Categorieën
Economie Politiek

Als de AI-zeepbel barst, is dat niet het einde

Oorspronkelijke tekst (Engels): Jacobin, 9 juni 2025

fotografie: Festival of Authors

door David Moscrop

David Moscrop is een Canadese podcaster, politicoloog, columnist en auteur van het boek Too Dumb for Democracy? uit 2019.

Net als eerdere automatiseringsgolven zal kunstmatige intelligentie (AI) niet verdwijnen. Of het nu gaat om een periode van bloei of van crisis, de kern van de strijd is de vraag wiens belangen ermee gediend zullen worden

Een rapport van het MIT stelt dat maar liefst 95 percent van de toepassingen van generatieve kunstmatige intelligentie faalt. Dat is een indrukwekkend percentage. Voor een technologie die vaak wordt gepresenteerd als hét antwoord op vrijwel elke vraag, zegt dit onvermogen van bedrijven om AI effectief in hun werk te integreren veel over de volgende fase van de industriële mechanisatie, ons economisch systeem en onszelf. Wat het níét betekent – hoe graag sommigen dat ook zouden willen – is dat AI gedoemd is te mislukken.

De truc is dat je verder moet lezen dan de kop. Het MIT-rapport concludeerde namelijk niet dat AI niet werkt – hoe gebrekkig de technologie ook nog mag zijn – maar dat veel integraties op dit moment mislukken. Zoals Jowi Morales in Tom’s Hardware schrijft, leveren die integraties geen rendement op ‘omdat generieke AI-tools, zoals ChatGPT, zich niet aanpassen aan de bestaande workflows binnen bedrijven.’

All-in op AI

De reactie van bedrijven op deze of vergelijkbare bevindingen zal niet zijn om AI links te laten liggen, maar juist om de technologie nog nadrukkelijker op te leggen aan werknemers en werkplekken. In plaats van AI aan te passen aan bestaande workflows en routines, zullen bedrijven eerder de workflows, routines en zelfs banen aanpassen aan AI. De tegenslagen mogen niemand misleiden over de richting die is ingeslagen.

Bij Meta heeft Mark Zuckerberg bijvoorbeeld een aanwervingsstop ingesteld bij de AI-divisie Scale AI, waarin het moederbedrijf van Facebook al ruim veertien miljard dollar heeft geïnvesteerd. Deze divisie schrapt nu veertien procent van het personeel. Zulke berichten voeden de geruchten over een vertraging of zelfs een crash van AI, en over het uiteenspatten van de zeepbel. De enorme investeringsgolf van de afgelopen jaren ging gepaard met opgewonden verhalen over AI-revoluties, en een onvermijdelijke transitie naar een nieuwe technologische en industriële orde. Tegenwoordig is het bijna onmogelijk om twee keer te klikken op internet of een app te openen zonder een vorm van AI-integratie tegen te komen: van tekstverwerkers tot winkelchatbots, sociale media, zoekmachines en nog veel meer. Het geheel heeft inmiddels de schijn gekregen van een piramidespel dat op het punt staat in te storten.

Dat piramidespel heeft nu al geleid tot het verlies van tienduizenden banen, en naar verluidt zal het daar zeker niet bij blijven. De risico’s voor werknemers zijn dus reëel. Terwijl bedrijven volop inzetten op AI, blijven ze – zelfs als ze tijdelijk een stap terug doen – vastbesloten om werk te hervormen via automatisering. Dat betekent: de ‘efficiëntie’ verhogen door het personeelsbestand en de kosten terug te dringen. AI staat op het punt om sneller dan velen denken miljoenen banen wereldwijd te doen verdwijnen. Toch steunen de veelgeprezen automatisering, efficiëntie en autonomie op enorme hoeveelheden menselijke arbeid: moderatie, annotatie, data-labeling, probleemoplossing, reparaties en veel meer. AI kan talloze banen overbodig maken, maar creëert ook nieuwe banen en verandert andere. Het probleem is dat veel van deze nieuwe banen slecht betaald worden en onaantrekkelijk zijn, waardoor de algehele ontwikkeling de arbeidsnormen en lonen onder druk zet.

Maar hoe vaak ook wordt beweerd dat de AI-keizer geen kleren aan heeft, de honderden miljarden die in AI zijn geïnvesteerd, hebben een eigen dynamiek van hoop, logica en verwachting gecreëerd. Deze investeringen voeden het idee dat AI dé toekomst is van kennis, productie en dienstverlening. Gezien de beperkingen van AI en de daarmee gepaard gaande enshittification – zoals Cory Doctorow het misschien zou noemen – van zoveel aspecten van het dagelijks leven, zou je verwachten dat technocraten en oligopolisten, zowel in het bedrijfsleven als in de politiek, even de tijd zullen nemen om de balans op te maken, de bevolking te raadplegen en zich aan te passen. Maar dat is hoogst onwaarschijnlijk. Kortom, de zakenwereld is, om in pokertaal te spreken, ‘pot committed’ aan de AI-revolutie zoals die er nu uitziet.

Anti-AI-activisten zien mogelijk een zeepbel uiteenspatten of een revolutie mislukken. Maar voor wie zich bezighoudt met de toekomst van werk en de democratisering van AI, ligt een verstandiger interpretatie voor de hand: dit is op zijn best een strategische terugtrekking of een consolidatie van de AI-integraties. Dat betekent dat we ons moeten voorbereiden, een strategie moeten ontwikkelen en doelgericht moeten reageren. Meta zelf omschreef zijn vacaturestop als een ‘fundamentele organisatorische planning: het bouwen van een solide structuur voor onze nieuwe superintelligentie-inspanningen nadat we mensen hebben aangenomen, en de jaarlijkse budgettering en planning hebben uitgevoerd.’ Hoe ongemakkelijk dit ook klinkt, de macht ligt momenteel bij Meta en zijn concurrenten. Zij geven de industriële ruimte naar eigen inzicht vorm, vooral in de context van de achteruitgang van de democratie in de Verenigde Staten en een steeds hechtere verstrengeling van de macht met de tech-oligarchie.

De verkeerde vraag

De vraag of bepaalde AI-technologieën ooit echt zullen ‘werken’ is verkeerd gesteld – of op zijn minst van ondergeschikt of zelfs marginaal belang. Er is een wereldwijde race gaande om AI te ontwikkelen en toe te passen. Die wedstrijd is zowel een geopolitieke machtsstrijd tussen staten als een bredere kapitalistische drang om technologie en arbeid te hervormen in het voordeel van de heersende klasse, ongeacht staatsgrenzen. Het kapitaal en het politieke gewicht achter de AI-revolutie zijn dan ook aanzienlijk. Voor de voorstanders is AI geen technologische luxe, maar een strategische noodzaak.

Los van het verschil tussen soorten AI, hun toepassingen en de manieren waarop ze worden geïntegreerd – waarbij sommige al functioneren – draaien de kernvragen voor arbeid, massapolitiek en consumenten om het volgende: Voor welke doeleinden zal AI worden ingezet, in wiens belang, en onder wiens controle? Zoals het er nu uitziet, zijn er volop redenen om te denken dat het antwoord in alle gevallen ‘oligarchen en oligopolisten’ luidt. Mogelijk staat daar nog een technocratische elite boven, die hooguit fungeert als een regelgevende stempelaar, of als institutionele belegger of verzekeraar. En omdat de staat zelf de brede uitrol van AI actief ondersteunt, lijkt het spel in feite al gespeeld.

Het gevaar van het idee dat de AI-zeepbel aan het barsten is, is dat dit ons een vals gevoel van veiligheid en zelfgenoegzaamheid kan geven. Wie een technologische, politieke en economische toekomst wil die wordt gekenmerkt door diepgaande democratisering en collectieve controle, moet uitgaan van één realiteit: AI, in welke vorm dan ook, zal blijven bestaan. De opdracht is dus niet om te wachten op een ineenstorting, maar om ons te organiseren om er grip op te krijgen.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *