Oorspronkelijke tekst (Engels): Project Syndicate, 28 februari 2022

door Katharina Pistor
Katharina Pistor is een Duitse juriste die sinds 2001 verbonden is aan de Columbia Universiteit in New York. Ze heeft veel gepubliceerd in juridische en interdisciplinaire tijdschriften, en is auteur en coauteur van verschillende boeken. Vooral haar boek The Code of Capital, How the Law Creates Wealth and Inequality (Princeton University Press, 2019), waarin ze uitlegt hoe de wet het creëren en ongelijk verdelen van rijkdom vormgeeft, kreeg internationale weerklank.
Hoewel Vladimir Poetin de enige verantwoordelijke is voor de oorlog in Oekraïne, is het de moeite waard in herinnering te roepen dat prominente westerlingen een sleutelrol hebben gespeeld bij het vormgeven van het post-Sovjettraject van Rusland. Zij drongen erop aan dat markthervormingen voorrang zouden krijgen op politieke hervormingen, en van die keuze ondervinden we nog steeds de gevolgen.
Hoewel Vladimir Poetin de enige verantwoordelijke is voor de oorlog in Oekraïne, is het de moeite waard in herinnering te roepen dat prominente westerlingen een sleutelrol hebben gespeeld bij het vormgeven van het post-Sovjettraject van Rusland. Zij drongen erop aan dat markthervormingen voorrang zouden krijgen op politieke hervormingen, en van die keuze ondervinden we nog steeds de gevolgen.
Nu Russische tanks door Oekraïne razen op bevel van een autoritaire president, is het de moeite waard op te merken dat de Oekraïners niet de enigen zijn die hunkeren naar democratie. Ook Russen zijn – met groot gevaar voor zichzelf – de straat opgegaan om te protesteren tegen de schandalige daad van agressie van Vladimir Poetin. Maar zij voeren een zware strijd in een land dat nooit de kans heeft gekregen om democratisch te worden.
Toen die kans zich voordeed, werd die niet door Poetin en zijn kleptocratische milieu ondermijnd, maar door het Westen. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie dertig jaar geleden overtuigden Amerikaanse economische adviseurs de Russische leiders ervan zich te concentreren op economische hervormingen en de democratie op de lange baan te schuiven – waar Poetin naderhand zijn voordeel mee heeft kunnen doen.
Dit is geen triviale historische toevalligheid. Als Rusland een democratie was geworden, hadden we niet hoeven praten over de NAVO en haar uitbreiding naar het oosten, was er geen sprake geweest van een invasie van Oekraïne en hadden we niet hoeven debatteren over de vraag of het Westen de Russische beschaving meer respect verschuldigd is. (Als Duitser deins ik terug voor die laatste stelling, die duidelijke echoʼs heeft van Hitler en zijn zelfbenoemde leiderschap over een ʻbeschavingʼ).
Laten we de gebeurtenissen nog eens op een rijtje zetten. In november 1991 gaf de Opperste Sovjet (het parlement) de toenmalige Russische president Boris Jeltsin buitengewone bevoegdheden en een dertien maanden durend mandaat om hervormingen door te voeren. Vervolgens werd in december 1991 de Sovjet-Unie officieel ontbonden door het Akkoord van Bialowieza, waarbij het Gemenebest van Onafhankelijke Staten werd opgericht. Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne verklaarden elkaars onafhankelijkheid te zullen respecteren.
Omringd door een kleine groep Russische hervormers en westerse adviseurs, gebruikte Jeltsin dit unieke historische moment om een ongekend programma van economische ʻshocktherapieʼ te lanceren. De prijzen werden geliberaliseerd, de grenzen werden opengesteld en er werd snel geprivatiseerd – allemaal bij presidentieel decreet. Niemand in Jeltsins kring nam de moeite zich af te vragen of dit was wat de burgers van Rusland wilden. En niemand stond erbij stil dat de Russen misschien eerst een kans wilden krijgen om een solide constitutionele basis voor hun land te ontwikkelen, of om via verkiezingen hun voorkeur uit te spreken voor wie hen zou moeten regeren.
De hervormers en hun westerse adviseurs besloten eenvoudigweg – en hielden er vervolgens aan vast – dat markthervormingen vooraf moesten gaan aan constitutionele hervormingen. Democratische subtiliteiten zouden de economische beleidsvorming vertragen of zelfs ondermijnen. Alleen door snel te handelen zou Rusland op weg kunnen worden geholpen naar economische welvaart en zouden de communisten voorgoed uit de macht kunnen worden gehouden. Met radicale markthervormingen zou het Russische volk tastbare opbrengsten zien en vanzelf gecharmeerd raken van de democratie.
Het heeft niet zo mogen zijn. Het presidentschap van Jeltsin was een regelrechte ramp – economisch, sociaal, juridisch en politiek. Het bleek onmogelijk om in slechts dertien maanden een centrale planeconomie in Sovjetstijl op de schop te nemen. De liberalisering van prijzen en handel alleen creëerde geen markten. Daarvoor zouden wettelijke instellingen nodig zijn geweest, maar er was geen tijd om die tot stand te brengen. Ja, de extreme tekorten verdwenen en overal ontstonden straatmarkten. Maar dat staat ver af van de totstandbrenging van het soort markten dat nodig is om de toewijzing van middelen, waarvan bedrijven en huishoudens afhankelijk zijn, te faciliteren.
Bovendien bracht de shocktherapie zulke ernstige en plotselinge sociale en economische ontwrichtingen teweeg dat het publiek zich tegen de hervormingen en de hervormers keerde. De Opperste Sovjet weigerde de buitengewone bevoegdheden van Jeltsin te verlengen, en wat daarna gebeurde zou de weg bereiden voor de opkomst van een autoritair presidentieel regime in Rusland.
Jeltsin en zijn bondgenoten weigerden op te geven. Zij verklaarden de bestaande Russische grondwet van 1977 onwettig, en Jeltsin nam eenzijdig de macht over, terwijl hij opriep tot een referendum om die stap te legitimeren. Maar het constitutionele hof en het parlement weigerden toe te geven, en er ontstond een diepe politieke crisis. Uiteindelijk werd de impasse opgelost met behulp van tanks, die Jeltsin inschakelde om het Russische parlement in oktober 1993 te ontbinden, waarbij 147 mensen omkwamen.
Zeker, veel parlementsleden waren tegenstanders van Jeltsin en zijn team, en wilden misschien wel de klok terugdraaien. Maar het was Jeltsin die een gevaarlijk nieuw precedent schiep voor hoe geschillen over de toekomst van het land zouden worden opgelost. Tanks, niet stemmen, zouden de doorslag geven. En Jeltsin en zijn team stopten daar niet. Ze ramden er ook een grondwet door die een machtige president installeerde met sterke decretale en vetorechtelijke bevoegdheden, zonder serieuze checks and balances.
Ik herinner me nog levendig een onthullend gesprek dat ik, een onderzoeker van de Russische hervormingen in die tijd, had met Dmitry Vasiliev, een toplid van Jeltsins privatiseringsteam. Toen ik hem wees op de tekortkomingen van de ontwerpgrondwet, zei hij dat ze die gewoon zouden herstellen als de verkeerde persoon aan de macht zou komen. Dat hebben ze natuurlijk nooit gedaan – en dat konden ze ook niet. Vasilievs uitspraak gaf volledig weer hoe de economische hervormers dachten over constitutionele democratie.
In december 1993 werd de nieuwe grondwet goedgekeurd via een referendum, dat samen met verkiezingen voor het nieuwe parlement werd gehouden. De kandidaten van Jeltsin leden een verpletterende nederlaag; maar omdat de nieuwe grondwettelijke bevoegdheden van de president veiliggesteld waren, gingen de economische hervormingen gewoon door. Jeltsin werd vervolgens in 1996 ʻherkozenʼ via een gemanipuleerd proces dat in Davos was gepland en door de nieuwbakken Russische oligarchen was georkestreerd. Drie jaar later benoemde Jeltsin Poetin tot premier en zijn opvolger.
De democratisering van Rusland was misschien altijd een gok, gezien de geschiedenis van de gecentraliseerde macht in het land. Maar het was het proberen waard geweest. De onverstandige keuze om economische doelstellingen boven democratische processen te stellen, is niet alleen voor Rusland een les. Door kapitalisme boven democratie te verkiezen als basis voor de wereld na de Koude Oorlog, heeft het Westen de stabiliteit, welvaart en, zoals we nu opnieuw zien in Oekraïne, de vrede en democratie in gevaar gebracht – en niet alleen in Oost-Europa.
Vertaling: Menno Grootveld
