Categorieën
Politiek

Een overwinning van Magyar in Hongarije is niet genoeg

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 10 april 2026

fotografie: University of Georgia

door Gabriela Greilinger en Cas Mudde

Gabriela Greilinger is promovendus aan de universiteit van Georgia; Cas Mudde is de Stanley Wade Shelton UGAF-hoogleraar internationale betrekkingen aan de universiteit van Georgia en auteur van The Far Right Today

Op zondag 12 april gaan de Hongaren naar de stembus om te beslissen welke koers hun land de komende vier jaar zal volgen. De verkiezingen lijken uit te lopen op een spannende strijd. Viktor Orbán, de langstzittende premier van Europa – al zestien jaar aan de macht en verantwoordelijk voor het omvormen van Hongarije tot een electorale autocratie – zou de verkiezingen kunnen verliezen. In de aanloop naar de verkiezingen hopen veel EU-functionarissen op verandering in Hongarije onder nieuw leiderschap. Volgens Politico ‘bidt het establishment in Brussel voor een overwinning van [Péter] Magyar, in de hoop dat een door Tisza geleide regering de banden met de EU zal aanhalen.’

Magyar werd een opvallende nieuwkomer toen hij in 2024 zijn intrede deed in de Hongaarse politiek, na een politiek schandaal waarbij de voormalige president Katalin Novák en de minister van Justitie – Magyars ex-vrouw Judit Varga – betrokken waren. Door de sociaaleconomische zorgen van gewone Hongaren centraal te stellen, de problemen in de verwaarloosde gezondheidszorg en het onderwijs politiek op de agenda te zetten, en de verslechterende economische situatie en corruptie binnen de regering aan de kaak te stellen, is Magyar gestaag gestegen in de peilingen.

Toch moeten waarnemers hun verwachtingen temperen. Hoewel een verkiezingsoverwinning voor Magyars Tisza-partij binnen bereik lijkt, is er nog veel onzekerheid, zowel over de uiteindelijke uitslag als over de vooruitzichten voor Magyar, mocht hij de nieuwe premier van Hongarije worden.

In de eerste plaats: hoewel alle onafhankelijke opiniepeilers aangeven dat Magyar en zijn Tisza-partij duidelijk voorliggen op Fidesz, is het nog onzeker of hij de verkiezingen daadwerkelijk zal winnen. De verkiezingen zijn formeel vrij, maar oneerlijk. Orbán heeft het electorale speelveld in de loop der jaren namelijk sterk in zijn eigen voordeel aangepast. Zo is er herhaaldelijk sprake geweest van gerrymandering (het willekeurig verschuiven van de grenzen van kiesdistricten), werd een systeem van ‘winnaarscompensatie’ ingevoerd dat de grootste partij in de districten bevoordeelt, en kregen Hongaarse minderheden in het buitenland stemrecht – groepen die overwegend Fidesz steunen. Daarnaast hebben onderzoeken systematische vormen van verkiezingsfraude aan het licht gebracht, zoals kettingstemmen, het omkopen van kiezers en intimidatie, vooral in de armste regio’s van Hongarije.

Onder deze omstandigheden is het onzeker of de stemmen voor Tisza ook daadwerkelijk zullen uitmonden in een parlementaire meerderheid, laat staan in een grondwettelijke meerderheid. Zonder een tweederdemeerderheid in het parlement zal het namelijk vrijwel onmogelijk zijn om het systeem dat Orbán heeft opgebouwd te ontmantelen. De afgelopen zestien jaar heeft Fidesz zijn ideeën en mensen diep verankerd in het Hongaarse politieke systeem. Dat gebeurde onder meer via grondwetswijzigingen die alleen met een supermeerderheid kunnen worden aangepast of teruggedraaid.

Om Hongarije opnieuw onder de electorale democratieën te laten vallen, zouden de Fidesz-getrouwen die sleutelposities bekleden moeten worden vervangen. Het gaat onder meer om rechters van het Constitutionele Hof en om de leiders van belangrijke overheidsinstellingen, zoals de procureur-generaal en de voorzitter van de media-autoriteit. De situatie wordt nog ingewikkelder doordat de Hongaarse president, Tamás Sulyok, eveneens een loyale bondgenoot van Fidesz is. Hij is door het parlement gekozen en zou normaal gesproken tot 2029 in functie blijven. Hoewel de rol van de president grotendeels ceremonieel is, heeft Fidesz onlangs een wet aangenomen die deze positie versterkt, mogelijk als voorbereiding op een mogelijke machtswisseling na de verkiezingen. De president zou daardoor een extra obstakel kunnen vormen voor een Tisza-regering, bijvoorbeeld door wetgeving terug te sturen of ter beoordeling voor te leggen aan het door Fidesz gedomineerde Constitutionele Hof.

Onder deze omstandigheden zou een situatie kunnen ontstaan die lijkt op die in Polen nadat de radicaal-rechtse partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) de verkiezingen van 2023 verloor. Nadat PiS was verslagen, werd premier Donald Tusk ervan beschuldigd zijn toevlucht te nemen tot onwettige middelen om de democratie te herstellen, iets wat scherpe kritiek opleverde van rechtsgeleerden. Een zorgwekkend signaal voor Hongaarse democraten is dat Karol Nawrocki, de PiS-kandidaat die vorig jaar tot president werd gekozen, de regering van Tusk herhaaldelijk heeft tegengewerkt. Zo sprak hij zijn veto uit over belangrijke wetgeving, waaronder een recente hervorming van de rechterlijke macht die onderdeel was van de agenda van de regering om de rechtsstaat te herstellen.

Een nieuwe Hongaarse regering zou met vergelijkbare obstakels te maken krijgen, maar waarschijnlijk met een nog zwaardere strijd. Na zestien jaar aan de macht – twee keer zo lang als PiS in Polen – is Fidesz veel dieper in de staat verankerd geraakt dan PiS ooit was. Daardoor wordt een terugkeer naar de eerdere democratische situatie nog moeilijker.

Zelfs als de stemmen voor Tisza zich vertalen in een parlementaire meerderheid en de partij daardoor hervormingen kan doorvoeren, moeten democraten hun verwachtingen van een regering onder leiding van Magyar niet te hoog stellen. De oppositieleider komt uit een conservatief gezin en was meer dan twintig jaar lid van Fidesz. Hij heeft jarenlang voor het regime van Orbán gewerkt en staat ideologisch in veel opzichten nog steeds dicht bij zijn voormalige partij.

Sommige voorlopige analyses van het stemgedrag van Tisza in het Europees Parlement duiden er zelfs op dat de partij op verschillende punten grotendeels op één lijn ligt met Fidesz, vooral als het gaat om immigratie en Oekraïne. Dat kan deels tactisch zijn, gezien hoe gevoelig deze onderwerpen liggen in het Hongaarse politieke debat. Toch belooft het partijprogramma van Tisza ook het migratiepact en de quota van de EU te verwerpen en zich te verzetten tegen een versnelde toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie. Daarom is het waarschijnlijk dat, hoewel Tisza een constructievere partner voor Europa zal zijn, er op enkele fundamentele punten meningsverschillen zullen blijven bestaan.

Tot slot: hoewel de achterban van Tisza vooral bestaat uit liberale en linkse kiezers, doen progressieven er goed aan hun hoop niet te vestigen op een snelle overgang naar een liberale democratie in Hongarije. Volgens recente peilingen zal het nieuwe parlement uitsluitend uit rechtse partijen bestaan: de rechtse Tisza, het extreemrechtse Fidesz en mogelijk ook de extreemrechtse Beweging Ons Vaderland. Hoewel Magyar in algemene termen zegt dat hij gelijkheid steunt, heeft hij tot nu toe vermeden een duidelijk standpunt in te nemen over enkele belangrijke ideologische kwesties, zoals LGBTQ+-rechten. Dat kan deel uitmaken van een strategie om te voorkomen dat Fidesz nieuwe aanknopingspunten krijgt voor propaganda. Tegelijkertijd sluit deze terughoudendheid ook aan bij zijn politieke verleden en bij het rechtse karakter van het partijprogramma.

Gezien de uitdagingen waarmee Magyar te maken zal krijgen als hij wordt gekozen – en nog afgezien van zijn eigen rechtse politieke opvattingen – lijkt het onwaarschijnlijk dat hij het herstel van de liberale democratie in Hongarije tot zijn hoogste prioriteit zal maken. Zijn belangrijkste doel zal waarschijnlijk eerder zijn om zestien jaar Orbánisme terug te draaien. Progressieven en democraten doen er daarom goed aan hun verwachtingen te temperen. Zoals het er nu voorstaat, zou het meest gunstige scenario voor Hongarije een terugkeer zijn naar een electorale democratie onder een regering van Magyar. Een volledige liberale democratie zal voorlopig echter waarschijnlijk buiten bereik blijven.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *