Categorieën
Economie Politiek

China’s strategie met zeldzame aardmetalen zal averechts werken

Oorspronkelijke tekst (Engels): UnHerd, 13 oktober 2025

fotografie: UnHerd

door Miquel Vila

Miquel Vila is politiek adviseur met een specialisatie in internationale betrekkingen. Daarnaast is hij uitvoerend directeur van het Catalonia Global Institute.

Eind vorige week verhevigde Beijing de economische confrontatie tussen de Verenigde Staten en China door de exportbeperkingen, niet alleen op zeldzame aardmetalen, maar ook op de raffinagetechnologie die nodig is om deze bruikbaar te maken, verder aan te scherpen. Binnen enkele uren veroordeelde president Donald Trump deze stap als een vorm van ‘economische agressie.’ Hij kondigde invoerrechten van honderd procent aan op een breed scala aan Chinese goederen en waarschuwde voor nog zwaardere vergeldingsmaatregelen als Beijing niet op zijn schreden zou terugkeren.

Hoewel beide partijen inmiddels lijken terug te krabbelen, heeft de Chinese Communistische Partij mogelijk een vergissing begaan door zo hoog in te zetten. Net zoals de Amerikaanse beperkingen op de export van computerchips China ertoe hebben aangezet om sneller zelfvoorzienend te worden in de halfgeleiderindustrie, kan deze Chinese maatregel er nu juist toe leiden dat Washington zijn eigen onafhankelijkheid op het gebied van mineralen versnelt.

Zelfs als in de gesprekken vooruitgang wordt geboekt, is het onwaarschijnlijk dat de onderliggende spanningen verdwijnen. In tegenstelling tot wat Trump beweert, kwam de escalatie door Peking niet uit de lucht vallen – het was een vergeldingsmaatregel. Eerder vorige week had het Amerikaanse ministerie van Handel namelijk stilletjes de exportbeperkingen voor computerchips uitgebreid op basis van de zogenaamde ‘50%-regel.’ Die bepaling legt automatisch beperkingen op aan elk bedrijf dat voor vijftig procent of meer eigendom is van een Chinese organisatie die op de zwarte lijst staat.

In de praktijk zorgde deze maatregel ervoor dat honderden Chinese dochterondernemingen direct onder de Amerikaanse exportcontrole kwamen te vallen. Daarnaast verhoogde Washington de havengelden voor Chinese scheepvaartmaatschappijen met banden met de staat. Officieel werden deze stappen gepresenteerd als ‘verduidelijkingen van de regelgeving,’ maar Peking zag ze als een schending van het informele diplomatieke bestand dat in juni in Madrid was gesloten – een afspraak waarbij beide partijen hadden beloofd geen verdere escalatie te veroorzaken zolang de gesprekken nog liepen. Deze keer reageerde China niet met nieuwe invoerheffingen, maar door toe te slaan op een strategisch knelpunt.

China heeft controle over ongeveer 87 procent van de wereldwijde capaciteit voor het raffineren van zeldzame aardmetalen. Deze mineralen, en de permanente magneten die ermee worden gemaakt, zijn onmisbaar voor onder meer F-35-straaljagers, Tomahawk-raketten, satellieten, kwantumcomputers, datacenters, elektrische auto’s, windturbines en vrijwel alle vormen van geavanceerde industriële technologie.

Maar juist op dit punt heeft Peking mogelijk een strategische fout gemaakt. Zeldzame aardmetalen zijn namelijk niet echt zeldzaam: ze komen in grote hoeveelheden voor in landen als de Verenigde Staten, Australië, Brazilië, Vietnam en zelfs in de Kiruna-afzetting in Zweden. Wat China echter domineert, is de verwerking van deze grondstoffen. Die machtspositie wist het land sinds de jaren negentig op te bouwen dankzij een door de staat gesteund beleid dat milieuschade negeerde en concurrenten uit de markt drukte door extreem lage prijzen te hanteren.

Door zijn dominantie in zeldzame aardmetalen in te zetten als geopolitiek wapen, heeft China de Verenigde Staten nu juist de politieke en economische motieven gegeven om te doen wat ze al jaren geleden hadden moeten doen: de binnenlandse capaciteit voor raffinage en de productie van magneten uit zeldzame aardmetalen heropbouwen.

De reactie zal niet meteen zichtbaar zijn, maar het proces is al in gang gezet. Het Pentagon heeft via de Defense Production Act steun verleend aan MP Materials om de raffinage van zware zeldzame aardmetalen in Californië en de productie van permanente magneten in Texas opnieuw op te starten.

Tegelijkertijd bouwt het Australische bedrijf Lynas momenteel een door de VS gefinancierde raffinaderij in Texas, terwijl de Verenigde Staten, Japan en Zuid-Korea plannen ontwikkelen voor de gezamenlijke productie van magneten om hun afhankelijkheid van China te verkleinen.

In het verleden ging China ervan uit dat westerse regeringen te traag en ineffectief zouden zijn om een serieuze industriële tegenreactie op te zetten. Dat was destijds een logische inschatting, maar niet langer. Het is zelfs goed mogelijk dat Peking heeft onderschat hoe snel westerse bedrijven op eigen initiatief in actie zullen komen. Amerikaanse fabrikanten die afhankelijk zijn van zeldzame aardmetalen zijn nu al stilletjes bezig alternatieve toeleveringsketens op te bouwen en zelf nieuwe raffinagecapaciteit te financieren.

De dreiging van China om de export van zeldzame aardmetalen aan banden te leggen, is een duidelijke waarschuwing aan westerse bedrijven die afhankelijk zijn van toeleveringsketens die met China verbonden zijn. Zij kunnen niet uitsluitend vertrouwen op een eventuele overeenkomst tussen Beijing en Washington. Zelfs als zo’n akkoord tot stand zou komen, neemt dat het risico op toekomstige geopolitieke schokken niet weg.

Met de exportbeperkingen op zeldzame aardmetalen wilde China zijn machtspositie versterken en Trump onder druk zetten om toe te geven. Maar het tegenovergestelde lijkt te zijn gebeurd: de Verenigde Staten zijn de onafhankelijkheid van hun toeleveringsketens juist gaan zien als een nationale prioriteit.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *