Categorieën
Economie Politiek

Waarom DeepSeek niet als een verrassing had mogen komen

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Nation, 30 januari 2025

fotografie: Campaign for America’s Future

door Corbin Trent


Corbin Trent is een fabriekseigenaar uit de Appalachen die uitgroeide tot nationaal beleidsstrateeg en economisch populist. Hij is medeoprichter van Justice Democrats, was communicatiedirecteur voor afgevaardigde Alexandria Ocasio-Cortez, en werkte aan beide presidentiële campagnes van Bernie Sanders.

Terwijl Amerika druk was met het terugkopen van aandelen en kwartaalwinsten, heeft China tientallen jaren gebouwd aan een geïntegreerd systeem dat onderzoek, productie en innovatie met elkaar verbindt


Dit keer draait het om DeepSeek, een Chinese AI-doorbraak die zich kan meten met de beste technologieën uit Silicon Valley, maar slechts 5,6 miljoen dollar kost, vergeleken met de tientallen miljarden die Meta investeert.

Onlangs waarschuwde generaal Chance Saltzman, hoofd operaties van de Amerikaanse luchtmacht, het Congres voor China’s ‘verbijsterende’ vooruitgang op het gebied van de militaire ruimtevaart. Ondertussen heeft China al de wereldmarkt voor elektrische auto’s veroverd en domineert het de productie van zonnepanelen. De impact van deze technologische voorsprong is al eerder duidelijk geworden. In 2021 cirkelde een hypersonische raket van Beijing tijdens een test letterlijk rond de aarde voordat hij zijn doel trof – tot ontsteltenis van de Amerikaanse militaire leiding. Toch reageren Amerikaanse leiders – zowel in de regering als in de industrie – steeds opnieuw met dezelfde verbijsterde verbazing, alsof China’s prestaties een kosmisch toeval zijn.
Maar dit zijn geen toevallige successen. Ze zijn het onvermijdelijke resultaat van een systeem dat functioneert – een systeem dat nationale doelen prioriteert, middelen coördineert en resultaten beloont. Ironisch genoeg was het juist Amerika dat ooit pionierde met dit model. Het stelde ons in staat om grootse projecten te realiseren, van de transcontinentale spoorweg en de Hoover Dam tot het snelwegsysteem en de elektrificatie van het platteland, waarmee de hele natie van energie werd voorzien. Maar terwijl de VS dit systeem achter zich lieten, heeft China het omarmd. Terwijl de Chinezen planden en investeerden, bleef Amerika vasthouden aan een mislukte ideologie: het blinde geloof in de vrije markt, die – aan zichzelf overgelaten – ons vanzelf zou redden.

Deze verering van de vrije markt kwam niet uit het niets. Ze begon bij Friedrich von Hayek, zijn leerling Milton Friedman en de Chicago School of Economics, die Amerika een verleidelijk verhaal verkochten: dat overheidsplanning inefficiënt was, dat regulering innovatie smoorde, en dat de vrije markt alle problemen zou oplossen. Samen met Ronald Reagan overtuigden zij Amerika ervan dat de overheid het probleem was, niet de oplossing. Deze visie – waarin markten werden gepresenteerd als de ultieme probleemoplossers – veroverde Washington, en tegen de jaren tachtig waren regeringen van beide partijen erin meegegaan. Van Reagan tot Clinton, van Bush tot Obama, en ja, zelfs Trump – al deze leiders bleven hardnekkig vasthouden aan het idee dat deregulering, privatisering en globalisering de sleutel waren tot welvaart.
We erfden een natie die was opgebouwd door generaties van bloed, zweet en tranen, en besloten die vervolgens te ontmantelen voor kortetermijnwinsten. Op de een of andere manier geloofden we dat de rijkdom eeuwig zou blijven stromen. De leiders van Amerika begrepen niet hoe onze welvaart was opgebouwd en respecteerden dus niet wat ervoor nodig was om die te behouden. Dat is precies wat Friedman en zijn volgelingen ons verkochten – de illusie dat we het harde werk niet meer hoefden te doen, omdat de markten vanzelf alles zouden regelen.

En wat heeft vijftig jaar marktverering ons opgeleverd? Een uitgeholde industriële basis, een verzwakte middenklasse en een economie die niet meer kan concurreren. We hebben de productie uitbesteed, onze fabrieken verwaarloosd en ons afhankelijk gemaakt van fragiele toeleveringsketens. Markten hebben ons niet gered – ze hebben ons leeggezogen. Zeker, een kleine elite is ongelooflijk rijk geworden. Maar tegen welke prijs?
Kijk maar naar de marktreactie van vorige week: de beurskoers van Nvidia kelderde met 15 procent, wat neerkwam op een verlies van honderden miljarden aan marktwaarde. Tegelijkertijd daalde de technologie-intensieve Nasdaq met 3,5 procent. De reden? DeepSeek toonde aan dat het de Amerikaanse AI-capaciteiten kon evenaren, zonder afhankelijk te zijn van onze dure chips of enorme rekenkracht. Zoals een marktstrateeg het uitdrukte, was het ‘een grote klap in het gezicht’ van beleggers.
De opkomst van China draait niet alleen om technologie, maar ook om doelgericht bouwen. Chinese autofabrikanten produceren al 62 procent van alle elektrische auto’s in de wereld en beheersen 77 procent van de productie van accu’s voor deze auto’s. En ze staan nog maar aan het begin – analisten voorspellen dat ze tegen 2030 maar liefst één op de drie auto’s ter wereld zullen produceren. Dit is geen toeval. China’s export steeg tussen 2020 en 2023 met een verbazingwekkende 851 procent. Hetzelfde geldt voor infrastructuur: de afgelopen twintig jaar heeft China tienduizenden kilometers hogesnelheidslijnen aangelegd, terwijl Californië er nog steeds niet in slaagt om een enkele lijn van nog geen duizend kilometer te voltooien. Terwijl Amerika zich richtte op aandelenterugkopen en kwartaalwinsten, heeft China tientallen jaren besteed aan het opbouwen van een geïntegreerd systeem waarin onderzoek, productie en innovatie naadloos op elkaar aansluiten.

Waarom zijn we nog steeds geschokt? China gebruikt dezelfde strategieën die Amerika ooit hebben geholpen groot te worden: staatsgeleide investeringen, industrieel beleid en langetermijnplanning. Wat werkelijk schokkend is, is niet wat China heeft bereikt, maar hoe weinig de Amerikanen hebben gedaan om bij te blijven.
Dit is geen partijkwestie. De campagnes van Donald Trump hebben terecht gewezen op de pijn die wordt veroorzaakt door het verval van Amerika: het verlies van banen in de verwerkende industrie, slechte handelsovereenkomsten en de schadelijke effecten van de mondialisering. Op deze punten heeft hij absoluut gelijk. Maar noch Trump, noch zijn adviseurs begrijpen de werkelijke oorzaak van deze problemen. Hun oplossing? Nog harder vasthouden aan dezelfde vrijemarktideologie die ons juist in deze situatie heeft gebracht. Trump gelooft dat deregulering en vertrouwen op bedrijven om ‘het juiste te doen’ Amerika op de een of andere manier zullen wederopbouwen. Maar door deze illusie heeft elke Amerikaanse regering zich sinds de jaren zeventig laten leiden – en het is een ramp gebleken.

Markten zijn niet ontworpen om nationale problemen op te lossen; ze zijn ontworpen om winst te maximaliseren. Onbegrensd geven ze altijd voorrang aan kortetermijnwinsten boven langetermijnveerkracht. Dit is precies de reden dat:

  • Bedrijven meer geld uitgeven aan aandelenterugkopen dan aan onderzoek en ontwikkeling.
  • De Amerikaanse gezondheidszorg bijna vijf biljoen dollar per jaar kost, terwijl de resultaten slechter zijn dan in veel andere ontwikkelde landen.
  • Infrastructuurprojecten in de VS vaak meerdere keren duurder zijn per kilometer dan vergelijkbare projecten in China.

Amerika is niet groot geworden door simpelweg te wachten tot de markt alles zou oplossen. De transcontinentale spoorweg, de elektrificatie van het platteland, het arsenaal van de democratie, het Apolloprogramma – dit waren geen wonderen van de ‘onzichtbare hand.’ Ze waren het resultaat van collectieve actie, gedreven door een duidelijk nationaal doel.
De Chinezen begrijpen dit. Ze hebben ons oude draaiboek overgenomen en er hun eigen versie van gemaakt. Terwijl wij onze industriële capaciteit hebben ontmanteld, hebben zij de hunne opgebouwd. Ze hebben innovatie verbonden met productie, en systemen gecreëerd waarin ingenieurs, fabrikanten en denkers samenwerken om problemen in realtime op te lossen. Daarom hebben ze ons ingehaald – niet omdat ze ideeën stelen, maar omdat ze de strategieën en middelen hebben omarmd die wij hebben achtergelaten.
Als we willen concurreren, kunnen we niet langer wachten tot markten ons redden. We hebben een nationale strategie nodig om:

  • Onze industriële basis opnieuw op te bouwen.
  • Te investeren in essentiële industrieën.
  • Overheidsuitgaven te koppelen aan meetbare resultaten.

Zowel de overheid als het bedrijfsleven moet verantwoordelijk worden gehouden voor het leveren van resultaten. Het allerbelangrijkste is dat we afrekenen met de mythe dat alleen markten ons automatisch naar welvaart zullen leiden.
De doorbraak van DeepSeek is opnieuw een waarschuwing, maar het hoeft niet de laatste te zijn. Amerika beschikt nog steeds over de middelen, het talent en de historie om een leidende rol te spelen. Wat ontbreekt, is de wil om te handelen. Leiderschap betekent niet wachten tot iemand anders het probleem oplost. Het betekent doen wat Amerika ooit groot heeft gemaakt: de mouwen opstropen, samenwerken en opnieuw dingen bouwen.
De echte vraag is simpel: Worden we eindelijk wakker en ondernemen we actie? Of blijven we verbijsterd toekijken, telkens opnieuw geschokt en verrast, wachtend op de volgende klap?

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *