan Grim van The Intercept besprak onlangs hoe een begin-20e-eeuwse samenzweringstheorie over witte meisjes die als seksslavinnen zouden zijn verkocht heeft geleid tot de oprichting van de F.B.I., en er schuilen in dat verhaal een paar griezelige parallellen met hoe QAnon is begonnen met het kapen van de ʻred de kinderenʼ-retoriek. QAnon recycleert ook veel themaʼs uit archetypische anti-semitische samenzweringstheorieën. In hoeverre denk je dat QAnon uniek is voor het tijdperk van de sociale media, en in hoeverre denk je dat dat niet zo is?

Het blijkt altijd erg heilzaam te zijn voor mensen die zich boos, gefrustreerd en vervreemd voelen – wat het ook moge zijn – om hun frustraties niet toe te schrijven aan een heel groot systeem dat zich niet om hen bekommert en hen in de steek heeft gelaten, maar aan kwaadaardigheid, zodat ze kunnen zeggen: ʻDit is corruptie van de hoogste orde, dit gaat helemaal tot aan de top.ʼ

En dat hangt samen met het feit dat er in de wereld nu eenmaal samenzweringen bestaan – je weet wel: er is overheidscorruptie, er is kinderhandel. Al die dingen bestaan. Maar vaak manifesteren ze zich op de meest saaie manier die maar mogelijk is. Een deel van de reden waarom QAnon het afgelopen jaar zo populair is geworden is het Jeffrey Epstein-schandaal, een echte gebeurtenis die de beweging veel vaart heeft gegeven.

Toch denk ik wel dat QAnon anders is dan andere samenzweringstheorieën door de manier waarop al die internetplatforms samenwerken. QAnon heeft veel andere samenzweringstheorieën bijeengebracht in één grote, overkoepelende beweging, die wordt gekenmerkt door een breedvoerige uitleg van hoe de wereld zou functioneren. QAnon wil een thuis zijn voor iedereen.

Als je met mensen praat die deze beweging echt hebben bestudeerd, zeggen ze dat zij mensen een doel in hun leven geeft. En als die mensen zich ontheemd voelen, fungeren platforms als Facebook en YouTube en Twitter als de fora waarop ze elkaar kunnen vinden. En als ze elkaar eenmaal gevonden hebben, wordt dit gewoon een manier van leven.

Julia Carrie Wong berichtte onlangsin The Guardian dat de campagne van Marjorie Taylor Greene financieel is ondersteund door veel machtige Republikeinse figuren en organisaties, waaronder iemand die connecties onderhoudt met de stafchef van het Witte Huis, Mark Meadows. In hoeverre houdt u socialemediabedrijven verantwoordelijk voor de opkomst van QAnon, en in hoeverre ziet u QAnon als een symptoom van een of andere diepere rot in het Amerikaanse sociale en politieke leven?

O, het is voor de volle honderd procent een combinatie van die twee dingen. Zoʼn beweging is pas mogelijk als mensen hun vertrouwen in de deskundigheid en het gezag van de instituties hebben verloren. En ik denk dat de woede en de lusteloosheid en het gebrek aan kansen voor veel mensen sinds de financiële crisis, en het gevoel van precariteit, veel hebben bijgedragen aan de omstandigheden waardoor een theorie als deze kon ontstaan. En Trump is zeker een grote speler in het uitgebreide QAnon-universum.

Ik denk dus niet dat de socialemediabedrijven QAnon op welke manier dan ook in het leven hebben geroepen, maar dat ze er wél verantwoordelijk voor zijn dat al die mensen elkaar zo makkelijk hebben kunnen vinden. Zij hebben hen een infrastructuur gegeven, en een route naar het verdienen van geld en het vergaren van roem. Er kan heel veel geld mee worden verdiend. Ik denk dat de huidige toestand in het land en in de wereld – de ontgoocheling – ertoe heeft bijgedragen dat de theorie kon ontstaan en dat zij een doel kreeg. En dan helpen deze bedrijven om haar te verspreiden en veel invloed te vergaren, en geven zij mensen prikkels om ermee door te gaan.

Twitter heeft onlangs aangekondigd duizenden QAnon-accounts te gaan verbieden, en Facebook zei ook iets dergelijks van plan te zijn. Maar het is en blijft wel Facebook, dus we moeten dat bericht waarschijnlijk met een korreltje zout nemen. Is dit wat de technologiebedrijven volgens jou zouden moeten doen?

Het zal zeker helpen om het deze beweging de wind uit de zeilen te nemen, maar ik denk ook dat de geest allang uit de fles is. Een zeer klassieke dynamiek van deze platforms is dat ze iets uitrollen of een bepaalde structuur opbouwen, zonder er echt over na te denken wat er zou kunnen gebeuren als die structuur misbruikt wordt, als de zaken echt uit de hand gaan lopen; pas als dat heel erg het geval is proberen ze er weer controle over te krijgen. En tot op zekere hoogte kun je dan niet meer terug naar waar het allemaal ooit is begonnen.

Daarom is het echt frustrerend dat Facebook pas in juni dit jaar heeft besloten om QAnon serieus te nemen en de eerste controle op de inhoud van de QAnon-paginaʼs op hun platform uit te voeren. Dit gedoe is al bijna drie jaar aan de gang! En nu proberen ze die gemeenschappen alsnog de kop in te drukken, maar ik weet niet of dat nog wel gaat lukken. Ik denk dat al die mensen dan gewoon ergens anders heen gaan. Ik denk dat Facebook, Twitter en YouTube hen de petrischaal hebben aangereikt om in te groeien, en dat ze nu sterk genoeg zijn om op eigen kracht verder te kunnen.

Sommige pleitbezorgers van de vrije meningsuiting – en dan bedoel ik de vrije meningsuiting in de losse, buitenwettelijke zin – zijn bezorgd dat de sociale-mediaplatforms de inhoud gaan censureren, omdat het de macht van een paar bedrijven om de reikwijdte van een aanvaardbaar discours op te leggen nog verder versterkt. Deelt u die zorgen, of denkt u dat ze overtrokken zijn?

Ik denk dat alle zorgen over de vrijheid van meningsuiting zwaar overdreven zijn. Deze platforms willen niet de schijn ophouden dat ze redactionele beslissingen nemen, maar er is wel iets heel verhelderends aan QAnon. Het gaat hier niet om een situatie waarin redelijke mensen het met elkaar oneens zijn. Dit is een samenzweringstheorie die is ontstaan op een witte supremacistische antisemitische messageboard, over de voormalige Democratische presidentskandidaat die in Guantánamo zou moeten worden opgesloten wegens misdaden tegen de Verenigde Staten. Dit is gekheid, een uiterst gevaarlijke zaak.

Wilt u dat deze bedrijven deze beslissingen nemen? Nee, want ze hebben duidelijk laten zien dat ze daar niet erg goed mee om kunnen gaan, en ze zijn er duidelijk niet op gebrand de oplossing zijn. Maar helaas zullen deze beslissingen wel door deze mensen genomen moeten worden, omdat ze het zo ver hebben laten komen.

En ik weet gewoon niet wat het alternatief is. Gewoon maar afwachten waar dit heen gaat? Ik bedoel, oké, maar kan iemand zich een toekomst voorstellen waarin dit zich ontwikkelt op een manier die constructief is voor onze politiek en voor onze samenleving? QAnon vergrijpt zich aan de politiek en maakt er een sciencefiction-stripverhaal van over kinderpornobendes.

Steven Hassan, een consulent in de geestelijke gezondheidszorg en cult-deskundige, zei onlangs in MIT Technology Review dat veel van de belangstelling voor QAnon wordt ingegeven door angst, en dat het louter behandelen ervan als een probleem van desinformatie of een verkeerd werkend algoritme niet genoeg zal zijn om de invloed ervan te beteugelen. Bestaat er enige consensus over wat wel zou volstaan?

Ik heb daar nog niets van gemerkt. Mensen die sektes onderzoeken denken in beginsel dat dit niet louter een probleem van desinformatie is. Het is veel ingewikkelder. Dit kan echt niet worden opgelost met fact-checking. Ik sprak met Mike Rothschild, een onderzoeker die een boek over QAnon schrijft en het fenomeen de afgelopen drie jaar heeft gevolgd. Hij zei dat er bijna iedere dag mensen naar hem toe komen die zeggen: ʻIk heb een familielid die in deze val is getrapt, wat moet ik zeggen om hem of haar er weer uit te halen?ʼ Er is niet echt iets is dat je kunt zeggen.

Maar zeg in ieder geval niet dat ze gek zijn. Dit moet worden aangepakt met een zekere mate van empathie voor de mensen die in dit konijnenhol zijn getuimeld. QAnon vervult een betekenisvolle rol in hun leven, of het nu gaat om het vinden van een doel of om het begrijpelijker maken van hun wereld, het is belangrijk voor ze. We moeten een manier vinden om dit fenomeen minder belangrijk te maken, om ervoor te zorgen dat dit geloof een minder vooraanstaande positie inneemt in hun leven.

Ik denk niet dat er makkelijke oplossingen zijn. Adrian Hon, een ontwerper van alternate reality games die ik heb geïnterviewd, zei dat mensen niet stoppen met het spelen van een spel zolang dat spel in een behoefte voorziet. Ze gaan niet stoppen met spelen omdat je tegen hen zegt dat het een dom spel is. Je moet ze een reden geven om te willen stoppen met spelen. Je maakt geen einde aan dingen als QAnon zonder mensen een geldige reden te geven om zich er vanaf te wenden.

Dus waar zie je QAnon heengaan?

Ik denk dat we nog maar net in het beginstadium verkeren. We bevinden ons op het moment dat iedereen probeert te bedenken waar dit op de dreigingsradar thuishoort, of op de kleurgecodeerde kaart van Homeland Security. Er zijn een paar mensen die dit al een tijdje onderzoeken, en zij denken dat de kleur oranje of rood moet zijn, en dat de dreiging groot is.

Veel hangt af van waar dit feitelijk de weg kruist van de moderne politiek en de verkiezingen. Het is mogelijk dat iemand als Lindsey Graham dit zal veroordelen als een samenzweringstheorie die gevaarlijk en slecht is. Donald Trump zou kunnen besluiten dat QAnon hem politiek gezien toch niet zo goed van pas komt. Maar hij kan ook tot de slotsom komen dat het fantastisch is! En dat meer knipoogjes en knikjes naar QAnon-aanhangers hem kunnen helpen de verkiezingen te winnen. Dan zullen meer mensen het voorbeeld van Marjorie Taylor Greene gaan volgen, zal het fenomeen steeds groter en groter worden, en zal de pers erdoor geobsedeerd raken.

Eén ding waar mensen die dit soort zaken onderzoeken zich zorgen over maken, is dat de pers louter over de best verteerbare onderdelen ervan gaat praten, en niet over Hillary Clinton die de gezichten van babyʼs zou verminken en hun scalpen als maskers zou dragen, omdat dat niet goed is voor de verkoop- en kijkcijfers; ze zullen Qanon dus gewoon behandelen als een theorie over de ʻdeep state.ʼ Het fenomeen zal gefatsoeneerd raken en daardoor verteerbaarder worden voor de meeste mensen.

Ik denk dat als je dit leest, het echt iets is om serieus te nemen. Maar waar het naartoe gaat en hoe duister het allemaal zal worden is nog steeds een beetje koffiedik kijken.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Politiek

Trump heeft Amerikaʼs smerige oorlogen thuis gebracht

Oorspronkelijke tekst (Engels): The New Republic, 21 juli 2020

fotografie: https://stuartschrader.com/contact

door Stuart Schrader

Stuart Schrader is docent sociologie aan de Johns Hopkins University en auteur van ʻBadges Without Borders: How Global Counterinsurgency Transformed American Policing

De autoritaire tactieken die we in naam van de nationale veiligheid over de hele wereld hebben verspreid, worden nu in Portland ingezet

In 1963 bracht het U.S. Agency for International Development een trainingsfilm voor de politie uit, onder de naam First Line of Defense. Deze film, gemaakt om politie-agenten uit derdewereldlanden te leren hoe ze de eerste tekenen van een dreigende communistische revolutie konden herkennen en hoe ze deze politieke subversie met verve de kop in konden drukken, toont een ʻwould beʼ communistische bende die ten tonele verschijnt en de hele stad onderkalkt met graffiti. De film maakt duidelijk dat, als de politie niet doelgericht ingrijpt, dit relatief onschuldige wangedrag de eerste noodlottige stap kan zijn op de weg naar een volwaardige guerrilla-opstand. Voor het overige een nuchter en didactisch geheel, bevatte de film één grap. Het symbool van de bende, geklad op de stadsmuren, was ʻO/PS,ʼ wat toevallig ook de naam was van de opdrachtgever van de film, het Office of Public Safety, de aan de CIA gelieerde afdeling voor de training van buitenlandse politie-eenheden van de Amerikaanse regering, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog.

Midden juni dit jaar, toen de regering-Trump met haar executive order ter ondersteuning van de politie kwam, verwees het Witte Huis naar de politie als de ʻeerste verdedigingslinie hier in eigen land.ʼ Tien dagen later verkondigde een tweede executive order dat ʻAmerikaanse monumenten, gedenktekens en standbeeldenʼ beschermd moesten worden tegen gevaarlijke ʻanarchisten en linkse extremisten.ʼ Hoewel deze executive orders misschien geduid moeten worden als shitposts van de uitvoerende macht, hebben ze de basis gelegd voor het gebruik door de regering-Trump van federale wetshandhavers om een nieuwe binnenlandse oorlog tegen haar eigen burgers te voeren.

Net als in de film First Line of Defense begon het allemaal met graffiti. In een aantal bulletpoints over het strijdtoneel in Portland, Oregon, meldde het Department of Homeland Security (DHS) herhaaldelijk: ʻGewelddadige anarchisten hebben graffiti aangebracht op…ʼ

Dit refrein, waarin wordt gesuggereerd dat het geweld voortspruit uit het mondstuk van een spuitbus, mag dan niet meer lijken dan een grap, de gevolgen ervan zijn zeer gevaarlijk. Zwaarbewapende federale agenten, die een gerechtsgebouw moesten beschermen tegen ʻvandalen,ʼ hebben projectielen afgevuurd op demonstranten, die daardoor zware verwondingen opliepen. Deze speciale agenten, die geen antwoord geven als je hen vraagt om zich te identificeren, maar in dienst zijn van de Customs and Border Protection (een douanedienst), dragen camouflagekleding, helmen, en tactische apparatuur. Ze hebben de beschikking over een breed scala aan wapens, zoals irriterende chemische stoffen en geluidswapens. Het meest ijzingwekkend is dat ze rondrijden in ongemarkeerde minibusjes, als een bende bijzonder agressieve voetbalmamaʼs. Er zijn opnamen van agenten die op schijnbaar willekeurige wijze arrestanten in een busje duwen, om vervolgens op hoge snelheid weg te rijden. Mark Pettibone, een demonstrant die op deze manier van de straat werd geplukt maar even later weer werd vrijgelaten, zei dat deze gemaskerde agenten zich nooit hebben geïdentificeerd.

President Trump maakt op zijn beurt in zijn herverkiezingsretoriek gebruik van deze krachtmeting door zich op te werpen als de laatste verdedigingslinie tegen deze gewelddadige anarchisten. Portland diende als zijn laboratorium voor een reeks radicale wetshandhavingstactieken, met de belofte dat ook andere steden binnenkort kunnen rekenen op eenzelfde demonstratie van door de staat gesponsord machtsvertoon. Die steden hebben volgens Trump een aanpak nodig zoals de Verenigde Staten die hebben toegepast in Afghanistan, omdat hun burgemeesters, net als de militante betogers, te ʻlinksʼ zouden zijn.

Zoals veel commentatoren hebben opgemerkt, komen deze stappen rechtstreeks uit het draaiboek van buitenlandse autoritaire leiders. Maar de geschiedenis van het Office of Public Safety, dat tijdens de Koude Oorlog werd opgericht om de contra-revolutie in de hele wereld te ondersteunen, toont aan dat Trumps enthousiasme voor autoritair machtsvertoon ook heel oude binnenlandse wortels heeft. Deze geschiedenis biedt ook enkele ontnuchterende lessen: telkens als het soort operaties dat in de film van het Office of Public Safety wordt getoond tijdens de Koude Oorlog misliep en er tóch volksopstanden uitbraken, was ernstig en ongedifferentieerd staatsgeweld het gevolg. Het resultaat was een smerig traject van oorlogsvoering onder de radar, met doodseskaders, verdwijningen en bloedbaden. De vraag die vandaag de dag moet worden gesteld is hoeveel van dit alles zich nu in eigen land manifesteert.

Het is de bedoeling dat contra-revolutionaire maatregelen een preventieve werking hebben. Als er eenmaal een volwaardige opstand uitbreekt, kan het moeilijk zijn om deze nog te smoren. Af en toe leidt zoʼn opstand zelfs tot regimeverandering – kijk maar naar Lyndon Johnson, die ten val kwam door een opstand in Vietnam. De veiligheidstactieken die nodig zijn om een populaire politieke beweging onder de duim te krijgen die de macht wil grijpen, zijn noodzakelijkerwijs escalerend van aard. De logica hierachter is simpel: opstandelingen slagen alleen als ze gewone mensen ertoe weten over te halen hen te steunen. Daarom is het van het grootste belang te voorkomen dat ze aanhang onder de bevolking krijgen.

Gaandeweg dit proces worden gewone mensen uiteindelijk het doelwit van de staat. Als je de opstandelingen steunt, ben je een doelwit. Ook als je alleen maar geneigd lijkt de opstandelingen te steunen, ben je een doelwit. De enige manier om te voorkomen dat je een doelwit wordt, is het bieden van volmondige steun aan het heersende regime en zijn strijdkrachten. Maar zoals de klassieke theorie van het neerslaan van opstanden onderkent, kan het steunen van het regime je ook tot een doelwit voor de opstandelingen maken. De terreur van de opstandelingen vindt zijn spiegelbeeld dus in de contraterreur van de overheid.

Die contraterreur is altijd erger. Na zijn vertrek uit Guatemala in 1968 stuurde een ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Viron P. Vaky, die geschokt was door wat er onder zijn hoede was voorgevallen, zijn collegaʼs een pijnlijk memorandum met de titel ʻGuatemala en contraterreur.ʼ Hoe, vroeg hij zich af, had het zover kunnen komen? Kwam dit doordat liberalen (zoals hijzelf) te veel geloof hadden gehecht aan de revolutionaire dreiging die van uiterst links uitging, zodat ze uiterst rechts alle vrijheid hadden gegeven en de politie erop hadden losgelaten? Wat de oorzaak ook mocht zijn, de gevolgen van dit alles waren voor Vaky volkomen duidelijk. Guatemala’s contraterreur was ʻbijtend,ʼ ʻongedifferentieerdʼ en ʻwreed.ʼ

De terrorismebestrijding in de steden nam vaak de vorm van verdwijningen aan. Deze afschuwelijke tactiek onthield de familieleden van degenen die waren verdwenen de mogelijkheid om afscheid te nemen; die families vroegen zich vertwijfeld af of ze hun geliefden ooit nog terug zouden zien. Zonder lichaam was er geen bewijs voor moord, maar ook geen mogelijkheid om een begrafenis of een rouwritueel te organiseren. Guatemalteekse vakbondslieden en studenten behoorden tot de eerste doelwitten, omdat ze makkelijk op te sporen waren en ontvankelijk werden geacht voor de boodschap van de geheime communistische vijfde colonne.

In sommige gevallen kwam de contraterreur van de officiële strijdkrachten van de staat. Eén van de innovaties in Guatemala was het uit boven de zee vliegende helikopters gooien van vermeende communisten. In Portland zijn extreemrechtse militanten gesignaleerd in shirts waarop deze tactiek wordt toegejuicht. Maar steeds vaker kleden deze figuren zich als DHS-officieren, met een Hawaiï-shirt aan.

Soms kwam de contraterreur van losjes georganiseerde paramilitairen, vooral op het platteland. In een analyse uit 1972 van Amerikaanse wetenschappers wordt nuchter geconstateerd dat de Guatemalteekse regering een paramilitaire troepenmacht van tweeduizend man had opgericht: ʻHoewel ze ongetraind en ongedisciplineerd waren, en bij hun operaties zonder aanziens des persoons optraden, kregen deze amateurs de lof toegezwaaid voor een groot deel van het succes van de campagne.ʼ Deze studie concludeerde echter ook dat de ʻhardhandige techniekenʼ van andere ʻundercoveragentenʼ ʻte lomp waren om zeer effectief te zijn, en hebben geleid tot het genereren van oppositie tegen de regering van normaal gesproken niet-politieke elementen uit de bevolking.ʼ

Dikwijls was het gewoon onduidelijk wie achter de contraterreur zat, omdat de schimmige agenten zich nooit identificeerden. Bestonden de doodseskaders uit politie-agenten of uit soldaten die buiten diensttijd opereerden? Waren het mensen die waren ingehuurd door de elites en de landeigenaren? Waren het mensen uit je eigen buurt? Tijdens de Koude Oorlog was in heel Latijns-Amerika, en met name in militaire dictaturen als Argentinië, de angst dat je buurman misschien lid was van een doodseskader aannemelijker dan de officiële propaganda die beweerde dat je buurman een communistische subversieveling zou kunnen zijn. In Argentinië reden doodseskaders rond in Ford Falcons, de populairste auto van het land, wat inhield dat als je zoʼn auto door je straat zag rijden dit kon betekenen dat je een familielid nooit meer zou terugzien; maar het kon ook helemaal niets om het lijf hebben. Tot op de dag van vandaag kan de aanblik van een klassieke Falcon ervoor zorgen dat het hart van een oudere Argentijn een paar keer overslaat.

Deze geschiedenissen, en hun pijnlijke en nooit vervagende herinneringen, zijn relevant voor het heden, omdat Trump de ideologie van de contrarevolutie op het hele halfrond nieuw leven heeft ingeblazen. En de verdwijningen houden aan.

Vandaag de dag bieden de V.S. over de hele wereld nog steeds dezelfde soort veiligheidshulp aan landen als vijf decennia geleden via het Office of Public Safety. Normaal gesproken zou de Border Patrol Tactical Unit, die zo straffeloos in Portland opereert, in feite betrokken moeten zijn bij de training van grenswachten in andere landen. Maar bovenstaande geschiedenissen zijn van belang voor het heden omdat het buitenlands beleid van de V.S. onder Trump niet langer hoeft te pretenderen te zijn toegewijd aan de beginselen van de liberale democratie. Nu zijn deze uit deze mottenballen gehaalde ideologieën aan het werk in de straten van de VS zelf – ook al vormen betogers op straat juist het bewijs dat onze democratie tot nu toe althans nog enigszins werkt.

Binnen een paar dagen na de moord op George Floyd was het duidelijk dat deze reeks opstanden anders zou zijn. De politie weifelde tussen willekeurige aanvallen op vreedzame demonstranten en snelle terugtrekkingen, die schijnbaar bedoeld waren om zoveel mogelijk vernielingen en plunderingen uit te lokken als waartoe de betogers bereid waren. De aanvallen zorgden voor maximale woede onder de betogers en de daaropvolgende tactische terugtrekkingen stelden hen in staat om die woede op het stadslandschap zelf te koelen. In Minneapolis brandde een politiebureau af, en in andere steden waren politievoertuigen het doelwit. In New York City ʻbevrijddenʼ demonstranten goederen uit dure winkels, terwijl er nauwelijks agenten in de buurt waren, omdat die enkele blokken verderop vreedzame demonstranten in elkaar aan het slaan waren.

Maar de federale strijdkrachten, met hun bijna onbeperkte middelen, pakten het anders aan. Hun machtsvertoon was onverbiddelijk. Zij koppelden gespecialiseerde politiebataljons op de grond aan verkenning vanuit de lucht en manoeuvres met helikopters, bedoeld om betogers te intimideren, zo niet daadwerkelijk te verwonden. Deze operaties vuurden de demonstranten juist aan, in plaats van de betogingen te deëscaleren.

Begin juni leek het er een paar dagen lang op dat een combinatie van meedogenloze acties van de plaatselijke politie en federale tactieken, gericht op Washington, het land op de drempel van een contrarevolutie hadden doen belanden. Voor nuchtere waarnemers was de boodschap glashelder: het was het geweld van de politie dat zorgde voor het aanzwellen van de protesten. Zoals ik destijds schreef was de contrarevolutie de voedingsbodem voor de revolutie.

Toen begon de vermoeidheid toe te slaan. De betogers veranderden van tactiek, burgemeesters pleitten voor kalmte en het militaire leiderschap, geconfronteerd met onenigheid in eigen gelederen, ontzenuwde Trumps dreigementen en diende de president op ongekende wijze van repliek, ondersteund door gepensioneerde generaals. Maar de woede van het volk over het racisme is nog lang niet verdwenen, vooral niet nu de economie voor iedereen blijft krimpen, behalve voor de superrijken, de pandemie nog steeds voortwoedt, en de politie burgers blijft doden.

In sommige steden waar de protesten een hardnekkig verschijnsel waren, zoals in Portland, is Trumps Department of Homeland Security ingezet. In tegenstelling tot de Nationale Garde, waarvan de slecht voorbereide leden zich maar al te vaak ongemakkelijk leken te voelen als ze tegen betogers in eigen land moesten optreden, herbergt het DHS de ware gelovigen van het Trumpisme. Niet alleen behoren haar operationele werkzaamheden, zoals deportaties, tot de ruwe essentie van het Trumpisme; de agenten van de Border Patrol-eenheden en de Immigration en Customs Enforcement zijn altijd al de gretige voetsoldaten van de regering-Trump geweest.

Portland was al vanaf het begin van het presidentschap van Trump een brandhaard van protesten. Journalist Arun Gupta heeft het zelfs ʻriotlandiaʼ genoemd. Confrontaties tussen neonaziʼs en anti-fascisten zijn er routine geworden, en de protesten na de moord op George Floyd betekenden louter een voortzetting van deze botsingen. De lokale politie was doorgaans meedogenloos, en deze meedogenloosheid heeft de vastberadenheid van de betogers alleen maar versterkt.

Binnen de stad is het federale gerechtsgebouw ground zero voor veel protesten, wat het DHS in staat heeft gesteld het recht om op te treden op te eisen. Maar de operaties van het DHS gaan veel verder dan het louter bieden van bescherming tegen vandalisme. In een verklaring tegenover verslaggevers hield een naamloze hoge DHS-ambtenaar staande dat federale agenten ʻniet zomaar, zonder reden, mensen gaan arresteren,ʼ omdat ʻdit communistisch China niet is.ʼ Maar de angst voor ondemocratische, onliberale en vreemde ideologieën dwingt het gebruik van ondemocratische en onliberale maatregelen af: dit is het reflexieve mechanisme van de antiterreurstrategie.

Natuurlijk is het wél het doel van DHS-agentschappen zoals ICE om mensen zonder enige reden te arresteren. Federale agenten, in samenwerking met lokale agenten, hebben via massadeportaties duizenden migranten laten verdwijnen, waardoor ze soms het bendegeweld dat ze oorspronkelijk waren ontvlucht weer onder ogen moesten zien. Het DHS haalt gezinnen uit elkaar en sluist zelfs kinderen door naar pleeggezinnen om geadopteerd te worden. Het alledaagse politiewerk in de steden lijkt op deze federale vorm van etnische zuivering; eenheden in burger rukken er al tientallen jaren mensen van de straat in speciale operaties tegen bendes, wat vaak leidt tot gewelddadige represailles omdat niet duidelijk is of de staat of ʻoppsʼ (vijandelijke bendeleden) hiervoor verantwoordelijk zijn. De echoʼs van de ʻvuile oorlogʼ in Argentinië zijn duidelijk aanwezig.

De huidige publieke belangstelling voor Portland heeft het DHS er nog niet toe aangezet om zich terug te trekken, en Trumps aanhoudend tegenvallende resultaten in de opiniepeilingen zouden hem ertoe kunnen brengen om de druk nog verder op te voeren door federale strijdkrachten ook naar andere steden te sturen. De detentie van Mark Pettibone, die veel aandacht in de media heeft gekregen, is een teken aan de wand. Hij werd opgepakt maar ook weer vrijgelaten, zonder dat er proces-verbaal van is opgemaakt. Maar deze gang van zaken zou gewoon een voorbode kunnen zijn van het op grote schaal en ongeregistreerd laten verdwijnen van mensen, zonder dat die ooit nog terugkomen. Dat kan ook hier gebeuren. En zoals Spencer Ackerman van The Guardian vijf jaar geleden heeft bericht, lang voordat Trump ten tonele verscheen: het is hier ook al gebeurd. Het Trumpisme is slechts het logische vervolg op iets dat we al tientallen jaren niet willen toegeven: dat het illiberalisme van de contraterreur van Amerikaanse makelij is.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Politiek

Schaf de politie af!

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 5 juni 2020

bron foto: Poets House

door Jericho Brown

Jericho Brown is een Amerikaanse dichter en schrijver, en won dit jaar de Pulitzerprijs voor poëzie.

Als je in de Verenigde Staten woont, weet je dat alles wat je hebt verkregen is dankzij – of ondanks – geweld. In feite staat de hele geschiedenis die ons op school over onze natie wordt bijgebracht bol van de moorddadige gebeurtenissen, die elkaar in zoʼn rap tempo opvolgen dat we tegen de tijd dat we klaar zijn met de middelbare school verdoofd genoeg zijn om te denken dat door de staat gesanctioneerd geweld niet alleen normaal is, maar, erger nog, moreel.

Onze naïviteit is zo diep geworteld dat sommige burgers de burgerrechtenbeweging zelfs vandaag de dag nog als geweldloos beschouwen. Maar we hebben geen respect voor die beweging als we het briljante leiderschap van Martin Luther King vereren zonder te begrijpen dat zijn werk op hetzelfde moment werd verricht als het pionierswerk van Malcolm X en de Nation of Islam, de Black Panther Party, de Deacons for Defense en vele andere basisorganisaties, die meer geïnteresseerd zijn in ʻoog om oog, tand om tandʼ dan in ʻkeer je vijand de andere wang toe.ʼ

Louter vreedzaam protest heeft zwarte mensen in de Verenigde Staten nooit vooruitgang, eerlijkheid of rechtvaardigheid gebracht. Sommigen zouden zelfs zeggen dat de witte Amerikaanse kapitalistische macht de voorkeur geeft aan vreedzaam protest, omdat militant protest meer vraagt dan wat de macht bereid is aan de onderhandelingstafel te bieden.

Als ik meer ruimte had, zou ik enkele populaire uitspraken van Nat Turner, Harriet Tubman, John Brown en Frederick Douglass aanhalen. Ik zou iets zeggen over hoe je de geschiedenis van de Amerikaanse Indianenbeweging onmogelijk kunt bespreken zonder te praten over waar je nog meer toe bereid moet zijn als je een federaal gebouw overneemt en bezet houdt. Ik wil graag in herinnering brengen dat de eerste Gay Pride een relletje was onder leiding van zwarte transvrouwen. Maar ik moet opschieten.

Begin vorige week heeft agent Derek Chauvin in Minneapolis, Minnesota, een 46-jarige zwarte man genaamd George Floyd in bedwang gehouden en geboeid. Chauvin knielde vervolgens bijna negen minuten lang op Floyds nek. Zonder zich te verzetten pleitte Floyd voor zijn leven en riep hij om zijn moeder, in het bijzijn van voorbijgangers, die Chauvin smeekten om zijn knie van Floyds nek te halen. Ze waarschuwden hem dat Floyd op het punt stond zijn leven te verliezen, en dat gebeurde ook.

Het feit dat burgers getuige zijn van een onrechtvaardige en onnodige moord, maar niet in staat zijn in te grijpen, is een voorbeeld van de VS als politiestaat. Zij kunnen niet ingrijpen – in de eerste plaats omdat het de politie is die de moorden pleegt, in de tweede plaats omdat ze bang zijn hun eigen leven te verliezen, en in de derde plaats omdat uit de geschiedenis blijkt dat er geen gerechtigheid zal zijn voor de man die ze willen redden, evenmin als voor henzelf nadat ze vermoord zijn omdat ze probeerden het juiste te doen.

Er is voor zwarte mensen in de Verenigde Staten geen goede training voor hoe je moet omgaan met rechtshandhavers. Meegaand of ingetogen zijn is geen garantie dat de politie je niet zal vermoorden. En de voorbeelden van mensen als Freddie Gray in Baltimore bewijzen dat – zelfs als de dood na politiegeweld en nalatigheid wordt beschouwd als moord – geen enkele politieagent ooit door een lijkschouwer verantwoordelijk zal worden gesteld voor het plegen van een moord.

Na de moord op Floyd zijn mensen in de VS en in het buitenland dagenlang de straat op gegaan om te protesteren, en de demonstraties gaan nog steeds door. In de Verenigde Staten werden deze mensen, omdat zovelen van hen zwart waren, geconfronteerd met tanks en wetshandhavers in oproeruitrusting. Maar ik wil nu niet veel meer woorden vuil maken aan de politie, want iedereen weet dat het in tijden van protest hun werkelijke taak is om de Amerikaanse waarde van bezit boven de waarde van het leven te stellen. Behalve dat de politie nu over militaire wapens beschikt, is dit sinds het begin van de 20e eeuw niet veranderd.

Ik denk liever aan de burgers die in het hele land betogen voor radicale verandering. Natuurlijk zijn de meesten van hen zwart of jong – velen zijn in de twintig. Hun hele leven hebben deze demonstranten de waarheid over het politiegeweld gekend. Meer recentelijk hebben ze echter coronavirus-gerelateerde sterfgevallen en ziekten van hun ouders, grootouders en vrienden moeten doorstaan. (Floyd zelf was voor zijn moord net van het virus hersteld.)

Ze zijn zich bewust van alle manieren waarop onze regering de verspreiding van het virus mogelijk heeft gemaakt, en ze weten dat ze hun eigen gezondheid op het spel zetten als ze samenkomen om méér te eisen dan alleen maar een hervorming als het om de politie gaat. Ze hoorden over de verbijsterende moorden op mensen als Breonna Taylor, Ahmaud Arbery en Tony McDade, nadat ze vele weken in isolement hadden gezeten. Ze leven in een land waar de werkloosheid onlangs bijna 15% bedroeg. Als ze deelgenomen hebben aan plunderingen, hadden ze wat ze gestolen hebben waarschijnlijk nodig. Ze weten dat het kapitalisme hier vóór de volksgezondheid komt. Ze denken aan de toekomst.

Dit zijn de omstandigheden waaronder een overweldigende meerderheid van deze jongeren vreedzaam protesteert, terwijl anderen gebouwen met stenen hebben bekogeld, in brand hebben gestoken of met verf hebben beklad. Als we het hebben over gewelddadig protest in de Verenigde Staten, bedoelen we meestal dat iemand een ruit heeft ingegooid of een paar schoenen heeft gestolen, en niet dat hij of zij iemand fysiek leed heeft berokkend. Ik vind dit schandalig in de context van het gooien van traangasgranaten door de politie en het afschieten van rubberen kogels op een vreedzame menigte. En het lijkt idioot in het licht van het feit dat Chauvin pas werd gearresteerd nadat demonstranten een politiebureau in Minneapolis in brand hadden gestoken – vier dagen nadat hij Floyd had vermoord.

In Philadelphia hebben demonstranten het standbeeld van Frank Rizzo onherkenbaar beschadigd. Het beeld van de voormalige burgemeester stond twintig jaar lang voor het stadhuis, ondanks het feit dat hij zinnen had uitgesproken als ʻStem wit,ʼ en dat hij agenten die op weg waren naar een protestdemonstratie opdroeg ʻze bij hun zwarte lurven te pakken.ʼ Ambtenaren van de stad hebben het beeld uiteindelijk in de nacht nadat het was vernield verwijderd. Geen enkele brievencampagne had dat kunnen bewerkstelligen.

Ik wil niemand tot rellen aanzetten. Ik wil alleen maar in herinnering roepen dat het ergste van het huidige protestmoment is dat het niet zou zijn voorgevallen als George Floyd nu nog had geleefd. De geschiedenis zou duidelijk moeten maken dat wat er ook gebeurt in het huidige moment van woede over de politiestaat net zo noodzakelijk is als de slavenopstand van Nat Turner in 1831.

De rebellen en oproerkraaiers die vandaag de dag betogen hebben iets radicaals in gedachten. Ze zijn niet geïnteresseerd in het bereiken van een of andere middenweg als het gaat om instellingen die alleen maar bestaan om ons in de gaten te houden, te intimideren en te doden. We weten dat het ooit krankzinnig leek om te zeggen: ʻSchaf de slavernij af.ʼ En we zijn bereid om voor gek versleten te worden als we nu zeggen: ʻSchaf de politie af.ʼ De scènes die we op het nieuws en via de sociale media bekijken zouden net zo goed herhalingen van een slecht geschreven tv-programma kunnen zijn. De politie is in iedere aflevering van dat programma het probleem, dus de politie moet worden afgeschaft, zodat we kunnen ophouden met kijken.

Als je het er niet mee eens bent dat de politie het probleem is, dan vind je blijkbaar dat zwarte mensen het probleem zijn. Als je, na alles wat je hebt gezien, denkt dat het probleem van het politiegeweld van de afgelopen honderd jaar zwarte mensen zijn, dan ben je een racist.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Gezondheid Politiek

Het grootste overheidsfalen sinds de appeasement

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 14 mei 2020

fotografie: Simon Dawson

door Owen Jones

Owen Jones is een Brits journalist, schrijver, columnist, politiek commentator en linkspolitiek activist.

Officieel is de nieuwe strategie ʻpersoonlijke verantwoordelijkheidʼ en ʻgoed, solide Brits gezond verstand,ʼ zoals onze minister-president het kleurrijk omschrijft; officieus is de operatie om het publiek de schuld in de schoenen te schuiven redelijk op stoom gekomen. Terwijl de media zich afvragen waarom de treinen en bussen in Londen propvol zitten ondanks het regeringsadvies, smeekt onze minister van vervoer, Grant Shapps, de domme oude forenzen om niet ʻterug te stromenʼ naar het openbaar vervoer.

Het kleine probleem hier is dat de regering miljoenen werknemers heeft opgedragen weer aan het werk te gaan; gezien het feit dat er nog steeds geen teleporters zijn uitgevonden, hebben ze een ander vervoermiddel nodig om de afstand tussen hun huis en hun werk te overbruggen. Als je als Londenaar meer dan 70.000 pond per jaar verdient, is dat geen probleem: ongeveer 80% heeft toegang tot een auto en de meesten kunnen thuiswerken. Helaas heeft bijna de helft van de inwoners van de hoofdstad – en ruim 70% van de mensen die minder dan 10.000 pond per jaar verdienen – geen toegang tot een auto: als je die beelden van volgepakte treinen en bussen wilt begrijpen, begin dan hier.

Het is niet verwonderlijk dat een regering die verantwoordelijk is voor het grootste dodental van Europa, zó geïnteresseerd is in het afschuiven van de schuld. Was het ʻgoed, solide Brits gezond verstandʼ om groepsimmuniteit na te streven en later dan andere Europese landen een lockdown op te leggen, ook al waren de gruwelen van Lombardije allang bekend? En was het inderdaad ʻgoed, solide Brits gezond verstandʼ om kwetsbare patiënten terug te sturen naar verzorgingstehuizen, zonder ze eerst te testen op het coronavirus, waardoor de ziekte werd verspreid in een sector waar misschien wel 22.000 mensen zijn gestorven? Of zou ʻgoed, solide Brits gezond verstandʼ kunnen verklaren hoe het personeel in de frontlinie is blootgesteld aan een gebrek aan persoonlijke beschermingsmiddelen?

Maar de strategie achter de nieuwe aanpak van de regering is duidelijk. ʻBlijf alertʼ is natuurlijk betekenisloos, behalve om de verantwoordelijkheid voor wat er straks gaat gebeuren op individuen af te kunnen wentelen. Volwassenen hebben de staat niet nodig om hun hand vast te houden, verkondigen de boodschappers van de regering: in plaats van te vertrouwen op gedetailleerde instructies en een centraal dictaat, moeten we vertrouwen op ons eigen oordeel. De implicatie is natuurlijk dat als zich straks nóg een piek in de infecties en de sterfgevallen voordoet, dit de schuld van het publiek zal zijn, omdat het niet genoeg persoonlijke verantwoordelijkheid heeft betoond.

Dit is een heropleving van de idealen van het Hoge Thatcherisme, zij het dat ze nu worden toegepast op een pandemie. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werden sociale problemen die collectieve oplossingen vereisten – zoals werkloosheid en armoede – geherdefinieerd als individuele tekortkomingen. ʻTegenwoordig is er echt geen primaire armoede meer in dit land,ʼ verklaarde Margaret Thatcher zelf. ʻIn westerse landen hebben we alleen nog problemen die geen armoede zijn. Oké, er kan sprake zijn van armoede omdat mensen niet weten hoe ze moeten budgetteren, niet weten hoe ze hun inkomsten moeten uitgeven, maar dat is uiteindelijk het gevolg van een fundamenteel persoonlijkheidsgebrek.ʼ

Als je arm was, werd het een steeds populairdere houding om te beweren dat dat kwam omdat je dom, werkschuw en lui was. Dankzij de voormalige Tory-minister Norman Tebbit werd ʻget on your bikeʼ (ʻstap op je fietsʼ) een nationaal cliché: het was natuurlijk handiger voor de regering om net te doen alsof de massale werkloosheid werd veroorzaakt door een gebrek aan inspanning en vastberadenheid, en niet door de monetaristische economie die hele bedrijfstakken verwoestte.

Wat het dogma van de ʻpersoonlijke verantwoordelijkheidʼ doet, is het uitwissen van de ongelijkheden die de samenleving tekenen, verminken en uiteindelijk bepalen. Het wendt voor dat we allemaal even vrij zijn, dat onze autonomie over ons leven en onze omstandigheden dezelfde is; dat een middenklasseprofessional die thuis werkt en toegang heeft tot een auto, dezelfde keuzes kan maken als een schoonmaakster die geacht wordt haar werk aan de andere kant van de stad te doen.

De naar schatting 60.000 mensen die tot nu toe bij deze nationale ramp zijn omgekomen, zijn niet van hun familie losgescheurd omdat het publiek niet zich niet verantwoordelijk heeft gedragen, en dat geldt ook voor de doden die de komende weken nog zullen vallen. Elke toename van de besmettingen zal niet te wijten zijn aan het feit dat iemand in het park op een meter afstand van zijn ouders heeft gestaan in plaats van op twee. Het zal niet de schuld zijn van mensen die hun buren hebben uitgenodigd voor een verboden kopje thee in de keuken, maar van het feit dat de schoonmakers die hun rommel mogen opruimen een hongerloon uitbetaald krijgen.

De verklaring hiervoor is eenvoudig: de regering heeft de lockdown versoepeld om mensen uit de arbeidersklasse in onevenredige mate in mogelijk onveilige omgevingen te dwingen, op verzoek van hun werkgevers die economische belangen boven het menselijk leven hebben gesteld. Een andere verzwarende factor is het opgeven van duidelijke instructies ten gunste van verwarring. Het kan goed zijn dat dit een bewuste strategie is, om te kunnen beweren dat de regering volkomen duidelijk is geweest, maar dat het publiek het team in de steek heeft gelaten door niet genoeg ʻgoed, solide Brits gezond verstandʼ te tonen. Wat er ook gebeurt, de poging om de schuld voor het meest rampzalige regeringsfalen sinds de appeasement van 1938 in de schoenen van het publiek te schuiven mag niet slagen. Dit is hún schuld: zíj hebben dit gedaan, en we mogen hen dit niet laten vergeten.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Economie Politiek

Het neoliberalisme is nog lang niet dood

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 16 mei 2020

bron foto: Twitter

door Alex Doherty

Alex Doherty is gastheer van Politics Theory Other, een podcast over allerlei politieke en theoretische zaken. Het doel is het werk van auteurs van radicaal links, dat soms als ʻacademischʼ of ʻmoeilijkʼ wordt gezien, naar een breder publiek te brengen.

Sommige mensen zeggen dat het neoliberalisme niet bestaat – dat het ʻbetekenisloosʼ is, of alleen maar een ʻscheldwoord.ʼ Maar van de financiële crisis van 2008 tot het Brexit-referendum van 2016, en van de opkomst van de alt-right tot de COVID-19-pandemie, kun je onze wereld eigenlijk niet goed begrijpen zonder in te zien hoe het neoliberalisme onze politiek en onze economie beïnvloedt.

Maar wat is het? In grote lijnen kan het neoliberalisme worden gedefinieerd als het geheel van het beleid en het overkoepelende politieke ethos dat de regeringen eind jaren zeventig in staat heeft gesteld zich af te wenden van de door de staat gestuurde economische planning, ten faveure van een economisch model dat concurrerende markten heeft uitgebreid naar alle terreinen van menselijke activiteit en de aanzet heeft gegeven tot de heerschappij van het financiële kapitaal (zoals bedacht in de City of Londen en Wall Street), door de beperkingen op de mobiliteit van dat kapitaal weg te nemen.

Belangrijk is dat het neoliberalisme niet alleen een beleidsagenda is, maar ook een moreel kader dat individuen leert zichzelf niet te zien als bijvoorbeeld loontrekkers, maar eerder als risicominnende ondernemers die de financiële risicoʼs moeten aanvaarden van hun deelname aan het hoger onderwijs, het kredietsysteem en de gedereguleerde arbeidsmarkten.

Het neoliberalisme werd in eerste instantie als economisch programma door de regering-Thatcher in Groot-Brittannië en door de regering-Reagan in de Verenigde Staten ingevoerd, maar de principes ervan bleven ook de derde weg-politiek van New Labour en de Clinton-Democraten bepalen. Hoewel centrumlinkse politici de toepasbaarheid van de term op hun beleid afwijzen, toont een schat aan door economen, sociologen en historici geproduceerd wetenschappelijk bewijsmateriaal aan hoe derde-weg politici het neoliberale project vooruit hebben geholpen.

Hoe staat het er vandaag de dag voor met deze ideologie? Sommigen zeggen dat het neoliberale tijdperk zo goed als voorbij is. In de begindagen van de COVID-19-pandemie verklaarde Paul Mason dat de gegevenheden van de crisis inhielden dat de politieke klasse van Groot-Brittannië binnenkort volledig zou bestaan uit ʻenthousiasteʼ of ʻenigszins onwilligeʼ socialisten – de progressieve staatsinterventie stond onvermijdelijk weer op de agenda. Dergelijke beweringen moeten echter met een korreltje zout worden genomen, niet in de laatste plaats omdat soortgelijke voorspellingen de ronde deden na de financiële crisis van 2008, na het Brexit-referendum en de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten. En die voorspellingen bleken er flink naast te zitten.

Zo kondigde Nobelpijswinnaar Joseph Stiglitz op het hoogtepunt van de financiële crisis aan: ʻHet neoliberalisme … is dood.ʼ Toch werd het al snel duidelijk dat dit een voorbarige conclusie was. Het is waar dat de crisis een ernstige bedreiging leek te vormen voor de aanbidding van de markten, omdat overheden gedwongen werden de financiële sector te redden. Maar wetenschappers als Philip Mirowski hebben aangetoond dat de neoliberalen al lang hadden begrepen dat hun project staatsinterventies vergt om markten te creëren en in stand te houden. In plaats van de crisisbestrijding van de overheden in 2008 te zien als een afwijzing van marktvriendelijk beleid, is het nuttiger om het te beschouwen als een extreem voorbeeld van pro-business overheidsingrijpen, dat erop gericht was om het primaat van de markt op de langere termijn te behouden.

Op het eerste gezicht leken de uitslag van het Brexit-referendum en de verkiezing van Trump een breuk met het neoliberalisme in te houden. Maar die diagnose kwam voort uit een gebrek aan inzicht in de manier waarop het neoliberalisme zich kan aanpassen aan elementen van andere ideologieën.

Hoewel de Brexiteers een hekel hebben aan de Europese Unie (een instelling waar neoliberale intellectuelen het al heel lang niet over eens zijn), blijven zij gehecht aan de kern van de neoliberale ideologie. Zo is het Australische, door de Brexiteers zo geliefde, op punten gebaseerde immigratiesysteem volkomen in overeenstemming met de visie van de neoliberalen op de mens als een verzameling van bezittingen (van grotere of kleinere waarde). De opleiding, werkervaring en connecties van de post-Brexit immigrant worden geherdefinieerd als vormen van kapitaal waarvan het al dan niet de moeite waard is om erin te investeren (door die immigranten binnen te laten), om op die manier een toekomstig rendement op deze investering voor de nationale economie veilig te stellen. Op punten gebaseerde immigratiesystemen betekenen met andere woorden geen eenvoudige verschuiving van de neoliberale, op de vrije markt gerichte orthodoxie naar een of ander rechts protectionisme.

Als noch de crises van 2008 noch die van 2016 het einde van het neoliberalisme hebben ingeluid, hoe zit het dan met COVID-19? Vandaag de dag, net als in 2008, zien politici als Rishi Sunak zich gedwongen beleid te voeren dat in tegenspraak lijkt te zijn met hun voorkeur voor de heerschappij van de markt, maar het is opnieuw de bedoeling om zo snel mogelijk terug te kunnen keren naar ʻnormaalʼ en het publiek te verlossen van hun ʻverslavingʼ aan de steun van de staat. Het gefrustreerde verlangen van de regering om de verlofregeling in te perken en haar duidelijke verzet tegen de invoering van een universeel basisinkomen wijzen op een engagement om de kern van het neoliberale welvaartsbeleid in stand te houden. Dit betekent dat men zich verzet tegen royale uitkeringen voor iedereen, die door de neoliberalen als nadelig worden beschouwd voor het bevorderen van de ondernemerszin en het disciplineren van de beroepsbevolking.

In de context van de pandemie en de klimaatcrisis is het nóg verontrustender dat de neoliberale visie op het individu als menselijk kapitaal blijft bestaan, waardoor regeringen bevolkingsgroepen van ʻlage waardeʼ als wegwerpartikel kunnen behandelen. Meer overheidsingrijpen om de inkomens te beschermen is welkom, maar kan door regeringen kunnen worden gebruikt om een soort economische triage uit te voeren, waarbij bevolkingsgroepen die het niet waard worden geacht om te worden ʻgeredʼ worden uitgesloten van overheidssteun. Zoals Michel Feher heeft aangetoond, zijn er al mildere precedenten voor dit soort hervormingen van de verzorgingsstaat uitgevoerd door de belangrijkste politieke partijen van Ierland en Portugal, die de uitkeringen voor de jongere delen van de beroepsbevolking hebben verlaagd om de emigratie te stimuleren en – in het geval van Portugal – om jonge, relatief arme Portugezen in te ruilen voor welvarender gepensioneerden uit het buitenland. In de context van de steeds groter wordende staatsschulden, waarbij migrantenpopulaties worden behandeld als ziekteverspreiders, is het niet moeilijk in te zien hoe een op uitsluiting gebaseerde neoliberale politiek, die investeringen in bepaalde bevolkingsgroepen en desinvesteringen in andere bevolkingsgroepen ondersteunt, aan kracht zou kunnen winnen.

Dit alles wil niet zeggen dat de COVID-19-crisis geen reële bedreiging vormt voor de neoliberale orthodoxie. Fysieke distantie en gedwongen quarantaine hebben de arbeidsmarkt verstoord, waardoor het machtsevenwicht tussen arbeid en kapitaal mogelijk is verschoven ten gunste van de werknemers. De toename van wilde stakingen en de opkomst van onderlinge hulpgroepen zijn zeker bemoedigend. En de verlofregeling heeft de kunstmatigheid van de beperkingen van de overheidsuitgaven tijdelijk aan het licht gebracht. Maar gezien de hardnekkigheid en het aanpassingsvermogen die de neoliberale ideologie gedurende de afgelopen tien jaar aan de dag heeft gelegd moet iedere nuchtere beoordeling van de huidige toestand rekening houden met de mogelijkheid van het voortbestaan (of de succesvolle mutatie) ervan, maar ook met haar mogelijke ondergang.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Economie Politiek

De euro: het wonder of de dood

Oorspronkelijke tekst (Frans): Le Monde Diplomatique, 21 april 2020

fotografie: Stéphane Burlot

door Frédéric Lordon

Frédéric Lordon is een Frans econoom en filosoof, en onderzoeksdirecteur aan het Centre européen de sociologie et de science politique in Parijs.

Na de near death experience een full death experience?

De door het ʻwhatever it takesʼ van Mario Draghi in 20121 op het nippertje geredde euro had in werkelijkheid alleen maar een beetje tijd gewonnen om zich te kunnen herstellen en de volgende klap te kunnen opvangen. Want het is wel zeker dat die gaat komen, in de vorm van een nieuwe gigantische financiële crisis. Financiële deregulering leidt immers altijd tot crises, met dezelfde regelmaat als die van de seizoenen, vooral omdat de fundamentele problemen van de kapitaalmarkten niet zijn opgelost. Want feitelijk zijn er geen zesendertig oplossingen om de problemen van de financiële markten op te lossen, er is er slechts één: ze moeten worden afgeschaft.

Maar er waren zulke machtige belangen mee gemoeid dat er alle naïviteit van de wereld voor nodig was om te kunnen denken dat er binnen het kader van de politieke instellingen van het neoliberalisme iets serieus tegen zou kunnen worden ondernomen. Obama schijnt een ogenblik te hebben gedacht dat hij kon onderhandelen en had, naar men zegt, de moguls van de financiële wereld in deze bewoordingen op de hoogte gebracht: ʻThe only thing between you and the pitchforks is my administration.ʼ Het feit dat Wall Street zijn campagne had gefinancierd en innig verstrengeld was met de Democraten bracht hem echter snel bij zijn positieven. De affaire eindigde met de Dodd-Frank Act: niet helemaal niets, maar ook niet heel veel, zoals de gebeurtenissen die nog zouden komen inmiddels hebben aangetoond.

Ondertussen stond Sarkozy in Europa in Toulon met zijn armpjes te zwaaien en wekte The Economist de indruk bang te zijn door zich af te vragen of dit het einde van het kapitalisme was, maar godzijdank – nee. Eind 2008, begin 2009 zagen we regeringen dingen goedkeuren die afwijken van het Europese liberale dogma. Er werd aangekondigd dat alles anders zou zijn en dat niets zo zou blijven als het was. Men dacht heel hard na en zou alles doen wat nodig was. Maar medio 2009, nadat de financiële en bancaire klap van de crisis was opgevangen, waren we weer terug bij af: alle ontstane tekorten kwamen voor rekening van het lopende boekjaar, verder niet. Voortaan was het parool: herstel van de ernst, onze kinderen niet opzadelen met schulden, noodzakelijke inspanningen (lees: bezuinigingen). Er ontstond een patroon dat Hegel noch Marx had kunnen voorzien: de eerste keer als klucht, de tweede keer (waar we nu in zitten) als een enorme klucht.

Van eendenvijver naar stormachtige zee

Maar er is een klein verschil: wat ons nu te wachten staat, is van een omvang die de post-subprime-golf reduceert tot een aangenaam kabbelend beekje. Nu is het moment aangebroken om te bedenken dat de euro is verworden tot een wrak in een eendenvijver, zoals binnenkort zal blijken. Tien jaar lang hebben de Europese instellingen nergens aan toegegeven – en het heeft geen zin meer om het te hebben over een ʻonconventioneelʼ monetair beleid, over de oprichting van het Europese stabiliteitspact EMS,2 of over een Potemkin-bankenunie; die hebben namelijk niets substantieels veranderd aan de regels van het economische beleid. Ook dat zullen we binnenkort zien. Hier komt nog bij dat het humanistische alter-Europa ook alles heeft lamgelegd door uitsluitend te willen debatteren over een andere mogelijke euro. Natuurlijk democratisch, maar zonder zich af te vragen hoe die transformatie van een pompoen in een gouden koets zich zou moeten voltrekken – ongetwijfeld is het voldoende om het te willen, maar dan wel heel sterk.

Zonder een begin te maken met een analyse van de politieke voorwaarden, en voorzien van alle zegeningen van een positieve humanistische houding, zijn we verzekerd van een volledige immobilisatie van het debat. De beweging DiEM25 van Yanis Varoufakis, die in 2015 na het bloedbad in Griekenland werd opgericht, vond het niet nodig om zich af te vragen hoe zij Duitsland aan haar ʻdemocratische euroʼ kon verbinden, terwijl Duitsland er alles aan deed om zich aan iedere vorm van democratische besluitvorming te onttrekken – en het najagen van deze hersenschim was alleen maar goed voor het verspillen van nog eens tien jaar. Ondertussen produceerden de sociaaldemocratische herzieners van de Europese verdragen een serie pamfletten zonder enige zeggingskracht.3 Zij waren druk bezig aan van alles te tornen, maar niet aan de kern van de ordo-liberale regels die aanleiding hadden gegeven tot het constitutionele bezuinigingsbeleid, dat de near death experience van 2010-2012 had veroorzaakt, en dat vroeg of laat zonder enige twijfel opnieuw zou gaan doen. Alle vragen die destijds werden gesteld over de houdbaarheid van de meest fundamentele en (logischerwijs) meest onwrikbare regels, over de gevolgen van een schok die even groot zou zijn als de klap van de subprime-crisis, al die vragen bleven onbeantwoord – alles wat buiten de Europees-democratische alternatieven viel. Dit is waar de weigering om lastige problemen te benoemen toe leidt: tot het jaar 2020, met vóór ons het Antwoord (we weten overigens niet meer of we verrast moeten zijn door de korte tijd die het nodig had om te arriveren).

Dus nu krijgen we de full death. Want we zien niet in wat Europa zou kunnen redden van wat in aantocht is, omdat Europa tijdens de miniatuurversie ervan (tussen 2009 en 2015) er al bijna aan was overleden. In werkelijkheid is de bom al gebarsten en zien we dezelfde bewonderenswaardige resultaten. Er wordt gezegd dat het ʻdeze keer anders is,ʼ want het komt niet door de markten, maar door een virus. Dus door een ʻexogene schokʼ – door onverklaarbare zaken van buiten de economie, die verder perfect zelfregulerend is. Een soort pech, bij wijze van spreken. Maar natuurlijk is het virus volstrekt niet exogeen: het is het product van de kapitalistische verwoesting van het milieu en heeft zijn perfecte verspreidingskanalen gevonden in onze waanzinnig geworden mondialisering. Essentieel is echter dat de ramp pas echt catastrofaal wordt in en door de motor van de financiële markten, de fora waar oordelen over schulden worden geveld – en waar deze oordelen bij zwaar weer meestal de vorm van een cataclysme krijgen.

Een muur van schulden (en hypotheses over het einde van de lockdown)

Welnu, schulden zullen er zeker zijn, zowel private als publieke. Eerst de private – ondanks de commentaren in de media, waarvoor blijkbaar alleen de staatsschulden tellen. De ineenstorting van de economie brengt bedrijven, vooral kleine, in situaties die variëren van zeer zorgwekkend tot ronduit rampzalig. In de Verenigde Staten is de Federal Reserve begonnen met een kolossaal liquiditeitsplan om bedrijven te beschermen tegen faillissementen: de banken verstrekken leningen die de centrale bank belooft te zullen opkopen. Maar voor hoe lang? ʻTot het herstel goed op gang is gekomen,ʼ zegt Jerome Powell, voorzitter van de Fed. Dus ongeveer zolang als nodig is. Hiermee geeft hij impliciet een hypothese over de duur van de crisis. Dus: ʻeen bepaalde tijd,ʼ waarvan we niet precies weten hoelang die zal duren, maar waaraan desondanks ongetwijfeld heel snel een einde zal komen. Oftewel: er zijn nu inderdaad mensen ziek, maar als ze binnenkort genezen zijn, kunnen ze weer aan het werk en zullen we ervoor zorgen dat ze gezond zullen blijven. Er is dus sprake van een gewelddadige maar tijdelijke crisis, een ʻschone crisisʼ; de maatregelen om deze moeilijke tijd door te komen zijn uitzonderlijk maar van voorbijgaande aard. En dan zal alles weer normaal zijn.

Of niet. Want het is helemaal niet zeker dat deze epidemiologische dynamiek zo keurig verloopt als het monetaire beleid graag zou willen. Ofwel het scenario van de ʻniet zo schoneʼ beëindiging van de lockdown: gedeeltelijk, selectief (bijvoorbeeld per regio), geleidelijk, overal omkeerbaar, met nieuwe, lokale lockdowns als het virus weer ergens opvlamt, of zelfs landelijk als zich in de herfst een tweede coronagolf aandient, en het virus mogelijk gemuteerd is zodat de opgebouwde immuniteit nutteloos is, enz. De ʻslechte tijd van voorbijgaande aardʼ is dan niet meer een moment maar bijna permanent – dat van een verlengde schok in het aanbod (en de vraag), een enigszins bizarre variatie op een ʻklapʼ: een ʻpermanente klapʼ (van wisselende intensiteit). De versoepeling van de lockdown kan ʻmaanden of misschien wel een jaarʼ duren, waarschuwt een Belgische epidemioloog. Nou, nou, nou.

Als u weet dat de INSEE (het Franse CBS) twee weken lockdown inschat op een daling van 1,5 procent van het bbp, berekent u dan eens tot welk verlies een lockdown zal leiden die ʻmisschien wel een jaarʼ zal duren.

Of toch maar niet. We gaan niets berekenen. Dat is veel te eng.

De INSEE heeft zelf een berekening gemaakt van acht weken lockdown. En die is al erg genoeg: een recessie van 6% (de Banque de France zegt 8%, vergeleken met de 2,2% van 2009 is dit de ergste recessie sinds 1945) en een begrotingstekort van 12% (7,5% in 2009). En dat ondanks het feit dat deze berekening uitgaat van een ʻschone crisisʼ en er geen garantie is dat het goed zal gaan of dat, mochten de acht weken niet zo goed verlopen, de productie weer normaal zal worden. Als het einde van de lockdown niet zo ʻschoonʼ is, of nog erger, als de lockdown voor onbepaalde tijd blijft bestaan, wellicht ʻmaanden en misschien wel een jaar,ʼ dan ontstaat er uiteraard een enigszins ander beeld.

In het ʻniet zo schoneʼ scenario zal de overheid in de breedste zin van het woord de economie bij elkaar proberen te houden (gedeeltelijke werkloosheid, uitstel van verschillende betalingsverplichtingen aan de staat, ʻopen barʼ-beleid bij de centrale bank) gedurende de hele tijd dat het ʻslechte momentʼ duurt, want juist als we niet uitsluiten dat dat moment met tussenpozen minder slecht wordt, zien we dat het … een bepaalde tijd zal gaan duren. Misschien duurt het wel even voordat het echt weer goed is. En dan is een bepaalde tijd, als het bijvoorbeeld een jaar wordt, veel te lang om continu de particuliere sector te steunen.

Voorlopig beleven de financiële markten, waaraan niets obsceens vreemd is, een geweldige tijd dankzij de door de Fed opgeworpen anti-faillissementsdam. Maar de dag waarop de Fed zal aankondigen dat de deze dam tijdelijk was en zich zal terugtrekken terwijl het tij blijft stijgen, zou de stemming gevoelig kunnen omslaan. De enorme omvang van al het cashgeld dat is omgezet in kortlopende schulden zal op rekening komen van de private banken, zonder dat zij kunnen onderhandelen over de laatste fase van deze reis: de overname ervan door de centrale bank. Dan begint het opmaken van de pijnlijke rekeningen, het registreren van de non-performing loans en van onbetrouwbare debiteuren. En het tellen van de banken die zullen omvallen, tenzij laatstgenoemden al anticiperend zelf economische subjecten gaan loskoppelen van de kredietbeademingsapparatuur en we daaraan het bloedbad zullen kunnen afmeten.

De ʻonveranderlijkeʼ Europese solidariteit

We noemen de Fed, maar het zou net zo goed de ECB kunnen zijn, die het nog niet nodig vindt om formeel een garantieboodschap af te kondigen. Het is trouwens niet zeker dat we daarop zullen uitkomen vóór de middelpuntvliedende krachten uit de doos komen, in een vorm die veel gewelddadiger is dan die van 2010-2015. De Engelse taal heeft daar het begrip to skyrocket voor. Binnenkort zal dat de term zijn voor alle tekorten en staatsschulden. De Engelse flipperkast kent de term: same player shoots again. Aangezien de eurocrisis een extra bal heeft gewonnen, kunnen we ook die gebruiken.

Net zoals in 2010 nodigt alles in Europa weer uit tot chaos. Vergis je niet in de uitspraken van Angela Merkel om de ʻgouden regelʼ op te schorten, of die van de Europese Commissie om de gebruikelijke criteria (3% en 60%) voorlopig niet al te nauw te nemen. Deze goede bedoelingen zullen maar even duren, minder lang dan ʻzolang als nodig is,ʼ en zullen ongetwijfeld net zo bekrompen zijn als in 2009; dit jaar mág het vanwege alle emoties, maar daarna zal het parool weer zo snel mogelijk luiden: Disziplin! Van Villeroy de Galhau bij de Banque de France tot Lagarde bij de ECB en Le Maire in Bercy: hun oproep tot inspanningen is erop gericht om ons daar nu al op voor te bereiden. De tweede keer zal dus komen als een enorme klucht. De financiële nood van Italië, Spanje en misschien ook Frankrijk belooft weer bodemloos te worden. Met daartegenover weer de onverzettelijkheid van de Europese instellingen onder de hegemonie van het Duitse blok.

De vergadering van de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) van 9 april zou zijn afgesloten met een applaus voor de eigen deelnemers – wat duidt op een mengeling van zelfgenoegzaamheid, die eigen is aan isolement, en een warrig besef dat men niet te veel moet rekenen op applaus van derden. De redenen voor dit applaus waren flinterdun. Het is waar dat het EMS heeft gezegd bereid te zijn 500 miljard euro ter beschikking te stellen, maar er is niets losgelaten over de essentie daarvan, te weten de voorwaarden, dat wil zeggen: de vereiste ʻaanpassingenʼ voor alle begunstigden van het fonds – dezelfde die tot de instorting van Griekenland hebben geleid. Same player shoots again, zeiden we al, maar deze keer inzake een land dat 16% van het bbp van de eurozone vertegenwoordigt4 (en niet 2%, zoals Griekenland …) en een schuld van 2.400 miljard euro heeft (en niet 400 miljard5). Er dan is er nog niets gezegd over Spanje (11,8%), Frankrijk (19,2%), en andere landen …

Intussen is het politieke landschap nog altijd even gunstig. In Italië is de publieke opinie op spectaculaire wijze gedraaid: aanvankelijk het meest pro-Europees, is het land nu ten prooi gevallen aan een gevoel van verlatenheid en walging. En dat is begrijpelijk, want de Europese blindheid is schrijnend geweest. De late verontschuldigingen van de voorzitter van de Europese Commissie, en de gemaakte bevlogenheid ervan – ʻwijstaan achterjullie,ʼ terwijl het omgekeerde werd bedoeld – hadden als enig effect dat de Italianen bevestigd werden in hun idee dat ze in de steek gelaten waren. En dit werd hen opnieuw verteld door de Ecofin-vergadering, luid applaudisserend voor zichzelf – maar dan in technischere termen: 1) we zullen jullie behandelen als Griekenland, 2) als het gaat om euro-obligaties of corona-obligaties kunnen jullie de pot op. Je moet je overigens afvragen of er reden tot klagen is met dit Europa, waarin zelfs de oplossingen die bedoeld zijn als redmiddel een venijnig kantje hebben: die euro-obligaties werden gepresenteerd als een onvoorwaardelijk instrument dat zou openstaan voor iedereen die ze nodig had. Maar natuurlijk komt ʻsolidariteitʼ nooit zonder ʻtegenprestatie.ʼ De corona-obligaties zouden hier waarschijnlijk ook niet aan zijn ontsnapt.

En aangezien Europa met zijn inerte instellingen tot niets anders in staat is dan tot tragische herhalingen, zien we soortgelijke personages alweer dezelfde taferelen opvoeren. Jeroen Dijsselbloem, de beul van de Grieken bij de Eurogroep, is opgevolgd door de al even meedogenloze Wopke Hoekstra, de huidige minister van Financiën van Nederland – aan hem danken we sinds eind maart de torpedering van het project van de corona-obligaties, vergezeld van een zware aanklacht tegen Italië, dat werd beticht van een wezenlijk budgettair onvermogen om de situatie het hoofd te bieden, en dat binnenkort wel eens een bezoekje van een onderzoekscommissie tegemoet zou kunnen zien, een van die broederlijke instrumenten waarvan de EU het geheim bewaart. En we kunnen het eeuwige antwoord al zien aankomen, het antwoord dat in het afgelopen decennium bijna tot de begrafenis van de euro heeft geleid en dat deze keer opnieuw zal doen: ʻWij gaan niet voor anderen betalen.ʼ Ieder voor zich – dat is het solidaire Europa. Nederlanders, Duitsers, Luxemburgers, Finnen enz.: wij betalen niet voor anderen.

Net als in 2010: de Duitse rots

En de Duitsers zijn daar beslist minder dan ooit toe bereid. Op het gebied van de gezondheidszorg lijkt Duitsland het beter te doen dan welk land dan ook, wat Frankrijk in verlegenheid brengt: voldoende ic-capaciteit, intensief testbeleid, relatief laag aantal sterfgevallen, snelle daling van de curve – we mogen niet vergeten dat Frankrijk nog tot eind juni op zijn mondkapjes moet wachten … Het einde van de Duitse lockdown is daarom al snel in zicht – evenals de hervatting van zijn economische activiteiten. De groeiverliezen, het begrotingstekort, de private en de publieke schulden zullen lager zijn dan die van andere landen, omdat Duitsland – niet zonder reden – meent beter georganiseerd te zijn. Dit is het soort prestatie dat weinig aanleiding geeft tot geduld voor de achterblijvers en nog minder tot financiële solidariteit. Ieder voor zich.

Er zullen geen euro-obligaties komen en ook geen corona-obligaties. Er zal geen solidariteit zijn. Er zullen wél kolossale nationale staatsschulden zijn, met enige bereidheid van de ECB om ze op te kopen, teneinde de ontploffing van de spreads6 voor de meest getroffen landen te beperken, niet zonder plafond deze keer, want de huidige crisis kent geen whatever it takes, ook al is er 2.400 miljard euro op weg naar Italië en 1.290 euro naar Spanje. Het whatever lijkt dus iets te worden dat we zullen moeten herzien. Om nog maar te zwijgen van het feit dat sommige landen in de bestuursraad zullen gaan denken dat de ECB een stofzuiger mag worden voor de slechte schulden van anderen. We zullen degenen ʻhelpenʼ die geholpen moeten worden, maar dan wel financieel, dat wil zeggen via de EMS-procedures, binnen de grenzen van de middelen … en dan vooral door middel van toezicht à la Griekenland.

Laten we de dingen bij de naam noemen: landen ter grootte van Italië of Spanje zien we niet zo gauw buigen voor deze behandeling, nog minder wanneer rationele oplossingen samengaan met verbittering. Gezien de enorme omvang van wat ons te wachten staat, zijn er slechts twee mogelijkheden: 1) directe steun van de centrale bank aan de schatkist – zoals Groot-Brittannië zojuist in beginsel heeft toegestaan (een monetaire beleidsrevolutie die onopgemerkt is gebleven); 2) massale kwijtschelding van schulden door de centrale bank, ten gunste van zowel de private als de publieke sector. Oftewel twee dingen die binnen de door Duitsland gedomineerde eurozone verboden zijn.

De nog verse les van 2009 leert ons dat de crisis van het Europese wanbeleid twee vormen kan aannemen. Een politieke: de tumultueuze uittreding van een mishandeld land dat onder druk van zijn bevolking inziet dat de verdediging van zijn vitale belangen niet langer verenigbaar is met het lidmaatschap van de eurozone. En een financiële: een catastrofe op de obligatiemarkten, als beleggers de hoge staatsschulden ʻonhoudbaarʼ achten en gaan beproeven wanneer de centrale bank zal ingrijpen om het groter worden van de spreads tegen te gaan (waardoor sprake zal zijn van een self-fullfilling prophecy7), of als beleggers ontwrichting beginnen te bespeuren via een X-exit, waarbij X staat voor een land dat zijn politieke breekpunt nadert, zoals Griekenland tussen 2011 en 2015 – en daarmee is al aangeven hoe deze twee vormen perfect kunnen samengaan tot een nog ergere combinatie.

Het is dus weer dezelfde rots waarop de euro aan diggelen wordt geslagen, de rots van de Duitse onverzettelijkheid bij het omgaan met de reacties op het monetaire beleid waar het land zijn hele geschiedenis bang voor is geweest. Laten we nogmaals zeggen dat een natie niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor haar collectieve spoken, want iedereen heeft zo zijn eigen spoken. Maar ook dat het een krankzinnig project was om een gemeenschappelijke munt te creëren met een land dat door zulke nachtmerries wordt geteisterd.

Het is niet zo dat Europa, en daarbinnen Duitsland, sinds 2009 geen enkele beweging meer heeft gemaakt. Het opschorten van het begrotingsdogma aan het begin van deze crisis toont een snelle draai van de ECB met betrekking tot massale aankoopprogrammaʼs (ook al moest Lagarde er twee keer over nadenken, na een aanvankelijke weigering) en is niet niets. Maar wat zijn de realistische op de langere termijn? Op het gebied van de overheidsfinanciën zal de budgettaire tolerantie niet lang duren en zal de aanpassingsdruk snel toenemen. Op het monetaire vlak zal de kwestie van de kwijtschelding van schulden door de ECB – dat wil zeggen: hun (zeer) grootschalige monetarisering – nog beslissender zijn. Monetiseren – kwijtschelden. Schulden. De Duitse nachtmerrie bij uitstek. Maar er is geen andere uitweg dan deze monetaire strategie.

In 2012 had Duitsland op het laatste moment het ʻwhatever it takesʼ geslikt – en liet het Griekenland het honderdvoudige betalen. Bij iedere crisis wordt de hele onder Duitse invloed staande structuur op zijn rigiditeit getest. Er is een bijna miraculeuze beweging voor nodig om die niet te laten breken. Naarmate crises heviger worden, loopt de structuur altijd vertraging op bij de aanpassing en wordt hij op een steeds gevoeliger punt getest, waardoor er een steeds spectaculairder wonder nodig zal zijn. Op een dag komt de maximale belasting. Daar zijn we nu aangeland.

Om ervoor te zorgen dat de euro deze keer niet te gronde gaat, is er, afgezien van ʻwonderen,ʼ slechts één mogelijkheid: dat ook Duitsland gedwongen zal worden akkoord te gaan met de oplossing van de kwijtschelding van schulden. Het enige dat de euro kan redden is dat Duitsland zichzelf niet langer in staat acht de gigantische schok op te vangen binnen het kader van de eigen regels. En dat ook Duitsland zich straks in een situatie zal bevinden waarin het land zal moeten schipperen tussen het handhaven van de eigen principes en het vasthouden aan zijn essentiële belangen – het beperken van de economische en sociale ontwrichting. Wat Duitsland absoluut niet kan – onderhandelen over zijn principes met anderen – kan het land misschien wel met zichzelf doen. Dan, en alleen dan, zou de euro nog een laatste, ultieme kans hebben.

In werkelijkheid is de gebeurtenis die op het punt staat plaats te vinden zo enorm dat zij ambivalent is. We zijn weer aangeland bij de contingentie van de uitkomsten: ofwel het enorme geweld van deze crisis zal alles stukmaken en de euro naar de vuilnisbak van de geschiedenis verwijzen, of het Duitse dogma zal (net op tijd) exploderen zodat de rest behouden blijft.

Ondertussen wordt Varoufakis met een schok wakker. Hij zegt dat ʻEuropa het niet verdient om te overlevenʼ en kondigt in de Italiaanse pers aan dat ʻde Europese desintegratie is begonnen.ʼ Het is duidelijk dat hij het seculiere pad volgt – en misschien heeft hij deze keer wel gelijk.

Over de revolutie

In haar Essay over de revolutie bespreekt Hannah Arendt de merkwaardige paradox dat we de meest ʻconvulsieveʼ politieke gebeurtenissen als zodanig benoemen. ʻAls zodanig,ʼ dat was in de astronomie dus het woord waarmee de onveranderlijke rotatie der planeten werd aangeduid – het is heel merkwaardig dat het woord waarmee we in eerste instantie de eeuwige terugkeer van hetzelfde aanduidden nu de grote breuken in de geschiedenis benoemt. De reden is volgens Arendt dat het woord ʻrevolutieʼ in de 17e en 18e eeuw ook de connotatie had van een onoverwinnelijke fataliteit – het onweerstaanbare werk van krachten elders, waarvan het onuitwisbare gevolg alleen maar hoefde te worden vastgelegd. De tijdsgeest van toen dacht dus aan planeten, terwijl de hedendaagse mogelijk over meer beelden beschikt, bijvoorbeeld die van tsunamiʼs, ontstaan door een schok duizenden kilometers verderop, maar waarvan de frontlijn voorbestemd is om op te rukken op een manier waar niets tegenin te brengen is – hetzelfde beeld van een noodzaak die alleen maar werkelijkheid kan worden.

Het lot te slim af zijn of het tij keren is normaal gesproken een zaak van de politiek. Maar de Europese instellingen zijn zo georganiseerd dat ze geen echte vrijheid hebben – ook al zijn er soms lokaal en tijdelijk aanpassingen mogelijk. Zonder de minste bewegingsruimte, zonder de herpositionering op pijnpunten waar de macht als het ware ʻpsychischʼ niet in staat is compromissen te sluiten, en zonder enige flexibiliteit, zijn deze instellingen gedoemd de klap slechts te ondergaan en de spanningen te moeten dragen zonder ze te kunnen opvangen, in de hoop dat ze er niet onder zullen bezwijken. Maar er zijn grenzen aan wat een rigide structuur aankan. In 2010 waren die al bijna overschreden door een klap die destijds enorm werd geacht, maar die niet te vergelijken is met wat ons nu te wachten staat.

We bevinden ons ver van het epicentrum van de beving en voorlopig is er niets concreets zichtbaar. Alles is nog abstract en dus gevoelig voor ontkenning of minimalisering. Maar de onderzeese aardbeving heeft al plaatsgevonden, ze verspreidt haar golf, en de frontlinie van de tsunami is al op weg. Ze nadert ons, en niets lijkt haar te kunnen tegenhouden. Revolutie.

Vertaling: Jael Kraut

1Met deze drie woorden – whatever it takes – heeft Mario Draghi in 2012 de eurocrisis een halt toegeroepen: door aan te geven dat de ECB alles wat nodig was uit de kast zou halen om de liquiditeit van de Europese markten te waarborgen, en de speculaties over de uittreding van Griekenland en het uiteenvallen van de eurozone tegen te gaan.

2Het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), een soort Europees Monetair Fonds, is in 2012 opgericht als instrument voor financiële bijstand en herstructurering van de staatsschulden van de lidstaten.

3Stéphanie Hennette, Thomas Piketty, Guillaume Sacriste et Antoine Vauchez, Pour un traité de démocratisation de l’Europe, Seuil, 2017 ; Changer l’Europe, c’est possible !, Seuil, 2019.

4Alle cijfers zijn van 2018, bron Insee, Eurostat.

5En nog geen 300 miljard aan het begin van de Griekse crisis.

6Een spread is het verschil tussen de rentetarieven van de diverse staten en een referentierente; in de eurozone is dat de Duitse rente. Dit is een doorslaggevende variabele, want als er vragen rijzen over de houdbaarheid van een staatsschuld, zal er al snel sprake zijn van speculatie en worden de obligaties verkocht, waardoor de rente stijgt (en de spread groter wordt), met als gevolg dat de schuldenlast toeneemt en de financiële situatie van het betrokken land verder verergert.

7Zie vorige voetnoot

Categorieën
Filosofie Politiek

Spinoza: Common en COVID

bron foto: Jos Scheren

door Jos Scheren

Jos Scheren werkt samen met Spinoza, over wie hij met Wijnand Duyvendak een boek heeft gepubliceerd bij Starfish Books. De samenwerking betreft vooral de vraag hoe in tijden zoals nu de (politieke) verbeelding intact kan blijven. Het (onder meer door Spinoza ingefluisterde) antwoord : autonomie, de aanval is de beste verdediging.

Voor Eddy PG (1934-2020)

1 Wat mij raakt is veel, al was het maar omdat ik het op hetzelfde moment ook aanraak. In het New York van 1855 zegt Walt Whitman daarom: I am large, I contain multitudes. Dat ik veel ben kan mij onrustig maken. Ik kan er bang van worden of hoopvol, maar als het meezit, wordt er iets gemaakt wat er niet nog niet is.

2 Iets wat mij raakt en wat ik weer aanraak, daar heeft Spinoza een woord voor: affect. Even schoolmeesterachtig, maar toch ook vooral praktisch: affect is niet hetzelfde als emotie. Een affect beweegt zich tussen mij en iets anders. Het is niet míjn affect, daarvoor is het te beweeglijk en te eindeloos. Hoe meer ik zelf terugtreed, des te vrijer het affect. Het loopt door me heen.

Vrijheid is overigens bij Spinoza niet allereerst de vrijheid van meningsuiting. Geloof dat suffe praatje niet. Het is wel wat meer dan dat. Het is de vrijheid van het affect om zich te ontwikkelen tot aan de limiet van wat het kan. En als dat niet genoeg zegt, dan helpt mogelijk dit: het affect wacht maximaal opmerkzaam op een gelegenheid om zijn potentieel aan verbindingen te verwerkelijken. Nog niet genoeg? De levende gemeenschappelijkheid die er al is, nog intensiever te begeren: dat is het affect.

3 Nog even wat voorwerk voordat we komen waar we willen zijn. Of misschien komen we wel ergens anders uit. Hoe dan ook, je overgeven aan je affecten is geloven in de wereld – haar onzekerheid omarmen, zoals Deleuze (Spinoza parle par ma bouche) graag zegt. Ik vertrouw op/in de wereld die ik – de ʻvelen-ikʼ – maak. Op productieve wijze past deze ʻvelen-ikʼ zich aan de wereld aan. Geen ding in de wereld – ik niet, een haai niet, een rots niet – zou zich kunnen aanpassen aan wat er gebeurt, als ik – of de haai, of de rots – geen surplus, geen overvloed zou kennen. Er gebeurt niets zonder de ʻvelen-ik.ʼ

Wat gebeurt, doen wij gebeuren. Wij horen bij de wereld, omdat we haar op elk ogenblik – echt waar, op elk ogenblik – opnieuw creëren. Dat hoeven we niet eens te willen, dat doen we gewoon. Nou ja, gewoon? Dat is wat wij kunnen, wat niemand ons helemaal kan afnemen, en het is een niet gering voordeel in de huidige COVID 19-tijd: wij hoeven niet te hopen dat de wereld anders wordt. Hoop op een andere, bij voorkeur betere wereld is niet nodig.

Wat dan ook niet nodig is, is verontwaardiging als het toch niet gaat zoals ik had gehoopt. Want het zal nooit zo gaan zoals ik hoop. Daarvoor is hoop te krachteloos en niet vernieuwend. Niet vernieuwend? Nee, want vernieuwend is de maximale verwezenlijking van mijn potentiëlen, ons surplus. Hoop, verontwaardiging, aanklachten daarentegen zijn waarschuwingstekens. Ik moet oppassen dat ik niet gescheiden dreig te raken van wat ik kan.

4 Onder 2 is gezegd: Spinoza’s affect is niet hetzelfde als emotie. Dat is niet helemaal waar, zoals alles wat tot nu toe is gezegd niet helemaal waar is. Het moet zijn: Een emotie is een affect dat niet tot de limiet van zijn vermogen reikt. Een emotie is een passie, een dadeloos gevoel, zegt Spinoza in zijn Ethica – een tekst zo intensief nieuw dat hij blijft vernieuwen, sub specie aeternitatis, vanuit de eeuwigheid bezien.

Emoties, passies zijn schijnbaar vaste patronen, waarin affecten zo veel mogelijk geïdentificeerd worden – en ja, ook geneutraliseerd. Een emotie is tevens de onderbreking van een affect, van zijn vernieuwend potentieel, of tenslotte – zoals Marx in 1858 in Londen noteert –: een toe-eigening van het surplus aan levensactiviteit. Levende arbeid noemt hij dat laatste.

5 Misschien is emotie is een identificatie van een affect: de formulering die het snelst tot meer samenhang voert. Wat meer samenhangt is het beste! Deze zin gaat haast onmerkbaar over in een volgende: in een emotie krijgt het affect een overbekende naam – haat, medelijden, liefde, verontwaardiging, trots – en een drager, een mens van vlees en bloed, zoals dat heet, wiens emoties van alle tijden zouden zijn. Maar het is vooral een mens. Onthoud echter Spinozaʼs militante tegenwerping: de mens is geen rijk in een rijk, zijn menselijke vooroordelen maken hem dat wijs.(1) Daar valt nog heel wat meer over te zeggen, maar laten we nu naar het nu van COVID-19 gaan en naar de emotionele verwarring van dit moment, de verwarring dus door emoties.

6 Wat er ook in deze COVID-19-tijd zal veranderen, ten kwade of ten goede, als het aan de emoties ligt, blijft alles bij het oude. Je kunt angstig worden, depressief, hoopvol, verontwaardigd, stoïcijns over wat er nu gebeurt – en dat gaat allemaal heen en weer, up en down. Je kunt geloven, zeker weten, vrezen, hopen dat de wereld niet meer de oude zal worden, zekerheid suggererend waar die niet is. Alsof je de wereld waarin je leefde door en door hebt gekend en het nieuwe, onzekere alleen in de toekomst zou liggen. Het verleden, dat geen verleden is, is echter even onzeker als alles wat op ons af kan komen. Onzeker vanwege alle crises die nooit tot een oplossing zijn gekomen en onzeker vanwege al het nu nog virtuele nieuwe dat het verleden bevat.

7 Hou je maar liever aan je affecten, maak er ruim baan voor. Dan hoef je tenminste niet alsmaar geëmotioneerd te reageren op het nieuws dat je overkomt, of op de gebeurtenissen waarvan je toeschouwer blijft.

Het is beter en werkelijker om over het nieuwe niet te oordelen, maar om het te maken. Zeg nooit dat iets nieuw is, maar maak het gewoon, zonder iets te zeggen. Bereid vele vluchtwegen voor, omarm wat er gebeurt, koester de onzekerheden, maar … interpreteer de wereld niet, ook niet kritisch. Creëer wat jou aanraakt, zodat dat jou ook weer maakt, dan ben je immers ʻvelenʼ:

The commonplace I sing;

The common day and night — the common earth and waters,

The democratic wisdom underneath, like solid ground for all.

(Walt Whitman)

8 Tegenwerping: er is onvermijdelijk nieuws dat zich aan je opdringt, en er zal ook nu en in de komende COVID-19-tijd het nieuwe zijn van de powers that be dat je overkomt: nog meer surveillance en neoliberale onteigening. En beslist ook meer eenzaamheid, die Whitmans multitudes, de ʻvelen-ik,ʼ zal infecteren. Armzalig zelfbehoud zal je deel zijn. De te omarmen onwaarschijnlijkheid van je affecten wordt onderbroken. Je zult een prooi worden van je emoties, de dood zal rondwaren in je geest en in je lichaam. Het surplus van de common zal worden geprivatiseerd en je affecten tot emoties worden verarmd. Kortom: je leeft in een gecontamineerde wereld, maar daar leefde je altijd al in.

9 Tegenwerping op de tegenwerping: realiseer je echter ook dat de onteigenende en levensvijandige machten, hoe macroscopisch ook, hun scheuren hebben. Ze zijn gevormd op basis van wat ze moeten najagen – het surplus van levende arbeid, van productieve lichamen en dito affecten. De common van dat surplus kan zich niet aan onteigening onttrekken, maar de onteigening kan anderzijds evenmin volledig zijn. Zij is parasitair op het surplus dat zij zelf niet is, zo dicht mogelijk op het spoor ervan, zonder het te kunnen toe-eigenen en te kunnen identificeren. Maar dat kunnen omgekeerd de machten van de common, de ʻvelen-ik,ʼ Whitmans solid ground for all ook niet.

10 Er bestaat een bijzondere kunstvorm, de kunst om in een gecontamineerde wereld rechtop te blijven lopen. Daarvoor zijn nodig: ervaring, verbeelding, bindmiddelen, vluchtwegen, nooduitgangen, een echolood, betrouwbare affecten. Bij het rechtop lopen helpen hoop, verontwaardiging, klagen en rationaliteit minder goed.

A propos rechtop lopen: je loopt alleen rechtop als je bijna valt en als je ook dat vallen weer weet te onderbreken. Je past je creatief aan de zwaartekracht aan.(2)

Rechtop lopen is veel moeilijker maar ook effectiever dan hopen, want hoop speelt zich af zonder te verwerken beperkingen, zonder weerbarstig materiaal. Hoop kent geen zwaartekracht. Alles is mogelijk als je hoopt, dus ook niets.

11 De wegen van de common zijn ondoorgrondelijk, al was het maar omdat telkens delen van zijn surplus in de powers that be, de onteigenende machten, worden opgenomen. Waardoor een praktisch probleem voor alle betrokkenen ontstaat: te moeten detecteren hoeveel van de een in de ander zit. Aftasten hoeveel de ene macht heeft over de ander, zich erin verplaatsen, zich er gelijk aan maken, maar tot waar?

12 Niet alles maakt mij passief, dat kan niet. Maar wat mij passief maakt en blokkeert, dat wil ik voor mijn eigen bestwil begrijpen. Laten we het kapitaal noemen. Ik kruip in zijn huidlagen. Ik word kapitaal, incognito, om te zien wat zich erin verbergt. Zonder het helemaal te doorgronden, want zo door en door rationeel blijkt het niet te zijn. Het is kapitaal en dat is het – door mijn toedoen – ook weer niet.

In feite is het simpel en toch uiterst gecompliceerd: kapitaal is een relatie, een geheimzinnige relatie tussen de rusteloze meerwaarde-honger, die zich om het surplus heen slingert, en het verzet van de levende arbeid daartegen. Dat weet ik ongeveer, maar ook alleen maar ongeveer – de relatie is het volgende moment alweer anders. Kan ik kapitaal volledig inlevend begrijpen en kan het kapitaal mij volledig beheersen? Nee, never nooit!

13 Spinoza acht zelfs in de treurigste passies – haat, ambitie, wraak, kortom, ressentiment – levensdrang aanwezig. Hij laat weten dat de meest neerdrukkende vormen van de werkelijkheid nog altijd, zo veel mogelijk, ontcijferd kunnen worden aan de hand van het levensdrang-surplus, of – zoals hij zegt – van de actieve, vreugdevolle affecten. Zo veel mogelijk, tot aan hun limiet. Ook hier geldt: nooit helemaal. Wat niet wegneemt dat het belangrijkste is dat ik wat mij blokkeert alleen vanuit mijn macht zo krachtig mogelijk kan begrijpen.

14 Je kunt je afvragen: ‘Wat gaat er gebeuren door/met deze COVID-19-pandemie?ʼ Je zult je ongetwijfeld onzeker, misschien zelfs wel angstig, afvragen wat er nu veranderen gaat, wat er nieuw zal zijn. Maar bedenk dan in ieder geval een paar dingen die – wie weet – kunnen helpen:

A : Er bestaat ook een militante onzekerheid. Dat is niet de subjectieve onzekerheid, hoe onvermijdelijk ook, van een naar de randen van de common teruggeworpen individu. Maar de werkelijkheid is onzeker in haar potenties – objectief onzeker. Er is geen virtuele werkelijkheid, alle werkelijkheid is virtueel. Je weet niet welke van haar potenties zich met elkaar verbinden en je weet niet wat jij daarbij kunt. Je surplus is je onbekend. Hou het zo, dan kan je ook van je zelf staan te kijken.

B: B is eigenlijk nog A, iets nieuws is zonder militante onzekerheid niet mogelijk. Je kunt het nieuwe niet vaststellen en zelf dezelfde blijven. Het nieuwe kan zich alleen maar met zichzelf vergelijken, maar of dat nog vergelijken is? Voorspel het nieuwe niet, creëer het. Wees geen toeschouwer van je eigen wereld.

C: A en B zijn geen ʻfeel goodʼ- boodschappen. De objectieve onzekerheid van de wereld kan ook destructieve verbindingen opleveren, die – eenmaal op drift gekomen – accelereren naar onbekende vormen van fascismen en andere sinistere attractors. (3) A en B betekenen slechts dat er geen reden voor hoop noch voor hopeloosheid is.

11 Wat als een viroloog het COVID-virus kritisch zou benaderen? Als zij/hij het virus zou doorgronden op de manier waarop bijvoorbeeld een mâitre-penseur het neoliberalisme of het populisme doorziet. De viroloog zou zich een beter wezen voelen dan het virus, en verder vooral herhalen dat het virus maar niet tot inkeer komt en geen beter wezen wil worden, dus niet wil ophouden een virus te zijn.

Godzijdank is de viroloog niet kritisch en geen aanklager. Het virus wordt gerespecteerd, het is tenslotte vele malen ouder dan de mens en er worden verbindingen mee gelegd. Het virus dat zich op de scheidslijn van leven en niet-leven bevindt, wordt tot leven gebracht om te weten wat het kan.

Spinoza heeft voor de conceptualisering van dit soort processen een woord bedacht: notiones comunes, ʻgemeenschappelijke begrippen.ʼ Begrippen die ontstaan en blijven ontstaan door de ontwikkeling van nieuwe natuurlijke verbindingen, emerging properties. En Spinoza heeft nog een aardige toevoeging: gemeenschappelijke begrippen zijn vreugdevol. Zij leven. Het zijn geen abstracta, ze interpreteren niet.

12 Korte vraag: Is neoliberalisme een levend begrip?

13 Tenslotte: Wij zijn niet in oorlog met COVID-19. De common en de gemeenschappelijke begrippen sluiten dat uit. Wat wel dreigt is de infectie van onze verbeeldingskracht, maar die dreigt zowel van de kant van degenen die het virus de oorlog hebben verklaard als – laten we eerlijk zijn – niet zelden van onszelf.

  1. ʻMenschlichkeit.ʼ Wir halten die Tiere nicht für moralische Wesen. Aber meint ihr denn, dass die Tiere uns für moralische Wesen halten? – Ein Tier, welches reden konnte, sagt: ʻMenschlichkeit ist ein Vorurteil, an dem wenigstens wir Tiere nicht leiden.ʼNietzsche, Morgenröte. Köln, 2011, p. 234.
  2. ʻWalking as controlled fallingʼ conveys the sense that freedom, or the ability to move forward and to transit through life, isn’t neccesarily about escaping from constraints. (…) You move forward by playing with the constraints, not by avoiding them. Brian Massumi, Politics of affect, Cambridge, 2015 p. 16
  3. De objectieve onzekerheid van de werkelijkheid sluit herhaling van oude fascismen uit. Nog afgezien van het feit dat die oude fascismen uit de twintigste eeuw nog steeds een raadsel zijn en dat ook zullen blijven. Als de werkelijkheid objectief onzeker is en door en door virtueel, dan is ze dat ook voor wat betreft haar verleden, dat geen verleden is.
Categorieën
Economie Politiek

Er zijn omstandigheden waarin een revolutie denkbaar wordt

Oorspronkelijke tekst (Engels): Commune, 7 april 2020

bron foto: The Star

door Ben Tarnoff

Ben Tarnoff is schrijver en mede-oprichter van Logic Magazine.

De geschiedenis beweegt zich over het algemeen langzaam, maar soms ook heel snel, als een plotselinge golfbeweging. De coronavirus-crisis heeft ons in dit laatste ritme gekatapulteerd. Het tempo van de gebeurtenissen is sterk toegenomen, en het verloop ervan is onmogelijk te voorspellen. Achteraf gezien kan 2020 een 1968 of een 1917 blijken te zijn geweest: een jaar van sprongen en breuklijnen, of een harde scheidslijn tussen het ene en het andere tijdperk.

Hoe zouden we het nieuwe tijdperk kunnen karakteriseren? Het is moeilijk om definitieve conclusies te trekken over een periode die zich nog in de vroegste fasen van haar ontwikkeling bevindt. Toch is het mogelijk om ondanks de snelle veranderingen een voorlopige schets te maken. Zoʼn schets kan echter alleen van nut zijn als hij, al is het slechts in grove lijnen, de scherpte van de breuk en de nieuwheid van de situatie die hierdoor is ontstaan, vastlegt. Zoals Stuart Hall schreef:

Als zich een conjunctuurverschuiving voordoet, is er geen ʻweg terug.ʼ Dan schakelt de geschiedenis naar een andere versnelling. Het terrein verandert. Je bent in een nieuw moment terechtgekomen. Je moet ʻmet geweld,ʼ met al het ʻpessimisme van het intellectʼ dat je tot je beschikking hebt, aandacht schenken aan de ʻdiscipline van de conjunctuur.ʼ

Een conjunctuur is iets dat uit andere dingen is opgebouwd, letterlijk een ʻsamenvoeging.ʼ Dus een goede manier om te beginnen is het schenken van aandacht aan de verschillende elementen die tezamen die conjunctuur vormen. Idealiter zou dit niet alleen een waslijst moeten zijn van verschillende dingen die gebeuren, maar ook een verslag van hoe ze in elkaar passen, en een theorie over het complexe, tegenstrijdige geheel dat wordt gegenereerd door hun interactie.

Dat is moeilijk werk, en het vereist een langdurige, collectieve inspanning. Er zijn veel mensen nodig om samen te denken en te handelen, teneinde dit nieuwe terrein te kunnen doorgronden. Wat volgt is een eerste poging om daartoe een bijdrage te leveren: een gedeeltelijke inventarisatie van de omstandigheden in de VS en een voorlopig beeld van hoe ze in elkaar passen.

De economie stort in. Economen van Goldman Sachs hebben voor het tweede kwartaal van 2020 een daling van het bbp met 34 procent op jaarbasis voorspeld – een implosie zonder historisch precedent. Ter vergelijking: de ergste jaarlijkse daling van het bbp op jaarbasis tot nu toe is 13 procent, die zich in 1932 voordeed tijdens de Grote Depressie. De voorspellingen van Goldman voor de rest van 2020 zijn ietwat rooskleuriger: een terugkeer naar een groei met dubbele cijfers in het derde en vierde kwartaal, zodat het bbp op jaarbasis over het hele jaar 2020 gemiddeld met 6,2 procent zal dalen.

Deze cijfers zouden uiteindelijk echter te optimistisch kunnen blijken. Ze gaan ervan uit dat de lockdowns en het social distancing tegen het einde van het jaar in voldoende mate zullen zijn versoepeld om iets dat op een normaal leven lijkt te kunnen hervatten. De economen Warwick McKibbin en Roshen Fernando opperen daarentegen, en dat is aannemelijker, dat de economische gevolgen van de coronavirus-crisis ernstiger zullen zijn. Zij vermoeden dat een pandemie die een jaar duurt en een miljoen mensen doodt – een schatting die binnen het bereik ligt van de huidige voorspellingen van de Centers for Disease Control, en misschien zelfs te laag is gezien het huidige verspreidingstempo van de infectie – het bbp over het hele jaar met 8,4 procent zal doen dalen.

Maar een abrupte daling van de groei is niet de enige reden tot bezorgdheid. Het is ook mogelijk dat we binnenkort opnieuw met een financiële crisis te maken zullen krijgen, wat de situatie er aanzienlijk pijnlijker op zou maken. Vooral de schuldenlast van bedrijven is kwetsbaar, mede als gevolg van de manier waarop overheden de vorige financiële crisis hebben aangepakt. Om de crisis van 2008 te kunnen bestrijden hebben centrale bankiers het geld goedkoop gemaakt door de rente te verlagen. Dit heeft bedrijven er weer toe aangezet om obligaties uit te geven, vooral om er fusies en overnames en het terugkopen van de eigen aandelen mee te financieren. Omdat de meeste van deze bedrijven geen grote reserves in contanten achter de hand hebben, kunnen zelfs kleine verstoringen ervoor zorgen dat zij hun schulden niet meer kunnen aflossen. Gezien de immense omvang van deze schulden – de wereldwijde waarde van niet-financiële bedrijfsobligaties bedroeg eind 2019 13,5 biljoen dollar – zou een nieuwe crisis het financiële systeem gemakkelijk kunnen doen instorten, waardoor de kredietmarkten zouden bevriezen en er een golf van faillissementen onder werkgevers zou kunnen ontstaan.

Het is dan ook een schrale troost dat beleggers de afgelopen weken allerlei soorten activa zijn ontvlucht: niet alleen bedrijfsobligaties, maar ook van oudsher ʻveilige havensʼ als goud en schatkistpapier. De Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) heeft agressief gereageerd, met instrumenten die vergelijkbaar zijn met de instrumenten die zij in 2008 heeft ingezet: het verlagen van de rente en het opkopen van diverse financiële activa, waaronder bedrijfsobligaties. Toch duidt het ambivalente antwoord van de markten op deze stappen erop dat dit misschien nog niet genoeg zal zijn. De aandelenmarkten hebben zich, in afwachting van de stimuleringsmaatregelen ter waarde van 2,2 biljoen dollar, hersteld en de koerswinst is intact gebleven nadat het betreffende wetsontwerp werd goedgekeurd. Maar het lijdt geen twijfel dat er meer onrust in het verschiet ligt.

Als de snelheid waarmee de economische krimp als gevolg van de pandemie zich voltrekt één kenmerk is dat onze huidige crisis onderscheidt van de vorige, dan is een ander kenmerk het specifieke segment van de economie dat het meest te lijden zal hebben van die krimp: de dienstensector. Diensten worden doorgaans niet het zwaarst getroffen tijdens recessies. Dat komt doordat ze niet kunnen worden opgeslagen, zodat ze meteen moeten worden geconsumeerd.

De coronavirus-crisis zou dit patroon echter kunnen doorbreken. ʻDit zal waarschijnlijk de eerste recessie ter wereld zijn die begint in de dienstensector,ʼ zei econoom Gabriel Mathy tegen de New York Times. Tijdens een pandemie zijn diensten buitengewoon kwetsbaar. Zo kunnen de mensen hun haar niet laten knippen, omdat ze bang zijn om geïnfecteerd te worden of omdat de overheid heeft verordonneerd dat kapperszaken gesloten moeten blijven. En omdat je de output van diensten niet kunt opslaan – een kapper kan geen kapsels in een magazijn opslaan totdat de vraag weer aantrekt – gaan bedrijven snel failliet en vallen er al heel snel veel ontslagen.

De menselijke tol van dergelijke ontslagen zal enorm zijn, want de dienstensector is de sector waar de meeste Amerikanen werken. Volgens de laatste schatting van het Bureau of Labor Statistics is 71 procent van alle niet-landbouwwerknemers – ruim honderd miljoen mensen – in de VS werkzaam in de dienstensector. Weliswaar is dit een heterogene categorie, die alles omvat van beursmakelaars tot fastfood-werknemers. Maar het grootste deel van de groei in de afgelopen decennia heeft zich aan de onderkant van het loonspectrum voorgedaan, en dat is ook de plek waar de meeste pijn zal worden geleden.

Die pijn wordt al op zeer grote schaal gevoeld. In de week die eindigt op 21 maart hebben 3,3 miljoen mensen in de VS een werkloosheidsuitkering aangevraagd. De week daarop verdubbelde dit aantal tot 6,6 miljoen – bijna tien keer het record van 1982. De ontslagen zijn geconcentreerd in de dienstensector, met name in de segmenten waar de lonen het laagst zijn. De komende weken zullen vrijwel zeker nog meer slecht nieuws brengen. Goldman Sachs verwacht dat het werkloosheidscijfer in de VS op 15 procent zal uitkomen; de St. Louis Fed zegt dat het kan oplopen tot 32,1 procent.

Deze cijfers weerspiegelen het wegvallen van een centrale pijler onder het Amerikaanse economische model. De dienstensector heeft decennialang een essentiële rol gespeeld bij het stabiliseren van de arbeidsmarkt. Omdat diensten moeilijker te automatiseren zijn – het is lastiger om de productie van een kapsel te automatiseren dan de productie van een auto – kennen ze een lagere productiviteitsgroei, wat inhoudt dat er meer arbeid voor nodig is. Dit is wat de dienstensector in staat heeft gesteld de werknemers te absorberen die de productiesector in de jaren zeventig begon af te stoten als gevolg van een wereldwijde overcapaciteitscrisis. De dienstensector kan niet net als voorheen de industrie als de groeimotor van de economie dienen, zoals blijkt uit de steeds slechtere prestaties van de Amerikaanse economie sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw. Maar ze heeft wel gezorgd voor een gestaag aanbod van banen.

De pandemie sluit deze veiligheidsklep af. Nu de dienstensector in een vrije val is geraakt, is er geen plaats meer voor het overschot aan arbeidskrachten dat door tientallen jaren van economische stagnatie is gegenereerd.

Natuurlijk zullen sommige van de ontslagen werknemers uiteindelijk wel weer een nieuwe baan vinden, vooral als de opleving na de crisis de meer optimistische scenarioʼs zal volgen. Maar de economie waarin zij terugkeren zal voorgoed zijn veranderd. Kleine bedrijven, die momenteel bijna de helft van de particuliere beroepsbevolking van het land in dienst hebben, zullen worden gedecimeerd. Reuzen als Amazon en Walmart zullen hun greep op de consumentenbestedingen verstevigen.

Amazon en zijn collega-bedrijven zullen profiteren van de manier waarop de crisis het gedrag van de consument herprogrammeert. De pandemie is nu al een zegen voor de e-commerce, omdat mensen met een minimum aan sociale interactie proberen de dingen te kopen die ze nodig hebben. Amazon heeft onlangs aangekondigd dat het honderdduizend nieuwe werknemers in dienst wil nemen als gevolg van de toenemende vraag; Instacart, een online boodschappendienst, voegt daar nog eens driehonderdduizend arbeidsplaatsen aan toe. Deze trend zou heel goed permanent kunnen worden. De consument zou er de voorkeur aan kunnen geven om zijn boodschappen te laten bezorgen in plaats van naar de supermarkt te gaan, bijvoorbeeld uit gewoonte, gemak of aanhoudende angst voor besmetting. De werkgelegenheid van de toekomst zal zich dus waarschijnlijk concentreren bij het transport en de opslag van goederen. Een groeiend deel van de Amerikaanse arbeidersklasse zal een (schamel, precair) bestaan kunnen ontlenen aan het verpakken en afleveren van de goederen die mensen in een langdurig isolement nodig hebben om te overleven.

Het overlevingsvraagstuk brengt ons bij een ander kernthema van de coronavirus-crisis: de sociale reproductie. Sociale reproductie verwijst naar de verschillende systemen – formeel en informeel, betaald en onbetaald – die het kapitalisme mogelijk maken door het opvoeden, socialiseren, opvoeden, genezen, huisvesten en op een andere manier ondersteunen van de werknemers van wier arbeid dat kapitalisme afhankelijk is. Deze systemen staan in de VS al heel lang onder zware druk. Stagnerende lonen en armzalige sociale voorzieningen hebben het grootste deel van de Amerikaanse arbeidersklasse aan de rand van het faillissement gebracht, waardoor bijna 80 procent van de Amerikanen over geen enkele financiële reserve beschikt.

De pandemie maakt een einde aan dit gammele arrangement. De toenemende vraag naar werkloosheidsuitkeringen en voedselbonnen duwt de zuinige Amerikaanse verzorgingsstaat ver over het breekpunt heen. Intussen is de fragiele toestand van het sterk gefinancialiseerde gezondheidszorgsysteem van het land – dat de afgelopen tien jaar dankzij fusies en overnames de leidinggevenden en investeerders heeft verrijkt – in een schril perspectief geplaatst.

Maar de pandemie verergert niet alleen een bestaande crisis van de sociale reproductie. De pandemie wordt op haar beurt ook weer versterkt door deze crisis. De slechte kwaliteit van de sociaal-reproducerende systemen in de VS heeft de ideale omstandigheden voor besmetting gecreëerd. Zo kwamen verpleeghuizen al vroeg als hotspots naar voren. Een groot deel van de schuld daarvoor ligt bij een golf van particuliere investeringen in de verpleeghuissector in het afgelopen decennium, waardoor voorzieningen in het hele land gedwongen werden om op de kosten te besparen en zo meer winst te maken. Veel verpleeginrichtingen zijn hierdoor extreem onhygiënisch geworden; bij overheidscontroles zijn ontstellende gevallen van misbruik en verwaarlozing aan het licht gekomen, en inmiddels zijn het grote infectiehaarden geworden.

Een virus is niet alleen een biologisch, maar ook een sociaal fenomeen. De kwetsbaarheden waar het gebruik van maakt om zich te verspreiden zijn niet alleen eigenschappen van menselijke cellen, maar ook van de manier waarop menselijke samenlevingen zijn georganiseerd. Als die zijn georganiseerd rond de accumulatie van kapitaal – dat wil zeggen: kapitalistische samenlevingen – brengen ze zichzelf in gevaar, vooral samenlevingen zoals die van de VS, waar de accumulatie een bijzonder meedogenloze vorm heeft aangenomen.

Er is hier sprake van een tegenstrijdigheid: door de sociale reproductie te ondermijnen, ondermijnt het kapitalisme zijn eigen stabiliteit. Het leegknijpen van het proletariaat voedt de motor van het kapitaal tot een bepaald punt – maar vervolgens zorgt het ervoor dat de machinerie wordt lamgelegd, zoals de feministische theoreticus Nancy Fraser heeft uitgelegd. De coronavirus-crisis biedt een levendige illustratie van deze dynamiek. De extreme druk die het kapitaal heeft uitgeoefend op de sociale reproductie in de VS heeft een gastvrije omgeving gecreëerd voor een pandemie die de economie vernietigt. De kapitalisten die winst hebben gemaakt op de verpleging van ouderen hebben een situatie helpen creëren waarin veel van hun collega-kapitalisten niet meer in staat zullen zijn om het kapitaal in beweging te brengen.

Om de accumulatie weer normaal te laten verlopen, moet het virus onder controle worden gebracht: de robuustheid van het Chinese antwoord is bijvoorbeeld niet alleen ingegeven door de wens om de politieke legitimiteit van de communistische partij overeind te houden, maar ook door de wens om de industriële productie weer op gang te brengen. In de VS zal de terugkeer naar een normale gang van zaken onder meer een bescheiden toename van de publieke steun voor sociale reproductie vereisen. Dit kan verklaren dat het Congres erin is geslaagd om in de eerste week van de pandemie zo snel een wetsvoorstel aan te nemen dat een deel van de werknemers in de VS tien dagen betaald ziekteverlof gunde. Werknemers ziek laten worden en laten sterven is aanvaardbaar; werknemers ziek laten worden en daardoor het accumulatieproces in gevaar brengen is niet aanvaardbaar.

In het industriële tijdperk wist de factor arbeid concessies van het kapitaal af te dwingen op grond van een fundamentele wederzijdse afhankelijkheid: kapitalisten hadden arbeiders nodig om de fabrieken te runnen. De economische groeivertraging sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft deze afhankelijkheid verminderd, waarbij de afname van de productie een tijdperk van stagnatie inluidde dat gekenmerkt werd door een aanhoudend lage vraag naar arbeid, waardoor het machtsevenwicht in het voordeel van het kapitaal is gekanteld. De pandemie zou deze ontwikkeling gedeeltelijk kunnen keren. Werknemers hebben als arbeiders misschien minder invloed op het accumulatieproces, maar ze kunnen dit proces nu in gevaar brengen als vectoren van virusoverdracht. Misschien biedt dit een nieuwe basis voor het afdwingen van concessies.

Natuurlijk kunnen werknemers ook op de ouderwetse manier problemen maken: door zich in te zetten voor ontwrichtende acties op hun werkplek en in hun gemeenschap. De ruimte voor dergelijke acties zal de komende weken en maanden waarschijnlijk drastisch toenemen. Stelt u zich een nabije toekomst voor van 30 procent werkloosheid, wijdverbreide voedsel- en huisvestingsonzekerheid en miljoenen doden door de pandemie en door de toegenomen sterfte als gevolg van een overweldigd gezondheidszorgsysteem. Dit zijn in feite oorlogsomstandigheden. Het zijn de omstandigheden waaronder een revolutie op zijn minst denkbaar wordt, zo niet waarschijnlijk.

Tijdens een crisis breiden de parameters van de politieke mogelijkheden zich uit. Tientallen gemeenten hebben huisuitzettingen en het afsluiten van nutsvoorzieningen stopgezet. Trump heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling geïnstrueerd om huisuitzettingen van eigenaren met een door de federale overheid gegarandeerde hypotheek op te schorten. Californië is van plan om duizenden daklozen naar hotels te verplaatsen, in sommige gevallen door het opkopen van die hotels. New York City, Houston en Detroit hebben de lokale busdiensten gratis gemaakt.

Maar dit is pas het begin. Door druk van onderaf kunnen deze scheuren groter worden gemaakt; het overleven van een aanzienlijk aantal mensen hangt er waarschijnlijk van af. Met dit doel voor ogen wil Bernie Sanders dat de federale overheid ieder huishouden $2000 per maand stuurt, de Defense Production Act gebruikt om particuliere bedrijven ertoe te dwingen cruciale goederen als mondkapjes en beademingsapparatuur te produceren, en een nationaal moratorium instelt op huisuitzettingen en het afsluiten van nutsvoorzieningen, naast andere maatregelen.

Gezien het tempo waarin de gebeurtenissen zich nu voltrekken kunnen zelfs deze eisen binnen korte tijd een gematigde indruk maken. Onder socialisten heeft deze crisis geleid tot hernieuwde oproepen tot het nationaliseren van diverse sectoren. De gezondheidszorg lijkt een voor de hand liggende kandidaat, vooral gezien de komende stortvloed van faillissementen van ziekenhuizen, de behoefte aan rationele coördinatie die de markten die niet kunnen bieden, en de morele verplichting om te zorgen voor de vele miljoenen Amerikanen die onverzekerd of onderverzekerd zijn.

Maar een concrete analyse van de concrete situatie vergt ook nog iets anders. Socialisten hebben er een handje van om strijdmodellen uit vroegere tijden op te pakken en die ongewijzigd toe te passen op de problemen van het huidige tijdsgewricht. Deze verleiding neemt toe in tijden van crisis, omdat een verzwakking van de status quo mogelijkheden schept om oude socialistische ideeën een bredere verspreiding te geven. Maar tijden van crisis bieden ook kansen om nieuwe socialistische ideeën te genereren: nieuwe manieren van organiseren, nieuwe horizonten voor sociale transformatie. De socialistische traditie is een waardevolle bron van inspiratie en inzicht. Maar zij omvat niet alle antwoorden op iedere vraag die door welke conjunctuur dan ook kan worden gesteld, om de eenvoudige reden dat iedere nieuwe conjunctuur weer nieuwe vragen oproept.

Marx geloofde dat de antwoorden op dergelijke vragen moeten worden gevonden in de strijd van de arbeidersklasse. De arbeidersklasse was niet alleen de enige sociale kracht die in staat was om het socialisme op te bouwen – het was ook de enige sociale kracht die in staat was om te bepalen hoe het socialisme eruit zou zien. Dit proces moest worden vormgegeven door de praktijk, dat wil zeggen: door de ontelbare botsingen en weerstanden van de klassenstrijd. ʻHet communisme,ʼ zo schreven hij en Engels, ʻis geen ideaal waaraan de werkelijkheid zich zal moeten aanpassen,ʼ maar ʻde werkelijke beweging die een einde zal maken aan de huidige stand van zaken.ʼ De taak van socialisten vandaag de dag is om de trillingen van deze beweging te lokaliseren en de impliciete inhoud ervan uit te tekenen: om de grondstoffen ervan te verfijnen tot nieuwe strategieën, programmaʼs en mogelijke toekomsten.

Er zal binnenkort geen gebrek aan materiaal zijn om mee te werken, zodra de pandemie een cyclus van proletarische zelfwerkzaamheid op gang zal hebben gebracht. Overal hebben werknemers nu een urgente kwestie – hun gezondheid – om rond te agiteren, en ze zijn zich al aan het organiseren op basis daarvan. Er zijn wilde stakingen uitgebroken onder vuilnismannen, arbeiders in de auto-industrie, werknemers in de pluimveesector, magazijnmedewerkers en buschauffeurs. Amazon is geconfronteerd met een golf van militantisme, waardoor het management zich gedwongen heeft gezien om betere gezondheidsbescherming te beloven en al zijn werknemers betaald verlof te gunnen. Werknemers van Instacart en Whole Foods hebben arbeidsprotesten in scène gezet. Georganiseerde verpleegkundigen hebben zich aaneengesloten om te protesteren tegen de tekorten. De werknemers van General Electric hebben geëist dat er beademingsapparaten worden geproduceerd in de fabrieken voor straalmotoren. Er zijn hulpgroepen ontstaan om boodschappendiensten en kinderopvang te coördineren. Huurders in het hele land organiseren huurstakingen. In Los Angeles bezetten dakloze gezinnen leegstaande huizen.

Dit zijn overlevingsstrategieën, maar het zijn mogelijk ook de kiemen van een nieuwe wereld: plekken van sociale macht waar mensen zich collectief de middelen verschaffen die ze nodig hebben om rechtstreeks te kunnen deelnemen aan beslissingen die hen aangaan. Het is op deze plekken en in deze praktijken dat de contouren van het volgende socialistische project kunnen worden aangetroffen. Wil dit project geloofwaardig zijn voor de mensen van wie het afhankelijk is, dan moet het gelijkwaardig zijn aan de radicaliteit van onze werkelijkheid. Het moet een socialisme zijn dat geen tak van het progressivisme of een vleugel van de Democratische Partij is, maar een werkelijk anti-systemisch alternatief – een alternatief dat, hoe onwaarschijnlijk ook, een einde belooft aan de doodscultus van het kapitaal. Het moet de verheffing van de menselijke gezondheid, waardigheid en zelfbeschikking tot de hoogste ordenende principes van ons gemeenschappelijk leven uitdragen.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Economie Politiek

De terugkeer van de gebruikswaarde?

Oorspronkelijke tekst (Frans): Le Grand Continent, 21 april 2020

fotografie: Ronald Giebel

door Anton Jäger

Anton Jäger (1994) is afgestudeerd in de ideeëngeschiedenis aan de Universiteit van Cambridge. Hij schrijft voor De Groene Amsterdammer, De Morgen, Sabzian, rekto:verso, Apache, Lava en DeWereldMorgen.be.

In een tijd waarin de coronavirus-crisis de mondiale waardeketens verstoort, is de metafoor van de oorlogseconomie alomtegenwoordig – en niet zonder reden, ondanks de gebreken ervan. Deze crisis vraagt inderdaad om gericht overheidsingrijpen, en in deze context is het moeilijk om de grillige aanpassingen van vraag en aanbod, zoals die zich in ʻnormaleʼ economische tijden voordoen, op te vangen. De staat faalt soms, en dit kan leiden tot kritiek van libertariërs. Niettemin is het waarschijnlijk dat het krediet van de staat, in zijn rol van beheerder van de economie, zal worden versterkt.

Om deze situatie te doorgronden kan het nuttig zijn ons te wenden tot filosoof en econoom Otto Neurath, zowel een van de oprichters van de Wiener Kreis als een oorspronkelijke socialistische figuur. Hij was een van de eersten die de oorlogseconomie in een reeks artikelen conceptualiseerde, nog vóór de Eerste Wereldoorlog, en die probeerde daaruit alle consequenties te trekken.

ʻDit is onze voornaamste bevinding. Oorlog dwingt een land om meer aandacht te schenken aan de hoeveelheid goederen die het tot zijn beschikking heeft, en minder aan de hoeveelheid geld die beschikbaar is. Veel meer dan in tijden van vrede wordt in tijden van oorlog duidelijk dat superioriteit een uitvloeisel is van de bewapening, de voedselvoorziening en het transport (al kan financiële superioriteit soms een militaire nederlaag compenseren). Het wordt steeds duidelijker dat geld slechts een middel is om goederen te verkrijgen. De staat eigent zich dit instrument meestal energieker toe in tijden van nood en gebruikt het dan om in zijn behoeften te voorzien. Als geld nutteloos blijkt te zijn, aarzelt de regering niet om de economische orde te veranderen. Als de productiecapaciteit intact is, maar de monetaire arrangementen niet, blijft er nog een laatste optie over – de economie in natura.ʼi

Neurath schreef deze woorden in 1909, bijna vier jaar vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Ze vormen de afsluiting van een reeks artikelen over oorlogsplanning en economie in natura. Op dat moment had hij zijn scriptie over de ʻeconomieën in naturaʼ uit het verleden al afgerond, onder leiding van Eduard Meyer en Gustav Schmoller, decanen van de Duitse geschiedkundige school.

In de jaren twintig van de vorige eeuw creëerde Otto Neurath de Weense Methode van Beeldstatistieken, de voorvader van de Isotype, die sindsdien op grote schaal wordt gebruikt. Deze foto is, net als de volgende, afkomstig uit Gesellschaft und Wirtschaft. Bildstatistisches Elementarwerk, gepubliceerd in 1930.
De terugkeer van de gebruikswaarde

In 1918, toen de revolutie zich over de Oude Wereld verspreidde, werd hij een autoriteit op dit gebied. Zijn onderzoek naar het ʻeconomische equivalent van de oorlog,ʼ om William James te parafraseren, was nu beroemd geworden. Volgens hem kon ʻhet grootste succes worden bereikt door niet rechtstreeks tegen de oorlog te vechten, maar eerder tegen bepaalde tekortkomingen in onze economische orde die tot gevolg hebben dat de gruwelijkheid van de oorlog wordt verminderd en de voordelen ervan worden vergroot.ʼ Zijn conclusie luidde als volgt:

ʻIn onze economie worden in tijden van vrede niet alle energieën volledig benut. Integendeel, daar is soms een oorlog voor nodig. De reden is dat in tijden van oorlog de productiviteit belangrijker is dan de winstgevendheid, en dat de organisatie van het verkeer van mensen, goederen en diensten wordt bevrijd van de beperkingen die anders gebruikelijk zijn. Ook moet worden opgemerkt dat het relatieve bevolkingsoverschot [de werklozen] dat door onze economische orde wordt gecreëerd, dan volledig wordt geabsorbeerd.ʼ

Neuraths visie op oorlogseconomieën was even simpel als meedogenloos: ze schortten de normale werking van de markt op en ʻstuurden de ruilwaarde op vakantie,ʼ zoals William Davies het onlangs verwoordde. Ze dwongen de staat om zich met de economie bezig te houden. De kapitalistische samenleving bewoog zich immers toch al in deze ʻsocialeʼ richting. Vóór de oorlog waren de Britse conservatieven zich al zorgen gaan maken over de industriële schaarste, om de eenvoudige reden dat de Britse samenleving niet genoeg capabele mannen creëerde om oorlog te voeren. De industrie had de arbeidersklasse al ʻgemilitariseerd,ʼ zoals Marx in de zestiger jaren van de 19e eeuw had voorspeld; nu verspreidde deze militarisering zich langzaam door de hele maatschappij.

Dit proces is gepaard gegaan met een reeks belangrijke veranderingen in de structuren van de kapitalistische concurrentie. Heroïsche ondernemers werden als basiseenheden van de kapitalistische markt vervangen door kartels en trusts, die werden gerund door planningsafdelingen en bureaucraten in plaats van door risicominnende zakenlieden. Dit was de basis van het ʻsocialisatiedebatʼ dat de marxisten in de Tweede Internationale vóór de Eerste Wereldoorlog in beroering had gebracht, onder leiding van denkers als Rudolf Hilferding en Charles Steinmetz, die allemaal in het nieuwe bedrijfskapitalisme een individualistische erfenis zagen die op het punt stond te verdwijnen.

Veel socialistische auteurs hoopten dat de op handen zijnde socialisatie van het kapitaal door de grote bedrijven een revolutionaire machtsovername mogelijk zou maken. In zijn boek America and the New Society uit 1916 stelde Steinmetz bijvoorbeeld dat de opkomst van de grote onderneming niets meer of minder was dan ʻde rationele reorganisatie en centralisatie van de productiemiddelen, en dus een noodzakelijke opmaat voor het socialismeʼ; ʻop haar hoogtepunt aangekomen,ʼ zei hij, zou de bedrijfseconomie snel ʻten val komenʼ en zou er een wereldrevolutie volgen. Volgens Neurath was de oorlogseconomie een andere modaliteit van deze immanente socialisatie van het kapitalisme; al vóór de oorlog hadden de monopolies een toenemende staatsinterventie noodzakelijk gemaakt; Neuraths vader sprak van een ʻpan-cartelisme,ʼ waarin de economie zou worden gerund door een klein aantal dominante bedrijven.

Socialisme in de praktijk

De wereldbrand van 1914-1918 versterkte de hypothese van Neurath alleen maar. De staten hadden planningsafdelingen ingericht en hun economieën tot het meest essentiële teruggebracht. De ʻproductie voor de gebruikswaardeʼ werd opnieuw noodzaak, en geweren, schepen en kanonnen gingen allemaal deel uitmaken van de oorlogsinspanning – hoe vreselijk die noodzaak ook mocht zijn.

Neurath had kennis genomen van deze ontwikkelingen. Hij had tijdens de oorlog aan het front gediend en was later overgeplaatst naar de keizerlijke oorlogsbureaucratie. Daar had hij de ʻorganisatorische kwestiesʼ die gepaard gingen met de oorlog, de kiem van de ʻovergangseconomieʼ waarop hij zijn proefschrift had gebaseerde, op de voet gevolgd. Na zijn aanstelling bij het Oostenrijkse ministerie van Oorlog werd Neurath door de nieuwe Münchense Radenrepubliek, die uit de Duitse spartakistenopstand was voortgekomen, uitgenodigd om een plan voor ʻsocialisatieʼ (Vergesellschaftlichung) op te stellen, dat de productiecapaciteit van de regio onder publieke controle zou brengen. In die tijd publiceerde hij een bloemlezing van zijn artikelen over de oorlogseconomie, waarvan het socialisme het gevolg zou zijn.

Maar de ervaring zou geen lang leven beschoren zijn. Na een maand viel het vrijkorps Ritter von Epp de stad binnen, waardoor Duitsland een eerste voorproefje van de nazi-terreur kreeg. De wetenschappelijke reputatie van Neurath heeft er ook onder geleden. Max Weber stelt dat ʻNeuraths werk over de economische geschiedenis van de oudheid altijd in hoog aanzien heeft gestaan,ʼ maar beschouwt zijn Beierse avontuur als een ʻamateuristische, objectief onverantwoordelijke dwaasheid die het “socialisme” honderd jaar lang in diskrediet had kunnen brengen, waardoor alles wat had kunnen ontstaan in de afgrond van een stupide reactie gesleurd had kunnen worden.ʼ

Neurath besloot zijn geluk elders te beproeven. In de jaren twintig van de vorige eeuw vluchtte hij naar Oostenrijk en vestigde hij zich in het administratieve hoofdkwartier van het Rode Wenen.i Hij werd een prominent lid van de Wiener Kreis, die een variant van het linkse positivisme vertegenwoordigde die afstand zou nemen van de orthodoxie van Carnap. Het geheel was een overblijfsel van waar de sociaaldemocratie ooit voor had gestaan; in het debat over socialisatie was alles niet verloren gegaan.

Neo-liberale en libertaire kritiek

Neurath maakte ook vijanden in zijn tijd als bestuurder van het Rode Wenen. Het was de stad van Friedrich Hayek, die in de jaren twintig van de vorige eeuw zijn polemiek tegen de positivistische wetenschapsvisie lanceerde, die hij star en totaliserend vond, en in staat tot volledige integratie. Hij, die de economie zag als een zwarte doos die nooit geopend mocht worden, was geschokt door Neuraths ode aan de universele leesbaarheid, die terug te vinden is in zijn beroemde Isotype en zijn reprise van Diderots Encyclopedie. Volgens Hayek konden economieën niet in kaart worden gebracht of leesbaar worden gemaakt; het waren eerder bovenmenselijke ordes die niet onderhevig waren aan collectieve menselijke actie en zich niet leenden voor een epistemische interpretatie. Hayeks ʻsublieme economieʼ – zoals Quinn Slobodian die noemt – was dus de tegenhanger van de Neurath-economie met zijn planning, kartels en bedrijfsbeheerders. Het is niet overdreven om te zeggen dat Neurath de belangrijkste Nemesis van het primitieve neoliberalisme was; ʻalle fouten van het socialisme verenigd in één persoon,ʼ aldus Hayek.

Maar Neurath had ook geen blijvende vrienden ter linkerzijde. Eind jaren twintig ging hij in dialoog met Max Horkheimer en de eerste Frankfurter Schule. Hij schreef artikelen in het Zeitschrift für Sozialforschung en streefde naar eenzelfde synthese van wetenschap en filosofie ʻdie door het materialisme van Marx werd geëist,ʼ in de woorden van Horkheimer. Maar Horkheimer keerde zich later tegen Neurath en maakte van hem een onttoveringsfilosoof, een apostel van het dorre rationalisme wiens doctrine de weg vrijmaakte voor de ʻtotaal beheerde samenlevingʻ (Adorno) van de naoorlogse periode.

De tendens die Neurath aan het werk had gezien in het primitieve monopoliekapitalisme en de oorlogseconomie was volgens Adorno en Horkheimer reëel genoeg, maar zou niet tot het socialisme leiden. Het was het nazisme dat het Duitse kapitaal had geherstructureerd en de oorlogsplanning had doen herleven. Ten koste van de menselijke waardigheid zelf.

Het nieuwe links en het nieuwe rechts, Horkheimer en Hayek, bewogen zich dus in de richting van dezelfde scepsis jegens het ʻgeorganiseerde kapitalismeʼ dat Neurath in de jaren dertig van de vorige eeuw had bepleit, waarin kartels en trusts nieuwe corporatistische afspraken met de georganiseerde arbeid mogelijk maakten. Het ʻgeorganiseerde kapitalismeʼ was weliswaar georganiseerd, maar nog steeds niet vrij. De geschiedenis had Neurath dus ingehaald, zo lijkt het, toen de filosoof in 1945 in Oxford overleed. In zijn dagboek had hij een opmerkelijke afspraak genoteerd: een debat met Hayek, waarschijnlijk om diens De weg naar slavernij (1944) te bespreken. Die kans is hem ontglipt.

En nu?

Dit verhaal heeft ook een ironische kant. Na enkele decennia van intellectuele hegemonie, die gedeeld werd tussen nieuw rechts en nieuw links, is de wereld vandaag de dag getuige van een belangrijke herconfiguratie van de capaciteit van staten en, als gevolg daarvan, van een reeks politieke herschikkingen. Langzaam maar zeker nemen staten afstand van de theorie van het met zachte hand sturen van de economie van de afgelopen dertig jaar; ze gaan die nu weer steeds nadrukkelijker beheren. De productie voor de gebruikswaarde van Neurath zou weer werkelijkheid kunnen worden; Wallonië heeft nieuwe fabrieken voor beademingsapparaten opgezet, terwijl Duitsland van plan is een aantal van zijn toeleveringsketens in te korten. Zodra deze ingrepen zijn gestabiliseerd, zal het moeilijk zijn om de geest weer terug in de fles te krijgen.

Neuraths voorbeeld kan echter ook misleidend zijn. Samen met anderen van de Tweede Internationale zag hij in de oorlogseconomie van 1914-1918 het bewijs voor de theorie dat de staat de productie van de gebruikswaarde kon plannen. Maar Neurath en zijn generatie opereerden in de marge van een grote socialistische beweging, georganiseerd in partijen, raden en vakbonden, die de socialisatie van een kapitalisme dat zich al aan het socialiseren was, wilde voltooien. Dat kun je vandaag de dag moeilijk zeggen.

Vertaling: Menno Grootveld

i Otto Neurath, ʻWar economy,ʼ in Economic writings selections 1904-1945, Uebel en Cohen, New York, Kluwer, 2005, p. 193. Neuraths eigen bloemlezing uit 1919 heeft een suggestieve titel: Durch die Kriegswirtschaft zu Naturalwirtschaft (Van de oorlogseconomie naar de natuurlijke economie).

i Deze gemeente werd van 1918 tot 1934 bestuurd door de sociaal-democraten.