Categorieën
Economie Filosofie Politiek

De sublieme idiotie van het superioriteitsdenken

Oorspronkelijke tekst (Engels): Il Disertore

fotografie: Jacobo Medrano

door Franco Berardi


In 1996 lanceerde John Perry Barlow de Onafhankelijkheidsverklaring van Cyberspace:
‘Regeringen van de industriële wereld, jullie vermoeide reuzen van vlees en staal: ik spreek tot jullie vanuit Cyberspace, de nieuwe thuisbasis van de menselijke geest. Namens de toekomst vraag ik jullie, vertegenwoordigers van het verleden, om ons met rust te laten. Jullie zijn hier niet welkom. Jullie hebben geen gezag over de plek waar wij samenkomen.

https://www.eff.org/cyberspace-independence

Het was een gedurfde, libertaire uitdaging aan de macht van natiestaten, in naam van een superieure universaliteit van kennis. En het was ook een vertoon van neoliberale arrogantie.

Het mondialisme van markt en kennis was veelbelovend, maar koesterde ook de giftige vruchten die vandaag de dag rijp zijn.

In dat tijdperk van cyberoptimisme riepen we tegen de politieke machthebbers van de wereld: ‘Wij hebben de ruimte van het wereldwijde netwerk gecreëerd, en we willen jullie niet op ons terrein.’

In dat decennium presenteerde de digitale elite – voortgekomen uit de wetenschap van de twintigste eeuw en deels geïnspireerd door de libertaire energie van de wereldwijde beweging van 1968 – zichzelf als een jonge, vernieuwende kracht. Ze zag zichzelf als dynamisch en creatief, in staat om innovaties te ontwikkelen die het sociale leven en de communicatie zouden verbeteren.

Decadentie van een frigide utopie

Dertig jaar later zijn we helaas genoodzaakt het Techno-Republikeinse manifest van tweeëntwintig punten te lezen, geschreven door de deprimerende geesten van Alex Karp en Nicholas Zamiska.

Wit nationalisme, agressief superioriteitsdenken, de cultus van de vernietigende kracht van technologie. Beloften van oorlog.

De claim van witte raciale superioriteit is pathetisch, maar ook vreselijk gevaarlijk, omdat deze het recht opeist om de Untermenschen uit te roeien, terwijl tegelijkertijd de noodzaak wordt erkend dat kennis ondergeschikt moet zijn aan de Natie en dat de beslissing over kernwapens moet worden overgedragen aan ons enige kind dat niet lijdt aan depressieve psychose: de Intelligente Automaat.

Achter deze vorm van superioriteitsdenken kunnen we een glimp opvangen van de aftakeling van het witte lichaam, bevroren in het ijs van de wiskunde.

We zien hier een teken van de wanhoop in het Westen, dat moeite heeft om de chaos en de ongecontroleerde verspreiding van massavernietigingswapens onder controle te houden.

Het wanhopige optreden van de Amerikaanse president laat zien hoezeer een denken gebaseerd op superioriteit zichzelf heeft gevangen in een tragische en uitzichtloze situatie.

De aarde, onherstelbaar beschadigd door klimaatverandering, lijkt nu op de rand te staan van een allesomvattend en verwoestend conflict.

De witte hersenrot is niet langer in staat de Terminal-machine te bedienen, noch controle te garanderen over de atoomoverkill.

Het enige wat hij kan doen is de hendels van de overkill overdragen aan zijn superintelligente automatische erfgenaam, in de hoop dat deze ons de overwinning zal garanderen. Maar helaas beschikken zelfs de Untermenschen over dezelfde soort wapens, en beschikken zij (vooral die kleine verraderlijke Chinezen) over de Intelligente Automaat. Zij hebben onlangs een leger van krijgerrobots getoond in wier aanwezigheid de heer Alex Karp er goed aan zou doen zich op een meer bescheiden manier te gedragen.

Maar ik vrees dat hij dat niet zal doen — met schadelijke gevolgen voor iedereen.

De afgelopen dertig jaar heeft de demografische ontwikkeling een harde klap uitgedeeld aan degenen die zichzelf als het superieure ras beschouwen.

In de tweede helft van de twintigste eeuw groeide de wereldbevolking ongekend snel, mede dankzij de grote vooruitgang in de medische wetenschap.

De generatie die in de dertig jaar na de oorlog opgroeide (mijn generatie) had toegang tot het beste voedsel dat er ooit was, leefde relatief beschaafd en comfortabel, was over het algemeen redelijk gelukkig – of in elk geval hoopvol – en geloofde dat vrede, en misschien zelfs socialisme, mogelijk waren.

Maar rond de eeuwwisseling keerde de demografische curve om, en de triomf van de medische wetenschap zorgde ervoor dat een enorm leger van ouderen het historische toneel kon binnenvallen: arrogant, humeurig, agressief en niet in staat om de implicaties van hun eigen uitputting te begrijpen, aangezien ze zijn opgegroeid in een culturele wereld waar ouderdom en dood onbespreekbaar en verboden waren.

Noch de reclame-ideologie van de heersende klasse, noch het door het marxisme geïnspireerde kritische denken, heeft geprobeerd deze ommekeer van het perspectief, dit verval van het collectieve lichaam, te verwerken. Niemand is in staat geweest om het verdriet van de collectieve geest te genezen of te voorkomen, niet alleen de geest van de ouderen, maar nog duidelijker die van de nieuwe generaties, die depressief zijn door de last van een steeds senielere toekomst. Omdat we niet hebben nagedacht over ouderdom en dood, staan we nu machteloos tegenover de ongebreidelde seniele dementie.

Het Nazi-manifest van de heer Alex Karp en zijn metgezel moet in de eerste plaats worden gelezen als een uiting van de woeste decadentie van een cultuur die niet in staat is om met haar eigen veroudering om te gaan.

Dit zielige manifest tracht de strijdlustige geest van het dominante ras nieuw leven in te blazen door deze te zuiveren van alle mededogen.

Punt tien waarschuwt: ‘De psychologisering van de moderne politiek leidt ons op een dwaalspoor. Degenen die naar de politieke arena kijken om hun ziel en zelfbeeld te voeden, die te zwaar leunen op hun innerlijke leven dat tot uiting komt in mensen die ze misschien nooit zullen ontmoeten, zullen teleurgesteld achterblijven.’

Als de moderne beschaving iets goeds heeft voortgebracht – naast de gewelddadige overheersing van het westerse kolonialisme – dan was het wel dat sprankje universalisme, dat in zowel de kantiaanse als de marxistische traditie probeerde zich een wereld voor te stellen waarin vrede mogelijk is.

De onverschrokken Karp (en zijn trouwe schildknaap Nicholas Zamiska) denken dat ze door een dreigende uitstraling de Untermenschen angst kunnen aanjagen.

Maar de Perzische Untermenschen lijken niet zo bang te zijn, terwijl de Chinese Untermenschen venijnig lachen terwijl ze de ineenstorting van de Amerikaanse geest gadeslaan.

Punt 5 van het manifest waarschuwt tegen elke beperking (ethisch of gewoon menselijk) op het gebruik van gewapend geweld (en van de moorddadige kunstmatige intelligentie): ‘Onze tegenstanders zullen zich niet laten tegenhouden door eindeloze, theatrale discussies over de voor- en nadelen van dergelijke technologie. Zij zullen gewoon doorgaan.’

Dit is waarschijnlijk het gevaarlijkste punt uit het manifest, omdat het een onmiskenbare realiteit beschrijft: in competitieve omstandigheden is het ergste gegarandeerd.

Herinner je je de glorieuze tijden van het jeugdige, ongebreidelde neoliberalisme nog, toen John Perry Barlow die gewaagde verklaring schreef?

Destijds werd ons verteld dat alles moest worden onderworpen aan de markt en het streven naar winst. Scholen, de gezondheidszorg en andere publieke diensten moesten volgens die logica functioneren, omdat concurrentie – zo was het idee – de kwaliteit zou verhogen en betere resultaten voor gebruikers zou opleveren.

Dat bleek onjuist, en inmiddels weten we dat de sociale omstandigheden sterk zijn verslechterd sinds winst het belangrijkste uitgangspunt werd.

Maar als economische concurrentie al tot grote sociale problemen heeft geleid, dan dreigt militaire concurrentie een nog veel grotere ramp te veroorzaken, mogelijk zelfs de ondergang van de menselijke beschaving.

Sommige politici stellen dat we de schadelijke gevolgen van kunstmatige intelligentie kunnen voorkomen, door ethische regels vast te leggen die ervoor zorgen dat zulke systemen ons geen schade toebrengen.

Echt waar?

Zo’n vastlegging van regels zou alleen echt mogelijk zijn in een wereld waarin vrede en onderling vertrouwen de norm zijn.

Maar in plaats daarvan zijn we het tijdperk van agressief nationalisme binnengetreden. Hoe kunnen we verwachten dat onze tegenstanders zich terughoudend en netjes zullen gedragen, als we zelf al hebben aangekondigd dat we dat niet zullen doen?

In elke situatie van concurrentie is er altijd iets wat we niet kunnen weten, namelijk welke strategie onze tegenstander of concurrent zal volgen.

Juist omdat we niet weten wat de ander zal doen, voelen we de druk om alles te doen wat technisch mogelijk is. We leggen onszelf geen beperkingen op, uit angst dat de tegenstander anders wél doorgaat met wat wij hebben nagelaten. In die logica lijkt het alsof we ons niet kunnen veroorloven om mogelijkheden onbenut te laten, zelfs als ze schadelijk zijn, of misschien juist omdat ze dat zijn.

Daarom dreigt geen enkele vorm van verwoesting ons bespaard te blijven die technisch mogelijk is met de kennis die we hebben.

Daarom ben ik ervan overtuigd dat de eenentwintigste eeuw wel eens de laatste eeuw zou kunnen zijn.

Er is nog een andere gedachte: we weten niet of datgene wat ons in gevaar brengt — zelfs extreem gevaar — misschien ook de basis vormt voor een hogere orde. Een orde die, in abstracte zin, bevrijd is van de onvolmaaktheid van het bewuste leven.

De Intelligente Automaat weet dit. Daarom is hij vastbesloten om de onvolmaaktheid die wij vertegenwoordigen uit te wissen.

Is dit de reden waarom we hem hebben gebouwd?

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *