Categorieën
Economie Politiek

Europa’s roekeloze oorlogszucht

Oorspronkelijke tekst (Engels): UnHerd, 22 september 2025

fotografie: De Morgen

door Wolfgang Münchau

Wolfgang Münchau is directeur van Eurointelligence en columnist van UnHerd.

We hebben Rusland onderschat

Max Weber was het toonbeeld van de gecultiveerde intellectueel van het fin de siècle en het begin van de twintigste eeuw. De Duitse socioloog is vooral bekend door zijn essay De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme, waarin hij verklaart waarom protestantse landen in die tijd succesvoller waren dan andere. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Weber vijftig jaar oud. De Duitse historicus Golo Mann, de jongere broer van Thomas Mann, noteerde in zijn boek De geschiedenis van Duitsland sinds 1789 een veelzeggende uitspraak van Weber – een illustratie van hoe makkelijk mensen in de maalstroom van de oorlog worden meegezogen:

‘Max Weber, die we kennen als een harde, melancholische realist, schreef over “deze grote en prachtige oorlog” en hoe bijzonder het was om die nog mee te mogen maken. Tegelijkertijd betreurde hij bitter dat zijn leeftijd hem ervan weerhield naar het front te gaan.’

Weber en vele andere oorlogszuchtige Duitsers uit die tijd leken er geen moment bij stil te staan dat de oorlog misschien anders zou kunnen verlopen dan zij zich voorstelden.

Ik zie dat Europa vandaag in een vergelijkbare positie verkeert. Net als Weber tonen veel intellectuelen en politici van onze tijd zich enthousiast over een oorlog met Rusland. Een van de meest uitgesproken pleitbezorgers van westerse militaire interventie is de historicus Timothy Snyder, voorheen verbonden aan Yale en inmiddels aan de universiteit van Toronto. In 2023 verklaarde hij: ‘De Russen moeten verslagen worden, net zoals de Duitsers destijds zijn verslagen.’

Ook Europese politici zijn steeds enthousiaster over een strijd tegen Rusland. Een van hen is Alexander Stubb, de huidige president van Finland. Ik ken hem nog uit mijn tijd in Brussel, toen hij een bescheiden Europarlementariër was – de belichaming van de rustige, Noord-Europese intellectueel. Vorige week zei hij dat veiligheidsgaranties voor Oekraïne onvermijdelijk inhouden dat de landen die deze garanties geven bereid moeten zijn om tegen Rusland te vechten.

Ik wil de veiligheidsdreiging van Vladimir Poetin niet bagatelliseren. Het binnendringen van Russische gevechtsvliegtuigen in het Estse luchtruim was zonder twijfel een onaanvaardbare daad van agressie. De NAVO heeft alle recht om dergelijke toestellen neer te halen en moet duidelijk maken dat dit bij een volgende overtreding ook daadwerkelijk zal gebeuren. Maar het verdedigen van je bondgenootschap is iets anders dan het voeren van een proxy-oorlog in Oekraïne – een land dat geen lid is van de NAVO.

De Koude Oorlog was een periode van relatieve stabiliteit, niet alleen door het machtsevenwicht, maar ook omdat de politici die de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt, vastbesloten waren om de vrede te bewaren. Het merendeel van die generatie is inmiddels verdwenen. Net als Weber hebben de huidige Europese elites de kans gemist om zelf een ‘glorieuze’ oorlog te voeren. Het verschil is dat zij tegenwoordig liever anderen voor hen laten vechten.

De kans op een escalatie naar een echte oorlog is groot genoeg om serieus te nemen. Het grootste gevaar schuilt, naast de algemene oorlogszuchtige houding, in het verkeerd inschatten van de vijand – net zoals de Duitsers in 1914 hebben gedaan. Ook Poetin vergiste zich in de westerse reactie op zijn invasie van Oekraïne en in de veerkracht van het Oekraïense leger. Maar de misrekeningen van het Westen blijken hardnekkiger.

De grootste misvatting was dat de Russische economie zwak was en uiteindelijk zou bezwijken onder de druk van het Westen. Deze verkeerde inschatting kent verschillende lagen. Ze begon met een statistische leugen: dat Rusland slechts een kleine economie zou zijn. Wie de omvang van de Russische economie meet aan de hand van de jaarlijkse productie in Amerikaanse dollars, zou dat beeld bevestigd kunnen zien. Aan het begin van de oorlog was de Russische economie in die termen ongeveer even groot als die van Spanje. Maar dat is geen goede maatstaf om de slagkracht van een land in oorlogstijd te beoordelen. Wat werkelijk telt, is de koopkracht van het geld – hoeveel tanks je ervoor kunt kopen. En het antwoord is: Rusland kan er veel meer kopen dan wij.

Wie een economie meet op basis van koopkracht, krijgt een heel ander beeld dan onze zelfgenoegzame statistieken suggereren. Volgens de Wereldbank is China veruit de grootste economie ter wereld wanneer je kijkt naar koopkrachtpariteit – een methode die rekening houdt met het feit dat goederen in sommige landen goedkoper zijn dan in andere. De Verenigde Staten staan op de tweede plaats, gevolgd door India en daarna Rusland. Duitsland, op de zesde plaats, is de grootste economie van Europa.

Volgens deze maatstaf zijn de tien landen die samen de BRICS – de alliantie rond China en Rusland – vormen, economisch groter dan de VS, West-Europa en Japan samen. We leven dus in een werkelijk bipolaire wereld, met de VS en China als leiders van beide kampen. Het Westen heeft niet langer het laatste woord, ook al denken we dat soms nog wel. Op termijn zal de andere kant ons voorbijstreven, omdat zij sneller groeit dan wij.

Sinds het begin van de oorlog is Rusland harder gegroeid dan alle G7-economieën. De Britse econoom John Maynard Keynes zou daar niet van opgekeken hebben, want dit is een klassiek voorbeeld van het keynesiaanse oorlogseconomie-effect. Het Verenigd Koninkrijk maakte dit al mee tijdens de Tweede Wereldoorlog. Poetin heeft Rusland ingericht als een oorlogseconomie.

Ik benadruk deze economische feiten omdat zij de toekomstige realiteit in Oekraïne zullen bepalen. Het is immers geld dat wapens mogelijk maakt. En dat geld is voor Oekraïne nu opgedroogd. Tot op heden hebben de VS in totaal 115 miljard euro aan bilaterale hulp verstrekt, tegenover 21,3 miljard euro uit Duitsland en 7,56 miljard euro uit Frankrijk. Zonder de VS is het voor de Europeanen absoluut onmogelijk de oorlog zelfstandig te financieren. Daarvoor zouden zij geld moeten lenen.

Een andere optie is dat Europa beslag legt op de 210 miljard euro aan bevroren Russische tegoeden. Tot nu toe hebben Duitsland, Frankrijk, België en de Europese Centrale Bank zich daar om uiteenlopende redenen tegen verzet. België beheert het grootste deel van dat geld, dat bij Euroclear in Brussel in een kluis ligt. Frankrijk en Duitsland vrezen aansprakelijkheid voor schadeclaims als Rusland in commerciële rechtbanken gelijk krijgt. De ECB stelt dat het aanwenden van deze tegoeden illegaal zou zijn en de reputatie van Europa als financieel centrum onherstelbaar zou schaden. Onder normale omstandigheden zou het inderdaad onverstandig zijn dat de EU zulke risico’s neemt. Maar als de EU Oekraïne wil blijven steunen, is dit het enige serieuze financiële instrument dat resteert. Nu de Europese Commissie een voorstel heeft gedaan om het geld vrij te maken, is de kans groot dat dit ook daadwerkelijk zal gebeuren.

En wat dan? Afgezien van de complexe technische en juridische kwesties krijgt de EU te maken met een probleem dat sterk doet denken aan Margaret Thatchers karikatuur van het socialisme: uiteindelijk zal dat het geld van de anderen op maken. De misvatting is dat die 200 miljard euro ons door de huidige periode heen zal helpen, totdat Donald Trump aftreedt en wordt opgevolgd door een Democraat die bereid is opnieuw garant te staan voor het grootste deel van de financiering. De Duitse bondskanselier Friedrich Merz zei onlangs dat de oorlog zal eindigen zodra Rusland economisch is uitgeput. Dat is de strategie van het Westen.

Maar onze sancties hebben de Russische economie niet lamgelegd. Het doet denken aan Einsteins omschrijving van waanzin: steeds hetzelfde doen en toch een ander resultaat verwachten. Tot nu toe heeft de EU al achttien sanctiepakketten aan Rusland opgelegd, en een negentiende is nu in voorbereiding.

Er zijn inderdaad enkele tekenen van financiële stress in de Russische economie. De president van de Russische centrale bank, Elvira Nabioellina, erkende eerder dit jaar dat de groei in Rusland vooral mogelijk was dankzij vrijwel gratis middelen: arbeidskrachten, in beslag genomen industriële capaciteit en liquiditeiten uit het Nationale Vermogensfonds. Maar, voegde ze eraan toe, deze middelen zijn nu echt uitgeput. Haar boodschap was niet aan het Westen gericht, maar aan Poetin zelf: hij moet nieuwe middelen vinden om de economie draaiende te houden. Net zoals het Westen dat moet doen.

Maar Rusland beschikt over iets wat Oekraïne ontbeert: China is voor Rusland een betere bondgenoot dan de VS voor Oekraïne. Westerse neoconservatieven blijven de diepgang van de Chinees-Russische alliantie onderschatten, een bondgenootschap dat in belangrijke mate voortkomt uit tien jaar falend Amerikaans buitenlands beleid. Door zowel Rusland als China sancties en tarieven op te leggen, heeft Washington uiteindelijk zelf een strategische alliantie tussen beide landen in de hand gewerkt. Onder Trump staan de VS bovendien veel verder van Oekraïne af dan onder Biden.

Het misplaatste idee achter de westerse sancties is dat Rusland en China afhankelijk zouden zijn van westerse technologie, zoals halfgeleiders. Tot grote verrassing van de regering-Biden slaagde China er echter in om zelf hoogwaardige chips te produceren. Afgelopen week draaide China de rollen zelfs om door de invoer van Nvidia-chips te verbieden.

Ook de 200 miljard euro aan bevroren activa die wij zouden kunnen vrijmaken voor leningen aan Oekraïne, kan de tegenpartij makkelijk evenaren. China zou Rusland bijvoorbeeld een lening kunnen verstrekken, gedekt door westerse activa in China of door toekomstige ontvangsten uit schadevergoedingen waar Rusland mogelijk recht op heeft. Het blijft een hardnekkige misvatting om te denken dat het Westen – het kleinere deel van onze bipolaire wereld – het grotere deel kan uitschakelen.

Een verkeerde inschatting van deze omvang en schaal is precies wat regionale conflicten doet omslaan in wereldoorlogen. Ons leger van twitterende, oorlogszuchtige westerse intellectuelen bestaat uit de hedendaagse opvolgers van Max Weber. Zij maken voor mij zonneklaar dat er aanzienlijke steun bestaat voor een ‘glorieuze’ oorlog – net zoals dat meer dan honderd jaar geleden het geval was.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *