Categorieën
Politiek

Utah is het gewelddadige hart van Amerika

Oorspronkelijke tekst (Engels): UnHerd, 12 september 2025

fotografie: UnHerd

door B. Duncan Moench

B. Duncan Moench is een punkfilosoof en ‘herstellend’ academicus. Hij is Tablet’s Social Critic at Large, schrijver voor County Highway en onderzoeker van de Amerikaanse politieke cultuur. Daarnaast is hij auteur en presentator van de Producerist-nieuwsbrief en podcast op Substack.

De diepe polarisatie daar is een weerspiegeling van de Amerikaanse nationale malaise

De kern van de Amerikaanse politieke psyche wordt bepaald door een gewelddadige vorm van paranoia die voor buitenstaanders nauwelijks te begrijpen, laat staan te accepteren is. Wat heeft een land dat door twee oceanen wordt beschermd en aan de noord- en zuidgrens wordt omringd door economisch afhankelijke semi-vazalstaten, werkelijk te vrezen van de wereld? Waarom grijpt een land met de grootste rijkdom en het machtigste leger uit de geschiedenis zo vaak naar geweld – niet alleen in het buitenland, maar ook tegen de eigen bevolking? Dit zijn de vragen die gesteld moeten worden nu de Verenigde Staten opnieuw lijken af te glijden naar een periode van geweld, vergelijkbaar met de ‘dagen van woede’ van eind jaren zestig.

In de nasleep van de moord op Charlie Kirk op de campus van de Utah Valley University (UVU) zullen deskundigen opnieuw pleiten voor ‘nationale gesprekken’ over het matigen van de politieke retoriek, het herzien van de wapenwetten, en het aanpakken van de groeiende mentale onevenwichtigheid van generatie Z en jongere generaties. Sommige van die oproepen tot dialoog zijn wellicht oprecht, maar slechts weinigen zullen diep genoeg willen graven om het rauwe geweld te onderkennen dat verankerd zit in de Amerikaanse politieke verbeelding – een verbeelding waarin meningsverschillen steeds vaker worden gezien als een directe bedreiging voor het persoonlijke voortbestaan. En dus zal er, na enkele nieuwscycli, zoals zo vaak helemaal niets veranderen. Zoals Ian MacKaye van de invloedrijke punkband Fugazi ooit zei: ‘Er is geen sprake van beweging in een slechte geest.’

Kirk stond online bekend om zijn strijdlust en sarcasme, maar in de privésfeer werd hij omschreven als vriendelijk en genereus – een toegewijde echtgenoot, een loyale vriend en een zorgzame vader. Hij was geen slecht mens. Maar een slechte geest is iets heel anders. Kirks dood is, net als zijn weg naar de roem, het gevolg van een cultuuroorlog rond kwesties die tegelijk zo bekrompen én zo onverzoenlijk zijn dat ze de republiek dreigen te verscheuren. In dat licht is de plaats van zijn dood veelzeggend: niet slechts als achtergrond, maar ook als symbool van hoe verschrikkelijk intolerant en kortzichtig we als samenleving zijn geworden. Kirk werd namelijk doodgeschoten in Orem, Utah, tijdens een evenement op de campus van de UVU – een plek die de cultuuroorlog bij uitstek belichaamt en die ik goed ken, omdat ik zelf geboren en getogen ben in het nabijgelegen Holladay.

Utah is veel meer dan rode rotsen, mormoonse tempels en de Osmonds. De staat vormt ook een spiegel van de nationale verdeeldheid – een perfecte microkosmos van de verscheurde ziel van Amerika. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, zijn Salt Lake City en het omliggende district overwegend progressief, uitgesproken seculier, en doen veel inwoners hun uiterste best om hun vooruitstrevende geloofwaardigheid te bewijzen – niet alleen aan buitenstaanders, maar ook aan zichzelf. Zo identificeren vijf van de zeven raadsleden van de stad zich vandaag de dag als LGBTQ. Tegelijkertijd wordt de wetgevende macht die boven hen staat gedomineerd door ultraconservatieve plattelands- en voorstedelijke gebieden: vroom mormoons, zwaar bewapend, en stevig in de greep van een rechtse mentaliteit die minder te maken heeft met de leer van Joseph Smith dan met de invloed van Fox News en oppervlakkige online influencers zoals Kirk.

