Oorspronkelijke tekst (Engels): UnHerd, 12 februari 2025

door Yanis Varoufakis
Yanis Varoufakis is econoom en voormalig minister van Financiën van Griekenland. Hij is de auteur van diverse bestsellers.
Geconfronteerd met de economische maatregelen van president Trump slingeren zijn critici uit het politieke midden heen en weer tussen wanhoop en een bijna aandoenlijk geloof dat zijn obsessie met importheffingen (‘tarieven’) uiteindelijk vanzelf wel zal overwaaien. Ze gaan ervan uit dat Trump zal blijven blazen en dreigen totdat de realiteit de onhoudbaarheid van zijn economische logica aantoont. Maar dan letten ze niet goed op: Trumps fixatie op tarieven maakt deel uit van een doordacht, zij het riskant, mondiaal economisch plan.
Hun manier van denken geeft blijk van een hardnekkige misvatting over hoe kapitaal, handel en geld zich over de wereld verplaatsen. Net als een brouwer die dronken wordt van zijn eigen bier, zijn veel centrumpolitici en -analisten gaan geloven in hun eigen propaganda: dat we leven in een wereld van concurrerende markten waarin geld neutraal is en prijzen zich vanzelf aanpassen om vraag en aanbod in balans te brengen. Maar de ogenschijnlijk ongepolijste Trump blijkt in werkelijkheid veel sluwere inzichten te hebben. Hij begrijpt dat het uiteindelijk brute economische macht is – en niet marginale productiviteit – die bepaalt wat er gebeurt, zowel binnen landen als op het wereldtoneel.
Hoewel het riskant is om te proberen in het hoofd van Trump te kijken – de afgrond zou zomaar terug kunnen staren – is het toch noodzakelijk om inzicht te krijgen in zijn denkwijze rondom drie fundamentele vragen:
- Waarom gelooft hij dat Amerika wordt uitgebuit door de rest van de wereld?
- Wat is zijn visie op een nieuwe internationale orde waarin Amerika weer ‘groot’ kan zijn?
- En hoe denkt hij dit laatste te bereiken?
Alleen door deze vragen serieus te onderzoeken, kunnen we op een zinvolle manier kritiek leveren op Trumps economische masterplan.
Waarom denkt de president dat Amerika er bekaaid vanaf komt? Zijn belangrijkste klacht is dat de dominante positie van de dollar de Amerikaanse regering en elite weliswaar enorme macht schenkt, maar dat buitenlandse spelers daar uiteindelijk misbruik van maken – op manieren die volgens hem het verval van de VS in de hand werken. Wat veel economen en beleidsmakers beschouwen als Amerika’s ‘exorbitante privilege,’ ziet Trump juist als een ‘exorbitante last.’
Trump klaagt al tientallen jaren over de teloorgang van de Amerikaanse industrie: ‘Als je geen staal hebt, heb je geen land.’ Maar waarom wijt hij dat aan de internationale rol van de dollar?
Volgens Trump ligt het probleem bij buitenlandse centrale banken die verhinderen dat de waarde van de dollar daalt naar een ‘eerlijk’ niveau – een niveau waarop de Amerikaanse export weer aantrekkelijk wordt en de import wordt afgeremd. Hij beweert niet dat er sprake is van een samenzwering tegen de VS, maar wijst erop dat de dollar wereldwijd de enige veilige reservemunt is. Het is dus de normaalste zaak van de wereld dat Europese en Aziatische centrale banken de dollars opslaan die binnenstromen wanneer Amerikanen goederen uit hun landen importeren.
Door die dollars niet om te wisselen in hun eigen munteenheid, onderdrukken centrale banken zoals de ECB, de Bank of Japan, de Chinese centrale bank en de Bank of England de vraag naar hun eigen valuta – en dus de waarde ervan. Dat maakt hun producten goedkoper voor Amerikanen en stimuleert de export, wat weer leidt tot nog meer dollarinkomsten. Die dollars worden vervolgens weer gebruikt om op een veilige manier rente te innen door Amerikaanse staatsobligaties te kopen.
En daar wringt volgens Trump de schoen: Amerika importeert te veel, simpelweg omdat het als ‘goede wereldburger’ de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen om de wereld te voorzien van die reservevaluta. In zijn ogen is de Amerikaanse industrie niet ingestort door slechte bedrijfsvoering, maar omdat het land zich heeft opgeofferd voor de rest van de wereld. Amerikaanse arbeiders en de middenklasse moeten lijden – aldus Trump – zodat andere landen ten koste van hen kunnen groeien.
Maar de hegemoniale status van de dollar ondersteunt ook het Amerikaanse exceptionalisme – iets wat Trump heel goed begrijpt en ook waardeert. Doordat buitenlandse centrale banken massaal Amerikaanse staatsobligaties opkopen, kan de Amerikaanse overheid jaar na jaar grote begrotingstekorten draaien en een gigantisch leger financieren dat elk ander land financieel zou ruïneren. Bovendien maakt de dominante positie van de dollar in het internationale betalingsverkeer het voor de Amerikaanse president mogelijk om sancties op te leggen aan wie dan ook – een moderne vorm van kanonneerbootdiplomatie.
Toch vindt Trump dat deze voordelen niet opwegen tegen het leed van Amerikaanse producenten, die worden weggeconcurreerd door buitenlandse bedrijven. Die profiteren immers van centrale bankiers die Amerikaanse dollars oppotten – een dienst die de VS gratis levert, en die de dollar kunstmatig duur houdt. In Trumps ogen ondermijnt Amerika zichzelf: het offert zijn industrie op voor het prestige van geopolitieke macht en het accumuleren van winsten in andere landen.
Die winsten, stelt hij, komen vooral terecht bij Wall Street en de Amerikaanse vastgoedsector, terwijl de arbeiders die op hem stemden – de mensen in de industriële regio’s die staal, auto’s en andere essentiële ‘mannelijke’ producten maken – daarvoor de prijs betalen.
En dat is nog niet eens Trumps grootste zorg. Zijn echte nachtmerrie is dat deze Amerikaanse hegemonie slechts tijdelijk is. Al in 1988, tijdens een promotietour voor zijn boek The Art of the Deal, zei hij bij Larry King en Oprah Winfrey: ‘We zijn een schuldennatie. Er gaat de komende jaren iets gebeuren in dit land, want je kunt niet elk jaar tweehonderd miljard dollar blijven verliezen.’
Sindsdien is hij er steeds meer van overtuigd geraakt dat er een gevaarlijk kantelpunt in aantocht is. Naarmate de Amerikaanse maakindustrie relatief verder afneemt, groeit de wereldwijde vraag naar dollars sneller dan de Amerikaanse inkomens meegroeien. Daardoor moet de dollar nóg sneller in waarde stijgen om te blijven voldoen aan de behoefte van andere landen aan veilige reserves. Maar dat proces kan natuurlijk niet eindeloos doorgaan.
Want zodra de tekorten van de VS een bepaald omslagpunt bereiken, zullen buitenlandse beleggers in paniek raken. Ze zullen massaal hun dollarreserves van de hand doen en op zoek gaan naar een andere valuta om hun vermogen in op te slaan. De Amerikanen blijven dan met een ingestorte industrie, krakkemikkige financiële markten en een failliete overheid achter in een wereld die in chaos verkeert.
Dit doemscenario heeft Trump ervan overtuigd dat hij een missie heeft: hij ziet het als zijn taak om Amerika te redden. In zijn ogen moet hij een nieuwe wereldorde inluiden. En dat is precies de kern van zijn plan: in 2025 wil hij een krachtige anti-Nixon shock veroorzaken – een wereldwijde schokgolf die het beleid van president Nixon uit 1971 ongedaan maakt, toen die het Bretton Woods-systeem overboord kieperde en zo het tijdperk van vergaande financialisering inluidde.
Centraal in deze nieuwe wereldorde staat een goedkopere dollar die desondanks de mondiale reservevaluta blijft. Dat zou de langetermijnrente in de VS verder verlagen. Maar kan Trump een dominante dollar behouden én tegelijk zorgen voor een lagere dollarkoers? Hij weet dat de markten dat nooit vanzelf zullen doen. Alleen buitenlandse centrale banken kunnen zo’n uitkomst afdwingen – maar dan moeten ze daartoe wel eerst worden aangezet. En daar komen zijn importtarieven om de hoek kijken.
Dit is wat veel van zijn critici niet begrijpen. Zij denken onterecht dat Trump gelooft dat invoertarieven vanzelf het handelstekort van Amerika zullen verkleinen. Maar hij weet dat dat niet zal gebeuren. Het werkelijke nut van zijn tarieven zit in hun vermogen om buitenlandse centrale bankiers te choqueren, zodat zij hun eigen rentetarieven verlagen. Daardoor verzwakken de euro, de yen en de yuan ten opzichte van de dollar. En dat compenseert de prijsstijging van buitenlandse goederen voor Amerikaanse consumenten — zij merken er weinig van, terwijl de landen waarop de tarieven van toepassing zijn, feitelijk zélf opdraaien voor de extra kosten.
Maar deze tarieven vormen slechts de eerste fase van Trumps masterplan. Zodra invoertarieven de norm zijn geworden en het buitenlandse kapitaal zich opstapelt in de Amerikaanse staatskas, kan Trump rustig afwachten terwijl vriend en vijand uit Europa en Azië zich aandienen voor gesprekken. Dan gaat de tweede fase van zijn plan van start: die van de grote onderhandelingen.
In tegenstelling tot zijn voorgangers – van Carter tot Biden – heeft Trump een hekel aan multilaterale bijeenkomsten en onderhandelingen met veel partijen aan tafel. Hij houdt van één-op-één deals. Zijn ideale wereld lijkt op het model van een fietswiel: een naaf met spaken, waarbij geen enkele spaak op zichzelf essentieel is voor het draaien van het geheel.
Vanuit die blik op de wereld gelooft Trump dat hij elke ‘spaak’ – elk land – afzonderlijk kan benaderen en onder druk kan zetten. Met invoertarieven als drukmiddel aan de ene kant, en de dreiging om het Amerikaanse veiligheidsschild in te trekken of zelfs tegen die landen te keren aan de andere kant, vertrouwt hij erop dat hij de meeste landen uiteindelijk kan dwingen zich erbij neer te leggen.
Maar waar precies moeten ze zich dan bij neerleggen? Bij het aanzienlijk laten stijgen van de waarde van hun eigen valuta, zonder dat ze hun langetermijnbezittingen in dollars verkopen. Trump zal niet alleen van elk land verwachten dat het de binnenlandse rente verlaagt, maar hij zal ook verschillende eisen stellen aan verschillende onderhandelingspartners.
Van de Aziatische landen die momenteel de meeste dollars oppotten, zal hij verlangen dat ze een deel van hun kortlopende dollaractiva omzetten in hun eigen – dus in waarde stijgende – valuta.
Van de landen van de eurozone, die relatief weinig dollars bezitten en bovendien geteisterd worden door interne verdeeldheid (wat Trumps onderhandelingspositie versterkt), kan Trump drie dingen eisen:
- Dat ze instemmen met het inruilen van hun langlopende Amerikaanse staatsobligaties voor ultralanglopende of zelfs eeuwigdurende obligaties;
- Dat ze Duitse productie naar de Verenigde Staten verplaatsen;
- En dat ze aanzienlijk meer wapens kopen die in Amerika zijn geproduceerd.
Kun je je Trumps grijns voorstellen bij de gedachte aan deze tweede fase van zijn masterplan? Als een buitenlandse regering gehoor geeft aan zijn eisen, kan hij dat als een nieuwe overwinning presenteren. En als een koppige regering weigert toe te geven, blijven de invoertarieven gewoon van kracht en blijft er een gestage stroom dollars binnenvloeien in de Amerikaanse schatkist – geld waar Trump vrij over kan beschikken, aangezien het Congres alleen zeggenschap heeft over de belastinginkomsten.
Zodra deze tweede fase van zijn plan is voltooid, zal de wereld grofweg in twee kampen verdeeld zijn:
– het ene kamp bestaat uit landen die onder de Amerikaanse veiligheidsparaplu vallen, maar daarvoor wel een hoge prijs moeten betalen: een sterkere eigen munt, verlies van industriële productie aan de VS, en verplichte aankopen van Amerikaanse exportproducten, waaronder wapens;
– het andere kamp zal strategisch eerder de kant van China en Rusland kiezen, maar blijft toch economisch verbonden met de VS via een beperkt handelsverkeer – dat nog steeds genoeg is om Amerika tariefinkomsten te blijven opleveren.
Trumps visie op een wenselijke internationale economische orde verschilt dan wel radicaal van de mijne, maar dat ontslaat niemand van ons van de plicht om de doordachtheid en het onderliggende doel ervan serieus te nemen – iets wat veel centrumpolitici en -analisten helaas nalaten. Zoals bij elk goed voorbereid plan zijn er uiteraard ook risico’s dat het misloopt. Zo kan de waardevermindering van de dollar onvoldoende blijken om de prijseffecten van de tarieven voor Amerikaanse consumenten te compenseren. Of de verkoopdruk op dollars kan zo groot worden dat de rente op langlopende Amerikaanse staatsobligaties toch oploopt.
Maar naast deze beheersbare economische risico’s zal Trumps masterplan vooral op twee politieke fronten op de proef worden gesteld. De eerste politieke bedreiging voor Trumps masterplan komt van binnenuit. Als het handelstekort volgens plan begint te slinken, zal er minder buitenlands privégeld naar Wall Street stromen. Op dat moment zal Trump een pijnlijke keuze moeten maken: of hij verraadt zijn eigen achterban van verontwaardigde financiers en vastgoedmagnaten, of hij laat de arbeidersklasse vallen die hem aan de macht heeft geholpen.
Tegelijkertijd dreigt er een tweede front in het buitenland. Trump beschouwt andere landen als ondergeschikte ‘spaken’ in het wiel waarvan hij zelf de naaf is. Maar hij zou er zomaar achter kunnen komen dat hij buiten de VS een geduchte macht aan tegenstanders heeft gecreëerd. Peking zou bijvoorbeeld zijn terughoudendheid kunnen laten varen en van de BRICS-landen een nieuw Bretton Woods-systeem kunnen smeden, waarin niet langer de dollar, maar de yuan de centrale rol speelt. Het zou een verrassende wending zijn: dat Trumps ambitieuze economische plan, bedoeld om de Amerikaanse dominantie te herstellen, uiteindelijk juist zou bijdragen aan het einde ervan.
Vertaling: Menno Grootveld
