Categorieën
Klimaat Politiek

Stel de mens centraal in de strijd tegen de klimaatverandering

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 9 oktober 2020

fotografie: https://www.arunacsekhar.com/

door Aruna Chandrasekhar

Aruna Chandrasekhar is een onafhankelijke journalist uit India. Ze is momenteel verbonden aan het Environmental Change Institute van de universiteit van Oxford.

De dissonantie, de afwezigheid van enige samenhang, is genoeg om mij ertoe te brengen Twitter van mijn telefoon te verwijderen. Misschien is het ʻmedelevensmoeheid,ʼ misschien komt het gewoon doordat het 2020 is. Maar als ik eerlijk ben tegen mezelf, gaat het om een levensgroot verschil in de manier waarop we de klimaatnoodtoestand waarnemen op de verschillende tijdlijnen waar ik gebruik van maak. Op de ene feed wordt iedereen – Amerikaan of niet – gedwongen zich bezig te houden met het klimaatbeleid van beide presidentskandidaten, omdat het electorale lot van de VS onlosmakelijk verbonden is met de toekomst van de planeet. Op de andere feed, afkomstig uit mijn land van herkomst, India, worden veertig nieuwe kolenmijnen in de laatste grote salbossen aangeboden aan iedere bieder die er maar in geïnteresseerd is, terwijl burgerrechtenactivisten uit een ander tijdperk van het milieuactivisme wegkwijnen in de gevangenis, waar hun gezondheid zienderogen verslechtert.

Wij bevinden ons op een keerpunt in de klimaatpolitiek, nu sommige regeringen plannen maken voor een koolstofneutrale toekomst over dertig tot veertig jaar, terwijl andere het komende decennium in willen gaan met toezeggingen die al vijf jaar oud zijn. Intussen hebben de mensen die altijd al de klos zijn geweest te kampen met de gevolgen van onze passiviteit in het hier en nu. We moeten deze twee tijdlijnen op elkaar afstemmen en onze definitie van klimaatrechtvaardigheid verbreden, als we enige mate van gerechtigheid voor de meest kwetsbaren willen bereiken. Maar als we dat willen doen, moeten we accepteren dat de klimaatpolitiek niet meer zo zwart-wit is.

Terwijl ik langs schilderachtige Oxford-huizen loop met Extinction Rebellion-vlaggen voor hun ramen, ben ik bang dat velen van ons met de luidste stemmen – comfortabele activisten in de rijke landen van de wereld – proberen hoop te ontlenen aan klimaatbeloften zonder tanden. Misschien brengt dit sommige regeringen ertoe verdergaande beloftes te doen, maar we weten maar al te goed dat zij alle eerdere doelen hebben gemist, de cijfers hebben gemanipuleerd en weinig respect hebben getoond voor de rechtsstaat. Om de beroemde eis die XR aan regeringen stelt te parafraseren: welke ʻwaarheidʼ verwachten we dan dat ze gaan vertellen?

De westerse klimaatbeweging roept op tot ʻvertrouwen in de wetenschap,ʼ maar ik vraag me af of de overweldigende nadruk daarop onze solidariteit niet misantropischer en a-politieker maakt. Meestal lijkt het makkelijker om je toevlucht te nemen tot grafieken die het voortbestaan van methaan als broeikasgas in de komende twee eeuwen tot in detail weergeven dan de rommeligheid van menselijke relaties of urgente mensenrechtenschendingen aan de orde te stellen. Ik staar naar de breuken in de Kaya identiteit, een formule die de koolstofuitstoot uitdrukt als een product van vier factoren: bbp per hoofd van de bevolking, energie-intensiteit, koolstofintensiteit en bevolkingsdruk. Ik vraag me af of er een breuk is die ik kan gebruiken om te berekenen hoe we de wereld ten goede kunnen keren, nu de stampende laarzen van de anti-wetenschappelijke, extreem-rechtse regeringen ten oosten en ten westen van mij weerklinken. Maar daar bestaat geen makkelijke formule voor.

Toen XR werd besmeurd met het ʻextremismeʼ-label, of toen Priti Patel (de Britse minister van Binnenlandse Zaken) de XR-activisten omschreef als ʻcriminelen,ʼ nadat ze door middel van directe actie publicaties die de klimaatverandering ontkennen hadden tegengehouden, was er opschudding bij delen van de Britse pers. Maar ik had weer last van die dissonante déja vu. Als iemand die er getuige van is geweest hoe milieubewegingen in het mondiale zuiden – wellicht de geboorteplaats van de niet-gewelddadige directe actie – de afgelopen jaren als extremistische groeperingen zijn weggezet, zou ik eigenlijk alleen maar willen zeggen: welkom in de rest van de wereld. De EU mag dan nóg ambitieuzere doelstellingen hebben aangekondigd, in veel delen van de wereld waar zij haar uitstoot naar toe exporteert is de pandemie aanleiding voor een laatste wanhopig herstelplan op basis van fossiele brandstoffen.

Intussen juichen velen van ons de klimaatbeloften van landen als China zonder meer toe, deels vanwege de grootschalige verandering die ze beloven, deels omdat deze landen geopolitieke uitdagingen voor de westerse macht vertegenwoordigen die ons niet bevallen, terwijl we er tegelijkertijd aan voorbijgaan dat lokale stemmen hen nauwelijks ter verantwoording mogen roepen. Sommigen van ons hopen misschien zelfs heimelijk dat de afwezigheid van democratische oppositie deze klimaatplannen makkelijker uitvoerbaar zou kunnen maken.

Dan is er de overheersende neiging om al het leven te reduceren tot koolstof, om alle koolstof als gelijkwaardig te zien en te hopen dat we met voldoende trucs, druk op beleggers en nog te ontwikkelen technologie de aanslagen op het klimaat uiteindelijk zullen kunnen compenseren. Volgens mij gaat deze aanpak ten koste van de diversiteit, complexiteit, echte ervaringen en daadwerkelijke systeemverandering. Black Lives Matter en Dalit Lives Matter (de beweging die opkomt voor de rechten van de ʻonaanraakbarenʼ in India) zouden ons moeten dwingen om de barsten in de fundamenten van het kapitalisme zoals we dat kennen aan te pakken: om toe te geven dat we leven in een wereldwijde extractie-economie die is gebaseerd op machtsmisbruik langs de lijnen van kaste en klasse, ras en religie, noord en zuid. Als we een nieuwe wereld willen, zullen we verder moeten kijken dan de symbolische diversiteit en moeten erkennen dat er geen sprake kan zijn van een economische heropleving of ʻgreen dealʼ zonder een begeleidend plan voor de arbeiders van kleur, van wier onderdrukking en ontheemding we allemaal profiteren; dit plan moet korte metten maken met de historische kwesties van grond, toegang tot de commons en gerechtigheid.

De klimaatcrisis is dan misschien niet wat de meesten van ons ʼs nachts wakker houdt, maar blaast wel alles op dat altijd al gebrekkig was. Er zijn geen makkelijke antwoorden, maar wel veel moeilijke vragen. Alles moet opnieuw worden opgebouwd, en daarin schuilt de noodzaak voor ons om zo menselijk en creatief mogelijk te zijn, en het breedste net uit te werpen. Er is behoefte aan langetermijndenken, net zoals we aandacht zullen moeten hebben voor lastige waarheden die niet binnen onze bestaande politiek passen. De noodtoestanden zijn werkelijkheid geworden en vermenigvuldigen zich; we moeten alleen wel onze oogkleppen afdoen en niet langer onderscheid maken tussen kleine groepjes gezichtsloze ʻklimaatslachtoffersʼ en de rest van ons. We moeten ons gaan bezighouden met deze grijze gebieden en de klimaatrechtvaardigheid rond burgerrechten en het leven, in al zijn rommeligheid, aan de orde gaan stellen. Het is tijd om de mensheid en het leven, en niet alleen koolstof, tot het middelpunt te maken van de klimaatcrisis en onze solidariteit.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Filosofie Politiek

De Amerikaanse afgrond

Oorspronkelijke tekst (Engels): eFlux, september 2020

door Franco ʻBifoʼ Berardi

Franco ʻBifoʼ Berardi is een Italiaanse schrijver, filosoof en activist in de autonomistische traditie, wiens werk zich voornamelijk bezighoudt met de rol van de media en de informatietechnologie in het post-industriële kapitalisme.

In de zomer van 2016 schreef ik de laatste hoofdstukken van een boek getiteld Futurability: The Age of Impotence and the Horizon of Possibility, waarin ik het vooruitzicht van een tweesprong schetste: ofwel de sociale solidariteit en de bewuste subjectiviteit zouden opnieuw vorm krijgen, of de wereld zou zich tot een nieuwe vorm van mondiaal fascisme aangetrokken voelen. In deze context moest ik ook aandacht besteden aan de op handen zijnde Amerikaanse verkiezingen, aangezien na de Brexit in juni van dat jaar een overwinning van Donald Trump een reële mogelijkheid was geworden. Beide gebeurtenissen waren symptomen van de wijdverbreide psychose die het mondiale brein was binnengedrongen.

Dat boek ging niet speciaal over Amerika, noch over de verkiezingen, noch over Trump. Toch was een analyse van het Amerikaanse scenario cruciaal voor het begrip van de trends in de menselijke evolutie.

Nu, vier jaar later, in het najaar van 2020, lijkt Trump te verdrinken, maar het is moeilijk te zeggen wat er daarna zal gebeuren. De man heeft vele pijlen op zijn boog, ook al wordt zijn herverkiezing steeds onwaarschijnlijker. Hij geeft er al blijk van dat hij misschien niet bereid zal zijn de verkiezingsuitslag te accepteren; hij zinspeelt al op fraude door de Democratische Partij; en het gevaarlijkst van alles is dat hij zijn volgelingen al meerdere malen heeft verwezen naar het Tweede Amendement van de Amerikaanse grondwet, dat in niet mis te verstane bewoordingen een golf van gewapend geweld in het vooruitzicht stelt.

Ik weet dat het gevaarlijk is om op het moment dat bepaalde gebeurtenissen zich aan het afspelen zijn al te schrijven over de afloop daarvan, omdat niemand die afloop uiteraard precies kan voorzien en omdat de gebeurtenissen uitsluitend ruimte bieden voor een intuïtief vermoeden. Toch kun je je slechts voorstellen hoe de psychosfeer zich zal ontwikkelen als je de dynamiek van de ramp voor bent. Mijn werk is geen waarzeggerij, dus ik zal me niet bezighouden met voorspellingen over de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen, maar mijn punt is dat, wat er in november ook gebeurt, er in de VS een vuurzee is ontstaan die steeds meer geweld zal veroorzaken en die te zijner tijd zal leiden tot het uiteenvallen van de federale staat, met onvoorstelbare geopolitieke consequenties.

De desintegratie van de VS

Ik zou zeggen dat de belangrijkste historische ontwikkeling in de afgelopen twintig jaar van de wereldgeschiedenis de niet zo trage desintegratie van de VS is. Uiteraard vormen de aanslagen van 11 september een van de startpunten voor dit ongelooflijke proces. Dit is veruit het machtigste land uit de wereldgeschiedenis: het best bewapende, het meest agressieve en het minst toegankelijke, beschermd als het is door twee oceanen. De enige manier om het te vernietigen is door de reus tegen zichzelf op te zetten.

Dit is precies wat de strategie van Bin Laden behelsde. Onder de weinig intelligente leiding van Dick Cheney en George W. Bush ging de reus een proces van zelfvernietiging in. Dit proces, dat zich eerst voltrok in het moeras van Afghanistan en daarna in het moeras van Irak, ontlokte een soort zelfvernietigende woede aan het Amerikaanse brein.

Salman Rushdie vertelde enigszins verwachtingsvol over deze woede in zijn in 2001 verschenen roman Fury.

Toen kwam de financiële ineenstorting van 2008, en de verkiezing van Barack Obama. Een zwarte president in het Witte Huis was een schok voor het wit-nationalistische instinct, dat diep geworteld is in de Amerikaanse geschiedenis en in de witte Amerikaanse psyche.

De opkomst van Trump moet worden gezien als een gevolg van de wit-nationalistische reactie op een lange lijst van vermeende vernederingen: nederlagen in twee oorlogen, de verarming van de middenklasse in de nasleep van de financiële crisis van 2008, en een verfijnde, elegante zwarte man die danste in de zalen van het Witte Huis.

Vier jaar Trump hebben het desintegratieproces van de Amerikaanse staat zo goed als voltooid. In 2020 was dit proces bijna afgerond toen de pandemie uitbrak en het land in zijn greep nam.

Wat zal er nu gebeuren? Ik weet het natuurlijk niet, maar ik heb gemerkt dat Trump na een reeks politieke tegenslagen de leider is geworden van het volk van het Tweede Amendement. Toen de recente Black Lives Matter-protesten zich over het land verspreidden, en een groep Trump-aanhangers met getrokken wapens het gebouw van de staat Michigan binnendrong, kregen we waarschijnlijk een glimp te zien van de komende vijf jaar.

Trump deed een beroep op het leger om de rellen de kop in te drukken, maar het leger zei nee, waarmee het woord van de president werd getrotseerd. Vervolgens stuurde hij federale troepen naar de stad Portland, waardoor de woede werd aangewakkerd en de rellen escaleerden. Wijst dat op een ongeremde strijd, zo vlak voor de verkiezingen?

ʻThe Masked Versus the Unmaskedʼ is de titel van een artikel dat in mei 2020 in de New York Times verscheen. Het was geschreven door een liberale, gematigd progressieve, hoogopgeleide journalist, mijn favoriete Amerikaanse journalist Roger Cohen. De titel belooft iets raadselachtigs, maar de tekst is vanaf de eerste regels heel duidelijk:

Een buurman in Colorado zei tegen me dat het tijd was dat progressieven zich gingen ʻbewapenen.ʼ De tegenstander was ook bewapend, zo betoogde hij, en zou nergens voor terugdeinzen. Wat zouden we tegen onze kleinkinderen moeten zeggen als Ivanka Trump in 2025 de 46e president van de Verenigde Staten zou worden en de beperking van de presidentiële ambtstermijn zou worden afgeschaft? We zouden er van alles en nog wat van vinden, zo spotte hij, maar zíj hadden de geweren.i

Het is geen verrassing dat Cohen er meteen aan toevoegt dat hij het niet eens is met zijn buurman en dat de Amerikaanse democratie niets gemeen heeft met de Hongaarse democratie. Ik ben er helaas niet zo zeker van dat zijn optimisme gegrond is.

Ook al is Viktor Orbán een fascist en is de Hongaarse democratie er heel slecht aan toe, het spijt me te moeten zeggen dat de Amerikaanse democratie er nog erger aan toe is, omdat zij de expressie is van het Amerikaanse volk – het product van eeuwen van genocide, deportaties, slavernij en systematisch geweld.

De Amerikaanse democratie is al een schertsvertoning vanaf het allereerste begin, toen de slavenhouders die de Onafhankelijkheidsverklaring schreven even nadachten over de mogelijkheid om iets te schrijven over het probleem van de slavernij, maar in plaats daarvan besloten om dergelijke discussies voor onbepaalde tijd uit te stellen.

We moeten niet denken dat Trump een aberratie van de Amerikaanse geest is, of een uitzondering in een land van verstandige mensen: hij is de perfecte representatie van het witte onderbewustzijn, dat geplaagd wordt door een verwoestend schuldgevoel als gevolg van de genocide op de inheemse bevolking, de gedwongen import van miljoenen Afrikanen, de langdurige onderdrukking van zwarte slaven, de militaire agressie tegen talloze landen, de nucleaire verwoesting van Hiroshima en Nagasaki, de moord op miljoenen Vietnamezen, de vernietiging van de Chileense democratie, en de moord op Salvador Allende en dertigduizend andere mensen na 11 september 1973. Om nog maar te zwijgen van de fosforbombardementen op Fallujah en de ontelbare slachtoffers van de rampzalige oorlogen in Afghanistan en Irak.

Dankzij zijn onwetendheid en morele verdorvenheid vertegenwoordigt Donald Trump de ware ziel van Amerika, de onbeweeglijke ziel van een bevolking die is gevormd door een eindeloze opeenvolging van uitbuiting, onderdrukking, pesterijen, invasies en afschuwelijke misdaden. Er is geen alternatief Amerika, zoals velen in de jaren zestig en zeventig dachten. Er zijn wél miljoenen vrouwen en mannen, meestal mensen van kleur, die hebben geleden onder het Amerikaanse geweld, en in de jaren zestig en zeventig hebben gestreden om Amerika te hervormen en menselijker te maken. Zij hebben gefaald, omdat er geen manier is om een natie van dwepers en moordenaars te hervormen.

Nu is het meer dan ooit mogelijk om je voor te stellen dat er een kans is om Amerika te vernietigen, en niet te hervormen. Dit is mogelijk omdat Amerika zichzelf vernietigt. Osama bin Laden is erin geslaagd de grootste militaire macht ter wereld zich tegen zichzelf te laten keren. De provocatie van 9/11 is erin geslaagd de reus een oorlog tegen de chaos binnen te lokken. Degenen die oorlog tegen de chaos voeren zijn gedoemd, want chaos voedt zich met oorlog.

Toen George Bush Sr. In 1992, tijdens de eerste top over de klimaatverandering in Rio de Janeiro, zei dat er niet onderhandeld zou worden over de levensstijl van het Amerikaanse volk, wisten we dat de planeet voor een dilemma staat als het gaat om haar toekomst: als Amerika niet gebroken wordt, zal de mensheid niet overleven.

In het Amerikaanse literaire bewustzijn zijn talloze voetafdrukken te vinden van dit afschuwelijke, manifeste lot, en in de volgende alineaʼs wil ik er een paar van in herinnering roepen. In eerste instantie heb ik overwogen te schrijven over de boeken van Joyce Carol Oates, in het bijzonder American Martyrs, en van Octavia Butler, in het bijzonder de dystopische waarschuwing van The Parable of the Sower. In plaats daarvan besloot ik het alleen over de boeken van witte mannen te hebben, zodat de afgrond van binnenuit beschreven kan worden: Cormac McCarthy, John Steinbeck, Philip Roth en Jonathan Franzen. Ik weet dat dit een discutabele keuze is, en sommigen zullen mij die kwalijk nemen. Ik verwijt mezelf deze keuze, maar ik verontschuldig me om een zeer persoonlijke reden: ik ben man, ik ben wit, en ik ben oud.

Ik weet waar ik het over heb.

Innerlijk duister

Cormac McCarthyʼs tweede roman Outer Dark, verschenen in 1968, kan worden gelezen als een metaforische terugreis naar de oorspronkelijke ziel van het witte Amerika. De tijd en de plaats van het verhaal zijn in nevelen gehuld: de wildernis, de afwezigheid van historische referenties en een doordringend gevoel van vertroebeling.

Ergens in Appalachia, rond de eeuwwisseling, baart een vrouw genaamd Rinthy de baby van haar broer. Deze broer, Culla, laat de naamloze baby in het bos achter om te sterven, en vertelt zijn zus later dat de baby door natuurlijke oorzaken is overleden. De vrouw vertrouwt hem niet, en gaat in de duisternis op zoek naar het kind.

ʻDe kinderen van het koninkrijk zullen in de duisternis worden geworpen: er zal geween en tandengeknars te horen zijn,ʼ zo staat in het Evangelie van Matteüs te lezen. De beklemmende aanwezigheid van de Bijbelse God vormt de achtergrond van het boek: de schaduwen van het schuldbesef achtervolgen de personages van de roman obsessief, maar in hun daden, noch in hun woorden, komt dit besef naar voren.

Nadat hij het kind in de steek heeft gelaten, zoekt en vindt Culla een baan (wat anders?), evenals wapens, doodt een landheer, vindt een nieuwe baan en vlucht vervolgens voor de politie.

Alles lijkt volkomen zinloos. Cullaʼs daden zijn als de fragmentarische herinneringen aan een nachtmerrie.

De laatste aflevering van deze reis is de meest absurde en de meest griezelige: Culla valt in een rivier, breekt zijn been, en komt uit het water voor de confrontatie met drie mannen die hem achtervolgd hebben. Deze drie hebben zijn zoon bij zich, het kind dat door Culla in de steek was gelaten. Het kind is vreselijk gewond en heeft een gescheurd oog. De mannen beschuldigen Culla van het verwekken van het kind en van het in de steek laten ervan. Dan doodt een van hen de baby.

Het einde van de roman baadt in het surrealistische licht van de waanzin: na zijn griezelige avonturen overleefd te hebben sluit Culla vriendschap met een blinde man. Hij ziet de blinde man naar een moeras lopen, een zekere dood tegemoet. De roman eindigt met Culla die denkt: ʻIemand moet die blinde man waarschuwen voordat hij die kant op gaat.ʼ

De valse glorie van de kolonisatie van het Westen wordt hier geboekstaafd als een nachtmerrie, als een mistige kronkeling van geweld, angst en vernedering.

Toorn

Van de nachtmerrie van McCarthy naar de historische werkelijkheid van John Steinbeck. Ik herinnerde mij de belangrijkste Amerikaanse roman uit de jaren dertig van de vorige eeuw, toen ik een artikel las op het extreemrechtse libertaire financiële blog Zero Hedge, een interessante referentie als het gaat om het witte nationalisme.

Als lezer van dit weerzinwekkende maar nuttige vod werd op een dag mijn aandacht getrokken door een artikel met de titel ʻThe Old America Is Dead: Three Scenarios For The Way Forwardʼ (ʻHet oude Amerika is dood: drie scenarioʼs voor de weg voorwaartsʼ). Het artikel, dat was geschreven door Wayne Allenswroth, ging over de roman The Grapes of Wrath van John Steinbeck en de filmbewerking daarvan van John Ford uit 1939.

Die roman gaat over een boerengemeenschap in Oklahoma, in de dagen van de Grote Depressie. Vanwege de hoge schuldenlast, en vanwege de financiële context die de boeren niet kunnen begrijpen, krijgen ze op een dag bezoek van de mannen van de landeigenaar, die de boodschap komen brengen dat ze zullen worden ontruimd:

Sommige van die mannen waren aardig, omdat ze een hekel hadden aan wat ze moesten doen, en sommigen waren boos, omdat ze het haatten om wreed te moeten zijn … Zij waren allemaal gevangen in iets dat groter was dan zijzelf. Sommigen van hen haatten de wiskunde die hen aanstuurde, sommigen waren bang, en sommigen aanbaden die wiskunde juist, omdat het een excuus was om niet zelf te hoeven denken en voelen. Als een bank of een financieringsmaatschappij eigenaar was van het land, zei zo iemand, dan heeft die Bank – of dat Bedrijf – het nodig, wil zij het, ja móet zij het hebben, alsof het een monster was, met gedachten en met gevoel, dat hen had verstrikt … De bank, het monster, heeft de hele tijd behoefte aan winst. Het kan niet wachten, want dan zal het sterven.ii

Steinbeck beschrijft hier, op een vrij indringende manier, de onmacht die arbeiders en functionarissen ervaren als ze geconfronteerd worden met het monster van het financiële kapitalisme. Maar het interessante is dat Zero Hedge, dat pro-Trump is, Steinbeck doet herleven, nu het scenario van de Depressie terugkeert door de omstandigheden van de pandemie. Steinbeck vervolgt:

Eindelijk kwamen de mannen van de eigenaar ter zake. Het pachtsysteem werkt niet meer. Eén man op een tractor kan de plaats innemen van twaalf tot veertien gezinnen. Betaal hem een loon en laat hem de hele oogst meenemen. Dat moeten we doen. We doen het niet graag. Maar het monster is ziek.iii

De pachters zaten op de grond, toen de advocaat van de landeigenaar tenslotte tegen hen zei:

Jullie moeten van het land af. De ploegen staan door de deur.

De hurkende mannen stonden boos op. Grootvader had het land in bezit genomen, en hij had de indianen moeten doden en verjagen. Vader werd hier geboren, en hij had onkruid gewied en de slangen gedood. Toen kwam er een slecht jaar en had hij wat geld moeten lenen. En wij zijn hier geboren. Vader moest weer geld lenen. Toen werd de bank eigenaar van het land, maar wij mochten blijven en kregen een deel van wat we zelf geteeld hadden.iv

De mannen van de eigenaar waren niet te vermurwen:

Het spijt ons. Het ligt niet aan ons. Het is het monster. De bank is nu eenmaal geen mens …

De pachters huilden. Grootvader heeft de indianen gedood, en vader doodde de slangen voor het land. Misschien kunnen wij banken doden – die zijn nog erger dan indianen en slangen…

Maar nu werden de mannen van de eigenaar boos. Jullie zullen moeten gaan …

We zullen onze geweren pakken, net als grootvader toen de indianen kwamen. En wat dan?

Dan komt eerst de sheriff, en daarna de troepen. Jullie zijn aan het stelen als jullie proberen te blijven, jullie zullen moordenaars zijn als jullie gaan moorden om te kunnen blijven. Het monster is geen mens, maar het kan mensen laten doen wat het wil.v

Deze paginaʼs illustreren het sentiment en de mythologie die schuilgaan achter Trump, en waar hij zijn kracht aan ontleent. De witte mensen die dit land hebben ʻverdiendʼ door indianen te doden, worden bedreigd door het liberale mondialisme. Trump is hun wapen tegen de deze dreiging. De mensen van het Tweede Amendement worden geconfronteerd met hun laatste kans om hun sociale dominantie te redden: die kans heet Trump. Lees maar eens wat Allenswroth in Zero Hedge schrijft:

Ons volk, onze cultuur, onze geschiedenis, alles wat ons dierbaar is, wordt meedogenloos aangevallen door de Main Stream Media (MSM), politici, ʻactivistenʼ en kritikasters in de rechtbanken, geholpen en bijgestaan door vijanden binnen het systeem, vaak onze eigen bloedverwanten, die zich het lasterlijke linkse verhaal van een ongeneeslijk ʻracistischʼ Amerika eigen hebben gemaakt, dat met de grond gelijk gemaakt moet worden …

Onze vijand is in dit geval de mondialistische Blob en zijn militante would-be Che Guevaras en LARPing (Live Action Role Playing-games spelende) Leninisten, de MSM, de bureaucratie, de rechtbanken, de grote bedrijven en het onderwijsestablishment. Toch heeft de Blob tot voor kort niet de frontale confrontatie met de Historische Amerikaanse Natie gezocht. De Blob is geduldig geweest en heeft ons stukje bij beetje gedood, en gestaag terrein gewonnen door middel van subversie, propaganda en desinformatie, censuur via de ʻTech Totalitarians,ʼ en de langzame ondermijning met behulp van wat wijlen Sam Francis ʻanarcho-tyrannieʼ heeft genoemd, met massa-immigratie (ʼde Grote Vervangerʼ) als haar massavernietigingswapen. De Blob is amorf – een glibberig, slijmerig ding dat probeert door te dringen in wat voor sociaal-economisch-politieke barsten dan ook, om zijn prooi uiteindelijk op te slokken als drijfzand. Toen werd Donald Trump tot president gekozen. De Blob was geschokt. Orange Man Bad leek de plannen van de Blob te bedreigen om af te rekenen met de Historische Amerikaanse Natie. En dus hebben de MSM het land sinds 8 november 2016 in een staat van hysterie gehouden, met de ene gefabriceerde crisis na de andere. Het fake news, via een op de sociale media gebaseerde tactiek van hybride oorlogsvoering, werd in een hogere versnelling gebracht: Russiagate, Ukrainegate, de Chinese Virus-paniek en de daaropvolgende lockdown en economische crash, en nu de mythe van St. George Floyd en zwarten die ʻopgejaagdʼ zouden worden door witte mensen, waardoor grote menigten op de been zijn gekomen die Amerikaanse steden hebben geplunderd en gebrandschat. Met het Chinese virus en de Floyd-rellen als dekmantel hebben de Blob en zijn militante vleugel – Antifa en Black Lives Matter – de anarcho- tyrannie naar nieuwe hoogten opgezweept.vi

Dit verhaal is geworteld in het racistische geheugen en wordt gesteund door een leger van witte mensen die wapens bezitten en door Trump zijn samengebracht onder de definitie ʻvolk van het Tweede Amendement.ʼ

Aan het eind van zijn artikel gaat Allenswroth over tot een open uitnodiging om zich voor te bereiden op een burgeroorlog:

Als we alleen inzetten op de verkiezingen, zullen we verliezen, vooral omdat de demografische ring zich aan het sluiten is. De winnaars zullen geen genade kennen. Het politieke leven zoals we dat in Amerika hebben gekend is voorbij. Opnieuw is het Amerika waarin we zijn opgegroeid en waar we van houden dood. Verkiezingen kunnen op zijn best voor uitstel zorgen. Het lijkt hoogst onwaarschijnlijk dat Trump (of wie dan ook) tientallen miljoenen illegale vreemdelingen kan deporteren of kan aanmoedigen om zelf te vertrekken, zelfs als we ervan uitgaan dat ze dat zouden willen.vii

Trump kan het werk niet alleen af, is de claim. ʻWijʼ moeten de wapens oppakken en hem helpen: tientallen miljoenen illegalen deporteren, nietwaar? Dat hebben we een eeuw geleden ook al eens gedaan, toen we de inheemse bevolking hebben gedeporteerd en afgeslacht. En nu, zo luidt het racistische witte standpunt, zullen we het weer moeten doen.

Waanzin? Ja, maar wat de politieke deskundigen niet kunnen bevatten is dit: waanzin, en louter waanzin, heerst nu over een wereld die totaal onbeheersbaar geworden is.

Allenswroth vraagt zich af: Wat zal er gebeuren als Trump in november de verkiezingen verliest?

En dit is zijn antwoord:

Trump verliest, en de Blob en zijn bondgenoten triomferen. Maar omdat dit nu een land is en niet langer een natie, zonder gedeeld gevoel van gemeenschappelijke identiteit en overeengekomen geschiedenis, cultuur, geloof of taal, kan alleen een volwaardige politiestaat de zaak nog bij elkaar houden. En zelfs dat volstaat wellicht niet om de orde in een chaotisch post-Amerika te kunnen garanderen, en het steeds kleiner wordende aantal witte mensen zal zeker niet de bescherming van de staat genieten. Op een gegeven moment zullen witte Amerikanen misschien wel als witte Zuid-Afrikanen moeten leven, voortdurend in angst voor hun leven. Als de orde ineenstort, zullen burgerwachtgroepen en criminele bendes in die leemte stappen, zoals dat is gebeurd in Mexico en bendes Hispanics dat hebben gedaan om hun buurten te beschermen tijdens de Floyd-rellen. Het goede nieuws is dat witte mensen dit voorbeeld hebben gevolgd toen de bendes hun huizen en hun geschiedenis bedreigden.viii

Dit land maakt ons bang

Van de jaren van de Grote Depressie spring ik in één keer naar de jaren zestig, toen het progressieve bewustzijn zich vanuit zwarte opstanden en vanuit de universiteiten over het hele land verspreidde.

In American Pastoral schildert Philip Roth de tragedie van een man die is opgegroeid met een rotsvast vertrouwen in de Amerikaanse Droom. Plotseling wordt hij geconfronteerd met de realiteit van een mentale ineenstorting die zijn familie, zijn dorp, zijn land en de hele wereld treft. Hij wordt de Zweed genoemd, maar hij is een jonge joodse man uit New Jersey. Hij is lang, knap en een goede baseballspeler. We bevinden ons in de jaren vijftig en het leven lacht hem tegemoet. Hij trouwt met Miss New Jersey en ze krijgen een kind, Meredith, alias Merry. Merry is een uitgesproken stotteraar. Deze tekortkoming, deze kleine vlek op het beeld van perfect Amerikaans geluk begin jaren zestig, kan op geen enkele manier worden weggenomen.

Dan wordt Kennedy gedood, en op een dag, als Merry tv kijkt, wordt ze gechoqueerd door het beeld van een Vietnamese priester, gekleed in een saffraankleurig gewaad, die zichzelf in brand steekt en stil blijft staan tot het moment dat hij omvalt, een menselijk inferno. Voor Merry is dit het begin van een monsterlijke mutatie. Ze keert zich van het beeld af, ze huilt, ze kletst maar wat in het wilde weg. Dan plegen nog meer Vietnamese priesters zelfmoord, en wordt het brein van het meisje voor altijd door elkaar geschud.

De nieuwe Amerikaanse realiteit maakt een gat in de omheinde tuin van de Amerikaanse Droom van de Zweed. De zwarte opstanden barsten los: Watts staat in brand, Newark staat in brand. De Zweed beschermt de fabriek die zijn vader hem heeft nagelaten. Maar alles is aan het veranderen. Het belangrijkste is dat Merry gek geworden is: ze komt ʼs nachts niet meer thuis, maar brengt haar nachten door met communisten en anarchisten.

Dan komt de tragedie, de onherstelbare tragedie. Merry wordt een moordenaar, een terrorist: ze laat een bom afgaan die een onschuldige voorbijganger doodt. Merry is op de vlucht, Merry komt nooit meer thuis, haar moeder krijgt een zenuwinzinking. Dan ontmoet Merry in het geheim haar vader, maar ze is vel over been, ze is vies, en ze is geruïneerd. Merry is verkracht.

De wereld van de Zweed is ingestort, maar hij moet zich verzetten, zijn fabriek moet doorgaan; zijn vrouw is gek geworden, ze neukt die afschuwelijke buurman, een intellectueel. De Zweed belt zijn broer, zijn cynische broer, en vertelt hem dat er niets meer over is van zijn wereld. Zijn broer antwoordt:

ʻDenk je dat je weet wat dit land is? Je hebt geen idee wat dit land is … Dit land maakt ons bang. Natuurlijk is ze verkracht. In wat voor soort gezelschap denk je dat ze verkeerde? Natuurlijk zou ze daar verkracht worden … Ze betreedt die wereld, die krankzinnige wereld daarbuiten, en wat daar allemaal gebeurt … wat had je dan verwacht?ʼix

Eerder in hetzelfde hoofdstuk schrijft Roth:

Ja, op zesenveertigjarige leeftijd, in 1973, bijna driekwart op weg in de eeuw die, zonder acht te slaan op de subtiliteiten van het begraven, de lijken van verminkte kinderen en hun verminkte ouders overal had rondgestrooid, kwam de Zweed erachter dat we uiteindelijk allemaal in de greep raken van iets krankzinnigs. Het is gewoon een kwestie van tijd, mafkees. Het overkomt ons allemaal!x

Het is gewoon een kwestie van tijd, zegt Roth. We zijn raken allemaal in de greep van iets krankzinnigs.

Nu is die tijd gekomen, denk ik.

Niemand had ooit kunnen vermoeden dat Amerika – het grootste land ter wereld, met ʻde grootste economie ooitʼ – op de drempel van een tweede burgeroorlog zou kunnen komen. Nu, na meer dan tweehonderdduizend doden in het onuitsprekelijke bloedbad dat het Amerikaanse gezondheidsstelsel heeft aangericht, na de moord op George Floyd en de explosie van protesten met voortdurende escalaties van politiegeweld, na de waarschuwing van Trump over de dreigende verkiezingsfraude door de Democraten, na zijn oproep om zich te bewapenen aan het volk van het Tweede Amendement, na de rijen mensen die wapens hebben gekocht tijdens de eerste dagen van de pandemie, en na de gewapende menigten die protesteerden tegen de lockdown, denk ik dat een burgeroorlog het meest waarschijnlijke vooruitzicht is voor dit land dat zelf de terminale ziekte van de mensheid is.

Seniliteit

De waanzin van een opkomend herfstkoufront op de prairie. Het was voelbaar: er ging iets vreselijks gebeuren. De zon laag aan de hemel, een klein lichtje, een afkoelende ster. Vlaag na vlaag van wanorde. Rusteloze bomen, dalende temperaturen, de hele noordelijke religie van dingen die aan hun einde komen.xi

Dit is de opening van The Corrections, de roman van Jonathan Franzen uit 2001 die de overgang markeert naar de nieuwe eeuw – een eeuw van snelle desintegratie, beginnend met de desintegratie van het menselijk brein:

Alfred ontbeerde de neurologische bagage. Alfreds kreten van woede na het ontdekken van bewijzen van guerrilla-acties – een Nordstrom-tas die op klaarlichte dag op de keldertrap lag en bijna een val veroorzaakte – waren de kreten van een regering die niet langer in staat was om te regeren.xii

Alfred Lambert is een oude vader van drie kinderen, en de echtgenoot van Enid. Het gezin Lambert speelt de hofdrol in deze roman.

The Corrections is inderdaad een verslag van de ontbinding van het Amerikaanse brein, in de vorm van het verhaal van een paar oude mensen: Enid, een vrouw op de rand van een depressie, die de magie van de psychofarmaca ontdekt, en Alfred, die ten prooi dreigt te vallen aan de ziekte van Alzheimer.

De wereld wordt steeds minder begrijpelijk, voorwerpen glijden uit hun handen, handelingen zorgen voor verwarring: ze overlappen elkaar, en verliezen hun betekenis en hun functionele relaties.

Niet alleen door de neuro-chemische achteruitgang, maar ook door de transformatie van de mentale omgeving is de werkelijkheid onbegrijpelijk geworden voor de oude hersenen:

Een zwarte man die orale seks bedrijft bij een witte man, een camera die over de linker heup filmt, zestig graden achter het volle profiel, een boog van hoge waarden boven de bil, de knokkels van zwarte vingers die in het donker zichtbaar zijn terwijl ze aan de donkere zijde van deze maan om zich heen grijpen. Ze downloadde het beeld en bekeek het in hoge resolutie. Ze was vijfenzestig jaar oud en had nog nooit zoʼn tafereel gezien. Ze had haar hele leven al beelden gemaakt, maar het mysterie ervan nooit weten te waarderen. Al dat gedoe met bits en bytes, al die enen en nullen die door de servers stromen van een of andere universiteit in de Midwest. Zoveel gedoe om niets. Een bevolking die aan schermen en tijdschriften gekluisterd was.xiii

Overal verspreiden zich verbazing, verdriet en absurditeit.

En er was een heel belangrijke vraag die hij nog steeds beantwoord wilde hebben. Zijn kinderen kwamen, Gary en Denise en misschien zelfs Chip, zijn intellectuele zoon. Het was mogelijk dat Chip, als hij kwam, die heel belangrijke vraag zou kunnen beantwoorden. En die vraag was belangrijk, dat was hij zonder enige twijfel.xiv

Ik gebruik het woord ʻseniliteitʼ om te verwijzen naar een toestand van extreme dissociatie tussen de gedachtenstroom en het omringende universum; het gebeurt wanneer de hersenen de aansluiting op het zenuwstelsel kwijtraken die nodig is om consequent zowel semiotische als natuurlijke impulsen te kunnen verwerken. Seniliteit is dus een individuele aandoening die is ingekapseld in een verwarde mentale toestand van de oude geest. Maar door de steeds grotere aantallen oude mensen kan deze aandoening zich verspreiden tot ver buiten de grenzen van een marginale pathologie. In de huidige Amerikaanse situatie leiden veel signalen tot de politieke diagnose dat het Amerikaanse brein onomkeerbaar verrot is.

Maar vóór de politieke seniliteit is er de psychologische seniliteit. En voordat het psychologisch wordt, is er de neurologische stoornis.

De wijdverbreide sensatie vandaag de dag van een apocalyptische duizeling is niet alleen het gevolg van de afrekening met een lange geschiedenis van raciaal geweld, industriële vervuiling en economische hyper-exploitatie. Het is ook het resultaat van een wijdverbreide neurologische achteruitgang, en van het onvermogen van de Amerikaanse geest om in het reine te komen met seniliteit en impotentie.

In de film Nebraska, geregisseerd door Alexander Payne, ontdekt een politieagent dat Woody Grant op een snelweg loopt. Woody wordt vervolgens opgepikt door zijn zoon David, die verneemt dat Woody naar Lincoln, Nebraska, wil gaan om een miljoenenprijs in ontvangst te nemen die hij gewonnen denkt te hebben. Als David het loterijbriefje ziet, weet hij meteen dat er sprake is van oplichting, bedoeld om goedgelovige mensen zover te krijgen dat ze een tijdschriftabonnement nemen. David brengt zijn vader naar huis, waar zijn moeder Kate zich steeds meer gaat ergeren aan Woodyʼs vastberadenheid om het geld op te gaan halen.

Het is een hartverscheurend verhaal, een verhaal van mensen (vooral witte Amerikanen) die zijn opgegroeid met valse mythologieën en zich hebben gevoed met afschuwelijk voedsel (in zowel fysieke als spirituele zin), en die nu slaapwandelend ronddolen door het moeras, maar nog steeds vertrouwen hebben in hun eigen superioriteit.

On-Amerikaanse Quichotte

In de surrealistische barok van de roman Quichotte vertelt Salman Rushdie het verhaal van een in India geboren schrijver die in Amerika woont, voor een farmaceutisch bedrijf (de producent van het opioïde Oxycontin) werkt en verliefd wordt op een in India geboren tv-ster. Hij reist met zijn fictieve zoon Sancho Panza van Californië naar New York City en wordt daar geconfronteerd met talloze daden van racistische afwijzing en agressie van echte witte Amerikanen die het bruine koppel niet zien zitten.

ʻIk wil dat we in die taal met elkaar spreken, vooral in het openbaar, om de klootzakken te trotseren die ons haten omdat we een andere tongval hebben.ʼxv

Dat is de beste definitie van de Amerikanen: de klootzakken die ons haten omdat we een andere tongval hebben (en ook, dat moet gezegd worden, omdat we beter Engels spreken dan zij).

Onwetendheid is het fundament van de Amerikaanse suprematie. Amerikanen weten niets over de wereld, over de talloze en oneindig verschillende landen van de wereld, ze spreken geen enkele taal, behalve een verarmde vorm van het Engels, ze weten niets en ze beschermen hun onwetendheid als de oorsprong van hun kracht. En ze hebben redenen om dit te doen, want onwetendheid is altijd de kracht geweest van hen die zich niet willen laten afleiden door schoonheid, door onvoorspelbaarheid en door complexiteit, zodat ze zich uitsluitend kunnen richten op het winnen van het ellendige spel van de concurrentie, winst en accumulatie.

Dit is de laatste twee eeuwen altijd de kracht geweest van het Amerikaanse volk. Maar nu?

Vergeet niet dat er ook een andere kant van de Amerikaanse macht is, het tegenovergestelde van onwetendheid: kennis. Amerikaanse universiteiten en andere culturele ondernemingen zijn de plekken waar kennis wordt opgeslagen, verwerkt, getransformeerd en gecreëerd. Door wie? Door mensen die afkomstig zijn uit India, Japan, Italië, China en vele andere landen. Silicon Valley zou niets zijn zonder de Syriër Steve Jobs, zonder de Tamil Sundar Pichai, en zonder de talloze ingenieurs en ontwerpers die uit de hele wereld komen. De filmindustrie zou niets zijn zonder Italianen en joden. Enzovoort, enzovoort.

De dubbelzinnige grootsheid van Amerika is het resultaat van het huwelijk tussen Angelsaksische gewelddadigheid (en onwetendheid) en kosmopolitische nieuwsgierigheid.

Voor het eerst in de geschiedenis valt de samenhang van deze twee culturele componenten nu uit elkaar. De antiglobalistische reactie wil verdrijven, verbieden, afwijzen, muren bouwen, meervoudigheid uitwissen en complexiteit verminderen.

De kern van het desintegratieproces bevindt zich op dit punt: in de sociale verwijten rond intelligentie, ironie, bewustzijn en verbeelding.

Te veel en niet genoeg

Dan lees ik het e-book (niet alles, godzijdank) dat Mary Trump heeft gewijd aan de psychoanalyse van haar oom. Too Much and Never Enough: How My Family Created the Worldʼs Most Dangerous Man is een nuttig boek, geschreven met enig begrip voor de psychoanalytische achtergrond van de huidige catastrofale situatie. De auteur is niet alleen een professioneel psycholoog, maar ook het nichtje van deze verschrikkelijke man, die ook een ongelukkige figuur is met een ellendig leven, zoals zo vaak het geval is met mensen die zich verplicht voelen een zelfbeeld te verdedigen dat diepgaand nep is.

De vader van Trump, Fred, was volgens Mary Trump een zeer effectieve sociopaat. Na de filosofie te hebben beschreven die de vader aan de zoon heeft doorgegeven, merkt Mary op: ʻFreds fundamentele overtuigingen over hoe de wereld werkte – in het leven kan er maar één winnaar zijn, alle anderen zijn verliezers (een idee dat in wezen het onvermogen om te delen uitdrukt), en vriendelijkheid is zwakheid – waren duidelijk.ʼxvi

Dan vertelt Mary wat familie-anekdotes. Nadat er een kom aardappelpuree naar zijn hoofd is gesmeten, voelt Donald Trump zich vernederd:

Iedereen lachte en kon niet meer ophouden met lachen. Ze lachten om Donald. Het was de eerste keer dat Donald zich vernederd voelde door mensen waarvan hij dacht dat ze beneden hem stonden. Hij had niet begrepen dat vernedering een wapen was dat in een gevecht door slechts één persoon kon worden gebruikt. Dat Freddy, van alle mensen, hem in een wereld kon trekken waar vernedering hem kon overkomen maakte het alleen nog maar erger. Vanaf dat moment zou hij zichzelf nooit meer toestaan om zoʼn vernedering te voelen. Vanaf dat moment zou hij dit wapen gaan gebruiken, en nooit meer aan de verkeerde kant ervan staan.xvii

Volgens Mary heeft Donald een dubbel probleem: hij had te veel, en niet genoeg. Te veel ego, een wraakzuchtig ego, gevoed door een vader die niet in staat was om genegenheid te geven. En niet genoeg liefde, want zijn moeder was ziek, afwezig en psychologisch afhankelijk van de sociopaat.

Dit lijkt een goede introductie tot de psychogenese van de president van de Verenigde Staten van Amerika. Maar het is, denk ik, ook een goede introductie tot de psychogenese van Amerikaanse witte mannen in het algemeen, en van Amerika zelf: de psychogenese van de Amerikaanse afgrond.

i Roger Cohen, “The Masked Versus the Unmasked,” New York Times, 15 mei 2020

ii John Steinbeck, The Grapes of Wrath (Viking, 1939), 32–33

iii Steinbeck, Grapes of Wrath, 34

iv Steinbeck, Grapes of Wrath, 34

v Steinbeck, Grapes of Wrath, 35

vi Wayne Allenswroth, “Old America is Dead: Three Scenarios for the Way Forward,” Zero Hedge, 29 juni 2020

vii Allenswroth, “Old America is Dead”

viii Allenswroth, “Old America is Dead”

ix Phillip Roth, American Pastoral (Houghton Mifflin, 1997), 276.

x Roth, American Pastoral, 256

xi Jonathan Franzen, The Corrections (Picador, 2002), 3

xii Franzen, The Corrections, 6–7

xiii Franzen, The Corrections, 303

xiv Franzen, The Corrections, 159

xv Salman Rushdie, Quichotte (Random House, 2020), 151

xvi Mary L. Trump, Too Much and Never Enough: How My Family Created the World’s Most Dangerous Man (Simon & Schuster, 2020), 43

xvii Mary L. Trump, Too Much and Never Enough, 46

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Politiek

Wat is QAnon, de virale complottheorie achter Trump?

Oorspronkelijke tekst (Engels): New York Times, 28 september 2020

fotografie: The New York Times

door Kevin Roose

Kevin Roose is technologiecolumnist bij The New York Times. Zijn column ʻThe Shiftʼ onderzoekt het kruispunt van technologie, zakenleven en cultuur.

Als je tegenwoordig veel tijd online doorbrengt – en dankzij de pandemie doen velen van ons dat – heb je waarschijnlijk wel eens gehoord van QAnon, de complottheorie die zich als een olievlek over internet verspreidt en populair is onder sommige aanhangers van president Trump.

Maar als je niet heel vaak online bent, vraag je je waarschijnlijk nog steeds af wat er precies aan de hand is.

QAnon was ooit een marginaal fenomeen – van het soort dat de meeste mensen veilig konden negeren. Maar de afgelopen maanden is het mainstream geworden. Twitter, Facebook en andere sociale netwerken zijn overspoeld met QAnon-gerelateerde valse informatie over Covid-19, de Black Lives Matter-protesten en de presidentsverkiezingen van 2020. QAnon-aanhangers hebben tevens geprobeerd banden aan te knopen met andere activistische bewegingen, zoals de bewegingen die gekant zijn tegen vaccinaties en de handel in kinderen, in een poging om de gelederen uit te breiden.

QAnon is ook de offline-wereld binnengeslopen, nu sommige van haar aanhangers worden beschuldigd van gewelddadige misdrijven, waaronder een QAnon-volger die wordt beschuldigd van de moord op een mafiabaas in New York vorig jaar, en een ander die in april werd gearresteerd en wordt beschuldigd van het dreigen met een moordaanslag op Joseph R. Biden Jr., de Democratische kandidaat voor het Amerikaanse presidentschap. Het Federal Bureau of Investigation heeft gewaarschuwd dat QAnon een potentiële binnenlandse terreurdreiging vormt.

Onlangs bereikte QAnon een nieuwe mijlpaal toen Marjorie Taylor Greene, een toegewijde QAnon-aanhanger uit Georgia, een Republikeinse voorverkiezing in een zeer conservatief district wist te winnen, waardoor zij vrijwel zeker is van haar verkiezing in het Congres in november. Na de overwinning van Greene noemde Trump haar een ʻRepublikeinse ster voor de toekomst.ʼ

QAnon is een ongelooflijk ingewikkelde theorie, en je zou een heel boek kunnen vullen met uitleg over de verschillende zijtakken en sub-theorieën. Maar hier zijn een paar basisdingen die je moet weten.

Wat is Qanon?

QAnon is de overkoepelende term voor een uitgebreide reeks complottheorieën op internet die valselijk beweren dat de wereld wordt bestuurd door een bende Satan-aanbiddende pedofielen die samenspannen tegen Trump, terwijl ze een wereldwijde handel in kinderseks runnen.

QAnon-aanhangers geloven dat een paar vooraanstaande Democraten tot deze bende behoren, onder meer Hillary Clinton, Barack Obama en George Soros, evenals een aantal entertainers en Hollywood-beroemdheden als Oprah Winfrey, Tom Hanks en Ellen DeGeneres, en religieuze figuren als Paus Franciscus en de Dalai Lama. Velen van hen geloven ook dat de leden van deze bende, naast het molesteren van kinderen, hun slachtoffers doden en opeten om een levensverlengende chemische stof uit hun bloed te halen.

Volgens de mythe van QAnon werd Trump door een paar vooraanstaande generaals gerekruteerd om zich in 2016 kandidaat te stellen voor het presidentschap, teneinde deze criminele bende op te rollen, een einde te maken aan haar controle op politiek en media, en de leden ervan voor het gerecht te brengen.

Is dat alles?

Bij lange na niet. Vanaf het begin heeft QAnon elementen van andere complottheorieën overgenomen, waaronder claims over de moord op John F. Kennedy, het bestaan van U.F.O.ʼs, en de 9/11 ʻtrutherʼ-beweging.

QAnon Anonymous, een podcast over de QAnon-beweging, noemt QAnon een ʻgrote overkoepelende complottheorie,ʼ omdat zij zich voortdurend ontwikkelt en nieuwe elementen en beweringen toevoegt. Maar het bestaan van een wereldwijde pedofielenbende is de kern van QAnon, wat door de meeste, zo niet alle, aanhangers wordt geloofd.

Hoe is het allemaal begonnen?

In oktober 2017 verscheen er een bericht op 4chan, het beruchte giftige messageboard, van een anonieme gebruiker die zichzelf ʻQ Clearance Patriotʼ noemde. Deze gebruiker, die bekend zou komen te staan als ʻQ,ʼ beweerde een hooggeplaatste inlichtingenofficier te zijn met toegang tot geheime informatie over de strijd van Trump tegen de wereldwijde pedofielenbende.

Q voorspelde dat deze strijd spoedig zou culmineren in ʻThe Stormʼ – een specifiek tijdstip waarop Trump de bende eindelijk zou ontmaskeren, de leden ervan zou straffen voor hun misdaden en de grootsheid van Amerika zou herstellen.

Waarom wordt het ʻThe Stormʼ genoemd?

Dit is een verwijzing naar een cryptische opmerking van Trump tijdens een fotosessie in oktober 2017. Hij poseerde naast een paar generaals en zei: ʻWeten jullie wat dit betekent? Misschien is het de stilte voor de storm.ʼ

QAnon-gelovigen zien dit moment als bewijs dat Trump gecodeerde berichten verspreidde over zijn plannen om de wereldwijde bende op te rollen, met behulp van het leger.

Wie is Q, en wat zijn ʻQ Dropsʼ?

De identiteit van Q is nog steeds niet bekend, hoewel er al jaren over wordt gespeculeerd. Sommigen denken dat één enkele internet-trol de hele tijd onder de naam Q berichten heeft gepost; anderen zeggen dat er meerdere mensen betrokken zijn bij het posten van deze berichten, of dat de identiteit van Q in de loop der tijd is veranderd.

Wat de zaken nog ingewikkelder maakt, is dat de online thuisbasis van Q verschillende keren is gewijzigd. De berichten van Q verschenen oorspronkelijk op 4chan. Daarna verhuisden ze naar 8chan, waar ze bleven tot die site vorig jaar na het bloedbad van El Paso offline werd gehaald. Ze verschijnen nu op 8kun, een site die wordt gerund door de voormalige eigenaar van 8chan. Elk van deze sites maakt gebruik van een systeem van identiteitsverificatie dat bekend staat als een ʻtripcodeʼ – in wezen een unieke digitale handtekening die bewijst dat een reeks anonieme berichten door dezelfde persoon of personen is geschreven.

ʻDropsʼ is hoe QAnon-aanhangers de posts van Q noemen. Er zijn tot nu toe bijna vijfduizend posts geweest, en de meeste daarvan hebben de vorm van een cryptisch gecodeerd bericht.

Zoals wat?

Hier is een voorbeeld van een Q Drop uit september 2018:

PANIC IN DC

[LL] talking = TRUTH reveal TARMAC [BC]?

[LL] talking = TRUTH reveal COMEY HRC EMAIL CASE?

[LL] talking = TRUTH reveal HUSSEIN instructions re: HRC EMAIL CASE?

[LL] talking = TRUTH reveal BRENNAN NO NAME COORD TO FRAME POTUS?……………..FISA = START

FISA BRINGS DOWN THE HOUSE.WHEN DO BIRDS SING?

Q

In deze post staan gecodeerde verwijzingen naar ʻLLʼ (Loretta Lynch, de voormalige minister van Justitie van president Obama), ʻBCʼ (Bill Clinton), ʻHRCʼ (Hillary Rodham Clinton), en ʻHUSSEINʼ (president Obama), naast verwijzingen naar John Brennan, de voormalige directeur van het Central Intelligence Agency, de Foreign Intelligence Surveillance Act (FISA), en ʻPOTUSʼ – president Trump.

Veel QAnon-aanhangers gebruiken ʻQ Dropʼ-apps die alle berichten van Q op één plaats samenbrengen en hen elke keer waarschuwen als er een nieuw bericht binnenkomt. (Een van deze programmaʼs kwam in de top-10 van betaalde apps van de Apple App Store terecht, voordat het werd verwijderd omdat de richtlijnen van het bedrijf waren overtreden). Vervolgens plaatsen ze deze berichten in Facebook-groepen, chatrooms voor de Discord chat-app en Twitter-threads, en beginnen ze te bespreken wat dit allemaal betekent.

Is Qanon hetzelfde als Pizzagate?

Ja en nee. QAnon is beschreven als een ʻbig-budget vervolgʼ op Pizzagate, omdat het uitgaat van de oorspronkelijke Pizzagate-complottheorie – die valselijk beweerde dat Clinton en haar trawanten leiding gaven aan een kinderporno-bende vanuit de kelder van een pizzarestaurant in Washington, D.C. – en er nog veel meer lagen aan toevoegt. Maar veel mensen geloven in beide theorieën, en voor veel QAnon-aanhangers was Pizzagate de eerste kennismaking met complottheorieën.

Een nieuw element in QAnon is een aantal duidelijke en specifieke voorspellingen over wanneer en hoe ʻThe Stormʼ zich zal gaan afspelen. Jarenlang heeft Q voorspeld dat op bepaalde dagen massa-arrestaties van bendeleden zouden plaatsvinden, dat bepaalde overheidsrapporten de wandaden van de bende zouden onthullen, en dat de Republikeinen talrijke zetels zouden winnen bij de tussentijdse verkiezingen van 2018.

Geen van die voorspellingen is uitgekomen. Maar de meeste QAnon-aanhangers gaven er niet om. Ze vonden gewoon manieren om het verhaal te herformuleren en de discrepanties te negeren, en gingen verder.

Hoeveel mensen geloven in Qanon?

Dat is moeilijk te zeggen, want er is geen officiële ledenlijst, maar het aantal is zeker niet klein. Zelfs als je alleen de hard-core QAnon-aanhangers telt – met uitsluiting van de ʻQAnon-liteʼ-aanhangers die misschien wel geloven in een complot van de ʻdeep stateʼ tegen Trump, maar niet in een bende kinderetende satanisten – kan het aantal op zijn minst in de honderdduizenden liggen.

Enkele van de meest populaire QAnon-groepen op Facebook hebben ieder ruim 100.000 leden, en Twitter kondigde onlangs aan dat het stappen zou ondernemen om het bereik van meer dan 150.000 QAnon-geassocieerde accounts te beperken. Uit een recent rapport van NBC News bleek dat Facebook een intern onderzoek had uitgevoerd naar de aanwezigheid van QAnon op het platform, en had geconcludeerd dat er duizenden QAnon-groepen waren, met bij elkaar miljoenen leden.

Dat aantal is tijdens de pandemie waarschijnlijk toegenomen, omdat mensen die binnenshuis vastzitten zich tot het internet wenden voor vermaak en sociale interactie, om uiteindelijk de QAnon-gemeenschap te worden binnengetrokken. In een recent artikel in The Wall Street Journal werd vastgesteld dat het aantal leden van tien grote Facebookgroepen die zich met QAnon bezighouden, sinds het begin van de lockdowns met meer dan 600 procent is gegroeid.

Waarom voelen sommige mensen zich aangetrokken tot de Qanon-beweging?

Een veel voorkomende misvatting is dat QAnon een puur politieke beweging is. Maar voor mensen die erin geloven fungeert het als een sociale gemeenschap en een bron van vermaak.

Sommige mensen hebben QAnon vergeleken met een massive multiplayer online game, vanwege de manier waarop het de deelnemers uitnodigt een soort gedeelde werkelijkheid te creëren, gevuld met telkens terugkerende personages, verschuivende verhaallijnen en ingewikkelde speurtochten waarbij puzzels moeten worden opgelost. QAnon is ook vergeleken met een kerk, in die zin dat het zijn aanhangers een sociale ondersteuningsstructuur en een organiserend narratief voor hun dagelijks leven biedt.

Adrian Hon, een spelontwerper die heeft geschreven over de gelijkenis van QAnon met alternate-reality games, zegt dat QAnon ʻeen fascinerende fantasiewereld opent van geheime oorlogen en bendes en Hillary Clinton die aan de touwtjes trekt, en makkelijke verklaringen biedt voor dingen die onverklaarbaar of verkeerd aanvoelen in de wereld.ʼ

Welke rol hebben sociale netwerken gespeeld in de populariteit van Qanon?

Hoewel de berichten van Q op marginale messageboards verschijnen, heeft het fenomeen QAnon veel van zijn populariteit te danken aan Twitter, Facebook en YouTube. Die hebben de Qanon-boodschappen versterkt en via hun algoritmen Qanon-groepen en paginaʼs aanbevolen bij nieuwe mensen.

Daarnaast hebben QAnon-aanhangers sociale media gebruikt om hun vermeende vijanden te intimideren en te bedreigen, en om andere vormen van desinformatie te verspreiden die het publieke debat beïnvloeden. Verschillende van de meest populaire complottheorieën op internet dit jaar – zoals ʻPlandemic,ʼ een documentaire waarin valse en gevaarlijke beweringen worden gedaan over Covid-19, en een virale complottheorie die valselijk beweerde dat Wayfair, het online meubelbedrijf, zich met kinderhandel bezighield – zijn versterkt en gepopulariseerd door QAnon-aanhangers.

Sommige van deze netwerken zijn begonnen met het verwijderen van QAnon-inhoud van hun platforms. Twitter heeft onlangs duizenden QAnon-accounts verboden, omdat ze zich bezig hielden met gecoördineerde pesterijen. Facebook heeft bijna 800 QAnon-groepen uitgeschakeld, en duizenden QAnon-gerelateerde groepen, paginaʼs en Instagram-accounts aan beperkingen onderworpen.

Zijn er niet altijd al vergezochte complottheorieën geweest over machtige elites?

Het is waar dat veel van de onderwerpen van QAnon worden gerecycled uit eerdere complottheorieën. Maar QAnon is in wezen een op internet gebaseerde beweging die op een andere manier en op een andere schaal opereert dan alles wat we eerder hebben gezien.

Om te beginnen is QAnon diepgaand participatoir, op een manier die weinig andere populaire complottheorieën hebben kunnen waarmaken. Aanhangers komen samen in chatrooms en Facebook-groepen om de laatste Q-berichten te decoderen, hun theorieën over het nieuws van de dag te bespreken en zich te verbinden met hun mede-gelovigen. The Atlantic heeft het ʻde geboorte van een nieuwe religieʼ genoemd.

Er is ook het fundamentele gevaar van wat QAnon-aanhangers feitelijk geloven. Het is één ding als er een gepolariseerd politiek discours met verhitte meningsverschillen bestaat; het is een ander als je te maken hebt met een groep Amerikanen die, in volledige oprechtheid, denkt dat de leiders van de oppositiepartij onschuldige kinderen ontvoeren en opeten.

Combineer die gewelddadige, paranoïde fantasieën met het feit dat de volgelingen van QAnon zijn beschuldigd van het plegen van ernstige misdrijven in Qʼs naam, en het is geen wonder dat mensen zich zorgen maken.

Hoe heeft president Trump gereageerd op Qanon?

Trump is het centrale en heroïsche personage in QAnons kernverhaal – de dappere patriot die werd gekozen om Amerika te redden van de wereldbende. Het resultaat is dat de aanhangers van QAnon de woorden en daden van Trump nauwkeurig ontleden, op zoek naar verborgen betekenissen. Als Trump het cijfer 17 noemt, vatten ze dat op als een teken dat hij hen geheime boodschappen stuurt. (Q is de 17e letter van het alfabet.) Wanneer hij een roze stropdas draagt, interpreteren ze dat als een teken dat hij verhandelde kinderen heeft bevrijd. (Sommige ziekenhuizen gebruiken ʻcode rozeʼ als steno voor een lopende kinderontvoering).

Het is niet duidelijk of Trump de esoterische details van de QAnon-theorie kent of niet. Maar hij heeft de aanhangers van de beweging omarmd, door in een persbriefing op het Witte Huis te zeggen dat ʻik heb gehoord dat dit mensen zijn die van ons land houden.ʼ Hij weigerde ook de beweging aan te klagen of af te wijzen toen hem gevraagd werd naar zijn steun voor Marjorie Taylor Greene, de QAnon-geaffilieerde congreskandidaat. En hij heeft tientallen keren berichten van QAnon-aanhangers gedeeld op zijn sociale media-accounts.

Ik heb gezien dat een hoop mensen onlangs #SaveTheChildren hebben gepost op mijn Facebook- en Instagram-feeds. Heeft dat iets te maken met Qanon?

Ja. Maandenlang hebben Qanon-aanhangers #SaveTheChildren – wat begon als een fondsenwervingscampagne voor een legitieme organisatie tegen de kinderhandel – gekaapt als rekruteringstactiek.

Wat ze feitelijk doen is valse en overdreven beweringen over kinderhandel gebruiken om de aandacht van een nieuw publiek te trekken – in dit geval bezorgde ouders. Vervolgens proberen ze het gesprek te sturen naar QAnon-punten – door bijvoorbeeld te zeggen dat de reden dat kinderen worden verhandeld is dat de wereldwijde bende een zogenaamd levensverlengende chemische stof uit hun bloed wil halen.

Deze specifieke tactiek is vooral problematisch geweest voor legitieme groepen tegen de kinderhandel, die te maken hebben gekregen met overstelpte meldpunten en ongebreidelde desinformatie, omdat QAnon hun onderwerp had gekaapt.

Het louter posten van #SaveTheChildren betekent nog niet dat je vrienden QAnon-aanhangers zijn. Ze zijn misschien gewoon gestuit op een bericht over kinderhandel dat bij hen weerklonk, en hebben besloten dat te delen. Maar zij, en jij, zouden moeten weten dat die berichten deel uitmaken van een gecoördineerde QAnon-strategie.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Politiek

Factchecks helpen niet tegen QAnon

Oorspronkelijke tekst (Engels): New York Times, 3 september 2020

fotografie: The New York Times

door Stephen Bokat-Lindell

Spencer Bokat-Lindell is redacteur opinie bij de New York Times. Voorheen was hij redacteur bij The Paris Review en Axios.

In oktober 2017 heeft een zich ʻQʼ noemende gebruiker van het beruchte online messageboard 4chan een bericht over een samenzweringstheorie gepost die de toekomst van de Amerikaanse politiek zou veranderen. In de telkens weer veranderende catalogus van beweringen die deze theorie doet staat onder meer dat een bende van satanistische pedofielen en kannibalen, die de wereld wil domineren, complotten beraamt tegen president Trump; Trump zal op een bepaald moment, ʻThe Stormʼ geheten, deze criminelen aan de kaak stellen en Amerika weer groots maken.

Ook al waren deze absurditeiten aanvankelijk met een zweem van humor omgeven, het lachen is ons inmiddels wel vergaan. Vorig jaar wees de F.B.I. de groep aan als een potentiële binnenlandse terreurdreiging. Momenteel denkt 56 procent van de Republikeinen dat QAnon gedeeltelijk of grotendeels waar is, tegen 9 procent van de Democraten, volgens een (enigszins controversiële) opiniepeiling. En in november zal Marjorie Taylor Greene, een QAnon-gelovige met een geschiedenis van onverdraagzame uitspraken, die een Republikeinse voorverkiezing in Georgia heeft gewonnen, vrijwel zeker in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden worden gekozen.

Om de opkomst van QAnon te begrijpen en te horen wat er eventueel aan te doen is, heb ik contact opgenomen met mijn collega Charlie Warzel, een schrijver van opiniestukken waarin het onderwerp uitvoerig is behandeld.

Kun je iets zeggen over hoe een marginale complottheorie in minder dan drie jaar tijd van een online messageboard in het hart van onze nationale politiek terecht is gekomen?

In mijn ogen is dit een verhaal dat alles te maken heeft met de dynamiek van het internet en het ecosysteem dat platforms als Facebook, YouTube en Twitter heeft voortgebracht. Het begon met een marginale samenzweringstheorie op een website waar veel witte supremacisten, wat pornografie en een aantal van de meest vreselijke dingen op het internet te vinden zijn. Deze theorie heeft aan kracht gewonnen, omdat zij oorspronkelijk gebaseerd was op het idee dat Hillary Clinton en het establishment van de Democratische partij écht corrupt zijn. Er zat iets in deze theorie dat in politieke zin aansloeg bij mensen die op Trump-rallyʼs ʻLock her upʼ (ʻSluit haar opʼ) zongen.

Dus QAnon verspreidde zich van een paar berichten op messageboards naar mensen die erover spraken via YouTube-kanalen. En tot op zekere hoogte werd de theorie daardoor gezuiverd, omdat zij daarmee uit een werkelijk giftig milieu werd gehaald. En dankzij het aanbevelingsalgoritme van YouTube werd je, als je naar wat dingen over Trump keek, ook naar videoʼs over de ʻdeep stateʼ of over corruptie of over ʻRussiagateʼ geleid. En het algoritme bracht je, nadat je die inhoud tot je had genomen, ook naar extremere dingen, totdat je bij QAnon uitkwam. De discussie verplaatste zich vervolgens naar Facebook, en Facebook is nog iets ʻrespectabelerʼ dan YouTube, zodat het verhaal eveneens bij een ouder publiek terechtkwam en er allerlei gemeenschappen omheen ontstonden.

Sociale platforms verlenen iets dat zeer opruiend is onevenredig veel impact en kracht. Mensen sluiten zich erbij aan omdat het emotionele weerklank heeft en komen erachter dat het fungeert als koren op de virale molen. Sommigen van hen ontpoppen zich als ware gelovigen, velen zijn louter opportunisten, maar veel maakt het niet uit.

We hebben dit steeds weer gezien met online samenzweringstheorieën, waarbij deze platforms helpen de boodschap te ontdoen van zijn oorspronkelijke context. Ik denk echt dat als meer mensen zouden weten dat QAnon is ontstaan op het soort forums dat vol zit met antisemitisme, misogynie, wit-supremacistische taal, intimidatie, pornografische inhoud, griezelige fotoʼs van misdaadplekken en al dat soort vreselijke dingen, ze veel voorzichtiger zouden zijn.

Op het gevaar af iets voor de hand liggends te zeggen: samenzweringstheorieën zijn geen nieuw fenomeen in de Amerikaanse politiek. Ryan Grim van The Intercept besprak onlangs hoe een begin-20e-eeuwse samenzweringstheorie over witte meisjes die als seksslavinnen zouden zijn verkocht heeft geleid tot de oprichting van de F.B.I., en er schuilen in dat verhaal een paar griezelige parallellen met hoe QAnon is begonnen met het kapen van de ʻred de kinderenʼ-retoriek. QAnon recycleert ook veel themaʼs uit archetypische anti-semitische samenzweringstheorieën. In hoeverre denk je dat QAnon uniek is voor het tijdperk van de sociale media, en in hoeverre denk je dat dat niet zo is?

Het blijkt altijd erg heilzaam te zijn voor mensen die zich boos, gefrustreerd en vervreemd voelen – wat het ook moge zijn – om hun frustraties niet toe te schrijven aan een heel groot systeem dat zich niet om hen bekommert en hen in de steek heeft gelaten, maar aan kwaadaardigheid, zodat ze kunnen zeggen: ʻDit is corruptie van de hoogste orde, dit gaat helemaal tot aan de top.ʼ

En dat hangt samen met het feit dat er in de wereld nu eenmaal samenzweringen bestaan – je weet wel: er is overheidscorruptie, er is kinderhandel. Al die dingen bestaan. Maar vaak manifesteren ze zich op de meest saaie manier die maar mogelijk is. Een deel van de reden waarom QAnon het afgelopen jaar zo populair is geworden is het Jeffrey Epstein-schandaal, een echte gebeurtenis die de beweging veel vaart heeft gegeven.

Toch denk ik wel dat QAnon anders is dan andere samenzweringstheorieën door de manier waarop al die internetplatforms samenwerken. QAnon heeft veel andere samenzweringstheorieën bijeengebracht in één grote, overkoepelende beweging, die wordt gekenmerkt door een breedvoerige uitleg van hoe de wereld zou functioneren. QAnon wil een thuis zijn voor iedereen.

Als je met mensen praat die deze beweging echt hebben bestudeerd, zeggen ze dat zij mensen een doel in hun leven geeft. En als die mensen zich ontheemd voelen, fungeren platforms als Facebook en YouTube en Twitter als de fora waarop ze elkaar kunnen vinden. En als ze elkaar eenmaal gevonden hebben, wordt dit gewoon een manier van leven.

Julia Carrie Wong berichtte onlangsin The Guardian dat de campagne van Marjorie Taylor Greene financieel is ondersteund door veel machtige Republikeinse figuren en organisaties, waaronder iemand die connecties onderhoudt met de stafchef van het Witte Huis, Mark Meadows. In hoeverre houdt u socialemediabedrijven verantwoordelijk voor de opkomst van QAnon, en in hoeverre ziet u QAnon als een symptoom van een of andere diepere rot in het Amerikaanse sociale en politieke leven?

O, het is voor de volle honderd procent een combinatie van die twee dingen. Zoʼn beweging is pas mogelijk als mensen hun vertrouwen in de deskundigheid en het gezag van de instituties hebben verloren. En ik denk dat de woede en de lusteloosheid en het gebrek aan kansen voor veel mensen sinds de financiële crisis, en het gevoel van precariteit, veel hebben bijgedragen aan de omstandigheden waardoor een theorie als deze kon ontstaan. En Trump is zeker een grote speler in het uitgebreide QAnon-universum.

Ik denk dus niet dat de socialemediabedrijven QAnon op welke manier dan ook in het leven hebben geroepen, maar dat ze er wél verantwoordelijk voor zijn dat al die mensen elkaar zo makkelijk hebben kunnen vinden. Zij hebben hen een infrastructuur gegeven, en een route naar het verdienen van geld en het vergaren van roem. Er kan heel veel geld mee worden verdiend. Ik denk dat de huidige toestand in het land en in de wereld – de ontgoocheling – ertoe heeft bijgedragen dat de theorie kon ontstaan en dat zij een doel kreeg. En dan helpen deze bedrijven om haar te verspreiden en veel invloed te vergaren, en geven zij mensen prikkels om ermee door te gaan.

Twitter heeft onlangs aangekondigd duizenden QAnon-accounts te gaan verbieden, en Facebook zei ook iets dergelijks van plan te zijn. Maar het is en blijft wel Facebook, dus we moeten dat bericht waarschijnlijk met een korreltje zout nemen. Is dit wat de technologiebedrijven volgens jou zouden moeten doen?

Het zal zeker helpen om het deze beweging de wind uit de zeilen te nemen, maar ik denk ook dat de geest allang uit de fles is. Een zeer klassieke dynamiek van deze platforms is dat ze iets uitrollen of een bepaalde structuur opbouwen, zonder er echt over na te denken wat er zou kunnen gebeuren als die structuur misbruikt wordt, als de zaken echt uit de hand gaan lopen; pas als dat heel erg het geval is proberen ze er weer controle over te krijgen. En tot op zekere hoogte kun je dan niet meer terug naar waar het allemaal ooit is begonnen.

Daarom is het echt frustrerend dat Facebook pas in juni dit jaar heeft besloten om QAnon serieus te nemen en de eerste controle op de inhoud van de QAnon-paginaʼs op hun platform uit te voeren. Dit gedoe is al bijna drie jaar aan de gang! En nu proberen ze die gemeenschappen alsnog de kop in te drukken, maar ik weet niet of dat nog wel gaat lukken. Ik denk dat al die mensen dan gewoon ergens anders heen gaan. Ik denk dat Facebook, Twitter en YouTube hen de petrischaal hebben aangereikt om in te groeien, en dat ze nu sterk genoeg zijn om op eigen kracht verder te kunnen.

Sommige pleitbezorgers van de vrije meningsuiting – en dan bedoel ik de vrije meningsuiting in de losse, buitenwettelijke zin – zijn bezorgd dat de sociale-mediaplatforms de inhoud gaan censureren, omdat het de macht van een paar bedrijven om de reikwijdte van een aanvaardbaar discours op te leggen nog verder versterkt. Deelt u die zorgen, of denkt u dat ze overtrokken zijn?

Ik denk dat alle zorgen over de vrijheid van meningsuiting zwaar overdreven zijn. Deze platforms willen niet de schijn ophouden dat ze redactionele beslissingen nemen, maar er is wel iets heel verhelderends aan QAnon. Het gaat hier niet om een situatie waarin redelijke mensen het met elkaar oneens zijn. Dit is een samenzweringstheorie die is ontstaan op een witte supremacistische antisemitische messageboard, over de voormalige Democratische presidentskandidaat die in Guantánamo zou moeten worden opgesloten wegens misdaden tegen de Verenigde Staten. Dit is gekheid, een uiterst gevaarlijke zaak.

Wilt u dat deze bedrijven deze beslissingen nemen? Nee, want ze hebben duidelijk laten zien dat ze daar niet erg goed mee om kunnen gaan, en ze zijn er duidelijk niet op gebrand de oplossing zijn. Maar helaas zullen deze beslissingen wel door deze mensen genomen moeten worden, omdat ze het zo ver hebben laten komen.

En ik weet gewoon niet wat het alternatief is. Gewoon maar afwachten waar dit heen gaat? Ik bedoel, oké, maar kan iemand zich een toekomst voorstellen waarin dit zich ontwikkelt op een manier die constructief is voor onze politiek en voor onze samenleving? QAnon vergrijpt zich aan de politiek en maakt er een sciencefiction-stripverhaal van over kinderpornobendes.

Steven Hassan, een consulent in de geestelijke gezondheidszorg en cult-deskundige, zei onlangs in MIT Technology Review dat veel van de belangstelling voor QAnon wordt ingegeven door angst, en dat het louter behandelen ervan als een probleem van desinformatie of een verkeerd werkend algoritme niet genoeg zal zijn om de invloed ervan te beteugelen. Bestaat er enige consensus over wat wel zou volstaan?

Ik heb daar nog niets van gemerkt. Mensen die sektes onderzoeken denken in beginsel dat dit niet louter een probleem van desinformatie is. Het is veel ingewikkelder. Dit kan echt niet worden opgelost met fact-checking. Ik sprak met Mike Rothschild, een onderzoeker die een boek over QAnon schrijft en het fenomeen de afgelopen drie jaar heeft gevolgd. Hij zei dat er bijna iedere dag mensen naar hem toe komen die zeggen: ʻIk heb een familielid die in deze val is getrapt, wat moet ik zeggen om hem of haar er weer uit te halen?ʼ Er is niet echt iets is dat je kunt zeggen.

Maar zeg in ieder geval niet dat ze gek zijn. Dit moet worden aangepakt met een zekere mate van empathie voor de mensen die in dit konijnenhol zijn getuimeld. QAnon vervult een betekenisvolle rol in hun leven, of het nu gaat om het vinden van een doel of om het begrijpelijker maken van hun wereld, het is belangrijk voor ze. We moeten een manier vinden om dit fenomeen minder belangrijk te maken, om ervoor te zorgen dat dit geloof een minder vooraanstaande positie inneemt in hun leven.

Ik denk niet dat er makkelijke oplossingen zijn. Adrian Hon, een ontwerper van alternate reality games die ik heb geïnterviewd, zei dat mensen niet stoppen met het spelen van een spel zolang dat spel in een behoefte voorziet. Ze gaan niet stoppen met spelen omdat je tegen hen zegt dat het een dom spel is. Je moet ze een reden geven om te willen stoppen met spelen. Je maakt geen einde aan dingen als QAnon zonder mensen een geldige reden te geven om zich er vanaf te wenden.

Dus waar zie je QAnon heengaan?

Ik denk dat we nog maar net in het beginstadium verkeren. We bevinden ons op het moment dat iedereen probeert te bedenken waar dit op de dreigingsradar thuishoort, of op de kleurgecodeerde kaart van Homeland Security. Er zijn een paar mensen die dit al een tijdje onderzoeken, en zij denken dat de kleur oranje of rood moet zijn, en dat de dreiging groot is.

Veel hangt af van waar dit feitelijk de weg kruist van de moderne politiek en de verkiezingen. Het is mogelijk dat iemand als Lindsey Graham dit zal veroordelen als een samenzweringstheorie die gevaarlijk en slecht is. Donald Trump zou kunnen besluiten dat QAnon hem politiek gezien toch niet zo goed van pas komt. Maar hij kan ook tot de slotsom komen dat het fantastisch is! En dat meer knipoogjes en knikjes naar QAnon-aanhangers hem kunnen helpen de verkiezingen te winnen. Dan zullen meer mensen het voorbeeld van Marjorie Taylor Greene gaan volgen, zal het fenomeen steeds groter en groter worden, en zal de pers erdoor geobsedeerd raken.

Eén ding waar mensen die dit soort zaken onderzoeken zich zorgen over maken, is dat de pers louter over de best verteerbare onderdelen ervan gaat praten, en niet over Hillary Clinton die de gezichten van babyʼs zou verminken en hun scalpen als maskers zou dragen, omdat dat niet goed is voor de verkoop- en kijkcijfers; ze zullen Qanon dus gewoon behandelen als een theorie over de ʻdeep state.ʼ Het fenomeen zal gefatsoeneerd raken en daardoor verteerbaarder worden voor de meeste mensen.

Ik denk dat als je dit leest, het echt iets is om serieus te nemen. Maar waar het naartoe gaat en hoe duister het allemaal zal worden is nog steeds een beetje koffiedik kijken.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Politiek

Trump heeft Amerikaʼs smerige oorlogen thuis gebracht

Oorspronkelijke tekst (Engels): The New Republic, 21 juli 2020

fotografie: https://stuartschrader.com/contact

door Stuart Schrader

Stuart Schrader is docent sociologie aan de Johns Hopkins University en auteur van ʻBadges Without Borders: How Global Counterinsurgency Transformed American Policing

De autoritaire tactieken die we in naam van de nationale veiligheid over de hele wereld hebben verspreid, worden nu in Portland ingezet

In 1963 bracht het U.S. Agency for International Development een trainingsfilm voor de politie uit, onder de naam First Line of Defense. Deze film, gemaakt om politie-agenten uit derdewereldlanden te leren hoe ze de eerste tekenen van een dreigende communistische revolutie konden herkennen en hoe ze deze politieke subversie met verve de kop in konden drukken, toont een ʻwould beʼ communistische bende die ten tonele verschijnt en de hele stad onderkalkt met graffiti. De film maakt duidelijk dat, als de politie niet doelgericht ingrijpt, dit relatief onschuldige wangedrag de eerste noodlottige stap kan zijn op de weg naar een volwaardige guerrilla-opstand. Voor het overige een nuchter en didactisch geheel, bevatte de film één grap. Het symbool van de bende, geklad op de stadsmuren, was ʻO/PS,ʼ wat toevallig ook de naam was van de opdrachtgever van de film, het Office of Public Safety, de aan de CIA gelieerde afdeling voor de training van buitenlandse politie-eenheden van de Amerikaanse regering, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog.

Midden juni dit jaar, toen de regering-Trump met haar executive order ter ondersteuning van de politie kwam, verwees het Witte Huis naar de politie als de ʻeerste verdedigingslinie hier in eigen land.ʼ Tien dagen later verkondigde een tweede executive order dat ʻAmerikaanse monumenten, gedenktekens en standbeeldenʼ beschermd moesten worden tegen gevaarlijke ʻanarchisten en linkse extremisten.ʼ Hoewel deze executive orders misschien geduid moeten worden als shitposts van de uitvoerende macht, hebben ze de basis gelegd voor het gebruik door de regering-Trump van federale wetshandhavers om een nieuwe binnenlandse oorlog tegen haar eigen burgers te voeren.

Net als in de film First Line of Defense begon het allemaal met graffiti. In een aantal bulletpoints over het strijdtoneel in Portland, Oregon, meldde het Department of Homeland Security (DHS) herhaaldelijk: ʻGewelddadige anarchisten hebben graffiti aangebracht op…ʼ

Dit refrein, waarin wordt gesuggereerd dat het geweld voortspruit uit het mondstuk van een spuitbus, mag dan niet meer lijken dan een grap, de gevolgen ervan zijn zeer gevaarlijk. Zwaarbewapende federale agenten, die een gerechtsgebouw moesten beschermen tegen ʻvandalen,ʼ hebben projectielen afgevuurd op demonstranten, die daardoor zware verwondingen opliepen. Deze speciale agenten, die geen antwoord geven als je hen vraagt om zich te identificeren, maar in dienst zijn van de Customs and Border Protection (een douanedienst), dragen camouflagekleding, helmen, en tactische apparatuur. Ze hebben de beschikking over een breed scala aan wapens, zoals irriterende chemische stoffen en geluidswapens. Het meest ijzingwekkend is dat ze rondrijden in ongemarkeerde minibusjes, als een bende bijzonder agressieve voetbalmamaʼs. Er zijn opnamen van agenten die op schijnbaar willekeurige wijze arrestanten in een busje duwen, om vervolgens op hoge snelheid weg te rijden. Mark Pettibone, een demonstrant die op deze manier van de straat werd geplukt maar even later weer werd vrijgelaten, zei dat deze gemaskerde agenten zich nooit hebben geïdentificeerd.

President Trump maakt op zijn beurt in zijn herverkiezingsretoriek gebruik van deze krachtmeting door zich op te werpen als de laatste verdedigingslinie tegen deze gewelddadige anarchisten. Portland diende als zijn laboratorium voor een reeks radicale wetshandhavingstactieken, met de belofte dat ook andere steden binnenkort kunnen rekenen op eenzelfde demonstratie van door de staat gesponsord machtsvertoon. Die steden hebben volgens Trump een aanpak nodig zoals de Verenigde Staten die hebben toegepast in Afghanistan, omdat hun burgemeesters, net als de militante betogers, te ʻlinksʼ zouden zijn.

Zoals veel commentatoren hebben opgemerkt, komen deze stappen rechtstreeks uit het draaiboek van buitenlandse autoritaire leiders. Maar de geschiedenis van het Office of Public Safety, dat tijdens de Koude Oorlog werd opgericht om de contra-revolutie in de hele wereld te ondersteunen, toont aan dat Trumps enthousiasme voor autoritair machtsvertoon ook heel oude binnenlandse wortels heeft. Deze geschiedenis biedt ook enkele ontnuchterende lessen: telkens als het soort operaties dat in de film van het Office of Public Safety wordt getoond tijdens de Koude Oorlog misliep en er tóch volksopstanden uitbraken, was ernstig en ongedifferentieerd staatsgeweld het gevolg. Het resultaat was een smerig traject van oorlogsvoering onder de radar, met doodseskaders, verdwijningen en bloedbaden. De vraag die vandaag de dag moet worden gesteld is hoeveel van dit alles zich nu in eigen land manifesteert.

Het is de bedoeling dat contra-revolutionaire maatregelen een preventieve werking hebben. Als er eenmaal een volwaardige opstand uitbreekt, kan het moeilijk zijn om deze nog te smoren. Af en toe leidt zoʼn opstand zelfs tot regimeverandering – kijk maar naar Lyndon Johnson, die ten val kwam door een opstand in Vietnam. De veiligheidstactieken die nodig zijn om een populaire politieke beweging onder de duim te krijgen die de macht wil grijpen, zijn noodzakelijkerwijs escalerend van aard. De logica hierachter is simpel: opstandelingen slagen alleen als ze gewone mensen ertoe weten over te halen hen te steunen. Daarom is het van het grootste belang te voorkomen dat ze aanhang onder de bevolking krijgen.

Gaandeweg dit proces worden gewone mensen uiteindelijk het doelwit van de staat. Als je de opstandelingen steunt, ben je een doelwit. Ook als je alleen maar geneigd lijkt de opstandelingen te steunen, ben je een doelwit. De enige manier om te voorkomen dat je een doelwit wordt, is het bieden van volmondige steun aan het heersende regime en zijn strijdkrachten. Maar zoals de klassieke theorie van het neerslaan van opstanden onderkent, kan het steunen van het regime je ook tot een doelwit voor de opstandelingen maken. De terreur van de opstandelingen vindt zijn spiegelbeeld dus in de contraterreur van de overheid.

Die contraterreur is altijd erger. Na zijn vertrek uit Guatemala in 1968 stuurde een ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Viron P. Vaky, die geschokt was door wat er onder zijn hoede was voorgevallen, zijn collegaʼs een pijnlijk memorandum met de titel ʻGuatemala en contraterreur.ʼ Hoe, vroeg hij zich af, had het zover kunnen komen? Kwam dit doordat liberalen (zoals hijzelf) te veel geloof hadden gehecht aan de revolutionaire dreiging die van uiterst links uitging, zodat ze uiterst rechts alle vrijheid hadden gegeven en de politie erop hadden losgelaten? Wat de oorzaak ook mocht zijn, de gevolgen van dit alles waren voor Vaky volkomen duidelijk. Guatemala’s contraterreur was ʻbijtend,ʼ ʻongedifferentieerdʼ en ʻwreed.ʼ

De terrorismebestrijding in de steden nam vaak de vorm van verdwijningen aan. Deze afschuwelijke tactiek onthield de familieleden van degenen die waren verdwenen de mogelijkheid om afscheid te nemen; die families vroegen zich vertwijfeld af of ze hun geliefden ooit nog terug zouden zien. Zonder lichaam was er geen bewijs voor moord, maar ook geen mogelijkheid om een begrafenis of een rouwritueel te organiseren. Guatemalteekse vakbondslieden en studenten behoorden tot de eerste doelwitten, omdat ze makkelijk op te sporen waren en ontvankelijk werden geacht voor de boodschap van de geheime communistische vijfde colonne.

In sommige gevallen kwam de contraterreur van de officiële strijdkrachten van de staat. Eén van de innovaties in Guatemala was het uit boven de zee vliegende helikopters gooien van vermeende communisten. In Portland zijn extreemrechtse militanten gesignaleerd in shirts waarop deze tactiek wordt toegejuicht. Maar steeds vaker kleden deze figuren zich als DHS-officieren, met een Hawaiï-shirt aan.

Soms kwam de contraterreur van losjes georganiseerde paramilitairen, vooral op het platteland. In een analyse uit 1972 van Amerikaanse wetenschappers wordt nuchter geconstateerd dat de Guatemalteekse regering een paramilitaire troepenmacht van tweeduizend man had opgericht: ʻHoewel ze ongetraind en ongedisciplineerd waren, en bij hun operaties zonder aanziens des persoons optraden, kregen deze amateurs de lof toegezwaaid voor een groot deel van het succes van de campagne.ʼ Deze studie concludeerde echter ook dat de ʻhardhandige techniekenʼ van andere ʻundercoveragentenʼ ʻte lomp waren om zeer effectief te zijn, en hebben geleid tot het genereren van oppositie tegen de regering van normaal gesproken niet-politieke elementen uit de bevolking.ʼ

Dikwijls was het gewoon onduidelijk wie achter de contraterreur zat, omdat de schimmige agenten zich nooit identificeerden. Bestonden de doodseskaders uit politie-agenten of uit soldaten die buiten diensttijd opereerden? Waren het mensen die waren ingehuurd door de elites en de landeigenaren? Waren het mensen uit je eigen buurt? Tijdens de Koude Oorlog was in heel Latijns-Amerika, en met name in militaire dictaturen als Argentinië, de angst dat je buurman misschien lid was van een doodseskader aannemelijker dan de officiële propaganda die beweerde dat je buurman een communistische subversieveling zou kunnen zijn. In Argentinië reden doodseskaders rond in Ford Falcons, de populairste auto van het land, wat inhield dat als je zoʼn auto door je straat zag rijden dit kon betekenen dat je een familielid nooit meer zou terugzien; maar het kon ook helemaal niets om het lijf hebben. Tot op de dag van vandaag kan de aanblik van een klassieke Falcon ervoor zorgen dat het hart van een oudere Argentijn een paar keer overslaat.

Deze geschiedenissen, en hun pijnlijke en nooit vervagende herinneringen, zijn relevant voor het heden, omdat Trump de ideologie van de contrarevolutie op het hele halfrond nieuw leven heeft ingeblazen. En de verdwijningen houden aan.

Vandaag de dag bieden de V.S. over de hele wereld nog steeds dezelfde soort veiligheidshulp aan landen als vijf decennia geleden via het Office of Public Safety. Normaal gesproken zou de Border Patrol Tactical Unit, die zo straffeloos in Portland opereert, in feite betrokken moeten zijn bij de training van grenswachten in andere landen. Maar bovenstaande geschiedenissen zijn van belang voor het heden omdat het buitenlands beleid van de V.S. onder Trump niet langer hoeft te pretenderen te zijn toegewijd aan de beginselen van de liberale democratie. Nu zijn deze uit deze mottenballen gehaalde ideologieën aan het werk in de straten van de VS zelf – ook al vormen betogers op straat juist het bewijs dat onze democratie tot nu toe althans nog enigszins werkt.

Binnen een paar dagen na de moord op George Floyd was het duidelijk dat deze reeks opstanden anders zou zijn. De politie weifelde tussen willekeurige aanvallen op vreedzame demonstranten en snelle terugtrekkingen, die schijnbaar bedoeld waren om zoveel mogelijk vernielingen en plunderingen uit te lokken als waartoe de betogers bereid waren. De aanvallen zorgden voor maximale woede onder de betogers en de daaropvolgende tactische terugtrekkingen stelden hen in staat om die woede op het stadslandschap zelf te koelen. In Minneapolis brandde een politiebureau af, en in andere steden waren politievoertuigen het doelwit. In New York City ʻbevrijddenʼ demonstranten goederen uit dure winkels, terwijl er nauwelijks agenten in de buurt waren, omdat die enkele blokken verderop vreedzame demonstranten in elkaar aan het slaan waren.

Maar de federale strijdkrachten, met hun bijna onbeperkte middelen, pakten het anders aan. Hun machtsvertoon was onverbiddelijk. Zij koppelden gespecialiseerde politiebataljons op de grond aan verkenning vanuit de lucht en manoeuvres met helikopters, bedoeld om betogers te intimideren, zo niet daadwerkelijk te verwonden. Deze operaties vuurden de demonstranten juist aan, in plaats van de betogingen te deëscaleren.

Begin juni leek het er een paar dagen lang op dat een combinatie van meedogenloze acties van de plaatselijke politie en federale tactieken, gericht op Washington, het land op de drempel van een contrarevolutie hadden doen belanden. Voor nuchtere waarnemers was de boodschap glashelder: het was het geweld van de politie dat zorgde voor het aanzwellen van de protesten. Zoals ik destijds schreef was de contrarevolutie de voedingsbodem voor de revolutie.

Toen begon de vermoeidheid toe te slaan. De betogers veranderden van tactiek, burgemeesters pleitten voor kalmte en het militaire leiderschap, geconfronteerd met onenigheid in eigen gelederen, ontzenuwde Trumps dreigementen en diende de president op ongekende wijze van repliek, ondersteund door gepensioneerde generaals. Maar de woede van het volk over het racisme is nog lang niet verdwenen, vooral niet nu de economie voor iedereen blijft krimpen, behalve voor de superrijken, de pandemie nog steeds voortwoedt, en de politie burgers blijft doden.

In sommige steden waar de protesten een hardnekkig verschijnsel waren, zoals in Portland, is Trumps Department of Homeland Security ingezet. In tegenstelling tot de Nationale Garde, waarvan de slecht voorbereide leden zich maar al te vaak ongemakkelijk leken te voelen als ze tegen betogers in eigen land moesten optreden, herbergt het DHS de ware gelovigen van het Trumpisme. Niet alleen behoren haar operationele werkzaamheden, zoals deportaties, tot de ruwe essentie van het Trumpisme; de agenten van de Border Patrol-eenheden en de Immigration en Customs Enforcement zijn altijd al de gretige voetsoldaten van de regering-Trump geweest.

Portland was al vanaf het begin van het presidentschap van Trump een brandhaard van protesten. Journalist Arun Gupta heeft het zelfs ʻriotlandiaʼ genoemd. Confrontaties tussen neonaziʼs en anti-fascisten zijn er routine geworden, en de protesten na de moord op George Floyd betekenden louter een voortzetting van deze botsingen. De lokale politie was doorgaans meedogenloos, en deze meedogenloosheid heeft de vastberadenheid van de betogers alleen maar versterkt.

Binnen de stad is het federale gerechtsgebouw ground zero voor veel protesten, wat het DHS in staat heeft gesteld het recht om op te treden op te eisen. Maar de operaties van het DHS gaan veel verder dan het louter bieden van bescherming tegen vandalisme. In een verklaring tegenover verslaggevers hield een naamloze hoge DHS-ambtenaar staande dat federale agenten ʻniet zomaar, zonder reden, mensen gaan arresteren,ʼ omdat ʻdit communistisch China niet is.ʼ Maar de angst voor ondemocratische, onliberale en vreemde ideologieën dwingt het gebruik van ondemocratische en onliberale maatregelen af: dit is het reflexieve mechanisme van de antiterreurstrategie.

Natuurlijk is het wél het doel van DHS-agentschappen zoals ICE om mensen zonder enige reden te arresteren. Federale agenten, in samenwerking met lokale agenten, hebben via massadeportaties duizenden migranten laten verdwijnen, waardoor ze soms het bendegeweld dat ze oorspronkelijk waren ontvlucht weer onder ogen moesten zien. Het DHS haalt gezinnen uit elkaar en sluist zelfs kinderen door naar pleeggezinnen om geadopteerd te worden. Het alledaagse politiewerk in de steden lijkt op deze federale vorm van etnische zuivering; eenheden in burger rukken er al tientallen jaren mensen van de straat in speciale operaties tegen bendes, wat vaak leidt tot gewelddadige represailles omdat niet duidelijk is of de staat of ʻoppsʼ (vijandelijke bendeleden) hiervoor verantwoordelijk zijn. De echoʼs van de ʻvuile oorlogʼ in Argentinië zijn duidelijk aanwezig.

De huidige publieke belangstelling voor Portland heeft het DHS er nog niet toe aangezet om zich terug te trekken, en Trumps aanhoudend tegenvallende resultaten in de opiniepeilingen zouden hem ertoe kunnen brengen om de druk nog verder op te voeren door federale strijdkrachten ook naar andere steden te sturen. De detentie van Mark Pettibone, die veel aandacht in de media heeft gekregen, is een teken aan de wand. Hij werd opgepakt maar ook weer vrijgelaten, zonder dat er proces-verbaal van is opgemaakt. Maar deze gang van zaken zou gewoon een voorbode kunnen zijn van het op grote schaal en ongeregistreerd laten verdwijnen van mensen, zonder dat die ooit nog terugkomen. Dat kan ook hier gebeuren. En zoals Spencer Ackerman van The Guardian vijf jaar geleden heeft bericht, lang voordat Trump ten tonele verscheen: het is hier ook al gebeurd. Het Trumpisme is slechts het logische vervolg op iets dat we al tientallen jaren niet willen toegeven: dat het illiberalisme van de contraterreur van Amerikaanse makelij is.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Politiek

Schaf de politie af!

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 5 juni 2020

bron foto: Poets House

door Jericho Brown

Jericho Brown is een Amerikaanse dichter en schrijver, en won dit jaar de Pulitzerprijs voor poëzie.

Als je in de Verenigde Staten woont, weet je dat alles wat je hebt verkregen is dankzij – of ondanks – geweld. In feite staat de hele geschiedenis die ons op school over onze natie wordt bijgebracht bol van de moorddadige gebeurtenissen, die elkaar in zoʼn rap tempo opvolgen dat we tegen de tijd dat we klaar zijn met de middelbare school verdoofd genoeg zijn om te denken dat door de staat gesanctioneerd geweld niet alleen normaal is, maar, erger nog, moreel.

Onze naïviteit is zo diep geworteld dat sommige burgers de burgerrechtenbeweging zelfs vandaag de dag nog als geweldloos beschouwen. Maar we hebben geen respect voor die beweging als we het briljante leiderschap van Martin Luther King vereren zonder te begrijpen dat zijn werk op hetzelfde moment werd verricht als het pionierswerk van Malcolm X en de Nation of Islam, de Black Panther Party, de Deacons for Defense en vele andere basisorganisaties, die meer geïnteresseerd zijn in ʻoog om oog, tand om tandʼ dan in ʻkeer je vijand de andere wang toe.ʼ

Louter vreedzaam protest heeft zwarte mensen in de Verenigde Staten nooit vooruitgang, eerlijkheid of rechtvaardigheid gebracht. Sommigen zouden zelfs zeggen dat de witte Amerikaanse kapitalistische macht de voorkeur geeft aan vreedzaam protest, omdat militant protest meer vraagt dan wat de macht bereid is aan de onderhandelingstafel te bieden.

Als ik meer ruimte had, zou ik enkele populaire uitspraken van Nat Turner, Harriet Tubman, John Brown en Frederick Douglass aanhalen. Ik zou iets zeggen over hoe je de geschiedenis van de Amerikaanse Indianenbeweging onmogelijk kunt bespreken zonder te praten over waar je nog meer toe bereid moet zijn als je een federaal gebouw overneemt en bezet houdt. Ik wil graag in herinnering brengen dat de eerste Gay Pride een relletje was onder leiding van zwarte transvrouwen. Maar ik moet opschieten.

Begin vorige week heeft agent Derek Chauvin in Minneapolis, Minnesota, een 46-jarige zwarte man genaamd George Floyd in bedwang gehouden en geboeid. Chauvin knielde vervolgens bijna negen minuten lang op Floyds nek. Zonder zich te verzetten pleitte Floyd voor zijn leven en riep hij om zijn moeder, in het bijzijn van voorbijgangers, die Chauvin smeekten om zijn knie van Floyds nek te halen. Ze waarschuwden hem dat Floyd op het punt stond zijn leven te verliezen, en dat gebeurde ook.

Het feit dat burgers getuige zijn van een onrechtvaardige en onnodige moord, maar niet in staat zijn in te grijpen, is een voorbeeld van de VS als politiestaat. Zij kunnen niet ingrijpen – in de eerste plaats omdat het de politie is die de moorden pleegt, in de tweede plaats omdat ze bang zijn hun eigen leven te verliezen, en in de derde plaats omdat uit de geschiedenis blijkt dat er geen gerechtigheid zal zijn voor de man die ze willen redden, evenmin als voor henzelf nadat ze vermoord zijn omdat ze probeerden het juiste te doen.

Er is voor zwarte mensen in de Verenigde Staten geen goede training voor hoe je moet omgaan met rechtshandhavers. Meegaand of ingetogen zijn is geen garantie dat de politie je niet zal vermoorden. En de voorbeelden van mensen als Freddie Gray in Baltimore bewijzen dat – zelfs als de dood na politiegeweld en nalatigheid wordt beschouwd als moord – geen enkele politieagent ooit door een lijkschouwer verantwoordelijk zal worden gesteld voor het plegen van een moord.

Na de moord op Floyd zijn mensen in de VS en in het buitenland dagenlang de straat op gegaan om te protesteren, en de demonstraties gaan nog steeds door. In de Verenigde Staten werden deze mensen, omdat zovelen van hen zwart waren, geconfronteerd met tanks en wetshandhavers in oproeruitrusting. Maar ik wil nu niet veel meer woorden vuil maken aan de politie, want iedereen weet dat het in tijden van protest hun werkelijke taak is om de Amerikaanse waarde van bezit boven de waarde van het leven te stellen. Behalve dat de politie nu over militaire wapens beschikt, is dit sinds het begin van de 20e eeuw niet veranderd.

Ik denk liever aan de burgers die in het hele land betogen voor radicale verandering. Natuurlijk zijn de meesten van hen zwart of jong – velen zijn in de twintig. Hun hele leven hebben deze demonstranten de waarheid over het politiegeweld gekend. Meer recentelijk hebben ze echter coronavirus-gerelateerde sterfgevallen en ziekten van hun ouders, grootouders en vrienden moeten doorstaan. (Floyd zelf was voor zijn moord net van het virus hersteld.)

Ze zijn zich bewust van alle manieren waarop onze regering de verspreiding van het virus mogelijk heeft gemaakt, en ze weten dat ze hun eigen gezondheid op het spel zetten als ze samenkomen om méér te eisen dan alleen maar een hervorming als het om de politie gaat. Ze hoorden over de verbijsterende moorden op mensen als Breonna Taylor, Ahmaud Arbery en Tony McDade, nadat ze vele weken in isolement hadden gezeten. Ze leven in een land waar de werkloosheid onlangs bijna 15% bedroeg. Als ze deelgenomen hebben aan plunderingen, hadden ze wat ze gestolen hebben waarschijnlijk nodig. Ze weten dat het kapitalisme hier vóór de volksgezondheid komt. Ze denken aan de toekomst.

Dit zijn de omstandigheden waaronder een overweldigende meerderheid van deze jongeren vreedzaam protesteert, terwijl anderen gebouwen met stenen hebben bekogeld, in brand hebben gestoken of met verf hebben beklad. Als we het hebben over gewelddadig protest in de Verenigde Staten, bedoelen we meestal dat iemand een ruit heeft ingegooid of een paar schoenen heeft gestolen, en niet dat hij of zij iemand fysiek leed heeft berokkend. Ik vind dit schandalig in de context van het gooien van traangasgranaten door de politie en het afschieten van rubberen kogels op een vreedzame menigte. En het lijkt idioot in het licht van het feit dat Chauvin pas werd gearresteerd nadat demonstranten een politiebureau in Minneapolis in brand hadden gestoken – vier dagen nadat hij Floyd had vermoord.

In Philadelphia hebben demonstranten het standbeeld van Frank Rizzo onherkenbaar beschadigd. Het beeld van de voormalige burgemeester stond twintig jaar lang voor het stadhuis, ondanks het feit dat hij zinnen had uitgesproken als ʻStem wit,ʼ en dat hij agenten die op weg waren naar een protestdemonstratie opdroeg ʻze bij hun zwarte lurven te pakken.ʼ Ambtenaren van de stad hebben het beeld uiteindelijk in de nacht nadat het was vernield verwijderd. Geen enkele brievencampagne had dat kunnen bewerkstelligen.

Ik wil niemand tot rellen aanzetten. Ik wil alleen maar in herinnering roepen dat het ergste van het huidige protestmoment is dat het niet zou zijn voorgevallen als George Floyd nu nog had geleefd. De geschiedenis zou duidelijk moeten maken dat wat er ook gebeurt in het huidige moment van woede over de politiestaat net zo noodzakelijk is als de slavenopstand van Nat Turner in 1831.

De rebellen en oproerkraaiers die vandaag de dag betogen hebben iets radicaals in gedachten. Ze zijn niet geïnteresseerd in het bereiken van een of andere middenweg als het gaat om instellingen die alleen maar bestaan om ons in de gaten te houden, te intimideren en te doden. We weten dat het ooit krankzinnig leek om te zeggen: ʻSchaf de slavernij af.ʼ En we zijn bereid om voor gek versleten te worden als we nu zeggen: ʻSchaf de politie af.ʼ De scènes die we op het nieuws en via de sociale media bekijken zouden net zo goed herhalingen van een slecht geschreven tv-programma kunnen zijn. De politie is in iedere aflevering van dat programma het probleem, dus de politie moet worden afgeschaft, zodat we kunnen ophouden met kijken.

Als je het er niet mee eens bent dat de politie het probleem is, dan vind je blijkbaar dat zwarte mensen het probleem zijn. Als je, na alles wat je hebt gezien, denkt dat het probleem van het politiegeweld van de afgelopen honderd jaar zwarte mensen zijn, dan ben je een racist.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Gezondheid Politiek

Het grootste overheidsfalen sinds de appeasement

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 14 mei 2020

fotografie: Simon Dawson

door Owen Jones

Owen Jones is een Brits journalist, schrijver, columnist, politiek commentator en linkspolitiek activist.

Officieel is de nieuwe strategie ʻpersoonlijke verantwoordelijkheidʼ en ʻgoed, solide Brits gezond verstand,ʼ zoals onze minister-president het kleurrijk omschrijft; officieus is de operatie om het publiek de schuld in de schoenen te schuiven redelijk op stoom gekomen. Terwijl de media zich afvragen waarom de treinen en bussen in Londen propvol zitten ondanks het regeringsadvies, smeekt onze minister van vervoer, Grant Shapps, de domme oude forenzen om niet ʻterug te stromenʼ naar het openbaar vervoer.

Het kleine probleem hier is dat de regering miljoenen werknemers heeft opgedragen weer aan het werk te gaan; gezien het feit dat er nog steeds geen teleporters zijn uitgevonden, hebben ze een ander vervoermiddel nodig om de afstand tussen hun huis en hun werk te overbruggen. Als je als Londenaar meer dan 70.000 pond per jaar verdient, is dat geen probleem: ongeveer 80% heeft toegang tot een auto en de meesten kunnen thuiswerken. Helaas heeft bijna de helft van de inwoners van de hoofdstad – en ruim 70% van de mensen die minder dan 10.000 pond per jaar verdienen – geen toegang tot een auto: als je die beelden van volgepakte treinen en bussen wilt begrijpen, begin dan hier.

Het is niet verwonderlijk dat een regering die verantwoordelijk is voor het grootste dodental van Europa, zó geïnteresseerd is in het afschuiven van de schuld. Was het ʻgoed, solide Brits gezond verstandʼ om groepsimmuniteit na te streven en later dan andere Europese landen een lockdown op te leggen, ook al waren de gruwelen van Lombardije allang bekend? En was het inderdaad ʻgoed, solide Brits gezond verstandʼ om kwetsbare patiënten terug te sturen naar verzorgingstehuizen, zonder ze eerst te testen op het coronavirus, waardoor de ziekte werd verspreid in een sector waar misschien wel 22.000 mensen zijn gestorven? Of zou ʻgoed, solide Brits gezond verstandʼ kunnen verklaren hoe het personeel in de frontlinie is blootgesteld aan een gebrek aan persoonlijke beschermingsmiddelen?

Maar de strategie achter de nieuwe aanpak van de regering is duidelijk. ʻBlijf alertʼ is natuurlijk betekenisloos, behalve om de verantwoordelijkheid voor wat er straks gaat gebeuren op individuen af te kunnen wentelen. Volwassenen hebben de staat niet nodig om hun hand vast te houden, verkondigen de boodschappers van de regering: in plaats van te vertrouwen op gedetailleerde instructies en een centraal dictaat, moeten we vertrouwen op ons eigen oordeel. De implicatie is natuurlijk dat als zich straks nóg een piek in de infecties en de sterfgevallen voordoet, dit de schuld van het publiek zal zijn, omdat het niet genoeg persoonlijke verantwoordelijkheid heeft betoond.

Dit is een heropleving van de idealen van het Hoge Thatcherisme, zij het dat ze nu worden toegepast op een pandemie. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werden sociale problemen die collectieve oplossingen vereisten – zoals werkloosheid en armoede – geherdefinieerd als individuele tekortkomingen. ʻTegenwoordig is er echt geen primaire armoede meer in dit land,ʼ verklaarde Margaret Thatcher zelf. ʻIn westerse landen hebben we alleen nog problemen die geen armoede zijn. Oké, er kan sprake zijn van armoede omdat mensen niet weten hoe ze moeten budgetteren, niet weten hoe ze hun inkomsten moeten uitgeven, maar dat is uiteindelijk het gevolg van een fundamenteel persoonlijkheidsgebrek.ʼ

Als je arm was, werd het een steeds populairdere houding om te beweren dat dat kwam omdat je dom, werkschuw en lui was. Dankzij de voormalige Tory-minister Norman Tebbit werd ʻget on your bikeʼ (ʻstap op je fietsʼ) een nationaal cliché: het was natuurlijk handiger voor de regering om net te doen alsof de massale werkloosheid werd veroorzaakt door een gebrek aan inspanning en vastberadenheid, en niet door de monetaristische economie die hele bedrijfstakken verwoestte.

Wat het dogma van de ʻpersoonlijke verantwoordelijkheidʼ doet, is het uitwissen van de ongelijkheden die de samenleving tekenen, verminken en uiteindelijk bepalen. Het wendt voor dat we allemaal even vrij zijn, dat onze autonomie over ons leven en onze omstandigheden dezelfde is; dat een middenklasseprofessional die thuis werkt en toegang heeft tot een auto, dezelfde keuzes kan maken als een schoonmaakster die geacht wordt haar werk aan de andere kant van de stad te doen.

De naar schatting 60.000 mensen die tot nu toe bij deze nationale ramp zijn omgekomen, zijn niet van hun familie losgescheurd omdat het publiek niet zich niet verantwoordelijk heeft gedragen, en dat geldt ook voor de doden die de komende weken nog zullen vallen. Elke toename van de besmettingen zal niet te wijten zijn aan het feit dat iemand in het park op een meter afstand van zijn ouders heeft gestaan in plaats van op twee. Het zal niet de schuld zijn van mensen die hun buren hebben uitgenodigd voor een verboden kopje thee in de keuken, maar van het feit dat de schoonmakers die hun rommel mogen opruimen een hongerloon uitbetaald krijgen.

De verklaring hiervoor is eenvoudig: de regering heeft de lockdown versoepeld om mensen uit de arbeidersklasse in onevenredige mate in mogelijk onveilige omgevingen te dwingen, op verzoek van hun werkgevers die economische belangen boven het menselijk leven hebben gesteld. Een andere verzwarende factor is het opgeven van duidelijke instructies ten gunste van verwarring. Het kan goed zijn dat dit een bewuste strategie is, om te kunnen beweren dat de regering volkomen duidelijk is geweest, maar dat het publiek het team in de steek heeft gelaten door niet genoeg ʻgoed, solide Brits gezond verstandʼ te tonen. Wat er ook gebeurt, de poging om de schuld voor het meest rampzalige regeringsfalen sinds de appeasement van 1938 in de schoenen van het publiek te schuiven mag niet slagen. Dit is hún schuld: zíj hebben dit gedaan, en we mogen hen dit niet laten vergeten.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Economie Politiek

Het neoliberalisme is nog lang niet dood

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 16 mei 2020

bron foto: Twitter

door Alex Doherty

Alex Doherty is gastheer van Politics Theory Other, een podcast over allerlei politieke en theoretische zaken. Het doel is het werk van auteurs van radicaal links, dat soms als ʻacademischʼ of ʻmoeilijkʼ wordt gezien, naar een breder publiek te brengen.

Sommige mensen zeggen dat het neoliberalisme niet bestaat – dat het ʻbetekenisloosʼ is, of alleen maar een ʻscheldwoord.ʼ Maar van de financiële crisis van 2008 tot het Brexit-referendum van 2016, en van de opkomst van de alt-right tot de COVID-19-pandemie, kun je onze wereld eigenlijk niet goed begrijpen zonder in te zien hoe het neoliberalisme onze politiek en onze economie beïnvloedt.

Maar wat is het? In grote lijnen kan het neoliberalisme worden gedefinieerd als het geheel van het beleid en het overkoepelende politieke ethos dat de regeringen eind jaren zeventig in staat heeft gesteld zich af te wenden van de door de staat gestuurde economische planning, ten faveure van een economisch model dat concurrerende markten heeft uitgebreid naar alle terreinen van menselijke activiteit en de aanzet heeft gegeven tot de heerschappij van het financiële kapitaal (zoals bedacht in de City of Londen en Wall Street), door de beperkingen op de mobiliteit van dat kapitaal weg te nemen.

Belangrijk is dat het neoliberalisme niet alleen een beleidsagenda is, maar ook een moreel kader dat individuen leert zichzelf niet te zien als bijvoorbeeld loontrekkers, maar eerder als risicominnende ondernemers die de financiële risicoʼs moeten aanvaarden van hun deelname aan het hoger onderwijs, het kredietsysteem en de gedereguleerde arbeidsmarkten.

Het neoliberalisme werd in eerste instantie als economisch programma door de regering-Thatcher in Groot-Brittannië en door de regering-Reagan in de Verenigde Staten ingevoerd, maar de principes ervan bleven ook de derde weg-politiek van New Labour en de Clinton-Democraten bepalen. Hoewel centrumlinkse politici de toepasbaarheid van de term op hun beleid afwijzen, toont een schat aan door economen, sociologen en historici geproduceerd wetenschappelijk bewijsmateriaal aan hoe derde-weg politici het neoliberale project vooruit hebben geholpen.

Hoe staat het er vandaag de dag voor met deze ideologie? Sommigen zeggen dat het neoliberale tijdperk zo goed als voorbij is. In de begindagen van de COVID-19-pandemie verklaarde Paul Mason dat de gegevenheden van de crisis inhielden dat de politieke klasse van Groot-Brittannië binnenkort volledig zou bestaan uit ʻenthousiasteʼ of ʻenigszins onwilligeʼ socialisten – de progressieve staatsinterventie stond onvermijdelijk weer op de agenda. Dergelijke beweringen moeten echter met een korreltje zout worden genomen, niet in de laatste plaats omdat soortgelijke voorspellingen de ronde deden na de financiële crisis van 2008, na het Brexit-referendum en de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten. En die voorspellingen bleken er flink naast te zitten.

Zo kondigde Nobelpijswinnaar Joseph Stiglitz op het hoogtepunt van de financiële crisis aan: ʻHet neoliberalisme … is dood.ʼ Toch werd het al snel duidelijk dat dit een voorbarige conclusie was. Het is waar dat de crisis een ernstige bedreiging leek te vormen voor de aanbidding van de markten, omdat overheden gedwongen werden de financiële sector te redden. Maar wetenschappers als Philip Mirowski hebben aangetoond dat de neoliberalen al lang hadden begrepen dat hun project staatsinterventies vergt om markten te creëren en in stand te houden. In plaats van de crisisbestrijding van de overheden in 2008 te zien als een afwijzing van marktvriendelijk beleid, is het nuttiger om het te beschouwen als een extreem voorbeeld van pro-business overheidsingrijpen, dat erop gericht was om het primaat van de markt op de langere termijn te behouden.

Op het eerste gezicht leken de uitslag van het Brexit-referendum en de verkiezing van Trump een breuk met het neoliberalisme in te houden. Maar die diagnose kwam voort uit een gebrek aan inzicht in de manier waarop het neoliberalisme zich kan aanpassen aan elementen van andere ideologieën.

Hoewel de Brexiteers een hekel hebben aan de Europese Unie (een instelling waar neoliberale intellectuelen het al heel lang niet over eens zijn), blijven zij gehecht aan de kern van de neoliberale ideologie. Zo is het Australische, door de Brexiteers zo geliefde, op punten gebaseerde immigratiesysteem volkomen in overeenstemming met de visie van de neoliberalen op de mens als een verzameling van bezittingen (van grotere of kleinere waarde). De opleiding, werkervaring en connecties van de post-Brexit immigrant worden geherdefinieerd als vormen van kapitaal waarvan het al dan niet de moeite waard is om erin te investeren (door die immigranten binnen te laten), om op die manier een toekomstig rendement op deze investering voor de nationale economie veilig te stellen. Op punten gebaseerde immigratiesystemen betekenen met andere woorden geen eenvoudige verschuiving van de neoliberale, op de vrije markt gerichte orthodoxie naar een of ander rechts protectionisme.

Als noch de crises van 2008 noch die van 2016 het einde van het neoliberalisme hebben ingeluid, hoe zit het dan met COVID-19? Vandaag de dag, net als in 2008, zien politici als Rishi Sunak zich gedwongen beleid te voeren dat in tegenspraak lijkt te zijn met hun voorkeur voor de heerschappij van de markt, maar het is opnieuw de bedoeling om zo snel mogelijk terug te kunnen keren naar ʻnormaalʼ en het publiek te verlossen van hun ʻverslavingʼ aan de steun van de staat. Het gefrustreerde verlangen van de regering om de verlofregeling in te perken en haar duidelijke verzet tegen de invoering van een universeel basisinkomen wijzen op een engagement om de kern van het neoliberale welvaartsbeleid in stand te houden. Dit betekent dat men zich verzet tegen royale uitkeringen voor iedereen, die door de neoliberalen als nadelig worden beschouwd voor het bevorderen van de ondernemerszin en het disciplineren van de beroepsbevolking.

In de context van de pandemie en de klimaatcrisis is het nóg verontrustender dat de neoliberale visie op het individu als menselijk kapitaal blijft bestaan, waardoor regeringen bevolkingsgroepen van ʻlage waardeʼ als wegwerpartikel kunnen behandelen. Meer overheidsingrijpen om de inkomens te beschermen is welkom, maar kan door regeringen kunnen worden gebruikt om een soort economische triage uit te voeren, waarbij bevolkingsgroepen die het niet waard worden geacht om te worden ʻgeredʼ worden uitgesloten van overheidssteun. Zoals Michel Feher heeft aangetoond, zijn er al mildere precedenten voor dit soort hervormingen van de verzorgingsstaat uitgevoerd door de belangrijkste politieke partijen van Ierland en Portugal, die de uitkeringen voor de jongere delen van de beroepsbevolking hebben verlaagd om de emigratie te stimuleren en – in het geval van Portugal – om jonge, relatief arme Portugezen in te ruilen voor welvarender gepensioneerden uit het buitenland. In de context van de steeds groter wordende staatsschulden, waarbij migrantenpopulaties worden behandeld als ziekteverspreiders, is het niet moeilijk in te zien hoe een op uitsluiting gebaseerde neoliberale politiek, die investeringen in bepaalde bevolkingsgroepen en desinvesteringen in andere bevolkingsgroepen ondersteunt, aan kracht zou kunnen winnen.

Dit alles wil niet zeggen dat de COVID-19-crisis geen reële bedreiging vormt voor de neoliberale orthodoxie. Fysieke distantie en gedwongen quarantaine hebben de arbeidsmarkt verstoord, waardoor het machtsevenwicht tussen arbeid en kapitaal mogelijk is verschoven ten gunste van de werknemers. De toename van wilde stakingen en de opkomst van onderlinge hulpgroepen zijn zeker bemoedigend. En de verlofregeling heeft de kunstmatigheid van de beperkingen van de overheidsuitgaven tijdelijk aan het licht gebracht. Maar gezien de hardnekkigheid en het aanpassingsvermogen die de neoliberale ideologie gedurende de afgelopen tien jaar aan de dag heeft gelegd moet iedere nuchtere beoordeling van de huidige toestand rekening houden met de mogelijkheid van het voortbestaan (of de succesvolle mutatie) ervan, maar ook met haar mogelijke ondergang.

Vertaling: Menno Grootveld

Categorieën
Economie Politiek

De euro: het wonder of de dood

Oorspronkelijke tekst (Frans): Le Monde Diplomatique, 21 april 2020

fotografie: Stéphane Burlot

door Frédéric Lordon

Frédéric Lordon is een Frans econoom en filosoof, en onderzoeksdirecteur aan het Centre européen de sociologie et de science politique in Parijs.

Na de near death experience een full death experience?

De door het ʻwhatever it takesʼ van Mario Draghi in 20121 op het nippertje geredde euro had in werkelijkheid alleen maar een beetje tijd gewonnen om zich te kunnen herstellen en de volgende klap te kunnen opvangen. Want het is wel zeker dat die gaat komen, in de vorm van een nieuwe gigantische financiële crisis. Financiële deregulering leidt immers altijd tot crises, met dezelfde regelmaat als die van de seizoenen, vooral omdat de fundamentele problemen van de kapitaalmarkten niet zijn opgelost. Want feitelijk zijn er geen zesendertig oplossingen om de problemen van de financiële markten op te lossen, er is er slechts één: ze moeten worden afgeschaft.

Maar er waren zulke machtige belangen mee gemoeid dat er alle naïviteit van de wereld voor nodig was om te kunnen denken dat er binnen het kader van de politieke instellingen van het neoliberalisme iets serieus tegen zou kunnen worden ondernomen. Obama schijnt een ogenblik te hebben gedacht dat hij kon onderhandelen en had, naar men zegt, de moguls van de financiële wereld in deze bewoordingen op de hoogte gebracht: ʻThe only thing between you and the pitchforks is my administration.ʼ Het feit dat Wall Street zijn campagne had gefinancierd en innig verstrengeld was met de Democraten bracht hem echter snel bij zijn positieven. De affaire eindigde met de Dodd-Frank Act: niet helemaal niets, maar ook niet heel veel, zoals de gebeurtenissen die nog zouden komen inmiddels hebben aangetoond.

Ondertussen stond Sarkozy in Europa in Toulon met zijn armpjes te zwaaien en wekte The Economist de indruk bang te zijn door zich af te vragen of dit het einde van het kapitalisme was, maar godzijdank – nee. Eind 2008, begin 2009 zagen we regeringen dingen goedkeuren die afwijken van het Europese liberale dogma. Er werd aangekondigd dat alles anders zou zijn en dat niets zo zou blijven als het was. Men dacht heel hard na en zou alles doen wat nodig was. Maar medio 2009, nadat de financiële en bancaire klap van de crisis was opgevangen, waren we weer terug bij af: alle ontstane tekorten kwamen voor rekening van het lopende boekjaar, verder niet. Voortaan was het parool: herstel van de ernst, onze kinderen niet opzadelen met schulden, noodzakelijke inspanningen (lees: bezuinigingen). Er ontstond een patroon dat Hegel noch Marx had kunnen voorzien: de eerste keer als klucht, de tweede keer (waar we nu in zitten) als een enorme klucht.

Van eendenvijver naar stormachtige zee

Maar er is een klein verschil: wat ons nu te wachten staat, is van een omvang die de post-subprime-golf reduceert tot een aangenaam kabbelend beekje. Nu is het moment aangebroken om te bedenken dat de euro is verworden tot een wrak in een eendenvijver, zoals binnenkort zal blijken. Tien jaar lang hebben de Europese instellingen nergens aan toegegeven – en het heeft geen zin meer om het te hebben over een ʻonconventioneelʼ monetair beleid, over de oprichting van het Europese stabiliteitspact EMS,2 of over een Potemkin-bankenunie; die hebben namelijk niets substantieels veranderd aan de regels van het economische beleid. Ook dat zullen we binnenkort zien. Hier komt nog bij dat het humanistische alter-Europa ook alles heeft lamgelegd door uitsluitend te willen debatteren over een andere mogelijke euro. Natuurlijk democratisch, maar zonder zich af te vragen hoe die transformatie van een pompoen in een gouden koets zich zou moeten voltrekken – ongetwijfeld is het voldoende om het te willen, maar dan wel heel sterk.

Zonder een begin te maken met een analyse van de politieke voorwaarden, en voorzien van alle zegeningen van een positieve humanistische houding, zijn we verzekerd van een volledige immobilisatie van het debat. De beweging DiEM25 van Yanis Varoufakis, die in 2015 na het bloedbad in Griekenland werd opgericht, vond het niet nodig om zich af te vragen hoe zij Duitsland aan haar ʻdemocratische euroʼ kon verbinden, terwijl Duitsland er alles aan deed om zich aan iedere vorm van democratische besluitvorming te onttrekken – en het najagen van deze hersenschim was alleen maar goed voor het verspillen van nog eens tien jaar. Ondertussen produceerden de sociaaldemocratische herzieners van de Europese verdragen een serie pamfletten zonder enige zeggingskracht.3 Zij waren druk bezig aan van alles te tornen, maar niet aan de kern van de ordo-liberale regels die aanleiding hadden gegeven tot het constitutionele bezuinigingsbeleid, dat de near death experience van 2010-2012 had veroorzaakt, en dat vroeg of laat zonder enige twijfel opnieuw zou gaan doen. Alle vragen die destijds werden gesteld over de houdbaarheid van de meest fundamentele en (logischerwijs) meest onwrikbare regels, over de gevolgen van een schok die even groot zou zijn als de klap van de subprime-crisis, al die vragen bleven onbeantwoord – alles wat buiten de Europees-democratische alternatieven viel. Dit is waar de weigering om lastige problemen te benoemen toe leidt: tot het jaar 2020, met vóór ons het Antwoord (we weten overigens niet meer of we verrast moeten zijn door de korte tijd die het nodig had om te arriveren).

Dus nu krijgen we de full death. Want we zien niet in wat Europa zou kunnen redden van wat in aantocht is, omdat Europa tijdens de miniatuurversie ervan (tussen 2009 en 2015) er al bijna aan was overleden. In werkelijkheid is de bom al gebarsten en zien we dezelfde bewonderenswaardige resultaten. Er wordt gezegd dat het ʻdeze keer anders is,ʼ want het komt niet door de markten, maar door een virus. Dus door een ʻexogene schokʼ – door onverklaarbare zaken van buiten de economie, die verder perfect zelfregulerend is. Een soort pech, bij wijze van spreken. Maar natuurlijk is het virus volstrekt niet exogeen: het is het product van de kapitalistische verwoesting van het milieu en heeft zijn perfecte verspreidingskanalen gevonden in onze waanzinnig geworden mondialisering. Essentieel is echter dat de ramp pas echt catastrofaal wordt in en door de motor van de financiële markten, de fora waar oordelen over schulden worden geveld – en waar deze oordelen bij zwaar weer meestal de vorm van een cataclysme krijgen.

Een muur van schulden (en hypotheses over het einde van de lockdown)

Welnu, schulden zullen er zeker zijn, zowel private als publieke. Eerst de private – ondanks de commentaren in de media, waarvoor blijkbaar alleen de staatsschulden tellen. De ineenstorting van de economie brengt bedrijven, vooral kleine, in situaties die variëren van zeer zorgwekkend tot ronduit rampzalig. In de Verenigde Staten is de Federal Reserve begonnen met een kolossaal liquiditeitsplan om bedrijven te beschermen tegen faillissementen: de banken verstrekken leningen die de centrale bank belooft te zullen opkopen. Maar voor hoe lang? ʻTot het herstel goed op gang is gekomen,ʼ zegt Jerome Powell, voorzitter van de Fed. Dus ongeveer zolang als nodig is. Hiermee geeft hij impliciet een hypothese over de duur van de crisis. Dus: ʻeen bepaalde tijd,ʼ waarvan we niet precies weten hoelang die zal duren, maar waaraan desondanks ongetwijfeld heel snel een einde zal komen. Oftewel: er zijn nu inderdaad mensen ziek, maar als ze binnenkort genezen zijn, kunnen ze weer aan het werk en zullen we ervoor zorgen dat ze gezond zullen blijven. Er is dus sprake van een gewelddadige maar tijdelijke crisis, een ʻschone crisisʼ; de maatregelen om deze moeilijke tijd door te komen zijn uitzonderlijk maar van voorbijgaande aard. En dan zal alles weer normaal zijn.

Of niet. Want het is helemaal niet zeker dat deze epidemiologische dynamiek zo keurig verloopt als het monetaire beleid graag zou willen. Ofwel het scenario van de ʻniet zo schoneʼ beëindiging van de lockdown: gedeeltelijk, selectief (bijvoorbeeld per regio), geleidelijk, overal omkeerbaar, met nieuwe, lokale lockdowns als het virus weer ergens opvlamt, of zelfs landelijk als zich in de herfst een tweede coronagolf aandient, en het virus mogelijk gemuteerd is zodat de opgebouwde immuniteit nutteloos is, enz. De ʻslechte tijd van voorbijgaande aardʼ is dan niet meer een moment maar bijna permanent – dat van een verlengde schok in het aanbod (en de vraag), een enigszins bizarre variatie op een ʻklapʼ: een ʻpermanente klapʼ (van wisselende intensiteit). De versoepeling van de lockdown kan ʻmaanden of misschien wel een jaarʼ duren, waarschuwt een Belgische epidemioloog. Nou, nou, nou.

Als u weet dat de INSEE (het Franse CBS) twee weken lockdown inschat op een daling van 1,5 procent van het bbp, berekent u dan eens tot welk verlies een lockdown zal leiden die ʻmisschien wel een jaarʼ zal duren.

Of toch maar niet. We gaan niets berekenen. Dat is veel te eng.

De INSEE heeft zelf een berekening gemaakt van acht weken lockdown. En die is al erg genoeg: een recessie van 6% (de Banque de France zegt 8%, vergeleken met de 2,2% van 2009 is dit de ergste recessie sinds 1945) en een begrotingstekort van 12% (7,5% in 2009). En dat ondanks het feit dat deze berekening uitgaat van een ʻschone crisisʼ en er geen garantie is dat het goed zal gaan of dat, mochten de acht weken niet zo goed verlopen, de productie weer normaal zal worden. Als het einde van de lockdown niet zo ʻschoonʼ is, of nog erger, als de lockdown voor onbepaalde tijd blijft bestaan, wellicht ʻmaanden en misschien wel een jaar,ʼ dan ontstaat er uiteraard een enigszins ander beeld.

In het ʻniet zo schoneʼ scenario zal de overheid in de breedste zin van het woord de economie bij elkaar proberen te houden (gedeeltelijke werkloosheid, uitstel van verschillende betalingsverplichtingen aan de staat, ʻopen barʼ-beleid bij de centrale bank) gedurende de hele tijd dat het ʻslechte momentʼ duurt, want juist als we niet uitsluiten dat dat moment met tussenpozen minder slecht wordt, zien we dat het … een bepaalde tijd zal gaan duren. Misschien duurt het wel even voordat het echt weer goed is. En dan is een bepaalde tijd, als het bijvoorbeeld een jaar wordt, veel te lang om continu de particuliere sector te steunen.

Voorlopig beleven de financiële markten, waaraan niets obsceens vreemd is, een geweldige tijd dankzij de door de Fed opgeworpen anti-faillissementsdam. Maar de dag waarop de Fed zal aankondigen dat de deze dam tijdelijk was en zich zal terugtrekken terwijl het tij blijft stijgen, zou de stemming gevoelig kunnen omslaan. De enorme omvang van al het cashgeld dat is omgezet in kortlopende schulden zal op rekening komen van de private banken, zonder dat zij kunnen onderhandelen over de laatste fase van deze reis: de overname ervan door de centrale bank. Dan begint het opmaken van de pijnlijke rekeningen, het registreren van de non-performing loans en van onbetrouwbare debiteuren. En het tellen van de banken die zullen omvallen, tenzij laatstgenoemden al anticiperend zelf economische subjecten gaan loskoppelen van de kredietbeademingsapparatuur en we daaraan het bloedbad zullen kunnen afmeten.

De ʻonveranderlijkeʼ Europese solidariteit

We noemen de Fed, maar het zou net zo goed de ECB kunnen zijn, die het nog niet nodig vindt om formeel een garantieboodschap af te kondigen. Het is trouwens niet zeker dat we daarop zullen uitkomen vóór de middelpuntvliedende krachten uit de doos komen, in een vorm die veel gewelddadiger is dan die van 2010-2015. De Engelse taal heeft daar het begrip to skyrocket voor. Binnenkort zal dat de term zijn voor alle tekorten en staatsschulden. De Engelse flipperkast kent de term: same player shoots again. Aangezien de eurocrisis een extra bal heeft gewonnen, kunnen we ook die gebruiken.

Net zoals in 2010 nodigt alles in Europa weer uit tot chaos. Vergis je niet in de uitspraken van Angela Merkel om de ʻgouden regelʼ op te schorten, of die van de Europese Commissie om de gebruikelijke criteria (3% en 60%) voorlopig niet al te nauw te nemen. Deze goede bedoelingen zullen maar even duren, minder lang dan ʻzolang als nodig is,ʼ en zullen ongetwijfeld net zo bekrompen zijn als in 2009; dit jaar mág het vanwege alle emoties, maar daarna zal het parool weer zo snel mogelijk luiden: Disziplin! Van Villeroy de Galhau bij de Banque de France tot Lagarde bij de ECB en Le Maire in Bercy: hun oproep tot inspanningen is erop gericht om ons daar nu al op voor te bereiden. De tweede keer zal dus komen als een enorme klucht. De financiële nood van Italië, Spanje en misschien ook Frankrijk belooft weer bodemloos te worden. Met daartegenover weer de onverzettelijkheid van de Europese instellingen onder de hegemonie van het Duitse blok.

De vergadering van de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) van 9 april zou zijn afgesloten met een applaus voor de eigen deelnemers – wat duidt op een mengeling van zelfgenoegzaamheid, die eigen is aan isolement, en een warrig besef dat men niet te veel moet rekenen op applaus van derden. De redenen voor dit applaus waren flinterdun. Het is waar dat het EMS heeft gezegd bereid te zijn 500 miljard euro ter beschikking te stellen, maar er is niets losgelaten over de essentie daarvan, te weten de voorwaarden, dat wil zeggen: de vereiste ʻaanpassingenʼ voor alle begunstigden van het fonds – dezelfde die tot de instorting van Griekenland hebben geleid. Same player shoots again, zeiden we al, maar deze keer inzake een land dat 16% van het bbp van de eurozone vertegenwoordigt4 (en niet 2%, zoals Griekenland …) en een schuld van 2.400 miljard euro heeft (en niet 400 miljard5). Er dan is er nog niets gezegd over Spanje (11,8%), Frankrijk (19,2%), en andere landen …

Intussen is het politieke landschap nog altijd even gunstig. In Italië is de publieke opinie op spectaculaire wijze gedraaid: aanvankelijk het meest pro-Europees, is het land nu ten prooi gevallen aan een gevoel van verlatenheid en walging. En dat is begrijpelijk, want de Europese blindheid is schrijnend geweest. De late verontschuldigingen van de voorzitter van de Europese Commissie, en de gemaakte bevlogenheid ervan – ʻwijstaan achterjullie,ʼ terwijl het omgekeerde werd bedoeld – hadden als enig effect dat de Italianen bevestigd werden in hun idee dat ze in de steek gelaten waren. En dit werd hen opnieuw verteld door de Ecofin-vergadering, luid applaudisserend voor zichzelf – maar dan in technischere termen: 1) we zullen jullie behandelen als Griekenland, 2) als het gaat om euro-obligaties of corona-obligaties kunnen jullie de pot op. Je moet je overigens afvragen of er reden tot klagen is met dit Europa, waarin zelfs de oplossingen die bedoeld zijn als redmiddel een venijnig kantje hebben: die euro-obligaties werden gepresenteerd als een onvoorwaardelijk instrument dat zou openstaan voor iedereen die ze nodig had. Maar natuurlijk komt ʻsolidariteitʼ nooit zonder ʻtegenprestatie.ʼ De corona-obligaties zouden hier waarschijnlijk ook niet aan zijn ontsnapt.

En aangezien Europa met zijn inerte instellingen tot niets anders in staat is dan tot tragische herhalingen, zien we soortgelijke personages alweer dezelfde taferelen opvoeren. Jeroen Dijsselbloem, de beul van de Grieken bij de Eurogroep, is opgevolgd door de al even meedogenloze Wopke Hoekstra, de huidige minister van Financiën van Nederland – aan hem danken we sinds eind maart de torpedering van het project van de corona-obligaties, vergezeld van een zware aanklacht tegen Italië, dat werd beticht van een wezenlijk budgettair onvermogen om de situatie het hoofd te bieden, en dat binnenkort wel eens een bezoekje van een onderzoekscommissie tegemoet zou kunnen zien, een van die broederlijke instrumenten waarvan de EU het geheim bewaart. En we kunnen het eeuwige antwoord al zien aankomen, het antwoord dat in het afgelopen decennium bijna tot de begrafenis van de euro heeft geleid en dat deze keer opnieuw zal doen: ʻWij gaan niet voor anderen betalen.ʼ Ieder voor zich – dat is het solidaire Europa. Nederlanders, Duitsers, Luxemburgers, Finnen enz.: wij betalen niet voor anderen.

Net als in 2010: de Duitse rots

En de Duitsers zijn daar beslist minder dan ooit toe bereid. Op het gebied van de gezondheidszorg lijkt Duitsland het beter te doen dan welk land dan ook, wat Frankrijk in verlegenheid brengt: voldoende ic-capaciteit, intensief testbeleid, relatief laag aantal sterfgevallen, snelle daling van de curve – we mogen niet vergeten dat Frankrijk nog tot eind juni op zijn mondkapjes moet wachten … Het einde van de Duitse lockdown is daarom al snel in zicht – evenals de hervatting van zijn economische activiteiten. De groeiverliezen, het begrotingstekort, de private en de publieke schulden zullen lager zijn dan die van andere landen, omdat Duitsland – niet zonder reden – meent beter georganiseerd te zijn. Dit is het soort prestatie dat weinig aanleiding geeft tot geduld voor de achterblijvers en nog minder tot financiële solidariteit. Ieder voor zich.

Er zullen geen euro-obligaties komen en ook geen corona-obligaties. Er zal geen solidariteit zijn. Er zullen wél kolossale nationale staatsschulden zijn, met enige bereidheid van de ECB om ze op te kopen, teneinde de ontploffing van de spreads6 voor de meest getroffen landen te beperken, niet zonder plafond deze keer, want de huidige crisis kent geen whatever it takes, ook al is er 2.400 miljard euro op weg naar Italië en 1.290 euro naar Spanje. Het whatever lijkt dus iets te worden dat we zullen moeten herzien. Om nog maar te zwijgen van het feit dat sommige landen in de bestuursraad zullen gaan denken dat de ECB een stofzuiger mag worden voor de slechte schulden van anderen. We zullen degenen ʻhelpenʼ die geholpen moeten worden, maar dan wel financieel, dat wil zeggen via de EMS-procedures, binnen de grenzen van de middelen … en dan vooral door middel van toezicht à la Griekenland.

Laten we de dingen bij de naam noemen: landen ter grootte van Italië of Spanje zien we niet zo gauw buigen voor deze behandeling, nog minder wanneer rationele oplossingen samengaan met verbittering. Gezien de enorme omvang van wat ons te wachten staat, zijn er slechts twee mogelijkheden: 1) directe steun van de centrale bank aan de schatkist – zoals Groot-Brittannië zojuist in beginsel heeft toegestaan (een monetaire beleidsrevolutie die onopgemerkt is gebleven); 2) massale kwijtschelding van schulden door de centrale bank, ten gunste van zowel de private als de publieke sector. Oftewel twee dingen die binnen de door Duitsland gedomineerde eurozone verboden zijn.

De nog verse les van 2009 leert ons dat de crisis van het Europese wanbeleid twee vormen kan aannemen. Een politieke: de tumultueuze uittreding van een mishandeld land dat onder druk van zijn bevolking inziet dat de verdediging van zijn vitale belangen niet langer verenigbaar is met het lidmaatschap van de eurozone. En een financiële: een catastrofe op de obligatiemarkten, als beleggers de hoge staatsschulden ʻonhoudbaarʼ achten en gaan beproeven wanneer de centrale bank zal ingrijpen om het groter worden van de spreads tegen te gaan (waardoor sprake zal zijn van een self-fullfilling prophecy7), of als beleggers ontwrichting beginnen te bespeuren via een X-exit, waarbij X staat voor een land dat zijn politieke breekpunt nadert, zoals Griekenland tussen 2011 en 2015 – en daarmee is al aangeven hoe deze twee vormen perfect kunnen samengaan tot een nog ergere combinatie.

Het is dus weer dezelfde rots waarop de euro aan diggelen wordt geslagen, de rots van de Duitse onverzettelijkheid bij het omgaan met de reacties op het monetaire beleid waar het land zijn hele geschiedenis bang voor is geweest. Laten we nogmaals zeggen dat een natie niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor haar collectieve spoken, want iedereen heeft zo zijn eigen spoken. Maar ook dat het een krankzinnig project was om een gemeenschappelijke munt te creëren met een land dat door zulke nachtmerries wordt geteisterd.

Het is niet zo dat Europa, en daarbinnen Duitsland, sinds 2009 geen enkele beweging meer heeft gemaakt. Het opschorten van het begrotingsdogma aan het begin van deze crisis toont een snelle draai van de ECB met betrekking tot massale aankoopprogrammaʼs (ook al moest Lagarde er twee keer over nadenken, na een aanvankelijke weigering) en is niet niets. Maar wat zijn de realistische op de langere termijn? Op het gebied van de overheidsfinanciën zal de budgettaire tolerantie niet lang duren en zal de aanpassingsdruk snel toenemen. Op het monetaire vlak zal de kwestie van de kwijtschelding van schulden door de ECB – dat wil zeggen: hun (zeer) grootschalige monetarisering – nog beslissender zijn. Monetiseren – kwijtschelden. Schulden. De Duitse nachtmerrie bij uitstek. Maar er is geen andere uitweg dan deze monetaire strategie.

In 2012 had Duitsland op het laatste moment het ʻwhatever it takesʼ geslikt – en liet het Griekenland het honderdvoudige betalen. Bij iedere crisis wordt de hele onder Duitse invloed staande structuur op zijn rigiditeit getest. Er is een bijna miraculeuze beweging voor nodig om die niet te laten breken. Naarmate crises heviger worden, loopt de structuur altijd vertraging op bij de aanpassing en wordt hij op een steeds gevoeliger punt getest, waardoor er een steeds spectaculairder wonder nodig zal zijn. Op een dag komt de maximale belasting. Daar zijn we nu aangeland.

Om ervoor te zorgen dat de euro deze keer niet te gronde gaat, is er, afgezien van ʻwonderen,ʼ slechts één mogelijkheid: dat ook Duitsland gedwongen zal worden akkoord te gaan met de oplossing van de kwijtschelding van schulden. Het enige dat de euro kan redden is dat Duitsland zichzelf niet langer in staat acht de gigantische schok op te vangen binnen het kader van de eigen regels. En dat ook Duitsland zich straks in een situatie zal bevinden waarin het land zal moeten schipperen tussen het handhaven van de eigen principes en het vasthouden aan zijn essentiële belangen – het beperken van de economische en sociale ontwrichting. Wat Duitsland absoluut niet kan – onderhandelen over zijn principes met anderen – kan het land misschien wel met zichzelf doen. Dan, en alleen dan, zou de euro nog een laatste, ultieme kans hebben.

In werkelijkheid is de gebeurtenis die op het punt staat plaats te vinden zo enorm dat zij ambivalent is. We zijn weer aangeland bij de contingentie van de uitkomsten: ofwel het enorme geweld van deze crisis zal alles stukmaken en de euro naar de vuilnisbak van de geschiedenis verwijzen, of het Duitse dogma zal (net op tijd) exploderen zodat de rest behouden blijft.

Ondertussen wordt Varoufakis met een schok wakker. Hij zegt dat ʻEuropa het niet verdient om te overlevenʼ en kondigt in de Italiaanse pers aan dat ʻde Europese desintegratie is begonnen.ʼ Het is duidelijk dat hij het seculiere pad volgt – en misschien heeft hij deze keer wel gelijk.

Over de revolutie

In haar Essay over de revolutie bespreekt Hannah Arendt de merkwaardige paradox dat we de meest ʻconvulsieveʼ politieke gebeurtenissen als zodanig benoemen. ʻAls zodanig,ʼ dat was in de astronomie dus het woord waarmee de onveranderlijke rotatie der planeten werd aangeduid – het is heel merkwaardig dat het woord waarmee we in eerste instantie de eeuwige terugkeer van hetzelfde aanduidden nu de grote breuken in de geschiedenis benoemt. De reden is volgens Arendt dat het woord ʻrevolutieʼ in de 17e en 18e eeuw ook de connotatie had van een onoverwinnelijke fataliteit – het onweerstaanbare werk van krachten elders, waarvan het onuitwisbare gevolg alleen maar hoefde te worden vastgelegd. De tijdsgeest van toen dacht dus aan planeten, terwijl de hedendaagse mogelijk over meer beelden beschikt, bijvoorbeeld die van tsunamiʼs, ontstaan door een schok duizenden kilometers verderop, maar waarvan de frontlijn voorbestemd is om op te rukken op een manier waar niets tegenin te brengen is – hetzelfde beeld van een noodzaak die alleen maar werkelijkheid kan worden.

Het lot te slim af zijn of het tij keren is normaal gesproken een zaak van de politiek. Maar de Europese instellingen zijn zo georganiseerd dat ze geen echte vrijheid hebben – ook al zijn er soms lokaal en tijdelijk aanpassingen mogelijk. Zonder de minste bewegingsruimte, zonder de herpositionering op pijnpunten waar de macht als het ware ʻpsychischʼ niet in staat is compromissen te sluiten, en zonder enige flexibiliteit, zijn deze instellingen gedoemd de klap slechts te ondergaan en de spanningen te moeten dragen zonder ze te kunnen opvangen, in de hoop dat ze er niet onder zullen bezwijken. Maar er zijn grenzen aan wat een rigide structuur aankan. In 2010 waren die al bijna overschreden door een klap die destijds enorm werd geacht, maar die niet te vergelijken is met wat ons nu te wachten staat.

We bevinden ons ver van het epicentrum van de beving en voorlopig is er niets concreets zichtbaar. Alles is nog abstract en dus gevoelig voor ontkenning of minimalisering. Maar de onderzeese aardbeving heeft al plaatsgevonden, ze verspreidt haar golf, en de frontlinie van de tsunami is al op weg. Ze nadert ons, en niets lijkt haar te kunnen tegenhouden. Revolutie.

Vertaling: Jael Kraut

1Met deze drie woorden – whatever it takes – heeft Mario Draghi in 2012 de eurocrisis een halt toegeroepen: door aan te geven dat de ECB alles wat nodig was uit de kast zou halen om de liquiditeit van de Europese markten te waarborgen, en de speculaties over de uittreding van Griekenland en het uiteenvallen van de eurozone tegen te gaan.

2Het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), een soort Europees Monetair Fonds, is in 2012 opgericht als instrument voor financiële bijstand en herstructurering van de staatsschulden van de lidstaten.

3Stéphanie Hennette, Thomas Piketty, Guillaume Sacriste et Antoine Vauchez, Pour un traité de démocratisation de l’Europe, Seuil, 2017 ; Changer l’Europe, c’est possible !, Seuil, 2019.

4Alle cijfers zijn van 2018, bron Insee, Eurostat.

5En nog geen 300 miljard aan het begin van de Griekse crisis.

6Een spread is het verschil tussen de rentetarieven van de diverse staten en een referentierente; in de eurozone is dat de Duitse rente. Dit is een doorslaggevende variabele, want als er vragen rijzen over de houdbaarheid van een staatsschuld, zal er al snel sprake zijn van speculatie en worden de obligaties verkocht, waardoor de rente stijgt (en de spread groter wordt), met als gevolg dat de schuldenlast toeneemt en de financiële situatie van het betrokken land verder verergert.

7Zie vorige voetnoot

Categorieën
Filosofie Politiek

Spinoza: Common en COVID

bron foto: Jos Scheren

door Jos Scheren

Jos Scheren werkt samen met Spinoza, over wie hij met Wijnand Duyvendak een boek heeft gepubliceerd bij Starfish Books. De samenwerking betreft vooral de vraag hoe in tijden zoals nu de (politieke) verbeelding intact kan blijven. Het (onder meer door Spinoza ingefluisterde) antwoord : autonomie, de aanval is de beste verdediging.

Voor Eddy PG (1934-2020)

1 Wat mij raakt is veel, al was het maar omdat ik het op hetzelfde moment ook aanraak. In het New York van 1855 zegt Walt Whitman daarom: I am large, I contain multitudes. Dat ik veel ben kan mij onrustig maken. Ik kan er bang van worden of hoopvol, maar als het meezit, wordt er iets gemaakt wat er niet nog niet is.

2 Iets wat mij raakt en wat ik weer aanraak, daar heeft Spinoza een woord voor: affect. Even schoolmeesterachtig, maar toch ook vooral praktisch: affect is niet hetzelfde als emotie. Een affect beweegt zich tussen mij en iets anders. Het is niet míjn affect, daarvoor is het te beweeglijk en te eindeloos. Hoe meer ik zelf terugtreed, des te vrijer het affect. Het loopt door me heen.

Vrijheid is overigens bij Spinoza niet allereerst de vrijheid van meningsuiting. Geloof dat suffe praatje niet. Het is wel wat meer dan dat. Het is de vrijheid van het affect om zich te ontwikkelen tot aan de limiet van wat het kan. En als dat niet genoeg zegt, dan helpt mogelijk dit: het affect wacht maximaal opmerkzaam op een gelegenheid om zijn potentieel aan verbindingen te verwerkelijken. Nog niet genoeg? De levende gemeenschappelijkheid die er al is, nog intensiever te begeren: dat is het affect.

3 Nog even wat voorwerk voordat we komen waar we willen zijn. Of misschien komen we wel ergens anders uit. Hoe dan ook, je overgeven aan je affecten is geloven in de wereld – haar onzekerheid omarmen, zoals Deleuze (Spinoza parle par ma bouche) graag zegt. Ik vertrouw op/in de wereld die ik – de ʻvelen-ikʼ – maak. Op productieve wijze past deze ʻvelen-ikʼ zich aan de wereld aan. Geen ding in de wereld – ik niet, een haai niet, een rots niet – zou zich kunnen aanpassen aan wat er gebeurt, als ik – of de haai, of de rots – geen surplus, geen overvloed zou kennen. Er gebeurt niets zonder de ʻvelen-ik.ʼ

Wat gebeurt, doen wij gebeuren. Wij horen bij de wereld, omdat we haar op elk ogenblik – echt waar, op elk ogenblik – opnieuw creëren. Dat hoeven we niet eens te willen, dat doen we gewoon. Nou ja, gewoon? Dat is wat wij kunnen, wat niemand ons helemaal kan afnemen, en het is een niet gering voordeel in de huidige COVID 19-tijd: wij hoeven niet te hopen dat de wereld anders wordt. Hoop op een andere, bij voorkeur betere wereld is niet nodig.

Wat dan ook niet nodig is, is verontwaardiging als het toch niet gaat zoals ik had gehoopt. Want het zal nooit zo gaan zoals ik hoop. Daarvoor is hoop te krachteloos en niet vernieuwend. Niet vernieuwend? Nee, want vernieuwend is de maximale verwezenlijking van mijn potentiëlen, ons surplus. Hoop, verontwaardiging, aanklachten daarentegen zijn waarschuwingstekens. Ik moet oppassen dat ik niet gescheiden dreig te raken van wat ik kan.

4 Onder 2 is gezegd: Spinoza’s affect is niet hetzelfde als emotie. Dat is niet helemaal waar, zoals alles wat tot nu toe is gezegd niet helemaal waar is. Het moet zijn: Een emotie is een affect dat niet tot de limiet van zijn vermogen reikt. Een emotie is een passie, een dadeloos gevoel, zegt Spinoza in zijn Ethica – een tekst zo intensief nieuw dat hij blijft vernieuwen, sub specie aeternitatis, vanuit de eeuwigheid bezien.

Emoties, passies zijn schijnbaar vaste patronen, waarin affecten zo veel mogelijk geïdentificeerd worden – en ja, ook geneutraliseerd. Een emotie is tevens de onderbreking van een affect, van zijn vernieuwend potentieel, of tenslotte – zoals Marx in 1858 in Londen noteert –: een toe-eigening van het surplus aan levensactiviteit. Levende arbeid noemt hij dat laatste.

5 Misschien is emotie is een identificatie van een affect: de formulering die het snelst tot meer samenhang voert. Wat meer samenhangt is het beste! Deze zin gaat haast onmerkbaar over in een volgende: in een emotie krijgt het affect een overbekende naam – haat, medelijden, liefde, verontwaardiging, trots – en een drager, een mens van vlees en bloed, zoals dat heet, wiens emoties van alle tijden zouden zijn. Maar het is vooral een mens. Onthoud echter Spinozaʼs militante tegenwerping: de mens is geen rijk in een rijk, zijn menselijke vooroordelen maken hem dat wijs.(1) Daar valt nog heel wat meer over te zeggen, maar laten we nu naar het nu van COVID-19 gaan en naar de emotionele verwarring van dit moment, de verwarring dus door emoties.

6 Wat er ook in deze COVID-19-tijd zal veranderen, ten kwade of ten goede, als het aan de emoties ligt, blijft alles bij het oude. Je kunt angstig worden, depressief, hoopvol, verontwaardigd, stoïcijns over wat er nu gebeurt – en dat gaat allemaal heen en weer, up en down. Je kunt geloven, zeker weten, vrezen, hopen dat de wereld niet meer de oude zal worden, zekerheid suggererend waar die niet is. Alsof je de wereld waarin je leefde door en door hebt gekend en het nieuwe, onzekere alleen in de toekomst zou liggen. Het verleden, dat geen verleden is, is echter even onzeker als alles wat op ons af kan komen. Onzeker vanwege alle crises die nooit tot een oplossing zijn gekomen en onzeker vanwege al het nu nog virtuele nieuwe dat het verleden bevat.

7 Hou je maar liever aan je affecten, maak er ruim baan voor. Dan hoef je tenminste niet alsmaar geëmotioneerd te reageren op het nieuws dat je overkomt, of op de gebeurtenissen waarvan je toeschouwer blijft.

Het is beter en werkelijker om over het nieuwe niet te oordelen, maar om het te maken. Zeg nooit dat iets nieuw is, maar maak het gewoon, zonder iets te zeggen. Bereid vele vluchtwegen voor, omarm wat er gebeurt, koester de onzekerheden, maar … interpreteer de wereld niet, ook niet kritisch. Creëer wat jou aanraakt, zodat dat jou ook weer maakt, dan ben je immers ʻvelenʼ:

The commonplace I sing;

The common day and night — the common earth and waters,

The democratic wisdom underneath, like solid ground for all.

(Walt Whitman)

8 Tegenwerping: er is onvermijdelijk nieuws dat zich aan je opdringt, en er zal ook nu en in de komende COVID-19-tijd het nieuwe zijn van de powers that be dat je overkomt: nog meer surveillance en neoliberale onteigening. En beslist ook meer eenzaamheid, die Whitmans multitudes, de ʻvelen-ik,ʼ zal infecteren. Armzalig zelfbehoud zal je deel zijn. De te omarmen onwaarschijnlijkheid van je affecten wordt onderbroken. Je zult een prooi worden van je emoties, de dood zal rondwaren in je geest en in je lichaam. Het surplus van de common zal worden geprivatiseerd en je affecten tot emoties worden verarmd. Kortom: je leeft in een gecontamineerde wereld, maar daar leefde je altijd al in.

9 Tegenwerping op de tegenwerping: realiseer je echter ook dat de onteigenende en levensvijandige machten, hoe macroscopisch ook, hun scheuren hebben. Ze zijn gevormd op basis van wat ze moeten najagen – het surplus van levende arbeid, van productieve lichamen en dito affecten. De common van dat surplus kan zich niet aan onteigening onttrekken, maar de onteigening kan anderzijds evenmin volledig zijn. Zij is parasitair op het surplus dat zij zelf niet is, zo dicht mogelijk op het spoor ervan, zonder het te kunnen toe-eigenen en te kunnen identificeren. Maar dat kunnen omgekeerd de machten van de common, de ʻvelen-ik,ʼ Whitmans solid ground for all ook niet.

10 Er bestaat een bijzondere kunstvorm, de kunst om in een gecontamineerde wereld rechtop te blijven lopen. Daarvoor zijn nodig: ervaring, verbeelding, bindmiddelen, vluchtwegen, nooduitgangen, een echolood, betrouwbare affecten. Bij het rechtop lopen helpen hoop, verontwaardiging, klagen en rationaliteit minder goed.

A propos rechtop lopen: je loopt alleen rechtop als je bijna valt en als je ook dat vallen weer weet te onderbreken. Je past je creatief aan de zwaartekracht aan.(2)

Rechtop lopen is veel moeilijker maar ook effectiever dan hopen, want hoop speelt zich af zonder te verwerken beperkingen, zonder weerbarstig materiaal. Hoop kent geen zwaartekracht. Alles is mogelijk als je hoopt, dus ook niets.

11 De wegen van de common zijn ondoorgrondelijk, al was het maar omdat telkens delen van zijn surplus in de powers that be, de onteigenende machten, worden opgenomen. Waardoor een praktisch probleem voor alle betrokkenen ontstaat: te moeten detecteren hoeveel van de een in de ander zit. Aftasten hoeveel de ene macht heeft over de ander, zich erin verplaatsen, zich er gelijk aan maken, maar tot waar?

12 Niet alles maakt mij passief, dat kan niet. Maar wat mij passief maakt en blokkeert, dat wil ik voor mijn eigen bestwil begrijpen. Laten we het kapitaal noemen. Ik kruip in zijn huidlagen. Ik word kapitaal, incognito, om te zien wat zich erin verbergt. Zonder het helemaal te doorgronden, want zo door en door rationeel blijkt het niet te zijn. Het is kapitaal en dat is het – door mijn toedoen – ook weer niet.

In feite is het simpel en toch uiterst gecompliceerd: kapitaal is een relatie, een geheimzinnige relatie tussen de rusteloze meerwaarde-honger, die zich om het surplus heen slingert, en het verzet van de levende arbeid daartegen. Dat weet ik ongeveer, maar ook alleen maar ongeveer – de relatie is het volgende moment alweer anders. Kan ik kapitaal volledig inlevend begrijpen en kan het kapitaal mij volledig beheersen? Nee, never nooit!

13 Spinoza acht zelfs in de treurigste passies – haat, ambitie, wraak, kortom, ressentiment – levensdrang aanwezig. Hij laat weten dat de meest neerdrukkende vormen van de werkelijkheid nog altijd, zo veel mogelijk, ontcijferd kunnen worden aan de hand van het levensdrang-surplus, of – zoals hij zegt – van de actieve, vreugdevolle affecten. Zo veel mogelijk, tot aan hun limiet. Ook hier geldt: nooit helemaal. Wat niet wegneemt dat het belangrijkste is dat ik wat mij blokkeert alleen vanuit mijn macht zo krachtig mogelijk kan begrijpen.

14 Je kunt je afvragen: ‘Wat gaat er gebeuren door/met deze COVID-19-pandemie?ʼ Je zult je ongetwijfeld onzeker, misschien zelfs wel angstig, afvragen wat er nu veranderen gaat, wat er nieuw zal zijn. Maar bedenk dan in ieder geval een paar dingen die – wie weet – kunnen helpen:

A : Er bestaat ook een militante onzekerheid. Dat is niet de subjectieve onzekerheid, hoe onvermijdelijk ook, van een naar de randen van de common teruggeworpen individu. Maar de werkelijkheid is onzeker in haar potenties – objectief onzeker. Er is geen virtuele werkelijkheid, alle werkelijkheid is virtueel. Je weet niet welke van haar potenties zich met elkaar verbinden en je weet niet wat jij daarbij kunt. Je surplus is je onbekend. Hou het zo, dan kan je ook van je zelf staan te kijken.

B: B is eigenlijk nog A, iets nieuws is zonder militante onzekerheid niet mogelijk. Je kunt het nieuwe niet vaststellen en zelf dezelfde blijven. Het nieuwe kan zich alleen maar met zichzelf vergelijken, maar of dat nog vergelijken is? Voorspel het nieuwe niet, creëer het. Wees geen toeschouwer van je eigen wereld.

C: A en B zijn geen ʻfeel goodʼ- boodschappen. De objectieve onzekerheid van de wereld kan ook destructieve verbindingen opleveren, die – eenmaal op drift gekomen – accelereren naar onbekende vormen van fascismen en andere sinistere attractors. (3) A en B betekenen slechts dat er geen reden voor hoop noch voor hopeloosheid is.

11 Wat als een viroloog het COVID-virus kritisch zou benaderen? Als zij/hij het virus zou doorgronden op de manier waarop bijvoorbeeld een mâitre-penseur het neoliberalisme of het populisme doorziet. De viroloog zou zich een beter wezen voelen dan het virus, en verder vooral herhalen dat het virus maar niet tot inkeer komt en geen beter wezen wil worden, dus niet wil ophouden een virus te zijn.

Godzijdank is de viroloog niet kritisch en geen aanklager. Het virus wordt gerespecteerd, het is tenslotte vele malen ouder dan de mens en er worden verbindingen mee gelegd. Het virus dat zich op de scheidslijn van leven en niet-leven bevindt, wordt tot leven gebracht om te weten wat het kan.

Spinoza heeft voor de conceptualisering van dit soort processen een woord bedacht: notiones comunes, ʻgemeenschappelijke begrippen.ʼ Begrippen die ontstaan en blijven ontstaan door de ontwikkeling van nieuwe natuurlijke verbindingen, emerging properties. En Spinoza heeft nog een aardige toevoeging: gemeenschappelijke begrippen zijn vreugdevol. Zij leven. Het zijn geen abstracta, ze interpreteren niet.

12 Korte vraag: Is neoliberalisme een levend begrip?

13 Tenslotte: Wij zijn niet in oorlog met COVID-19. De common en de gemeenschappelijke begrippen sluiten dat uit. Wat wel dreigt is de infectie van onze verbeeldingskracht, maar die dreigt zowel van de kant van degenen die het virus de oorlog hebben verklaard als – laten we eerlijk zijn – niet zelden van onszelf.

  1. ʻMenschlichkeit.ʼ Wir halten die Tiere nicht für moralische Wesen. Aber meint ihr denn, dass die Tiere uns für moralische Wesen halten? – Ein Tier, welches reden konnte, sagt: ʻMenschlichkeit ist ein Vorurteil, an dem wenigstens wir Tiere nicht leiden.ʼNietzsche, Morgenröte. Köln, 2011, p. 234.
  2. ʻWalking as controlled fallingʼ conveys the sense that freedom, or the ability to move forward and to transit through life, isn’t neccesarily about escaping from constraints. (…) You move forward by playing with the constraints, not by avoiding them. Brian Massumi, Politics of affect, Cambridge, 2015 p. 16
  3. De objectieve onzekerheid van de werkelijkheid sluit herhaling van oude fascismen uit. Nog afgezien van het feit dat die oude fascismen uit de twintigste eeuw nog steeds een raadsel zijn en dat ook zullen blijven. Als de werkelijkheid objectief onzeker is en door en door virtueel, dan is ze dat ook voor wat betreft haar verleden, dat geen verleden is.