Categorieën
Economie Politiek

Een regering-Truss betekent de terugkeer van radicaal rechts

Oorspronkelijke tekst (Engels): New Statesman, 31 augustus 2022

fotografie: Daily Record

door Andrew Marr

Andrew Marr is politiek redacteur van de New Statesman. Hij is een voormalig politiek redacteur van BBC News, en momenteel presentator van Tonight with Andrew Marr op LBC radio.

Terwijl een zware winter voor de deur staat, dreigen de vermoedelijke nieuwe premier en haar bende vrijemarktideologen Groot-Brittannië verder mee te sleuren in een economische catastrofe

De winter komt eraan. Er is deze zomer niets gebeurd, en dat is heel belangrijk. Met ʻnietsʼ bedoel ik de strijd om het leiderschap van de Britse Conservatieven, ondanks alle respect voor de verschillende organisaties en individuen die bijeenkomsten hebben georganiseerd. Aan het begin van het zomerreces van het Britse Lagerhuis in juli was het immers al overduidelijk dat Liz Truss Rishi Sunak zou verslaan.

Sindsdien zijn er veel grote woorden gevallen over gewonde hermelijnen, fantasie-economieën en nog veel meer. Intussen hebben we een verlamde regering zonder duidelijke nieuwe ideeën of beleid – en een voorsprong van Truss in de peilingen waar niets aan is veranderd. (Ik schrijf dit voordat de uitslag van de leiderschapsverkiezingen bekend is. Mocht Sunak tóch winnen, dan zal ik, net als alle andere commentatoren, volgende week misschien niet beschikbaar zijn om mijn excuses aan te bieden: ik zal dan plat op mijn rug liggen en te hard lachen om nog iets te kunnen doen).

Het ʻnietsʼ van deze strijd was van belang door wat er in de echte wereld daarbuiten gebeurde – het duizelingwekkende nieuws over torenhoge energierekeningen en de inflatie. Truss en Sunak spraken met een kleine, buitengewoon niet-representatieve groep mensen over belastingverlagingen en de beestachtigheid van buitenlanders. De meesten van ons maakten zich echter grote zorgen over de toestand van deze uitgedroogde en afbrokkelende archipel.

Geen wonder dat iets meer dan de helft van de kiezers volgens opiniepeiler Ipsos dit jaar nieuwe algemene verkiezingen wil, zodra de nieuwe premier is geïnstalleerd. Er moeten grote keuzes worden gemaakt, en dat moet op democratische wijze gebeuren. Helaas is daar weinig kans op.

Het resultaat is dat we nu een politieke paradox hebben die de komende twee jaar zal bepalen: één van de meest rechtse regeringen in honderd jaar – naar verwachting bestaand uit vrijemarktideologen en overtuigde Brexiteers – op een moment dat de stemming in het land sterk naar links is opgeschoven.

Waarom noem ik het de ʻmeest rechtseʼ? De belofte van Truss dat ze prioriteit zal geven aan belastingverlagingen boven ʻaalmoezenʼ is een wrede en naar ik denk onhoudbare keuze. Sunaks team noemt het regressief en gebrekkig, met weinig of geen hulp voor gezinnen met lagere inkomens.

Tenzij Truss de achterban van de Conservatieven opzettelijk misleidt, is dit wel waar we op af stevenen. Het geeft blijk van een soort rauwe eerlijkheid. Truss zegt dat haar beleid van belastingverlagingen niet inflatoir zal zijn, noch de voorzieningen zal schaden. Nou, dat zullen we snel genoeg zien. Ze denkt dat haar beleid tot een groeispurt zal leiden, die de crisis snel zal verlichten – zelfs als tienduizenden kleine bedrijven failliet dreigen te gaan door de hoge energierekeningen. Nou, nogmaals: laten we maar eens kijken.

Maar dit beleid is, tenzij er een ommekeer komt, zeer gevaarlijk. Of het nu gaat om de verlaging van de ziektekostenpremies of om het basistarief van de inkomstenbelasting, de geplande noodbegroting lijkt tot nu toe de mensen die het het hardst te verduren hebben buiten beschouwing te laten, en te weinig te bieden voor de rest. Paul Johnson, die aan het hoofd staat van het Institute for Fiscal Studies, heeft gezegd dat de plannen van Truss ʻde overheidsfinanciën volledig zullen ruïneren.ʼ Anderen zijn het daar niet mee eens. Natuurlijk zijn we er allemaal op tegen dat politici liegen, maar in dit geval hoop ik dat Truss haar woord niet zal houden.

Het is duidelijk dat zij volkomen gelijk heeft als ze zegt dat we meer groei nodig hebben. Op de middellange termijn is het begrotingsbeleid een volkomen redelijk instrument om dat te bereiken – al is het slechts een van de vele. Maar Groot-Brittannië staat voor een noodsituatie – een sociale en politieke noodsituatie, en een economische. En tenzij je accepteert dat het weigeren van iedereen om zijn rekeningen te betalen een vorm van ʻdereguleringʼ is (ik veronderstel dat dat letterlijk zo is), wat is dan het deregulerende vrije-markt antwoord op een noodsituatie die de armen het eerst en het hardst treft? Dat antwoord is er niet.

Maar deze keer zijn het natuurlijk niet alleen de armen. Relatief welvarende kiezers zullen eveneens drastisch moeten bezuinigen op hun uitgaven om hun energierekeningen te kunnen betalen. Nadhim Zahawi, de huidige minister van Financiën, heeft gezegd dat mensen met een middeninkomen, zoals hogere verpleegkundigen of leraren met een inkomen van 45.000 pond per jaar, het moeilijk zullen gaan krijgen. Alle lokale bedrijven zullen ten onder gaan. Café-eigenaren hebben op bijzonder luidruchtige wijze uiting gegeven aan hun ongenoegen, omdat van hen wordt verlangd dat zij enorme voorschotten betalen. Er wordt veel gesproken over ʻenergie-intensieveʼ bedrijven, maar in de moderne economie is het moeilijk bedrijven te bedenken die dat niet zijn. Tomatenkwekers, pluimveehouders, brouwerijen, zwembaden, staalfabrikanten, producenten van elektrische batterijen, cementfabrikanten, ingenieursbureaus… Dit is helaas een moment waarop alle crisissen zich tegelijkertijd voordoen.

Zal de stemming echter in die mate veranderen dat het land naar links opschuift? Dat is uiteraard een subjectief oordeel. Maar er zijn behoorlijk veel aanwijzingen die deze stelling ondersteunen: peilingen tonen aan dat de helft van de Tory-stemmers (en driekwart van de Labour-stemmers) vóór de nationalisatie van de energiebedrijven is; bijna de helft van het land steunt de stakende spoorwegwerknemers; en Labour gaat aan kop in de peilingen, met wel vijftien procent. Politiek gezien is het weer omgeslagen.

Er zijn ook nog andere krachten in het spel. De pandemie heeft ons herinnerd aan de waarde van een sterke staat. De oorlog in Europa maakt dit eveneens duidelijk. Dat geldt ook voor de mislukkingen van geprivatiseerde natuurlijke monopolies zoals het waterbedrijf. Maar de ideologische strijd die voor ons ligt zal hevig zijn. De echte strijd, en de enige strijd waarvan we iets zullen merken, vindt nu plaats op het ministerie van Financiën. Zowel Iain Duncan Smith, de voormalige Tory-leider, als John Redwood is getipt als kandidaat-minister. Beiden zijn hardcore: beiden hebben in het verleden gepleit voor inkrimping van de staat. Beiden zijn hartstochtelijke critici van de Bank of England en van haar falen om de inflatie eerder onder controle te krijgen. (Hoewel het interessant zal zijn te vernemen hoeveel Conservatieven de stijgende rentetarieven zullen toejuichen die daarvoor nodig zijn).

Laat ik het allemaal eens samenvatten. Tenzij Liz Truss haar kernbeloften niet nakomt, moeten we ons voorbereiden op een sensationele politieke confrontatie met een belastingverlagende, op een kleine overheid gerichte vrije-marktregering, in een tijd van economische ineenstorting.

Met het oog op de komende prijsstijgingen – en de gevolgen daarvan voor miljoenen Britten en een groot deel van de economische activiteit – is het duidelijk geworden dat een radicale noodaanpak de enige is die kan slagen. Dat betekent, zoals Labour eist, een maximering van de energieprijzen. Nog beter is dit te baseren op een sociaal tarief om de mensen met een laag inkomen te helpen, zoals de Resolution Foundation heeft voorgesteld.

Verder betekent dit dat het huidige systeem van toezicht moet worden afgeschaft, dat de torenhoge gasprijzen tot maatstaf maakt voor de elektriciteitsprijzen in het algemeen, ook al zijn kernenergie, windenergie en waterkracht veel goedkoper geworden. Deze radicale ingreep in de markt wordt aanbevolen door linkse economen zoals Richard Murphy, die het Tax Justice Network heeft opgericht. Het wordt verafschuwd door de energiebedrijven, die een systeem aanprijzen waarbij de belastingbetaler hun winsten op de langere termijn subsidieert, ook al is hun bedrijfsmodel in feite kapot. Een soortgelijke radicale marktinterventie wordt actief besproken in de Europese Unie – waardoor iets dergelijks vermoedelijk kan worden uitgesloten onder een regering-Truss.

De noodhulpaanpak betekent een confrontatie met de grote bedrijven en een nieuwe, enorme ronde van staatsleningen. Op dit punt zou het ministerie van Financiën kunnen aankloppen bij de Bank of England voor steun – ook al hebben de nieuwe premier en haar bondgenoten hun uiterste best gedaan om de BoE tot vijand te maken, naast de BBC, de Franse president en vele anderen.

Maar wat is er zo gevaarlijk dat het de moeite waard is om zó ver te gaan op de weg van een noodbeleid? Kortweg geformuleerd: sociale ineenstorting. De Britten staan te boek als een flegmatiek volk. Ze klagen, maar ze rellen niet. Ze betalen hun rekeningen, staan vrolijk in de rij, maken graag lange dagen en lossen de ergste problemen liever op met een kopje thee in plaats van met een molotovcocktail. Maar we staan misschien op het punt om te ontdekken dat het zelfs de Britten allemaal te veel kan worden.

Veel mensen voelen zich op dit moment hetzelfde. Een columnist maakt zich niet bijster populair als hij steevast een schril beeld van de situatie schetst. En als iemand die de zomer heeft doorgebracht met het observeren van vriendelijke, vreedzame mensen die zich vermaken in parken en pubs, en die zelfs herhaaldelijk in de zee van Devon heeft gezwommen, zonder ook maar een glimp van een drol te ontwaren, ben ik er huiverig voor om als zuurpruim te worden gezien.

Niettemin zijn de cijfers verschrikkelijk. Mensen die niet fatsoenlijk kunnen eten en zichzelf niet warm kunnen houden, kunnen zich onvoorspelbaar gedragen. Paul Goodman, voormalig parlementslid voor de Conservatieven en redacteur van ConservativeHome, zegt dat Liz Truss ʻop het punt staat te verdwijnen in een economische sneeuwstorm.ʼ De financieel journalist Martin Lewis voorspelt een ʻnationaal cataclysme.ʼ Stephen Crabb, het Welshe parlementslid voor de Conservatieven en een voormalig minister, vreest dat er de komende maanden een ʻsociale en economische catastrofeʼ zal plaatsvinden.

En dus liggen eindelijk de kaarten op tafel. Ik verwacht dat premier Truss – die aan het hoofd staat van een verdeelde partij, geen eigen nationaal mandaat heeft en omringd is met bewijzen van een ineenstorting die veelzijdiger en moeilijker op te lossen is dan die van na de financiële crisis van 2008 – haar beloofde belastingverlagingsagenda drastisch zal inperken, en zal kiezen voor een breed en genereus programma van noodsteun voor gezinnen en bedrijven.

Het zou belachelijk zijn om te denken dat een rechts-conservatieve regering deze adviezen van de New Statesman zou opvolgen. Maar als ze dat wel zou doen, zou Truss haar regering in ieder geval een kans geven. Doet ze dat niet, dan stevent ze af op een politieke ramp (wat prima zou zijn), terwijl ze de rest van ons zal meesleuren de afgrond in (wat absoluut niet prima is). Ben je nu echt een zuurpruim als je nog één keer, heel voorzichtig, zegt dat de winter eraan komt?

Vertaling: Menno Grootveld

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *