Categorieën
Economie Politiek

De hypocrisie van Mario Draghi

Oorspronkelijke tekst (Engels): UnHerd, 29 augustus 2025

fotografie: UnHerd

door Thomas Fazi

Thomas Fazi is columnist en vertaler bij UnHerd. Zijn jongste boek is The Covid Consensus, dat hij samen met Toby Green schreef. Dit boek komt binnenkort in Nederlandse vertaling uit bij Starfish Books.

Hij maakte van Europa een vazal van Amerika

‘Jarenlang,’ verklaarde Mario Draghi, de voormalige president van de Europese Centrale Bank (ECB) en oud-premier van Italië onlangs, ‘ging de Europese Unie ervan uit dat haar economische omvang, met 450 miljoen consumenten, vanzelf geopolitieke macht en invloed in de internationale handelsbetrekkingen zou opleveren.’ Maar volgens hem zal dit jaar de geschiedenis ingaan als het moment waarop die illusie uiteen spatte. Zoals Draghi toelichtte, is de EU door de Verenigde Staten onder druk gezet om schadelijke importtarieven en nodeloos hoge militaire uitgaven te accepteren, ‘op een manier en in een vorm die waarschijnlijk niet in het belang van Europa zijn,’ terwijl de EU tegelijkertijd – van Gaza tot Oekraïne – louter tot ‘toeschouwer’ is gereduceerd.

Draghi wordt vaak geroemd om zijn zeldzame openhartigheid bij het beoordelen van de toestand van Europa, een eigenschap die hem de reputatie heeft bezorgd een van de meest scherpzinnige denkers van het continent te zijn. En hij heeft zeker een punt wanneer hij stelt dat de neoliberale architectuur van de EU – gebouwd op ‘een bewuste verzwakking van de macht van staten’ ten gunste van op regels gebaseerde marktmechanismen – Europa volstrekt ongeschikt heeft gemaakt om zich staande te houden in een wereld waarin militaire en economische macht steeds vaker wordt ingezet om nationale belangen te verdedigen.

Het probleem is echter dat Draghi’s zogenaamde analyses vaak niet veel verder gaan dan het benoemen van het voor de hand liggende: feiten die voor iedereen die niet verblind is door ideologie of gevestigde belangen duidelijk zouden moeten zijn. De lof die hij ontvangt zegt dan ook minder over zijn briljantheid dan over de armoede van het Europese publieke debat. Belangrijker nog: hoewel Draghi de oppervlakkige symptomen van Europa’s malaise scherp weet te benoemen, faalt hij – consequent en bewust – in het stellen van de juiste diagnose van de onderliggende oorzaken.

Want als Draghi gelijk heeft dat het neoliberale kader van de EU – gestoeld op inkrimping van de staatsmacht, fiscale soberheid, loonmatiging en een obsessie met exportbevordering – Europa heeft verzwakt, dan moet worden benadrukt dat hij zelf mede-architect en uitvoerder van dit model is geweest. Al begin jaren negentig, toen hij directeur-generaal was bij het Italiaanse ministerie van Financiën, trad hij op als een prominent voorstander van het concept van de vincolo esterno (‘externe beperking’): het idee dat neoliberale hervormingen, die geen steun genoten bij de bevolking, alleen konden worden afgedwongen door nationale regeringen te ‘binden’ in een politiek-economisch keurslijf. Die externe beperking was uiteraard de Europese Unie, en in het bijzonder de eenheidsmunt, waarvan de routekaart werd vastgelegd in het Verdrag van Maastricht (1992). In diezelfde periode speelde Draghi bovendien een sleutelrol bij de grootschalige privatisering van Italiaanse staatsbedrijven.

De drie daaropvolgende decennia, waarin hij afwisselend actief was in de private sector (onder meer bij Goldman Sachs) en in hoge publieke functies, groeide Draghi uit tot een van de belangrijkste pleitbezorgers van de neoliberale orthodoxie. Dat kwam het duidelijkst tot uiting tijdens zijn presidentschap van de ECB (2011–2019). De handeling die symbool stond voor de start van zijn ambtstermijn had nauwelijks paradigmatischer kunnen zijn.

In augustus 2011, op het hoogtepunt van de zogenoemde ‘eurocrisis,’ stuurden Draghi en zijn aftredende voorganger Jean-Claude Trichet een brief aan de Italiaanse regering. Hoewel deze brief geheim had moeten blijven, lekte hij echter toch uit. In de brief werd gesteld dat het Italiaanse plan om het begrotingstekort terug te dringen ‘niet voldoende’ was. Er volgden gedetailleerde eisen, waaronder ‘de volledige liberalisering van de lokale openbare diensten,’ ‘grootschalige privatiseringen,’ loonsverlagingen en zelfs ‘constitutionele hervormingen om de begrotingsregels aan te scherpen.’ Giulio Tremonti, destijds de Italiaanse minister van Economie en Financiën, vertelde later in een besloten gesprek met Europese collega’s dat zijn regering dat jaar twee dreigbrieven had ontvangen: één van een terroristische groepering en één van de ECB. ‘Die van de ECB was erger,’ grapte hij.

Draghi moet tot de conclusie zijn gekomen dat de voorwaarden uit de brief niet waren nageleefd, want enkele maanden later ‘dwong’ hij – om de neoliberale Financial Times te citeren – Silvio Berlusconi tot aftreden ten gunste van de niet-gekozen Mario Monti. Dat deed hij door de aankopen van Italiaanse staatsobligaties door de ECB stop te zetten, waardoor de rente bewust boven het veilige niveau uitsteeg, en door de afzetting van Berlusconi als voorwaarde te stellen voor verdere steun van de ECB. Dit werd later bevestigd door niemand minder dan Monti zelf, die in 2017 in een interview verklaarde dat Draghi eind 2011 ‘besloot te stoppen met de aankoop van Italiaanse staatsobligaties, die de regering-Berlusconi in de zomer en herfst van 2011 overeind hadden gehouden.’

Het is moeilijk een verontrustender scenario te bedenken dan een zogenaamd ‘onafhankelijke’ en ‘apolitieke’ centrale bank die monetaire chantage inzet om een gekozen regering ten val te brengen en haar eigen politieke agenda door te drukken. Toch wijst alles erop dat dit – een monetaire staatsgreep – precies is wat er in 2011 in Italië is gebeurd. Slechts enkele jaren later gebruikte Draghi dezelfde middelen tegen Griekenland, waar hij het banksysteem feitelijk lamlegde om de regering te dwingen het door de EU opgelegde bezuinigingsbeleid te volgen. Yanis Varoufakis, destijds de Griekse minister van Financiën, noemde deze aanpak ‘economische waterboarding.’

Zelfs tijdens zijn korte periode als Italiaans premier, van 2021 tot 2022, zette Draghi dit beleid voort. De weinige ‘structurele’ hervormingen die zijn regering doorvoerde, waren volledig gericht op privatisering, liberalisering, deregulering en begrotingsdiscipline – terwijl hij zijn land tegelijk een paar van de meest draconische coronamaatregelen ter wereld oplegde.

Al met al zijn er de afgelopen decennia maar weinig figuren geweest die zich zo onverzettelijk hebben ingezet voor het bevorderen van het ondemocratische neoliberalisme als Mario Draghi. Zijn verantwoordelijkheid voor Europa’s neerwaartse spiraal reikt echter veel verder dan zijn rol als neoliberaal enforcer-in-chief. In zijn recente toespraak erkende hij in feite dat de EU een vazal van de Verenigde Staten is geworden. Maar opnieuw liet Draghi na zijn eigen rol in dit trieste proces te benoemen: als overtuigd atlanticus speelde hij juist een sleutelrol bij het bestendigen van de structurele ondergeschiktheid van de EU aan Washington.

De reactie van de EU op de oorlog tussen Rusland en Oekraïne is daar een goed voorbeeld van. In zijn veelbesproken rapport over het Europese concurrentievermogen, dat precies een jaar geleden werd gepubliceerd, wees Draghi de hoge energiekosten aan als een van de belangrijkste oorzaken van het verlies aan concurrentiekracht van de EU. Volgens het rapport betalen Europese bedrijven aanzienlijk meer voor energie dan hun Amerikaanse concurrenten, wat de industriële groei en investeringen ernstig afremt.

Dat is op zichzelf begrijpelijk, maar dit was allerminst een onvermijdelijke uitkomst. Het was veeleer een rechtstreeks gevolg van het besluit van de EU om zich los te koppelen van Russisch gas – dat vóór de oorlog in bijna de helft van de Europese gasbehoefte voorzag – ten gunste van veel duurder Amerikaans vloeibaar aardgas (LNG). Dit beleid werd bovendien krachtig gesteund door Draghi. Kort na de Russische invasie verdedigde hij als premier het besluit van de EU om een gasembargo tegen Rusland in te stellen, terwijl Italië zo’n veertig procent van zijn gas uit dat land betrok. ‘Wilt u airconditioning of vrede?,’ vroeg hij toen, met een logica die hoogst twijfelachtig was. Waarschijnlijk ging Draghi ervan uit dat de sancties de Russische economie snel zouden lamleggen en zo een einde aan de oorlog zouden afdwingen – een scenario dat iedereen met zelfs maar een rudimentair begrip van de economische en geopolitieke realiteit vanaf het begin had moeten afwijzen.

Enkele maanden later hield Draghi een toespraak voor de VN die, achteraf gezien, bijna komisch misplaatst klinkt. Daarin deed hij er nog een schepje bovenop door te stellen dat de sancties ‘extreem hoge kosten voor Rusland’ met zich meebrachten en ‘een ontwrichtend effect hadden op de Russische oorlogsmachine en economie.’ Volgens hem zou dit ertoe leiden dat het voor Rusland steeds moeilijker werd ‘te reageren op de nederlagen die zich op het slagveld opstapelden.’ Zoals we inmiddels weten, is van dit alles niets uitgekomen: de Russische economie bleek opmerkelijk veerkrachtig, de oorlogsmachine bleef functioneren en de nederlagen vonden niet plaats in Moskou, maar in de misleidende voorspellingen van Draghi zelf. Dit was bovendien eenvoudig te voorzien – en velen van ons hebben dat destijds ook voorspeld.

Dit alles roept een voor de hand liggende vraag op: hoe kan het dat Draghi nog steeds wordt geprezen nu hij de gevolgen hekelt van het gebrekkige beleid dat hij zelf heeft bevorderd? In een normale wereld zou hij worden weggehoond – of zelfs met rotte eieren worden bekogeld. Het feit dat hij zo moeiteloos aan zijn verantwoordelijkheid weet te ontsnappen, is misschien wel de duidelijkste illustratie van het kakistocratische karakter van de EU-politiek: een systeem waarin falen niet wordt bestraft maar juist beloond, en waarin incompetente leiders routinematig omhoogvallen.

Maar terwijl Draghi’s weigering om verantwoordelijkheid te nemen voor de problemen van de EU al erg genoeg is, zijn zijn voorgestelde oplossingen nog erger. Volgens hem ligt de remedie voor het disfunctioneren van de Unie in het toekennen van nóg meer macht aan Brussel. ‘De Europese Unie zal moeten evolueren naar nieuwe vormen van integratie,’ verklaarde hij in zijn jongste toespraak. Met andere woorden: meer politieke, fiscale, militaire en technologische centralisatie. In Draghi’s visie kunnen de problemen van Europa alleen worden opgelost door nóg meer bevoegdheden over te dragen aan de EU-instellingen, terwijl de nationale regeringen en parlementen verder buitenspel worden gezet.

Maar het laatste wat Europa nodig heeft, is nóg meer macht in handen geven van mensen als Draghi. Integendeel, als het continent zijn neergang wil keren, moet het breken met het misleidende dogma van ‘meer Europa’ en eindelijk de technocraten ter verantwoording roepen die zelf de door crises geteisterde orde hebben gecreëerd die zij nu zogenaamd diagnosticeren.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *