Categorieën
Economie

Waarom de GameStop-affaire een perfect voorbeeld is van ʻplatformpopulismeʼ


Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 3 februari 2021

fotografie: Annette Hornischer

door Evgeny Morozov

Evgeny Morozov is de oprichter van de Syllabus, en de auteur van verschillende boeken over technologie en politiek

Net als Uber, Airbnb of WeWork biedt de beursmakelaarsapp Robinhood slechts een illusie van democratie

De GameStop-saga is, ondanks alle verwoestingen die zij op de wereldmarkten heeft aangericht, niet alleen een verhaal van idealistische individuele beleggers die een stel arrogante hedgefondsen hebben vernederd. Hoe dan ook voelt het als een onaangekondigd vervolg op de rellen van 6 januari op Capitol Hill: in beide gevallen ging het om een horde woedende, grofgebekte socialemedia-verslaafden die de heiligste instellingen van het diepgaand verafschuwde establishment belegerden.

Maar terwijl de relschoppers in Washington alom werden veroordeeld, is het degenen die de virtuele kruistocht tegen Wall Street ondernamen veel beter vergaan. Door de aandelen van stoffige, worstelende bedrijven te verdedigen tegen hebzuchtige hedgefondsen, hebben zij enige sympathie losgemaakt door het hele politieke spectrum heen.

De voornaamste les van de twee rellen, althans voor de digitale tegencultuur, lijkt duidelijk. De ware sjamanen van de anti-establishment-rebellie moeten vandaag de dag de kunst beheersen van het handelen in aandelenopties en derivaten, en niet die van het beklimmen van muren en het zwaaien met Confederatie-vlaggen. De revolutie mag dan gelivestreamd, getweet en uitgezonden worden, het is waarschijnlijk nog steeds een goed idee om een back-up te maken van die Excel-spreadsheet.

Dat de kruistocht van GameStop waardig lijkt, heeft deels te maken met de – op zijn zachtst gezegd – nogal controversiële reputatie van de hedgefondssector. Er is echter nog een andere, minder voor de hand liggende reden voor de bijval in de publieke sfeer: velen van ons zijn betoverd door de retoriek van ʻdemocratiseringʼ die gepaard is gegaan met de opkomst van goedkope online beursmakelaarsplatforms.

Eén zoʼn platform – Robinhood – heeft gezorgd voor de cruciale digitale infrastructuur achter de GameStop-rebellie, door gewone mensen in staat te stellen via hun telefoon voor kleine bedragen aandelen in bedrijven te kopen. De missie van het platform, die de oprichters de afgelopen jaren bijna ad nauseam hebben herhaald, is het ʻdemocratiseren van de financiële sector.ʼ

Op het eerste gezicht lijkt dit een natuurlijk uitvloeisel van de verheven missie van indexfondsen zoals Vanguard uit het begin van de jaren zeventig. In die tijd ging het om het idee om veilige financiële instrumenten te creëren, die het voor gewone mensen heel eenvoudig – en goedkoop – zouden maken om in de aandelenmarkt te beleggen, zonder veel voorkennis of expertise te hoeven vergaren.

Robinhood ziet zichzelf echter niet als het zoveelste saaie en volstrekt verwaarloosbare beursmakelaarskantoor op Wall Street. Het wil eerder gezien worden als een revolutionaire, ontwrichtende kracht uit Silicon Valley. Als je als zoʼn digitaal platform wordt gezien, doet dat wonderen voor je waardering: de benchmark is Amazon, niet een of ander onbekend beleggingsfonds.

Robinhoods democratiseringsretoriek moet dus in een ander licht worden gezien. De stamboom van Robinhood wijst eerder in de richting van Uber, Airbnb en WeWork dan in die van Vanguard of BlackRock. Al deze digitale bedrijven beloofden het een of het ander te zullen ʻdemocratiserenʼ – het vervoer, huisvesting, kantoorruimte – en dat ook snel te zullen doen.

Al spoedig kon deze ontluikende industrie, met haar zoete belofte van democratie als dienst, zich niet meer inhouden: het wereldwijde streven naar de democratisering van het uitlaten van honden, babysitten, sapmaken en de was doen was begonnen. Deze doelen werden nagestreefd met behulp van durfkapitalisten en diverse institutionele beleggers die, onder druk gezet door de lage rente als gevolg van de wereldwijde financiële crisis, steeds minder goed wisten waar ze hun geld konden parkeren.

Dit was echter niet het hele verhaal: de drang om alles te democratiseren werd ook aangewakkerd door onwrikbare bakens van de liberale democratie als de regering van Saoedi-Arabië. Door een partnerschap aan te gaan met de Japanse SoftBank financierde Saoedi-Arabië deze mythe door miljarden te pompen in bedrijven als Uber en WeWork.

Deze enorme toevloed van geld, in combinatie met werkelijk nieuwe bedrijfsmodellen die bepaalde diensten waar voorheen voor betaald moest worden nominaal gratis maakten, creëerde een illusie van vooruitgang en sociale mobiliteit. Veel digitale platforms werden zwaar gesubsidieerd door hun kapitaalkrachtige geldschieters of brachten helemaal niets in rekening; de gederfde inkomsten moesten worden gecompenseerd door gebruikersgegevens en meer geavanceerde diensten te gelde te maken.

Het onvermijdelijke proces van ʻdemocratisering,ʼ dat door alle platforms werd aangeprezen als bewijs van hun eigen sociaal-progressieve aard, was dikwijls het resultaat van eenvoudige rekensommetjes. In gevallen als WeWork klopten die rekensommetjes niet eens. Of Robinhood, dat nu in grote haast 1 miljard dollar extra heeft binnengehaald, meer geluk zal hebben, valt nog te bezien.

Voor de meeste van deze bedrijven hebben de zoete beloften van ʻdemocratiseringʼ dergelijke wiskunde irrelevant gemaakt, althans op de korte termijn. Dit verklaart waarom de tech-industrie is uitgegroeid tot de belangrijkste leverancier van populisme over de hele wereld.

Dit lijkt misschien een overdrijving. We zijn geneigd het gevreesde P-woord te reserveren voor de Bannons, Orbáns en Erdoğans van deze wereld, maar moeten we Bezos of Zuckerberg – en het in aandelen handelende Robinhood-leger – niet eveneens in deze termen benoemen?

Dat kunnen we en dat zouden we ook moeten doen. Nu alle ogen gericht zijn op het Trump-populisme – primitief, giftig, nativistisch – hebben we de rol van de platforms in de opkomst van een ander, nogal afwijkend type populisme volledig over het hoofd gezien: dat populisme is verfijnd, kosmopolitisch en stedelijk. Dit ʻplatform-populisme,ʼ dat zijn oorsprong vindt in Silicon Valley, heeft zich kunnen ontwikkelen door verborgen, reactionaire krachten te ontwrichten die vooruitgang en ʻdemocratiseringʼ in de weg staan – door de krachten van digitale technologieën te ontketenen.

Het platformpopulisme wordt aangedreven door de bijna samenzweerderige overtuiging dat de wereld niet is wat hij lijkt. De gevestigde bedrijven – taxiʼs, hotels, hedgefondsen – zouden de regels van het spel zodanig veranderd hebben dat hun eigen belangen worden bevoordeeld. Alleen door ze te ontwrichten kan men hopen alle voordelen te oogsten die digitale technologieën mogelijk maken. Met dit doel voor ogen beloven de platforms de krachten van het kapitalisme te ontketenen om deze woeste overblijfselen van de vroegere, pre-digitale cultuur te beschaven.

Een groot deel van de rigiditeit van de pre-digitale gevestigde machten zou het gevolg zijn van de regelgeving die door democratische (zij het kapitalistische) staten is opgelegd. Maar in de omgekeerde wereld van het platform-populisme is het verzet tegen democratische regelgeving, door de onderwerping daarvan aan de aanhoudende economische druk van de kapitalistische concurrentie, een onweerlegbaar bewijs voor ʻdemocratisering.ʼ Vandaar het verzet van sommige van deze bedrijven tegen wetgeving die is bedoeld om hen ertoe te bewegen hun gig economy-werknemers als echte werknemers te behandelen.

Dat veel van de retoriek van het platformpopulisme vals is en dat de uiteindelijke winnaars partijen als SoftBank en Saoedi-Arabië zullen zijn, doet er niet veel toe. Bij het platformpopulisme, dat geen eigen coherente politieke ideologie heeft, gaat het om het proces, niet om de resultaten. Het doel is om te bewijzen dat, ondanks alle machinaties van overheidsbureaucraten met hun vervelende regelgeving, onze individuele daadkracht nog steeds springlevend is. Het is zeker niet de bedoeling deze daadkracht in te zetten voor de verwezenlijking van een bepaalde politieke agenda op de langere termijn.

Veel van de boze kruisvaarders die het opnemen tegen de hedgefondssector zijn zich er dus zeker van bewust dat hun winsten tijdelijk en vluchtig zullen zijn. Maar wie kan hen het plezier ontzeggen van het bevestigen van hun eigen macht door ʻde man een oor aan te naaien,ʼ terwijl ze weten dat de enige langetermijnwinst van dit proces andere hedgefondsen ten goede zal komen, zoals BlackRock, dat naar schatting miljarden heeft verdiend aan de stormloop op GamesStop? In plaats van een welgemeende poging om de democratie te verdiepen blijkt het platformpopulisme een kluchtige – zij het zeer winstgevende – theatervoorstelling.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.