Categorieën
Gezondheid Politiek

De mysterieuze zaak van de Covid-19 lablektheorie

Oorspronkelijke tekst (Engels): The New Yorker, 12 oktober 2021

fotografie: Publication Coach

door Carolyn Kormann

Carolyn Kormann schrijft in The New Yorker over energie, het milieu en klimaatverandering.

Kwam het virus voort uit de natuur of uit een menselijke fout?

Sinds het coronavirus eind 2019 voor het eerst opdook zijn viereneenhalf miljoen mensen gestorven, hebben ontelbare anderen geleden, zijn hele economieën overhoop gehaald, en zijn scholen gesloten. Waarom? Sprong het virus van een dier over op zijn eerste menselijke gastheer, patient zero? Of was de catastrofe, zoals sommigen vermoeden, het gevolg van een laboratoriumongeluk in Wuhan, een stad met elf miljoen inwoners in Centraal-China?

Kristian Andersen, een infectieziektedeskundige bij Scripps Research in San Diego, begon het virus in januari 2020 te volgen. Hij vond de mate van besmetting niet alleen beangstigend, maar ook ongebruikelijk. Chinese wetenschappers hadden al vastgesteld dat het virus behoorde tot een genus van coronavirussen die vaak voorkomen bij vleermuizen in Zuid-China. Het deelde 80 procent van zijn genoom met het eerste SARS-virus en was iets minder nauw verwant met MERS, een ander coronavirus bij vleermuizen. Dit nieuwe virus verspreidde zich echter veel sneller en had tegen het einde van de maand ten minste zesentwintig landen bereikt. ʻHet leek erop dat het klaar was om een pandemie te veroorzaken,ʼ vertelde Andersen me. De meeste virussen die in het wild circuleren zijn, hoewel sommige dodelijk kunnen zijn, niet erg goed in de transmissie van dier op mens. Het blijven dierlijke virussen. ʻDit leek, bijna vanaf dag één, op een menselijk virus,ʼ aldus Andersen.

Andersen, die oorspronkelijk uit Denemarken komt, is pezig en gladgeschoren, met een spleetje in zijn kin en een snelle dictie. Hij werkte op het postkantoor in Aarhus toen hij besloot moleculaire biologie te gaan studeren, en hij werd de eerste in zijn familie die naar de universiteit ging. Zijn carrière nam een hoge vlucht met zijn onderzoek naar het ontstaan van het Westnijlvirus, Ebola en Zika. Na het uitbreken van de pandemie was hij een van de wetenschappers die door Anthony Fauci, de directeur van het Amerikaanse National Institute of Allergy and Infectious Diseases, werd geraadpleegd over de oorsprong van het virus. Volgens een e-mail die BuzzFeed News in handen kreeg, schreef Andersen op 31 januari 2020 aan Fauci en anderen dat het genoom van SARS-CoV-2 ʻniet leek te stroken met de verwachtingen van de evolutietheorie.ʼ

Andersen merkte op dat ʻeen heel klein deelʼ van het genoom van SARS-CoV-2 ʻongewone kenmerkenʼ had. De spike – het cruciale stukje oppervlakte-eiwit dat een coronavirus gebruikt om een cel binnen te dringen – bleek in staat om zich stevig te binden aan een menselijke celreceptor die bekend staat als ACE2. Dit, zo vertelde Andersen me, ʻbetekent dat het virus effectiever is in het infecteren van menselijke cellen.ʼ De andere belangrijke eigenschap, een zeldzame extra invoeging in het genoom van twaalf nucleotiden, een zogenoemde furin cleavage site (furinesplitsingsplaats), zou de overdraagbaarheid van het virus ook kunnen verhogen en de speciesbarrière kunnen verlagen, waardoor het virus makkelijker op mensen kon overspringen. ʻJe moet echt goed naar alle sequenties kijken om te zien dat sommige kenmerken (mogelijk) gemanipuleerd lijken,ʼ schreef hij. Er moesten nog veel meer gegevens worden geanalyseerd, vervolgde hij, ʻdus die opinie zou nog kunnen veranderen.ʼ

Een dag later nam Andersen deel aan een conference call met een groep prominente virologen en overheidsfunctionarissen, waaronder Fauci en Francis Collins, de directeur van de National Institutes of Health (N.I.H.). Andersen presenteerde een samenvatting van de opmerkelijke kenmerken van het SARS-CoV-2 genoom en vroeg de groep: ʻDenken we dat dit ongebruikelijk is?ʼ Fauci herinnert zich dat de meningen van de deelnemers verdeeld waren. ʻGoed geïnformeerde mensen zeiden: “Het lijkt er inderdaad op dat het iets zou kunnen zijn dat gemanipuleerd is, omdat het iets is wat je gewoonlijk niet ziet”,ʼ vertelt hij. ʻMaar dan is er iemand anders die net zo deskundig is, en die zegt: “Ach, onzin, dit zie je ook in andere situaties”.ʼ

Sommige opmerkingen over deze bijeenkomst, die na het gesprek per e-mail aan de groep werden verzonden, werden geredigeerd. Maar drie dagen later, op 4 februari, veranderde het perspectief van Andersen. In een e-mail aan een andere groep wetenschappers, die werd teruggevonden door de onderzoeksgroep U.S. Right to Know, schreef Andersen: ʻDe belangrijkste flauwekul-theorieën die momenteel de ronde doen, gaan ervan uit dat dit virus op de een of andere manier met opzet is gefabriceerd, en dat is aantoonbaar niet het geval.ʼ

In maart hadden Andersen en enkele van zijn collegaʼs de laatste hand gelegd aan een brief die zou worden gepubliceerd in Nature Medicine, waarin zij betogen dat SARS-CoV-2 op natuurlijke wijze afkomstig was van een vleermuis en zich had ontwikkeld tot een pandemisch virus, hetzij in een dierlijke gastheer, hetzij – onopgemerkt – bij mensen. ʻOnze analyses tonen duidelijk aan dat SARS-CoV-2 geen laboratoriumconstructie of een doelbewust gemanipuleerd virus is,ʼ schreven ze. Het artikel was zeer invloedrijk. In de daaropvolgende maanden was de wetenschappelijke consensus, die door een aantal grote mediakanalen werd overgenomen, dat het virus hoogstwaarschijnlijk het gevolg was van een natuurlijke zoönotische transmissie.

Tijdens een recent Zoom-gesprek zat Andersen aan zijn bureau, met uitzicht op de Stille Oceaan. Hij vertelde me dat zijn aanvankelijke verdenkingen voortkwamen uit het feit dat hij niet genoeg wist over coronavirussen. Zijn gebruik van de term ʻflauwekul-theorieën,ʼ zei hij, was deels een verwijzing naar een artikel dat destijds de ronde deed en waarin werd beweerd dat SARS-CoV-2 was gemanipuleerd met genetische inserts van H.I.V. Hij had zijn eigen optreden in eerdere discussies ook flauwekul genoemd, zei hij, omdat zijn vermoedens over virale manipulatie niet breed werden gedeeld. ʻIk denk dat er mensen waren die dachten dat ik een idioot was, alleen maar omdat ik suggereerde dat het uit een laboratorium afkomstig zou kunnen zijn.ʼ

Naarmate de pandemie vorderde, was niet iedereen overtuigd van een natuurlijke oorsprong. Voor een zoönotische transmissie moet waarschijnlijk een tussendier, tussen vleermuizen en mensen, nodig zijn geweest, maar zoʼn soort is nog niet geïdentificeerd. Aanvankelijk leek de Huanan-markt in Wuhan, waar vis, producten en vlees werden verkocht, de bron van SARS-CoV-2 te zijn. Bijna een derde van de honderdvierenzeventig vroegst bekende gevallen kon in verband worden gebracht met de markt. Maar bij patient zero was dat waarschijnlijk niet zo. Volgens Chinese functionarissen was hij een boekhouder van middelbare leeftijd met de achternaam Chen, die op 8 december symptomen kreeg en meestal boodschappen deed in een supermarkt aan de overkant van de rivier. In mei 2020 zei George Fu Gao, de directeur van het Chinese Center for Disease Control and Prevention: ʻEerst gingen we ervan uit dat de vismarkt de bron van het virus zou kunnen zijn, maar nu is het waarschijnlijker dat de markt zelf een slachtoffer was. Het nieuwe coronavirus bestond al veel eerder.ʼ

Onder de sceptici – gerenommeerde wetenschappers, maar ook amateur-speurneuzen, onder wie een aantal QAnon-complottheoretici – kreeg een andere theorie vorm. Wuhan is de thuisbasis van het Wuhan Institute of Virology (W.I.V.), dat sinds de eerste SARS-epidemie een van de grootste verzamelingen vleermuis-coronavirussen ter wereld heeft opgebouwd; in de laboratoria liggen zoʼn negentienduizend monsters opgeslagen. De wetenschappers van het W.I.V. hebben nauw samengewerkt met internationale teams van virusjagers, gepubliceerd in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften en honderdduizenden dollars aan onderzoekssubsidies ontvangen van de Amerikaanse regering. Het W.I.V. werkt ook vaak samen met het Wuhan Center for Disease Control and Prevention, dat in de herfst van 2019 zijn lab heeft verhuisd naar een nieuwe locatie in de buurt van de Huanan-markt.

Eind 2020 begonnen zich indirecte bewijzen op te stapelen die een nieuw verhaal ondersteunden, namelijk dat de pandemie het gevolg zou kunnen zijn van een laboratoriumongeluk in Wuhan. Online datasets van het W.I.V. waren verdwenen, informatie over een eerdere uitbraak was weggelaten en onderzoekers van het W.I.V. waren bezig met experimenten met gemanipuleerde virussen. Zelfs Andersen erkende dat het opduiken van het virus in Wuhan ʻeen krankzinnig toevalʼ was. In mei 2021 publiceerde een groep vooraanstaande wetenschappers een brief in Science, waarin werd opgeroepen tot een onderzoek naar de oorsprong dat de hypothese van een lablek serieus zou nemen. Vervolgens doken er berichten op, afkomstig van Amerikaanse inlichtingenbronnen, dat drie W.I.V.-onderzoekers in november 2019 ziek waren geworden met COVID-19-achtige symptomen, en ziekenhuiszorg nodig hadden gehad.

In reactie daarop riep president Biden op tot een onderzoek naar de oorsprong van de pandemie. ʻIk heb de inlichtingengemeenschap gevraagd de inspanningen te verdubbelen om informatie te verzamelen en te analyseren die ons dichter bij een definitieve conclusie kan brengen,ʼ zei hij. Het National Counterproliferation Center, dat tot taak heeft de verspreiding van massavernietigingswapens te voorkomen, werd ingeschakeld om deze inspanningen te vergemakkelijken. Volgens een niet-geclassificeerde samenvatting van de bevindingen van het onderzoek, vrijgegeven in augustus, was het virus niet ontwikkeld als een biologisch wapen, werden Chinese functionarissen overvallen door de plotselinge opkomst ervan, en werden mensen al in november 2019 geïnfecteerd, ʻmet de eerste bekende cluster van COVID-19-gevallen in Wuhan, China, in december.ʼ Voor het overige waren alle instanties het erover eens dat twee oorsprongshypothesen ʻplausibelʼ bleven: een ʻnatuurlijke blootstelling aan een besmet dier en een laboratorium-incident.ʼ

In het voorjaar van 2012 kregen zes mannen, die guano van vleermuizen uit een verlaten kopermijn bij de stad Tongguan in de provincie Yunnan moesten verwijderen, een ernstige ademhalingsziekte. Ze werden opgenomen in een universitair ziekenhuis in Kunming, dat bloedmonsters van vier van de mannen naar het laboratorium van Shi Zhengli stuurde, het hoofd van het Centrum voor Opkomende Infectieziekten van het W.I.V. Shi is Chinaʼs meest bekende onderzoeker van vleermuis-coronavirussen. Jaren eerder behoorde zij tot het internationale team dat ontdekte dat hoefijzervleermuizen als reservoir dienen voor een groot aantal SARS-gerelateerde virussen. Haar laboratorium testte het serum van de werknemers op mogelijke zoönotische ziekteverwekkers die Shi en anderen eerder hadden ontdekt. Alles was negatief. Drie van de mannen stierven.

Tussen 2012 en 2015 reisden Shi en haar team regelmatig naar de Tongguan-mijn, zoʼn vijftienhonderd kilometer van Wuhan. ʼs Avonds hingen de onderzoekers een mistnet op aan een ingang van de mijnschacht en wachtten ze op de schemering, wanneer de vleermuizen naar buiten vliegen om te eten. Keel- en fecale uitstrijkjes werden verzameld bij zes verschillende soorten hoefijzer- en vespervleermuizen. Uiteindelijk bracht Shiʼs team ruim dertienhonderd monsters mee terug naar het lab.

In 2016 publiceerden Shi en haar collegaʼs een artikel over dit werk, waarin ze constateerden dat veel van de vleermuizen waren geïnfecteerd door twee of meer verschillende coronavirussen tegelijkertijd. Omdat de vleermuizen in steeds wisselende kolonies leven, circuleren de virussen eindeloos, zelfs tussen diverse soorten, waardoor verschillende virussen kunnen recombineren en nieuwe coronavirusstammen kunnen ontstaan: een evolutionair bacchanaal. Uiteindelijk zou Shiʼs laboratorium een sequentie bepalen van een deel van alle negen SARS-gerelateerde coronavirussen die in monsters van de Tongguan-mijn waren aangetroffen.

Drie jaar later, in de laatste dagen van 2019, ontving Shi monsters van zeven patiënten die ziek waren geworden als gevolg van een nieuw virus dat Wuhan stilletjes teisterde. Toen Shi de sequentie van het virus, SARS-CoV-2, had bepaald, speurde ze de W.I.V.-databases af op zoek naar aanwijzingen voor een genetische match. Volgens een artikel dat zij en haar collegaʼs in februari 2020 in Nature publiceerden, was het dichtstbijzijnde familielid dat ze vond een vleermuiscoronavirus dat voor 96 procent hetzelfde was als SARS-CoV-2. Ze noemde het RaTG13. ʻRaʼ staat voor de vleermuissoort, Rhinolophus affinis, een hoefijzervleermuis; ʻTGʼ staat voor de plaats, Tongguan; en ʻ13ʼ is het jaar waarin het werd ontdekt, 2013.

Binnen een paar maanden ontdekte een echtpaar van wetenschappers in India, Monali Rahalkar en Rahul Bahulikar, een verrassende link – die Shi in haar artikel had verzuimd op te merken. In een online geplaatst preprint tijdschriftartikel stelden ze dat, volgens hun genetische analyse, RaTG13 ʻ100% overeenkomstigʼ leek met een nieuw SARS-achtig coronavirusmonster dat Shi had beschreven in haar artikel uit 2016 over de verlaten mijnschacht, onder een andere naam: RaBtCoV/4991. Vreemd genoeg werden in geen van Shiʼs artikelen de zieke arbeiders genoemd die de wetenschappers in de eerste plaats naar de verlaten mijnschacht hadden geleid.

Een Twitter-gebruiker met de naam @TheSeeker268 mailde Rahalkar en Bahulikar een link naar een masterscriptie uit 2013 over de ziekte van de zes arbeiders. De auteur, een medisch student aan de Kunming Medical University, schreef dat de zes patiënten waren behandeld met antivirale middelen, antibiotica en antischimmelmiddelen – vergelijkbaar met behandelingen voor COVID-19. Een vooraanstaand longarts consulteerde twee van de patiënten op afstand, en diagnosticeerde bij hen een longontsteking, vermoedelijk van virale oorsprong, plus een mogelijke secundaire schimmelinfectie. De medische student concludeerde dat de longontstekingen waarschijnlijk waren veroorzaakt door SARS-achtige coronavirussen die afkomstig waren van de hoefijzervleermuizen in de mijn. Een hoofdstuk uit een ander proefschrift uit 2016 (eveneens ontdekt door @TheSeeker268) van een student die onder supervisie stond van Gao, Chinaʼs C.D.C.-directeur, stelde dat bloedmonsters van vier van de patiënten, die door het W.I.V. waren getest, antilichamen hadden tegen SARS-gerelateerde coronavirussen, wat wijst op een eerdere infectie.

Nadat deze bevindingen waren vrijgegeven, publiceerde Nature een addendum bij Shiʼs RaTG13-artikel waarin de link met de mijn werd erkend. Shi verduidelijkte dat haar lab RaTG13 pas in 2018 volledig had gesequenced, nadat ʻde technologie en de mogelijkheden in ons laboratorium waren verbeterd.ʼ Ze gaf ook details over de tests die haar lab had uitgevoerd op de serummonsters van de werknemers, en verklaarde dat het lab de monsters onlangs opnieuw had getest, dit keer op SARS-CoV-2. Die tests waren negatief. Ze zei ook dat er geen antilichamen tegen een SARS-achtig coronavirus waren gevonden.

De werknemers waren dus niet besmet met SARS-CoV-2, anders hadden we nu COVID-12 en niet COVID-19 gehad. Maar bij sommige wetenschappers riep het gebrek aan transparantie vragen op. Van laboratoria zoals het W.I.V. wordt verwacht dat zij de wereld waarschuwen voor virussen die een bedreiging kunnen vormen. In Tongguan had een mini-uitbraak plaatsgevonden van een levensbedreigende ziekte, die op SARS leek maar het niet was, in een mijn die vol zat met SARS-achtige vleermuis-coronavirussen. Het Wuhan Institute of Virology zei niets over de besmette werknemers, zelfs niet toen hun gevallen rechtstreekse relevantie hadden voor de pandemie, tot het moment waarop onafhankelijke onderzoekers het verband hadden vastgesteld.

@TheSeeker268 is lid van DRASTIC, oftewel Decentralized Radical Autonomous Search Team Investigating COVID-19, dat zich op Twitter heeft gevormd en tot de meest agressieve pleitbezorgers van de lablek-theorie behoort. (Rahalkar en Bahulikar zijn ook losjes verbonden met de groep.) In een tweet over de W.I.V.-onderzoekers en de Tongguan-mijn, schreef @TheSeeker268: ʻIn een notendop: Ze zijn niet openhartig geweest over hun reizen naar de mijn, het motief achter hun reizen, & alle CoVs die ze hebben verzameld.ʼ

Shi heeft ten stelligste ontkend dat ze iets over de Tongguan-mijn heeft proberen te verzwijgen. ʻIk heb zojuist de masterscriptie van de student van de Kunming Hospital University gedownload en gelezen,ʼ zei Shi tegen de BBC. ʻDe conclusie is gebaseerd op bewijs noch op logica. Maar het wordt gebruikt door complottheoretici die aan mij twijfelen.ʼ In plaats daarvan, zei ze vorig jaar in een interview met Scientific American, was een schimmel de ziekteverwekker die de mijnwerkers ziek had gemaakt. ʻDe grot was bezaaid met vleermuis-guano, bedekt met schimmel,ʼ zei Shi. Schimmelinfecties zijn zeker een risico voor speleologen. Maar ze zijn ook een veel voorkomende secundaire infectie bij longontsteking, zoals gezien bij sommige COVID-19-patiënten.

Linfa Wang, directeur van het Programme in Emerging Infectious Diseases aan de Duke-N.U.S. Medical School in Singapore, is een van ʼs werelds meest vooraanstaande vleermuisvirusdeskundigen, en heeft vaak met Shi samengewerkt. Hij had geholpen bij de analyse van de monsters die in 2012 bij de werknemers waren verzameld, en verwierp beschuldigingen dat Shi gegevens geheim had gehouden. ʻWe wilden bewijzen dat een coronavirus de sterfgevallen had veroorzaakt,ʼ vertelde Wang aan Science. ʻAls we hadden kunnen bewijzen dat een ander SARS-achtig virus bij mensen in China aanwezig was, zou dat wetenschappelijk briljant zijn geweest.ʼ

DRASTIC legde ook een ander mysterie bloot dat verband hield met het W.I.V. In september 2019 werd, volgens webpaginaʼs die DRASTIC archiveerde, een W.I.V.-database die ooit publiekelijk toegankelijk was, ontoegankelijk gemaakt. Deze database bevatte gegevens over ruwweg 22.000 monsters, waaronder vermoedelijk de sequenties uit Tongguan. Op een vraag van de BBC zei Shi dat het W.I.V. ʻniets te verbergen had,ʼ en dat de website en de e-mailaccounts van het personeel ʻwaren aangevallen,ʼ zodat de database ʻom veiligheidsredenen offline was gehaald.ʼ De gegevens zijn nog steeds niet beschikbaar gesteld.

Er zijn twaalfhonderd verschillende mutaties tussen de genomen van RaTG13 en SARS-CoV-2 – variaties die de rommeligheid van de evolutie aantonen. Het aantal en de spreiding van deze mutaties zijn te groot om RaTG13 als de directe voorouder van SARS-CoV-2 te kunnen beschouwen; beide virussen zijn minstens twintig jaar geleden van een gemeenschappelijke voorouder afgesplitst. Maar de genetische nabijheid betekent wel dat ʻwe moeten zoeken naar de voorouders van SARS-CoV-2 op plaatsen waar verwanten zoals RaTG13 worden aangetroffen,ʼ vertelde Jesse Bloom, een evolutiebioloog aan het Fred Hutchinson Cancer Research Center, mij in september. ʻOp dit moment is bekend dat de meest nabije verwanten van SARS-CoV-2 op twee plaatsen aanwezig waren: in vleermuisgrotten in Yunnan, en in het Wuhan Institute of Virology.ʼ

Afgezien van de geografie heeft de aard van de experimenten die door het W.I.V. en zijn partners zijn ondernomen, tot bezorgdheid geleid. In 2015 was Shi co-auteur van een baanbrekende studie, in Nature, met Ralph Baric, een coronavirus-deskundige aan de Universiteit van North Carolina. Met gebruikmaking van een nieuw soort genetische technologie onderzocht Baric welke virale structuren een coronavirus het vermogen konden geven om mensen te infecteren. Het werk omvatte het samenstellen van wat bekend staat als een chimeer virus, genoemd naar het mythische beest waarvan de onderdelen afkomstig zijn van verschillende dieren; in dit geval werd een gemodificeerde kloon van SARS gecombineerd met een spike-eiwit afkomstig van een van de vleermuis-coronavirussen die Shi in Yunnan had ontdekt.

Het onderzoek vond plaats in een moeilijke periode voor virologen. Vier jaar eerder had een Nederlandse wetenschapper, Ron Fouchier, besloten te onderzoeken of hij het dodelijke vogelgriepvirus H5N1 besmettelijker kon maken. Nadat hij er niet in was geslaagd het virus genetisch te modificeren, paste Fouchier een klassieke methode toe: hij liet het virus herhaaldelijk passeren door levende fretten, teneinde het virus te dwingen in zijn nieuwe gastheer te evolueren. Na tien rondes was het gelukt. Hij had in zijn laboratorium een ziekteverwekker gecreëerd die klaar was om een pandemie te veroorzaken.

Het experiment, dat een type onderzoek behelsde dat bekend staat als ʻgain-of-function,ʼ veroorzaakte onrust. Er kwamen bijeenkomsten op hoog niveau, opiniestukken en rapporten waarin dergelijk werk werd afgekeurd, omdat het zeer riskant was en niet zo waardevol. In 2014 gelastte president Barack Obama een pauze in het ʻgain-of-functionʼ-onderzoek naar griep, SARS en MERS, totdat er een nieuw soort toezicht kon worden gecreëerd. Baric zat echter midden in zijn chimeer-virusexperiment. Hij diende een verzoekschrift in bij de bioveiligheidsraad van de N.I.H., die hem en andere onderzoekers een vrijstelling verleende.

Toen Baric het chimeer virus testte in een cultuur van menselijke luchtwegcellen, bleek het spike-eiwit zich te kunnen binden aan de celreceptor ACE2, wat erop duidde dat het virus klaar was om van soort op soort over te springen. In levende muizen leidde het virus tot ziekte. Gezien dit onverwachte resultaat, zo concludeerde Baric, ʻzouden wetenschappelijke beoordelingspanels soortgelijke studies naar chimere virussen op basis van circulerende stammen wel eens te riskant kunnen vinden om voort te zetten.ʼ

Dat is niet gebeurd. Barics experimenten, waarvan de N.I.H. had vastgesteld dat ze geen ʻgain-of-functionʼ-onderzoek behelsten, werden voortgezet aan de universiteit van Noord-Carolina. Shiʼs lab ontwikkelde haar eigen platform om chimere virussen te maken. Ze kruiste een ander vleermuis-coronavirus uit Yunnan – WIV1 genaamd – met klonen van diverse nieuwe spike-eiwitten, en testte haar creatie in gehumaniseerde muizen. De virussen vermenigvuldigden zich snel. Eén ervan deed de muizen vermageren, een teken van ernstige pathogenese. Wat dit werk bijzonder riskant maakte, was dat van WIV1 reeds bekend was dat het potentieel gevaarlijk was voor de mens. Baric zelf had dit duidelijk gemaakt in een studie uit 2016 met de titel ʻSARS-Like WIV1-CoV Poised for Human Emergence.ʼ

Sommige van deze experimenten op het W.I.V. werden gefinancierd door de Amerikaanse overheid, aldus de gepubliceerde artikelen van Shi, de door de N.I.H. gefinancierde subsidieaanvragen en voortgangsrapporten verkregen door The Intercept. In 2014 heeft de N.I.H. een in New York gevestigde nonprofit, genaamd de EcoHealth Alliance, een vijfjarige subsidie van 3,7 miljoen dollar toegekend, waarvan een deel – ongeveer zeshonderdduizend dollar – naar het W.I.V. ging. Fauci en de N.I.H. hebben steeds volgehouden dat het werk van het W.I.V., net als dat van Baric, niet gold als ʻgain-of-functionʼ-onderzoek, en dus niet in strijd was met het tijdelijke verbod uit het Obama-tijdperk. (De regering-Trump hief dit verbod in 2017 op, nadat drie jaar van workshops en beraadslagingen binnen meerdere agentschappen hadden geresulteerd in een nieuw systeem van toezicht). ʻMisleid mensen niet door te zeggen dat we dit jarenlang niet serieus hebben genomen,ʼ zei Fauci tegen me, met stemverheffing. ʻVolgens onze definitie was het geen “gain-of-function,” punt uit. Als die definitie je niet bevalt, moeten we haar veranderen.ʼ

De afgelopen maanden hebben degenen die sceptisch zijn over een natuurlijke oorsprong van het virus gewezen op het feit dat Shi haar chimere virus-experimenten uitvoerde in een lab met bioveiligheidsniveau 2, dat vergeleken met bioveiligheidsniveau 3 niet dezelfde voorzorgsmaatregelen vergt, zoals een volledige P.P.E., medisch toezicht voor onderzoekers, verplichte bioveiligheidssluizen, een gecontroleerde luchtstroom en twee sets zelfsluitende, vergrendelde deuren (Shi voerde wel experimenten met levende dieren uit in een BSL3-lab in een andere faciliteit). Omdat ze werkten met nieuwe vleermuisvirussen en niet met virussen waarvan bekend is dat ze mensen rechtstreeks infecteren, was het lage bioveiligheidsniveau in overeenstemming met de Chinese wetgeving. Maar Susan Weiss, een deskundige op het gebied van coronavirussen aan de medische faculteit van de universiteit van Pennsylvania, die samen met Andersen en anderen een recent artikel heeft geschreven waarin het bewijs voor een natuurlijke oorsprong wordt geschetst, was verbaasd toen ik haar vertelde dat zij in BSL2-lab hadden gewerkt. ʻDat is geen goed idee,ʼ zei ze.

Toch heeft niets van Shiʼs gedocumenteerde werk aan chimere virussen geleid tot de creatie van SARS-CoV-2. (ʻAls je probeert te zeggen dat dat specifieke experiment geleid zou kunnen hebben tot SARS-CoV-2, dan is dat volstrekt onmogelijk,ʼ aldus Fauci). De chimere virussen die het W.I.V. heeft ontwikkeld, staan ver van SARS-CoV-2 in de coronavirus-stamboom. Volgens Shi heeft het W.I.V. slechts drie nieuwe coronavirussen uit hun negentienduizend monsters geïsoleerd en in cultuur gebracht. Wat dit deel van haar werk echter aantoont, is de hoge risicotolerantie. ʻZe speelden in wezen Russische roulette met het virus dat door een van de grootste experts van de wereld was bestempeld als klaar voor de mens,ʼ aldus David Relman, een microbioloog aan Stanford. ʻHet gaat om de bereidheid om het te manipuleren zonder de nodige zorg te betrachten.ʼ

In januari vorig jaar zond de Wereldgezondheidsorganisatie een team van internationale wetenschappers naar Wuhan om de eerste fase van een zoektocht naar de oorsprong van SARS-CoV-2 uit te voeren. In het in maart gepubliceerde rapport van de groep werd een zoönotische transmissie van het virus – van een vleermuis, via een tussendier, naar een mens – als de meest waarschijnlijke herkomstroute aangemerkt. Een laboratoriumincident werd als ʻuiterst onwaarschijnlijkʼ bestempeld, en in het rapport werden slechts drie van de ruim honderd bladzijden aan deze theorie gewijd. Zoals Andersen vaak zegt wanneer hij het bewijsmateriaal overziet: ʻAlles is mogelijk, maar ik ben alleen geïnteresseerd in wat aannemelijk is.ʼ

In de eerste plaats heeft een natuurlijke oorsprong een historische precedent. SARS is in november 2002 van vleermuizen overgegaan op civetkatten op een markt in een stad. MERS, dat in 2012 in Saoedi-Arabië opdook, sprong van vleermuizen via kamelen over op mensen. De civetkat werd binnen vier maanden na de uitbraak geïdentificeerd als de meest waarschijnlijke bron van SARS; de kamelen werden binnen negen maanden na MERS als zodanig geïdentificeerd. En toch is het tussendier van SARS-CoV-2 – een van de weinige dingen die op dit moment definitief zouden kunnen bewijzen dat het virus niet uit de laboratoria in Wuhan afkomstig is – nog niet gevonden. Een dergelijke ontdekking wordt ook steeds onwaarschijnlijker. Zoals leden van de W.H.O.-missie in augustus in een brief aan Nature schreven: ʻHet venster sluit zich snel op de biologische haalbaarheid van het uitvoeren van de kritische traceerbaarheid van mensen en dieren binnen en buiten China.ʼ

Een van de leden van het W.H.O.-team was Peter Daszak, president van de EcoHealth Alliance, die zich inzet om de opkomst van besmettelijke ziekten tegen te gaan. Sinds de eerste uitbraak van SARS is hij een van de naaste partners van het W.I.V., die de subcontracten met de N.I.H. faciliteert, en uitgebreid met Shi en haar team in het veld samenwerkt. Hij heeft Shi altijd gesteund en iedere suggestie van een labongeluk een complottheorie genoemd. ʻHet probleem met de hypothese dat het virus in het lab is vrijgekomen, is dat die afhankelijk is van één belangrijk punt: dat het virus in het lab aanwezig was voordat het naar buiten kwam. Maar ik weet dat het virus niet in het lab was.ʼ

Daszak, een ziekte-ecoloog met veel publicaties op zijn naam, weet ook dat de diversiteit van virussen in de natuur vrijwel onbeperkt is. Onlangs hebben hij en andere EcoHealth wetenschappers een model gebouwd dat analyseert hoe vaak coronavirussen in Zuid-China en Zuidoost-Azië van vleermuizen naar mensen kunnen overspringen. Zij schoven kaarten van menselijke populaties over de leefgebieden van alle drieëntwintig vleermuissoorten waarvan bekend is dat ze SARS-gerelateerde coronavirussen herbergen. Op basis van gegevens over het contact tussen vleermuizen en mensen, en over de aanwezigheid van antilichamen, schatten zij dat jaarlijks ongeveer vierhonderdduizend mensen besmet kunnen raken met SARS-gerelateerde coronavirussen. ʻMensen worden er elk jaar aan blootgesteld,ʼ vertelde Daszak me. ʻZe weten het misschien niet, maar ze kunnen zelfs ziek worden en sterven.ʼ

Met andere woorden: het overspringen van virussen komt veel vaker voor dan wie dan ook zich realiseert. Mensen worden blootgesteld aan vleermuizen wanneer ze in grotten schuilen, vleermuis-guano oogsten – ʼs werelds beste meststof – en vleermuizen jagen, slachten en opeten, wat een goed gedocumenteerde praktijk is in verschillende delen van de regio. ʻDeze kleine dorpen liggen aan de rand van verdwijnende bossen,ʼ aldus Kendra Phelps, een vleermuisbioloog bij de EcoHealth Alliance en een co-auteur van de recente studie. ʻIn die bossen leven dicht opeengepakt wilde dieren, die supergestresst zijn door zaken als oprukkende palmolie- en rijstmonoculturen.ʼ Gestreste dieren hebben (net als wij) meer kans om ziek te worden en virussen te verspreiden.

Vóór de pandemie promootte president Xi Jinping het kweken van wilde dieren als een middel om de armoede te verlichten, en de sector, die grotendeels ongereguleerd was, verschafte werk aan meer dan veertien miljoen mensen. ʻEr is een ongelooflijk netwerk van mensen die betrokken zijn bij het fokken en kweken van dieren, en het uitproberen van nieuwe ideeën,ʼ vertelde Daszak me vorig jaar. ʻHet is ondernemend, het is chaotisch, het is het soort boerderijen dat half uit elkaar valt, met diverse soorten erin.ʼ In het W.H.O.-rapport stond dat sommige leveranciers van wild vlees aan Wuhan in het zuiden van China gevestigd waren, waar vooral hoefijzervleermuizen verblijven die SARS-achtige coronavirussen bij zich dragen. Misschien is het virus daar van vleermuizen op andere dieren overgesprongen en zijn de zieke dieren naar Wuhan gebracht, waar ze werden verkocht op de Huanan-markt en op de drie andere bekende markten voor levende dieren in de stad. ʻDe grote gemiste kans,ʼ zei Andersen, ʻwas het testen van potentiële reservoirs en tussengastheren op deze markten, niet alleen op de markt van Huanan, maar in heel Wuhan, evenals op de verder weg gelegen boerderijen waar deze dieren vandaan kwamen, wat, voor zover ik weet, officieel niet is gebeurd.ʼ

De Chinese regering heeft de Huanan-markt op 1 januari 2020 gesloten en gezuiverd, waarmee in feite een plaats delict werd vernietigd. Chinaʼs ambtenaren vertelden de W.H.O.-onderzoekers dat daar geen levende zoogdieren werden verkocht – een standpunt dat zij nog steeds innemen. Maar een viroloog van de Hubei Universiteit voor Traditionele Chinese Geneeskunde had, zo schreef hij, ʻbij toevalʼ maandelijkse onderzoeken uitgevoerd om de bron van een ernstige door teken overgebrachte ziekte te identificeren. In juni publiceerde hij een studie met documenten waaruit blijkt dat in de twee jaar vóór het uitbreken van SARS-CoV-2 bijna vijftigduizend levende dieren van achtendertig wilde soorten – waarvan nu bekend is dat vele vatbaar zijn voor SARS-CoV-2 – op markten in Wuhan, waaronder die van Huanan, verkocht en geslacht zijn.

In februari 2020 verbood China de handel in en de consumptie van levende wilde dieren. Tienduizenden boerderijen in het hele land werden gesloten. Een boer in Yunnan zei dat de regering zijn handel in bamboeratten had opgekocht en de dieren hadden gedood. Chinese functionarissen hebben niet meegedeeld in hoeverre zij de boerderijdieren en de arbeiders vóór deze massaslachting hebben getest. Dit zorgt ervoor dat ʻieder bewijs voor de vroege verspreiding van het coronavirus steeds moeilijker te vinden zal zijn,ʼ merkte de W.H.O.-missie in haar rapport op. Chinese functionarissen vertelden de W.H.O. dat hun wetenschappers ruim tachtigduizend monsters van vee, pluimvee en wilde dieren uit 31 provincies hebben getest, die zowel vóór als na de uitbraak waren verzameld, maar dat ze geen bewijs van SARS-CoV-2 hebben gevonden.

Het meest verhandelde dier ter wereld, het schubdier, werd aanvankelijk beschouwd als een mogelijke kanshebber in de zoektocht naar tussendieren, niet omdat ze op de Huanan-markt werden verkocht, maar omdat begin 2020 weefselmonsters van een groep schubdieren – in beslag genomen bij smokkelaars aan de zuidgrens van China – positief werden bevonden op een coronavirus. Er zijn coronavirussen voor allerlei soorten dieren, maar dit virus was vreemd. Een deel van zijn spike-eiwit kon zich sterker aan menselijk ACE2 binden dan dat van SARS-CoV-2. In februari 2020 had Andersen argwaan gekregen over de ACE2-bindingskracht van SARS-CoV-2. De ontdekking van het schubdier-coronavirus hielp hem van gedachten te veranderen. Als het schubdier een coronavirus had ontwikkeld dat zich op natuurlijke wijze aan ACE2 kon binden, dan had SARS-CoV-2 ook op natuurlijke wijze zoʼn eigenschap kunnen ontwikkelen. (De rest van het schubdier-coronavirus was te verschillend van SARS-CoV-2 om de bron te kunnen zijn).

Sindsdien zijn nauwe verwanten van SARS-CoV-2 geïdentificeerd in China, Thailand, Cambodja en Japan. Maar de meest significante bevinding die een natuurlijke oorsprong ondersteunt, werd in september wereldkundig gemaakt. Wetenschappers in Laos – net ten zuiden van de grens met Yunnan – hebben een coronavirus bij een hoefijzervleermuis gevonden dat genetisch dichter bij SARS-CoV-2 staat dan het virus uit de Tongguan-mijn. Het zou zich ergens in het afgelopen decennium van een gemeenschappelijke voorouder met SARS-CoV-2 kunnen hebben afgesplitst. Alarmerend is dat hun spikes identiek zijn en zich met dezelfde efficiëntie aan menselijke ACE2-receptoren binden. De ontdekking ʻblaast veel van de belangrijkste lablek-argumenten over het speciale karakter van Yunnan volledig weg,ʼ aldus Andersen. ʻDit soort virussen is veel wijder verspreid dan we ons aanvankelijk realiseerden.ʼ

Bloom betwijfelde de betekenis van de ontdekkingen in Laos. ʻIk denk niet dat het ons precies vertelt hoe deze virussen in Wuhan terecht zijn gekomen,ʼ zei hij. Maar Chinaʼs handel in wilde dieren zou zowel een incubator als een transmissiesysteem geweest kunnen zijn voor een virus als SARS-CoV-2, dat niet zozeer aangepast bleek te zijn aan mensen, maar aan zoogdieren in het algemeen. Hoestende tijgers in de Bronx Zoo testten positief op COVID-19, en daarna acht gorillaʼs in de dierentuin van San Diego. Witstaartherten hebben antilichamen tegen SARS-CoV-2. In Nederland heeft het virus nertsfokkerijen verwoest, waarbij achtenzestig procent van de werknemers besmet raakte en de bonthandel in het land voorgoed werd stopgezet. China is de grootste bontproducent ter wereld. Kunnen nertsenfokkerijen het probleem zijn geweest? Wasbeerhonden, een andere bron van bont en exotisch vlees in China, zijn vatbaar voor het virus. ʻWe hebben gezien dat dit virus op allerlei dieren is overgesprongen zonder aanpassing, zonder evolutie,ʼ zei Andersen. ʻHet is een generalist. Dat moest ook wel, anders had het waarschijnlijk geen pandemie kunnen veroorzaken. Het is een uniek beest.ʼ

Op 21 september publiceerde DRASTIC een opzienbarende nieuwe onthulling. In 2018 had Daszak, bij EcoHealth Alliance, in samenwerking met Shi, Baric en Wang, een subsidieaanvraag van 14,2 miljoen dollar ingediend bij het Amerikaanse Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA). De aanvraag – die werd onthuld door een anonieme klokkenluider – beschreef een ambitieus plan om het risico van de transmissie van nieuwe SARS-gerelateerde vleermuis-coronavirussen te identificeren, te modelleren en te testen, en vervolgens vaccins te ontwikkelen voor de hoefijzervleermuizen zelf, om te voorkomen dat de virussen zouden overspringen op andere dieren of mensen. Wat opviel was hun plan om ʻmens-specifiekeʼ furinesplitsingsplaatsen in SARS-achtige vleermuiscoronavirussen in te bouwen. De furinesplitsingsplaats is het meest onderscheidende kenmerk van SARS-CoV-2. Het is ʻde magische saus van dit virus,ʼ zei Michael Worobey, een evolutiebioloog aan de Universiteit van Arizona, onlangs. ʻOf het nu natuurlijk is of genetisch gemodificeerd, dit is waarom dit virus circuleert onder mensen.ʼ

Voordat SARS-CoV-2 opdook, duidde onderzoek erop dat een furinesplitsingsplaats de reeks gastheersoorten die een virus met succes kan infecteren verbreedt, en zijn besmettelijkheid verhoogt (een hypothese die door de pandemie is bevestigd). Opdat een coronavirus een cel kan binnendringen, moet zijn spike een fragiele metamorfose ondergaan, waarbij hij in twee stukken wordt gesneden. Pas dan kan het virus met het membraan van de gastheercel versmelten en zijn genetisch materiaal, of RNA, loslaten. Een virus met een furinesplitsingsplaats kan gebruik maken van furine bij de gastheer – een enzym dat in het menselijk lichaam gemakkelijk wordt aangemaakt – om zijn spike snel in tweeën te snijden. Worobey zei dat dit het virus ʻals het ware op een haarspeld zet, zodat het, zodra het zich aan de cel bindt, kan binnendringen en zeer effectief kan zijn.ʼ

In de DARPA-aanvraag stond dat de wetenschappers furinesplitsingsplaatsen zouden introduceren in laboratoriumversies van SARS-gerelateerde coronavirussen, die afkomstig waren van vleermuizen in Yunnan. Zij waren van plan om elk jaar de volledige sequentie te ontrafelen van drie tot vijf nieuwe vleermuisvirussen, en er klonen van te genereren. Daarna zouden ze de gemuteerde virussen testen in menselijke ademhalingscellen, en mogelijk in gehumaniseerde muizen. ʻDit beschrijft werk in de zin van “Laten we nieuwe virussen gaan ontdekken”,ʼ aldus Andersen, ʻen dingen doen zoals furinesplitsingsplaatsen. Dus dat is waarom dit relevant is voor het bredere gesprek.ʼ

SARS-CoV-2 is het enige virus waarvan bekend is dat het een furinesplitsingsplaats bezit in zijn tak van de coronavirusstamboom. ʻWe weten nu dat er vleermuiscoronavirussen van volledige lengte bestaan die vergelijkbaar zijn met SARS-CoV-2 en die goed binden aan het menselijke ACE2,ʼ zei Bloom, verwijzend naar de Laos-virussen, ʻmaar die alleen de furinesplitsingsplaats ontberen.ʼ Het W.I.V. verzamelde ieder jaar veel virussen. Stel dat onderzoekers een virus hadden gevonden dat nóg meer leek op SARS-CoV-2, met dezelfde bindingsaffiniteit voor menselijk ACE2, en vervolgens in het lab een furinesplitsingsplaats hadden geplaatst in een kloon van dat virus? Dergelijk werk had rechtstreeks tot het ontstaan van SARS-CoV-2 kunnen leiden. ʻEen nieuwe furinesplitsingsplaats zou het extra ingrediënt geweest kunnen zijn voor een natuurlijk virus om over te springen van dieren naar mensen en een pandemie te veroorzaken,ʼ twitterde Alina Chan, een postdoc in moleculaire biologie en gentherapie aan het Broad Institute van M.I.T. en Harvard, onlangs. ʻHet kan ook het extra ingrediënt zijn geweest voor een laboratoriumvirus om op een onderzoeker over te springen en ongemerkt het lab te worden uitgedragen.ʼ

Chan is de co-auteur van het onlangs verschenen boek “Viral: The Search for the Origin of COVID-19,” en is sinds de lente van 2020 een van de meest volhardende onderzoekers naar een mogelijk labongeluk. ʻDe vraag moet gesteld worden,ʼ tweette ze, ʻwaarom mensen met kennis van zaken het in januari 2020 niet urgent & belangrijk vonden om de wereld te laten weten dat er onderzoek was gedaan dat mogelijk had kunnen leiden tot het ontstaan van SARS2 in Wuhan.ʼ

De aanvraag werd afgewezen. Een DARPA-projectmanager legde uit dat de ʻvoornaamste sterke punten het ervaren team en de geselecteerde coronavirus-grotten waren, die een hoge prevalentie voor nieuwe vleermuis-coronavirussen laten zien.ʼ Maar, zo werd geschreven, ʻhet team vermeldt of beoordeelt niet de potentiële risicoʼs van Gain of Function (GoF) onderzoek.ʼ Dat wil zeggen: de groep had geen plan voor het geval dat hun experimenten een nieuw, pandemie-klaar virus zouden creëren. Beoordelaars binnen DARPA ʻwaren echt geschoktʼ door de ʻonverantwoordelijkeʼ aard van de aanvraag, en het gebrek aan aandacht voor de risicoʼs die het ʻgain-of-functionʼ-onderzoek met zich mee zou brengen, aldus een functionaris, die niet gemachtigd was om met verslaggevers te spreken.

In het voorjaar van 2020, toen president Donald Trump begon met het promoten van de lablek-theorie, waardoor hij iedere redelijke discussie onmogelijk maakte, vertelde iemand hem dat het W.I.V. gefinancierd werd via de N.I.H.-subsidie van EcoHealth. De N.I.H. trok de subsidie abrupt in. Ik sprak Daszak destijds over de politisering van de wetenschap en hoe het besluit van invloed zou zijn op het vermogen van zijn organisatie om te functioneren. Hij zei dat de samenwerking met het W.I.V. op het gebied van belangrijk werk, dat rechtstreeks verband hield met de ontwikkeling van geneesmiddelen voor COVID-19, het opsporen van de oorsprong van het virus en het voorkomen van een volgende pandemie, hierdoor werd stopgezet. Het betekende volgens hem ook dat de wetenschappers van EcoHealth niet langer toegang zouden hebben tot de gegevens van het W.I.V. ʻHet is iets zeer ingewikkelds,ʼ zei hij over het werk van EcoHealth in China. ʻChinese wetenschappers zullen proberen mijn werk te doen, maar het zal niet hetzelfde werk zijn, en het zal niet het werk zijn dat we nodig hebben om de volgende pandemie echt te kunnen begrijpen.ʼ

Ondanks het feit dat de furinesplitsingsplaatsen het afgelopen anderhalf jaar onderwerp van veel gesprekken zijn geweest, hebben Shi, Baric en Wang nooit publiekelijk vermeld dat zij een aanvraag voor deze experimenten hadden ingediend. Ook Daszak zei, ondanks het feit dat hij deel uitmaakte van de W.H.O.-missie, niets. (ʻAl dat soort furinesplitsingswerk had in North Carolina gedaan moeten worden, niet in het Wuhan Institute of Virology,ʼ aldus een woordvoerder van EcoHealth). Andersen benadrukte dat er geen aanwijzingen zijn dat het in de aanvraag beschreven werk ook daadwerkelijk is verricht. Maar hij voegde eraan toe: ʻIk was eigenlijk nogal ontzet toen ik de aanvraag zag verschijnen. Ik denk dat de in de VS gevestigde onderzoekers die aan deze specifieke subsidieaanvraag hebben meegewerkt, ons een enorm slechte dienst hebben bewezen door deze informatie niet eerder vrij te geven.ʼ (De woordvoerder van EcoHealth vertelde me dat ʻde DARPA-aanvraag geen financiering had gekregenʼ en dat ʻhet beschreven werk nooit is gedaanʼ).

Wang van de Duke-N.U.S. Medical School was de eerste betrokkene bij de DARPA-aanvraag die het plan in het openbaar besprak. Hij nam onlangs met Bloom, Worobey, en Chan deel aan een debat, gehost door Science, dat online werd gelivestreamd. Zowel Bloom als Chan vroeg waarom het bestaan van de aanvraag niet eerder was bekendgemaakt. Wang, die geboren en getogen is in China, Australisch staatsburger is en nu in Singapore woont, zei dat hij niet wist wat ʻde juiste procedure was om informatie vrij te geven over een mislukte DARPA-subsidieaanvraag.ʼ Toen Jon Cohen, een schrijver voor Science en de moderator van het debat, hem onder druk zette over het gebrek aan transparantie, zei Wang dat de furinesplitsingsplaatsen niet zijn deel van de aanvraag waren. ʻVanaf dag één heb ik gezegd dat het technisch mogelijk is om een coronavirus in een laboratorium te ontwikkelen. Maar om SARS-CoV-2 te ontwikkelen, op basis van de bestaande kennis? Dat is onmogelijk.ʼ

Ik heb het altijd vreemd gevonden dat virologen met de huidige technologie niet naar het genoom van SARS-CoV-2 konden kijken om te bepalen of het gemanipuleerd was. Toen ik dit zei tegen een Franse viroloog die coronavirussen bestudeert, zei hij doodgemoedereerd: ʻHet geheim is dat als je maar goed genoeg kijkt, je een piepklein signatuurtje van het Wuhan Institute of Virology kunt zien.ʼ De aanhangers van de lablek-theorie laten het grootste deel van hun betoog berusten op de veronderstelling dat Chinese ambtenaren, het W.I.V. en Shi Zhengli liegen over de virussen die ze hadden en het werk dat ze deden, in een massale doofpotoperatie. De pleitbezorgers van een natuurlijke oorsprong gaan ervan uit dat het W.I.V. alle relevante informatie heeft gedeeld. ʻHet is niet zo dat de wetenschappers niets zouden hebben willen delen,ʼ aldus Relman, die zich heeft onthouden van een standpunt over de vraag naar de oorsprong van SARS-CoV-2. ʻHet punt is dat ze geen toestemming zouden hebben gekregen.ʼ

Aan alle kanten staat er veel op het spel. Vanuit één gezichtspunt is het voor China zelfs nog erger als wordt bewezen dat het virus een natuurlijke oorsprong heeft. Als fokkerijen van wilde dieren verantwoordelijk waren voor de pandemie, zou dat het beleid van president Xi Jinping compromitteren. Als het een laboratoriumlek was, zouden slechts één, of enkele, wetenschappers schuldig zijn aan het ongeluk. Hoe dan ook, het is waarschijnlijk dat de Chinese regering de voorkeur geeft aan een storm van allerlei wilde theorieën, waarbinnen zij hun eigen theorieën kunnen blijven doordrukken: dat Amerikaanse soldaten het virus in oktober 2019 naar Wuhan hebben gebracht tijdens de World Military Games, of dat de Amerikaanse regering het virus heeft gefabriceerd in Fort Detrick, Maryland. Of ze kunnen geïmporteerd diepvriesvoedsel de schuld geven. De complottheorieën vertakken zich van daaruit, in hun eigen evolutionaire boomstructuur.

Zonder méér transparantie van de kant van China zal het moeilijk, zo niet onmogelijk, zijn om de waarheid te achterhalen. Beijing ʻblijft het wereldwijde onderzoek hinderen, verzet zich tegen het delen van informatie en geeft andere landen, waaronder de Verenigde Staten, de schuld,ʼ aldus de inlichtingengemeenschap in de gedeclasseerde samenvatting. ʻDeze acties weerspiegelen deels de onzekerheid van de Chinese regering over waar een onderzoek toe zou kunnen leiden, en deels haar frustratie dat de internationale gemeenschap de kwestie gebruikt om politieke druk uit te oefenen.ʼ President Biden heeft in een verklaring gezegd dat de VS en hun bondgenoten ʻer bij de P.R.C. op zullen blijven aandringen om informatie volledig te delenʼ en mee te werken aan de tweede fase van het onderzoek van de W.H.O., iets wat Beijing tot nu toe geweigerd heeft.

Voorlopig gaat de strijd tussen de twee theorieën verder. Zoals een vriend onlangs tegen me zei: ʻWaarom lijkt het alsof we een kant moeten kiezen?ʼ Beide kampen willen de oorsprong begrijpen om het ontstaan van de volgende pandemie te kunnen voorkomen. Maar er zijn wel enkele accentverschillen.

De aanhangers van de lablek-theorie zijn meer geïnteresseerd in bioveiligheid, transparantie en menselijke hoogmoed. Zij geven blijk van een bewonderenswaardige drang om het geld te volgen, de gecentraliseerde macht omver te werpen, de wetenschappelijke hiërarchie te ondermijnen en het onrecht van onderdrukkende regeringen aan de kaak te stellen. Sommigen zijn haviken op het gebied van het China-beleid. Over het algemeen hebben ze geen veld- of laboratoriumwerk gedaan op het gebied van virussen.

Aan de kant van de pleitbezorgers van een natuurlijke oorsprong hebben de meeste mensen wél het soort veld- en laboratoriumwerk gedaan dat het W.I.V. heeft verricht – en zij staan regelmatig versteld van de eindeloze diversiteit van de natuur. Zij geloven in wetenschappelijke precedenten, maar zien ook onzekerheden die nog moeten worden opgelost. Veel mensen in dit kamp hebben hun carrière gewijd aan natuurbehoud, biodiversiteit en volksgezondheid, en waarschuwen al jaren voor een toekomstige pandemie. Het overspringen van virussen vindt meestal plaats als gevolg van veranderingen in het landgebruik, of als gevolg van het binnendringen van de mens in voorheen wilde streken, wat op zowat de hele planeet gebeurt, maar vooral in gebieden die zich snel ontwikkelen, zoals Zuid-China en Zuidoost-Azië.

Meer dan één viroloog heeft me eraan herinnerd dat de natuur de beste bioterrorist is. Zij is veel creatiever dan de mens. Met genoeg tijd is de evolutie in staat tot alles wat we ons kunnen voorstellen, en alles wat we ons niet kunnen voorstellen. ʻAls je naar een vogelbekdier kijkt, besef je dat dat niet iets is wat iemand zou hebben kunnen ontwerpen, toch?ʼ zei Andersen. ʻOmdat het te absurd is. Het is een beetje een ramp. Maar het werkt best goed.ʼ Het dier bewoont zijn eigen ecologische niche. Sommige van de opmerkelijke kenmerken van SARS-CoV-2, aldus Andersen, maken het tot ʻhet vogelbekdier onder de coronavirussen.ʼ

Toch hebben mensen het speelveld veranderd. Virussen zoönotisch noemen vertroebelt de rol die wij spelen in hun evolutie, of het nu in de wildernis, op een markt of in een lab is. Wat is een ecologische niche als de mens overal de hand in heeft? De duizelingwekkende diversiteit van de natuur omvat ook de menselijke natuur. Op de een of andere manier heeft SARS-CoV-2 zijn ecologische niche in ons gevonden.

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *