Categorieën
Politiek

Het coronavirus heeft populistisch rechts niet verslagen

Oorspronkelijke tekst (Engels): The Guardian, 1 april 2020

fotografie: Pluto books

door Paolo Gerbaudo

Paolo Gerbaudo is politiek theoreticus en de directeur van het Centre for Digital Culture aan King’s College London. Hij is de auteur van The Digital Party (Pluto Press, 2018)

Populistisch rechts heeft zijn electorale kracht gebaseerd op luidruchtigheid en arrogant zelf-vertrouwen. Maar temidden van de coronavirus-pandemie lijken figuren als Donald Trump, Boris Johnson en Jair Bolsonaro in verwarring. Ze houden ofwel wanhopig vast aan de schijn van normaliteit (het is maar een griepje), of hebben zich al gedwongen gezien om beschamende U-bochten te maken door de ernst van de crisis alsnog te erkennen.

Boris Johnson moest de strategie van de ʻgroepsimmuniteitʼ van zijn regering loslaten toen uit nieuw wetenschappelijk bewijsmateriaal was gebleken wat de verschrikkelijke kosten aan mensenlevens zouden kunnen zijn. Hij bleek onlangs zelf met het virus besmet, en wordt nu beticht van zelfgenoegzaamheid en gebrek aan leiderschap. In Italië lijkt Matteo Salvini, de leider van de extreem-rechtse Liga en voormalig vice-premier, uit het veld geslagen nu hij niet in staat is zich voor te doen als de verantwoordelijke staatsman waar deze crisis om vraagt; zijn ongezouten kritiek op de regering heeft hem zelfs de benaming ʻonpatriottischʼ opgeleverd. In Frankrijk lijkt Marine Le Pen geheel en al uit de media te zijn verdwenen, terwijl de vasthoudendheid van Bolsonaro bij het ontkennen van de crisis hem in een steeds geïsoleerdere positie heeft doen belanden.

In de VS heeft Trump een zigzag-strategie gevoerd. Na het belang van het virus wekenlang gebagatelliseerd te hebben, zag hij zich gedwongen een nationale noodtoestand uit te roepen. Nadat hij vorige week op zijn schreden was teruggekeerd en had beweerd dat de ʻlockdownʼ met Pasen zou eindigen om schade aan de economie te voorkomen, heeft hij nu toegegeven dat het zeker tot eind april zal duren voor het zover is. Het is waar dat zijn populariteit is gestegen, net zoals dat met George W Bush is gebeurd na 11 september 2001. Maar Trump maakt zich duidelijk zorgen over de electorale gevolgen van een enorme hoeveelheid sterfgevallen en een recessie met een werkloosheid van mogelijk ruim 20%.

De problemen waarmee de nationale populisten kampen zijn geen verrassing als we bedenken dat zij weinig op hebben met de domeinen die de kern van deze crisis uitmaken: die van de gezondheidszorg, de sociale voorzieningen en de wetenschap. Op het front van de gezondheidszorg legt de crisis de dwaasheid bloot van tientallen jaren van onderfinanciering en privatisering van het gezondheidszorgstelsel. Trump, Johnson en Salvini moeten beschamende vragen beantwoorden als het gaat om hun staat van dienst als vijanden van de openbare gezondheidszorg. Bovendien vraagt de crisis om een grote verandering van het economisch beleid, die op gespannen voet staat met de ideologische uitgangspunten van het nationaal-populisme, waarin chauvinisme op het culturele front wordt gecombineerd met een ultra-neoliberaal beleid op het economische front.

De overduidelijke behoefte aan staatsbescherming voor strategische nationale bedrijfstakken, te beginnen met die voor medische apparatuur en farmaceutische producten, is geen anathema voor nationaal-populisten, die het handelsprotectionisme al hebben omarmd. Maar populistisch rechts heeft zich krachtig gekeerd tegen allerlei sociale voorzieningen, die nu noodzakelijk zijn om een sociale catastrofe te voorkomen. Nadat ze deze voorzieningen herhaaldelijk hebben gebrandmerkt als ʻgevaarlijkʼ en ʻanti-patriottischʼ bevinden deze politici zich inmiddels in de netelige positie om ze te moeten omarmen.

Een ander lijk in de kast is de minachting van de nationaal-populisten voor de wetenschap. De coronacrisis confronteert ons met een dreiging die het best kan worden begrepen en op waarde kan worden geschat via de lens van de wetenschap. Epidemiologen en virologen figureren prominent in de media, en het publiek volgt lijdzaam hun aanbevelingen op. Het is onduidelijk of dit zal leiden tot groter publiek vertrouwen in de wetenschap en een erosie van de anti-wetenschappelijke houding waar nationaal-populistische leiders mee hebben gespeeld. Maar het is te verwachten dat burgers meer notie zullen nemen van de risicoʼs die door wetenschappers zijn gesignaleerd, inclusief die van de klimaatcrisis, die eveneens de verspreiding van ziekten zal bespoedigen.

Nationaal-populisten staan erom bekend dat ze de angsten van mensen aanwakkeren. Maar de angsten die nu de boventoon voeren zijn niet het soort angsten die deze leiders het best weten te exploiteren. Doordat de problemen op het gebied van de gezondheidszorg en de economie zo urgent zijn is de migratie – de grootste vijand van populistisch rechts – op de prioriteitenlijst gedaald. Reisverboden, en het feit dat Europa en de VS de huidige brandhaard van de pandemie zijn, leiden tot een daling van de migratie naar deze regioʼs. In feite zijn we nu getuige van een historische ommekeer, waarbij Mexico erop uit is om de grens met de VS te sluiten en Afrikaanse landen vluchten uit Europa opschorten, terwijl Britse boeren chartervluchten organiseren om landarbeiders uit Oost-Europa binnen te halen om te voorkomen dat hun groente en fruit niet kan worden geoogst. Maar als de mondiale crisis resulteert in een nieuwe migratiegolf zoals die van 2015, kan dit scenario drastisch veranderen – de nationaal-populisten zullen dan proberen hun verhaal van kosmopolitische mondialisering te rechtvaardigen als een gevaarlijke oorzaak van allerlei soorten kwaden.

Als de coronacrisis populistisch rechts tijdelijk in verwarring heeft gebracht, betekent dit nog niet dat deze stroming nu is verslagen. Het zou een grote vergissing van links zijn om te geloven dat deze crisis in haar voordeel zal uitwerken. De coronacrisis zal zeker worden gevolgd door een diepe economische crisis, die meer zal lijken op de Grote Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw dan op de financiële crisis van 2008. Populistisch rechts heeft al aangetoond in staat te zijn misbruik te maken van de wanhoop van mensen en zondebokken te vinden voor economische kwalen. Verwacht mag worden dat het nu dezelfde kant zal opgaan, als het al niet nóg venijniger zal worden.

De autoritaire maatregelen die op maandag 30 maart door Viktor Orbán in Hongarije zijn afgekondigd, via de opschorting van het parlement en de invoering van een bewind via decreten, zouden een voorbode kunnen zijn van wat ons te wachten staat. In Italië had Salvini er geen enkele moeite mee de stap van Orbán toe te juichen. We zullen vermoedelijk ook een verscherping van de anti-Chinese retoriek gaan zien. Trump heeft geen verontschuldigingen aangeboden voor het feit dat hij Covid-19 ʻhet Chinese virusʼ heeft genoemd, terwijl Steve Bannon heeft betoogd dat Covid-19 een ʻvirus van de Chinese Communistische Partijʼ is. Salvini heeft gesteld dat ʻals de Chinese regering [van het virus] afwist en dat niet in de openbaarheid heeft gebracht, zij een misdaad tegen de mensheid heeft gepleegd,ʼ en zijn bondgenoten in Brazilië en Spanje houden er soortgelijke opvattingen op na.

Gezien de banden tussen de diverse nationaal-populisten, inclusief hun mislukte poging om een ʻnationalistische internationaleʼ op te richten onder auspiciën van Bannons Movement, mag deze synchrone gang van zaken niet als een toevalligheid worden gezien. Het heeft veel weg van een gecoördineerde strategie om de woede en wanhoop over het menselijke en economische leed van deze crisis te richten op een raciale en ideologische vijand die gemakshalve geïdentificeerd wordt met de Chinese regering. Samen met de zelfverklaarde socialisten zullen alle tegenstanders waarschijnlijk worden afgeschilderd als ʻcollaborateurs met Chinaʼ: de centristische Amerikaanse presidentskandidaat Joe Biden is al ʻChina’s choice for presidentʼ genoemd door de conservatieve National Review.

Wat dus in het verschiet ligt zou wel eens iets veel ernstigers kunnen zijn dan het populistisch rechts van het afgelopen decennium: een extreem-rechts dat het hele arsenaal, uiteenlopend van de angst voor links tot het propageren van rechts autoritarisme, van stal haalt om tegenstanders te intimideren en zijn belangen te beschermen tegen eisen voor een betekenisvolle economische herverdeling. Hoewel het door de crisis is overvallen, is populistisch rechts geenszins uitgeschakeld. Het ondergaat slechts een mutatie.

vertaling Menno Grootveld

Categorieën
Filosofie Politiek

Voorbij de ineenstorting

Drie overpeinzingen over een mogelijke nasleep

Oorspronkelijke tekst (Engels): e-flux, 31 maart 2020

fotografie: Tabakalera

door Franco Berardi

Franco ʻBifoʼ Berardi is een Italiaanse schrijver, filosoof en activist in de autonomistische traditie, wiens werk zich voornamelijk bezighoudt met de rol van de media en de informatietechnologie in het post-industriële kapitalisme.

Plotseling moet alles wat we de afgelopen vijftig jaar hebben gedacht van de grond af aan opnieuw worden gedacht. Godzijdank (is God een virus?) hebben we nu een overvloed aan tijd, omdat al het oude er nu niet langer meer toe doet.

Ik ga iets zeggen over drie verschillende onderwerpen. Eén: het einde van de menselijke geschiedenis, dat zich nu duidelijk voor onze ogen voltrekt. Twee: de huidige ontworsteling aan het kapitalisme en/of het dreigende gevaar van het techno-totalitarisme. Drie: de terugkeer van de dood (eindelijk) op het toneel van het filosofische discours, na de lange ontkenning ervan in de moderne tijd, en de wederopleving van het lichaam.

1. Beestjes

Eén: de filosoof die de huidige virale apocalyps het best heeft voorzien is Donna Haraway.

In Staying with the Trouble oppert ze dat de drager van de evolutie niet langer de mens is, het subject van de Geschiedenis.

De mens verliest zijn centrale positie in dit chaotische proces, en daar mogen we niet over wanhopen, zoals de nostalgici van het moderne humanisme doen. Tegelijkertijd mogen we ook geen troost zoeken in de waandenkbeelden van een technologische oplossing, zoals de hedendaagse transhumanistische techno-maniakken doen.

De menselijke geschiedenis is voorbij, en de nieuwe dragers van de geschiedenis zijn de critters (beestjes), in de taal van Haraway. Het woord zelf verwijst naar kleine speelse wezens die rare dingen doen, zoals het uitlokken van mutaties. Ziehier: het virus.

Burroughs heeft het over virussen als dragers van mutaties: biologische, culturele en linguïstische mutaties.

Critters bestaan niet als individuen. Zij verspreiden zich collectief, als een proliferatieproces.

Het jaar 2020 moet worden beschouwd als het jaar waarin de menselijke geschiedenis opgeheven werd – niet omdat de mens verdwijnt van de planeet aarde, maar omdat die planeet – moe van de arrogantie van de mens – een micro-campagne heeft gelanceerd om zijn Will zur Macht te vernietigen.

De aarde rebelleert tegen de wereld, en de middelen die de aarde daarbij inzet zijn overstromingen, branden en bovenal critters.

Daarom is de drager van de evolutie niet langer de bewuste, agressieve, wilskrachtige mens – maar moleculaire materie, micro-stromen van oncontroleerbare beestjes die de productiesfeer binnendringen, evenals het domein van het discours, waarbij ze de Geschiedenis (His-story) vervangen door Her-story, de tijd waarin de teleologische Rede wordt vervangen door Sensibiliteit en een zintuiglijk, chaotisch Worden.

Het humanisme was gebaseerd op de ontologische vrijheid die de Italiaanse filosofen uit de vroege Renaissance gelijkstelden met de afwezigheid van theologisch determinisme. Het theologisch determinisme is voorbij, en het virus heeft de plaats ingenomen van een teleologische god.

Het einde van de subjectiviteit als de motor van het historische proces impliceert het einde van wat we de ʻGeschiedenisʼ (met een hoofdletter) hebben genoemd, en het begin van een proces waarin bewuste teleologie wordt vervangen door meervoudige proliferatie-strategieën.

Proliferatie,de verspreiding van moleculaire processen, neemt de plaats in van de geschiedenis als macro-project.

Denkwerk, kunst en politiek moeten niet langer worden beschouwd als projecten van totalisering (Totalizierung, in de zin van Hegel), maar als proliferatie-processen zonder totaliteit.

2. Nut

Na veertig jaar van neoliberale versnelling is de race van het financiële kapitalisme plotseling stilgevallen. Eén, twee, drie maanden van mondiale lockdown, een lange onderbreking van het productieproces en van de mondiale circulatie van mensen en goederen, een lange periode van afzondering, de tragedie van de pandemie … dit alles zal de kapitalistische dynamiek gaan doorbreken op een manier die onherstelbaar en onomkeerbaar kan zijn. De krachten die het mondiale kapitaal op het politieke en financiële niveau beheren proberen wanhopig de economie te redden, door er enorme geldbedragen in te pompen. Miljarden, miljarden van miljarden … cijfers en bedragen die nu ‘niets’ meer lijken te betekenen.

Plotseling betekent geld niets meer, of heel weinig.

Waarom geef je geld aan een dood lichaam? Kun je het lichaam van de mondiale economie een wederopleving doen ondergaan door er geld in te injecteren? Dat gaat niet. Het punt is dat zowel de aanbod- als de vraagzijde immuun zijn voor monetaire impulsen, omdat de inzinking niet het gevolg is van financiële oorzaken (zoals in 2008), maar van de verwoesting van lichamen, en lichamen niets te maken hebben met financiële impulsen.

We passeren een drempel die leidt naar een domein voorbij de cyclus van arbeid-geld-en-consumptie.

Als het lichaam op een dag uit de beperking van de quarantaine komt, zal het probleem niet het opnieuw in evenwicht brengen van de relatie tussen tijd, werk en geld zijn, of het in evenwicht brengen van schulden en aflossingen. De Europese Unie is gebroken en verzwakt door haar obsessie met schulden en balansen, maar mensen gaan dood, ziekenhuizen komen beademingsapparaten tekort, en artsen worden overweldigd door vermoeidheid en angst voor een infectie. Op dit moment kan dit niet worden veranderd door geld, want geld is niet het probleem. Het probleem is: wat zijn onze concrete behoeften? Wat is nuttig voor het menselijk leven, voor de collectiviteit, voor een therapie?

Het nut van iets, lange tijd verdreven uit het domein van de economie, is weer helemaal terug, en het nuttige is nu koning.

Geld kan het vaccin niet kopen dat we niet hebben, kan de mondkapjes niet kopen die niet zijn geproduceerd, kan de intensive care-units niet kopen die zijn vernietigd door de neoliberale hervormingen van het Europese gezondheidszorgstelsel. Nee, geld kan niet kopen wat niet bestaat. Alleen kennis, alleen intelligente arbeid kan kopen wat niet bestaat.

Geld is nu dus onmachtig. Slechts sociale solidariteit en wetenschappelijke kennis zijn nog in leven en kunnen politiek sterk worden. Dat is de reden dat ik denk dat we aan het einde van de mondiale quarantaine niet zullen terugkeren naar een ʻnormaleʼ situatie. Het ʻnormaleʼ zal nooit meer terugkomen. Wat na deze crisis zal gebeuren is nog niet bepaald en is niet voorspelbaar.

We worden geconfronteerd met twee politieke alternatieven: ofwel een techno-totalitair systeem dat de kapitalistische economie met geweld opnieuw zal opstarten, of de bevrijding van de menselijke activiteit van de kapitalistische abstractie en de schepping van een moleculaire samenleving gebaseerd op nut.

De Chinese regering experimenteert al op grote schaal met het techno-totalitaire kapitalisme. Deze techno-totalitaire oplossing, voorafgegaan door de tijdelijke afschaffing van de individuele vrijheid, kan het dominante systeem van de toekomst worden, zoals Agamben terecht heeft opgemerkt in zijn recente controversiële teksten.

Maar wat Agamben zegt is slechts een voor de hand liggende beschrijving van de huidige noodtoestand en van de waarschijnlijke toekomst. Ik wil verder gaan dan het waarschijnlijke, omdat ik het mogelijke interessanter vind. En het mogelijke is vervat in de ineenstorting van de abstractie, en in de dramatische terugkeer van het concrete lichaam als drager van concrete behoeften.

Het nuttige is terug in het sociale domein. Het nut, lang vergeten en ontkend door het kapitalistische proces van abstracte valorisatie, is nu koning.

De lucht is helder in deze dagen van quarantaine en de atmosfeer is vrij van vervuilende deeltjes, nu de fabrieken dicht zijn en de autoʼs geen rondjes meer kunnen rijden. Zullen we teruggaan naar de vervuilende extractieve economie? Zullen we teruggaan naar de normale gekte van verwoesting ten behoeve van accumulatie, en van nutteloze acceleratie terwille van handelswaarde? Nee, we moeten voorwaarts gaan, naar de creatie van een samenleving gebaseerd op de productie van het nuttige.

Wat hebben we nu nodig? Nu, in het onmiddellijke nu, hebben we een vaccin nodig tegen de ziekte, hebben we mondkapjes nodig, en hebben we intensive care-apparatuur nodig. En op de langere termijn hebben we voedsel, liefde en plezier nodig, en een nieuwe cultuur van tederheid, solidariteit en soberheid.

Wat overblijft van de kapitalistische macht zal proberen een techno-totalitair systeem van controle aan de samenleving op te leggen – dat ligt voor de hand. Maar er is ook een alternatief: een samenleving vrij van de dwang van accumulatie en economische groei.


3. Plezier

Het derde punt waar ik het over zou willen hebben is de terugkeer van de sterfelijkheid als het bepalende kenmerk van het menselijk leven. Het kapitalisme is een fantastische poging geweest om de dood te overwinnen. Accumulatie is de Ersatz die de dood vervangt door de abstractie van waarde en de artificiële continuïteit van het leven op de markt.

De verschuiving van industriële productie naar info-werk, de verschuiving van samenzijn naar verbinding in de sfeer van de communicatie, is het eindpunt van de race naar abstractie, de voornaamste rode draad in de kapitalistische evolutie.

In een pandemie is samenzijn verboden – blijf thuis, bezoek geen vrienden, houd afstand, raak niemand aan. We zijn getuige van enorme uitbreiding van de tijd die online wordt doorgebracht, onvermijdelijk, en alle sociale relaties – werk, productie, onderwijs – zijn verdreven naar deze sfeer die samenzijn verbiedt. Sociale uitwisseling offline is niet langer mogelijk. Wat zal er na de weken en maanden dat dit het geval is gebeuren?

Misschien zullen we, zoals Agamben voorspelt, in de totalitaire hel van een volledig verbonden levensstijl terechtkomen. Maar er is ook een ander scenario mogelijk.

Wat als de overdaad aan verbinding de betovering verbreekt? Als de pandemie eindelijk verdwijnt (ervan uitgaande dat dit zal gebeuren) is het mogelijk dat zich een nieuwe psychologische identificatie zal aandienen, waarin het begrip ʻonlineʼ geassocieerd wordt met ziekte. We moeten een beweging van streling bedenken en creëren, die jonge mensen ertoe zal aanzetten hun schermen uit te zetten, omdat die hen herinneren aan een eenzame en angstige tijd. Dit betekent niet dat we terug moeten keren naar de fysieke uitputting van het industriële kapitalisme; het betekent eerder dat we ons voordeel moeten doen met de rijkdom aan tijd die dankzij de automatisering van de fysieke arbeid ontstaat, en dat we die tijd moeten besteden aan lichamelijk en geestelijk plezier.

De enorme verspreiding van de dood waar we in deze pandemie getuige van zijn kan ons gevoel voor tijd als genot reactiveren, eerder dan als het uitstel van genot.

Aan het einde van de pandemie, aan het einde van de lange periode van isolatie, kunnen mensen zich natuurlijk eenvoudigweg blijven verliezen in het eeuwige niets van de virtuele verbinding, van het bewaren van afstand en van de techno-totalitaire integratie. Dat is mogelijk en zelfs waarschijnlijk. Maar we mogen ons niet laten beperken door het waarschijnlijke. We moeten de mogelijkheden ontdekken die schuilgaan in het heden.

Het kan zijn dat mensen na maanden van voortdurende online-activiteit hun huizen en appartementen uit zullen komen, op zoek naar samenzijn. Er zou een beweging van solidariteit en tederheid kunnen ontstaan, die mensen naar de bevrijding uit de verbindende dictatuur kan leiden.

De dood is terug in het centrum van de aandacht: de lang ontkende mortaliteit die mensen levend maakt.

Vertaling Menno Grootveld

Categorieën
Politiek

Brief aan Macron

Oorspronkelijke tekst (Frans): France Inter, 30 maart 2021

fotografie: Babelio

door Annie Ernaux

Annie Ernaux is een schrijfster uit het Franse Normandië, wier werk vaak autobiografisch van aard is. Een aantal van haar boeken is in het Nederlands vertaald en bij de Arbeiderspers verschenen. Haar brief aan Macron werd op 30 maart voorgelezen bij France Inter.

Cergy, 30 maart 2020

Meneer de president,

Ik schrijf u een brief, die u misschien zult lezen, als u tijd hebt.’

Voor diegenen onder u die geïnteresseerd zijn in literatuur, roept deze inleiding ongetwijfeld iets op. Het is het begin van Boris Vians lied Le déserteur, geschreven in 1954, tussen de oorlogen in Indochina en Algerije in.

Vandaag de dag verkeren we, wat u ook mag beweren, niet in oorlog; deze vijand is niet menselijk, niet onze medemens; hij heeft de gedachte noch de wil om kwaad te doen, trekt zich niets aan van grenzen en sociale verschillen, en reproduceert zich blindelings door van het ene individu op het andere over te springen.

De wapens, aangezien u zich aan dit oorlogslexicon houdt, zijn ziekenhuisbedden, beademingsapparaten, mondkapjes en tests; het gaat ook om het aantal artsen, wetenschappers en verzorgers. Maar sinds u de leiding hebt over Frankrijk bent u doof gebleven voor de noodkreten van de wereld van de gezondheidszorg, en wat op het vaandel van een demonstratie van afgelopen november stond – ‘de staat telt zijn geld, wij zullen de doden tellen’ – heeft vandaag een tragische weerklank.

Maar u gaf er de voorkeur aan om te luisteren naar degenen die pleiten voor de terugtrekking van de staat, die pleiten voor de optimalisatie van de middelen en de regulering van de stromen – al dat technocratische jargon, verstoken van vlees, waarin de vis van de werkelijkheid verdrinkt.

Maar kijk, het zijn vooral de openbare diensten die op dit moment verantwoordelijk zijn voor het functioneren van het land: de ziekenhuizen, het nationale onderwijssysteem en zijn duizenden leraren, die zo slecht betaald worden, het EDF (het Franse elektriciteitsbedrijf), de posterijen, de metro en de SNCF (de Franse spoorwegen). En degenen van wie u in het verleden heeft gezegd dat zij niets voorstelden, zijn nu álles – zij die doorgaan met het legen van de vuilnisbakken, het verwerken van de aankopen bij de kassaʼs en het bezorgen van de pizzaʼs, om het leven dat net zo onmisbaar is als het intellectuele leven te kunnen garanderen: het materiële leven.

Vreemde keuze, dat woord ‘veerkracht,’ dat wederopbouw na een trauma inhoudt. We zijn er nog niet.

Pas op, mijnheer de president, voor de gevolgen van deze tijd van opsluiting, en van de verandering van de loop der dingen. Dit is een tijd om vragen te stellen. Een tijd om te verlangen naar een nieuwe wereld. Niet de uwe! Niet de wereld waarin besluitvormers en financiers nu al schaamteloos het deuntje van ‘meer werken’ herhalen, tot wel zestig uur per week.

Velen van ons willen niet langer in een wereld leven waarin een epidemie schrijnende ongelijkheden aan het licht kan brengen. Velen van ons willen daarentegen een wereld waarin basisbehoeften als gezonde voeding, gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs en cultuur voor iedereen gegarandeerd zijn, een wereld waarvan de huidige solidariteit laat zien dat die mogelijk is.

Weet, mijnheer de president, dat we niet langer zullen toestaan dat het leven ons weer wordt ontstolen; we hebben niets anders dan dit leven, en ‘niets is het waard om je leven voor te geven’ – alweer een liedje, ditmaal van Alain Souchon.

Evenmin zullen we toestaan dat onze democratische vrijheden, die nu beperkt zijn, permanent de mond gesnoerd worden – vrijheden die het mogelijk maakten dat mijn brief, in tegenstelling tot die van Boris Vian, die verboden werd op de radio, vanmorgen op een nationale radiozender kon worden voorgelezen.

vertaling Menno Grootveld

Categorieën
Filosofie Politiek

Op weg naar een perfecte storm in Europa

Oorspronkelijke tekst (Duits): Der Spiegel, 8 maart 2020

fotografie: Reiner Riedler

door Slavoj Zizek

Slavoj Zizek (Slovenië, 1949) is een van de bekendste hedendaagse filosofen. Zijn werk is vooral beïnvloed door Hegel, Marx en Lacan. Hij noemt zichzelf een eurocentrisch marxist. Zijn nieuwe boek, ‘Als een dief op klaarlichte dag’, verschijnt in mei bij Starfish Books.

Een ʻperfecte stormʼ doet zich voor als een zeldzame combinatie van uiteenlopende omstandigheden tot een extreem gewelddadige gebeurtenis leidt:

In zoʼn geval ontketent een synergie van krachten een energie die veel groter is dan de som van de individuele componenten. De term werd gepopulariseerd door de nonfictie-bestseller van Sebastian Junger uit 1997 over een combinatie van meteorologische verschijnselen die eens in de honderd jaar voorkomt en in 1991 de Noord-Atlantische oostkust van de VS trof: een hogedruksysteem van de Grote Meren botste met stormwinden boven een eiland in de Atlantische Oceaan (Sable Island) en met een weersysteem dat afkomstig was uit de Caraïben (orkaan Grace). Het verslag van Junger concentreert zich op de bemanning van de vissersboot Andrea Gail die verdween in een hoge golf.

Als gevolg van haar mondiale karakter ontlokt de huidige corona-epidemie ons dikwijls het commentaar dat wij nu allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Maar er zijn tekenen die erop wijzen dat de boot die Europa heet veel dichter dan andere schepen in de buurt dreigt te komen van het lot dat de Andrea Gail ten deel is gevallen. Drie stormen verenigen zich momenteel om hun krachten boven Europa te ontladen. De eerste twee zijn niet specifiek voor dit continent: de coronavirus-epidemie in haar rechtstreekse fysieke impact (quarantaines, lijden en dood) en haar economische gevolgen, die in Europa erger zullen zijn dan elders omdat Europa toch al stagneert en ook afhankelijker is dan andere delen van de wereld van import en export (de auto-industrie is de ruggengraat van de Duitse economie, en de export van luxe-autoʼs naar China is al tot stilstand gekomen, enz.). Aan deze twee stormen moeten we nu een derde toevoegen, die we het ʻPoetogan-virusʼ zullen noemen: de nieuwe explosie van geweld in Syrië tussen Turkije en het regime van Assad (rechtstreeks gesteund door Rusland). Beide kampen exploiteren ijskoud het lijden van miljoenen ontheemden voor hun eigen politieke profijt.

Toen Turkije duizenden vluchtelingen opriep om naar Europa te vertrekken en hun transport naar de grens met Griekenland organiseerde, rechtvaardigde Erdogan deze maatregel met pragmatische humanitaire redenen: Turkije zou niet langer het stijgende aantal vluchtelingen kunnen onderhouden… Dit excuus getuigt van een adembenemend cynisme: het gaat volledig voorbij aan het feit dat Turkije zelf deelneemt aan de Syrische burgeroorlog, door de ene factie tegen de andere uit te spelen, waardoor het land zelf een zware verantwoordelijkheid draagt voor de instroom van vluchtelingen. Nu wil Turkije dat Europa de last van de vluchtelingen deelt, d.w.z. de prijs betaalt voor zijn meedogenloze politiek. De valse ʻoplossingʼ voor de crisis met de Koerden in Syrië – Turkije en Rusland die de ʻvredeʼ opleggen, zodat beide partijen ieder een deel van het gebied kunnen beheersen – is nu uiteengevallen, maar Rusland en Turkije blijven in een ideale positie verkeren om druk uit te oefenen op Europa: de twee landen controleren de olietoevoer naar Europa, evenals de vluchtelingenstroom, zodat zij die allebei kunnen gebruiken als een manier om Europa te chanteren.

De duivelsdans van conflict naar alliantie en andersom tussen Erdogan en Poetin mag ons geen zand in de ogen strooien: beide uitersten zijn onderdeel van hetzelfde geopolitieke spel ten koste van het Syrische volk. Niet alleen hebben beide partijen geen enkele boodschap aan het lijden van dat volk, ze exploiteren het juist actief. Wat opvalt zijn de overeenkomsten tussen Poetin en Erdogan, die steeds meer lijken op twee versies van hetzelfde politieke regime – twee belichamingen van dezelfde figuur, die we voortaan ʻPoetoganʼ zullen noemen.

We moeten dus vermijden de vraag te stellen wie meer verantwoordelijkheid draagt, Erdogan of Assad met Poetin – ze zijn allemaal heel erg verantwoordelijk voor wat er gaande is en moeten worden behandeld voor wat ze zijn, oorlogsmisdadigers die misbruik maken van het lijden van miljoenen en een land verwoesten in het meedogenloos nastreven van hun doelen, waarvan er één de vernietiging van een verenigd Europa is. Bovendien doen ze dit tijdens een mondiale epidemie (waarbij ze de angst voor deze epidemie misbruiken als middel om hun militaire doelen na te streven), d.w.z. in een tijd dat mondiale samenwerking urgenter is dan ooit. In een wereld met een minimaal gevoel voor rechtvaardigheid zouden ze allang naar Den Haag zijn overgebracht.

Nu kunnen we zien hoe de combinatie van deze drie stormen tot een perfecte storm kan leiden: een nieuwe golf vluchtelingen, georganiseerd door Turkije, kan rampzalige gevolgen hebben in deze tijd van een coronavirus-epidemie. Een van de goede dingen aan de epidemie (afgezien van het feit dat die ons bewust heeft gemaakt van de noodzaak tot mondiale samenwerking) was dat deze aanvankelijk niet werd toegeschreven aan immigranten en vluchtelingen – het racisme deed zijn werk vooral in de perceptie van sommigen dat de dreiging afkomstig was van de Oriëntale Ander. Maar als deze twee zaken bij elkaar komen, als de indruk gaat ontstaan dat vluchtelingen verbonden zijn met epidemieën (en er zullen zich zeker coronavirus-besmettingen voordoen onder de vluchtelingen – denk maar eens aan de erbarmelijke omstandigheden in de overvolle kampen in Griekenland), dan zullen de racistische populisten victorie kraaien: zij zullen dan de buitensluiting van buitenlanders kunnen rechtvaardigen op grond van ʻwetenschappelijkeʼ medische redenen. Iedere verleiding om à la Merkel de instroom van vluchtelingen te verwelkomen zal dan leiden tot een reactie van paniek en angst, waardoor (zoals Orban in zijn recente toespraak al beweerde) Hongarije een model zal zijn dat door heel Europa gevolgd gaat worden…

Om deze ramp te voorkomen is het eerste wat we moeten doen iets dat bijna onmogelijk is: het versterken van Europaʼs operationele eenheid, vooral de onderlinge coördinatie tussen Frankrijk en Duitsland. En vervolgens zou Europa, op basis van deze eenheid, zonder schaamte moeten HANDELEN. In een recent televisiedebat gaf Gregor Gysi, een sleutelfiguur van de Duitse partij Die Linke, een goed antwoord op een opmerking van een tegenstander van immigratie, die op agressieve wijze betoogde dat hij geen verantwoordelijkheid voelde voor de armoede en gruwelen in Derde Wereldlanden – in plaats van geld uit te geven om die landen te helpen, zouden onze staten alleen verantwoordelijkheid moeten nemen voor het welzijn van hun eigen burgers. De kern van Gysi’s antwoord was: als we geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor de armen in de Derde Wereld (en op basis daarvan handelen), zullen zij hierheen komen, naar ons toe… (wat precies is waar de anti-immigratiepartijen furieus tegen zijn). Hoe cynisch en onethisch dit antwoord ook mag lijken, het is veel toepasselijker dan alle abstracte medemenselijkheid: het humanitaire beroep op onze generositeit en schuld (ʻwe moeten onze harten voor hen openstellen, ook omdat de uiteindelijke oorzaak van hun lijden het Europese racisme en kolonialisme is’) is een wanhopige poging om helemaal niets te hoeven veranderen, om dezelfde orde te kunnen handhaven, zij het met een menselijk gezicht. Vandaag de dag is echter veel méér nodig.

vertaling Menno Grootveld

Categorieën
Filosofie Gezondheid Politiek

De uitvinding van een epidemie

Oorspronkelijke tekst (Italiaans): Il Manifesto, 26 februari 2020
English translation

fotografie: Philosophy Kitchen

door Giorgio Agamben

Giorgio Agamben is een Italiaanse filosoof die vooral bekend is door zijn werk waarin hij de concepten van de uitzonderingstoestand, levensvorm (ontleend aan Ludwig Wittgenstein) en homo sacer onderzoekt. Agambens filosofie is diepgaand beïnvloed door enerzijds Martin Heidegger, bij wie hij colleges volgde en anderzijds Walter Benjamin, wiens werk hij in het Italiaans vertaalde. De bundel A che punto siamo? met zijn corona-essays, waarvan dit het eerste is, verschijnt binnenkort bij Starfish Books.

Om de panische, irrationele en absoluut ongefundeerde noodmaatregelen voor een vermeende coronavirus-epidemie te kunnen begrijpen, moeten we uitgaan van de verklaringen van de Italiaanse Nationale Onderzoeksraad (CNR) van 22 februari 2020, die niet alleen zeggen dat er ʻgeen epidemie van SARS-CoV2 in Italië is,ʼ maar ook dat ʻde infectie, op basis van de epidemiologische gegevens die op dit moment beschikbaar zijn en die gebaseerd zijn op tienduizenden gevallen, in 80 tot 90 procent van die gevallen slechts milde tot gematigde symptomen (een soort griep) veroorzaakt. In 10 tot 15 procent van de gevallen kan een longontsteking ontstaan, maar die heeft in de meerderheid daarvan een goedaardig verloop. Naar schatting heeft slechts 4 procent van de patiënten een opname op de intensive care nodig.ʼ

Als dit de werkelijke situatie is, waarom werken de media en de autoriteiten dan aan de verspreiding van een klimaat van paniek, waardoor een echte uitzonderingssituatie ontstaat, met ernstige beperkingen van de bewegingsvrijheid en een opschorting van de normale leef- en werkomstandigheden in hele regioʼs als gevolg?

Twee factoren kunnen een dergelijke disproportionele reactie helpen verklaren. In de eerste plaats blijkt hier opnieuw sprake te zijn van de groeiende tendens om de uitzonderingstoestand als een normaal bestuursparadigma te gebruiken. Het wettelijke decreet (decreto legge) dat onmiddellijk door de regering werd goedgekeurd ʻom redenen van hygiëne en openbare veiligheidʼ komt in feite neer op een ware militarisering ʻvan de gemeenten en gebieden waar ten minste één persoon positief is getest en de bron van de besmetting onbekend is, of waar zich een besmetting heeft voorgedaan die niet kan worden herleid tot een persoon die afkomstig is uit een gebied dat reeds door de virusinfectie is getroffen.ʼ Met een zoʼn vage en onbepaalde formule kan de uitzonderingstoestand snel naar alle regioʼs worden uitgebreid,* omdat het praktisch onmogelijk is dat er elders geen andere besmettingen zullen opduiken. Laten we eens kijken naar de ernstige vrijheidsbeperkingen waarin het decreet voorziet: a) een verbod om de getroffen gemeente of het getroffen gebied te verlaten, voor alle personen die in die gemeente of dat gebied aanwezig zijn; b) een verbod om de getroffen gemeente of het getroffen gebied te betreden; c) het opschorten van demonstraties of initiatieven van welke aard dan ook, van evenementen en van iedere vorm van samenkomst op een openbare of particuliere plaats, met inbegrip van culturele, recreatieve, sportieve en religieuze evenementen, zelfs indien deze plaatsvinden op gesloten plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn; d) het opschorten van onderwijs voor kinderen en scholen van alle niveaus, alsook van het bijwonen van schoolactiviteiten en van het hoger onderwijs, met uitzondering van onderwijs op afstand; e) het sluiten van musea en andere instellingen en plaatsen van cultuur, zoals bedoeld in artikel 101 van het statuut aangaande het cultureel erfgoed en het landschap, en in het wetsdecreet van 22 januari 2004, nr. 42; alle voorschriften betreffende de vrije toegang tot deze instellingen worden opgeschort; f) het opschorten van alle educatieve reizen, zowel in Italië als in het buitenland; g) het opschorten van examens en van alle activiteiten van openbare ambten, met uitzondering van essentiële diensten of diensten van openbaar nut; h) het handhaven van de quarantainemaatregelen en het uitoefenen van actief toezicht op personen die nauw contact hebben gehad met bevestigde gevallen van een wijdverspreide besmettelijke ziekte.

Het is overduidelijk dat deze beperkingen niet in verhouding staan tot de dreiging van wat volgens de CNR een normale griep is, die niet veel verschilt van die welke ons ieder jaar treft. Het lijkt erop dat als het terrorisme eenmaal is uitgeput als grondslag voor uitzonderlijke maatregelen, de uitvinding van een epidemie het ideale excuus kan zijn om dergelijke maatregelen onbeperkt te kunnen verruimen.

De andere factor, die niet minder verontrustend is, is de toestand van angst die zich de laatste jaren heeft verspreid tot in het individuele bewustzijn van de mensen en die zich vertaalt in een reële behoefte aan een toestand van collectieve paniek, waarvoor de epidemie opnieuw het ideale excuus biedt. Zo wordt bij wijze van een perverse vicieuze cirkel de beperking van de vrijheid die door de overheden wordt opgelegd, geaccepteerd uit naam van een verlangen naar veiligheid dat door dezelfde regeringen die nu ingrijpen om dat verlangen te bevredigen is gewekt.

Daarom wordt bij wijze van een perverse vicieuze cirkel de beperking van de bewegingsvrijheid die door de regeringen wordt opgelegd, aanvaard uit naam van een verlangen naar veiligheid, gecreëerd door dezelfde regeringen die nu tussenbeide komen om dat verlangen te bevredigen.

* Wat iets later, toen het aantal corona-patiënten explodeerde, ook inderdaad is gebeurd

Vertaling Menno Grootveld