Categorieën
Politiek

De duistere achtergronden van QAnon – deel III, de internationale context

fotografie: MO Magazine

door Peter Edel

Peter Edel (Amsterdam, 1959) is fotograaf en publicist. Tussen 2010 en 2018 volgde hij de politiek in Turkije voor de websites Joop, De Wereld Morgen, MO, Turkijeblog en Turksnieuws. Sinds 2018 schrijft hij vooral over extreemrechtse netwerken en de raakvlakken daarvan met cybertechnologie.

In deel 1 en deel 2 van deze artikelenserie belichtte Peter Edel de oorsprong van QAnon in de VS. Hij besluit dit drieluik met de internationale context tegen de achtergrond waarvan QAnon ontstond.

De oorsprong van QAnon kan langs verschillende invalshoeken benaderd worden. Enerzijds ligt QAnon in het verlengde van het complex aan aartsconservatieve organisaties dat zich sinds de jaren vijftig in de VS heeft ontwikkeld, zoals de John Birch Society (JBS), waardoor destijds al vanuit een politieke intentie complottheorieën werden verspreid. Om die reden kwam de JBS in deel 2 van deze artikelenserie ook al even voorbij. Naast de JBS wordt de uit de jaren van Ronald Reagans presidentschap daterende Council for National Policy (CNP) vaak genoemd als inspiratiebron van QAnon. Hetzelfde geldt voor The World Anti Communist League, de Western Goals Foundation en het World Congress of Families, rechts-conservatieve clubs die elkaar vaak overlappen.

Hoewel ik de rol van genoemde organisaties zeker niet wil bagatelliseren, zal ik het hier met de oorsprong van QAnon over een andere boeg gooien, want in dit artikel draait het om factoren die pas van belang werden nadat Donald Trump zich kandidaat had gesteld voor het Amerikaanse presidentschap.

In deel 2 stond ik uitgebreid stil bij de positie van Thomas Schoenberger binnen het Q-landschap. De publicist Daniel Morrison heeft min of meer hetzelfde gedaan in zijn artikel The Troll Who Created QAnon, dat kort daarop verscheen. Volgens Morrison was de rol van Schoenberger bij het ontstaan van QAnon essentieel, maar tegelijkertijd betwijfelt bij of QAnon geheel is ontsproten aan diens merkwaardige brein. Of zoals hij stelt: ʻConvincing conspiracists on 4chan to believe a conspiracy on 4chan – fine, not that hard. But convincing this many seemingly intelligent journalists to completely ignore something that’s right under their noses is astonishing. And seems beyond the abilities of someone as messy as Thomas.ʼ

Naast Schoenberger houdt Morrison dus ruimte over voor andere factoren, waar hij Schoenberger niet in zijn eentje toe in staat acht. Daaronder bevindt zich het psychologische aspect; de interpretatie van QAnon als een ‘Psy Op,’ een operatie gebaseerd op de logica van psychologische oorlogsvoering. In dit artikel voert deze invalshoek langs internationale politieke ontwikkelingen die zich parallel aan het ontstaan van QAnon voltrokken.

Rusland

De constatering van Dan Morrison staat niet op zich. Binnen het anti-Q-netwerk in de VS wordt QAnon vaker aangemerkt als een Psy Op. Kennis op dit gebied bevindt zich met name binnen militaire instanties, wat vanzelf tot de vraag leidt van welk land. Rusland komt dan al snel naar voren als hoofdverdachte. In de eerdere delen werd dit land al verschillende keren genoemd. Vanwege de relaties die Q-pusher ‘general’ Michael Flynn met het land ontwikkelde, maar ook omdat de Q Drops, de berichten van de Q Clearance Patriot die de basis vormden van QAnon, door duizenden Russische trollen werden verspreid.

Rusland heeft echter ook veel ervaring met Psy Ops. Vier decennia geleden ontwikkelde de Sovjet-Unie daar voor die tijd ongeëvenaarde kennis over. Zoals de historicus en Oost-Europa-specialist Timothy Snyder in een van zijn video’s op YouTube stelt, had dat in de objectieve werkelijkheid van destijds weinig praktische waarde, maar dat veranderde met de opkomst van internet en de daaruit voortvloeiende subjectivering van de werkelijkheid. Het onderzoek van de Sovjets naar strategieën op psychologische basis werd in die context opeens van grote waarde voor Poetin en consorten.

Een psychologische benadering was ook goed herkenbaar in wat Poetins voormalige adviseur Vladislav Surkov non linear warfare noemde. Centraal in deze strategie staat de destabilisering van de westerse samenleving via de opzettelijke verspreiding van misleidende informatie. Informatie als wapen (Weapons of Mass Disinformation…), met als doelstelling in het westen de weg vrij te maken voor politici waar Rusland iets aan heeft. Zoals Donald Trump.

Men kende Trump al een tijdje in Moskou. Zijn banden met Rusland gaan terug naar het einde van de jaren zeventig, naar een periode dus waarin de Koude Oorlog nog tamelijk warm was. In 1977 trad Trump in het huwelijk met de uit het toenmalige Tsjecho-Slowakije afkomstige Ivana Zelnickova, wat hem in het vizier bracht van de Tsjecho-Slowaakse inlichtingendienst, alsmede van de Russische KGB. Daar liet men sowieso geen kans voorbijgaan Amerikanen in te lijven wanneer de mogelijkheid zich voordeed, dus de interesse was snel gewekt. Het duurde even voordat men daar werk van kon maken, maar toen Trump tien jaar later voor het eerst Rusland bezocht, kon hij daar op een charmeoffensief van de KGB rekenen. Daar begreep men al snel dat de ijdele en narcistische Trump eenvoudig te manipuleren viel.

Dit betekent niet dat in Moskou toen al een traject bedacht werd om een president van hem te maken, maar dat men hem in het achterhoofd heeft gehouden is achteraf beschouwd duidelijk. Trump gedroeg zich in ieder geval zeker naar de zin van de Sovjet-strategen. Na teruggekeerd te zijn van een bezoek aan de Sovjet Unie liet hij een paginagrote advertentie in de New York Times plaatsen waarin hij de aanval opende op de Amerikaanse bondgenoot Japan en vraagtekens plaatste bij het Amerikaanse lidmaatschap van de NAVO. In Moskou werd ervan gesmuld, maar een grote verrassing was het zeker niet. Daarvoor waren de Sovjets te goed op de hoogte van Trumps zwakke plekken.

De eerdergenoemde Timothy Snyder is niet alleen een Oost-Europa-specialist, maar ook een overtuigde criticus van Trump. Volgens Snyder staat het over Trump ontstane beeld van een succesvolle zakenman ver van de realiteit. Dat was niet meer dan een rol die hij met verve wist te spelen, want in werkelijkheid zat hij vaak omhoog en werd hij niet zelden bedreigd door faillissementen. Dat maakte hem volgens Snyder ontvankelijk voor financiële injecties uit Rusland. Uiteraard werd daar nadat hij eenmaal president was geworden de verwachting aan verbonden dat hij daar iets tegenover zou plaatsen. Was het niet in zijn eerste termijn, dan wel na een eventuele herverkiezing.

Cambridge Analytica

De hierboven geschetste situatie in aanmerking genomen zal het niet verbazen dat er vaak Russische connecties opdoken bij initiatieven die genomen werden om Trump te steunen in zijn race naar het presidentschap. Zoals bij Cambridge Analytica (CA). Deze Brits/Amerikaanse data mining company legde de hand op data van vele miljoenen Facebookgebruikers en gebruikte die om zowel het Britse Brexit-referendum in 2016 als de Amerikaanse presidentsverkiezingen van hetzelfde jaar te beïnvloeden.

Volgens de voormalige CA-medewerker en klokkenluider Christopher Wylie ging door CA vergaarde informatie over Facebook-gebruikers ook naar Rusland. Bovendien werkte CA-medewerker Alexander Kogan, die een app ontwikkelde waarmee data van Facebook-gebruikers geoogst konden worden, tegelijkertijd ook aan een met Russisch overheidsgeld gesubsidieerd onderzoek naar ‘Stress, health and psychological wellbeing in social networks.’ Kogan was in die tijd verbonden aan de Universiteit van Cambridge, maar ook aan die van Sint Petersburg (1).

De praktijk van CA verschilde in tal van opzichten van die van het latere QAnon, maar als Psy Op leken het twee appels van dezelfde boom. Met dien verstande dat CA gericht was op het aan de macht brengen van Trump, terwijl QAnon hem later aan de macht moest houden. Tel daar de door Christopher Wylie genoemde links tussen CA en Rusland bij op en het wordt de vraag of QAnon misschien een product was van het beruchte Internet Research Agency (IRA) in Sint Petersburg. Anders gesteld: kwam de Russische kennis over Psy Ops bij het vroege Q-clubje terecht? Die conclusie zou te kort door de bocht zijn. In Rusland bestaat weliswaar veel kennis over Psy Ops, maar die is er ook in andere landen. In theorie kan dergelijke kennis bijvoorbeeld ook afkomstig zijn van voormalige Amerikaanse militairen en medewerkers van inlichtingendiensten die ervaring hadden met Psy Ops en met QAnon geassocieerd raakten. Zoals de in deel I genoemde Michael Aquino, die zijn militaire loopbaan combineerde met het leiderschap van de op satanistische leest geschoeide Temple of Set.

Waar daarentegen geen twijfel over bestaat is dat de Russische strategen de bruikbaarheid inzagen van de Q Drops toen ze die op 28 oktober 2017 op 4chan zagen verschijnen. Ze wisten ook precies waar ze moesten zijn. Zo was er al in een vroeg stadium Russische interesse in Tracy ‘Beanz’ Diaz, de YouTube-ster die ik in deel I noemde omdat ze de groei van het prille QAnon op gang bracht door in haar show de aandacht te vestigen op de Q Drops. Daarvóór was niet alleen Q maar ook Diaz vrijwel volledig onbekend. Toch werden zeven maanden voor de eerste Q Drop al tweets van Diaz verspreid via een aantal Russische accounts. En de dag voor het eerste item van Diaz over Q op YouTube noemde het Russische account CrusaderPost voor het eerst de term QAnon. Opvallend, want Q gebruikte dat woord zelf nooit.

Kortom, hoewel de exacte locatie nog bepaald moet worden, kent Rusland dus zeker een plaats binnen het Q-landschap. Daar vinden we echter ook andere landen.

Een ontmoeting in New York

In de maanden voorafgaand aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen waren Trumps zoon Donald jr. en zijn schoonzoon Jared Kushner aanwezig op diverse interessante ontmoetingen. Begin juni spraken ze met de aan het Kremlin gelieerde advocate Natalia Veselnitskaya. Zij bracht de Russische belofte door aan Donald jr. en Kushner om informatie te leveren die voor Hillary Clinton beschadigend was. Nóg meer informatie dan, want drie maanden eerder waren al de emails van Clinton bij WikiLeaks verschenen die Julian Assange van de Russische hackersgroep Guccifer 2.0 ontving.

De ontmoeting met Veselnitskaya kreeg veel aandacht, onder meer in de New York Times. Aandacht was er eveneens voor een bijeenkomst in New York twee maanden later, toen Donald Trump jr. en Kushner een ontmoeting hadden met drie ondernemers, de Amerikaan Eric Prince, de Libanees George Nader en de Australische Israëliër Joel Zamel. De combinatie van de aanwezigen illustreerde het standpunt van special counsel Robert Mueller dat niet alleen Rusland een factor was in de collusion, maar ook Saoedi-Arabië (SA), de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), alsmede bepaalde kringen in Israël.

Dit maakt een nadere beschrijving van de aanwezigen tijdens genoemde bijeenkomst van belang. Donald jr. en Kushner behoeven geen nadere introductie. De andere drie wel. Om te beginnen met Prince.

Eric Prince

De zeer conservatieve Eric Prince hield een slechte reputatie over aan het door hem opgerichte Blackwater, een particuliere militaire onderneming die voor de Amerikaanse overheid werkte en zich daarbij schuldig maakte aan mensenrechtenschendingen. In september 2007 openden medewerkers van Blackwater het vuur op een menigte op een plein in Bagdad, waarbij zeventien doden en twintig gewonden vielen. Naar aanleiding van dit bloedige incident werden in 2014 drie medewerkers van Blackwater veroordeeld voor doodslag en vijf jaar later nog een voor moord. Eind 2020 kwamen deze Blackwater-huurlingen echter allen vrij nadat ze amnestie hadden gekregen van de vertrekkende president Donald Trump. Trump is dan ook erg close met Prince én met diens familie. Zo werd de zuster van Prince, Betsy DeVos, Minister van Onderwijs in Trumps regering.

Voorafgaand aan de presidentsverkiezingen van 2016 stuurde Prince een bericht aan potentiële donateurs voor Trump, waarin hij geld vroeg voor het Committee for American Sovereignty Education Fund, een onduidelijke non-profit organisatie waar ook Trumps supporter van het eerste uur George Stone banden mee had. Bij het bericht was een document gevoegd met een voorstel tot een project dat het aantal zwarte stemmen voor Hillary Clinton moest beperken: Project Clintonson. Aanleiding was het gerucht dat Bill Clinton samen met een zwarte prostituee een buitenechtelijke zoon had. Feitelijk was dat een oud verhaal. Het deed al de ronde voordat Bill Clinton in 1993 voor het eerst president werd. Een zekere Danney Williams beweerde dat Clinton zijn vader was. Een paternity test verwees diens claim echter naar het land der fabelen. Dat weerhield Prince er in 2016 echter niet van om het valse gerucht uit de mottenballen te halen.

Ook nadat Trump eenmaal was verkozen was Prince niet te beroerd om de president van dienst te zijn indien zich een probleem voordeed. Zoals in 2017-2018, toen H.R. McMaster het probleem werd. Deze voormalige generaal was in februari 2017 national security advisor geworden, nadat zijn voorganger Michael Flynn vanwege leugens over zijn contacten met de Russische ambassadeur Sergey Kislyak ontslag had moeten nemen. McMaster noemde ik eerder in deel 1 van deze artikelenserie, omdat hij de Senior Director for Intelligence Programs van de National Security Council, devaak met QAnon geassocieerde Ezra Cohen Watnick, wilde ontslaan. Dat hij daar van weerhouden werd door onder meer Jared Kushner was al een indicatie dat McMasters populariteit in de oval office tanende was. Anders gesteld: er moesten argumenten gevonden worden om hem de laan uit te kunnen sturen.

Prince had daar de geschikte mensen voor, zoals de Britse spion Richard Seddon, die hij in 2016 in dienst nam. Seddon infiltreerde bij vakbonden en Democratische verkiezingscampagnes, maar werd daarnaast ook door Prince als instructeur ondergebracht bij Project Veritas, een extreemrechts en ronduit walgelijk candid camera tv-programma dat via videomanipulatie misleidende indrukken wekt over met name progressieve organisaties. Project Veritas wilde McMaster via een aantrekkelijk ogende dame negatieve uitspraken over Trump ontlokken. Uiteindelijk ging het plan niet door omdat McMaster door de conflicten met Trump zelf besloot ontslag te nemen, maar het illustreert hoever Prince en trawanten bereid waren te gaan om Trump uit de wind te houden.

Nadat zijn Blackwater-onderneming in opspraak was geraakt, trok Prince zich daaruit terug en begon een nieuwe militaire onderneming, de Frontier Services Group (FSG). Een meerderheidsaandeel daarvan kwam in handen van Chang Xhenming, een Chinese miljardair die nauwe banden onderhoudt met president Xi Jinping van China. Als gevolg daarvan werkte de FSG ook voor China. Het bedrijf raakte betrokken bij het organiseren van concentratiekampen in de Chinese provincie Xinjiang, waar tienduizenden islamitische Oeigoeren ʻheropgevoed’ worden.

De grootste opdrachtgever van de FSG was echter kroonprins Mohammed bin Zayad al Nahyan (MBZ) van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Prince formeerde voor hem een achthonderd man sterke militaire groep, bestaand uit buitenlandse huurlingen die deels afkomstig waren van de Zuid-Afrikaanse militaire onderneming Executive Outcomes. Daarnaast trainde Prince een uit Zuid-Amerikanen bestaande eenheid die deelnam aan de smerige oorlog van de VAE en Saoedi-Arabië in Jemen.

George Nader

De banden van Eric Prince met de VAE voeren naar de tweede aanwezige tijdens de ontmoeting in augustus 2016 met Donald jr. en Jared Kushner in New York. Hoewel deze George Nader in Libanon werd geboren, groeide hij op in de VS. Later ging hij echter terug naar het Midden-Oosten, waar Blackwater van Eric Prince hem in dienst nam om contacten te onderhouden met de regering van Irak.

Prince wist ongetwijfeld van Naders reputatie als een fixer die goed thuis was in de wereld van corruptie en smerige chantagestrategieën, maar ook de weg wist in de dagelijkse praktijk van de internationale politiek. Zo fungeerde Nader onder Bill Clinton als officieuze gezant voor de VS in Syrië en hielp hij als onderhandelaar bij de bevrijding van in Libanon gegijzelde Amerikanen. Deze staat van dienst droeg er ongetwijfeld toe bij dat hij in de VAE in dienst werd genomen als adviseur van kroonprins MBZ.

Bij de ontmoeting van augustus 2016 in New York met onder andere Jared Kushner en Donald Trump jr. was Nader echter niet alleen aanwezig als vertegenwoordiger van MBZ, maar ook van Mohammed Bin Salman (MBS), kroonprins van Saoedi-Arabië en de facto leider van dat land.

Ondertussen onderhield Nader goede betrekkingen met de Trump-kliek. Dat hij na de verkiezing van Trump werd aangesteld als adviseur van diens transition team zegt genoeg. Namens MBS en MBZ draaide Nader er niet omheen tegenover Donald jr.: ‘We’re eager to help your father win the elections as president.’

Na de ontmoeting van augustus 2016 volgden nog twee interessante bijeenkomsten waar Nader bij aanwezig was. De eerste vond drie maanden later plaats, met als aanwezigen – naast Nader- Kushner en Steve Bannon (die een paar weken later aan zou treden als strateeg van Trump) en Michael Flynn, Trumps eerste national security advisor die, zoals ik in deel 1 beschreef, later een van de boegbeelden van de QAnon-beweging werd.

Een maand later vloog Nader naar de Seychellen voor een volgend memorabel treffen. Dit keer bevond hij zich in het gezelschap van kroonprins MBZ, Eric Prince en Kirill Dmitriev, het hoofd van het Russische fonds voor directe investeringen en daarmee geen onbekende in het Kremlin. De dag na de overwinning van Trump ontving Dmitriev een bericht van een onbekend gebleven persoon met de tekst Putin has won.’ Kort daarop liet Dmitriev aan Nader weten dat hij graag de key people rond Trump wilde ontmoeten. Op de Seychellen gebeurde dat. Later werd door Amerikaanse media aangenomen dat de doelstelling van deze ontmoeting het creëren van een back channel tussen Rusland en de Trump-kliek was.

Door zijn aanwezigheid bij deze ontmoetingen viel Nader op bij special counsel Robert Mueller. Die maakte vervolgens afspraken met Nader, waardoor hij in ruil voor immuniteit verklaringen af zou leggen. De deal zou Nader echter niet uit de gevangenis houden, want toen FBI-agenten een kijkje namen in zijn mobiele telefoons vonden zij daar een niet geringe hoeveelheid kinderpornografie. In 2020 kreeg hij daar tien jaar gevangenisstraf voor aan zijn broek.

Het was zeker niet voor het eerst dat Nader tegen de lamp liep voor gedonder met kinderen. In 1985 werd hij in de VS aangeklaagd wegens het bezit van (overigens uit Nederland afkomstige) kinderpornografie. Daarna ging hij in 1991 een half jaar achter de tralies, wederom voor kinderpornografie. In 2003 volgde een veroordeling tot een jaar in Praag voor ontucht met minderjarige jongens. Het is onmogelijk dat Naders opdrachtgevers niet op de hoogte waren van zijn liefde voor kinderen, waardoor de man voorafgaand aan zijn arrestatie uiterst chantabel was.

Door het Republikeinse kamp werd het vonnis voor Nader uiteraard als zeer gênant ervaren. Begrijpelijk, want terwijl de QAnon-beweging overuren draaide om de Democraten van ‘satanistisch’ kindermisbruik te beschuldigen, bleek een vertrouweling van Trump kinderpornografie in zijn smartphone te hebben. Goed, Nader werkte eerder ook voor Bill Clinton, maar later kwam hij in het Trump-kamp terecht. Daarom moest er een wig gedreven worden tussen Nader en de Republikeinen, door hem met eens te meer met de Democraten te associëren. Aldus geschiedde. Hoe dit in zijn werk ging begreep ik langs onverwachte weg.

In deel 2 noemde ik Ekim Alptekin, de Turkse Nederlander die in de aanloop van de presidentsverkiezingen van 2016 $530.000 aan Michael Flynn betaalde om een lobby te beginnen tegen de in de VS verblijvende Turkse geestelijke Fethullah Gülen. In hetzelfde artikel noemde ik het interview dat QAnon-influencer van het eerste uur Tracy ‘Beanz’ Diaz met Alptekin deed. Op een gegeven moment merkte Diaz tijdens dat interview op dat ‘een pedofiel’ optrad als getuige van Robert Mueller.

Ik vroeg het Ekim Alptekin en hij bevestigde dat Diaz het over Nader had. Vervolgens hield Alptekin ruggespraak met wat hij ‘mijn kringen’ noemde en kreeg de volgende tekst toegezonden: ‘There’s a former White House counsel named Kathy Ruemmler who is known as “Obama’s fixer” who ran in and got actively involved in his (Naders- P.E.) case. That means there’s something else about him they really don’t want to come out.’

Kathy Ruemmler trad op als advocaat van Nader, maar was eerder adviseur van Obama. En zo was Nader opeens geen vertrouweling van Trump meer, maar een pedofiele Democraat. Dat Nader Trumps transition team adviseerde en nota bene te gast was bij diens inauguratie was opeens glad vergeten. Typisch voorbeeld van een QAnon-redenering.

Joel Zamel

Naast Jared Kushner, Donald Trump jr, Eric Prince en George Nader was ook de in Australië geboren Israëliër Joel Zamel aanwezig bij de ontmoeting van augustus 2016 in New York. Zamel is oprichter van Psy Group, een particuliere inlichtingenonderneming die zich specialiseerde in verkiezingsstrategieën via campagnes op sociale media.

Psy Group is een van de ondernemingen binnen de Israëlische veiligheidsindustrie waar nogal wat voormalige medewerkers werken van de inlichtingendienst Mossad, de Israëlische strijdkrachten en Unit 8200, een duistere Israëlische instantie die wel met de Amerikaanse NSA wordt vergeleken. Psy Group behoort tot dezelfde categorie als de particuliere inlichtingenonderneming Black Cube. Dergelijke ondernemingen zijn belangrijk voor de staat Israël, met name wanneer Israëlische wetten de Mossad uitsluiten van bepaalde activiteiten, zoals spionage in de VS. In dat geval kan de Israëlische regering een beroep doen op de in het land gevestigde particuliere inlichtingendiensten.

Black Cube heeft illustere klanten. De onderneming raakte in de VS in opspraak naar aanleiding van het schandaal rond Harvey Weinstein, de filmproducent die veroordeeld werd wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag tegenover actrices. Weinstein huurde Black Cube in om bruikbare informatie te vinden over een van hen. Voor dergelijke smerige klussen schrikt Black Cube niet terug. Het zal dan ook niet verrassen dat Eric Prince bekend is met Black Cube. Hij kreeg het aanbod in het Israëlische bedrijf te investeren, maar sloeg dat af.

We komen Prince ook tegen in verband met Carbyne, een andere particuliere veiligheidsonderneming in Israël. Carbyne produceert software voor meldkamers, die in de mogelijkheid voorziet contact te leggen met de camera in de telefoon van een melder van bijvoorbeeld een ongeluk of een brand. Door de telefoonbeelden naar hulpdiensten te sturen kunnen brandweer of ziekenhuizen zich beter voorbereiden op wat hen te wachten staat. Dat klinkt op zich niet verkeerd, maar Carbyne produceert ook zogenaamde pre crime software. Dat wil zeggen, software waarmee misdaden voorspeld kunnen worden door het koppelen van grote hoeveelheden data. Digitale mass surveillance, met andere woorden, die veel weg heeft van de technologie die daartoe in China worden toegepast, bijvoorbeeld om Oeigoeren in hun doen en laten te volgen. De Amerikaanse publicist Zev Shalev suggereerde contacten tussen Carbyne en China via Lital Leshem, een van de oprichters en aandeelhouders van Carbyne. Daarnaast werkte Leshem voor de Frontier Services Group van Eric Prince, wat haar tevens aan de VAE verbindt.

De pre crime software van Carbyne volgt hetzelfde concept als het Gotham-programma van de al even schimmige Amerikaanse data-onderneming Palantir. Palantir-oprichter Peter Thiel is dan ook aandeelhouder van Carbyne. Onder die aandeelhouders vallen nog andere namen op. Zoals die van Andrew Intrater van de Amerikaanse beleggingsfirma Columbus Nova. Intrater is de neef van Victor Vekselberg, een Russische oligarch uit de omgeving van Poetin. Vekselberg en Intrater kregen aandacht van collusion-onderzoeker Robert Mueller toen bleek dat Columbus Nova $500.000 had betaald aan Trumps voormalige advocaat Michael Cohen. Van dat bedrag was $130.000 bestemd als zwijggeld voor de porno-actrice Stormy Daniels, die zei een affaire met Trump te hebben gehad.

Ook de voormalige Israëlische premier Ehud Barak investeerde in Carbyne en ook een ondertussen overleden vriend van hem deed dat: Jeffrey Epstein, de voor trafficking van minderjarigen gearresteerde miljardair die zich in 2019 in een gevangenis te New York van het leven beroofde. De stap van investeren in Carbyne naar vriendschap met Ehud Barak en vervolgens contacten met de Mossad is niet al te groot. Die connectie is in verband met Epstein dan ook al vaker gelegd.

In de omgeving van de particuliere inlichtingendiensten in Israël – die tal van raakvlakken kennen, maar ook rivalen zijn – vinden we dus ook Psy Group van Joel Zamel. Voorafgaand aan de ontmoeting die hij in augustus 2016 met Kushner, Donald jr, Eric Prince en George Nader had werd Psy Group benaderd door Rick Gates, de assistent van Trumps campagnechef Paul Manafort. Psy Group presenteerde daarop een voorstel waarin verschillende diensten werden aangeboden. Van onderzoek naar de oppositie tot het inzetten van fake online personas. Dat laatste benadrukte Zamel tijdens de ontmoeting van augustus 2016. Hij stelde daar naar verluidt voor om ‘duizenden trollen’ in te zetten om Trump te dienen op internet.

Er is nooit volledige duidelijkheid geweest over de vraag of het voorstel van Zamel geaccepteerd werd door Trump & Co. Het is ook mogelijk dat aspecten uit het voorstel van Psy Group door anderen werden overgenomen, want dat manipulaties via internet in ruime mate werden toegepast om Trump aan de macht te brengen lijdt geen enkele twijfel. Zo staat ook vast dat Zamel $2.000.000 van Nader ontving nadat Trump de verkiezingen had gewonnen.

Kort daarna werd Psy Group partner van Cambridge Analytica, de eerdergenoemde data-onderneming die Trump steunde door miljoenen Amerikaanse stemmers via Facebook met desinformatie te bestoken. Officieel kwam het partnerschap met Cambridge Analytica op 14 december 2017 tot stand, maar er is alle reden om aan te nemen dat ook al eerder werd samengewerkt. Of in ieder geval dat Cambridge Analytica al eerder samenwerkte met een particuliere, in Israël gevestigde inlichtingenonderneming. Dat laatste bleek toen het Britse Channel Four in het geheim een gesprek opnam met Cambridge Analytica-CEO Alexander Nix. Daarin zei Nix dat Cambridge Analytica gebruik maakte van Britse en Israëlische spionnen, honey traps, valse websites en fake news-campagnes om de publieke opinie te beïnvloeden. De Israëliërs waren volgens Nix ‘very effective at intelligence gathering.’

Dat Israëliërs goed zijn in het organiseren van honey traps behoeft geen betoog. Met als historisch voorbeeld de atoomspion Mordechai Vanunu die in 1986 te Rome werd ontvoerd en gearresteerd, nadat hij er door een als Amerikaanse toerist vermomde Mossad-agente was ingeluisd. Daarnaast doet het thema honey trap denken aan de eerder beschreven plannen van Eric Prince en Project Veritas met Trumps in ongenade gevallen national security advisor H.R. McMaster.

Volgens de Daily Beast onderhield Zamel ook banden met Michael Flynn:‘Zamel wanted Michael Flynn to be a member of the firm’s advisory board. They spoke about it on multiple occasions around the time Flynn was forming the Flynn Intel Group.’ Zamel en Flynn vonden elkaar verder in Cambridge Analytica. Zoals gesteld ging Zamel met CA in zee, terwijl Flynn in 2017 verklaarde als adviseur van deze duistere onderneming te hebben gewerkt.

Volgens de eerder genoemde publicist Daniel Morrison werden Zamel en Flynn aan elkaar voorgesteld door de uit Iran afkomstige Amerikaanse zakenman Bijan Kian, die ik in deel 2 al noemde. Niet alleen omdat hij Flynn introduceerde aan de Nederlands-Turkse zakenman Ekim Alptekin, maar ook omdat de vermeende QAnon-grondlegger Thomas Schoenberger tijdens een rechtszitting verklaarde samen met Kian bij de voorbereiding van een Pentagon-operatie in Afghanistan betrokken te zijn geweest.

Vervolgens was er uiteraard de vraag of Schoenberger ook met Zamel in verband gebracht kon worden. Ik stelde daar vragen over aan Arturo Tafoya, een video-ontwerper die meewerkte aan het geheimzinnige internet-spel Cicada 3301, waar Schoenberger na verloop van tijd de macht over trachtte te grijpen. Tafoya leerde Schoenberger op die manier kennen. In mijn correspondentie met hem schreef Tafoya dat Thomas Schoenberger keywords van Psy Group had gebruikt voor de Cicada-puzzel uit 2017. Tafoya schreef verder: ‘I think that’s weird, not much information has come out, and also internally they were blaming each other of being ops’ (…) I mean he used the same keywords and the meaning was the same.’ Tafoya schreef daarnaast dat Schoenberger volgens hem op Black Cube ‘probeerde te lijken.’

Volgens Dan Morrison onderhield Schoenberger ook contact met Eric Prince. Bewijzen daarvoor noemde Morrison niet, dus vroeg ik het wederom aan Arturo Tafoya. Hij bevestigde wat Morrison schreef: ‘I got emails of Thomas saying he knows Eric Prince and what he’s doing.’

Omgekeerd had Schoenberger rond dezelfde tijd ook iets over Tafoya te melden. Hij schreef op Twitter dat Tafoya door Psy Group-baas Joel Zamel werd betaald. Toen ik daar bij het anti-Q-netwerk melding van maakte, werd daar hard om gelachen. Het viel te verwachten, aan mijn correspondentie met Schoenberger had ik zelf ook al de conclusie verbonden dat de man alles omdraait.

Corsi/Steele

Waar gezien de link met Israël niet aan voorbijgegaan mag worden zijn de tegenstrijdige geluiden in Q-gerelateerde kringen over dit land. In augustus 2016 ontving de Republikeinse lobbyist en vertrouweling van Trump Roger Stone het volgende bericht: ‘Roger, hello from Jerusalem. Any progress? He is going to be defeated unless we intervene.’ De gesprekspartner van Stone bleef onbekend, maar dezelfde persoon informeerde hem later dat hij in Rome een gesprek had met ‘een premier.’ Opvallend genoeg was de Israëlische premier Benjamin Netanyahu op dat moment in Rome. Een FBI-onderzoek wees verder uit dat Stone met medewerkers had overlegd over Israëlische steun voor Trump in de vorm van (wederom) belastende informatie over Hillary Clinton. Later in augustus schreef Stone’s connectie, de met de harde kern van QAnon in verband gebrachte Jerome Corsi, hem een bericht met de volgende zin: ‘What if anything Israel plans to do in Oct.’

In deel 1 schreef ik dat Corsi in de jaren negentig samenwerkte met de pro-Israëlische B’nai B’rith broederschap in de VS. In 2009 verscheen zijn boek Why Israel can’t wait, waarin Corsi zich leek te verheugen op een Israëlische aanval op Iran. Kortom, Corsi lijkt Israël een warm hart toe te dragen. En dat valt op, want regel binnen de harde kern van QAnon is dat zeker niet.

Neem Robert David Steele, de voormalige CIA-medewerker en complotdwaas die ik in zowel deel 1 en 2 noemde ik als verspreider van complottheorieën over ritueel misbruik en als chief counsel van het door New Age-leider Sacha Stone opgerichte International Tribunal of Natural Justice (ITNJ). Het anti-Q-netwerk kent een afgetekende positie toe aan Steele bij het ontstaan van de Q-beweging.

Hoewel beiden met QAnon worden geassocieerd is Steele in tegenstelling tot Corsi sterk gekant tegen Israël. Hij laat zich daarover zelfs interviewen door media in Iran. Zo sprak Steele tegenover de Teheran Times de verwachting uit dat Israël tegen 2022 verdwenen zal zijn. Verder is hij ervan overtuigd dat de Mossad de wereld controleert door politici te compromitteren via een internationaal pedofilie-netwerk. Het eveneens Iraanse nieuwsagentschap Tasnim News liet hij het volgende weten: ʻI believe that Merkel and Macron specifically are Satanic pedophiles obedient to the Rothschilds and the agents of the Rothchilds, the Satanic pedophile House of Lords in the UK, and the administration of Benjamin Netanyahu in Zionist Israel.ʼ

Dahlan

De in dit artikel centraal staande ontmoeting van augustus 2016 tussen Jared Kushner, Donald jr, Eric Prince, George Nader en Joel Zamel was een indicatie voor de bereidwilligheid van Saoedi-Arabië (SA), de VAE en waarschijnlijk ook Israël, om strategieën te steunen die tot het presidentschap van Trump moesten leiden. Het antwoord op de vraag waarom deze landen zich aan Trumps kant schaarden schuilt in de overlapping tussen de belangen van genoemde landen. Een daarvan is een gemeenschappelijke haat ten aanzien van de Moslimbroederschap, waar ook Hamas in Gaza en de in Turkije regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP) toe worden gerekend.

Een belangrijke naam in dit verband is die van Mohammed Dahlan. Deze Palestijnse zakenman kent niet alleen een dubieuze reputatie als adviseur van kroonprins MBZ, maar ook vanwege zijn banden met de Mossad. En daar houdt het niet op, want de president van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas beschuldigde hem ervan PLO-oprichter Yasser Arafat te hebben vermoord.

Dahlan heeft een gloeiende hekel aan de Moslimbroederschap. Niet alleen aan Hamas, maar ook aan andere takken van deze islamitische beweging, waaronder die in Egypte en Turkije. Omgekeerd staat hij in Turkije centraal in een theorie waarin de VAE en de beweging rond de Turkse geestelijke Fethullah Gülen in een samenzwering verwikkeld waren die tot de couppoging in Turkije van 2016 leidde. Om die reden loofde de Turkse regering in 2019 een bedrag van $700.000 uit voor informatie die tot de arrestatie van Dahlan leidt.

In 2017 had Dahlan nog geen last van de prijs op zijn hoofd, waardoor hij dat jaar onbezorgd in het gevolg van MBZ naar de Seychellen kon vliegen voor de eerder beschreven ontmoeting tussen Eric Prince, George Nader en de aan het Kremlin verbonden Rus Kirill Dmitriev. Dahlan zal er geen moeite mee hebben gehad om met Dmitriev te communiceren, want hij spreekt vloeiend Russisch. Handig, aangezien hij beschouwd wordt als een belangrijke schakel in de betrekkingen tussen de VAE en Moskou. Wat daarbij ook goed uitkomt is dat hij niet onbekend is met Vladimir Poetin.

De aanwezigheid van Dahlan lag nogal gevoelig voor Eric Prince. Toen hij onder ede verklaringen aflegde bij het House Intelligence Committee over de ontmoeting op de Seychellen hield hij de kaken in ieder geval stijf op elkaar over Dahlan. Verder loog Prince dat het gedrukt stond. Hij ging zo ver contacten met Trumps team te ontkennen, maar vergat daarbij onder meer de ontmoeting van augustus 2016 met onder andere Kushner en Donald jr.

Kernmacht

De Moslimbroederschap, Saoedi-Arabië, de VAE en Israël delen nog een andere aversie: die tegen Iran. Met de Russische steun aan de Syrische president Assad kunnen Riyad, Dubai en Jeruzalem nog enigszins leven, maar dat Moskou in Syrië een rol toestond aan Teheran is hier uit de aard van de zaak een steen des aanstoots. Voor Saoedi-Arabië, de VAE en Israël zou het dus een goede zaak zijn wanneer Rusland ertoe bewogen kan worden zich van Iran te distantiëren.

Saoedi-Arabië en de VAE hebben nog iets anders gemeen, want beide landen hebben de ambitie een kernmacht te worden. Bovendien wil men daar niet alleen overgaan op kernenergie, maar ook zelf uranium verrijken. Met op de achtergrond uiteraard de mogelijkheid over kernwapens te kunnen beschikken.

Israël, dat zelf al sinds de jaren zestig over kernwapens beschikt, maakte geen bezwaar kenbaar tegen nucleair wapentuig voor Saoedi-Arabië en de VAE. Verklaarbaar, want zo kon Iran vanuit drie locaties onder nucleaire druk worden gezet. En wanneer de kroonprinsen MBS en MBZ het eventueel in hun hoofd zouden halen om Iran met kernwapens te bestoken, dan zou men in Israël geriefelijk de handen in onschuld kunnen wassen.

Saoedi-Arabië en de VAE hadden verschillende opties om nucleaire technologie in huis te halen, waarvan Rusland er een was. In Moskou bestond daar zeker interesse in. Als Russische ondernemingen goed zouden kunnen verdienen aan de aanleg van kernreactoren in beide landen werd dat als een aardige opsteker beschouwd. Zolang Rusland onder sancties van de VS viel was Russische kerntechnologie voor de Amerikaanse bondgenoten Saoedi-Arabië en de VAE echter ondenkbaar. Naast de door Moskou gesanctioneerde rol van Iran in Syrië ontstond dus nog een reden waarom naar het opheffen van die sancties werd gestreefd.

Het was onvoorstelbaar dat de Democraat Barack Obama een einde zou maken aan de sancties, en hetzelfde werd verwacht van zijn eventuele opvolgster Hillary Clinton. In Trump werden echter mogelijkheden gezien; met hem als president werd de kans op een einde van de sancties een stuk hoger ingeschat. Trump had banden met Moskou, dat wisten de Saoedi’s en de Emirati (en ook de Israëliʼs) heel goed. Zoals ze ook wisten dat Trump vaak om geld verlegen zat. Er was dus een basis om bij hem te lobbyen voor een einde van de sancties.

De initiatiefnemers van deze lobby, die vanaf augustus 2016 aan de slag gingen, waren de investeerder en adviseur van Trumps campagneteam Tom Barrack, de assistent-campagnechef van Trump Rick Gates, de van het Iran-Contra-schandaal beruchte national security advisor van Ronald Reagan Robert McFarlane en niemand anders dan de latere QAnon-voorman Michael Flynn. Tegen de tijd van Trumps inauguratie begon Flynn erin te geloven dat de nieuwe president een einde kon maken aan de sancties tegen Rusland.

Khashoggi

Bij de relaties tussen Saoedi-Arabië en de VS onder Trump was een speciale rol weggelegd voor schoonzoon Jared Kushner. Hij raakte bevriend met MBS en voorzag de kroonprins van Saoedi-Arabië van informatie waar hij zonder toestemming van Trump niet over had kunnen beschikken. MBS had Kushner in his pocket, zo schepte hij op. De door Kushner geleverde informatie kwam voor hem als een geschenk van Allah, want die was uiterst bruikbaar voor het afrekenen met binnenlandse lastpakken.

Tot die lastpakken behoorde de journalist Jamal Khashoggi. Hij sympathiseerde niet alleen met de Moslimbroederschap, maar had ook kritiek op Trump. Het is om laatstgenoemde reden dat Khashoggi in 2016 een publicatieverbod opgelegd kreeg in Saoedi-Arabië. In 2018 werd definitief met de uitgeweken Khashoggi afgerekend, nadat MBS hem met behulp van ‘Pegasus’-software, geleverd door de Israëlische NSO Group, had laten bespioneren. Daar maakten de spooks van MBS vaker gebruik van. Zo werd NSO door de VN genoemd in verband met de hack door MBS van de mobiele telefoon van Amazon-baas Jeff Bezos (hoewel er eerder zeker al het een en ander bekend was over de praktijken van NSO barstte de bom rond deze schimmige onderneming pas echt in de zomer van 2021).

Op 2 oktober 2018 sneed een groep slagers uit Saoedi-Arabië Khashoggi in het consulaat van Saoedi-Arabië te Istanbul vakkundig aan stukjes. Een van de architecten van deze operatie was generaal Ahmad Asiri, een vertrouweling van MBS. Asiri had in januari 2017 een ontmoeting met Psy Group-baas Joel Zamel, Michael Flynn, George Nader en Steve Bannon, de strateeg van Trump die tot de directie van Cambridge Analytica toetrad. Regime change in Iran was het gespreksonderwerp tijdens de ontmoeting met Asiri.

Saoedi-Arabië en de VAE gaan nucleair

Het plan van Flynn en trawanten om Saoedi-Arabië en de VAE via een einde van de Amerikaanse boycot tegen Rusland van nucleaire technologie van Russische makelij te voorzien kreeg geen succesvol vervolg. Zoals de geschiedenis heeft geleerd kwam aan die boycot geen einde gedurende vier jaar Trump. Het collusion-onderzoek door special counsel Robert Mueller was daar debet aan. Onder die omstandigheden werd een einde van de boycot tegen Rusland onverkoopbaar voor Trump.

Tijdens een tweede ambtsperiode voor Trump waren er wat dat betreft wellicht nieuwe mogelijkheden ontstaan, maar ondertussen gingen Saoedi-Arabië en de VAE verder op het nucleaire pad dat ze al eerder waren ingeslagen. De VAE gingen in zee met een nucleaire onderneming uit Zuid-Korea, met als resultaat dat op 6 april 2021 de eerste nucleaire krachtcentrale van een Arabisch land operationeel werd. Naar verwachting zullen daar later dit jaar nog drie kernreactoren aan toegevoegd worden. In de westerse media bestond daar nauwelijks aandacht voor. Merkwaardig, want een nucleaire VAE kan een kernwapenwedloop in de regio alleen maar verder naderbij brengen en dat staat zeker niet op het verlanglijstje van de EU en de VS.

Saoedi-Arabië heeft zijn nucleaire project evenmin geschrapt. Het verschil is dat de VAE betrekkelijk open zijn over hun nucleaire beleid, terwijl Saoedi-Arabië daar naar Israëlisch voorbeeld erg vaag over is. Zo staan de Saoedi’s evenmin als Israël inspecties toe door het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA). Volgens The Guardian beschikt Saoedi-Arabië nu echter al over voldoende uranium om tot kernenergie over te gaan. Verder stond Trumps regering de levering toe van nucleaire technologie door Amerikaanse ondernemingen aan het land van MBS. Een Amerikaanse onderneming die veel interesse toonde om daarbij betrokken te zijn is IP3International, dat de later binnen de Q-gemeenschap zo gewaardeerde Michael Flynn als adviseur aantrok (2).

Officieel stellen de VS geen kerntechnologie te leveren aan landen waarover het vermoeden bestaat dat ze plannen hebben om kernwapens te ontwikkelen, maar Saoedi-Arabië kreeg het toch voor elkaar. Terwijl kroonprins MBS er niet omheen draait dat Saoedi-Arabië snel zal volgen als Iran overgaat tot het produceren van een kernwapen. Dat verklaarde hij in ieder geval tegenover het Amerikaanse tv-kanaal CBS.

Een Saoedi-Arabië dat niet alleen over kernenergie beschikt maar ook over kernwapens behoort dus tot de mogelijkheden, wat een ronduit angstwekkende gedachte is. Een atoombom toestaan aan een leider van een dictatuur die er niet voor terugschrikt om nagenoeg voor het oog van de wereld een criticus aan stukken te laten hakken, is vergelijkbaar met een geladen machinegeweer in de handen van een kleuter. Een nucleair Saoedi-Arabië lijkt dan ook nauwelijks minder gevaarlijk dan een atoombom voor Iran. Maar terwijl de wereld zeer bevreesd is voor de nucleaire plannen van Iran, kan men zich om die van Saoedi-Arabië nauwelijks bekommeren. Het ligt er maar aan wie bondgenoot is van Israël…

Salvator Mundi

Psy Group-baas Joel Zamel, de kroonprinsen van Saoedi-Arabië en de VAE, Trump en de Russische oligarch Dmitry Rybolovlev kwamen naar voren in een nogal kolderieke geschiedenis die hier ook niet mag ontbreken: de geschiedenis rond de veiling van het aan Leonardo Da Vinci toegeschreven schilderij Salvator Mundi.

De in Vladimir Poetins omgeving bekende Rybolovlev was eigenaar van Uralkali, een producent van potas, een goedje dat gebruikt wordt voor kunstmest en waar goed aan te verdienen valt. Rybolovlevs aandeelhouder in Uralkali, Dmitry Mazepin, kon daardoor een Formule 1-team aanschaffen om zijn niet bijster getalenteerde zoontje Nikita Lewis Hamilton en Max Verstappen in de weg te laten rijden.

Rybolovlev vond andere bestemmingen voor zijn vermogen. Hij kocht een peperdure villa in Monaco, alsmede het voetbalteam van het prinsdom. Daarnaast verwierf hij een aandeel van tien procent in de bank van Cyprus, het eiland dat zich zo goed leent voor obscure financiële praktijken.

In 2006 kocht Rybolovlev een villa en een bijbehorend stuk land in het Amerikaanse Palm Beach. De verkoper was Donald Trump, die weer eens om geld zat te springen. Trump had het onroerend goed vier jaar eerder voor 41 miljoen dollar aangeschaft, maar hij ontving er van Rybolovlev de lieve som van 95 miljoen dollar voor. Liefst 54 miljoen winst dus voor Trump en dat viel op, onder meer bij collusion-onderzoeker Robert Mueller. De indruk dat Trump via deze constructie door Moskou uit de brand werd geholpen was snel gewekt.

Rybolovlev is een kunstliefhebber. Althans, hij investeert in kunst, al gaat hij daarbij niet altijd even handig te werk. Zo liet hij zich aardig beetnemen door de Zwitserse kunsthandelaar Yves Bouvier, van wie later bleek dat hij bij een transactie niet alleen de koper vertegenwoordigde, maar ook de verkoper, waardoor hij stevige bedragen kon wegschuiven.

Een van de kunstwerken die Rybolovlev via Bouvier in handen kreeg was Salvator Mundi van Leonardo Da Vinci. Enerzijds staat dit schilderij hoog aangeschreven binnen Da Vinci’s oeuvre. Het wordt niet alleen beschouwd als de mannelijke variant van zijn Mona Lisa, maar ook als hommage aan zijn andere meesterwerk, Het Laatste Avondmaal. Om deze redenen spreekt het schilderij bij velen tot de verbeelding.

Tegenover de indruk dat het schilderij maakt staan de twijfels over de authenticiteit ervan. Specialisten zijn het daar niet over eens. Het zou door een leerling van Da Vinci zijn geschilderd, of zo zwaar zijn gerestaureerd dat het weinig meer met het oorspronkelijke schilderij van doen heeft. In 2012 exposeerde de Britse National Gallery het werk echter als authentiek.

Destijds werd de waarde van Salvator Mundi geschat op 80 miljoen dollar. Toen Ryblovlev het een jaar later kocht betaalde hij er echter 127,5 miljoen dollar voor aan Bouvier, die zo veel meer opstreek dan de twee procent commissie die hij officieel zou ontvangen. Rybolovlev voelde zich opgelicht en begon een slepend proces tegen Bouvier. Ondertussen hing Salvator Mundi in het penthouse te New York van de Russische oligarch. Vier jaar later wilde hij er echter weer vanaf en bood het aan bij het veilinghuis Christie’s. Daar werd aangenomen dat het werk ongeveer op kon brengen wat Rybolovlev ervoor betaald had. Het bracht echter aanmerkelijk meer op, want het werd afgehamerd op 400 miljoen dollar. Inclusief de commissie voor Christie’s kwam dat neer op ruim 450 miljoen dollar. Niet alleen voor de kunsthandel, maar ook daarbuiten was de sensatie compleet. Nooit eerder ging een kunstwerk voor zoveel geld van de hand op een veiling.

Uiteraard klonk de vraag wie de koper was. Die werd geïdentificeerd als de uit Saoedi-Arabië afkomstige prins Badr bin Abdullah. Hetzelfde jaar werd echter duidelijk dat Badr als vertegenwoordiger optrad voor kroonprins MBS van Saoedi-Arabië. Die had er het geld voor, zoveel staat vast, ook al is 450 miljoen zelfs voor MBS geen bedrag dat hij in de zak van zijn thobe-gewaadheeft zitten. En dat voor een schilderij waarvan de echtheid betwist wordt.

De identiteit van de tegenbieder bleef langer onbekend, maar uiteindelijk bleek dat kroonprins MBZ te zijn, de collega van MBS uit de Emiraten. Gezien de prima verstandhouding tussen beide kroonprinsen kon hier onmogelijk sprake zijn van toeval. Met andere woorden: beide heren deden hun best om de winst die Rybolovlev zou ontvangen op de gewenste hoogte te krijgen en bij 400 miljoen dollar vonden ze het kennelijk mooi.

Met de verkoop van Salvator Mundi kwam nog geen einde aan de gekkigheden rond het schilderij. Zo heerste alom verbijstering toen bleek dat het vermist was, al wordt. tegenwoordig aangenomen dat het zich op een jacht van MBS bevindt. Maar de grote vraag is wat er met de door MBS betaalde miljoenen gebeurde. Waren MBS en MBZ zo gesteld op Rybolovlev dat ze hem 300 miljoen dollar winst gunden, of had een deel van het bedrag een andere bestemming?

De eerdergenoemde Amerikaanse publicist Zev Shalev suggereert in een artikel over de verwikkelingen rond Salvator Mundi dat de opbrengst uit de verkoop van het schilderij (deels) terechtkwam bij Psy Group-baas Joel Zamel. Of beter, bij het door Zamel bedachte project om de campagne van Trump te steunen via Psy Ops op sociale media, waarbij dan zowel aan Cambridge Analytica en QAnon gedacht kan worden.

Bewijzen doet Shalev zijn stelling echter niet. Hij constateert dat Zamels Psy Group weliswaar gevestigd is in Israël, maar geregistreerd staat op Cyprus, waar Rybolovlev zoals eerder gesteld tien procent van de nationale bank in handen kreeg. Hier zijn dus nog wel wat punten te verbinden, al blijft het interessant dat onderzoeker Robert Mueller FBI-agenten naar Israël stuurde om te zien hoe het zat met stortingen bij de bank van Cyprus op de rekening van Zamel. Even interessant zijn de aanwijzingen dat Rybolovlev en Trump kort voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 nog contact onderhielden. Beiden spraken dat tegen, maar feit blijft dat de privévliegtuigen van Trump en Ryoblovlev rond die tijd zowel in Las Vegas als Charlotte naast elkaar geparkeerd stonden.

Hiermee zijn we er echter nog niet. Salvator Mundi speelt namelijk ook een rol in het in deel 1 geïntroduceerde mysterieuze internetspel Cicada 3301. Uitgangspunt was dat het schilderij de sleutel bevatte tot de oplossing van de puzzel die verstopt was in het waarschijnlijk meest gecompliceerde onderdeel van het Cicada-spel: het in een onbekend runenschrift geschreven boek Liber Primus.

Thomas Schoenberger, die trachtte Cicada voor zijn eigen doeleinden weg te kapen, leverde informatie over de verborgen informatie in Salvator Mundi voor een video op YouTube. Verder plaatste hij een merkwaardig artikel over het schilderij op zijn website en wijdde hij er een stuk muziek aan. In Cicada-kringen meent men dat Schoenberger langs deze wegen zijn aandeel had in het creëren van een mythe rond Salvator Mundi.

Al Waleed

Nadat Trump eenmaal president was geworden, voerde zijn eerste buitenlandse reis hem naar Saoedi-Arabië, waar hij het prima kon vinden met MBS en tussen de bedrijven door een contract voor de leverantie van wapens tekende ter waarde van 350 miljard dollar.

Je zou dus verwachten dat de Q Clearance Patriot, de anonieme schrijver van de Q Drops die Trump tot Messias verklaarde, geen problemen had met Saoedi-Arabië. Zo eenvoudig ligt het echter niet. Q oordeelde dat de wereld wordt gecontroleerd door drie families: de familie Rothschild, de familie Soros en de familie Saud. In de praktijk had Q het echter op slechts één telg van de laatstgenoemde familie gemunt, Prins Al Waleed bin Talal Al Saud. Q noemde het uitschakelen van deze ondernemer, investeerder en filantroop de sleutel in de strijd tegen de Diepe Staat, de veronderstelde structuur van Trumps vijanden binnen de politiek, media, strijdkrachten en andere staatsorganisaties.

Er is veel over Al Waleed geschreven. Zelf viel me in 2016 op dat hij na de mislukte staatsgreep in Turkije van dat jaar tot de eersten behoorde die medeleven kenbaar maakte aan de Turkse president Erdogan. De Erdogan-gezinde media deden daar zonder enige kritische kanttekening verslag van. Opvallend, want er kan zeker een verband worden gelegd tussen Al Waleed en de geestelijke Fethullah Gülen, die volgens Erdogan het brein was achter de couppoging. Al Waleed doneerde miljoenen aan de Amerikaanse Georgetown Universiteit, waar een faculteit naar hem werd vernoemd: het Prince Al Waleed bin Talal Center for Christian-Muslim understanding. Rond de tijd van de mislukte staatsgreep sympathiseerden diverse betrokkenen aldaar met Gülen.

Begin november 2017 had Al Waleed contact met Jamal Khashoggi, die een jaar later vermoord zou worden. Hij zou de uitgeweken Khashoggi toen verzocht hebben om naar Saoedi-Arabië terug te keren, om daar mee te werken aan ‘de visie’ van de kroonprins op de toekomst van het land. Al Waleed en Khashoggi waren dan ook geen onbekenden van elkaar. Ze troffen elkaar ook bij officiële ontmoetingen, waaronder een met Erdogan.

Op 4 november 2017 behoorde Al Waleed tot de Saoedi’s die in opdracht van kroonprins MBS op beschuldiging van corruptie werden gearresteerd en vastgehouden in het Ritz-Carlton hotel van Riyad. Het kostte Al Waleed een lieve som om weer vrij te komen. Kort nadat hij door MBS werd opgesloten in een luxe hotelkamer, verkocht Al Waleed zijn zes procent aandeel in de filmmaatschappij Warner Bros. Dat was een fikse tegenslag voor zijn vriend en medeaandeelhouder, de mediamagnaat Rupert Murdoch, die Al Waleed goed kon gebruiken binnen Warner Bros. Murdoch had als investeerder overigens alles te maken met het ontstaan van het pro-Trump kanaal Fox News.

Aanvankelijk waren er geen problemen in de verhoudingen tussen Al Waleed en Trump. In 1991 was Al Waleed zo vriendelijk een jacht van Trump te kopen (dat figureerde in een James Bond -film en ooit in bezit was van de wapenhandelaar Adnan Khashoggi, de oom van de vermoorde Jamal,) toen de latere president weer eens krap zat. Nadat Trump in de aanloop naar de verkiezingen van 2016 had gezegd de immigratiemogelijkheden voor moslims te zullen beperken keerde Al Waleed zich echter volledig tegen hem. Dat Trump zich op de vlakte hield na de arrestatie van Al Waleed in Saoedi-Arabië verraste dus geenszins. Dat Q Al Waleed met de vijanden van Trump in de Diepe Staat associeerde evenmin.

Al Waleed kreeg binnen Q-kringen een rol in een complottheorie rond de Las Vegas shooting van 1 oktober 2017, de dodelijkste schietpartij in de Amerikaanse geschiedenis. De verdieping van het Mandalay Hotel in Las Vegas waar schutter Stephen Paddock zestig dodelijk schoten loste was in bezit van een onderneming waarin Al Waleed een meerderheidsaandeel had. Dit werd als bewijs genoemd voor de stelling dat het niet zomaar een schietpartij was, maar een mislukte aanslag waarvan kroonprins MBS het doelwit was. MBS was die dag echter niet in Las Vegas. Bovendien zou de sheriff van Las Vegas tien maanden later verklaren dat uit het onderzoek geen aanwijzingen over een samenzwering achter de schietpartij naar voren waren gekomen.

Paul Furbes, de in deel 1 genoemde Zuid-Afrikaan die tot de eerste verspreiders van de Q Drops behoorde, hield vol dat Q de gebeurtenissen in Saoedi-Arabië had ‘voorspelde’. Waar Furbes aan refereerde was de eerste Q Drop, waarin Q voorzag dat Hillary Clinton gearresteerd zou worden in een operatie waarin naast de U.S. Marines ook de National Guard betrokken zou zijn. Dat Al Waleed een week later door de nationale garde van Saoedi-Arabië werd aangehouden, overtuigde Furbes ervan dat Q het zeven dagen eerder al had voorspeld. Dat Q niet over de nationale garde van Saoedi-Arabië schreef, maar over die van de VS, kon Furbes niet van zijn stuk brengen. Dit is kenmerkend voor de Q-gemeenschap in de VS en ver daarbuiten: het tot bewijs verheffen van non-bewijs behoort daar tot het vaste repertoire.

Hoe dan ook, er gebeurde in ieder geval íets, kort na een voorspelling in een Q Drop, en dat mocht uitzonderlijk heten. Die eerste Q Drop was echter al even uitzonderlijk. Die was namelijk niet afkomstig van Q, maar van het mysterieuze internetspel Cicada 3301. Of nog preciezer, van Thomas Schoenberger.

Die eerste Q Drop volgde uit de een half jaar eerder door Cicada-medewerker Richard Miller (Z) en Schoenberger ontworpen ‘Q puzzle.’ In het najaar van 2021 was Schoenberger hier opmerkelijk duidelijk over op Twitter: ‘Richard and I did a Q puzzle piece in April 2017, well before the Q psyop began.’ ‘I think we made history,’ schreef hij verder. Het verhaal werd bevestigd in een video die ik uit de richting van het anti-Q-netwerk ontving. Daarin had de in deel 2 beschreven acteur Isaac Kappy een gesprek met Titus Frost, een vriend van Schoenberger. Ook Frost noemde Cicada als bron van de eerste Q Drop.

Vervolgens wordt het echter pas echt bizar, want in Cicada-kringen wordt gesproken over een ‘prophecy’ van Schoenberger waarin hij de gebeurtenissen in Saoedi-Arabië een half jaar later voorzag. Nuchter beschouwd leidt dit tot de vraag hoe Schoenberger over dergelijke informatie kon beschikken.

Het post-Q-tijdperk

Tot zover de internationale context op de achtergrond waarvan QAnon ontstond. Bij het verschijnen van deze laatste aflevering van mijn drieluik over dit onderwerp ligt de dag waarop Q zijn laatste Drop op 8chan plaatste bijna een jaar achter ons. Hetzelfde geldt voor het presidentschap van Donald Trump, de grote verlosser van de Q-sekte (de ‘lichtwerker’ noemen ze hem daar). Veel extatische Trump-aanhangers lieten de letter Q voortaan ook thuis op bijeenkomsten.

Hier wordt vaak de conclusie aan verbonden dat de QAnon-beweging tot het verleden behoort. Niets is echter minder waar. Dat bleek toen begin november 2021 een groep Q-freaks zich op Dealey Plaza in Dallas verzamelde om daar JFK jr. te verwelkomen. De zoon van John F. Kennedy zou er vervolgens voor zorgen dat Trump opnieuw als president geïnstalleerd ging worden, zo verwachtte men. Het gebeurde uiteraard niet, en was ook erg lastig geweest, aangezien JFK jr. in 1999 om het leven kwam bij een vliegtuigongeluk. Maar Q had het nu eenmaal voorspeld.

Verder komt uit in mei jl. gepresenteerde cijfers naar voren dat twintig procent van de Amerikanen nog altijd onder de indruk is van de door Q verkondigde complottheorieën. Daar staat tegenover dat een verschuiving onmiskenbaar herkenbaar is. In deel 1 schreef ik al te verwachten dat de beweging door een transformatie heen zou gaan, en nu het post-Q-tijdperk zich verder ontplooit zie ik daar de bevestiging van.

Meer dan andere extreemrechtse stromingen in de VS ontwikkelt QAnon 2.0 zich tot een politieke factor. Diverse sekteleden lopen zich warm om op verschillende niveaus de Amerikaanse politiek te betreden. Bovendien heeft Q’s erfenis duidelijk invloed op de Republikeinse Partij, waar een complex aan complottheorieën in toenemende mate de basis van wordt.

Republikeinen waren altijd al erg rechts, maar onder invloed van de Q-factor stevent hun partij nu af op een regelrechte extreemrechtse identiteit. De pogingen van Republikeinse politici in diverse staten om de zwarte gemeenschap zoveel mogelijk uit te sluiten van het democratische proces zijn hemeltergend. Hoe rechts de Grand Old Party vroeger ook mag zijn geweest, vóór de heropleving van extreemrechts en de opkomst van QAnon was dit onvoorstelbaar geweest.

Mid Term Elections

Hoewel Trump nooit heeft toegegeven dat de verkiezingen van 2020 legaal waren en hij dus langs geheel democratische weg verloor, richt hij de blik ook al op 2024, het jaar waarin de Amerikanen de opvolger van Joe Biden zullen kiezen. Het is zeker voorstelbaar dat die opvolger geen Democraat gaat worden. Het klinkt paradoxaal, maar daarvoor hoeft zelfs niet eens door een Republikein gewonnen te worden…

De aan het begin van dit artikel al genoemde historicus Timothy Snyder kwam tot een interessant scenario. De Mid Term Elections, die voor 8 november 2022 zijn uitgeschreven en waarbij onder meer de leden van het Huis van Afgevaardigden gekozen zullen worden, staan daarin centraal. Amerikaanse stemmers zijn voorspelbaar wat betreft de Mid Term Elections. Betrekt een Republikein het Witte Huis, dan volgt over het algemeen twee jaar later een Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Ook onder Trump gebeurde dat. Omgekeerd moet een Democratische president na twee jaar rekening houden met een Republikeinse meerderheid in het Huis. Deze karaktertrek van de Amerikaanse politiek is vaak van doorslaggevend belang. Dat Trump er niet in slaagde om de uitslag van de verkiezingen succesvol aan te vechten kwam niet in de laatste plaats omdat hem de steun ontbrak van een meerderheid aan volksvertegenwoordigers.

Dus stel je voor wat er gebeurt wanneer de verkiezingen in 2024 door een Democratische kandidaat gewonnen worden. De verliezende Republikeinse kandidaat kan dan de verkiezingen aanvechten, maar wordt daarbij in tegenstelling tot Trump wél gesteund door een Republikeinse meerderheid in het Huis. Timothy Snyder houdt er terdege rekening mee dat het zo loopt en benadrukt dat het einde van de democratie in de VS daarmee een feit zal zijn.

Maras-Lindeman

Wat Trump en zijn medestanders The Steal noemen, oftewel de complottheorie waarin hij verloor vanwege onregelmatigheden tijdens de verkiezingen, lijkt nu voorop te staan voor complotdenkers die een jaar geleden nog naarstig uitkeken naar de volgende Q Drop.

In verband met The Steal duiken nieuwe namen op, zoals die van Terpsichore Maras-Lindeman, een dame die onder het pseudoniem ToriSays actief is op sociale media. Eerder was ze al bekend als Q grifter, maar recentelijk is haar populariteit gegroeid. Niet alleen door haar claim dat de Democraten de verkiezingen van 2020 wisten te manipuleren met het verlies van Trump als gevolg, maar vooral ook vanwege haar campagne om rechtszaken te beginnen tegen Democratische politici die op bestuursposten terecht zijn gekomen.

De stemmachines die bij Amerikaanse verkiezingen worden gebruikt deugen niet volgens Maras-Lindeman, wat volgens haar tot het verlies van de Republikeinen heeft geleid. De rechtszaken die ze daarover begon zijn vooralsnog echter geen groot succes gebleken, simpelweg omdat ze geen harde bewijzen kon produceren. Toch krijgt ze veel donaties van volgers om die rechtszaken mogelijk te maken. En niet alleen voor rechtszaken, want toen mevrouw een nieuwe Tesla-vierwieler op haar verlanglijstje had staan, werd daar ook grif voor gedoneerd. De Q Drops mogen dan niet meer verschijnen, het uitmelken van sekteleden vindt onverminderd voortgang.

Overigens stelt Terpsichore Maras-Lindeman dat ze door de tijd kan reizen. Dat klinkt absurd, maar binnen de kringen waarin ze zich manifesteert is dat niets uitzonderlijks. Daar is menigeen er ook aan gewend geraakt om Q-achtige fantasieën te verbinden aan veronderstellingen over buitenaardse intelligenties. Of zoals de publicist Daniel Morrison het stelde: The next iteration of Q will be Arcturian and Pleiadian Aliens from the Galactic Federation and Council of Light. We need to prepare for large volumes of people receiving propaganda they genuinely believe to be communications from their Galactic Family & acting on their command.’ (3)

In Nederland kennen we die mix van geraaskal over aliens en complottheorieën uit de Q-keuken natuurlijk ook, want hier hebben we de ‘graancirkeldeskundige’ Janet Ossebaard. Daarnaast zijn er de grifters van Nederlandse bodem die aanzetten tot het bedreigen van RIVM-baas Jaap van Dissel. Een van hen verklaarde tijdens een rechtszitting dat Trump en Poetin een tribunaal in Nederland zullen initiëren waarbij pedofiele satanisten en hun helpers (waaronder de advocaat van de tegenpartij) ter dood zullen worden veroordeeld. Erg herkenbaar, want in de VS fantaseren de voormalige volgers van Q nog altijd zó lustig over massale executies van tegenstanders dat het wel een death cult lijkt.

Er zijn meer gelijkenissen. Zoals de donaties voor het YouTube-kanaal dat fact free over Van Dissel stelde dat hij deel uitmaakt van een internationaal netwerk van pedofiele satanisten. Volstrekt marginaal zijn dergelijke groepen ook in Nederland zeker niet. Wanneer de aanhang ervan zich vertegenwoordigd voelt door een partij die bij de laatste verkiezingen acht zetels wist te behalen kan daar geen sprake meer van zijn.

Wat op 29 oktober 2017 begon met een bericht op een obscure website is de basis geworden van een wereldwijde beweging rond een op complottheorieën gebaseerde werkelijkheid. Het uitblijven van Q Drops verandert daar niets aan. Die waren niet meer dan het zetje dat nodig was om een voor onzin ontvankelijke meute zelf aan het fantaseren te laten slaan.

Zoals ik in deel 1 al aangaf, heeft QAnon grote gevolgen voor de samenleving gekregen. Deze beweging tast niet alleen de authenticiteit van de objectieve werkelijkheid aan, maar leidt ook tot verbroken familierelaties en vriendschappen. Aanvankelijk vooral in de VS, maar nadat Q via de coronapandemie mondiaal ging ook in de rest van de wereld. Zelf heb ik dat eveneens ervaren, want ik ben diverse vrienden kwijtgeraakt die zich door Q-gerelateerde complottheorieën lieten meeslepen en niet langer voor rede vatbaar waren. Deze persoonlijke ervaring versterkte mijn interesse in het fenomeen en inspireerde tot het onderzoek dat tot deze drie artikelen heeft geleid.

Een andere beweegreden tot het schrijven van deze artikelen was het eerdergenoemde gebrek aan aandacht in de media voor de oorsprong van QAnon. Dat geldt niet alleen voor de Europese media, maar ook voor die in de VS, terwijl je dat gezien de impact op de Amerikaanse samenleving nu juist wel zou verwachten. Het is veelzeggend dat betrokkenen van het anti-Q-netwerk in de VS Google Translate ter hand namen om beide eerdere delen van deze artikelenserie in het Engels te vertalen, nadat men daar eenmaal lucht van had gekregen.

Voetnoten

  1. In zijn boek Mind f*ck schreef Christopher Wylie dat CA de Amerikaanse political consultant Sam Patten in dienst nam. Met die naam openbaren zich tal van connecties. Patten werkte samen met Konstantin Kilimnik, een voormalige agent van de Russische inlichtingendienst GRU, die informatie over opiniepeilingen in de VS ontving van Donald Trumps campagnechef Paul Manafort. Sam Patten en Konstantin Kilimnik werkten in Oekraïne voor Manafort, die in de VS tot een gevangenisstraf werd veroordeeld wegens illegale diensten aan de pro-Russische Oekraïense regering van Viktor Yanukovych (Trump zorgde er in de laatste maand van zijn presidentschap voor dat Manafort amnestie kreeg.) Manafort was sinds jaar en dag partner in de lobbyfirma van Roger Stone, de political lobbyist die het als zijn levenstaak was gaan zien om een president van Trump te maken. John Podesta, de campagnechef van Hillary Clinton in 2016, beschuldigde Stone van voorkennis over het lekken van Clintons emails door WikiLeaks – de emails die Julian Assange van de Russische hackersgroep Guccifer 2.0 ontving. Directe links met QAnon vallen eveneens op, want Stone’s social media-medewerker Jason Sullivan was nadrukkelijk betrokken bij het verspreiden van Q-Drops. Bovendien werd Stone een goede bekende van de eerder genoemde Jerome Corsi, de oudgediende complotdenker die een positie kende binnen de vroege QAnon-incrowd.
  1. Volgens een in oktober 2021 verschenen artikel in NRC Handelsblad ontving Flynn tussen 2014 en 2015 $200.000 van ACU Strategic Partners, de eerdere naam van IP3International. Dit bedrag was afkomstig van de Nederlandse onderneming Mammoet, waar men kennelijk de ambitie had om bij het nucleaire project in het Midden-Oosten betrokken te raken. Flynn ontving dus twee keer geld uit Nederland, want eerder betaalde de Inovo B.V. van de Turks-Nederlandse zakenman hem $530.000 om een lobby tegen de Turkse geestelijke Fethullah Gülen te beginnen. Desgevraagd liet Alptekin weten dat hij ‘terecht’ niet genoemd werd in het NRC-artikel, omdat hij de genoemde mensen niet kende. Dat klopt uiteraard niet helemaal, want Flynn kent hij wel degelijk. Overigens werd Mammoet ook al genoemd in een door Democratische leden van het Huis van Afgevaardigden opgestelde tijdlijn over Flynns plannen om Saoedi-Arabië en de Emiraten van kernenergie te voorzien. Daarin kwam een passage voor waarin een andere kennis van Ekim Alptekin naar voren kwam, de in deel 2 genoemde Bijan Kian: ʻOn September 20, 2016, Flynn met with Rep. Dana Rohrabacher, along with Flynn’s business partners, Bijan Kian and Brian McCauley, and General Flynn’s son. Rep. Rohrabacher confirmed that they discussed a plan advanced by Mr. Flynn late last year to build a series of nuclear power plants across the Middle East.ʼ
  1. Naarmate mijn onderzoek naar de oorsprong van QAnon vorderde begon ik me af te vragen of er rolmodellen denkbaar zijn voor Q. Ik bedoel eerdere anonieme bronnen van politieke voorspellingen. Er zijn er wellicht meer, maar ik noem er twee. De eerste heet John Titor, een naam die in 2000 en 2001 op bulletinboards verscheen. Titor beweerde, evenals genoemde Terpsichore Maras-Lindeman, door de tijd te kunnen reizen. Hij verklaarde uit 2036 te komen en terug in de tijd naar 1975 te zijn gereisd, om een IBM 5100 – een van de eerste portable computers – op te halen. Alleen met de programmatuur daarvan viel volgens Titor een computerprobleem te verhelpen waar de wereld rond 2038 mee zal kampen. Titor haakte daarmee in op de paniek rond de milleniumbug, voorafgaand aan 2000. Titor zei op de terugweg naar 2036 een tussenstop te hebben gemaakt in 2000. De voorspellingen die hij bij die gelegenheid deed, waaronder een over een burgeroorlog in de VS vanaf 2004, kwamen geen van allen uit, wat uiteraard aan Q doet denken. Vijf jaar later onthulde een hoax hunter de identiteit achter Titor als die van de entertainer Larry Haber en diens in cybertechnologie gespecialiseerde broer Richard. Verder kende Turkije Fuat Avni, eveneens een anonieme bron van politiek georiënteerde voorspellingen. Het verschil met de Q Clearance Patriot is dat de voorspellingen van Fuat Avni wél vaak uitkwamen. Wie er achter Fuat Avni schuilgaat – of schuilgaan – is nooit vast komen te staan. De kritiek op de regering in zijn berichten duidt echter op een connectie met de beweging rond imam Fethullah Gülen, de aartsvijand van president Erdogan. Opmerkelijk genoeg verwijst de oorsprong van het binnen de Q-gemeenschap vaak gehoorde begrip Deep State, waarmee zoals gesteld de oppositie tegen Trump binnen politiek, wetenschap, media, strijdkrachten en staatsinstanties wordt bedoeld, naar Turkije. Voordat Trump aan de macht kwam kenden de VS dat woord niet, maar Turkije wel. Daar werd er in de jaren negentig de structuur binnen de staat mee bedoeld die de onderdrukking van de Koerden als excuus gebruikte voor de grootschalige handel in heroïne.

Vertaling: Menno Grootveld

2 reacties op “De duistere achtergronden van QAnon – deel III, de internationale context”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.