Orem en de UVU-campus liggen precies op de breuklijn tussen twee werelden. De verhouding tussen de progressieve politieke klasse van Salt Lake City en het conservatieve plattelandsblok van Utah is niet alleen vijandig; soms lijkt ze zelfs ronduit psychotisch. Beide kampen willen elkaar daadwerkelijk schade toebrengen. Ook wanneer samenwerking overduidelijk in ieders belang zou zijn, overheerst meestal de vijandigheid. Zo verloor Utah vorig jaar het Sundance Film Festival, een belangrijke culturele en economische motor. Niet omdat het festival verliesgevend was of slecht werd georganiseerd, maar omdat het parlement van Utah weigerde zelfs maar bescheiden belastingvoordelen te verlenen – iets wat in vrijwel alle andere vergelijkbare gevallen wél zou zijn gebeurd. Het straffen van de stedelijke ‘progressieven’ woog blijkbaar zwaarder dan het beschermen van de lokale filmwerkers, banen in het toerisme en de inkomsten van kleine bedrijven. Dit is geen gevolg van een slecht functionerend systeem, maar van opzettelijke sabotage, uitgevoerd in naam van de culturele zuiverheid. Juist dat maakt Utah tot zo’n scherp venster om het neerschieten van Kirk te begrijpen.

Ik heb deze spanningen persoonlijk meegemaakt. Twintig jaar geleden was ik communicatiedirecteur en speechschrijver voor Rocky Anderson, de voormalige burgemeester van Salt Lake City en een van de meest strijdlustige lokale politici uit de recente geschiedenis. In zekere zin was hij de linkse tegenhanger van Trump: fel, agressief en totaal niet geïnteresseerd in diplomatie. Toch werd hij herkozen en is hij, inmiddels in de zeventig, opnieuw een van de belangrijkste kandidaten voor het burgemeesterschap van Salt Lake City.

Anderson bleef populair omdat hij feilloos wist wat zijn achterban werkelijk wilde: iemand die bereid was de mormoonse kerk en de Republikeinse wetgevende macht met nietsontziende, theatrale agressie aan te vallen. In Utah heeft het nooit ontbroken aan brandstof voor de cultuuroorlog. Anderson wakkerde die strijd aan door de mormoonse gemeenschap voortdurend te bekritiseren en zelfs in The Guardian te verklaren dat ze ‘Taliban-achtig’ waren. Het lijkt misschien een opmerkelijke zet voor een burgemeester van Salt Lake City, maar geloof me: het was een bewuste strategie – en de kiezers van de stad smulden ervan.

Hoe meer de burgemeester de conservatieven in Utah bekritiseerde, hoe populairder hij werd. We hebben daar meerdere keren openlijk over gesproken. Ik probeerde zijn retoriek richting een meer verzoenende toon te sturen, maar dat werd steeds resoluut afgewezen. De UVU ligt precies op de scheidslijn – letterlijk én politiek – tussen de Democratische Salt Lake County en de Republikeinse Utah County ten zuiden daarvan. Het lijkt mij geen toeval dat Kirk juist op deze breuklijn werd vermoord. Ter rechterzijde is, zonder enig bewijs, geopperd dat de dader een transactivist zou zijn. Die theorie zal waarschijnlijk aan kracht winnen zodra duidelijker wordt hoe sterk LGBTQ-belangengroepen de politiek in Salt Lake City en de county beïnvloeden. Vlak voor de schietpartij zou iemand in het publiek Kirk hebben gevraagd: ‘Hoeveel massamoordenaars waren trans?’

Hoewel genoemde mogelijkheid niet volledig kan worden uitgesloten – zeker niet nu de Wall Street Journal meldde dat de kogels van de schutter waren voorzien van uitingen van transideologie – zal nóg meer zondebokken aanwijzen niets oplossen aangaande de diepere oorzaken van de moord op Kirk. Die oorzaken zijn zowel lokaal als nationaal, maar niet in elk opzicht typisch Amerikaans. Want als de diepe polarisatie in Utah een afspiegeling is van een nationale malaise die mensen voldoende redenen geeft om tot moord over te gaan, dan zien we dat die partijpolitieke verdeeldheid overal in de westerse wereld toeneemt. Het verschil is echter – zoals de gruwelijke beelden van de aanslag op Kirk pijnlijk duidelijk maken – dat potentiële moordenaars in de Verenigde Staten ook kunnen terugvallen op de grillen van het Tweede Amendement (het deel van de Amerikaanse grondwet waarin de vrijheid om wapens te dragen is vastgelegd).

Ik ben zeker niet de eerste die dit constateert, maar wapens zijn hier overal. Dat raakt de kern van de reden waarom Amerikaanse burgers niveaus van wapengeweld tolereren en zelfs normaliseren, die in elk ander welvarend land ondenkbaar zouden zijn. Wapens zijn bovendien makkelijk verkrijgbaar, zelfs voor mensen met ernstige psychische aandoeningen of een strafblad wegens gewelddaden. Zo stak Decarlos Brown, wiens eigen moeder hem had willen laten opnemen in een inrichting, twee maanden geleden Iryna Zarutska neer in een trein op weg naar Charlotte. Maar gezien de lakse wapenwetten had hij haar net zo goed kunnen doodschieten. Op grond van overwegingen van ideologische zuiverheid hebben veel Republikeinse staten de afgelopen twintig jaar zelfs de meest basale beperkingen op wapenbezit afgeschaft. Charlie Kirk was daar een uitgesproken voorstander van. Utah is hiervan een symbolisch voorbeeld, en de gevolgen waren al lang voor de moord op Kirk zichtbaar.

In juni werd tijdens de ‘No Kings’-bijeenkomst in Salt Lake City een man gezien die aan de rand van de menigte een AR-15-geweer in elkaar zette. In typisch Middle-Amerikaanse stijl openden diverse zogenoemde ‘vredeshandhavers’ – van wie velen zelf gewapend waren – het vuur, in de overtuiging dat ze op het punt stonden een massale schietpartij te voorkomen. De man werd neergeschoten en raakte gewond. Maar ook een onschuldige omstander werd getroffen en kwam om het leven in het kruisvuur van deze chaotische, doe-het-zelfvariant van openbare veiligheid.

Lang voordat iemand de trekker overhaalde, hadden meerdere demonstranten al 112 gebeld om de man en zijn wapen te melden. De medewerkers van de telefooncentrale zeiden echter dat ze niets konden doen: hun handen waren gebonden. In Utah is het namelijk volledig legaal om in het openbaar met een geladen aanvalsgeweer rond te lopen – zelfs op een politieke bijeenkomst. In 2021 schafte de staat bovendien de vergunningplicht voor het verborgen dragen van vuurwapens af. Inwoners mogen sindsdien zowel openlijk als heimelijk wapens dragen, zonder vergunning, zonder training en zonder enig toezicht.

Iedereen van 21 jaar en ouder die wettelijk een vuurwapen mag bezitten – wat in Utah in principe iedereen zonder strafblad is – mag vrijelijk een geladen, verborgen vuurwapen in het openbaar dragen. Daarom kon de man die tijdens de bijeenkomst in Salt Lake City een aanvalsgeweer in elkaar zette pas worden gearresteerd toen hij daadwerkelijk het vuur opende. De psychologische tol van het leven in een samenleving waarin je iemand een bloedbad ziet voorbereiden, maar te horen krijgt dat er ‘niets aan te doen is,’ kan nauwelijks worden overschat. Ik ken die angst uit eigen ervaring. Jaren geleden, toen ik lesgaf aan de universiteit van Utah, kwamen studenten tijdens mijn spreekuur mijn kantoor binnen met pistolen die zichtbaar aan hun borst bevestigd waren. Net als de aanwezigen op de ‘No Kings’-bijeenkomst kon ik wettelijk niets doen – ik mocht zelfs niet weigeren om de gewapende studenten te ontvangen. De universiteit had geprobeerd vuurwapens op de campus te verbieden, maar de wetgever stapte naar de rechter en kreeg gelijk.

Een paar jaar later, toen ik lesgaf aan de universiteit van Texas in Austin, leverde een van mijn studenten een essay in waarin hij tot in detail een fantasie beschreef waarin hij eerst zijn professor en daarna de rest van de klas vermoordde. Zelfs als ik dat essay bij de politie had gemeld, zou dat niet hebben geleid tot de inbeslagname van vuurwapens – niet op grond van de wetgeving van Texas, en al helemaal niet op grond van die van Utah. In 2018 overwogen wetgevers in Utah gedurende korte tijd een wetsvoorstel dat rechtbanken de mogelijkheid zou geven om beschermingsbevelen uit te vaardigen. Daarmee konden vuurwapens tijdelijk worden afgenomen van mensen die als ‘ernstig geestesziek’ of ‘gewelddadig en onstabiel’ werden beschouwd. Maar het voorstel werd in stilte tegengehouden in de commissie en stierf een stille dood. Sindsdien is het nooit meer op een serieuze manier in behandeling genomen.

Ondanks de fantasieën van de NRA en andere pro-wapenlobby’s, die op perverse wijze beweren dat ‘een gewapende samenleving een beleefde samenleving is,’ voelt de werkelijkheid voor mensen die bewust in deze cultuur van wapenverheerlijking leven vaak heel anders aan. Wanneer vuurwapens overal zijn toegestaan, blijft de angst bestaan dat jij – evenals je familie – nergens echt veilig bent. Die angst voedt juist de neiging van velen om zich nog verder te bewapenen, zowel letterlijk als emotioneel, ter voorbereiding op een mogelijke strijd. Charlie Kirk was misschien oprecht in zijn wens om in het openbaar eerlijke debatten te voeren. Maar in een Amerikaanse cultuur die wordt getekend door geweld en door het normaliseren van voortdurende, vaak onnodige economische onzekerheid, hebben maar weinig jonge mensen vandaag de dag nog belangstelling voor welk debat dan ook.

Er valt dus te betogen dat de collectieve angst die wordt aangewakkerd door de Amerikaanse wapencultuur de politieke polarisatie versterkt – en omgekeerd. De ‘woke’ linkse beweging slaat misschien geregeld de plank mis op het gebied van ras en gender. Progressieven gaan misschien soms te ver in hun pogingen om als morele of nationale therapeut op te treden. Maar de Amerikaanse pro-wapenbeweging is minstens even ontspoord, zo niet nog veel meer. De obsessie met vuurwapens heeft inmiddels bijna sektarische trekken gekregen: ze is ideologisch, absolutistisch en doordrongen van een religieus fatalisme. Wanneer je dat fanatisme combineert met het feit dat veel van de meest fervente voorstanders van wapens zichzelf ook als ‘christenen’ beschouwen, is het moeilijk om geen parallellen te trekken met religieus extremisme elders. Hoe dan ook, het idee dat de epidemie van massale schietpartijen in Amerika niet rechtstreeks voortkomt uit het vrijwel onbeperkte recht om wapens te dragen – én uit de nietsontziende lobby die zelfs de mildste vormen van wapenbeperking bestrijdt – is volkomen absurd.

Alleen al dit jaar zijn er in de Verenigde Staten 309 massale schietpartijen geweest, gemiddeld bijna 1,3 per dag. Vuurwapens op zich zijn natuurlijk niet de enige oorzaak van dit geweld. Zoals het grimmige voorbeeld van Decarlos Brown laat zien, lopen er in de VS veel te veel gevaarlijke mensen vrij rond, beschermd door een naïef, bijna utopisch rechtssysteem. Toch ligt het probleem dieper. De sluiting van tientallen psychiatrische ziekenhuizen de afgelopen decennia speelt ongetwijfeld een rol, net als het feit dat zelfs notoire recidivisten vaak niet worden opgesloten. Maar hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk komt de discussie steeds weer terug op dezelfde kernvraag: de vuurwapens zelf – en wie ze mag bezitten.

In de Verenigde Staten heeft naar schatting 1,5 tot 2 procent van de volwassenen last van hallucinaties, wanen of andere ernstige psychotische symptomen. Bij een bevolking van ongeveer 330 à 340 miljoen mensen komt dat neer op zo’n vijf tot zes miljoen mensen – van wie vrijwel iedereen legaal een wapen kan bezitten. Dat betekent dat miljoenen mensen in theorie de mogelijkheid hebben om te schieten op onschuldige kinderen of publieke figuren die ze niet mogen, als de stemmen in hun hoofd hen daartoe zouden aanzetten. Als je dat geheel overziet, is het eigenlijk verbazingwekkend dat er niet nóg meer massale schietpartijen en moorden plaatsvinden in de Verenigde Staten – al is het huidige aantal al meer dan schokkend genoeg.

Zet gewoon het nieuws eens aan. Minder dan een uur nadat Charlie Kirk was neergeschoten, vond er opnieuw een schietpartij plaats, dit keer op een school in Evergreen, Colorado. Een tiener kwam om het leven en twee anderen raakten zwaargewond. De dag ervoor werden zes mensen neergeschoten in San Francisco. Twee dagen eerder vielen in Cleveland opnieuw zes gewonden, onder wie een zestienjarige jongen die in zijn mond werd geraakt. En nog geen twee weken geleden vond er een bloedbad plaats op de Annunciation Catholic School in Minneapolis, waar tientallen mensen – vooral basisschoolkinderen – in een kerk werden beschoten. Twee kinderen werden ter plaatse dood verklaard, maar het dodental had makkelijk in de tientallen kunnen lopen. En dat alles in een land dat, jaar na jaar en zonder onderbreking, verantwoordelijk is voor ruim zeventig procent van alle massale schietpartijen in de ontwikkelde wereld.

Twee jaar geleden, tijdens een openbaar evenement dat kort na de schietpartij op een school in Nashville werd gehouden – waarbij drie kinderen en drie volwassenen werden gedood door een non-binaire dader – kreeg Charlie Kirk de vraag of het toenemende aantal slachtoffers zijn geloof in het Tweede Amendement aan het wankelen had gebracht. Zijn antwoord was inhoudelijk schokkend, maar in zijn eigen logica opmerkelijk consistent:

‘Een gewapende bevolking hebben, kent een prijs – dat hoort bij vrijheid,’ zei hij. ‘Je kunt het aantal slachtoffers door vuurwapens niet tot nul terugbrengen. Er zal nooit een samenleving bestaan waarin burgers gewapend zijn en niemand omkomt door wapengeweld. Maar ik vind dat het de moeite waard is: elk jaar een aantal dodelijke slachtoffers door vuurwapens, zodat we het Tweede Amendement kunnen behouden om onze andere, door God gegeven rechten te beschermen. Dat is een verstandige deal. Dat is rationeel.’

Je moet toegeven: Charlie Kirk bleef zijn overtuigingen trouw tot het moment dat de kogel van een moordenaar zijn nek doorboorde. Maar zullen zijn weduwe en jonge kinderen over tien of twintig jaar nog steeds hetzelfde denken? Dat is uiteindelijk de ware prijs van Amerika’s dodelijke compromis. Het is makkelijk om een tragedie de prijs van de ‘vrijheid’ te noemen – zolang de doden niet de jouwe zijn. Maar zoals Ian MacKaye zei: ‘Er is geen sprake van beweging in een slechte geest.’ En vandaag, nu Kirk op internet wordt verheven tot martelaar van rechts, lijkt Amerika steeds meer overspoeld door slechte geesten – en nog altijd volkomen onwillig om het voor de hand liggende onder ogen te zien.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *