Oorspronkelijke tekst (Engels): Thomas Fazi op Substack, 28 januari 2025

door Maike Gosh
Maike Gosch is communicatiestrateeg en voormalig jurist. Ze heeft onder meer de Duitse Groenen, Wikimedia Duitsland, de Stop TTIP-campagne en het Europees Parlement geadviseerd over onderwerpen als de energietransitie, Europese handelsovereenkomsten en verkiezingscampagnes.
Een nieuw boek onthult hoe de VS en de NAVO Europa altijd hebben beschouwd als een strategisch slagveld in hun conflict met Rusland, zelfs als dat zou leiden tot de volledige vernietiging van het continent.
Iedereen in Europa heeft het op dit moment over oorlog, maar we weten nog veel te weinig over de concrete gevolgen, het mogelijke verloop en de omvang van zo’n eventuele oorlog in en rond ons continent.
Er worden ‘Bunker-apps’ ontwikkeld, ziekenhuizen oefenen ‘triage’ zoals in de tijd van de Covid-19-pandemie, en gevestigde politieke partijen overtreffen elkaar met oproepen tot meer wapenleveranties aan Oekraïne en een verhoging van de defensiebudgetten. De Duitse strijdkrachten plakken steden vol met wervingsadvertenties om jonge mannen te rekruteren. Ondanks de belofte van Donald Trump om de oorlog in Oekraïne snel te beëindigen zodra hij aan de macht zou zijn, blijft Duitsland in de opperste staat van paraatheid. De ‘Zeitenwende’ (keerpunt) die de sociaal-democratische Duitse bondskanselier Olaf Scholz in het voorjaar van 2022 luchthartig afkondigde, lijkt alsnog werkelijkheid te worden.
Er is hier sprake van een interessante dualiteit: aan de ene kant wordt het gevaar van Rusland en van de mogelijke escalatie van de oorlog herhaaldelijk benadrukt om de wapenleveranties aan Oekraïne en de opbouw van de legers van de Europese landen te rechtvaardigen. De vermeende Russische dreiging wordt door de meeste Europese regeringen en media zeer serieus genomen. Anderzijds stuiten pogingen tot de-escalatie, serieuze diplomatieke initiatieven en pogingen om tot een diepgaand begrip van de onderliggende oorzaken van de oorlog te komen op felle weerstand. De reactie op deze pogingen doet denken aan de scènes uit Thomas Vinterbergs film Festen uit de jaren negentig, waarin een zoon zijn familie probeert te confronteren met het seksueel misbruik van zijn vader, om vervolgens met toenemende woede en geweld het zwijgen te worden opgelegd.
Het is begrijpelijk dat degenen die nog altijd pleiten voor vrede veel van de huidige ontwikkelingen en berichten zien als propaganda, bedoeld om het militair-industrieel complex te verrijken, en steun te winnen voor het NAVO-lidmaatschap en uitbreiding van het bondgenootschap – een fenomeen dat Noam Chomsky omschrijft als manufacturing consent. Maar dit betekent niet dat we onze ogen moeten sluiten voor het gevaarlijke spel met vuur waar het huidige buitenlandse beleid van Duitsland en de Europese Unie op neerkomt.
Het nieuwste boek van Jonas Tögel, Kriegsspiele – Wie NATO und Pentagon die Zerstörung Europas simulieren (Oorlogsspelletjes – Hoe de NAVO en het Pentagon de vernietiging van Europa simuleren) vult een belangrijke leemte in het publieke debat. De auteur geeft een inzichtelijk overzicht van de militaire planning en strategieën in Europa, en pleit tegelijkertijd hartstochtelijk voor vrede.
Jonas Tögel is Amerikanist en propagandaonderzoeker. Hij is gepromoveerd op het onderwerp soft power en motivatie, en werkt als onderzoeksmedewerker aan het Instituut voor Psychologie van de universiteit van Regensburg. Zijn onderzoek richt zich op soft power-technieken, nudging en propaganda. Daarnaast is hij de auteur van de bestseller Kognitive Kriegsführung (‘Cognitieve oorlogsvoering,’ 2023), waarin hij de vaak over het hoofd geziene propaganda-activiteiten van westerse regeringen en inlichtingendiensten blootlegt.
Ik keek dan ook reikhalzend uit naar zijn nieuwste werk en was aanvankelijk verbaasd dat Tögel niet begint met NAVO-propaganda, maar met een overzicht van militaire oefeningen en oorlogsscenario’s voor een conflict tussen het Westen en Rusland. Hoe relevant is het om je te verdiepen in de militaire geschiedenis, die soms teruggaat tot de negentiende eeuw? De wereld verandert snel, en de situatie in Oekraïne en Europa is voortdurend in beweging. Misschien is de oorlogsdreiging volgende maand wel geweken, als Trump op een wit paard komt aanrijden en een vredesverdrag tevoorschijn tovert.
Maar al na een paar bladzijden had Tögel me overtuigd. Hij begint met de ‘Heartland Theorie’ van de geograaf Halford John Mackinder uit 1904. Deze theorie, die misschien niet bij veel lezers bekend is, stelt dat de uitgestrekte en grondstoffenrijke landmassa van Eurazië de grote spil of het ‘heartland’ van de wereldpolitiek is. Wie dit gebied beheerst, kan de wereld beheersen. Het Britse imperium (en later het Amerikaanse imperium) kan alleen echt bedreigd worden vanuit dit gebied.
Drie punten die Mackinder naar voren bracht blijven opvallend actueel:
- Hij stelde dat deze regio een even centrale strategische positie had voor de wereldpolitiek als Duitsland voor Europa.
- Hij waarschuwde voor Chinese controle over het heartland en beschreef het resulterende rijk als een ‘geel gevaar dat de vrijheid van de wereld bedreigt.’ Tögel benadrukt terecht hoe deze xenofobe retoriek het westerse geopolitieke discours vandaag de dag nog steeds bepaalt.
- Hij waarschuwde voor een mogelijke alliantie tussen Rusland en Duitsland en beschouwde die als een van de ernstigste bedreigingen voor de stabiliteit in de wereld.
Tögel verbindt deze historische perspectieven met de hedendaagse geopolitiek en toont hun relevantie aan. In 2015 verklaarde George Friedman, de oprichter van de denktank Stratfor, bijvoorbeeld:
Het allesoverheersende belang van de Verenigde Staten, waarvoor we een eeuw lang oorlogen hebben gevoerd – de Eerste, de Tweede en de Koude Oorlog – was de relatie tussen Duitsland en Rusland, omdat zij samen de enige kracht zijn die ons zou kunnen bedreigen. En we moeten ervoor zorgen dat dat niet gebeurt.
Je ziet dus dat wat Jonas Tögel hier heeft opgegraven een zeer interessant licht werpt op de huidige gebeurtenissen. In deze context wordt vaak de beschuldiging geuit dat dit (ofwel) ‘extreem-rechtse’ of pro-Russische verhalen zijn – dat de VS willen voorkomen dat Rusland en Duitsland hun krachten bundelen. Het zou echter correcter zijn om te spreken van Anglo-Amerikaanse narratieven, zoals Tögel aantoont.
Nu zijn er de laatste jaren al eerder een paar boeken over geopolitiek verschenen die het onderwerp van de ‘heartland’-theorie behandelen, maar dit was slechts de inleiding van het onderhavige boek. Daarna volgen een overzicht en een analyse van de militaire planningsspelletjes van het Westen en de NAVO tijdens de Koude Oorlog. Nu zou je denken dat dit vooral interessant is voor militaire historici, maar ook hier wordt veel spannende informatie opgedist die ik in ieder geval nog niet kende en die een helder licht werpt op de huidige situatie op het gebied van de geopolitiek en de militaire strategie in Europa. Ik had bijvoorbeeld nog nooit gehoord van het Britse plan om op 22 mei 1945 (!) een massale verrassingsaanval op Rusland uit te voeren, met Duitse soldaten die uit de krijgsgevangenkampen zouden worden gehaald waarin de geallieerden ze hadden ondergebracht, en die gedwongen zouden worden om opnieuw te vechten.
Verder was er een plan van de Amerikanen, ook uit 1945, om atoombommen op twintig Russische steden te gooien, gevolgd door een plan uit 1949 voor atoombommen op tweehonderd doelen in Rusland en een plan uit 1957 voor atoombommen op 3.261 doelen.
Tögel beschrijft ook de oprichting van de NAVO en de rol van Duitsland daarin, en opnieuw leren we schokkende en zelden gehoorde feiten. Zo werd tijdens een van de eerste oorlogssimulaties van de NAVO, Operatie ‘Carte Blanche’ (1955), een scenario opgesteld waarin 168 atoombommen op Duits grondgebied zouden worden afgeworpen – niet door de vijand, maar als onderdeel van een strategisch plan in een denkbeeldig conflict tussen de Sovjet-Unie en de NAVO. Deze simulatie vond plaats kort na de toetreding tot de NAVO van de Bondsrepubliek Duitsland, die haar hoop had gevestigd op bescherming door haar transatlantische bondgenoot. Het scenario voorspelde minstens 1,7 miljoen Duitse doden en 3,5 miljoen gewonden. Zo zag die ‘bescherming’ er dus uit! Het idee dat de transatlantische bondgenoot koelbloedig de bijna volledige vernietiging van Duitsland en de gruwelijke dood van miljoenen overwoog, doet de rillingen over je rug lopen.
Uit deze passages – en uit de beschrijvingen van latere simulaties, oefeningen en de bijbehorende politieke debatten – blijkt duidelijk hoezeer de VS Europa beschouwden en blijven beschouwen als een slagveld voor hun conflict met Rusland (of destijds de Sovjet-Unie en het Warschaupact). Net als nu in Oekraïne waren het anderen die moesten lijden en sterven voor de geopolitieke machtsstrijd van een wereldrijk. Wat Tögels beschrijving van deze gebeurtenissen en simulaties vooral fascinerend maakt, is de houding van politici en media in die tijd. Bladen als Der Spiegel waren destijds veel kritischer over de Amerikaanse strategie en bespraken openlijk de negatieve gevolgen ervan voor Duitsland. Het contrast met de hedendaagse berichtgeving is opvallend.
Opnieuw wordt duidelijk hoe eenvormig de berichtgeving en de standpunten van de meeste politieke partijen zijn geworden over kwesties als de ondergeschiktheid van de Europese militaire en geopolitieke belangen aan die van de VS en de door de VS geleide NAVO. Kritische stemmen over dit onderwerp lijken alleen nog te komen uit de vermeende ‘extreme’ randen van het publieke debat.
Tögel beschrijft ook soortgelijke strategische plannen van de Sovjet-Unie en het Warschaupact, zoals het simulatiespel ‘Zeven dagen naar de Rijn’ uit 1964, dat in 2005 door de Poolse regering werd vrijgegeven. In dit scenario zou het Warschaupact zich verdedigen tegen een verrassingsaanval van de NAVO op Oost-Europa door op grote schaal kernwapens in te zetten tegen doelen in West-Europa, gevolgd door een massaal grondoffensief. De beschrijving van de militaire oefeningen door Tögel eindigt met de jongste NAVO-oefening, ‘Steadfast Defender’ (2024). Helaas kan de auteur hier weinig gedetailleerde informatie over geven, aangezien deze oefening nog onderhevig is aan geheimhouding.
In het laatste deel van het boek vat Tögel het huidige debat over oorlog en vrede in Duitsland samen. Hij biedt belangrijke inzichten in de narratieven en communicatiestrategieën die hierbij een rol spelen. Daarnaast laat hij zien hoe verrassend marginaal en ineffectief de stemmen in Duitsland zijn die momenteel pleiten voor vrede en diplomatie – en zoekt hij naar verklaringen voor deze ontwikkeling.
Het boek sluit af met een goed onderbouwde en diepgevoelde oproep tot bewustwording en actie voor een vreedzame oplossing in het ‘heartland.’
Ondanks de gedetailleerde analyse en het zorgvuldige onderzoek, en ondanks het zeer deprimerende onderwerp, is het boek verrassend leesbaar en onderhoudend. Dit is te danken aan Tögels heldere schrijfstijl en gestructureerde gedachtegang. Hij probeert de verschillende posities op een evenwichtige en objectieve manier te presenteren en neemt geen pro-Russisch standpunt in. Toch zal dit waarschijnlijk niemand ervan weerhouden hem alsnog van dit laatste te beschuldigen – zeker niet in een tijdperk dat steeds meer doet denken aan een nieuwe McCarthy-periode.
Al met al is dit korte boek (96 pagina’s) een interessante en waardevolle compilatie van zowel historische feiten als actuele analyses. Het brengt belangrijke kwesties onder de aandacht, die kunnen bijdragen aan een kritischere kijk op de onverantwoordelijke en misplaatste escalatie die in onze tijd plaatsvindt. Hopelijk zal het boek ook leiden tot een versterking van de vredesbeweging in Europa.
Dit is een gastbijdrage van Maike Gosch op de Substack-site van Thomas Fazi, oorspronkelijk in het Duits verschenen in het tijdschrift NachDenkSeiten. Het is een recensie van het nieuwste boek van de Duitse propagandaonderzoeker Jonas Tögel, ‘Kriegsspiele – Wie NAVO und Pentagon die Zerstörung Europas simulieren’ (Neu-Isenburg, Westend Verlag 2025, paperback, 96 pagina’s, ISBN 978-3864894886, 15 euro).
Vertaling: Menno Grootveld
