Oorspronkelijke tekst (Engels): UnHerd, 15 september 2025

door Wolfgang Münchau
Wolfgang Münchau is directeur van Eurointelligence en columnist van UnHerd.
Terwijl progressieven lacherig doen, is rechts in opkomst
De bouwwerken uit het tijdperk van de mondialisering storten één voor één in. De instellingen van onze multilaterale wereld brokkelen langzaam af. De cultus van diversiteit, gelijkheid en inclusie slaat om in zijn tegendeel. De progressief-liberale media hebben hun monopolie op de agenda verloren, nu steeds meer mensen hun toevlucht zoeken tot alternatieve nieuwsbronnen. Na de moord op Charlie Kirk zal deze ontwikkeling alleen nog maar verergeren.
Sinds de jaren vijftig, toen Europa cultureel en economisch in verval raakte, heeft het vrijwel alle grote Amerikaanse trends gevolgd. De Oostenrijkers schonken ons het grand café: een plek waar je rustig kon zitten, goede koffie kon drinken en de krant kon lezen. Tegenwoordig halen jonge Europeanen echter mierzoete, slechte koffie bij Amerikaanse koffieketens. Wie niet weet dat de Napolitanen de pizza hebben uitgevonden, zou denken dat die uit New York komt. En over hamburgers hoeven we het al helemaal niet te hebben.
Wij Europeanen mogen dan de democratie, het communisme en het fascisme – en alles daartussenin – hebben uitgevonden, in onze huidige leegte importeren we de politieke cultuur van Amerika. Euro-versies van Donald Trump zullen overal op het continent opduiken en worden verkozen.
De oorzaken die de MAGA-beweging in de Verenigde Staten hebben voortgebracht, bestaan ook in Europa. De immigratie is toegenomen, terwijl de politie er niet in slaagt misdrijven gepleegd door immigranten effectief aan te pakken. Centrale banken hebben de afgelopen vijftien jaar een enorme ongelijkheid gecreëerd met hun activa-aankopen en marktstabilisatie – kosten die door het brede publiek zijn gedragen in de vorm van een hogere inflatie en een lager besteedbaar reëel inkomen. De invloed van populistisch rechts is nu al zichtbaar, aangevoerd door Viktor Orbán in Hongarije, maar staat op het punt om definitief mainstream te worden.
Laten we ons eens voorstellen dat de G8-top in 2030 plaatsvindt in Moskou, onder voorzitterschap van president Poetin, die dan net zijn dertigjarig jubileum als machthebber viert. Hij ontvangt er de Amerikaanse president JD Vance, de Britse premier Farage, president Le Pen van Frankrijk en bondskanselier Weidel van Duitsland. Premier Meloni van Italië zal tegen die tijd het langstzittende lid van deze groep zijn. Dit alles uiteraard onder de aanname dat de top überhaupt zal doorgaan – want misschien hebben de leiders elkaar dan wel niets meer te zeggen.
Ondertussen zal de EU in een diepe crisis verkeren – áls ze tegen die tijd nog niet uiteen is gevallen. Het blok is sinds het begin van deze eeuw langzaam aan het afbrokkelen, maar in 2030 zullen de Europese leiders vooral bezig zijn om, ieder voor zich, hun eigen land weer groot te maken.
Zo’n scenario past niet in het liberaal-progressieve verhaal, waarin geen alternatief bestaat voor een multilaterale, mondialistische wereld en Trump slechts een voorbijgaand fenomeen is. Toen Trump in 2016 echter voor het eerst werd gekozen, hebben de Europeanen hun kans gemist om zich te profileren. Ze slaagden er niet in defensief onafhankelijker te worden, omdat dit forse bezuinigingen op de verzorgingsstaat had vereist – een stelsel dat grotendeels was gefinancierd met het vredesdividend. Het had ook een fusie van de Europese wapeninkoopbureaus gevergd en een verlies van de nationale soevereiniteit over het wapenbeleid. Voor de landen van de eurozone zou bovendien een grotere politieke en fiscale integratie noodzakelijk zijn geweest om de euro als serieuze tegenhanger van de dollar te positioneren. In plaats daarvan kozen de Europese landen voor precies het tegenovergestelde. Omdat verdere integratie mislukte, legde de EU de nadruk op regulering, terwijl het Verenigd Koninkrijk de Unie verliet. Vandaag is de EU economisch simpelweg te zwak om Trump ook maar iets in de weg te leggen.
Ook op technisch gebied loopt Europa achter. Het laatste grote project dat Duitsland heeft gerealiseerd, was het perfectioneren van de dieselmotor in de jaren tachtig en negentig. Het is opnieuw hetzelfde verhaal als dat van de espresso en pizza. De Duitsers hebben de auto uitgevonden, ze hebben de kwantummechanica ontdekt en een lucratieve niche gevonden in de wereld van de midtech-engineering, de wereld van de gadgets. Maar die twintigste-eeuwse technologie is inmiddels achterhaald. Ze levert simpelweg niets meer op.
Pro-Europeanen mogen de EU in haar huidige vorm misschien prijzen als regelgever en soft power, maar dat zijn in wezen zwakke ambities. Ik was vroeger een voorstander van Europese integratie, in de hoop dat Europa zou uitgroeien tot een verenigde, strategische speler van wereldformaat, met meer economische en militaire samenhang. In plaats daarvan is de EU vandaag de dag niet veel meer dan een douane-unie en een interne markt voor voornamelijk producten – een speler van weinig betekenis op het wereldtoneel. Europa is gedegradeerd tot juniorpartner, tot voetvolk.
De Europeanen gingen er ook naïef van uit dat de demografie in het voordeel van centrumlinks zou uitpakken. Aan het einde van het vorige decennium leek de jeugd nog massaal achter links en de Groenen te staan, maar afgezien van Greta Thunberg en veel van haar volgelingen bleek dit slechts een voorbijgaande fase. Bij de verkiezingen in Duitsland eerder dit jaar werd de extreemrechtse Alternative für Deutschland de populairste partij onder jongeren. Datzelfde patroon zien we terug bij andere verkiezingen. In de VS heeft Charlie Kirk van MAGA een jeugdbeweging weten te maken, en in Europa horen we nu de echo daarvan.
Is dit werkelijk zo verrassend? Wie naar het politieke debat in Duitsland en Frankrijk luistert, krijgt de indruk dat de oudere generatie alleen maar bezig is met het veiligstellen van haar eigen privileges. Ondertussen zijn we op een punt in onze economische ontwikkeling beland waarop we niet langer kunnen verwachten dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wij. Jonge Europeanen kampen met een crisis in de kosten van levensonderhoud: de economie laat hen in de steek en het establishment negeert hen. Daarom voorspel ik een verwoestende opstand van een jonge rechtse beweging, waarvan de meeste leden niet op straat staan bij anti-immigratiedemonstraties, maar hun strijd vooral online voeren.
Mijn algemene punt is dat alle onderliggende krachten die de Amerikaanse kiezers – en vooral de jonge kiezers – naar rechts drijven, ook in Europa aanwezig zijn. Alleen loopt Europa achter als het om een politieke reactie gaat. Tot nu toe werd de opkomst van rechtse partijen hier afgeremd door hun eenzijdige focus op immigratie. We weten wie ze haten, maar veel minder hoe ze zouden willen regeren. Hebben ze eigenlijk wel een economisch beleid? Beschikken ze over een samenhangend begrotingsplan? Voor zover ik heb gezien, komt er nog van geen enkele rechtse partij een overtuigend antwoord.
Maar daar zou weleens verandering in kunnen komen. De Duitse AfD begint in te zien dat ze een economisch beleid nodig heeft. In de peilingen gaat de partij inmiddels gelijk op met de CDU/CSU van bondskanselier Friedrich Merz. Ik verwacht dat de coalitie van Merz zal falen in haar poging de economische neergang van Duitsland te keren. In dat opzicht bevindt ze zich in een vergelijkbare positie als de Labour-regering in het Verenigd Koninkrijk. Beide regeringen zullen de belastingen verhogen, omdat ze het politiek niet aandurven om fors te snijden in de sociale uitgaven. Daardoor kan het moment aanbreken dat de AfD zich zal profileren als de enige partij in Duitsland die geloofwaardige economische hervormingen belooft. In het Verenigd Koninkrijk heeft Nigel Farage nog geen uitgewerkt economisch plan, maar ik verwacht dat hij zal inzetten op het zich losmaken van de EU-regelgeving en het verlagen van de belastingen – allebei noodzakelijke voorwaarden voor het vinden van een lucratieve economische niche buiten de EU.
De ervaring met rechts leiderschap binnen de EU zal waarschijnlijk rommeliger zijn. Extreemrechtse partijen zijn hier doorgaans niet libertair ingesteld. Sommige partijen, zoals die van Le Pen, zijn net zo corporatistisch als de gevestigde centrumpartijen. Er zullen zowel mislukkingen als successen zijn, terwijl de economie stagneert en het politieke establishment geen geloofwaardige alternatieven weet te bieden.
Zo was het ook in Duitsland begin jaren dertig. De juiste parallel is niet die tussen Hitler en de moderne rechtse leiders – het zou absurd zijn om te beweren dat Trump een fascistische dictator is. Nee, de griezelige gelijkenis is die met de Weimarrepubliek, die ten onder ging aan haar eigen onvermogen om te besturen en de economische welvaart te waarborgen.
Ik verwacht dat een variant van die periode zich opnieuw zal voordoen. Zoals Karl Marx schreef in De achttiende brumaire van Louis Bonaparte: ‘Hegel merkt ergens op dat alle grote wereldhistorische feiten en personen als het ware tweemaal ten tonele verschijnen. Hij vergat eraan toe te voegen: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als farce.’
Het discours van rechts mag soms bespottelijk lijken, maar zolang zelfgenoegzame liberaal-progressieven er slechts lacherig over doen en weigeren van koers te veranderen, zal rechts blijven groeien. Vroeg of laat zullen we daardoor ook in Europa onze eigen Trumps krijgen – want al het andere hebben we al geprobeerd.
Vertaling: Menno Grootveld
