Categorieën
Economie Politiek

Een fragiele Leviathan?

Oorspronkelijke tekst (Engels): Sidecar, 30 januari 2025

fotografie: X

door Cédric Durand

Cédric Durand is hoogleraar politieke economie aan de universiteit van Genève. Zijn onderzoek richt zich op de transformatie van het hedendaagse kapitalisme. Hij levert regelmatig bijdragen aan het radicale online tijdschrift Contretemps en aan Sidecar, de blog van de New Left Review.

In zijn roman De man zonder eigenschappen (1930), die zich afspeelt in Wenen aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, werpt Robert Musil via legergeneraal Stumm von Bordwehr een intrigerende vraag op: ‘Hoe kunnen degenen die rechtstreeks betrokken zijn bij wat er gebeurt, van tevoren weten of het een grote gebeurtenis wordt?’ Zijn antwoord luidt: ‘Het enige wat ze kunnen doen, is zichzelf wijsmaken dat het zo is! Als ik een paradox mag opwerpen, zou ik zeggen dat de geschiedenis van de wereld wordt geschreven voordat zij gebeurt; het begint altijd als een soort speculatie.’ Eind januari, toen Donald Trump opnieuw aan de macht kwam, nam de speculatie toe terwijl de reuzen van de techindustrie zich verzamelden bij zijn inauguratie. Op de eerste rij zaten Mark Zuckerberg (Meta), Jeff Bezos (Amazon), Sundar Pichai (Google) en Elon Musk (Tesla), terwijl Tim Cook (Apple), Sam Altman (OpenAI) en Shou Zi Chew (TikTok) verder naar achteren plaatsnamen. Nog maar een paar jaar geleden was de overgrote meerderheid van deze miljardairs uitgesproken voorstander van Biden en de Democraten. ‘Ze waren allemaal voor hem,’ herinnert Trump zich. ‘Stuk voor stuk. En nu zijn ze allemaal voor mij.’ De cruciale vraag is wat deze verschuiving precies betekent. Is hier simpelweg sprake van een opportunistische koerswijziging binnen dezelfde systemische kaders? Of markeert dit een diepere breuk – een moment dat het verdient om een grote gebeurtenis in de geschiedenis genoemd te worden? Laten we ons wagen aan die tweede hypothese.
Trump houdt, zoals we weten, van uitbundige eerbetuigingen. Wanneer hovelingen zich verzamelen in zijn villa in Mar-a-Lago, zijn we als het ware getuige van een miniatuurversie van Versailles. Maar Trump is geen Lodewijk XIV in spe. Zijn doel is niet om de macht te centraliseren binnen de staat, maar juist om privébelangen meer macht te geven, ten koste van publieke instellingen. Hij is direct begonnen met het terugdraaien van Bidens eerste stappen richting een meer interventionistisch beleid. Groene subsidies, antitrustmaatregelen en belastinghervormingen worden ingetrokken, waardoor grote bedrijven en monopolies – zowel binnen als buiten de VS – meer armslag krijgen.
Twee van Trumps executive orders, ondertekend op de dag van zijn inauguratie, onderstrepen deze koerswijziging. Met de eerste herriep hij een Biden-maatregel die de ontwikkelaars van AI-systemen verplichtte om veiligheidsrisico’s – met betrekking tot de nationale veiligheid, economie, gezondheid en openbare orde – te delen met de Amerikaanse overheid. Waar de overheid eerder nog enige controle had over de grenzen van de AI-ontwikkeling, is dit minimale toezicht nu volledig verdwenen. De tweede executive order kondigde de creatie aan van het Department of Government Efficiency (DOGE), onder leiding van Elon Musk. DOGE is een herstructurering van de US Digital Services, een orgaan dat onder Obama werd opgericht om informatiesystemen binnen de overheid te integreren. Dit nieuwe agentschap heeft onbeperkte toegang tot de niet-geheime gegevens van alle federale instanties. De eerste missie van DOGE is ‘het federale wervingsproces hervormen en de verdienste van de ambtenarij herstellen.’ Dit houdt in dat ambtenaren zich moeten ‘inzetten voor Amerikaanse idealen, waarden en belangen’ en ‘loyaal de uitvoerende macht moeten dienen.’ Daarnaast zal DOGE ‘moderne technologieën integreren’ in dit proces – wat in de praktijk betekent dat Musk en zijn machines verantwoordelijk worden voor het politieke toezicht op federale ambtenaren.
In de eerste uren van Trumps tweede termijn zijn de tech-ondernemers er dus in geslaagd hun meest winstgevende sectoren af te schermen van openbaar toezicht, terwijl ze tegelijkertijd aanzienlijke invloed hebben verworven over de staatsbureaucratie. De nieuwe regering heeft geen interesse in het inzetten van de federale staat als instrument om de dominante klassen te verenigen binnen een hegemoniale strategie. Integendeel: het doel is om demeest winstgevende kapitaalsectoren volledig te bevrijden van federale beperkingen, terwijl het administratieve apparaat wordt onderworpen aan de algoritmische controle van Musk.
De groeiende machtsconcentratie in handen van de tech-oligarchen is allerminst onvermijdelijk. In China is de relatie tussen de Big Tech-sector en de staat wisselvallig, maar wordt de technologiesector doorgaans gedwongen zich aan te passen aan de ontwikkelingsdoelen van de overheid. Ook in het Westen hebben overheidsinstanties zich soms verzet tegen monopolievorming. Zo blokkeerden het Congres, het Amerikaanse ministerie van Financiën en de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) in 2021 gezamenlijk Facebooks cryptocurrency-project Libra. Volgens de econoom Benoît Cœuré is ‘de moeder van alle politieke vragen de machtsbalans tussen de overheid en Big Tech bij het vormgeven van de toekomst van betalingen en de controle over gerelateerde gegevens.’ Onder Trump kantelt deze balans nu nog verder in het voordeel van Big Tech. Na zijn executive orders gaf hij de toezichthouders opdracht om investeringen in cryptocurrencies te bevorderen, terwijl hij de centrale bank verbood haar eigen digitale valuta te ontwikkelen – een mogelijk tegenwicht tegen private cryptomunten. Dit is waarschijnlijk slechts het begin: we kunnen meer deregulering, belastingvoordelen, overheidscontracten en wettelijke bescherming voor grote techbedrijven verwachten.
Dit radicale project van ’s werelds machtigste staat kan verstrekkende gevolgen hebben: het zal de relatie tussen kapitaal en staat, klassen en landen de komende jaren ingrijpend hervormen. Het dreigt een proces te versnellen dat ik elders heb beschreven als ‘technofeodalisering.’ Terwijl grote bedrijven kennis en data monopoliseren, centraliseren ze tegelijkertijd de algoritmische controle over menselijke activiteiten – van werkprocessen tot sociale mediagebruik en winkelgedrag. Nu publieke instellingen steeds minder in staat zijn om de samenleving te organiseren, verschuift deze taak naar Big Tech, dat daardoor een ongekende macht krijgt om zowel individueel als collectief gedrag te sturen. Hierdoor verdwijnt de publieke sfeer in online netwerken, wordt monetaire macht verplaatst naar cryptocurrencies, en koloniseert kunstmatige intelligentie (AI) datgene wat Marx het general intellect noemde – een voorbode van de gestage toe-eigening van politieke macht door private belangen.

Deze verzwakking van bemiddelende instellingen gaat gepaard met een antidemocratische impuls – of beter gezegd, een afkeer van gelijkheid. Sinds de publicatie van het techno-optimistische manifest Cyberspace and the American Dream (1994) huldigen grote delen van Silicon Valley het Randiaanse principe dat creatieve pioniers niet mogen worden ingeperkt door collectieve regels. Binnen deze visie heeft de ondernemer het recht om iedereen die hem dreigt in te perken met voeten te treden – of het nu gaat om arbeiders, vrouwen, raciale minderheden of transpersonen. Dit verklaart de snelle toenadering tussen Californische liberalen en extreemrechts, waarbij figuren als Musk en Zuckerberg zichzelf nu profileren als cultuurstrijders die vechten tegen ‘wokeness.’ Tegelijkertijd verankert de opkomst van algoritmische gouvernementaliteit het idee dat innovatie een vrijbrief is – een recht om te experimenteren, zonder enige verantwoording aan de samenleving af te hoeven leggen.

Dit nieuwe accumulatieregime vervangt de traditionele logica van productie en consumptie door die van roof en afhankelijkheid. Hoewel de drang naar winst net zo ongeremd is als in eerdere fasen van het kapitalisme, heeft Big Tech een uniek winstmodel. Waar kapitaal traditioneel investeert om de kosten te verlagen of aan de vraag te voldoen, investeert technofeodaal kapitaal juist om steeds meer aspecten van de sociale activiteit onder controle te krijgen. Dit creëert een dynamiek van afhankelijkheid, waarin individuen, bedrijven en instellingen gevangen raken. Dit komt deels doordat de diensten van Big Tech geen gewone handelswaar zijn, maar essentiële infrastructuren waarop de samenleving leunt. De enorme Microsoft-blackout in de zomer van 2024 toonde dit haarscherp aan: luchthavens, ziekenhuizen, banken en overheidsinstellingen raakten verlamd door hun afhankelijkheid van deze technologieën. Hierdoor kunnen monopolisten exorbitante prijzen vragen en een eindeloze stroom waardevolle data te gelde maken.
Het eindresultaat is wereldwijde economische stagnatie. Winstgevende bedrijven in andere sectoren zien hun marktpositie verzwakken doordat ze steeds afhankelijker worden van cloudtechnologie en AI, terwijl de bredere bevolking wordt overgeleverd aan de roofzucht van het rentenierskapitaal. De enorme grondstoffenhonger van de technofeodalisten versnelt bovendien de ecologische vernietiging, met als gevolg dat overal ter wereld energie-intensieve datacenters verrijzen. Naarmate de economische groei vertraagt, nemen de politieke polarisatie en de economische ongelijkheid verder toe. Arbeiders worden gedwongen te strijden om een steeds kleiner deel van de welvaart.
Dit roept een aantal strategische vragen op voor links. Hoe verhoudt de strijd tegen Big Tech zich tot de bestaande antikapitalistische strijd? En hoe moeten we het internationalisme vormgeven in een tijdperk waarin de technofeodale macht nationale grenzen overstijgt? Misschien is het zinvol om de kernprincipes uit Mao’s klassieker On Contradiction (1937) in gedachten te houden, zoals Slavoj Žižek ze treffend samenvatte:

De belangrijkste (universele) tegenstelling valt niet per se samen met de dominante tegenstelling in een specifieke situatie – maar juist in die specifieke tegenstelling schuilt de universele dimensie. In elke concrete situatie is een andere ‘bijzondere’ tegenstelling overheersend. Dit betekent dat, om de strijd voor de oplossing van de hoofdtegenstelling te winnen, een specifieke tegenstelling als prioriteit moet worden behandeld. Alle andere vormen van strijd moeten daaraan ondergeschikt worden gemaakt.

Vandaag de dag blijft de universele tegenstelling die van de kapitalistische uitbuiting, waarin kapitaal tegenover levende arbeid staat. Maar het technofeodale offensief van Trump en Musk zou deze dynamiek kunnen veranderen en een nieuwe hoofdtegenstelling kunnen creëren: die tussen de Amerikaanse Big Tech en de mensen die daardoor worden uitgebuit. Als we dat punt bereiken, zou de strategie van links ingrijpend moeten veranderen. Met de koloniale oorlogen in China als voorbeeld legt Mao uit:

Wanneer het imperialisme een aanvalsoorlog begint tegen een land, kunnen de diverse klassen binnen dat land – met uitzondering van een klein aantal landverraders – tijdelijk verenigd raken in een nationale oorlog tegen het imperialisme. Op dat moment wordt de tegenstelling tussen het imperialisme en het land de belangrijkste tegenstelling. Alle tegenstellingen tussen de diverse klassen binnen het land – inclusief de eerder dominante tegenstelling tussen het feodale regime en de volksmassa’s – nemen tijdelijk een ondergeschikte positie in.

In de huidige context zou dit betekenen dat er een anti-technofeodaal front moet worden gevormd dat verder reikt dan links, waarin verschillende democratische krachten en zelfs fracties van het kapitaal die op gespannen voet staan met Big Tech samenkomen. Deze hypothetische beweging zou een ‘niet-gebonden digitaal beleid’ kunnen voeren, met als doel een economische ruimte te creëren die buiten de greep van de monopolisten ligt, waarin alternatieve technologieën ontwikkeld kunnen worden. Dit zou op zijn beurt twee belangrijke implicaties hebben:

  • Digitaal protectionisme, waarbij Amerikaanse technologiebedrijven actief worden geweerd en hun infrastructuur – waar mogelijk – wordt ontmanteld.
  • Een nieuw digitaal internationalisme, waarin technologische oplossingen op coöperatieve basis worden gedeeld en ontwikkeld.

Het behoeft geen betoog dat een dergelijke alliantie met aanzienlijke structurele barrières te maken zou krijgen. Door de complexe vervlechting van kapitalistische belangen – met investeringen die elkaar overlappen in verschillende sectoren en regio’s – wordt het moeilijk om vast te stellen welke delen van het kapitaal meer op één lijn liggen met Big Tech en welke kunnen worden overgehaald om zich bij de oppositie aan te sluiten. Daarnaast zijn nationale bourgeoisieën berucht om hun onbetrouwbaarheid als partner in ontwikkelingsprojecten buiten de imperiale kern. Ze richten zich meestal liever op het vergroten van hun eigen rijkdom dan op het realiseren van structurele veranderingen die een einde zouden maken aan de afhankelijkheid. Er bestaat bovendien het gevaar dat een anti-technofeodaal front, zelfs als het succesvol kan worden gevormd, kwetsbaar blijft voor bureaucratisering – waarbij de ontwikkeling van digitale alternatieven wordt overgelaten aan een technocratische elite in plaats van aan actieve participatie van de volksmassa’s.
Maar ook de tech-miljardairs staan voor aanzienlijke obstakels. Hun project – waarbij ze via een alliantie met Trump de laatste barrières voor algoritmische controle willen wegvagen – rust op een uiterst smalle sociale basis. De snelheid waarmee dit plan wordt doorgevoerd, zal onvermijdelijk weerstand oproepen, zowel bij de algemene bevolking als binnen de elite. Daarnaast moeten ze opboksen tegen de digitale opmars van China, terwijl rivaliserende bedrijven zoals DeepSeek het imago van onoverwinnelijkheid van Silicon Valley proberen te ondermijnen. Is het Amerikaanse technofeodalisme daarom slechts een fragiele Leviathan? Zal de terugkeer van Trump de geschiedenis ingaan als een ‘grote gebeurtenis,’ of zal dit uiteindelijk niet meer blijken te zijn dan loze speculatie?

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *