Oorspronkelijke tekst (Engels): Thomas Fazi’s Substack, 31 december 2023

door Thomas Fazi
Thomas Fazi is columnist en vertaler bij UnHerd. Zijn jongste boek is The Covid Consensus, dat hij samen met Toby Green schreef. Dit boek komt binnenkort in Nederlandse vertaling uit bij Starfish Books.
De wereld verliest een van haar laatste echte journalisten
De legendarische John Pilger – journalist, filmmaker en meedogenloze criticus van het westerse buitenlandse beleid – is op 30 december 2023 overleden. Hij was een enorme inspiratiebron voor generaties journalisten, waaronder ikzelf. Dit is het laatste artikel dat hij een maand geleden schreef, getiteld ‘We Are Spartacus,’ voor Consortium News – een grimmige maar ook hoopvolle reflectie op het oprukkende fascisme in het Westen:
Spartacus was een Hollywoodfilm uit 1960, gebaseerd op een boek dat onder pseudoniem was geschreven door de op de zwarte lijst geplaatste romanschrijver Howard Fast, en bewerkt door scenarioschrijver Dalton Trumbo, een van de ‘Hollywood 10’ die werden geboycot vanwege hun ‘on-Amerikaanse’ politieke opvattingen. Het is een parabel van verzet en heldendom die zonder voorbehoud tot onze eigen tijd spreekt.
Beide schrijvers waren communisten en slachtoffers van Senator Joseph McCarthy, voorzitter van het Government Operations Committee en het Permanent Subcommittee on Investigations van de Amerikaanse Senaat, die tijdens de Koude Oorlog de carrières en vaak ook de levens verwoestten van degenen die principieel en moedig genoeg waren om zich te verzetten tegen het fascisme van eigen bodem in Amerika.
‘Dit is een scherpe tijd nu, een duidelijke tijd…,’ schreef Arthur Miller in The Crucible, ‘we leven niet langer in de schemerige namiddag toen het kwaad zich vermengde met het goede en de wereld in verwarring bracht.’
Er is nu één ‘duidelijke’ provocateur, die goed te ontwaren is voor degenen die hem willen zien en zijn acties willen voorspellen. Het is een bende staten onder leiding van de Verenigde Staten, wier verklaarde doel ‘dominantie over het hele spectrum’ is. Rusland is nog steeds de gehate, Rood China de gevreesde vijand.
Vanuit Washington en Londen kent de virulentie geen grenzen. Israël, het koloniale anachronisme en de losgeslagen aanvalshond, is tot de tanden bewapend en wordt historische straffeloosheid vergund zodat ‘wij,’ het Westen, ervoor zorgen dat het bloed en de tranen nooit opdrogen in Palestina.
Britse parlementsleden die durven oproepen tot een staakt-het-vuren in Gaza worden in de ban gedaan, en de ijzeren deur van de tweepartijenpolitiek wordt voor hen gesloten door een Labour-leider die kinderen water en voedsel wil onthouden.
In McCarthy’s tijd waren er nog eilanden van de waarheid. Buitenbeentjes, die toen nog werden verwelkomd, zijn nu ketters geworden; er bestaat nu alleen nog een ondergrondse journalistiek (zoals deze site) in een landschap van leugenachtige conformiteit. Journalisten met een afwijkende mening worden buitengesloten van de ‘mainstream’ (zoals de beroemde redacteur David Bowman schreef); de taak van de media is het ondersteboven keren van de waarheid en het ondersteunen van de illusies van de democratie, inclusief een ‘vrije pers.’
De sociaaldemocratie is gekrompen tot de breedte van het sigarettenvloeitje dat het belangrijkste beleid van de grote partijen scheidt. Die stroming is alleen nog toegewijd aan een kapitalistische cultus, die van het neoliberalisme, met een opgelegde armoede die door een speciale VN-rapporteur wordt omschreven als ‘het in de misère storten van een aanzienlijk deel van de Britse bevolking.’
Oorlog is vandaag de dag een onbeweeglijke schaduw; ‘eeuwige’ imperiale oorlogen worden als normaal beschouwd. Irak, het model, is verwoest ten koste van een miljoen levens en drie miljoen onteigenden. De vernietiger, Blair, heeft zich persoonlijk verrijkt en werd op het congres van zijn partij toegejuicht als electorale winnaar.
Blair en zijn morele tegenpool, Julian Assange, wonen vijfentwintig kilometer van elkaar vandaan, de één in een Regency-herenhuis, de ander in een cel in afwachting van uitlevering aan de hel.
Volgens een onderzoek van Brown University zijn er sinds 9/11 bijna zes miljoen mannen, vrouwen en kinderen gedood door Amerika en zijn volgelingen in de ‘wereldwijde oorlog tegen het terrorisme.’ Er zal in Washington een monument worden gebouwd om deze massamoord te ‘vieren’; het comité wordt voorgezeten door de voormalige president van de VS, George W. Bush, de mentor van Blair. Afghanistan, waar het allemaal begon, werd uiteindelijk ten gronde gericht toen president Biden de nationale bankreserves stal.
Er zijn veel Afghanistans geweest. De forensisch deskundige William Blum wijdde zich aan het doorgronden van een staatsterrorisme dat zelden bij de naam werd genoemd: tijdens mijn leven hebben de Verenigde Staten ruim vijftig regeringen omvergeworpen of geprobeerd omver te werpen, de meeste in democratische landen. Ze hebben zich bemoeid met democratische verkiezingen in dertig landen. Ze hebben bommen gegooid op de bevolking van dertig landen, waarvan de meeste arm en weerloos waren. Ze hebben gevochten om bevrijdingsbewegingen in twintig landen te onderdrukken. Ze hebben geprobeerd talloze leiders te vermoorden.
Misschien hoor ik sommigen van jullie nu zeggen: zo is het wel genoeg. In een tijd dat de Endlösung in Gaza live wordt uitgezonden voor miljoenen kijkers, de gezichtjes van de slachtoffers geëtst in het gebombardeerde puin, ingekaderd tussen tv-reclames voor auto’s en pizza’s, ja, dan is dat zeker genoeg. Hoe godslasterlijk is dat woord ‘genoeg’ eigenlijk?
Afghanistan was het land waar het Westen jonge mannen naartoe stuurde die gebukt gingen onder het ritueel van ‘strijders’ om mensen te doden en ervan te genieten. We weten dat sommigen van hen er echt van genoten dankzij het bewijs van Australische SAS-sociopaten, inclusief een foto waarop ze drinken uit de prothese van een Afghaanse man.
Niet één sociopaat is hiervoor aangeklaagd en ook niet voor misdaden zoals het van een klif af schoppen van een man, het van dichtbij neerschieten van kinderen of het doorsnijden van kelen, ook al deed niets van dit alles zich voor ‘tijdens gevechten.’ David McBride, een voormalige Australische militaire jurist die twee keer in Afghanistan heeft gediend, was een ‘ware gelover’ die het systeem zag als moreel en eervol. Hij heeft ook een diepgeworteld geloof in waarheid en loyaliteit. Hij kan die waarden definiëren zoals weinigen dat kunnen. Komende week staat hij voor de rechter in Canberra als een vermeende crimineel.
‘Een Australische klokkenluider,’ meldt Kieran Pender, advocaat bij het Australian Human Rights Law Centre, ‘[zal] terechtstaan omdat hij afschuwelijke wandaden naar buiten heeft gebracht. Het is zeer onrechtvaardig dat de eerste persoon die terecht staat voor oorlogsmisdaden in Afghanistan een klokkenluider is en niet een vermeende oorlogsmisdadiger.’
McBride kan tot honderd jaar gevangenisstraf krijgen voor het onthullen van de doofpotaffaire van de grote misdaad van Afghanistan. Hij probeerde zijn wettelijke recht als klokkenluider uit te oefenen onder de Public Interest Disclosure Act, waarvan de huidige minister van Justitie, Mark Dreyfus, zegt dat deze ‘onze belofte nakomt om de bescherming voor klokkenluiders in de publieke sector te versterken.’
Toch is het Dreyfus, een Australische Labor-minister, die zijn goedkeuring hechtte aan het proces tegen McBride, die vier jaar en acht maanden heeft moeten wachten sinds zijn arrestatie op het vliegveld van Sydney: een wachttijd die een ravage betekende voor zijn gezondheid en zijn gezin.
Degenen die David kennen en weten van het afschuwelijke onrecht dat hem is aangedaan, vullen zijn straat in Bondi, vlakbij het strand in Sydney, om deze goede en fatsoenlijke man een hart onder de riem te steken. Voor hen, en voor mij, is hij een held.
McBride was ontdaan door wat hij aantrof in de dossiers die hij moest inzien. Hier was bewijs van misdaden en het toedekken ervan. Hij gaf honderden geheime documenten door aan de Australian Broadcasting Corporation en The Sydney Morning Herald. De politie deed een inval in de kantoren van de ABC in Sydney, terwijl verslaggevers en producers geschokt toekeken hoe hun computers in beslag werden genomen door de federale politie.
Minister Dreyfus, een zelfverklaard progressief hervormer en vriend van klokkenluiders, heeft de unieke macht om het proces tegen McBride tegen te houden. Een Freedom of Information-onderzoek naar zijn handelen op dit vlak heeft weinig aan het licht gebracht, hooguit onverschilligheid.
Je kunt geen volwaardige democratie zijn én een koloniale oorlog voeren; het ene heeft alles te maken met fatsoen, het andere is een vorm van fascisme, ongeacht de pretenties. Kijk maar naar de slachtvelden van Gaza, die tot stof zijn gebombardeerd door de apartheidsstaat Israël. Het is geen toeval dat in het rijke, maar verarmde Groot-Brittannië op dit moment een ‘onderzoek’ loopt naar het neerschieten van tachtig Afghanen, allemaal burgers, waaronder een koppel in bed, door Britse SAS-soldaten.
Het groteske onrecht dat David McBride is aangedaan, heeft overlappingen met het onrecht dat zijn landgenoot Julian Assange is aangedaan. Beiden zijn vrienden van me. Telkens als ik ze zie, ben ik optimistisch. ‘Je vrolijkt me op,’ zeg ik tegen Julian als hij aan het eind van het bezoekuur een uitdagende vuist opsteekt. ‘Door jou voel ik me trots,’ zeg ik tegen David in onze favoriete koffieshop in Sydney.
Hun moed heeft velen van ons, die misschien wanhopig zijn, in staat gesteld om de werkelijke betekenis te begrijpen van een verzet dat we allemaal delen als we de verovering van ons geweten en van ons zelfrespect willen voorkomen, als we vrijheid en fatsoen verkiezen boven meegaandheid en collusie. Hierin zijn we allemaal Spartacus.
Spartacus was de opstandige leider van de slaven van Rome in 71-73 vóór Christus. Er is een spannend moment in de Kirk Douglas-film Spartacus als de Romeinen de mannen van Spartacus oproepen hun leider te identificeren om zo gratie te verkrijgen. In plaats daarvan staan honderden van zijn kameraden op, heffen solidair hun vuisten en roepen: ‘Ik ben Spartacus!’ De opstand is begonnen.
Julian en David zijn Spartacus. De Palestijnen zijn Spartacus. Mensen die de straten vullen met vlaggen en principes en solidariteit zijn Spartacus. We zijn allemaal Spartacus als we dat willen.
Rust in vrede, John. Je zult niet vergeten worden.
Vertaling: Menno Grootveld
