Oorspronkelijke tekst (Engels): UnHerd, 8 april 2026

door Ben Judah
Ben Judah is senior fellow bij de Atlantic Council en auteur van ‘This is London.’
Imperiale intriges zijn een ramp voor de joden
Elk jaar zit er een merkwaardige leemte in onze Pesach-seder, tussen de matze en de vier bekers wijn. Er wordt geen melding gemaakt van Mozes, behalve één keer, en dan nog indirect. Dat is geen toevallige historische eigenaardigheid, maar een bewuste en diepgaande politieke keuze. Toen de rabbijnen in de tweede eeuw begonnen met het samenstellen van de Pesach-liturgie, wilden zij niet dat de joden één keer per jaar samenkwamen om de lof van een grote leider te bezingen. Terwijl zij, na de verwoesting van de Tempel, als overlevenden van een catastrofe probeerden vast te houden aan hun dorpen in Galilea, wisten zij maar al te goed hoe duur zulke leiders hen waren komen te staan.
Toen de rabbijnen destijds probeerden het jodendom zonder Tempel opnieuw vorm te geven, in wat later de Misjna zou worden, waarschuwden zij tegen de verleidingen van het koningschap en tegen de macht van Rome. ‘Houd van werk,’ zeiden ze, ‘verafschuw het bekleden van hoge ambten en zoek geen nabijheid tot de heersende macht.’ Tegenwoordig leest een belangrijk deel van de Misjna, De Ethiek van de Vaders, als een bijna bezwerende opsomming van generaties religieuze joodse leiders. Maar oorspronkelijk was juist opvallend wie er níet in voorkwam. De rabbijnen hadden niet alleen koning Herodes uit de geschiedenis geschrapt, maar ook de messiaanse politieke leiders van de drie grote opstanden tegen Rome.
De waarheid is dat de joden, als het gaat om nationale leiders, maar weinig historische voorbeelden hebben om op terug te vallen. Dat komt doordat zij ruim achttienhonderd jaar lang geen eigen thuisland hebben gehad. Juist daarom is het veelzeggend dat Benjamin Netanyahu, in de aanloop naar de oorlog tegen Teheran, aandacht heeft besteed aan het herontdekken van heersers die de rabbijnen liever wilden vergeten. Hij deed dat onder meer door een nieuw boek te lezen: Joden vs. Rome: Twee eeuwen van opstand tegen ’s werelds machtigste rijk, van professor Barry Strauss. Over dat boek zei Netanyahu tegen een verslaggever: ‘Die strijd hebben we verloren. Ik denk dat we de volgende moeten winnen.’
Dit is misschien wel de meest onbedoeld onthullende uitspraak die Bibi ooit heeft gedaan. Terwijl zijn oorlogsplannen met Washington in een stroomversnelling raakten, las de Israëlische premier een boek over een enorme historische ommekeer. Het beschrijft hoe, binnen één mensenleven, de joodse koninklijke familie veranderde van een macht die politiek bedreef in Rome – waar hun volk privileges en respect genoot in het centrum van het rijk – in toeschouwers die machteloos moesten toezien hoe Romeinse legioenen de Tempel in brand staken en de menora meenamen. Tegelijkertijd werd hun volk veroordeeld tot slavernij, vernedering en ballingschap. In wezen is dit het verhaal van koning Herodes en van het falen van zijn erfgenamen: hoe een combinatie van ongeremd fundamentalisme en diplomatiek falen een zeer succesvol volk uiteindelijk veroordeelde tot de status van bijna-paria’s.
Je kunt koning Herodes – of de diepten van Bibi’s geest – niet begrijpen zonder opnieuw naar een kaart van het Romeinse Rijk te kijken. Dat rijk zag er in het oosten anders uit dan in het westen. In het westen lagen de meer uniform onderworpen ‘barbaarse’ provincies, zoals Gallië en Brittannië. In het oosten daarentegen bestond het rijk uit een lappendeken van rijke en hoogontwikkelde staatjes, vazalkoninkrijken en provincies. Judea was een van die koninkrijken. Het was de thuisbasis van het grootste tempelcomplex van de antieke wereld, in Jeruzalem. Volgens de beroemde oudheidkundige Josephus was het heiligdom zo rijkelijk verguld dat het in de ochtendzon ‘een vurige gloed uitstraalde.’ Het marmer was zó wit dat het complex van een afstand leek op een met sneeuw bedekte berg.
Dit was bovendien een stad die met de Thora een literaire traditie had voortgebracht waarvan haar inwoners geloofden dat die kon wedijveren met die van de Grieken. Tegelijkertijd was het een stad met een diaspora die verspreid was over de twee grote rijken van de toen bekende wereld: het Romeinse Rijk, dat zich in het westen uitstrekte tot de Zuilen van Hercules, en het Parthische Rijk, dat in het oosten reikte tot aan de Hindu Kush. Over beide rijken lagen joodse handelsgemeenschappen verspreid, die elk hun eigen tienden aan de Tempel afdroegen.
Strauss noemt Judea in deze periode ‘in wezen een tempelstaat.’ Rond 63 v.Chr. was het land vrijwel onbestuurbaar geworden. De elite riep toen voor het eerst de hulp van Rome in om te bemiddelen in een burgeroorlog binnen de verzwakkende Hasmonese monarchie. Drieëntwintig jaar later, na een lange periode van chaos, benoemde de Romeinse Senaat hun meest veelbelovende lokale bondgenoot tot koning van heel Judea. Met militaire steun werd hij vervolgens teruggestuurd om zijn koninkrijk te veroveren. Zijn naam was Herodes.
Deze koning werd later zo gehaat in zowel de joodse als de christelijke traditie dat zijn feitelijke heerschappij vrijwel uit het geheugen werd gewist. Maar wanneer je Jews vs. Rome leest, is het niet moeilijk te begrijpen wat Netanyahu in hem zou kunnen herkennen. Alles draaide namelijk om de keizer. Herodes presenteerde zichzelf niet alleen als een joodse heerser, maar ook als een Romeins politicus. Om de territoriale ambities van Cleopatra te ontlopen, zocht en kreeg hij de steun van Marcus Antonius. Toen zijn beschermheer echter werd verslagen door Octavianus – later bekend als keizer Augustus – wist Herodes zich opnieuw aan te passen. Hij slaagde erin een van de trouwste bondgenoten van de eerste Romeinse keizer te worden.
Om succesvol te zijn in de Romeinse politiek romaniseerde Herodes zichzelf. Zo vernoemde hij zijn kleinzoon naar Augustus’ favoriete generaal, Agrippa, en werd hij zelfs voorzitter van de Olympische Spelen. Om zijn loyaliteit aan Rome te onderstrepen, veranderde hij ook het landschap van zijn koninkrijk. Aan de kust, ten zuiden van het huidige Haifa, stichtte hij een nieuwe stad: Caesarea. Deze strategie wierp vruchten af, niet alleen voor Herodes zelf, maar ook voor zijn in Rome opgevoede kleinzoon, Herodes Agrippa I. Die groeide uit tot zo’n invloedrijk Romeins politicus dat hij, in de chaos na de moord op zijn vriend Caligula, een belangrijke rol speelde bij het op de troon helpen van Claudius als keizer.
Het is moeilijk voor te stellen dat het voorbeeld van Herodes niet door Bibi’s hoofd speelde toen hij dit boek las, in de maanden waarin hij Trump met uitzonderlijke vleierij achtervolgde. Zo werd er een nederzetting naar Trump vernoemd, bood Netanyahu hem de hoogste onderscheidingen van het land aan en probeerde hij hem via elk optreden bij Fox & Friends of bij Sean Hannity te bereiken. Dit alles terwijl hij de eigen media in Israël juist zoveel mogelijk mijdt. Netanyahu weet dat zijn tweetalige, Israëlisch-Amerikaanse politieke identiteit – in een land waar maar weinig mensen uit de traditionele politiek-militaire elite vloeiend Engels spreken – een belangrijke bron van zijn macht is. Het geeft hem het vermogen om politiek te bedrijven in het moderne ‘Rome.’
Door de manier waarop het uiteindelijk afliep, is de sterk Romeins georiënteerde macht van de Herodiaanse dynastie grotendeels in de vergetelheid geraakt. Eerst was er Herodes de Grote, die de Tempel liet renoveren. Maar zijn omvangrijke koninkrijk viel vrijwel onmiddellijk na zijn dood uiteen. Overal braken opstanden uit, mede als gevolg van zijn wrede verdeel-en-heerspolitiek, die zelfs leidde tot de moord op zijn eigen zonen. Wat het Romeinse Rijk gaf, kon het echter ook weer afnemen. De tweede, geromaniseerde generatie – onder wie Herodes Antipas van Galilea, die Johannes de Doper liet executeren – werd gedegradeerd tot heersers met een lagere status. Zij regeerden slechts als door Rome benoemde ‘tetrarchen’ of ‘etnarchen’ over overblijfselen van hun vroegere koninkrijk.
Ongeveer vijftig jaar later kende de inmiddels sterk geromaniseerde derde generatie nog een korte opleving. Herodes Agrippa I, de kleinzoon van Herodes de Grote, regeerde toen als koning over heel Judea, maar slechts voor ongeveer drie jaar. De vierde generatie, waaronder Herodes Agrippa II van Galilea, werd opnieuw teruggebracht tot de status van ondergeschikte vazallen. Zij waren de laatsten die in het land Israël regeerden. De ooit zo aanzienlijke regionale invloed van de Herodiaanse dynastie liet uiteindelijk nauwelijks sporen na in de geschiedenis. De joods-Romeinse alliantie was gedoemd te mislukken.
Hier verandert het verhaal van Strauss in een studie van mislukking. Opeenvolgende generaties Herodianen werden steeds meer gehaat door hun eigen volk, onder meer vanwege hun gehelleniseerde, als vreemd ervaren levensstijl. Uiteindelijk konden deze heersers weinig anders doen dan zich verschuilen voor de religieuze hartstochten van hun onderdanen. Ze waren niet langer in staat die gevoelens te sturen of zelfs maar te temperen. Het maakte uiteindelijk weinig uit dat Herodes Agrippa II van Galilea tijdens de Grote Opstand, die in 66 n.Chr. begon, aan de kant van de Romeinen vocht. Evenmin dat zijn zus Berenice de minnares was van generaal Titus. Misschien wist hij Galilea, en zij enkele gevangenen, voor zwaardere represailles te behoeden, maar geen van beiden kon de Tempel of Judea redden. Hun rentmeesterschap had gefaald. Na deze ramp bleef de dynastie wel bestaan, maar niet meer in Judea en ook niet meer als joden. De nakomelingen van koning Herodes zouden later regeren als koningen in Armenië en Cetis in Anatolië, of dienen als Romeinse senatoren, magistraten en zelfs als consuls. Maar dat deden zij resoluut als heidenen.
De erfgenamen van Herodes de Grote faalden omdat zij de zeloten (fanatieke gelovigen) niet dicht genoeg bij zich hielden om hen te kunnen controleren. Het is moeilijk om Strauss’ geschiedenis te lezen zonder daarin een echo te zien van wat als de handtekening van Bibi’s hele politieke carrière kan worden beschouwd: de zeloten zullen míjn zeloten zijn. Al dertig jaar lang maakt Israëls meest Amerikaanse – en in zekere zin meest buitenlandse – leider gebruik van fundamentalistische rabbijnen en kolonisten als politieke bondgenoten en beschermers. In dat licht moet ook de politieke rol van Bezalel Smotrich (minster van Financiën en de leider van de extreemrechtse Nationale Religieuze Partij) en Itamar Ben Gvir (minister van Nationale Veiligheid en de leider van de radicaal-rechtse partij Joodse Macht) worden begrepen. Natuurlijk speelt cynisme een rol: Netanyahu zal vrijwel alles doen om verkiezingen uit te stellen en gevangenisstraf te vermijden. Maar er lijkt ook een somber pessimisme over het joodse volk achter te zitten. Het is alsof Netanyahu werkelijk gelooft dat joden niet te regeren zijn, tenzij je wordt geflankeerd door hun grootste fanatiekelingen.
Dit was de erfenis van Herodes: de priesters van Judea waren verdreven naar dorpen op de heuvels van Galilea, terwijl de prinsen als heidenen verbleven aan de hoven van Klein-Azië. Tegen het einde van de Grote Opstand in 70 n.Chr. waren de joden een volk zonder leiderschap geworden. Hun tempel en hun monarchie lagen in puin. Onder het volk verspreidde zich een ongebreideld, apocalyptisch fanatisme. Er volgden nog twee opstanden, in 115 en in 135 n.Chr. Het resultaat was wat we vandaag etnische zuivering en genocide zouden noemen. Archeologisch onderzoek in het huidige Israël heeft de omvang van de wreedheden bevestigd – wreedheden die zelfs de Romeinse historici uit de oudheid schokten. Tegen het einde van de eerste opstand had het geweld en de slavernij onder Titus de bevolking van Judea al met een derde doen afnemen. Na de derde opstand verminderde keizer Hadrianus de bevolking nog verder: door de joden uit Judea te verdrijven en hun nederzettingen te vernietigen, daalde het aantal inwoners met maar liefst twee derde. Tijdens de tweede opstand had keizer Trajanus, om de historicus Appianus te citeren, ‘het joodse volk in Egypte volledig vernietigd.’ Voor een lezer als Netanyahu bevestigt deze geschiedenis vooral één overtuiging: dat de joodse diaspora alleen veilig kan zijn als Israël sterk en succesvol blijft.
Binnen één mensenleven verloren de joden niet alleen Jeruzalem, hun grote spirituele stad met al haar schatten, maar ook Alexandrië, hun belangrijke havenstad in de diaspora met al haar rijkdom. Daarmee waren de joden in feite ten dode opgeschreven – niet als natie, maar als een van de grote volkeren van de antieke wereld. Hun thuisland werd omgedoopt tot Palestina, een naam die de Grieken al lang gebruikten, maar die nu bewust werd gebruikt om hen te vernederen. Bovendien verplichtte Rome hen tot het betalen van de fiscus Judaicus: een speciale belasting die voortaan naar de schatkist van de keizer en naar de grote tempel van Jupiter in Rome ging. Daarmee werd de oude tiende vervangen die zij ooit vrijwillig aan hun eigen tempel hadden betaald. Kortom, het was een duizelingwekkende val van de privileges die Julius Caesar ooit zelf aan de joden had toegekend.
Ik twijfel er niet aan dat Netanyahu, toen hij het boek van Strauss las, zichzelf zag als een soort Herodes de Grote: de enige betrouwbare bemiddelaar tussen Rome en de joden. Maar er is ook een andere, verontrustender interpretatie, namelijk dat Netanyahu het helemaal bij het verkeerde eind heeft. Door alles in te zetten op het Huis van Trump, maakt hij dan niet dezelfde fout als de Herodianen? Het Huis van Herodes investeerde immers volledig in zijn band met het Huis van Augustus: van het samen opvoeden van hun kinderen tot het opbouwen van vriendschappen die generaties lang zouden duren. Maar dat bleek minder goed te werken toen nieuwe dynastieën aan de macht kwamen, zoals de meer afstandelijke militaire heersers van de Flaviërs en later de Nerva-Antonijnen. Dynastieën konden immers vallen, en dat gebeurde ook. Wat Judea destijds werkelijk nodig had, en wat zo duidelijk ontbrak, waren vrienden en bondgenoten in de Senaat en onder het volk van Rome.
Waarom de Tempel werd verwoest, is een van de grote en pijnlijke vragen binnen het jodendom. In Jews vs. Rome probeert Strauss deze vraag vanuit een politiek perspectief te beantwoorden. Volgens hem ligt de sleutel in de onderlinge verdeeldheid. De joden waren sterk versnipperd in verschillende groepen – onder meer zeloten en hellenisten, fundamentalisten en aanpassers – die elkaar vaak fel bestreden. Door deze diepe verdeeldheid had het volk van Israël uiteindelijk geen enkele kans tegen de legioenen van het Romeinse Rijk.
Ook hier vertoont Netanyahu’s leiderschap gelijkenissen met dat van koning Herodes, en waarschijnlijk niet op een manier die hem zou bevallen. Het gaat daarbij niet alleen om de manier waarop hij Trump ertoe probeerde te bewegen druk uit te oefenen op de Israëlische president om hem gratie te verlenen in zijn corruptieproces. Evenmin gaat het alleen om het feit dat hij de Knesset heeft gevuld met ja-knikkers en haatzaaiers. Het gaat ook om de dertig jaar waarin hij voortdurend provocatie en verdeeldheid heeft aangewakkerd: de haatmarsen tegen Yitzhak Rabin, de anti-Arabische retoriek, zijn pogingen om het Hooggerechtshof te verzwakken en de meedogenloze beweging richting wat wel ‘ongegronde haat’ wordt genoemd.
Deze merkwaardige uitdrukking gebruikt de Talmoed om het politieke klimaat in het oude Israël te beschrijven wanneer wordt nagedacht over de vraag waarom de Tempel werd verwoest. Het is een term die mij te binnen schiet wanneer ik Itamar Ben Gvir in de Knesset zie rondlopen met een fles champagne, terwijl hij een doodstraf viert die specifiek voor Palestijnen geldt, en Netanyahu toekijkt en glimlacht.
Netanyahu denkt dat hij kan leiden door de fanatiekelingen dicht bij zich te houden. In werkelijkheid is het echter zo dat zij hém leiden. Dat is een fout die Herodes de Grote niet maakte. Twee millennia later is duidelijk dat de koning van Judea, met zijn besluit om de Tempel te herbouwen en te verfraaien, iets fundamenteels begreep van de hartstochten binnen het jodendom – iets wat de meesten van zijn erfgenamen niet begrepen. In de ziel van Israël zijn deze krachten onontkoombaar en explosief. Een leider die erover wil heersen, moet ze sturen en kanaliseren, niet erachteraan lopen. Herodes deed dat door de enorme inspanning om de Tempel te herbouwen. Bij de overgebleven Westelijke Muur bidden mensen tot op de dag van vandaag. Netanyahu heeft precies het tegenovergestelde gedaan. Hij regeert door voortdurend tegemoet te komen aan de eisen van kolonisten en van Haredim (ultra-orthodoxe joden) die zich onttrekken aan militaire dienst. Hun eisen drijven hem steeds dichter naar een mogelijke splitsing van de natie en wakkeren tegelijkertijd de woede van ‘Rome’ aan.
Hier liggen de grenzen van Netanyahu’s cynisme en pessimisme. Want daarin ontbreekt de spirituele kracht om te reageren op de profetische waarschuwing van Gershom Scholem, de grote geleerde van de joodse mystiek. Scholem waarschuwde dat Israël, na zoveel verwoesting en ontheemding, zijn eigen impulsen zou moeten weerstaan. Het mocht niet bezwijken voor wat hij ‘de vrijwel uit de lucht gegrepen messiaanse claim’ noemde – namelijk het idee dat de terugkeer naar het land van onze voorouders vanzelf verlossing zou brengen. Na achttienhonderd jaar hebben we plotseling weer een geschiedenis opgepakt die griezelig vertrouwd aandoet: een geschiedenis van fanatiekelingen, vazalkoningen en keizers. Daar moeten we van leren – anders zullen we opnieuw de prijs betalen voor fundamentalisme en ongegronde haat.
Vertaling: Menno Grootveld
