Oorspronkelijke tekst (Engels): The New Republic, 16 september 2025

door Gil Duran
Gil Duran is een journalist uit San Francisco en voormalig hoofdredacteur van de opinieredacties van The Sacramento Bee en The San Francisco Examiner. Hij schrijft de nieuwsbrief The Nerd Reich, over extremistische technologiepolitiek, en werkt momenteel aan zijn eerste boek.
De techmagnaat voert zijn apocalyptische retoriek verder op en voegt een gevaarlijke dosis extremisme toe aan de toch al beladen cultuuroorlog
Bij wijze van weer een nieuw verontrustend teken van deze tijd kan Peter Thiel niet ophouden met praten over de Antichrist. Vorige maand gaf de techmiljardair in San Francisco een serie van vier besloten lezingen over dit onderwerp, dat hij zelf aanduidt als ‘politieke theologie.’ Het is onderdeel van wat je Thiels ‘Antichrist World Tour’ zou kunnen noemen: de medeoprichter van PayPal en Palantir hield eerder al vertrouwelijke lezingen over dit thema in Oxford, Harvard en aan de door Bari Weiss opgerichte surrogaatuniversiteit, de University of Austin.
Waarom Thiel zoveel geheimhouding nodig heeft om over zijn jongste obsessie te kunnen spreken, is onduidelijk. Al jaren houdt hij in openbare lezingen betogen over de Antichrist. In een interview met The New York Times in juni deelde Thiel uitgebreid zijn gedachten over deze schimmige figuur, die in de Bijbel nauwelijks wordt genoemd, maar volgens de legende – en talloze pulp-horrorfilms – zal opstaan om Satan te helpen Armageddon te ontketenen. Daarbij wees hij zelfs een verdachte aan: Greta Thunberg. (Het interview ging viraal toen Thiel zichtbaar worstelde met de vraag of hij eigenlijk wel wil dat het menselijk ras blijft voortbestaan.)
Thiel is geen theoloog, geen wetenschapper en geen profeet. Waarom zouden we dan aandacht besteden aan zijn bijbelse bespiegelingen? Omdat hij een van de invloedrijkste mannen ter wereld is, en zijn lezingen over de Antichrist onthullen zijn diepe overtuiging dat religie een wapen is in de politieke strijd. En daarin heeft hij gelijk.
Thiels fixatie op de Antichrist past binnen een lange traditie in de Amerikaanse politiek. Al sinds de stichting van de natie proberen Amerikanen de Antichrist aan te wijzen – meestal door hun politieke tegenstanders zo te bestempelen. ‘Het symbool van de Antichrist heeft een verrassend belangrijke rol gespeeld in het vormgeven van het Amerikaanse zelfbeeld,’ schreef historicus Robert Fuller in 1995 in Naming the Antichrist: The History of an American Obsession. ‘Omdat Amerikanen hun land zien als uniek door God gezegend, zijn ze vooral geneigd om hun vijanden te demoniseren.’
In de loop der tijd is de identiteit van Satans handlanger steeds verschoven: van de indianen naar de communisten, en van Hitler naar Saddam Hoessein en zelfs Barack Obama – en tussendoor werden ook streepjescodes en microchips verdacht gemaakt. Van de koloniale tijd tot het AI-tijdperk is de jacht op de Antichrist blijven voortduren. De huidige QAnon-complottheoretici menen dat ze strijden tegen een kliek van kannibalistische satanisten. In Unhumans, een boek uit 2024 dat door JD Vance is geprezen, worden progressieven zelfs gelijkgesteld aan bloeddorstige ‘onmenselijke’ wezens. Daarmee verandert de politiek in een heilige oorlog met een nulsomuitkomst.
‘Zodra we onze tegenstanders in zulke kosmische termen bestempelen – het goede tegenover het kwade – verdwijnt elke mogelijkheid tot compromis,’ aldus Fuller.
Thiel begrijpt dit maar al te goed. Hij presenteert zijn interesse in de Antichrist als onderdeel van zijn eigen ‘politieke theologie,’ een term die hij ontleent aan Carl Schmitt – de nazi-filosoof die politiek omschreef als een strijd tegen een existentiële vijand, en stelde dat politiek in wezen religie in vermomming is. Daarnaast put Thiel uit het werk van René Girard, de katholieke denker (en een van zijn hoogleraren aan Stanford University) die waarschuwde dat menselijke samenlevingen de neiging hebben te vervallen in een spiraal van geweld in hun zoektocht naar zondebokken.
‘De vraag is altijd of de politiek lijkt op een markt… of dat het meer een zondebokmachine is, die alleen werkt zolang je niet in de worstfabriek kijkt,’ zei Thiel in 2024 tijdens een lezing aan Stanford. Hij lichtte het mechanisme toe: ‘Stel dat er veel conflicten zijn in ons dorp. Dan moeten we een willekeurige oudere vrouw aanwijzen en haar beschuldigen van hekserij, zodat we als gemeenschap weer enige psychosociale eenheid ervaren… maar dit soort processen werkt niet meer zodra mensen zich daar bewust van worden.’
Thiel kent deze dynamiek maar al te goed, maar het is onduidelijk of hij erdoor geschokt is, of juist gefascineerd. Zijn lezingen bieden geen oplossingen; in plaats daarvan verweeft hij Schmitt, Girard en de Bijbel tot een indringende beschouwing over de kracht van apocalyptische ideeën. Thiel presenteert zichzelf als iemand die de wereld wil helpen een ‘smal pad’ te bewandelen tussen Armageddon en de Antichrist. Tegelijkertijd schetst zijn retoriek ook een draaiboek voor een heilige oorlog, voor het aanwijzen van zondebokken, en voor het uitlokken van crises en het verwerven van macht – aangezien Schmitt stelde dat macht zich juist consolideert tijdens existentiële crisissen, wanneer grondwetten kunnen worden opgeschort.
‘Ons wordt verteld dat er niets ergers is dan Armageddon, maar misschien is dat niet zo,’ zei Thiel tijdens een lezing in Oxford in 2023. ‘Misschien moeten we de Antichrist vrezen. Misschien moeten we de totalitaire wereldstaat méér vrezen dan Armageddon.’
Hij experimenteert al met dit doemscenario: in januari schreef hij een opiniestuk waarin hij de terugkeer van Donald Trump aan de macht omschreef als een ‘apokálypsis’ – een ‘onthulling’ van verborgen waarheden en een kans om de ‘zonden’ van de natie uit te wissen. In zijn religieuze lezingen aarzelt Thiel bovendien niet om een mogelijke Antichrist aan te wijzen, zoals Greta Thunberg, het communisme en zelfs de regulering van technologie. Daarmee laat hij een veelzeggende neiging zien om de Schrift als politiek wapen in te zetten.
Toch kent zijn benadering grote tekortkomingen. Zo beweert Thiel dat de Antichrist iemand zal zijn die zich richt op existentiële bedreigingen en de Apocalyps, en die onder het motto ‘vrede en veiligheid’ een totalitaire wereldregering zal vestigen. Maar Thiels eigen checklist voor de Antichrist – een paranoïde fixatie op de Apocalyps, controle en surveillance – lijkt vooral een beschrijving van hemzelf.
Thiel is medeoprichter van Palantir, een softwarebedrijf dat letterlijk is vernoemd naar een alziende bol die in The Lord of the Rings wordt beheerst door een kwaadaardige tovenaar. Palantir werkt samen met de regering-Trump om de overheidssurveillance uit te breiden, juist op een moment dat de president openlijk autoritaire trekken vertoont. De ironie daarvan is zo groot dat het bijna op een bekentenis lijkt. Zoals komiek Tim Dillon onlangs grapte in de podcast van Joe Rogan: ‘Het is zo vreemd… Je bouwt binnenlandse surveillancetechnologie om onze vrienden en buren in de gaten te houden – en je andere obsessie is de Antichrist.’
Thiel is niet de enige die religieuze thema’s inzet. Miljardair Nicole Shanahan noemde Burning Man onlangs ‘demonisch,’ terwijl Andreessen Horowitz-partner Katherine Boyle de kruisiging van Christus aanhaalde om te beweren dat regeringen gezinnen vernietigen. Trae Stephens, een bondgenoot van Thiel en zelfverklaard ‘wapenhandelaar,’ medeoprichter van het dronebedrijf Anduril (opnieuw een verwrongen verwijzing naar The Lord of the Rings), ziet zijn werk als onderdeel van een missie om ‘Gods gebod uit te voeren en zijn Koninkrijk op aarde te vestigen zoals in de hemel.’ Zijn vrouw Michelle is medeoprichtster van ACTS 17 Collective (Acknowledging Christ in Technology and Society), een organisatie die onder techneuten evangeliseert en Thiels Antichrist-lezingen organiseert.
Ondertussen is Alexander Dugin in Rusland – een ultranationalistische filosoof en propagandist, vaak omschreven als ‘het brein van Poetin’ – de enige andere prominente politieke figuur die net zo geobsedeerd is door de Antichrist als Thiel. In Dugins visie voert Rusland oorlog tegen de Antichrist, belichaamd door de liberale moderniteit die volgens hem voortkomt uit het ‘land van de Apocalyps’: de Verenigde Staten.
Niet iedereen gelooft in de plotselinge bekering van Silicon Valley tot vroomheid. Tijdens de National Conservatism Conference van vorige maand uitten sommige traditionele religieuze conservatieven felle kritiek op hun zogenoemde tech-broeders. De conservatieve activist Geoffrey Miller beschuldigde ontwikkelaars van kunstmatige intelligentie ervan ‘verraders van de mensheid’ en ‘afvalligen van het geloof’ te zijn. Volgens The Verge riep hij zelfs letterlijk op tot een ‘heilige oorlog’ tegen technologie.
Want als we op zoek zijn naar existentiële vijanden, staan de duivels hebzuchtige techmiljardairs uit Silicon Valley bovenaan de lijst – zij die ‘goddelijke’ AI-systemen willen bouwen die krachtig genoeg zijn om de mensheid te vernietigen. Toch moeten we oppassen niet in de val te trappen van het rondstrooien van het woord ‘Antichrist’. In plaats van te vragen ‘Wie is de Antichrist?,’ zouden we ons beter kunnen afvragen: ‘Waarom probeert een techmiljardair ons ervan te overtuigen dat we aan de rand van de Apocalyps staan?’
Deze herkauwde satanische paniektactieken moeten worden ontmaskerd voor wat ze werkelijk zijn: een cynisch plan om de politieke verdeeldheid verder aan te wakkeren. Ze lijken bovendien op een onhandige poging om een alliantie te smeden met religieus-nationalistische stromingen binnen de Republikeinse Partij, die eveneens apocalyptische taal gebruiken om hun politieke agenda te verwoorden. Journalist Matthew D’Ancona omschreef Thiels Antichrist-theorieën treffend als ‘een intellectuele variant van de MAGA-eindtijdtheologie.’
Maar het aanwijzen van een ‘Antichrist’ is een gevaarlijke strategie, die vaak uitmondt in crisis en geweld.
‘Het hele concept van de Antichrist… bevordert een crisismentaliteit,’ zegt Fuller, de Antichrist- historicus. ‘En met die crisismentaliteit zetten we al onze andere verschillen opzij. Er ontstaat tribale cohesie, een tribale eenheid, en die rechtvaardigt immorele daden, want om een kwaadaardige, satanische vijand te verslaan moet je doen wat nodig is.’
Vorige maand, in de uren na de moord op Charlie Kirk, waren de woorden ‘demon’ en ‘kwaad’ trending op X, omdat sommigen ter rechterzijde zijn dood afschilderden als het werk van bovennatuurlijk bezeten Democraten en linkse activisten. Belangrijke rechtse influencers sloegen aan het denken in de geest van Carl Schmitt en pleitten voor een hardere politieke aanpak van Kirks critici. Chris Rufo, een bekende rechtse opiniemaker, riep wetshandhavers op de ‘radicale linkse beweging’ te ‘infiltreren, ontwrichten, arresteren en opsluiten.’
Dit is het onvermijdelijke gevolg van apocalyptische retoriek: wanneer politieke tegenstanders worden neergezet als kwaadaardige, bijna kosmische vijanden, worden vervolging en geweld gezien als een heilige plicht. De recente golf van demon- en duivelstaal laat zien dat Thiel op zich niet onterecht een krachtige, maar uiterst gevaarlijke tendens in onze politiek heeft blootgelegd.
Maar als techmiljardairs het christendom werkelijk willen uitdragen, zouden ze moeten stoppen met het najagen van vermeende Antichristen en in plaats daarvan stilstaan bij de woorden van Jezus Christus zelf. Hij riep zijn volgelingen op tot empathie, vergeving en zorg voor anderen – niet tot uitbuiting en controle. In plaats van zich te fixeren op Armageddon, zou Thiel beter kunnen luisteren naar de evangeliën, die waarschuwen dat ‘het makkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
Dat is een bijbeltekst die het waard is om even bij stil te staan, en een probleem dat geen enkele AI, geen vorm van controle, macht of rijkdom ooit zal kunnen oplossen.
Vertaling: Menno Grootveld
