Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 27 oktober 2025

door Cas Mudde
Cas Mudde is hoogleraar internationale zaken aan de Universiteit van Georgia, auteur van The Far Right Today (2019), en gastheer van de podcast Radikaal. Hij is columnist bij de Guardian in de VS.
De media, die in de ban zijn van Wilders’ partij, zorgen ervoor dat zijn agenda stevig verankerd blijft in de Nederlandse politiek en de verkiezingen van woensdag zal overheersen
Woensdag 29 oktober trekken de Nederlanders opnieuw naar de stembus. Het zijn de negende verkiezingen voor de Tweede Kamer in deze nog jonge eeuw. In sommige opzichten is Nederland het Italië van de 21e eeuw geworden: een land dat wordt geteisterd door politieke versnippering, instabiele regeringen en een toenemende radicalisering, die steeds vaker ook met geweld gepaard gaat.
Deze verkiezingen zijn een direct gevolg van die versnippering en instabiliteit. De extreemrechtse Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders domineerde de vorige regeringscoalitie, maar trok in juli – na nog geen jaar – zelf de stekker eruit. De verschillende lessen die de Nederlandse media, politieke partijen en kiezers uit deze onrustige periode hebben getrokken, zijn ook buiten Nederland relevant. Vrijwel alle Europese landen staan immers voor dezelfde uitdaging: hoe om te gaan met het groeiende electorale, ideologische en politieke succes van extreemrechts?
Net als iedereen waren ook de Nederlandse media verrast toen Wilders ‘zijn regering’ liet vallen, en ze hebben sindsdien geprobeerd die gebeurtenis te duiden. In tegenstelling tot 2002 – toen een nog chaotischere coalitie al na twaalf weken uiteenviel – is er nu nauwelijks debat over de vraag of extreemrechts überhaupt een rol zou moeten spelen in de Nederlandse politiek. Het lijkt bijna alsof het onvoorstelbaar is geworden om je een toekomst voor Nederland zonder extreemrechts voor te stellen.
Dat is niet verrassend, want de meeste Nederlandse media blijven – grotendeels vrijwillig – in de ban van extreemrechts. Hoewel Geert Wilders zelf zelden in de media verschijnt of interviews geeft, is hij toch de meest besproken politicus op de Nederlandse televisie. In zijn afwezigheid hebben de media bovendien Joost Eerdmans, leider van de radicaal-rechtse partij JA21, buitensporig veel aandacht gegeven. Ook de tactische leiderschapswissel bij het extreemrechtse Forum voor Democratie (FVD) – waar Lidewij de Vos het stokje heeft overgenomen van Thierry Baudet – heeft precies bereikt wat de partij beoogde: opnieuw volop media-aandacht en een plek in de politieke spotlichten.
De Nederlandse politieke partijen hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de normalisering en rationalisering van extreemrechts. Sommige rechtse partijen hebben weliswaar uitgesloten dat ze in de toekomst nog met Wilders en de PVV willen samenwerken, maar dat doen ze niet vanwege zijn anticonstitutionele opvattingen – alleen vanwege zijn zogenaamd ‘onvolwassen’ en ‘onverantwoordelijke gedrag. Ondertussen blijven diezelfde rechtse partijen in het parlement extreemrechtse beleidsvoorstellen steunen, ook nadat Wilders de coalitie had verlaten. Daaronder vallen onder meer het ‘strengste asielbeleid ooit,’ een verder aangescherpt boerkaverbod, en zelfs een ‘antifa-verbod’ – een voorstel dat afkomstig was van het Forum voor Democratie (FVD). Opmerkelijk genoeg is FVD de enige extreemrechtse partij die formeel door een cordon sanitaire – een politieke vuurmuur – van de macht zou moeten worden geweerd, al geldt dat voorlopig alleen op nationaal niveau.
Zelfs zogenaamd ‘centristische’ politici dragen bij aan de normalisering van extreemrechts. Rob Jetten heeft zijn sociaal-liberale partij D66 naar rechts opgeschoven op het gebied van cultuur en immigratie, waarbij hij een vorm van communautair patriottisme omarmt. Bovendien sluit hij niet uit om samen te regeren met de radicaal-rechtse partij JA21 of de geradicaliseerde boerenpartij BBB. Ook Frans Timmermans, leider van het centrumlinkse GroenLinks/PvdA (GL/PvdA), heeft het immigratiestandpunt van zijn partij aangescherpt, gesproken over een ‘vluchtelingenprobleem,’ en deelgenomen aan het favoriete tv-programma van extreemrechts, Vandaag Inside – ironisch genoeg tot ergernis van veel vaste kijkers van datzelfde programma.
Maar zoals zo vaak lijken de kiezers uiteindelijk toch de voorkeur te geven aan het origineel boven de steeds talrijkere extreemrechtse imitaties. Hoewel de PVV van Geert Wilders iets aan steun heeft ingeboet – zo’n 4 procent minder dan bij de vorige verkiezingen – blijft de partij waarschijnlijk wel de populairste van het land.
De meeste verschuivingen in het electoraat komen voort uit de implosie van twee nieuwere partijen: de BBB en Nieuw Sociaal Contract (NSC) van Pieter Omtzigt. Beide maakten deel uit van de vertrekkende coalitie, maar worden nu respectievelijk ingeschat op nog slechts 2,5 en 0 procent van de stemmen. Hun voormalige kiezers lijken grotendeels te zijn overgestapt – of teruggekeerd – naar het Christen-Democratisch Appèl (CDA), dat naar verwachting de grote winnaar van deze verkiezingen zal worden. De conservatieve VVD, de partij van oud-premier Mark Rutte die de Nederlandse politiek het grootste deel van deze eeuw heeft gedomineerd, verliest naar verwachting ongeveer een derde van haar toch al gekrompen achterban van 2023, vooral ten gunste van de radicaal-rechtse partij JA21.
Links blijft marginaal en stagneert, ondanks de recente fusie van GroenLinks en de PvdA tot GL/PvdA. De linkerzijde slaagt er niet in om de dominantie van extreemrechts in de media – vooral in de populaire talkshows – te doorbreken.
Interessant is dat peilingen laten zien dat de grootste verschuivingen plaatsvinden binnen de drie electorale blokken – extreemrechts, centrumrechts en links. Elk blok behoudt ongeveer dezelfde totale steun: respectievelijk 35, 40 en 25 procent. Binnen het extreemrechtse kamp lijkt JA21 echter uit te groeien tot de tweede partij, direct na de PVV, terwijl binnen het centrumrechtse blok het CDA – en mogelijk ook D66 – de VVD voorbijstreeft.
Natuurlijk kunnen opiniepeilingen ernaast zitten – en in Nederland gebeurt dat steeds vaker, omdat steeds meer kiezers pas op de verkiezingsdag zelf hun keuze maken. Toch lijkt één ding zeker: het vormen van een nieuwe coalitie zal moeilijk en langdurig worden, zelfs naar Nederlandse maatstaven.
Bijna alle partijen hebben samenwerking met Geert Wilders uitgesloten, maar sommige – zoals de VVD – hebben óók aangegeven geen deals te willen sluiten met centrumlinks. Zelfs als GL/PvdA de grootste ‘democratische’ partij wordt, zou Frans Timmermans dus nog steeds een koerswijziging van de VVD nodig hebben om premier te kunnen worden aan het hoofd van een brede centrumcoalitie. Een alternatief is dat de christendemocratische leider Henri Bontebal een centrumrechtse regering gaat leiden. Dat zou waarschijnlijk tot minder persoonlijke spanningen leiden, maar zo’n kabinet zou nog steeds kwetsbaar zijn voor instabiliteit.
Wat de uiteindelijke uitslag ook wordt, één ding is nu al helder: ondanks het duidelijke falen van extreemrechts in het regeren van Nederland, blijft het een magnetische aantrekkingskracht uitoefenen. De partijpolitiek is nog altijd sterk versnipperd, maar wordt wel gedomineerd door de normalisering van extreemrechtse ideeën en politici. Liberaal-democratische partijen steken bovendien meer energie in het bestrijden van elkaar dan in het tegengaan van de invloed van extreemrechts. Voor zover er nog sprake is van een cordon sanitaire, geldt dat niet voor alle extreemrechtse partijen – zo blijft JA21 buiten schot – en richt de afwijzing zich eerder op het gedrag dan op de ideologie. Deze ontwikkelingen zien we niet alleen in Nederland, maar ook in het Europees Parlement en in veel andere Europese landen.
Vertaling: Menno Grootveld
